Ste'Orgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvestingen Stedebouw en van de Nationale Woningraad, waarin opge-nomen de mededelingen van de Rijksdienst voor het NationalePlan, en tevens gewijd aan de WederopbouwJanuari 1956 37e Jaargang no 1? * ^ IP ? ?????"Vooruitziende geestenkozen HASCO-RELIEF als wandbekledingvan het nieuwe B.P.M.-gebouw in Den Haag.Oliemensen zien vooruit. Hun plannen rei-ken tot in een verre toekomst. Daarom ko-zen zij een moderne en artistieke wandbe-kleding, die bovendien de jaren trotseert,Sohreuder's iakfahrleken - Schoonhovei HollandSCHEWIL V.Y. ISOLATIE KANAALPLATENSPECIAAL VOOR DAK-ISOLATIEEen succes dat nog nooit is bereikt opisolatiegebied!Vlas-afvallen zijn goudkleurig,Schewil v.v.-isolatie is GOUD!Vlakke platen 120 en 125 x 50 cm, 3-5-7cm dik; kanaalplaten 7 cm dik.Bouwplatenfabriek WILLEMSE Delft n.v.Fabrieken en kantoor: ETTEN, N.Br. Telefoon 572?IETERNITMASSIEF |l|iH . voor yensterbanken ^^^HHI/II traptreden ll^OH/ll schoorsteenmantels ^^^^^Hf/l/fl In div. kleuren op maat geleverd m^^KBmm^mMVOFFERHAUl^CDMakelaarskantoor A.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Telefoon 3509belast zich gaarne metKOOP, VERKOOP, TAXATIES en BEHEERvan ONROERENDE GOEDERENHypotheekbemiddeling en alle verzekeringenVoor GLASN.v. DORDTSCHE GLASHANDELKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALEN.ALPHAMUURVERVEN50 Jaarervaring....en ervaring is niet tevervangenris onbeiwist de meest geschikiemuurverf voor binnenwerk enwordt zeer gunstig beoordeelddoor het verflnstituut T.N.O. teDelft.WasbaarOnverzeepbaarZuurbestendigjPk VERFFABRIEK ALPHAFTBjjTl v/h Gebr. Kiaverweiden N.V. Alphen a.d. RijnWrniir lelefoon K 1720-2192ALLE SYSTEMEND. W. WASSINK 8c ZOONWINTERSWIJK -- Ratumsestraat 47-49 -- Tel. 2594-2968OHS streven ts gtrtcht op levering ran kmaUleiUn'irkALTASTALEN ramen-deucetk-J&otitenECLIPSE glasdakenGonstpuctiebedrijf en Machinefabriek ALTA nvBINCKHORSTLAAN 301 - DEN HAAG - TEL 720083*MaandbladTijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Wonmgbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, ]. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van EUemeet, B. Merkelbach, Mej. Mr. H. ]. D.Revers, Ir. L. S. P. Scheffer, Dr. Ir. F. Bakker Schut, Drs. H. van der WeijdeAdrcs voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertcnties! Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)januari 195637e Jaargang -- No 1Officiele mededelingenNederlands InstituutOntwerp-MonuinentenwetHet dagelijk.s bestuur heeft onder voorlichting van een kleinecommissie uit de Stedebouwkundige Raad een adres over hetontwerp-Monumentenwet gezonden aan de Tweede Kamer.Afschriften van dit adre.s zijn toegestuurd aan de Ministersvan Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en van Weder-opbouw en Volkshuisvesting.Het adres is in dit nummer afgedrukt.Commissie van advies inzake de keuze van stedebouwkun-digenSedert enige tijd is overleg gepleegd tussen de Bond vanNederlandse Stedebouwkundigen, de Vereniging van Ne-derlandse Gemeenten en het Instituut over de wensehjkheidom de voorlichting van gemeentebesturen en anderen, dieadvies wensen bij de keuze van een stedebouwkundige, doorde drie genoemde organisaties gezamenlijk te organiseren.Dit overleg heeft tot resultaat gehad dat de drie organisatiesbesloten hebben voor dit doel enige commissies in het levente roepen. Verdere bizonderheden zijn in dit nummer onderBinnenland vermeld.Studiegroep sociologische grondslagen van de woningHet dagelijks bestuur van het Instituut heeft een kleine stu-diegroep in het leven geroepen voor de sociologische grond-slagen van de woning.De bedoeling van deze groep is een punt van contact te vor-men tussen degenen, die in de praktijk met de bestuderingvan de sociologische grondslagen van de woning bezig zijn,hun gelegenheid te geven van elkaars werk op de hoogte teblijven en methodes en problemen met elkaar te bespreken.De Heer Ir. A. Bos heeft het voorzitterschap van deze groepop zich genomen.Herziening Handleiding UitbreidingsplannenGeruime tijd geleden is door een Commissie uit het Instituuteen handleiding bij de voorbereiding van Uitbreidingsplannenbewerkt. Deze Handleiding is als publikatie no. XLVII vanhet Instituut verschenen bij N. Sarasom N.V.Deze publikatie is inmiddels geheel uitverkocht, terwijl deinhoud op een aantal punten door de ontwikkeling van destedebouw achterhaald is.Een en ander heeft het dagelijks bestuur aanleiding gegeveneen herziening van de handleiding in voorbereiding te nemen.Deze taak is opgedragen aan een commissie bestaande uitJhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, Voorzitter, Mej. Ir. E. F.van den Ban, Ir. P. Kluyver, Drs. J. A. Launspach, Ir. F.Ottevangers, Dr. S. O. van Poelje en Ir. W. Wissing.Band TijdschriftVoor jaargang 1955 van het Tijdschrift kan door de druk-kerij een geheel linnen band beschikbaar gesteld worden tegende prijs van / 4,95 (verzendkosten inbegrepen).Indien men een band wenst, waarin ook jaargang 1955 van,,De Woningbouwvereniging" meegebonden kan worden,bedraagt de prijs eveneens f 4,95.Bestellingen van een band voor het Tijdschrift of voor hetTijdschrift met De Woningbouwvereniging dienen recht-streeks te worden ingezonden, door middel van de bij ditnummer ingesloten briefkaart, bij de N.V. Maatschappij totExploitatie van het Limburgsch Dagblad te Heerlen. De toe-zending van de banden geschiedt na ontvangst van de kostenop girorekening no 35100 van de N.V. Maatschappij totExploitatie van het Limburgsch Dagblad, Nobelstraat 21,Heerlen. Nabestelling is maar in zeer beperkte mate mogelijk.ContributieregelingDe leden, die hun contributie voor 1956 reeds willen over-maken voor het ontvangen van een verzoek om toezending.wijzen wij op de nieuwe regeling, ingegaan op 1 januari 1956,welke is opgenomen in het november-nummer 1955 van hetTijdschrift.Rijksdienst voor het Nationale PlanVerlenging werkingsduur voorlopige regeling Natio-nale Plan en streekplannenBij de Wet van 15 december 1955 (Staatsblad no. 549),werd de eindtermijn van deze wet verlengd tot 1 januari 1958.Benoeming lid Plancommissie ZuidwestBij Ministerieel Besluit van 6 december 1955, no. 73, heeft deNauonare'pian fillister Van Wederopbouw en Volkshuisvesting de HeerArtikeiei, Ir. J. W. dc Vrics, Hoofdingenieur-Directeur van de Rijks-waterstaat benoemd tot lid van de Plancommissie Zuidwest.Besluit van de Minister van Wederopbouw en Volks-huisvestingOp grond van artikel 29, derde lid, van de Wet van 29 Sep-tember 1950, houdende voorlopige regeling inzake het Natio-nale Plan en streekplannen, heeft de Minister van Wederop-bouw en Volkshuisvesting het volgende bezwaar gemaakt:d.d. 13 december 1955, no. 67, betreffende het storten vanbaggerspecie op enkele percelen in de gemeente Wanneper-veen. Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met hetin voorbereiding zijnde ontwerp voor een nationaal plan.Volkshuisvesting in de Mijnstreekdoor Mr. P. M. M. C. PalmenI. Bevolkingsgroei en uitbreiding woningvoorraadBevolkingsgroeiTot omstreeks het begin van deze eeuw was de Mijnstreeknog een zuiver agrarische landstreek.Weiden en akkers bepaalden het beeld van het golvende land-schap, dat slechts werd onderbroken door verspreid gelegengehuchten en dorpen. Een drietal gemeenten onderscheiddezich van de overige door een wat groter -- zij het nietteminbescheiden -- inwonertal: Kerkrade, Heerlen en Sittard.Kerkrade telde op 31 december 1900 9.619 inwoners, Heerlen6.646 en Sittard 6.712. De laatstgenoemde gemeente was deenige, welke tot op zekere hoogte een stedelijk karakter ver-toonde.Slechts in Kerkrade werden reeds in vroegere tijden kolengedolven. Tijdens de eeuwwisseling waren hier twee mijnbe-drijven in exploitatie, nl. de Domaniale en de Neu Prick,waarvan de laatstgenoemde in 1904 wegens uitputting werdstilgelegd.In 1899 komt dan als eerste van de nieuwe mijnondernemin-gen de Oranje-Nassau Mijn I te Heerlen in exploitatie envan dat tijdstip af neemt het grote groeiproces van de Mijn-streek een aanvang. Het aantal mijnarbeiders gaat van datmoment af met sprongen omhoog, zij het dat zich enige malen-- nl. tijdens de crisisperiode in het midden van de dertigerjaren en aan het einde van de jongste oorlog -- een tijdelijketerugval heeft voorgedaan.Men zie het volgende staatje, waarin het aantal arbeiders vande gezamenlijke Limburgse mijnen in verschillende jaren isweergegeven.1900 1.1491910 6.6641920 22.8741930 37.6451935 29.4051940 39.9651945 34.4081950 47.551Op 31 december 1954 bedroeg het aantal arbeiders in dienstvan de gezamenlijke mijnondernemingen 55.859. Hiervan wa-ren er 46.467 woonachtig in de Mijnstreek, t.w. 33.892 in deoostelijke Mijnstreek en 12.575 in de westelijke Mijnstreek.De overige 9.392 woonden sterk verspreid, nl. praktisch overde gehele provincie Limburg en voor een klein deel in Belgieen Duitsland.Afb, 1. Hoensbroek. Woningvereniging ,,Hoensbroek" (afdeling van ,,Ons Limburg"). Bouwjaar 1912. Arch. Jan StuytVoor wat het begrip Mijnstreek betreft, wordt in dit artikeluitgegaan van de indeling in economisch-geografische gebie-den, zoals deze door de Provinciale Planologische Dienst inLiraburg is vastgesteld. Het economisch-geografische gebiedMijnstreek is hierbij onderverdeeld in oostehjke en weste-lijke Mijnstreek.Tot de oostehjke Mijnstreek worden gerekend de gemeen-ten: Amstenrade, Bingelrade, Bocholtz, Brunssum, Eygelsho-ven, Heerlen, Hoensbroek, Hulsberg, Jabeek, Kerkrade, Khm-men, Merkelbeek, Nieuwenhagen, Nuth, Oirsbeek, Schaes-berg, Schinveld, Simpelveld, Ubach over Worms, Voerendaalen Wijnandsrade.De westehjke Mijnstreek wordtt gevormd door de gemeenten:Beek, Born, Elsloo, Geleen, Geulle, Grevenbicht, Limbricht,Munstergeleen, Nieuwstadt, Obbicht en Papenhoven, Roos-teren, Schimmert, Schinnen, Sittard, Spaubeek, Stein, Sus-teren, Ulestraten en Urmond.Teneinde een beeld te geven van de bizonder snelle groei,welke dit gebied heeft doorgemaakt, laat ik hieronder de cij-fers volgen van de bevolkingsgrootte van de Mijnstreek endaarnaast van de provincie Limburg en het Rijk op bepaaldedata. Deze cijfers geven telkens de bevolkingsgrootte weerop 31 december van het genoemde jaar.ArtilcelenOostelijke MijnstreekWestelijke MijnstreekTotale MijnstreekLimburgNederland1900 1910 1920 1930 1940 195040.274 58.700 113.252 168.151 178.286 211.47029.462 33.424 42.125 61.163 74.026 91.65869.736 92.124 155.377 229.314 252.312 303.128258.828 340.421 440.364 550.840 619.775 739.343.179.233 5.945.525 6.865.314 7.935.565 8.923.245 10.017.817Vooroor/o^se woningboiiwDe huisvesting van een in zo sterke mate en in zo snel tempotoegenomen bevolking moest uiteraard vele en grote proble-men opleveren. Aangaande de totale woningvoorraad in deMijnstreek in het begin dezer eeuw staan mij momenteel geengegevens ten dienste. Wei zijn bij de volkstelling van 1899gegevens hieromtrent verzameld, doch voorzover mij bekend.zijn deze niet voor de afzonderlijke gemeenten -- uitgezon-derd de grotere, nl. voor wat de provincie Limburg betreft:Maastricht en Venlo -- gepubliceerd.De gegevens voor de provincie Limburg in haar geheel zijnwel bekend, doch bij deze volkstelling werd het begrip ,,wo-ning" niet opgevat in technische zin, doch als de ,,voor woningbestemde vertrekken en andere bewoonde ruimten, waarovereen gezin of afzonderlijke personen beschikt". Uit deze ge-gevens blijkt dat in de provincie Limburg de aldus gedefiniecr-de ..woningen" gemiddeld meer vertrekken per gezin bevattendan in de andere provincies. Dit geeft een indicatie, dat ookhet aantal woningen naar de maatstaven van die tijd in ver-gelijking met de rest van het land niet ongunstig was.In de Mijnstreek bestond toentertijd geen structureel verschilmet de overige delen van de provincie, zodat m.i. mag wordenaangenomen dat het vorenstaande evenzeer voor de Mijn-streek gold.In schrille tegenstelling hiemede staat wel de beschrijvingvan de situatie enige tijd na de eeuwwisseling, die aangetrof-fen kan worden in de brochure ,,Bevolkingstoestanden in hetZuid-Limburgsch mijnrevier", welke in 1907 is verschenenvan de hand van Th. Vianen.Ik volsta hier met aanhaling van het volgende citaat: ,,man,vrouw, 2 jongens, 2 meisjes, geheel of ongeveer volwassenen 4 kostgangers. Voor al deze personen was er 1 bed;die niet in het bed sliepen, lagen op stroozakken op de vloerdoor elkander Herhaaldelijk komt het voor dat een huisAfb. 2. Voerendaal. Woningvereniging ,,Voerendaar' (afdeling van ..Ons Limburg"). Bouwjaar 1915. Arch. Jan Stuyt?flJJCn'n.w u-"?"' . \'J, V?'-^-"^'AiaFoto Voorlichtingsdienst der Ned. SteenkolenmijnenAfb. 3. Treebeek. Staatsmijnen in Limburg. Bouwjaar 1918. Arch. Ir. J.H. W. Lehmanmet 4 vertrekken, twee, zelfs drie families herbergt Nogerger: op vele plaatsen herbergt 1 huis met 4 vertrekken tweehuisgezinnen. leder huisgezin heeft dan 2 vertrekken. Endan houdt ieder van die beide families er nog een paarkostgangers op na."Inderdaad is de woningbouw in de Mijnstreek, met name inhet eerste decennium van deze eeuw, volstrekt ontoereikendgeweest om huisvesting te bieden aan de mijnarbeiders enAfb. 4. Brunssum. Stichting ,,Thuis Best". Bouwjaar 1926. Arch. A. J.N. BoostenFoto H. Leiifkenshun gezinnen, die van alle kanten -- en voor een belangrijkdeel uit het buitenland -- toestroomden.De in dit tijdvak gebouwde groepen arbeiderswoningen zijnvrijwel uitsluitend door de mijnondernemingen zelf tot standgebracht. In het bizonder is toen door de Oranje-NassauMijnen op vrij ruime schaal gebouwd.De eerste Woningwetwoningen in de Mijnstreek dateren van1909-1910 en zijn gebouwd door de Bouwvereniging ,,Heer-len".Ongeveer tezelfdertijd, nl. in 1910, keerde Mgr. Dr. H. A.Poels, die voordien hoogleraar was geweest in de Bijbelwe-tenschappen aan de Katholiekc Universiteit van Washington,naar Limburg terug. Het is deze grote figuur geweest, diesedertdien op het gebied van de volkshuisvesting -- zoals ookop vrijwel alle andere terreinen van het openbare leven -- in deMijnstreek de weg heeft gewezen. Van de toenmalige Bis-schop van Roermond, Mgr. Drehmanns, had hij opdracht ge-kregen een daadwerkelijke oplossing van de grote socialevraagstukken, welke de op gang gekoraen mijnindustrie mee-bracht, tot stand te helpen brengen. Aanstonds doorzag hijdat een behoorlijke huisvesting van de toestromende arbei-dersmassa's tot de meest dringende en gewichtige problemenmoest worden gerekend. Dr. Poels stelde zich op de hoogtevan de mogelijkheden, welke de in 1901 tot stand gekomenWoningwet bood, doch begreep tevens de ontoereikendheidvan plaatselijke woningverenigingen, indien deze zelfstandig --zonder ervaring en een behoorlijk daarop ingesteld apparaat-- de enorme problemen, welke van alle kanten opdoemden,tot een oplossing zouden moeten brengen. Reeds in 1911 werdop zijn initiatief en in nauwe samenwerking met Dr. Woltc-ring, de toenmalige inspecteur van de volksgezondheid, opge-richt de Vereniging ,,Ons Limburg", een op Rooms-Katholiekegrondslag staande centrale van woningverenigingen. Zoals inhet ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de NationaleWoningraad uitgegeven gedenkboek ,,Beter Wonen" terechtwordt opgemerkt, is bij deze vereniging sterker dan elderscentralisatie in het werk der aangesloten woningverenigingengebracht. Overigens beperkt de taak van het bureau van ,,OnsLimburg" zich tot de voorbereiding en uitvoering van beslui-ten, welke door de besturen van de afzonderlijke woningver-enigingen zelf worden genomen, zodat de zelfstandigheid de-zer verenigingen door de dienstverlening van ,,Ons Limburg"niet wordt aangetast. De dienstverlening vindt plaats zowelop het gebied van de nieuwbouw (voorbereiding van plannen,uitgifte daarvan en toezicht op uitvoering) als op dat van deexploitatie (administratie en financien, onderhoud, woning-inspectie).Als werkterrein heeft ,,Ons Limburg" ingevolge haar statuten,,het mijndistrict van Zuid-Limburg en die gemeenten, welkezich bij de Vereniging willen aansluiten". Ofschoon de Mijn-streek het arbeidsveld is, waar de werkzaamheden van ,,OnsLimburg" steeds het meest intensief zijn geweest, hebben debemoeienissen van deze instelling zich al spoedig over de ge-hele provincie Limburg -- en na de oorlog ook daarbuiten --uitgebreid.De voorspoedige ontwikkeling van het werk der woningver-enigingen in de Mijnstreek is ongetwijfeld de belangrijksteGorzaak geweest dat de mijnondernemingen zelf in het alge-meen zich verder slechts weinig rechtstreeks met de arbeiders-woningbouw hebben bezig gehouden. Een uitzondering moetevenwel worden gemaakt voor de periode 1918-1920. Aanhet einde van de vorige oorlog had het tekort aan woningeneen zodanige omvang aangenomen, dat met name de Staats-mijnen zich genoopt voelden een rechtstreekse bijdrage te le-veren voor de opheffing van dit tekort. Uit deze periodedateren de woninggroepen van de Staatsmijnen, gelegen tussende mijnzetels Emma en Hendrik (Treebeek, Haansberg,Schuttersveld), welke tezamen praktisch een aaneengeslotengeheel vormen. Tezelfdertijd echter stimuleerden de mijnon-dernemingen ook de verenigingsbouw, met name door voorbepaalde groepen garanties te verlenen tot gehele of gedeel-telijke dekking van de exploitatietekorten. Daartegenover aan-rUTILITEITSBOUWBURGERBOUWBETONWERKENWATERBOUWKUNDIGEEN HEIWERKENrr \AANNEMER/BEDRUFiIISVANWUNEN1 DORDRECHTKANTOOR: DORDRECHT, KROMHOUT 65-67. TEL 6941 (4 LIJNEN)Bijkantoor: Den Haag, Fr. Maelsonstraat 45, Tel, 553844^ycicatureaiJJ De Directie van de Wederopbouw en defj Volkshuisvesting in de provincie Gelderlandvraagt ter standplaats ArnhemEEN TECHNISCH AMBTENAARDe taak zal voornamelijk bestaan in het toetsen vanstedebouwkundige plannen aan de bestaande voor-schriften, het ter plaatse verkennen, en het makenvan een rapport over deze plannen. Vereist: Dipl.m.t.s.-bouwk. of gelijkw. Soil, onder motto Z/Aste7008971 (in linkerbovenhoek env. en brief) aan deCentrale Personeelsdienst, Bezuidenhoutseweg 15,den Haag.V ! >ddi.UJJtJJI:J.UJJTOTBy de dienst van Stadsontwikkeling en Wederopbouwkunnen worden geplaatsteen technisch ambtenaarVereist: diploma M.T.S., aid. bouwkunde of wegr- enwaterbouwkundeeen assistent-tekenaarVereist: behooriia'ke vooropleiding, waarbij wordtgedacht aan de opleiding stedebouwkundlg tekenaarP.B.N.A.Salarisgrenzen : technisch ambtenaar (4.530,- - f 6.330,-ass. tekenaar f 2.880,- -- f 4.770,-AanstelUng boven het minimum is mogeltjk.De regeling inzake vergoedlng van reis-, pension- enverhuiskosten is van toepassing.Soilicitaties te rlchten tot Burgenieester en Wethoudersen in te zenden aan het bureau Personeelvoorziening,karaer 331, raadhuis, binnen 14 dagen na deze oproep,onder No. 487.yGEMEENTE DEVENTERBurgemeester en wethouders van Deventer roepen sollici-tanten op voor de functie vanDIRECTEUR VAN DE DIENST VANOPENBARE WERKENTot 1 maart 1957 aanstelling in de rang van adjunct-directeur. De voorkeur gaat uit na;ar een civiel ingenieur.Voorgestelde maandwedde directeur: / 991,50 tot / 1.126,50(5 eenj. periodieke verhogingen).Voorgestelde maandwredde adjunct-directeur: / 884,-- tot/ 986,50 (5 eenj. per. verh.).Soilicitaties binnen een maand na verschijning van dit bladte zenden aan de burgemeester van de gemeente Deventer.Geen persoonlijk bezoek dan na oproeping.Een vacature ?De juiste man op de juiste plaatsdoor een advertentie in dittijdschrift!BLIJVEND TOCHTVRIJmaken wij ieder gebouw metstalen of houten ramen en deuren,met to jaar schrifteli/ke garantieop de levensduur en bljjvendedoe It reff end h eid van onzeonverslijtbareBRONZEN TOCHTWERING ,,RECORD METCON"Vraagt inlichtingen aan:TECHNISCH BUREAU MONACHIMOFFRechtboomssloot 47 - Amsterdam-C. - Telefoon 31705^Bij de Directie van de Wederopbouw en deVolkshuisvesting in de provincie Zuid-Hollandte den Haag wordt gevraagd eenTECHNISCH AMBTENAARvoor de behandeling van volkshuisvestings-aangelegenheden.Vereist: Dipl. M.T.S.-bouwkunde en enige juridisch-admini-stratieve kennis inzake aangelegenheden betreffende devolkshuisvesting en stedebouw.Taak: Leidinggevende werkzaamheden op het gebied vande volkshuisvesting c.a.Bezoldiging: / 527,-- tot / 747,-- per maand, afhankelijk vanleeftijd, opleiding en ervaring. Soilicitaties onder mottoZ/WVHa 897 (in linkerbovenhoek env. en brief) aan deCentrale Personeelsdienst, Bezuidenhoutseweg 15, den Haag.V Jmaiiaama GROHIHGENBij de dienst der stadsuitbreiding en volkshuisvesting isvacant de functie van:stedebouwkundige,chef van de stedebouwkundige afdelingDiploma bouwkundig ingenieur of gelijkwaardige opleidingc.q. ervaring gewenst. Aanstelling (afhankelijk van be-kwaamheid en ervaring) in de rang van hoofdingenieur ofhoofdarchitect (salarisgrenzen f. 9.486,- tot f. 12.096,-), danwel ingenieur le klasse of architect le klasse (salarisgren-zen f. 8.616,- tot f. 10.356,-).Voorts worden bij de stedebouwkundige afdeling van diedienst gevraagd:a. een bouwkundig ingenieur of architect voor stedebouw-kundlg werk enb. een sociaal geograaf of sociaal econoom voor planologi-sche studies.Salaris afhankelijk van leeftijd, bekwaamheid en ervaring;aanstelling in de rang van architect of ingenieur, salaris-grenzen f. 6.324, f. 8.964,- resp. van architect le klasse ofingenieur le klasse, salarisgrenzen f. 8.616,---f. 10.356,-.c. een stedebouwkundlg ontwerper in de rang van techn.ambtenaar le klasse dan wel techn. hoofdambtenaar, sa-larisgrenzen resp. f 6.324,- --f 7.458,- en f 6.648, f 8.268,-.Rang en salaris afhankelijk van leeftijd, bekwaamheid enervaring.Voor alle functies is aanstelling in vaste dienst mogeUjk;vergoeding van pensionkosten, verplaatsings- en reiskostenconform de rijksregeling.Uitv. soilicitaties binnen 14 dagen na verschijning van ditblad aan de directeur van voornoemde dienst, Ged. Zuider-diep 96 te Groningen.vaardden de woningverenigingen de verplichting de woningenvan een dergelijke groep c.q. een bepaald deel daarvan slechtsaan arbeiders van de betrokken mijnonderneming te verhuren.In totaal zijn aldus voor de oorlog voor een pl.m. 2.500-tal wo-ningen garantie-overeenkomsten tot stand gekomen.Omstreeks 1924 nam de bereidheid van de overheid cm zichfinancieel bij de Woningwetbouw te laten betrekken sterk af.In verband hiermede werd in 1925, eveneens op initiatief vanDr. Peels -- in dit geval in nauwe samenwerking met Mr. Dr.W. F. J. Frowein, directeur van de Staatsmijnen, -- opgerichtde Stichting ,,Thuis Best". Anders dan ,,Ons Limburg", datzelf geen woningvereniging is, doch een orgaan, dat ten be-hoeve van de bij haar aangesloten woningverenigingen dien-sten verleent, is de Stichting ,,Thuis Best" zelf een woning-corporatie. Zij heeft echter enige speciale kenmerken, waar-door zij zich van de gewone woningverenigingen onderscheidt.Vooreerst stelt zij zich praktisch uitsluitend ten doel de ver-betering van de volkshuisvesting van een bepaalde bevolkings-categoric, nl. het personeel in dienst van de Limburgse mijn-ondernemingen. Voornamelijk is hier gedacht aan mijnarbei-ders, maar op beperkte schaal houdt ,,Thuis Best" zich ookbezig met de huisvesting van mijnbeambtenpersoneel.Een tweede kenmerk, dat met het voorgaande samenhangt, isdat de mijnondernemingen financieel nauw bij ,,Thuis Best"betrokken zijn, in feite -- op de achtergrond ?-- de voor-naamste risicodragers zijn. Bij de gewone woningverenigingenzijn dit, zoals bekend: Rijk en gemeenten. Hiervoren werdreeds opgemerkt dat de oprichting van ,,Thuis Best" verbandhield met de verminderde bereidheid van de overheid cm zichfinancieel bij de Woningwetbouw te interesseren. De statutenvan ,,Thuis Best" sluiten uit dat de gemeenten financieel bij dewoningbouw van deze Stichting worden betrokken. Daaren-tegen is wel de mogelijkheid opengelaten van een deelnamevan het Rijk zowel in de financiering als in het exploitatie-risico. Het Rijk verleent dan zijn medewerking rechtstreeks,derhalve buiten de gemeentebesturen om.De woningbouw en exploitatie van ,,Thuis Best" geschiedt-- niettegenstaande er nauwe banden zijn met de mijnonder-nemingen -- buiten de directe bedrijfssfeer van deze onder-nemingen. In de praktijk is er een hechte band gegroeidtussen de Stichting ,,Thuis Best" en de Vereniging ,,OnsLimburg", welke in samenwerking op velerlei gebied tot uitingkomt.De particuliere bouw, voorzover betreft huurwoningen voorarbeiders, heeft in de Mijnstreek steeds een weinig belang-rijke rol gespeeld. Met name is de eigenbouwer, de exploitant,die uit winstoogmerk op grotere schaal woningen bouwt en/ofexploiteert, in dit gebied een vrijwel onbekende figuur ge-bleven.Naar verhouding komen er in de Mijnstreek meer eigenwoningen voor dan in de rest van het land. Van oudsherheeft er in de provincie Limburg een sterke voorkeur bestaanvoor het bezit van een eigen woning. Er zijn evenwel in ditopzicht belangrijke verschillen aan te wijzen tussen de ste-delijke en de meer landelijke gemeenten. Ook thans nog heeftin de landelijke gemeenten in de Mijnstreek de eigen woningeen aanzienlijk en in meerdere gevallen zelfs overwegend aan-deel in de totale vooroorlogse woningvoorraad. In de groteremijnstreekgemeenten heeft daarentegen het eigenwoning-bezitin belangrijke mate aan betekenis ingeboet. Een opvallendeuitzondering is echter de gemeente Kerkrade.Reeds voor de oorlog werd de financiering van het eigen-woning-bezit voor mijnarbeiders vergemakkelijkt. Zo werddoor het Algemeen Mijnwerkersfonds reeds in 1919 beslotengelden op hypotheek beschikbaar te stellen voor mijnwerkersonder gunstige voorwaarden, ten behoeve van de bouw ofaankoop van een eigen woning. Op 31 december 1949 haddendoor dit Fonds in totaal 1.808 geldverstrekkingen aan mijn-arbeiders plaats gevonden. Ook enige mijnondernemingen, o.a.Laura en Vereeniging, hebben reeds voor de oorlog het bezitvan een eigen woning onder hun werknemers gestimuleerd.Tijdens de oorlog hebben zich in de woningvoorraad van de"il*"^^^^BFoto H. LeufkensAfb. 5. Beek. Woningvereniging ,,Beek" (afdeling van ,,Ons Limburg").Bouwjaar 1929. Arch. Technische Dienst ,,Ons Limburg" (A. Knipschild)Mijnstreek geen belangrijke mutaties meer voorgedaan. Door-dat de woningbouw na de oorlog uiteraard ook in de Mijn-streek slechts geleidelijk op gang is gekomen, mogen de cijfersvan de Volkstelling van 1947 ook voor de toestand omstreeks1940 als representatief worden beschouwd. Ik laat thans volgende uitkomsten van deze telling voorzover betrekking hebbendop de woningvoorraad van de oostelijke en westelijke Mijn-streek afzonderlijk alsmede van de Mijnstreek in haar geheel.Ter vergelijking zijn tevens vermeld de overeenkomstige cijfersvan de provincie Limburg en Nederland.Afb. 6. Sittard. Stichting ,,Thuis Best". Bouwjaar 1947. Arch. Ir. J. KayserFoto H. LeufkensArtlkelenOvevzicht van de eigendomsverhoudingen der woningen volgens de Woningtelling 1947OostelijkeMijnstreekWestelijkeMijnstreekGeheleMijnstreekProvincieLimburg Nederlandaantal % aantal % aantal % aantal22.10015.9761.56031.0851.19954%30.7022.202.1743.191.670.07aantal294.488181.79064.795984.15926.9345.634%A. Woningen zander bedrijfBewoond door eigenaarsVan woningverenigingenGemeentewoningenNormale huurwoningenDienstwoningenLiefdadigheidswoningen6.6918.85255310.4002391525.01^3.092.0738.880.890.063.7202.0602713.794201237.0220.502.7037.762.000.0210.41110.91282414.1944401728.2929.652.2438.571.200.0518.9011.674.1663.181.730.3626.750 100 10.048 100 36.798 100 71.974 100 1.557.800 100B. Boerderijen e.d. en andere woningen met bedrijfBewoond door eigenaars 3.406 54.71Van woningverenigingen 160 2.57Gemeentewoningen 12 0.20Normale huurwoningen 2.554 41.03Dienstwoningen 93 1.49Liefdadigheidswoningen -- --3.40645231.16634172.860.960.4924.940.730.026.812205353.720127162.491.880.3234.131.170.0124.9744656411.644367566.561.240.1731.030.980.02279.3837.4922.205194.2068.66025756.761.520.4539.461.760.056.225 100 4,675 100 10.900 100 37.519 100 492.203 100C. Alle woningenBewoond door eigenaars 10.097 30.62 7.126 48.40 17.223 36.11 47.074 42.99 573.871 28.00Van woningverenigingen 9.012 27.33 2.105 14.30 11.117 23.31 16.441 15.01 189.282 9.24Gemeentewoningen 565 1.72 294 1.99 859 1.80 1.624 1.48 67.000 3.27Normale huurwoningen 12.954 39.28 4.960 33.69 17.914 37.56 42.729 39.02 1.178.365 57.48Dienstwoningen 332 1.00 235 1.60 567 1.19 1.566 1.44 35.594 1.73Liefdadigheidswoningen 15 0.05 3 0.02 18 0.03 59 0.06 5.891 0.2832.975 100 14.723 100 47.698 100 109.493 100 2.050.003 100Ter toelichting op deze cijfers moge nog het volgende wordenopgemerkt.Opvallend zijn de verschillen in de percentages voor de diversecategorieen van woningen in de oostelijke en in de westelijkeMijnstreek. Dit geldt o.a. voor de categorie woningen be-woond door de eigenaars. De westelijke Mijnstreek heeft hiereen aanmerkelijk hoger percentage dan de oostelijke. Het over-eenkomstige percentage voor de gehele Mijnstreek ligt lagerdan dat voor de provincie Limburg, hetgeen vrijwel uitsluitendveroorzaakt wordt door het feit, dat in de provinciale cijferseen veel grotere plaats wordt ingenomen door boerderijen entuinderswoningen alsmede door overige woningen met be-drijf. Over de gehele lijn blijkt duidelijk dat juist in de cate-gorie van bedrijfswoningen de meerderheid van de woningendoor de eigenaars wordt bewoond.Bizonder opvallend is verder de relatief zeer belangrijkeplaats, welke door de woningverenigingen in het bizonder inde oostelijke Mijnstreek wordt ingenomen. Het percentagebedraagt hier zelfs 27.33, terwijl dit voor geheel Nederland9.24 beloopt. Het percentage gemeentewoningen blijft in degehele Mijnstreek beneden het landelijk gemiddelde.Kenmerkend voor de verhoudingen in de Mijnstreek is ook hetlage percentage van normale huurwoningen, waarbij nog inaanmerking dient te worden genomen dat in het totaal voorde gehele Mijnstreek van 14.194 woningen zonder bedrijf vandeze categorie begrepen zijn de woningen, welke eigendomzijn van de mijnondernemingen zelf en door deze ondernemin-gen aan de personeelsleden zijn verhuurd. Alleen al voor watde arbeiderswoningen betreft, waren dit er 3.556 op 31 mei1947. Dit aantal is als volgt over de mijnondernemingen ver-deeld: Staatsmijnen 2.050, Oranje-Nassau Mijnen 1.156,Laura en Vereeniging 131, Willem Sophia 127, DomanialeMijn 92.Na-oorlogse woningbouwNa de oorlog is in de Mijnstreek een grote woningbouw-activiteit ontplooid.Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal gereed-gekomen woningen tot 1 januari 1955, verdeeld naar de diversecategorieen.Overzicht van na-oorlogse in de Mijnstreek gereedgekomen woningen per 1 januari 1955Woningwet-financieringPart. fin.regelingenHerbouwfin.ZonderRijkssteunTotaalOostelijke MijnstreekWestelijke Mijnstreek6 Totale Mijnstreek5.5902.1976.2054.288114279778011.9866.8447.787 10.493 393 157 18.830De Woningwetbouw neemt ook nu weer een belangrijkeplaats in. Deels zijn deze woningen gebouwd in opdracht vanwoningverenigingen, deels in opdracht van gemeenten: vandeze laatste zijn er vele na gereedkoming aan de woningver-enigingen in exploitatie gegeven. Van het totaal ad 7.787Woningwetwoningen zijn er 4.351 via de Technische Dienstvan ,,Ons Limburg" tot stand gekomen.In de met particuliere financieringsregelingen gebouwde wo-ningen zijn o.a. begrepen de woningen, die door mijnonder-nemingen ter verhuring aan hun personeelsleden zijn gebouwdalsook vrijwel alle na de oorlog door ,,Thuis Best" gebouwdewoningen. Van de eerste categorie, die in hoofdzaak in deeerste jaren na de oorlog door de Staatsmijnen zijn gebouwd,zijn alle arbeider.swoningen (in totaal 1.045 stuks) overge-dragen aan ,,Thuis Best". ,,Thuis Best" zelf heeft na de oor-log tot 1 januari 1955 4.703 woningen gebouwd, waarvan4.551 arbeiderswoningen; al deze woningen zijn eveneens viade Technische Dienst van ,,Ons Limburg" tot stand gekomen.De met particuliere financieringsregelingen gebouwde na-oorlogse woningen liggen dus voor een aanmerkelijk gedeeltefeitelijk in de sfeer van de woningverenigingen.De woningen van ,,Thuis Best" en ook een deel van de Wo-ningwetwoningen zijn tot stand gekomen met medewerkingvan de mijnondernemingen. In de laatste jaren zijn de mijn-ondernemingen er toe overgegaan op belangrijke schaal debouw van eigen woningen van hun personeelsleden te bevor-deren, niet alleen door financiele faciliteiten, maar ook doorvoorlichting en steun bij de voorbereiding en uitvoering vande bouw. Voor een belangrijk deel van deze woningen wordtde voorlichting en steun verschaft door de Technische Dienstvan ,,Ons Limburg".In totaal zijn tot 1 januari 1955 met behulp dezer regelingtot stand gekomen (praktisch al deze woningen zijn met be-hulp van de particuliere financieringsregelingen gebouwd):voor personeelsleden van; geheel gereed nog in aanbouwStaatsmijnen 880 200Oranje-Nassau Mijnen 385 33Laura en Vereeniging 198 15Domaniale Mijn Mij. 46 3Willem Sophia 15 61.524 257Er zijn in de laatste jaren enkele complexen woningen voorbelegging gebouwd door instellingen en particulieren, die dezezelf exploiteren. Ook thans is de omvang daarvan in het kadervan het geheel gering.II. Grootte, type en indeling van de woningenWoninggrootteVan oudsher wordt de volkswoningbouw in de Mijnstreekgekenmerkt door het feit dat de woningen in het algemeen--- in vergelijking met de rest van het land -- vrij ruim zijn.Deze ruimheid komt tot uitdrukking zowel in het aantal ver-trekken als ook in de grootte daarvan. Wat betreft het aantalvertrekken zijn de volgende cijfers illustratief, weike zijn ont-leend aan de Volkstelling van 1899.Limburg RijkPercentage eenkamerwoningen 7.9 28.3Percentage een- en tweekamerwoningen 29.7 59.0Gemiddeld aantal vertrekken per woning 3.8 2.8Zoals reeds onder I is vermeld, is er geen grond om aan tenemen dat de Mijnstreek zich in die tijd te dezen van derest van de provincie onderscheidde.Foto H. LeufkcnsAfb. 7. Brunssum. Stichting ,,Thuis Be.st". Bouwjaar 1950. Arch. A. ].N. BoostenOok is er reeds op gewezen dat het begrip woningen bij deVolkstelling van 1899 niet is opgevat in de technische zin.doch als de ,,voor woning bestemde vertrekken en anderebewoonde ruimten, waarover een gezin of afzonderlijk levendpersoon beschikt". Het beeld van de werkelijke huisvestings-situatie wordt hierdoor alleen nog maar gunstiger.Tenslotte verdient in dit verband nog vermelding dat decijfers van Limburg niet slechts in gunstige zin afwijken vandie van het Rijk in het algemeen, maar ook -- hetgeen uiter-aard meer zegt -- van die van iedere andere provincie afzon-derlijk.Ook na de overgang van de Mijnstreek van landbouwgebiednaar industriegebied is er in het algemeen vrij ruim gebouwd.Het sterkst geldt dit wel voor de eigen woning. Bij dezecategorie van woningen is het de bewoner zelf, die degrootte van zijn woning afstemt op zijn behoefte, al moethij daarbij rekening houden met veelal beperkte financielemogelijkheden. Het financiele probleem, verbonden aan destichting van een grote woning, werd vaak opgelost doordatde jeugdige arbeider, die zich een ruime woning bouwde(vaak veelal tussen 400 en 500 m'^) 3). aanvankelijk, totdatWoningwet 1902-1929. Gedenkboek bij het 12y2-jarig bestaan van hetNed. Instituut voor VoIkshui.sve.sting en Stedebouw, Pag. 188.ArtikelenFoto Studio BonkeAfb. 8. Heerlen. Stichting ,,Thuis Best". Bouwjaar 1951. Arch. Tech-nische Dienst ,,Ons Limburg" (J. A. M. Kurvers)zijn gezin was uitgegroeid, enige vertrekken verhuurde. Ooklater, wanneer het gezin wederom afnam, vond soms gedeel-telijke verhuring plaats. Deze methode -- welke in het nabijgelegen Duitsland op veel ruimere schaal ook thans nog voor-komt -- is bij ons voor de oorlog met name te Kerkrade veel-vuldig toegepast. Ook bij de na-oorlogse bouw van eigenwoningen is de tendenz aanwezig om ruimer te bouwen danelders in den lande gebruikelijk is.Onder de woningen, welke door de mijnondernemingen zelfvoor bun arbeiderspersoneel zijn gebouwd, zijn met name dewoningen, die in de periode dat de mijnindustrie nog inopkomst was, door de particuliere mijnondernemingengebouwd, naar thans geldende opvattingen bizonder ruim.Zo zijn zelfs tussen 1890 en 1900 door de Domaniale Mijnwoningen gebouwd tussen de 400 en 500 mS, waarin later-- na het aanbrengen van moderniseringen tijdens de eerstewereldoorlog -- beambten der onderneming zijn gehuisvest.Verder kenmerkt zich het goeddeels in een iets latere periodetot stand gekomen woningbezit van de Oranje-Nassau Mij-nen door veel ruime woningen. Het type van deze woningenis duidelijk gei'nspireerd door buitenlandse voorbeelden, metname uit Frankrijk. Dit is o.a. verklaarbaar, doordat in dezestreken in die tijd van een eigenlijk type arbeiderswoningnog niet kon worden gesproken.Het vooroorlogse woningbezit van de Staatsmijnen is voorAfb. 9. Heerlen. Stichting ,,Thuis Best". Bouwjaar 1951. Arch. TechnischeDienst ,,Ons Limburg" (J. A. M. Kurvers)Foto Studio BonKehet grootste deel tot stand gekomen tijdens en vlak na deeerste wereldoorlog. Deze woningen zijn in het algemeenkleiner en sluiten meer aan bij het in Nederland gebruikelijketype, dat in de tussenliggende jaren reeds via de Woningwet-bouw was geintroduceerd. Deze Staatsmijnwoningen onder-scheiden zich nog steeds door een aantrekkelijke groeperingen een ruime beplanting.De Woningwetwoningen in de Mijnstreek zijn uiteraard inhet algemeen kleiner dan de eigen woningen; toch valt ookbij deze categorie de grootte op, zodra men vergelijkt metde Woningwetbouw in de rest van het land. De eerste Wo-ningwetwoningen in de Mijnstreek, welke in de jaren 1909/1910 in Heerlen zijn gebouwd door de Bouwvereniging,,Heerlen", hebben een inhoud van ongcveer 350 m^. Hetgedenkboek De Woningwet 1920^1929 i), dat hiervan mel-ding maakt, gaat als volgt verder: ,,daarna werden in deMijnstreek nog steeds arbeiderswoningen gebouwd van 300tot 400 m3. Omstreeks 1916 was de grootte nog 300 m^,waarna de verkleining is voortgegaan, verder gelijke tredhoudend met de grootte van de andere Woningwetbouw inhet land". De Woningwetbouw in de Mijnstreek is inderdaadaan een uniformerende tendenz in dit opzicht van de lande-lijke Woningwetbouw niet geheel ontkomen. Hieraan moetechter worden toegevoegd dat wanneer in de Mijnstreek eenuitweg werd gevonden om ruimer te bouwen, hiervan telkensgebruik is gemaakt. Met de speciale positie van de Mijnstreekin dit opzicht is van overheidswege rekening gehouden. Zoheeft de Regering in 1925, toen het maximum van de bouw-kosten voor Woningwetwoningen werd vastgesteld op/ 2.400,-- per woning alles inbegrepen behalve de grond,het maximum voor de Mijnstreek gesteld op f 2.600,--. Debedoeling hiervan was o.m. de bouw van ruimere woningentoe te laten. Hoe zeer deze uitzonderingsbepaling, die doorde bekende voorvechter op het terrein van de volkshuisves-ting, Mr. Kruseman, is aangehaald als een voorbeeld van ,,hetgezonde beginsel der decentralisatie"^), waardering verdient,toch zijn de woningen, die onder vigueur daarvan in die jarenin de Mijnstreek zijn gebouwd, allerminst groot te noemen.Ook in de na-oorlogse periode zijn in het algemeen in deMijnstreek, of beter gezegd in Limburg, (want de Mijnstreekwijkt in dit opzicht niet belangrijk van de rest van Limburgaf) grotere Woningwetwoningen gebouwd dan in de restvan het land. Aangezien speciale gegevens over de Mijn-streek mij niet ten dienstc staan, moge ik hier een overzichtlaten volgen van de gemiddelde classificatie-oppervlakte inm2 van de Woningwetwoningen, welke in diverse achtereen-volgende jaren zijn gebouwd in de provincie Limburg resp.het Rijk.WoningwetbouwGemiddelde classificatie-oppervlakte in m2EengezinshuizenWoningen in ^,j^ ^meerqezins-1 wonmqenhuizen ^oningwet-Prov.LimburgHet Prov.Rijk LimburgHet Prov. HetRijk Limburg Rijk1949 87.8 88.8 (a) 76.0 75.3 (a) 86.7 86.3 (a)1950 90.5 87.6 78.7 74.0 88.5 83.11951 87.7 85.0 79.1 70.6 86.7 78.71952 88.2 84.7 77.9 69.4 86.5 76.91953 90.0 84.0 82.0 72.0 88.0 78.0exclusief Amsterdam1) Uitgave van het Ned. Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw.2) Mr. J. Kruseman: De Woningwet, herdenkingsrede bij het 12V2-jarigbestaan van het Ned. Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw.Pag. 12/13.kVJ^t\.^"tVi^^^ \ In ieder. and.,, maatleverbaar.In houi, staal of aluminiui.,FRITS BODE;, BREDAELLEN tochtstripBazeldijk 11 MEERKERK Telefoon 01837-350ned. octrooinaam wettig gedep.vastgestelde verkoopprijs f 1.05 p. m.levering via de ijzerhandelleverbare lengten van 1 m. t/m 2^/2 m.goedgekeurd door de ned. ver. v. huisvrouwen '^IjJind. en handelsondern. ELTON wassenaar telefoon k 1751 - 3077Vorenstaande cijfers zijn ontleend aan de jaarverslagen vande Centrale Directie van de Wederopbouw en Volkshuis-vesting. Voor zover in genoemde verslagen slechts meldingwerd gemaakt van de gemiddelde classificatie-oppervlakteuitsluitend voor eengezinshuizen en woningen in meergezins-huizen afzonderlijk, heb ik aan de hand van de verhoudingvan de aantallen eengezinshuizen en woningen in meerge-zinshuizen, zoals deze uit bedoelde verslagen blijken, de clas-sificatie-oppervlakte in m^ voor alle Woningwetwoningen ge-zamcnlijk zelf berekend. Hetzelfde geldt voor het hierondervolgende overzicht van het gemiddeld aantal vertrekken inWoningwetwoningen in dezelfde periode.WoningwetbouwGemiddeld aantal vertrekken.ArtikelenEengezinshuizenWoningen in ^j,^ Woningwet-meergezins-huizenwonmgenProv. Het Prov. Het Prov. HetLimburg Rijk Limburg Rijk Limburg5.31Rijk1949 5.4 5.4 (a) 4.4 4.47 (a) 5.23 (a)1950 5.4 5.34 4.9 4.52 5.32 5.071951 5.3 5.26 5.0 4.38 5.27 4.871952 5.6 5.3 4.7 4.34 5.45 4.811953 5.6 5.3 4.8 4.5 5.4 4.9(a) exclusief AmsterdamAls wij beide vorenstaande overzichten nader bezien, valtvooral op dat, terwijl de landelijke cijfers sedert 1949 ge-leidelijk zijn teruggelopen, de cijfers van Limburg vrijwelstabiel en zelfs licht verbeterd zijn. Aangezien de landelijkecijfers mede zijn beinvloed door de Woningwetbouw in degrote steden, waar in het algemeen klein wordt gebouwd, ishet van belang de Limburgse cijfers tevens te vergelijken metdie van de afzonderlijke provincies.Hierbij blijkt dat in de jaren 1951, 1952 en 1953 Limburghogere cijfers vertoont dan alle andere provincies, zowel watoppervlaicte als aantal vertrekken aangaat. Alleen in Drentezijn in 1951 uitsluitend eengezinshuizen gebouwd met eengrotere gemiddelde oppervlakte dan in Limburg. In de daaropvolgende jaren ligt Drente echter aanmerkelijk lager dan hetLimburgse gemiddelde. Noord-Brabant vertoont in het alge-meen hogere gemiddelden dan de andere provincies, dochblijft toch onder die voor Limburg.Door Ir. Kluiters werd er nog kortelings op gewezen datde gezinssterkte in Brabant hoger ligt dan in Limburg, dochdat de woning in het algemeen kleiner is. i) Terecht kon danook door deze schrijver de conclusie worden getrokken datde grotere woning niet alleen het gevolg is van hoge gezins-sterkte. Hier is een complex van oorzaken aanwczig, waar-van m.i. de volgende de voornaamste zijn:1. De gemiddelde gezinsgrootte. Weliswaar was deze tentijde van de Volkstelling 1947 in de Mijnstreek iets lager danin Limburg in het algemeen, zij is niettemin aanzienlijk. 2)2. De van oudsher in deze streek gebruikelijke ruime wo-ningtypen.3. De invloeden van de nabij gelegen landen Belgie enDuitsland, waar in het algemeen ruimer werd en voor eendeel nog wordt gebouwd. In het bizonder is in dit verbandte denken aan de naburige buitenlandse mijndistricten.4. Het van oudsher in Limburg bestaande gebruik van meu-Ir. Ch. Kluiters: ,,De bouwactiviteit in Limburg na de oorlog". Volks-huisvesting (Maandblad van het Kath. Instituut voor Volkshuisvesting.mei 1954).Omtrent de oorzaken dat de gezinsgrootte in de Mijnstreek lager ligtdan in Limburg in het algemeen, zie P. Drs. Remigius Dieteren O.F.M.:,,40 Jaren arbeiderswoningen in Limburg". ,,Ons Limburg" 1911-1951,Heerlen 1951, pag. 31.Foto Studio BonkcAfb. 10. Heerlen. Stichting ,,Thuis Best". Bouwjaar 1951. Arch. Tech-nische Dienst ,,Ons Limburg" (J. A. M. Kurvers)bels van ruime afmetingen. Ook in dit opzicht is wellichtinvloed van het naburige Duitsland uitgegaan.5. De behoefte aan rustige slaapgelegenheid ook overdag,speciaal voor de mijnarbeiders, op grond van het feit dat demijn een continubedrijf is. Mogelijk brengt de speciale ge-aardheid van de mijnwerkersbevolking ook in ander opzichtconsequenties mede van grootte en type van de woning. Opdit punt zal ik bij de bespreking van het woningtype naderterugkomen.6. TTenslotte speelt mogelijk ook de geaardheid van de Lim-burgse bevolking ^ wellicht samenhangend met de geogra-fische gesteldheid van het gebied -- in deze een rol.WoningtypeVoor het woningtype in de Mijnstreek is kenmerkend desterk overwegende plaats, welke het eengezinshuis inneemt.Voor de oorlog was het meergezinshuis in de Mijnstreek prak-tisch zo goed als onbekend, indien wij althans afzien van detijdelijke verhuring van een deel der eigen woning, zoalsdeze met name in de gemeente Kerkrade voorkwam. De voor-oorlogse Woningwetwoningen in de Mijnstreek zijn zonderuitzondering eengezinshuizen. Na de oorlog is ook in deWoningwetbouw het meergezinshuis toegepast, vooral in en-kele grotere gemeenten, zoals Heerlen, Kerkrade en Geleen,Afb. 11. Heerlen. Woningvereniging ,,De Volkswoning" (afdeling van,,Ons Limburg"). Bouwjaar 1954. Arch. Technische Dienst ,,Ons Limburg"(J. A. M. Kurvers)Foto Studio BonkescdAKc Qaom> ViiBDiePWiiAfb. 12. Woningindeling Brunssum. Woningvereniging ,,Brunssum" (afdeling van ,,Ons Limburg"). Bouwjaar 1917doch ook in enige kleinere gemeenten (Nieuwenhagen enEygelshoven). In het algemeen liggen aan deze bouwwijzeoverwegingen van stedebouwkundige aard en in bepaaldegevallen ook motieven van grondschaarste ten grondslag. Debevolking van de Mijnstreek staat ten opzichte van het meer-gezinshuis vrij onwennig. De traditie en de geaardheid vande bevolking spelen hierbij wellicht een rol.De vraag rijst voorts of de mijnwerkersbevolking als zodanigspeciale karaktertrekken en behoeften heeft, welke in ditopzicht van invloed zijn. In Duitsland is onder leiding vande Sozial Forschungsstelle van de Universiteit van Munstereen zeer uitgebreid en diepgaand onderzoek ingesteld naarde woonbehoeften, zoals deze in het bizonder bij de mijn-werkersbevolking leven. De resultaten van dit onderzoekzijn neergelegd in een rapport ,,Die Wohnwiinsche der Berg-arbeiter".!) Als algemene tendenz is hierbij naar voren ge-komen: een voorkeur voor een uitgesproken landelijke woon-stijl bij de Duitse mijnwerkersbevolking, hetgeen te meer op-valt doordat bij dit onderzoek niet slechts de mijnwerkersbe-1) ,,Die Wohnwunsche der Bergarbeiter", bearbeitet von Elisabeth Pfeil1954, Tubingen.Afb. 13. Woningindeling Brunssum. Stichting ,,ThuisBest". Bouwjaar 1926. Arch. A. ]. N. Boosten10volking in landelijke streken doch evenzeer in grote stedenals Bochum en Essen is betrokken. Nadien is een meer alge-meen onderzoek naar de woonwensen van de Duitse bevol-king ingesteld, i) dat duidelijk in het licht stelt, hoe sterkde wens naar een dergelijke woonstijl bij de Duitse bevolkingin het algemeen leeft. Weliswaar komt dit in de feitelijkehuisvesting van de mijnwerkersbevolking in de praktijk meertot uitdrukking, doch de vraag kan worden gesteld in hoe-verre dit samenhangt met de typische geaardheid van demijnwerkersbevolking, dan wel met het feit dat het meer ge-spreide wonen van deze bevolkingscategorie ten gevolge vande uiteraard grotere spreiding in de ligging van de mijnzetelsdan van andere industrieen, het eer mogelijk maakt te-gemoet te komen aan woonwensen, die wellicht evenzeer inandere bevolkingsgroepen leven, maar voor deze moeilijkerbevredigd kunnen worden.Overigens zijn aan de voorkeur voor de eigen woning inDuitsland bepaalde aspecten verbonden, welke in onze Mijn-streek in veel mindere mate naar voren komen en zelfs detendenz hebben goeddeels te verdwijnen. Met name is inDuitsland het begrip eengezinshuis vrij sterk verbondenmet de gedachte van de zgn. ,,Eigenwirtschaft". Ook te onzentkwam het in het verleden vrij veelvuldig voor dat een mijn-werker een of zelfs meerdere varkens hield en is dit ver-schijnsel in de jaren van voedselschaarste tijdens en vlak nade oorlog weer wat opgeleefd, doch het houden van varkenskan zeker niet meer tot de karakteristieke woonbehoeften vanonze mijnwerkersbevolking worden gerekend. Wel is hethouden van kippen, konijnen, duiven enz. hier sterk verbreid.Ook het zgn. inmaken van levensmiddelen komt vrij veel-vuldig voor. Maar het bedrijven van een vrijwel volledige,,Eigenwirtschaft", zoals men dit in Duitsland kent (het zelftelen van aardappelen, groenten, het houden van slachtveeenz.) is, voorzover het bij ons heeft gegolden, er thanspraktisch vrijwel uit, al is er nog een tamelijk groot aantalmijnarbeiders, dat zelf gedeeltelijk in enige van deze behoef-ten voorziet.Terwijl in Duitsland het zgn. eengezinsrijenhuis vrijwel al-gemeen door de mijnwerkersbevolking onaanvaardbaar wordtgeacht, speelt deze bouwwijze in onze Mijnstreek juist eenzeer belangrijke rol. Deze rol zou wellicht nog belangrijkergeweest zijn, indien niet het gevaar van mijnschade in be-paalde gevallen tot beperking van de lengte van de bouw-blokken noopte. Men kan zich afvragen of de woonzeden inonze Mijnstreek niet in sterke mate zijn beinvloed door deNederlandse Woningwetbouw in het algemeen. Ik voor mijgeloof dat dit het geval is. Bij de installatie van de commissieuniforme bebouwing heeft Minister Witte terecht er op ge-wezen dat evenals in Nederland in meerdere andere landeneen uniformiteit vooral in de woningbouw te constateren isen tevens dat deze uniformiteit een andere is dan de onze.Het is bij de landsgrens dat de ene uniformiteit voor deandere plaats maakt. In een gebied, dat zoals de Mijnstreekzeer dicht ligt nabij het buitenland (Duitsland en Belgie) enwaarvan de levensstijl in veel opzichten daarmede overeen-komsten vertoont, valt dit ontbreken van overeenkomst inde woningbouw des te meer op.WoningindelingOm een meer volledige indruk van de huisvestingssituatiein de Mijnstreek te verkrijgen, is het nodig zich op de hoogtete stellen van het inwendige van de woningen.In het algemeen is er met betrekking tot de indeling vanWoningwetwoningen grote verscheidenheid waar te ne-men, al zijn wel bepaalde grondvormen aan te wijzen. Devoornaamste grondvormen zullen hier in het kort wordennagegaan.De meeste vooroorlogse Woningwetwoningen in de Mijn-') Wohnsituation und Wohnwiinsche im Bundesgebiet, uitgegeven door:Deutscher Volksheimstattenwerk. Koln, 1955.streek zijn van het zgn. woonkeukentype. In deze woningentreft men beneden een grote woonkamer-keuken aan, in be-paalde gevallen komt daarnaast tevens een kleine bijkeukenvoor. Veelal is in deze woningen behalve een grote woon-keuken beneden nog een kleine voorkamer. In diverse plan-nen is er van uitgegaan dat deze voorkamer de bestemmingzou krijgen van slaapkamer. Alhoewel het voor de oorlog eenvaste regel was dat een woning minimaal drie slaapkamersmoest tellen, komt men dan ook in deze woningen somtijdsop de verdieping slechts twee slaapkamers tegen. Vroegerwas het in Limburg geenszins abnormaal dat de ouders be-neden de slaapkamer hadden en dat zij de kinderen bovenlieten slapen. Van deze gewoonte is echter thans weinig over-gebleven. In woningen, waar de zgn. derde slaapkamer be-neden is, zien wij dan ook vaak dat deze niet als zodaniggebruikt wordt; woonruimte is er dan in overvloedige mateaanwezig, doch daartegenover is er een tekort aan slaap-ruimte.Ook in een ander opzicht voldoet het oude woonkeukentypesoms niet meer aan de huidige wooneisen. De bewonershechten er thans in het algemeen aan om te beschikken overalthans een behoorlijke ruimte, die van meer representabeleaard is, zodat zij daar ook bezoekers e.d. kunnen ontvangen.Het oude woonkeukentype bevat in het algemeen zulk eenruimte niet; ook al is de hiervoren beschreven kleine voor-kamer aanwezig, dan is deze vooral door de beperkte af-metingen weinig geschikt als woonvertrek. Betrekkelijk kortvoor het uitbreken van de oorlog is er door enige woning-verenigingen reeds een begin mee gemaakt om in dergelijkewoningen een keuken bij te bouwen, waardoor het mogelijkwas aan de voormalige woonkeuken het karakter van eennormale woonkamer te verlenen, Toen het als gevolg vande oorlogsomstandigheden voor de woningverenigingen on-mogelijk werd hiermede verder te gaan, hebben vrij veelbewoners zelf -- zij het niet altijd op ideale wijze -- eendergelijke oplossing tot stand gebracht.De meeste vooroorlogse woningen, welke niet van het woon-keukentype zijn, zijn ongeveer als volgt ingedeeld: benedenis er een grote woonkamer en daarnaast een keuken. Ook indeze woningen treft men veelal een tweede benedenvertrekaan, dat al dan niet volgens het aanvankelijke plan als slaap-kamer is bedoeld. Op de verdieping zijn er meestal drie slaap-kamers; ook hier komt het voor dat er slechts twee zijn,wanneer beneden een zgn. derde slaapkamer aanwezig is.Artibclenam HgiJJpS ~-J-tAfb. 14. Woningindeling Heerlen. Stichting ,,ThuisBest". Bouwjaar 1953Woningindeling Kerkrade. Gemeente. Bouwjaar 1954Woningindeling Sittard. Gemeente. Bouwjaar 1953Arch. Technische Dienst ,,Ons Limburg" (J. A. M.Kurvers)in een deel van de vooroorlogse woningen (vooral de grote-gezinswoningen) wordt een zolder aangetroffen. Somtijds isdeze zodanig ingericht, dat hier desgewenst ^-- op vrij een-voudige wijze -- extra slaapruimte kan worden verkregen.Voorts beschikken verreweg de meeste woningen over eenkelder alsmede over een bergplaats of schuur. In de Mijn-streek bestaat een grote behoefte aan bergruimte; de mijn-w^erkers krijgen van de mijnondernemingen zgn. deputaatko-len, welke in het algemeen in grote hoeveelheden tegelijkworden afgeleverd, tevens kunnen zij in bepaalde gevallenafgekeurd mijnhout krijgen, dat door hen kleingemaakt en alsbrandhout gebezigd wordt. Voorts bestaat vrij algemeen degewoonte de was aan huis te doen, waardoor ruimte voor dewasmachine nodig is. Ook bestaat er grote behoefte aanruimte voor hobby's of althans aan bergruimte voor daartoebenodigd materiaal. De bergruimte, zoals deze bij de stichtingAfb. 15. Woningindeling Stein. Gemeente. Bouwjaar1955Woningindeling Ubach over Worms. Gemeente.Bouwjaar 1954Arch. Techni.sche Dien.st ,,Ons Limburg" (J. A. M.Kurvers)U JWM^SSSSwCBC LJ.. _i LH LLAfb. 16. Woningindeling Heerlen-PassartW^oningindeling Heerlen-BemdergewandWoningvereniging ,,De Volkswoning" (afdeling van,,Ons Limburg"). Bouwjaar 1955. Arch. TechnischeDienst ,,Ons Limburg" (J. A. M. Kurvers)11Kroli'i^k'" ^^^ ^^ woningen is tot stand gebracht, is veelal in de praktijkdan ook volstrekt onvoldoende gebleken, te meer daar ookkippen, konijnen, duiven enz. worden gehouden. Dit allesheeft aanleiding gegeven tot een groot aantal bijbouwsels,welke door de bewoners zelf zijn gemaakt. Door de woning-verenigingen is er in het algemeen met zorg naar gestreefddit proces zoveel mogelijk in ordelijke banen te leiden. Tij-dens de oorlogsjaren werd uiteraard in dit opzicht wat meerdoor de vingers gezien, van welke gelegenheid door sommigebewoners gebruik is gemaakt om minder gelukkige bouwselste plaatsen. Een behoorlijk aanzien van de woninggroepenwordt uiteraard bevorderd, indien door de woningcorporatieszelf voor de nodige bergruimie wordt zorggedragen. Met hetbijbouwen, c.q. vergroten van bergruimten, was voor de oorlogdoor de woningverenigingen reeds een aanvang gemaakt.Ook de uitvoering van deze werkzaamheden is als gevolg vande tijdsomstandigheden opgeschort moeten worden. Thans is,zij het nog in beperkte mate, de uitvoering van verbeterings-werkzaamhcden in vooroorlogse woningen ter hand geno-men, o.a. bijbouwen van keuken in minder gelukkige woon-keukentypes, vergroting van bergruimten, aanbrengen vandoucheruimte.Thans moge ik nog in het kort de aandacht vragen voor dena-oorlogse woningtypen. Evenals ten aanzien van de voor-oorlogse woningen zal ik ook hier uiteraard schematisch tewerk moeten gaan. Terwijl de vooroorlogse woningen uit-sluitend eengezinshuizen waren, komen onder de na-oorlogse woningen zowel eengezinshuizen als woningen inraeergezinshuizen voor. Echter zijn de eengezinshuizen ruimin de meerderheid. De eengezinshuizen, welke in de eerstejaren na de oorlog gebouwd zijn, hebben in het algemeen eenwoonvertrek, dat zich uitstrekt over de gehele diepte van dewoning. Achter de gang bevindt zich naast het woonvertrekde keuken (werkkeuken). Soms is de keuken breed gebouwd(eetkeuken), de woonkamer heeft dan ter plaatse een ver-smalling. Aanvankelijk werd in het langwerpige woonvertrekeen zekere verdeling toegepast; met name door een boog. Inlatere plannen is in het algemeen de boog achterwege ge-bleven. -Daarnaast zijn in de latere jaren andere typen in zwang ge-komen. Aanvankelijk stond men na de oorlog in het algemeenhuiverig tegenover de bouw van het woonkeukentype, het-geen gelet op de neiging bij vele bewoners om de voor-oorlogse woonkeuken tot een normale woonkamer om tebouwen alleszins begrijpelijk was. Nadien is evenwel geble-ken dat met name in de meer landelijke gemeenten in deMijnstreek een woonkeuken bij de bewoners nog steeds ineen reele behoefte voorziet, mits daarnaast er tcvens eentweede woonvertrek is van behoorlijke afmetingen. Toch wor-den in de Mijnstreek niet meer op grote schaal woningenmet woonkeuken gebouwd. Daartegenover is wel op vrijruime schaal toegepast -- en bij de bewoners in het algemeenzeer gewaardeerd '-- een woningindeling, die in wezen zeerdicht staat bij het woonkeukentype, maar die tevens de moge-lijkheid in zich draagt voor aanpassing aan andere woon-zeden, indien dat later nodig mocht blijken. In Limburgnoemt men deze indeling het glaswand-type. In deze woningbevindt zich nl. een glaswand, welke in het algemeen ge-plaatst is evenwijdig aan de voor- en achtergevel van de wo-ning. Het langwerpige woonverblijf is hier als het ware ge-sphtst in twee gedeelten: een woonruimte aan de voorzijdevan de woning en aan de achterzijde achter de glaswandde eetruimte. Er is dan geen of slechts een zeer beperktescheiding tussen deze eetruimte en de keuken. In deze wo-ningen is het mogelijk later op vrij eenvoudige wijze de glas-wand te verplaatsen en deze aan te brengen evenwijdig aande zijgevels van de woning, in welk geval men verkrijgt eenlangwerpig woonvertrek over de gehele diepte en daar-naast een kleine keuken. Somtijds is in deze woningen deglaswand bij de bouw reeds op deze laatstc wijze aange-bracht. Bij de plaatsing wordt dan al rekening gehouden met12 de voorkeur van de eerste bewoner. In de laatste tijd wordenin de Mijnstreek ook Woningwetwoningen gebouwd, welkebeneden twee woonvertrekken bevatten, verbonden door eendeur met twee vleugels of een schuifdeur en daarnaast eenkeuken.De na-oorlogse eengezinshuizen hebben op de verdieping alletenminste drie slaapkamers. Voorts beschikken zij ""^ n^'creen ruimte bestemd voor douche of lavet. Deze laat i i'-nt.-kwam in de vooroorlogse woningen niet voor. .woninggroepen is deze ruimte op de benedenverdiegebracht, aansluitend bij de keuken. Zolders worelatere jaren in de Woningwetwoningen in het algemesporadisch gebouwd. Een kelder is praktisch steedzig. Tevens wordt in sterkere mate aandacht besteebergruimte, al is deze nog niet in alle gevallen toDe meest bevredigende oplossing hiervoor wordt vidaar waar het mogelijk is een sousterrain te bouweiDe woningen in meergezinshuizen bestaan in de Mvoor een belangrijk deel uit zgn. twee-op-een-woniibenedenwoning bevindt zich geheel op de beganBoven iedere benedenwoning bevinden zich tweewoningen, met dien verstande dat elke bovenwo:woongedeelte heeft op de eerste verdieping en de ?trekken op de tweede. Een voordeel van deze mdat iedere woning een eigen ingang heeft, welke
Reacties