Vol^H \ M BH kjjk l|j|l_ :^B.uL^K... ^^'.-JiE ?! ? * ?^Z '. * ? '^if^j,Absolute zekerheid krijgt U pas in 1958...De tijd zai onomstotelijk bewijzen of onzekwaliteitsprincipes bij de vervaardiging vanHASCO-LAC en HASCOLIN synthetischelaksystemen voor hout en metalen Inderdaadhet beoogde resultaat hebben. De zich se-deri Jaar en dag steeds herhalende bestel-lingen van veeleisende verfverbruikers spre-ken echler een duldelljke taal.Sohrauttor'a lakf^hrloken- SehoonhoviI ^1 II11 III! I I I l> -- I Iri HollandsSCHEWIL V V.heeft bewezen het betere materiaal te zijiivoor isolatie op ieder gebied.De SCHEWIL KANAALPLATEN zijn hetgrootste wonder van deze tijd.Denk er vooral aan op tijd te bestellen,om teleurstelling te voorkomen.Bouwplatenfabriek Wiliemse Delft N.V. - Etten N. Br.Tel. K 1608--572 - Prive 578 - 585. Kantoor, fabriek enopslagterrein: Oude Kerkstraat 17.Ot BILI (Uu.)jj,^ fEERHOUDENDE EN tEERVRUE0*KIIE0EKXIN6EN^^ ASPHAITERINGENjs^ ISOLERINSENj^ OAKBESCHOtrLATENJ3^ tSPHAlIVlOERENASPHALTDAKUlKiMscwcqiaV Frl.loor, K 30 2B292ELLEN toclitslripned. octroolnaam wett. gedsp.vastgestelde verkoopprijs f 1.10 p. m.levering via de ijzerhandelleverbare lengten van 1 m. t/m 2V2 nri.goedgekeurd door de ned. ver. v. hulsvrouwenInd.-en handelsondern. ELTON wassenaar leleloon 0 1751-3077ALPHAMUURVERVEN50 Jaarervaring ....en ervaring Is niet levervangenr-nALPHAIs onbeiwist de meest geschlktemuurverf voor binnenwerk enwordt zeer gunsilg beoordeeiddoor het verfinstituut T.N.O. teDelft.WasbaarOnverzeepbaarZuurbestendigVERFFABRIEK ALPHAv/h Gebr. Klaverwelden N.V. Aiphen a.d. RijnTeiefoon K 1720-2192MakelaarskantoorA.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Teiefoon 3509belast zich gaame metKOOP, VERKOOP, TAXATIES en BEHEERvan ONROERENDE GOEDERENHypotbeekbemid^eline en alle verzekeringenLinex-DakbeschotLinex voor wanden en plafondsAkoestische platenverouderen niet, zijn waterbestendig, afm.49,6 X 49,6 cm.N.V. Bouwmaterialenhandel v/h L. van Drunen en Zn.Buitendijk 6 -- 'S-HERTOGENBOSCH -- Teiefoon 6146Voor GLASN.V. DORDTSCHE GLASHANDELKuipershaven 28-39-30 DORDRECHT Teiefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALENIN verband met drukke werkzaamheden ishet de Nationale Woningraad helaas nietmogelijk de Woningbouwvereniging gelijk-tijdig met dit nummer te doen verschijnen.Toezending zal zo spoedig mogelijk sepa-raat geschieden.Tijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationalcWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van EUemeet, B. Merkelbach, Mej. Mr. H. J. D.Revers, Ir. L. S. P. Scheffer, Dr. Ir. F. Bakker Schut, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)december 195637e Jaargang -- No 12MaandbladOfficiele mededelingenNederlands InstituutLedenvergaderingVoor de vergadering te Groningen op 22 november 1.1. kun-nen wij verwijzen naar het bericht in het vorige nummer.De vergadering was ondanks de afstand van Groningen totde woonplaats van vele leden goed bezocht.De tekst van de inleidingen, die op de ochtendvergadering zijnuitgesproken, is als artikel in dit nummer opgenomen.In de middagvergadering heeft Z.E. de Minister van Volks-huisvesting en Bouwnijverheid een rede gehouden naar aan-ieiding van het tot stand komen van de 500.000ste woning.Ook de tekst van deze rede is in dit nummer afgedrukt.Na afloop van de vergadering hebben de deelnemers zich perautobus begeven naar het complex, waarvan deze woning deeluitmaakt, waar zij van de officiele ingebruikneming getuigezijn geweest en vervolgens hebben zij het complex bezichtigd.Daarna is een rondrit gemaakt door de nieuwe woonwijkenvan Groningen, eindigend op het Stadhuis, waar het ge-meentebestuur de deelnemers officieel heeft ontvangen.Deze dag heeft het dagelijks bestuur alle reden gegeven totvoldoening.Wij mogen hieraan een woord van dank toevoegen aan deMinister en aan zijn Departement voor de goede samenwer-king en aan het gemeentebestuur van Groningen en zijn amb-tenaren voor de wijze, waarop zij het bezoek aan hun stadhebben georganiseerd en de deelnemers hebben ontvangen.waterwild), maar geeft bovendien, van een planologische ge-zichtshoek uit, de mogelijkheden aan van een aaneensluitendnet van recreatieve watergebieden,Het rapport is geillustreerd met tal van foto's en bevat voortseen groot aantal overzichtskaarten, afbeeldingen en carto-grammen en een Engelse summary. De publikatie is tegen deprijs van f 9,50 verkrijgbaar bij bovengenoemde Staatsdruk-kerij.Jaarverslag over 1955Verder is verschenen het Jaarverslag over het jaar 1955 vande Rijksdienst voor het Nationale Plan. Zoals gebruikelijkis het verslag in twee delen gesplitst, t.w. een deel, dat hetwerk van de Rijksdienst zelf behandelt en een deel over deactiviteiten van de elf Provinciale Planologische Diensten.Het verslag is tegen de prijs van / 3,50 verkrijgbaar bij deStaatsdrukkerij,Besluit van de Minister van Volkshuisvesting enBouwnijverheidOp grond van artikel 29, derde lid, van de Wet van 28 Sep-tember 1950, houdende voorlopige regeling inzake het Na-tionale Plan en streekplannen heeft de Minister van Volks-huisvesting en Bouwnijverheid het volgende bezwaar gemaakt:d.d. 30 november 1956, no. 39, betreffende het uitbaggerenvan het Elfenmeertje en het graven van een weg onder degemeente Melick en Herkenbosch.Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het vastge-stelde streekplan Midden-Limburg ten oosten van de Maas.Rijksdienst voor het Nationale PlanPublikatiesRapport ,.Recreatie te water"Het rapport ,,Recreatie te water", waarover wij reeds in hetseptember-nummer 1956 berichtten, is thans als publikatie no.10 van de Rijksdienst voor het Nationale Plan bij het Staats-drukkerij- en Uitgeverijbedrijf te 's-Gravenhage in druk ver-schenen.Deze studie behandelt niet alleen de veelzijdige vormen, waar-in de recreatie te water genoten kan worden (zeilen, motor-varen, varen op toeristenboten, roeien, kanovaren en punteren,schaatssport, zwemmen en baden, hengelsport en jacht opDe 500.000ste woningRtde van de Minister van Volkshuisvesting en Bouwnijver-heid ter gelegenheid van het gereedkomen van de SOO.OOOstena de tweede wereldoorlog in Nederland gebouwde woning -22 november 1956Voor de derde maal sinds de bevrijding wordt thans aan hetgereedkomen van een bepaald aantal woningen in ons landop bizondere wijze aandacht geschonken.De eerste keer geschiedde dit bij de voltooiing van de 50.000stewoning op 24 februari 1949 te Tiel, de tweede keer bij het ge-reedkomen van de lOO.OOOste woning op 25 april 1950 teVenlo, Vandaag, 22 november 1956, wordt hier in Groningen 205Artlkelen206de 500.000ste na de tweede wereldoorlog gebouwde woning ingebruik genomen en wordt voor de derde maal een merktekengeplaatst, dat aangeeft hoever wij met de woningbouw na 1945zijn gevorderd.Bij alle verschil in omstandigheden, waaronder deze drie ge-beurtenissen plaats hadden, valt ten aanzien van een punttoch een treffende overeenkomst op te merken. Dat is dat inde publieke opinie zowel nu als bij de vorige gelegenhedenhet bereikte resultaat veel te mager wordt geacht!En, evenals toen, wordt ook thans de vraag gehoord, of hetbereikte produktiecijfer een prestatie inhoudt, waarover ge-juicht kan worden.Ik ben van mening dat op deze vraag, gesteld in deze vorm,niet geantwoord kan worden met een ondubbelzinnig ja ofeen categorisch neen. De vraag zelf gaat namelijk uit van eenonjuiste gedachtengang. Deze gedachtengang luidt ongeveerals volgt:er zijn 500,000 woningen gebouwd; om de behoefte aan wo-ningen geheel te dekken, hadden er ongeveer 750.000 gebouwdmoeten worden; dus er is veel te weinig gebouwd.Het eindoordeel over het thans bereikte resultaat meet naeen dergelijke redenering v/el zijn dat dit beneden de maatis gebleven. En het antwoord op de door mij aangehaaldevraag is dan dus: neen,Maar, zoals ik al stelde, is deze gedachtengang niet juist. Defout, die erin schuilt, is dat de waarde van de geleverde pres-tatie '-- in casu 500,000 woningen -- afgemeten wordt aande thans bestaande behoefte.Omdat de omvang van de woningbouw niet toereikend wasom deze behoefte te dekken, omdat er vandaag de dag nogeen groot woningtekort bestaat, wordt de prestatie, die metde bouw van een half miljoen woningen geleverd is, te lichtbevonden.Nu geloof ik dat we toch goed moeten onderscheiden en dusenkele zaken van elkaar moeten scheiden.Daartoe wil ik naast elkaar stellen:le. de taak, die ten aanzien van de woningvoorziening ver-richt moest worden;2e. de mogelijkheden, die ons voor het vervullen van dezetaak ten dienste stonden;3e. de mate waarin en de wijze waarop van deze mogelijkhe-den gebruik is gemaakt.Vooruitlopend op een nadere beschouwing van elk dezer driepunten, wil ik er allereerst op 'wijzen dat de resultaten vanonze activiteiten met betrekking tot de woningbouw alleenmaar getoetst kunnen en mogen worden aan de mogelijkheden,De vraag of deze resultaten bevredigend geacht kunnen wor-den of niet, kan slechts worden beantwoord door deze moge-lijkheden als uitgangspunt te nemen en door na te gaan of zijwel ten voile zijn benut.Het is duidelijk dat het oordeel over de verrichte prestatiesdan geheel anders kan uitvallen dan bij een vergelijking vanhet aantal woningen, dat gebouwd is, met het aantal, dat thansnodig is, voor het volledig dekken van de behoefte.Dit beter gefundeerde en daardoor meer verantwoorde oor-deel zal uiteraard een meer genuanceerd antwoord inhoudenop de vraag of bij het gereedkomen van de SOO.OOOste woningplaats is voor enige voldoening of slechts voor gevoelens vanteleurstelling.Om mogelijk misverstand te vermijden, leg ik er de nadrukop dat ik tot dusverre slechts heb gesproken en nog evenblijf spreken over de kwantitatieve zijde van de woningbouw.Ik zou nu iets nader willen ingaan op het eerste van de zojuistdoor mij genoemde drie punten: de taak, die ten aanzien vande woningvoorziening moest worden verricht.Er is in ons land veel gecijferd over de woningbouw. Er zijnberekeningen gemaakt, prognoses opgesteld, etc. In discussiesen polemieken heeft men elkaar met cijfers en getallen in ve-lerlei opsteliing bestreden.Huwelijkscijfers, sterftecijfers, cijfers over bevolkingsgroei engezinsgrootte, over woningbehoefte en woningtekort, zijn opvelerlei wijze gehanteerd en geinterpreteerd.Soms om aan te tonen aat het woningtekort blijft toenemen,vaak om te bewijzen dat het juist afneemt; nu eens om te ver-klaren dat wij nooit meer uit de woningnood zullen raken.dan weer om duidelijk te maken dat het leed over x jarengeleden zal zijn.Een ware dans der cijfers viel te aanschouwen. In deze cijfer-dans spelen -- als in elk ballet -- enkele figuren de hoofdrol.De prima ballerina is, om de vergelijking door te trekken,het cijfer, dat de woningbehoefte aangeeft. Als tegenspelerfungeert het cijfer van de woningproduktie.En, zoals aan het slot van het stuk soms de twee hoofdfigurenna een bewogen spel van toenadering en afstoten elkaar vin-den om op te gaan in een eenheid, zo zullen ook in de dans dercijfers de twee belangrijkste personages ten slotte samen opmoeten gaan. Nu gaat elke vergelijking maar tot zekere hoog-te op. Zo ook deze. Want terwijl in het door mij opgeroepenbeeld sprake is van een samenspel van partners, kunnen degenoemde twee grootheden vooralsnog niet met elkaar in over-eenstemming worden gebracht. Alhoewel de woningbehoeftede maatstaf is voor de woningproduktie, is deze laatste nietalleen van de eerste afhankelijk. Beider bewegingen wordennamelijk door totaal verschillende krachten aangedreven.Om het meer concreet te zeggen: de woningbehoefte wordtbepaald door de omvang, de saraenstelling en de woonwijzevan de bevolking, terwijl de woningproduktie, die uiteraardgericht moet zijn op de behoefte, voornamelijk afhankelijk isvan het aantal mensen, de hoeveelheid materialen en geld, datvoor de woningbouw beschikbaar is. De beschikbaarstellingvan deze middelen is binnen zekere grenzen te bei'nvloeden.De factor woningbehoefte is daarentegen een keihard gege-ven, waarop wij nauwelijks enige invloed vermogen uit te oefe-nen. Uit deze eenvoudige waarheid resulteert de al even een-voudige noodzaak om de woningproduktie aan te passen bijde woningbehoefte,Uiteraard is deze noodzaak van den beginne af onderkend enin de na-oorlogse jaren bij voortduring een aansporing geweesttot het opvoeren van de woningproduktie.Bij dit laatste gold en geldt nog als uitgangspunt dat bovenhet aantal woningen, dat met het oog op de bevolkingsaan-was en de noodzakelijke vervanging jaarlijks gebouwd moetworden, een zo groot mogelijk aantal woningen geproduceerdmoet worden, waarmede het bestaande tekort kan wordenverminderd.Ik ben mij ervan bewust dat ik hiermede niets nieuws vertelen dat ik herhaal, wat reeds vele malen ?-- en niet alleen doormij -- is verklaard, Niettemin meen ik dit alles nog eens naarvoren te moeten brengen. En in het bizonder vraag ik nogeens de aandacht voor de feitelijke oorzaak van de langzamevermindering van het woningtekort. Deze oorzaak is dat dewoningbehoefte in de achter ons liggende jaren in veel sterkermate is toegenomen, dan door -wie dan ook ken worden voor-zien, enerzijds door verhoogde levenskansen, andererzijds dooreen veel grotere huwelijksfreguentie.Het qevolg daarvan is geweest dat een aanzienlijk kleineraantal woningen beschikbaar kwam voor de vermindering vanhet woningtekort dan aanvankelijk op grond van een eens ver-antwoord geachte raming van de behoefte verwacht mochtworden. En dit, ondanks de opvoering van de woningproduk-tie tot een voor ons land voorheen ongekend peil.Hier dringt zich een andere vergelijking op, namelijk die methet verhaal van de trekhond en de voor zijn neus hangende,maar even snel als hijzelf voortbewegende worst.Misschien mogen we enige opbeuring putten uit de weten-schap dat de hond aan het eind van de rit zijn worst ook ge-kregen heeft!De onvermoede toeneming van de woningbehoefte alleen isnatuurlijk geen afdoende verklaring van het feit dat wij er,ruim elf jaar na de oorlog, nog niet in geslaagd zijn het wo-ningtekort sterker te verminderen dan in feite is geschied.Natuurlijk is dit feit mede een gevolg van de omstandigheiddat de woningproduktie in dat tijdvak nict groter is geweest.Thans kom ik dus aan de twee andere door mij genoemdepunten: de mogelijkheden voor de woningbouw en het gebruikvan deze mogelijkheden. Ik zal daaraan slechts oppervlakkigeaandacht kunnen besteden, omdat het uiteraard ondoenhjk20U zijn het verloop van de woningbouw sinds 1945 uitvoe-rig te releveren. Spreken over de na-oorlogse mogelijkhedenvoor de woningbouw is eigenlijk spreken over de moeilijk-heden en als het de eerste jaren betreft, over onmogelijkheden.Ik moge deze uitspraak adstrueren met enkele citaten uit dejaarverslagen van de Centrale Directie van de Wederopbouwen de Volkshuisvesting zoals dit onderdeel van mijn Departe-ment tot voor kort heette.Ik citeer uit het jaarverslag 1947:,,Weliswaar lag aan het begin van het verslagjaar de bevrij-ding reeds meer dan anderhalf jaar achter ons, doch dit wilniet zeggen dat onze gehavende economie zich reeds dermatehad hersteld, dat een opgaande lijn kon worden gezien. Weiwas in deze korte periode reeds veel belangrijk werk ten batevan het herstel geschied, maar de werkzaamheden werden aanalle kanten geremd en met name de woningproduktie kon nietin voldoende mate tot ontwikkeling komen.De economische positie van ons land maakte het onmogelijkbuitenlandse materialen naar behoefte te importcren.De beperkte hoeveelheid materialen, waarover de bouwnijver-heid in 1947 beschikte en ook thans nog (dus in 1948) be-schikt, moet zorgvuldig over de verschillende bouwbehoeftenworden verdeeld."Als andere remmende omstandigheid wordt in het verslag dannog genoemd het tekort aan geschoolde bouwvakarbeiders.Aan het einde van 1947 waren sinds de oorlog in totaal slechts11.225 nieuwe woningen gebouwd.Het jaarverslag 1948 begint met een opmerking over de uiterstmoeilijke tijdsomstandigheden.Ik citeer:,,Het getal van 36.391 nieuwe woningen werd niet verkregenzonder dat grote moeilijkheden moesten worden overwonnenen door overheid en bevolking grote offers moesten wordengebracht.Een grote moeilijkheid vormden in het verslagjaar de nogsteeds hoge bouwkosten. Als voornaamste oorzaak van de ge-stegen kosten moet naast de hoge materiaalprijzen wordengezien het tekort aan materialen, dat een goede organisatievan de werken belemmert Omtrent de materiaalvoorzie-ning waren de vooruitzichten in het verslagjaar intussen nogonzeker, omdat deze in hoge mate afhangt van de deviezen-positie van Nederland.Naast de materialenpositie geeft ook de arbeidsproduktiviteitreden tot bijzondere zorg."Het jaarverslag 1949 kan wijzen op een aantal van 42.791nieuwe woningen. Het jaarlijkse woningbouwcijfer is dus weergestegen.In dit verband verdient de volgende passage uit het verslagover 1949 bizondere aandacht. Ik citeer:,,Men mag rckenen met de mogelijkheid van een aanbouwgedurende een reeks van jaren van ongeveer 55.000 woningenper jaar, welke aanbouw in het licht van de beschikbare capa-citeit van het bouwbedrijf en de te verwachten bouw in deoverige sectoren vermoedelijk na enkele aanloopjaren kan wor-den bereikt."Nu dit aantal van 55.000 dit jaar voor de vijfde maal verrewordt overschreden, heeft het dunkt mij zin erop te wijzendat de verwachtingen, die men in 1949 ten aanzien van detoekomst meende te mogen koesteren, verre zijn overtroffen.Ik blijf nog even bij het jaarverslag en citeer:,,De woningvoorziening, die na de bevrijding aanvankelijk hetmeest door het tekort aan arbeidskrachten werd belemmerden naarmate de arbeidsvoorziening beter werd een materialen-probleem is geworden, begint thans wederom een ander aspectte krijgen. Nu ook de materialenvoorziening steeds gunstigeris geworden, gaan de financien de beslissende rol spelen."In 1950 komt de woningproduktie met een aantal van 47.300uit boven het jaargemiddelde van de periode 1930--1940.Het jaarverslag 1950 is in iets minder sombere toon gestelddan dat van vorige jaren, maar de klacht over de hoge bouw-kosten komt ook hierin weer voor. Piet einde van het wo-ningtekort wordt berekend op 1965. Daarbij werd uitgegaanvan een jaarlijkse aanbouw van 55.000 woningen en van be-rekende toeneming van de woningbehoefte, die, zoals bekend,achteraf onjuist bleek.Op grond van de toen ter beschikking staande gegevens werdhet behoeftecijfer gebaseerd op een gemiddelde toenemingvan het aantal woningvragende huishoudingen met 33.000.De cijfers over de loop van onze bevolking, die later beschik-baar kwamen, zouden ons wel anders leren!Ik citeer nog uit het jaarverslag 1950:,,dat enerzijds de moeilijkheden ten aanzien van de materialen-voorziening weer groter zijn geworden, doch dat anderzijdsook de financiele last aanmerkelijk is verzwaard."Het jaar 1951 -- aldus het verslag over dat jaar -- is voor devolkshuisvesting een jaar van grote moeilijkheden geweest.De gevolgen van de oorlog in Korea, aanzienlijke stijgingvan de bouwkosten, stijging van de rentevoet wegens kapitaal-schaarste, ziedaar enkele van de grote zorgen van dat jaar.De regering ging over tot een drastische verlaging van hetbouwprogramma, waarbij ook het volumen voor de woning-bouw werd teruggebracht.In december 1950 was met het oog op een gevreesde ontwrich-ting van de arbeidsmarkt al een goedkeuringsstop uitgevaar-digd, die enige maanden duurde, toen werd opgeheven endaarna weer een aantal maanden van kracht was.Tussen haakjes wil ik hierbij opmerken dat het verschil in deomstandigheden tussen toen en nu toch wel zeer duidelijk naarvoren springt uit het feit dat toen al vrees bestond voor ont-wrichting van de arbeidsmarkt bij een aantal van 52.500 inuitvoering zijnde woningen, terwijl we ons thans bij een aantalvan 90.000 nog geen grote zorgen maken.Inmiddels was dit zorgelijke jaar 1951 een topjaar wat hetaantal gereed gekomen woningen betreft; met 58.666 wonin-gen overtrof het de woningbouw in elk van de voorgaandejaren.Maar juist in dit topjaar moest, terwille van het streven naareen monetair evenwicht en investeringsbeperking, de woning-bouw een grote veer laten; het bouwprogramma 1952 voorzagin de bouw van slechts 40.000 woningen voor dat jaar. Ditwekte alom grote beroering: een vergadering van de Vereni-ging van Nederlandse Gemeenten, een demonstratief congresvan het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stede-bouw en de Nationale Woningraad, een motie Andriessen inde Tweede Kamer gaven blijk van de gevoelens van ongerust-heid en teleurstelling bij ons volk.Mede doordat de financieringsmoeilijkheden ten gevolge vande kapitaalschaarste door bizondere voorzieningen voor eengroot deel konden worden opgevangen, leed de woningbouwniet zo'n grote schade, als aanvankelijk werd gevreesd; in 1952kwamen toch nog 54.600 woningen gereed. In dat jaar wasook van de financiele belemmeringen, die de woningbouw zou-den kunnen bemoeilijken. geen sprake meer.Met een zekere opluchting wordt dan ook in het jaarverslagover 1952 opgemerkt dat de door het bouwplan 1952 gewekteonrust en alle beroering, die daaruit voortkwam, in een ver-wonderlijk korte tijd zo zeer door de feiten zijn achterhaald.dat men zich (in 1953 dus!) nog nauwelijks kan indenkendat zoveel beroering werd veroorzaakt.Maar het litteken van de strijd om de kapitaalvoorziening isArtikclca207Artikeleo in de curve van de jaarlijkse woningproduktie heel duidelijkte zien.De bouwstop en de daarop volgende limitering van het aantalwoningen, dat in uitvoering werd genomen, werkten uiteraardnog langc tijd na. In 1951 was met de bouw van slechts 43.000woningen begonnen. Weliswaar ken dit aantal in het volgendejaar tot 69,300 worden opgevoerd, maar het effect daarvanzou pas na geruime tijd zichtbaar worden.In 1953 kwamen 59.600 woningen gereed. In 1954 zelfs 9.000meer, nl. 68.500.In 1955 was er ten gevolge van de uitzonderlijk lange vorst-periode een terugval tot 61.000.Het gemiddeld aantal gereed gekomen woningen in deze driejaren bedraagt bijna 63.000 per jaar. Het jaargemiddelde vande daaraan voorafgaande drie jaren (1950, 1951 en 1952)was rond 53.500.Dit gunstige verschil van negen en een half duizend wonin-gen per jaar bewijst dat de woningproduktie aanzienlijk werdvergroot zodra de beperkingen, die haar omvang bepaalden,verminderden. Het bewijst tevens dat, zolang deze beperkin-gen zich nog deden gelden, een grotere produktie niet mo-gelijk was. Pas toen de obstakels materialenschaarste, gebrekaan geschoolde arbeiders, deviezengebrek en kapitaalschaarstewaren opgeheven, kon aan de woningbouw meer armslag wor-den gcgeven,De vreugde over de gunstige wending dcr dingen in 1952 enover het resultaat daarvan in 1953, toen bijna 60.000 wonin-gen gereed kwamen, klinkt door in de volgende opmerkelijkeuitlating in het jaarverslag 1953:,,Voor het grootste deel van het land kan dan ook niet andersworden gewenst, dan nog enkele van zulke jaren en de ophef-fing van het woningtekort zal aanmerkelijk naderbij zijn ge-men."Wij kunnen deze optimistische verwachting thans gemakkelijkals te optimistisch kenschetsen, Toch leek zij destijds deug-delijk gefundeerd. Was niet het streefcijfer voor de woning-bouw voor 1954 en volgende jaren op 65,000 gesteld? En ba-seerde men zich, wat de behoefte aangaat, niet op de oudeprognose?Inderdaad en dit cijfer werd niet alleen bereikt, maar zelfs metdrie en een half duizend overschreden! Wat de produktiebetreft, bleek er dus geen sprake te zijn van misplaatst opti-misme. Het feit, dat de 65,000 in 1955 wegens de zojuist ge-noemde reden niet gehaald werd, doet daaraan niets af,Aan het einde van het thans lopende iaar zal het getal 65,000opnieuw ruimschoots worden voorbijgestreefd, al zal dan hetcijfer 70,000 waarschijnlijk nog niet worden bereikt,Ik heb thans het verloop van de woningproduktie tot hedentoe in zeer grove trekken geschetst met aanduiding van enkelefactoren, die daarvoor van primordiaal belang waren. Eenuiterst belangrijke omstandigheid, die mede de omvang vande woningproduktie heeft begrensd, heb ik tot dusverre ver-waarloosd. De omstandigheid namelijk dat ook andere bouw-werken de aandacht vroegen en wel in zodanige mate, dat deoptimale woningproduktie hierdoor ongunstig werd bein-vloed,Ik geloof dat dit nog maar al te vaak vergeten wordt en datmen soms bij de beoordeling van de resultaten van de woning-bouw de ogen sluit voor de arbeid, die noodzakelijkerwijze inde bouwnijverheid buiten de sector van de woningbouw moestworden verricht.Ik ben dan ook van mening dat, gezien al hetgeen in ons landnaast de woningbouw moest worden gebouwd en gezien devele en zware materiele belemmeringcn, die bij het opvoerenvan de woningproduktie moesten worden opgeruimd, het pro-208 duktiecijfer, dat vandaag bereikt is, als een aanzienlijke pres-tatie van het bouwbedrijf in al zijn geledingen mag wordengezien.Een half miljoen woningen, tot stand gekomen in jaren, waar-in ons volk zich onder de moeilijkste omstandigheden op aller-lei gebied de grootste inspanningen heeft moeten getroostenom zich een nieuw bestaan op te bouwen, is een resultaat, datmet recht in het licht mag worden gesteld,Dit alles kan de zorgelijke gedachten, waarmede de woning-situatie ons vervult, niet verdrijven. Want het spook van dewoningnood waart nog rond in ons land. En de erkenningvan het feit, dat op het gebied van de woningvoorziening totdusverre veel is gedaan, kan de gevoelens van onbehagen enontevredenheid daarover niet wegnemen,Dit onbehagen is -- het klinkt tegenstrijdig -- toegenomen inde jaren, waarin de woningbouwcijfers het grootst waren.De verklaring voor deze ogenschijnlijke anomalie ligt beslotenin twee feiten.Het eerste feit is dat door het beschikbaar komen van nieuwedemografische gegevens in 1954 de voordien bestaande ra-mingen omtrent de vermeerdering van de woningbehoefteonhoudbaar bleken,Het tweede feit is dat ten gevolge van de gunstige economi-sche ontwikkeling de bouwbedrijvigheid zich zo zeer uitbreid-de, dat het gehele bouwapparaat volledig werd belast, Sindshet eind van 1953 vormen noch het geld noch de materialeneen belemmering om het bouwapparaat op voile capaciteit telaten werken. Toen hier en daar dit apparaat zelfs aanzienlijkoverbelast raakte, werd het duidelijk dat de optimale capaci-teit van het bouwbedrijf bereikt was en dat deze de totaalmogelijke produktie ging bepalen,Beide feiten wijzen weliswaar op een verheugende ontwikke-ling, het eerste ten aanzien van de levenskracht van ons volk,het tweede ten aanzien van de economische toestand, maar detaak ten aanzien van de woningvoorziening werd er aanzien-lijk door vcrzwaard.In het begin van mijn toespraak stelde ik al dat op de factorwoningbehoefte nauwelijks enige invloed is uit te oefenen endat zich dus de noodzaak opdringt de woningproduktie bijdeze behoefte aan te passen, Maar het is duidelijk dat deuiterste grens van de woningproduktie bepaald wordt doorhet totale vermogen van de bouwnijverheid of om precies tezijn, door dat gedeelte daarvan, dat voor de woningbouw kanworden ingezet.Onder deze omstandigheden zal de taak van de centrale over-heid met betrekking tot de woningvoorziening gericht moetenzijn op:het voorkomen van een al te zware overbelasting van hetbouwapparaat; het vrijmaken van een zo groot mogelijk deelvan de totale bouwcapaciteit ten behoeve van de woningbouwen last but not least het bevorderen van al hetgeen waardoorde bouwcapaciteit kan worden vergroot en de produktie kanworden verhoogd,Het beleid van de laatste jaren is bij voortduring gericht ge-weest op deze doeleinden. Het vond zijn uitdrukking in dereguleringspolitiek en in een gewijzigd goedkeurings- en sub-sidiebeleid voor de woningbouw,De reguleringspolitiek, welke aanvankelijk met enige voorzich-tigheid, later op meer drastische wijze werd gehanteerd, heeftten doel een totale ontwrichting van de arbeidsmarkt ten ge-volge van overspanning van de bouwmarkt te voorkomen; deuitvoering van werken, die zonder ernstige schade voor onzevolksgemeenschap kunnen worden uitgesteld, op te schuivenen daardoor een zo groot mogelijk gedeelte van de daarvoorin aanmerking komende bouwcapaciteit aan de woningbouwten goede te doen komen.De ervaringen van het verleden hebben geleerd dat een der-gelijke politiek weloverwogen en op voorzichtige wijze dientte worden gevoerd. Een al te rigoreuze aanpak, b.v. eenbouwstop voor alle werken, behalve die voor de woningbouw,zou vanwege de structuur van het bouwbedrijf niet mogelijkzijn en zou zovele vitale belangen schaden, dat zij ook uitdien hoofde niet te realiseren is.Immers, ook bij haar bouwbeleid zal de overheid moetenzorgen voor een goed evenwicht in de behartiging van de ma-teriele, geestelijke, sociale en culturele belangen van ons volk.Zij kan dan ook niet verder gaan dan met inachtneming vandezc belangen prioriteiten te bepalen en niet strikt noodzake-lijke activiteiten te beperken. Zo moet naast de woningbouwb.v. ook de bouw voor industriele doeleinden doorgang kun-nen vinden. Dit betekent dat bei'nvloeding van de omvangvan de totale hoeveelheid in uitvoering zijnde bouwwerkenslechts mogelijk is door de uitvoering van buiten die tweesectoren vallende bouwwerken te beperken. Dit zijn gebouwenvoor handel en verkeer, voor gezondheidszorg en hygiene,scholen, overige bizondere gebouwen en openbare gebouwen.Maar ook ir. deze sectoren zal in elk geval een minimum moe-ten worden gerealiseerd. willen wij bepaalde essentiele be-hoeften in onze maatschappij niet ernstiq schaden.De reguleringspolitiek, waarmede in 1954 werd beqonnen,heeft tot resultaat gehad dat een zeer aanzienlijke hoeveel-heid werk van de markt werd gehouden.Op 1 oktober j.l. lagen er bij het departement 755 aangehou-den werken met een gezamenlijke bouwsom van rond 427miljoen gulden.Nu is het. zoals ik al zeide, de bedoeling dat de capaciteit,die tengevolge van de afremming van bepaalde bouwwerkenvrij komt, ten goede komt aan de woningbouw. Mocht dit nietof slechts gedeeltelijk het geval zijn, dan zou weliswaar eenvermindering van de spanning op de bouwmarkt kunnenworden bereikt, maar niet een opvoering van de woningpro-duktie. Bovendien zou door de vlucht van arbeidskracht uithet bouwbedrijf in andere bedrijfstakken een zeker produktie-verlies in dc bouwnijverheid ontstaan, dus het tegengesteldevan hetgeen thans moet worden nagestreefd. Het is dus eenbelangrijke vraag hoe de tengevolge van de afremming vrij-komende capaciteit naar de woningbouw kan worden qeleid.Deze vraag heeft tot het inzicht geleid dat het verdelings-systeem, dat jaren lang ten grondslag heeft gelegen aan detoewijzing van woningcontingenten aan de gemeenten, nietvolledig strekte tot een optimale aanwending van bouwcapa-citeit in de woningbouw.Sinds een aantal jaren waren de woningcontingenten, die vanrijkswege via de provincies aan de gemeenten werden toege-wezen, gebaseerd op een behoefteschema, dat was samenge-steld uit een aantal objectief bepaalde componenten en waar-aan de gedachte van een rechtvaardige verdeling van de ar-moede ten grondslag lag.De verdeling van het woningbouwvolumen, dat in feite be-stond uit het aantal woningen, dat binnen het raam van hetjaarlijkse bouwprogramma, dus binnen het kader van de totaalbeschikbare bouwcapaciteit op de markt kon worden gebracht,hield in dat het systeem dus uitsluitend rekening hield metde theoretisch berekende behoefte in de onderscheidene ge-meenten, maar niet met de bouwcapaciteit ter plaatse. Doordeze laatste als maatstaf te nemen, zou kunnen worden bereiktdat een deel van de bouwcapaciteit, dat in beslag genomenwerd door minder urgente werken, zich op de woningbouwzou richten en dat inderdaad de gehele aanwezige capaciteitvolledig zou worden benut.Door het loslaten van het oude, vrij starre verdelingssysteemzou een soepeler aanpassing aan de per streek gedifteren-tieerde bouwcapaciteit mogelijk zijn en ook een betere plan-ning van het werk in uitvoering mogelijk zijn. Deze planningzou tot stand kunnen komen door overleg tussen de bestuurs-organen, de arbeidsbureaus en het bedrijfsleven, die er geza-menlijk voor zouden kunnen zorgen dat de in uitvoering te ne-men projecten op het juiste ogenblik aan de markt komen.Daardoor zou een goede aansluiting van gereedkomende ennieuwe werken kunnen worden gekregen, hetgeen weer tot AnikeUneen grotere continui'teit zal kunnen leiden.De maatregelen, welke voor zulk een beleid nodig waren, wer-den op 1 maart j.l. van kracht.En hoewel de sindsdien verstreken tijd nog te kort is om eengefundeerd en afgerond oordeel te kunnen geven over deresultaten van het nieuwe beleid, kan toch reeds worden ge-constateerd dat dit in verschillende streken van het landvruchten afwerpt.Met name in die gewesten, waar de bouwcapaciteit niet tenvoile werd benut voor de woningbouw tengevolge van de be-perking der toegewezen woningcontingenten is thans de wo-ningbouw aanzienlijk toegenomen. In het gehele land steeg hetaantal in uitvoering zijnde woningen tot het ongekende getalvan 91.347 op 30 September 1956. Op 30 September van hetvorige jaar was dit cijfer 77.577.Het verschil toont de toegenomen woningbouwactiviteit duide-lijk aan. De hier en daar geuite vrees dat het aantal momen-teel in uitvoering zijnde woningen veel te groot is en daar-door een vertragende invloed zal hebben op het tempo, waarinde woningen gereedkomcn, deel ik niet.Een streefcijfer van 75.000 voltooide woningen per jaar ver-eist bij de tegenwoordige gemiddelde bouwtijd een uitvoerings-niveau van rond 90.000.Ik heb gemeend het streefgetal voor 1957 hoger te mogen stel-len, omdat de produktiecapaciteit van het bouwbedrijf eenvoortgaande stijging vertoont.Deze is te danken aan een bescheiden vermeerdering van hetaantal bouwvakarbeiders, een ruimere toepassing van arbeids-besparende constructies, een toenemende mechanisatie en in-dustrialisatie en aan een grotere continui'teit, tengevolge vanhet nieuwe goedkeurings- en subsidiebeleid.Deze verheugende ontwikkeling geeft mij het vertrouwen dathet mogelijk is de woningproduktie in ons land tot een 75.000woningen per jaar op te voeren, aangenomen dat de voorzie-ning van materialen en geldmiddelen niet door een door onsniet te bei'nvloeden ontwikkeling zal worden gestoord.De verleiding is groot om het getal 75.000 ten grondslag teleggen aan nieuwe berekeningen over het toekomstig verloopvan het woningtekort.Ik zal deze verleiding thans weerstaan en mij ertoe bepalende hoop uit te spreken dat het ons gegeven moge zijn de ge-raamde 75.000 woningen per jaar te bereiken.Ik ben er mij van bewust dat cijfers vaak maar matig boeien.Als ik mij in mijn betoog dan ook schuldig heb gemaakt aaneen veelvuldig gebruik van cijfers, dan heb ik dat gedaan omtoch nog eens duidelijk te stellen dat de woningbouw in onsland een moeilijke weg had te gaan, maar ook om aan te to-nen dat het niet mogelijk is om voor het te voeren woning-bouwbeleid een lijn voor de eeuwigheid uit te stippelen. Ditbeleid moet steeds aangepast worden aan de wisselende om-standigheden, aan de mogelijkheden of onmogelijkheden vanhet ogenblik.Te vele niet te voorziene factoren bepalen de voorwaardenvoor de woningbouw rechtstreeks om een eenmaal getrokkenbeleidslijn steeds te kunnen blijven volgen. Dit heeft het ver-leden ons nu wel geleerd en wij doen er goed aan deze lester harte te nemen.De soepelheid in het beleid, die wij thans nastreven, maakt ditbeleid soms wat minder doorzichtig, omdat het de vaste con-touren van een bepaalde formule mist, maar deze soepelheidstelt ons in staat directer op de wisselende omstandigheden tereageren en het beleid daarbij aan te passen.Een van de redenen waarom ik meende nogal uitvoerig bijde cijfers van de verstreken jaren stil te moeten staan, is ook.dat ik gaarne in het licht wil stellen de prestaties van aldiegenen in Nederland, die met grote toewijding, met be- 209Artikelenkwaamheid en met al hun energie de zaak van de woningbouwin de afgelopen jaren hebben gediend.De omvang en de betekenis van hun arbeid is niet af te lezenvan de getallen. Die is slechts te schatten, als wij rond ons zienen in de steden en dorpen van ons vaderland in ogenschouwnemen, wat er op het gebied van de woningbouw is verricht.Dan pas zien wij, wat door de stedebouwkundigen, de archi-tecten, de aannemersbedrijven, de bouwondernemers, de bouw-vakarbeiders in al hun geledingen, de woningbouwverenigin-gen en door de ambtenaren van gemeenteHjke- en rijksdien-sten gezamenhjk tot stand is gebracht.Dan zien wij tevens dat, hoe overheersend de vraag naar zo-veel mogehjk tot vandaag de dag ook is, niet alleen het aan-tal van belang is en dat ook aan de hoedanigheid van denieuwe woningen in toenemende mate aandacht is besteed.De ontwikkehnq van de woningbouw in kwahtatief opzichtzou het thema kunnen vormen voor een afzonderhjk betoog,dat ongetwijfeld meer zou boeien dan een cijfermatige be-schouwing.Ik zal er bij deze gelegenheid niet te veel van zeggen.Wei meen ik erop te moeten wijzen dat de kwaliteit van dewoningen in de laatste jaren, ondanks immer stijgende bouw-kosten en ondanks het nog steeds voortdurende verschil tus-sen bouwkosteniveau en huurpeil, aanzienlijk kon wordenverbeterd.Dit geldt zowel ten aanzien van de gemiddelde grootte vande woningen als van hun uitrusting en afwerking. Zeker, ookop dit gebied zijn wij nog niet waar wij wezen moeten; dit isons vanmorgen opnieuw aangetoond.Maar er zijn vorderingen merkbaar, evenals op andere ter-reinen van de zorg voor een goede volkshuisvesting.Ik mag wijzen op de huisvesting van bejaarden, een aspectvan de woningvoorziening, dat steeds belangrijker wordt enin ons land wordt behandeld op een wijze, die vele anderelanden tot voorbeeld strekt.Ik mag wijzen op de woningverbetering, waardoor duizendenverouderde woningen, meestal in bezit van weinig-kapitaal-krachtige bewoners, weer in goede staat worden gebracht.Ik mag wijzen op de toenemende krotopruiming, weliswaarnog op te kleine schaal, maar binnen het raam van de tegen-woordige mogelijkheden in vele plaatsen toch reeds van bete-kenis.En ten slotte moge ik wijzen op de bevordering van het eigenwoningbezit voor de niet-kapitaalkrachtige groepen van onzebevolking, die door een nieuwe ruime regeling een nieuwestimulans heeft gekregen.Al deze zaken stip ik slechts aan, omdat zij tezamen met veleandere een afspiegeling zijn van de veelvuldige activiteiten,die op het gebied van de woningvoorziening worden verricht.Nogmaals: voor tevredenheid is geen plaats. Maar een zekerevoldoening over hetgeen, ondanks vele en zware moeilijk-heden, kon worden bereikt, is, meen ik, gerechtvaardigd.Nu wij een ogenblik toeven bij de mijlpaal, die vandaag is be-reikt, wil ik alien, die in het belang van de woningvoorzieningvan ons volk werkzaam waren en zijn, en die op de een ofandere wijze in deze vergadering vertegenwoordigd zijn, dan-ken voor hun werk.Velen zijn bij de woningbouw betrokken. Sommigen timmerenaan de weg, anderen werken op onzichtbare posten. Maarieders werk heeft in meerdere of mindere mate bijgedragentot hetgeen bereikt werd.Denkend aan het vele werk, dat nog wacht, aan de grotetaak, die nog voor ons ligt, doe ik een beroep op hen alien,ook in de toekomst hun beste krachten te blijven geven.Maar daarnaast doe ik een beroep op heel ons volk, in al zijngeledingen, om de woningvoorziening te blijven zien als eennationale taak van de eerste orde.210 De regering heeft aan de woningbouw de grootste prioriteittoegekend. De middelen, die zij voor de volkshuisvesting terbeschikking stelt, zijn daarmede in overeenstemming. Dit zalhet geval moeten blijven, ook als donkere financiele wolkenzich boven ons hoofd mochten samenpakken.De keuze tussen een eventuele vermindering van de woning-bouw en inperking van andere behoeften zal grotendeels af-hangen van de bereidheid van ons volk om offers te brengenvoor de woningbouw.Daarom is de woningvoorziening een zaak van gans ons volk.Thans staat de SOO.OOOste woning gereed haar bewoners opte nemen.Twee jonge mensen zullen haar betrekken. Twee van de veletienduizenden jonge mannen en jonge vrouwen, die jaarlijkseen gezin stichten en toetreden tot het leger van woningbe-hoevenden en meestal tot de schare van woningzoekenden.Voor hen is de droom van velen vandaag werkelijkheid ge-worden.Voor hen, die dagelijks worstelen met de problemen van dewoningbouw, is dit een beloning, die de inspanning waard is.Ik moge deze toespraak thans besluiten met de wens dat dooronze arbeid in het belang van de volkshuisvesting in de ko-mende jaren aan steeds groter aantallen gezinnen een nieuwewoning kan worden verschaft.Voorzieningen in de arbeiderswoningdoor Mevrouw J. Meihuizen-ter BraakeHet feit te gedenken dat na de oorlog vijf maal 100.000 wonin-gen gereed zijn gekomen, doet de vraag rijzen: wat is debetekenis daarvan, gezien vanuit de gezichtshoek van de ge-zinnen, die deze huizen hebben betrokken of zullen gaan be-trekken?Tegen welke achtergrond mogen wij deze 500.000 plaatsen?Moeten wij het zo zien, dat 500.000 gezinnen een dak bovenhun hoofd hebben gekregen of verheugen een groot aantalgezinnen zich eindelijk veriest te zijn van een gedwongen sa-menwoning?Is aan deze woningen af te lezen dat in de strijd tussen heteconomisch-mogelijke en het sociaaUwenselijke in de achterons liggende jaren het sociaal-wenselijke terrein gewonnenheeft?Is het z6, dat niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwa-liteit een stijgende lijn laat zien? En zullen de drie opeen-volgende generaties, die deze woningen zullen bevolken, daar-in bevrediging vinden van hun woonbehoeften?Het stellen van al deze vragen en het antwoord daarop houdtdirect verband met de invloed, die de woning heeft op deontwikkeling en de ontplooiing van het gezin als geheel en degezinsleden afzonderlijk.Dr. A. Querido zegt daarover het volgende: ,,De woning iseen zo sterk integrerend deel van ons leven dat het niet an-ders kan dan dat er een verband bestaat tussen levensvreugd,arbeidsmogelijkheid, verantwoordelijkheidsgevoel, doelstellin-gen, kortom alles wat met levenshouding kan worden samen-gevat en de ruimte waarin een belangrijk deel van onze le-vensverrichtingen plaats vindt."Prof. Dr. Ir. H. G. van Beusekom is van mening dat voor allegezinnen de levensomstandigheden bepaald worden door hetpeil van wat wij thans bouwen en Albert Schweitzer drukthet als volgt uit:'-- ,,Zuerst bauen die Menschen die Hauser"-- ,,Dann bauen die Hauser die Menschen".De belangdjke dienende functie van de woning is in deze uit-spraken naar voren gekomen met als uitgangspunt de wezen-lijke behoeften van gezin en individu en daardoor biologisch,geestelijk en sociaal bepaald.PERMANENTE YLOERAFWERKINGin de woningbouw is sociaal en economisch verantwoord!In tal van Westeuropese landen Is een permanente vloerbedekking in de volks-woning ,,eis van de tijd". Zo'n vloer - linoleum of tegels - beter dan dehuurder voor zichzelf had kunnen kopen. prikkelt tot betere bewoning, tot eenhogere woonbeschaving AUeen al daarom is het sociaal en economisch verantwoord."T*...-^LinoleumDeze vloerbedekking blijft bijweinig onderhoud jarenlang alsnieuw; de kleuren gaan dooren door, dus kunnen niet weg-slijten. In meer dan 100 kleureaen dessins.ColovinylPLASTIC ASHEST TEGELSFleurig en soepel, in een seriefrisse rinten. Toe te passen opmassieve ondervloeren -- als-mede op houren ondervloeren,mits voorzien van een hardboardtussenlaag.Coloritecumoron/iars fegetsVoordelig, maar minder buig-zaam dan Colovinyl en daar-door alleen geschikt voor betonen andere massieve vloeren. Invele gemarmerde tinten.200 woningen LeidschendamArchitect J. Liplaa B.N.A. Den HaagToegepast werd ca. 3000 m^ permanent Colovinylin gangen en keukens.Vraag voor nadere inlichtingenonze afd. Techn. Adviezen(Tel. 02980-81941)(g) LINOLEUM KROMMENIEmaakt woningen completer, dus beter! BB-27^Vacciture^Bij de stedebouwkundige afdeling van de dienst van openbarewerken en volkshuisvesting kan naar gelang van bekwaam-heid worden geplaatst eenHOOFDTEKENAAR of eenHOOFDTEKENAAR le KLASBezit van of studie voor diploma stedebouwkundig tekenenp.b.n.a. strekt tot aanbeveling.Weddegrenzen hoofdtekenaar / 384,-- en / 473,--, hoofd-tekenaar le klas / 412,-- en / 527,-- per maand, benevens6% verhoging. Aanstelling boven de minimum wedde is mo-gelijk. Kindertoelage overeenkomstig de voor het rijksperso-neel geldende regeling; wettelijk pensioenverhaal. Gehuw-den genieten een tegemoetkoming in verplaatsingskosten. Uit-voerige sollicitaties aan burgemeester en wethouders binneneen week na het verschijnen van dit blad. Bezoek alleen nauitnodiging.Bij de Dienst van Stadsontwikkellng enWederopbouw kan op de onderafdeling Ex-ploitatieberekeningen van de afdeling Grond-bedrijf eeningenieur ofadjunct-ingenieurworden geplaatst, die zal worden belast metde economische toetsing van de uitbreidings-plannen en het bepalen van de grondprijzen.Salarisgrenzen:adj.-ingenieur f 5250,- - f 6330,- He verhogeningenieur f 7230,- - f 9990,- ) met 6%.De verplaatsingskostenregeling is van toe-passing.Sollicitaties te richten tot burgemeester enwethouders en in te zenden aan het bureauPersoneelvoorziening, kamer 331, stadhuis,Rotterdam, binnen 14 dagen na deze oproep,onder no. 556..Jr^ GEMEENTE LEIDENBij de dienst van Gemeentewerken te Leiden kan wordengeplaatst eenTECHNISCH HOOFDAMBTENAARbij de afdeling volkshuisvesting,Salarisgrenzen / 6648, / 8268,--.Exclusief 6% (aanstelling boven het minimum is mogelijk).Verplaatsingskosten volgens gemeentelijke verordening.De gemeente sluit zich binnenkort aan bij het I.Z.A. Zuid-Holland.De te benoemen functionaris zal worden belast met het voor-bereiden van de nieuwbouw van woningwetwoningen, daar-nevens zal hij bemoeienis hebben met de afwikkeling derplannen en met het onderhoud van woningen. Hij moet tevensin staat zijn daaromtrent duidelijke rapporten samen te stellen.Eigenhandig geschreven sollicitatie met volledige inlichtingente richten aan de directeur van gemeentewerken, stadhuis,Leiden.GEMEENTE ENSCHEDE.Bij het sociografisch en statistisch bureau van de secretarie kanvoor het uitvoeren van inventarisaties, berekeningen en surveysten behoeve van het stedebouwkundig en sociografisch onder-zoek worden geplaatst eenASSISTENT-ONDERZOEKER.Deze zal onder meer worden belast met verkeersonderzoekingen,onderzoek van grondgebruik in de bebouwde kommen en ver-zorgende voorzieningen.Ten minste bezit diploma u.l.o. a of b, scholing in economischeen statistische richting en ervaring in de bovenaangegevenwerkzaamheden, bij voorkeur bij een instelling voor stedebouw-kundig onderzoek, vereist.Weddegrenzen / 351,50 en / 473,-- per maand, alsmede de be^kende toelagen. Toekenning aanvangswedde boven het minimumis mogelijk. Kindertoelage overeenkomstig de voor het rijksper-soneel geldende regeling. Wettelijk pensioenverhaal of gelijkeinhouding overeenkomstig spaarregeling. Gehuwden genieteneen tegemoetkoming in verplaatsingskosten.Uitvoerige sollicitaties aan burgemeester en wethouders binneneen week na het verschijnen van dit blad. Bezoek alleen na uit-nodiging.GEMEENTE EINDHOVENBij de dienst van Gemeentewerken kan op de afdeling Bouw-en Woningtoezicht op arbeidsovereenkomst naar burgerlijkrecht dan wel in publiekrechtelijk dienstverband met eenproeftijd geplaatst wordenEEN TECHNISCH AMBTENAARdie mede belast zal worden met het bouwtoezicht en decontrole over de betonberekeningen.Afhankelijk van geschiktheid en ervaring zal tewerkstellingc.q. aanstelling geschieden in de rang van technisch ambte-naar, salarisgrenzen f. 4776,-- en f. 6396.-- of technisch amb-tenaar le klasse, salarisgrenzen f. 6396.-- en f. 7458.-- exclu-sief de 6% verhoging.Tewerkstelling c.q. aanstelling boven het minimum is nietuitgesloten.Vereiste: minstens diploma M.T.S., Bouwkunde, of daaraangelijkwaardige opleiding.De Gemeente Eindhoven is aangesloten bij het I.Z.A.In eventuele verplaatsingskosten wordt ten aanzien van ge-huwden tegemoetkoming verleend.Sollicitaties met uitvoerige inlichtingen schriftelijk te richtenaan de Directeur van Gemeentewerken, Stratumsedijk 20,Eindhoven, binnen 10 dagen na het verschijnen van dit blad.Persoonlijke kennismaking uitsluitend na oproep.De Directeur van GemeentewerkenGEMEENTE NIEUWER-AMSTELBij de Stedebouwkundige afdeling van Gemeentewerkenkunnen worden geplaatst;TWEE STEDEBOUWKUNDIGE TEKENAARSnaar gelang van ervaring en bekwaamheid in de rang vantechnisch ambtenaar, technisch ambtenaar A of technischambtenaar B.Bezoldiging:technisch ambtenaartechnisch ambtenaar A:technisch ambtenaar B:(6 eenj. verb, van f 204,-salarisgrenzen f 5100, f 6324,-salarisgrenzen f 5664, f 6888,-salarisgrenzen f 6240, f 7464,--) exclusief 6 "/o.Dienstverband: nader overeen te komen.Verplaatsingskostenvergoedingsregeling van toepassing.De Gemeente is toegetreden tot het I.Z.A. Noordholland.Sollicitaties binnen 10 dagen na verschijning van dit blad aande Directeur van Gemeentewerken, Kastanjelaan 1 te Am-stelveen.Voor alle electriciteitswerken:Firma J. J. M. LAPONDERVierhoutenstraat 44 - Tel. 337369Levering van alle electrische materialen.'s-GravenhageDeze wezenlijke behoelten van het gezin als geheel en degezinsleden afzonderlijk door systematisch onderzoek te ana-lyseren, te rangschikken en te formuleren, heeft een studie~groep van huisvrouwen, wetenschappelijke werkers, ontwer-pers en industrielen gezien als een bijdrage cm de [unctionelegrondslagen van de woning te kunnen bepalen.Er wordt van de architect verwacht dat hij zodanige wonin-gen ontwerpt dat het gezin zich daarin kan ontplooien. Wijkunnen misschien even de vergehjking maken met een goedpassend confectie-costuum. Dat costuum mag de drager nietbelemmeren in zijn bewegingen; het mag nergens knellen enmoet relatief van goede kwahteit zijn, luchtig of warm al naargelang het jaargetijde, waarvoor het bestemd is, kortom erwas aanleiding studie te maken van de eigenschappen enmaten, die dat costuum moet hebben om de drager de gelegen-heid te geven zich onbeperkt in dat costuum te kunnen be-wegen.De uitgebreide onderzoekingen naar ,,de juiste maat" hebbentot verbetering van het confectie-costuum veel bijgedragen.Is het voor de confectie-woning niet precies hetzelfde? Kanmen de juiste woning bouwen zonder grondig kennis te heb-ben genomen van alles wat in het gezin omgaat, of moet menparallel aan de werkwijze van de ,,juiste maat" (een maat-systeem opgebouwd uit gegevens, verkregen door opmetingvan een groot aantal mannen en vrouwen) over de woninggegevens verzamelen, waaruit functionele eisen gedistilleerdkunnen worden?Bouwen aan de hand van een programma van eisen, geba-seerd op onderzoekingen bij de woon-consument verricht,zouden, naar ik mag aannemen, een zelfde resultaat kunnenhebben als bij de confectie-industrie.Enerzijds was het nodig zich bewust los te maken van wat inhet wonen in Nederland thans algemeen gebruikelijk is en inde eerste fasen van het onderzoek het economisch haalbareniet in het geding te brengen en naar een latere fase te ver-plaatsen.Andererzijds diende in deze veranderde tijden rekening te wor-den gehouden met het feit dat het verkrijgen van huishoude-lijke hulp steeds moeilijker is geworden en dat de vrouw ookna haar huwelijk in verschillende beroepen werkzaam blijft,hetgeen in de toekomst (zoals het zich laat aanzien) nog zaltoenemen.Om deze redenen kan de vrouw haar taak als huisvrouwslechts op redelijke wijze vervullen, indien zij gebruik kanmaken van de door de techniek ten dienste gestelde hulpmid-delen.Het accent zal daarom, meer dan voorheen, gericht zijn opnieuwe vormen van woninginrichting en woninguitrusting.Op het eerste horen zal misschien het w^oord ..overdreven"vallen, doch gezien het beeld van de snelle ontwikkeling vande voorgaande jaren en het feit dat de geweldige massa hui-zen, die de komende jaren zullen worden gebouwd, zo langmogelijk hun voile waarde moeten behouden, worden schijn-baar overdreven wensen een harde noodzaak.De techniek heeft het oog laten vallen op de mechaniseringvan de huishouding en vroeg of laat slaan wij deze rich-ting in.De Spaanse filosoof Ortega y Gasset zegt: ,,Techniek is deinspanning, inspanning overbodig te maken".Techniek is werktuig en aan ons om er een goed gebruik vante maken.Wij naderen hiermede het terrein van de kwaliteit van dewoning en ik denk daarbij aan een rede van Zijne ExcellentieMinister Witte, waarin hij o.m. zei: ,,Hoe belangrijk de verho-ging van de productie is, het gaat niet alleen om de hoeveel'held, maar het gaat ook om de kwaliteit van wat wij produ- Anikeienceren.U zult van mij niet verwachten dat ik het kwaliteitsvraagstukbenader van de hoek van deugdelijk vakmanschap, bouwme-thoden en toepassing van de verschillende materialen uit, daarik ten opzichte daarvan slechts een geinteresseerde leek ben,doch op het terrein van de gezinsbehoeften in verband met deinrichting en uitrusting van de woning wil ik mij begeven.In de afgelopen drie jaren zijn door systematisch speuren gege-vens verzameld omtrent voorzieningen in de woning, die tennauwste verbonden zijn met de in de huishouding voorko-mende handelingen en tevens zijn de behoeften van het gezinen de gezinsleden afzonderlijk bestudeerd, waaruit verschil-lende gegevens voor voorzieningen naar voren kwamen, die,indien toegepast, de woning zouden maken tot een werkelijktehuis.Zo is b.v. de hoofdmaaltijd voor de gezinsleden vrijwel hetenige moment van de dag, waarop alien elkaar ontmoeten ende gelegenheid wordt geboden om de brandende problemenvan jong en oud met elkaar te bediscussieren, hetgeen vangrote invloed op de verdere levenshouding kan zijn.Voor het nuttigen van deze maaltijd, waarbij het om veel meergaat dan om zijn honger te stillen, dient ook voldoende ruimtete zijn voor onverwacht bezoek van vrienden en vriendinnen.De ruimte mag daarom niet te klein zijn en wordt bepaald inverband met de gezinsgrootte en de gezinsfase.In de drukke jaren zullen voor de wezenlijke behoeften vanhet gezin in het hoofdwoonvertrek, waar meestentijds dezemaaltijd zal worden gehouden, meer dan 16 m^ disponibelmoeten zijn. want deze ruimte is tevens voor de gezinsleden degezamenlijke plaats om muziek te beluisteren, te spelen, telezen, bezoek te ontvangen en zoveel meer, terwijl daarnaast,als onmisbaar voor allerlei doeleinden, afgescheiden woon-ruimten disponibel moeten zijn. Een dubbele braikbaarheidvan alle andere vertrekken wordt daarmede voor de modernewoning als onvermijdelijk gevoeld; wij doelen op zit^slaap-kamers.Hiermede stellen we meteen het probleem van de verivarming.Algemeen vindt men het bijna vanzelfsprekend dat ongeveer6 a 7 maanden van het jaar ons huis niet ten voile tot onzebeschikking staat, in verband met de temperatuur, welke er indie maanden in de onverwarmde vertrekken heerst. Het gezinwordt dan samengedrongen in het enige verwarmde vertreken men is genoodzaakt aldaar ontspanning en activiteit vande meest verschillende aard voor alle gezinsleden te vinden.Onderlinge spanningen kunnen niet uitblijven.Hoeveel schade studerende kinderen hiervan ondervinden, isniet in cijfers uit te drukken. Concentratie bij een tetterenderadio is niet een ieder gegeven.Het zou te veel tijd nemen een en ander uitputtend te moti-veren, doch rapporten van de Studie Functionele Grondslagenvan de Woning spreken hiervan.De woonbehoefte voor elk gezinslid boven de 6 a 7 jaar iso.m. een eigen domein, waarin zodanige voorzieningen zijngetroffen, dat het gehele jaar de ruimte bruikbaar is voor ont-spanning en activiteit, terwijl de ruimte tevens als slaapver-trek dienst kan doen.Het gezamenlijk woonvertrek in de etage-w^oningen kan aan-merkelijk vergroot worden door het aanbouwen van een be-schut woonbalcon, waarbij door het aanbrengen van dubbeledeuren de ruimte-suggestie aanzienlijk wordt bevorderd. Hetvisueel contact met de omgeving en de gelegenheid naar bui-ten te kunnen treden, zonder op straat te moeten gaan, zijngrote voordelen. Tevens komt het goed beschutte balcon tege-moet aan de woonbehoefte van de baby. De breedte-maatmag in verband met te plaatsen stoelen, wieg, kinderwagen ofbox niet minder zijn dan 1,40 m.Een na de oorlog gehouden enquete bracht aan het licht datbij de arbeidersklasse de wens naar een woonbalcon toeneemtnaarmate er meer kinderen zijn.Het gezamenlijk woonvertrek heeft, voorzover daar de maal- 211Artikelen212tijden worden gebruikt, in verband met het transport van hetvoedsel een directe verbinding nodig met de keuken om heteten op tafel te brengen. Dit kan geschieden door dienbladen.etendrager of rijdende serveerboy of bij een aangrenzendeligging van de keuken door middel van een doorgeef-element.Beide oplossingen vragen ruimte.Het scheiden van keuken en woonvertrek door een kasten-wand, waarin of een verbindingsdeur of een doorgeefluik isopgenomen, biedt zeer veel voordelen.De berging van datgene wat dagelijks voor de gedekte tafelnodig is, kan o.m, aan de woonvertrek-zijde geborgen worden,terwijl aan de keuken-zijde de benodigdheden bij het opdoenvan het eten een bergplaats moeten vinden.Uitvoerige gegevens hierover, ook wat maten betreft (geba-seerd op daarvoor verrichte metingen), zult u kunnen vindenin de te verschijnen publikaties van de Studie FunctioneleGrondslagen van de Woning.Een ander gezichtspunt in verband met koken en eten is deinvoering van de eet-keuken. De thans gebruikelijke keuken inde etagebouw is de zuivere kook-keuken.Aangezien echter het volledig wonen in de keuken en hetreserveren van de woonkamer als de mooie kamer bij de mo-derne arbeider wel een overwonnen standpunt is, is er aan-leiding te overwegen of een vergroting van de keuken metb.v. een eetnis niet een verhoging van de bruikbaarheid derwoning zou betekenen.Naar aanleiding hiervan zou ik de algemeen gehoorde kreetnaar het tiveede woonvertrek graag nader bezien.Stel dat de neiging bestaat gevolg te geven aan de vraag naarmeer woonruimte, dan dient men te overwegen of met hettweede woonvertrek de idee van ,,de mooie kamer" niet weerkans krijgt binnen te sluipen en zodoende deze riumte niet tenvoile tot haar recht komt.Zouden de extra vierkante meters oppervlak niet ten goedekunnen komen aan een ruimere eet-keuken, een goede op-lossing voor het was- en droogprobleem, een aparte natte eelvoor de persoonlijke hygiene en een fonteintje in de w.c?Een centrale, goede groepering van deze utuliteits-ruimtenmet een aansluitend werkbalcon, met daaromheen de zit-slaapvertrekken en het centrale woon-vertrek, verhogen hetwoongerief in hogere mate dan de eenvoudige toevoegingvan het tweede woonvertrek.De afwerking in de woonruimten geeft aanleiding om wensenvan huisvrouwen hierover te vermelden.-- Houten vensterbanken worden verworpen, daar deze bin-nen zeer korte tijd een onooglijk aanzien krijgen tengevolgevan de plantenverzorging op de vensterbank.Men verkiest een waterbestendig materiaal en een redelijkebreedte, die aangepast is aan het neerzetten van planten.-- De betimmering in het algemeen verlangt men dusdanig,dat stofhoeken niet kunnen ontstaan; gladde deuren, ramen,die van binnenuit schoongemaakt kunnen worden en bij elkeweersgesteldheid in enigerlei vorm luchtverversing kunnenbieden.Bij de rubriek afwerking van de woning spelen voorzie-ningen ten behoeve van tochtvrije ramen een voorname rol.De economie van het verwarmen van de woning zou er tenstelligste mee gebaat zijn, om nog niet te spreken van deverloren werkuren wegens ziekte opgedaan door kierenderamen. In dit zelfde vlak kan gezien worden een voorzieningbij de voorkeur door middel van een tochtportaal met plaatsvoor een kapstok.Nu we toch in de buurt van de voordeur zijn, uit ik de vrijalgemene wens de meterkast zodanig te plaatsen, dat dezeopgenomen kan worden zonder dat de ambtenaar daartoede woning betreedt.Een van buiten af bereikbaar boodschappenkastje staat even-eens op het verlanglijstje.De problemen van de vuilafvoer vragen dringend om een op-lossing. In de keuken dient ruimte gereservecrd te wordenin de directe omgeving van de gootsteen voor een afsluitbareafvalemmer, b.v. pedaal-emmer. Een andere oplossing in devorm van een verticaal klappend deurtje met aan de binnen-zijde een uitneembare metalen bak, waarin papieren zakkenhet afval kunnen bergen, voldoet zeer.Een centraal vuilnisvat blijft daarnaast nodig.In de keuken vormt het aanrecht met gootsteen en toevoer vanwarm en koud water (eventueel met dubbele bak) het hoofd-werkvlak van de huisvrouw. Hier wordt werk verricht, waarbijmen goed moet kunnen zien, zowel overdag als 's avondsmet kunstlicht.Het is nodig het aanrecht met gootsteen zo in de keuken teplaatsen, dat er vol-daglicht op valt, hetgeen mede van belangis om de arbeidsvreugde te bevorderen.De werkhoogte van het aanrecht dient 90 a 93 cm te zijn,als correctie op de thans gangbare aanrechthoogte van 85 cm,die te laag is en waardoor vermoeidheidsklachten optreden.Een uittrekbare, verstelbare werkplank, waaraan zittend kanworden gewerkt, kan tevens dienst doen voor het aanschroe-ven van verschillende molens.De minimum aanrecht-lengte plus de gootsteen van 50 cm(dubbele bak 65 cm) zou voor een gezin van 4 personen zijn:90 + 50 (65) + 60 cm = 200 (215) cm.Voor de breedte wordt ca. 60 cm aanbevolen, mede in ver-band met het aanbrengen van wandkastjes boven het aan-recht.Aan beide zijden van de gootsteen dienen aanrechtbladenaanwezig te zijn. De gootsteenbak zelf moet van vorm zodanigzijn, dat hij gemakkelijk schoon te houden is, dus rondehoeken.De afvoer is in een hoek van de gootsteen gewenst en biedtzodoende het voordeel dat deze niet door teilen of emmerskan worden afgesloten.De dubbele gootsteenbak heeft vele voordelen: praktisch bijhet schoonmaken van groente en fruit, afwassen met tweebakken geeft arbeidsbesparing en verhoogde hygiene. Debakken kunnen verschillend van grootte zijn. Ronde goot-steenbakken geven bij gelijke oppervlakte een kleinere inhouddan rechthoekige bakken, hetgeen een besparing, vooral opwatergebruik betekent,Naast het aanrecht, in gestrekte lijn, moet het kookapparaateen plaats vinden. Of deze combinatie van links naar rechtsof van rechts naar links moet worden opgesteld, ligt in deverschillende landen anders. Voor Nederland is men over hetalgemeen van mening dat de kookgelegenheid rechts van hetwerkvlak moet worden geprojecteerd.De plaatsruimte, geprojecteerd voor het kookapparaat, is vaakeen grote teleurstelling.Wij krijgen klachten dat in de aangegeven ruimte zelfs eendrie-pits gascomfoor niet geplaatst kan worden.Ten overvloede geef ik U de maten van een gasfornuis, metzijplaten 95 x 65 cm, met het dringend verzoek de zijplatenniet te laten vervallen; deze hebben een functie en kunnenmaar node gemist worden.Op het platteland zal men hoofdzakelijk kolenfornuizen, elek-trische fornuizen of combinaties daarvan en butaangas-for-nuizen tegenkomen; bij de bouw dient rekening te w^ordengehouden met regionale gewoonten in deze, in verband metde plaatsruimte.Een onontbeerlijke voorziening in de keuken is een slobzinkonder de gootsteen. Hiermede wordt het tillen boven de machtvan zware emmers met vuil water voorkomen.De verlichting in de keuken vraagt een excentrisch geplaatstehoofdverlichting, zodat de huisvrouw zichzelf niet in het lichtstaat en haar eigen schaduw op het werk valt.De verlichting moet zodanig worden aangebracht, dat dehuisvrouw zowel overdag als 's avonds een goede belichtingheeft van alle werkcentra in de keuken.Een dubbele geaarde-wandcontactdoos voor aansluiting vande diverse elektrische apparaten behoort tot een minimumeis in de keuken.Een doelmatige ventilatie voor afvoer van etensgeuren endampen is onontbeerlijk.Ten opzichte van de aanleg van elektriciteit in de woningdient zorg te worden gedragen dat de leiding voldoendezwaar is. Bij het toenemende gebruik van elektrische appara-tuur in de huishouding in de naaste toekomst zal daar nureeds rekening mee dienen te worden gehouden.Op verdere doelmatige verlichting in de woning kan ik nuniet ingaan, wegens beperking in de tijd.Voor een goede gezondheid is het zich regelmatig baden enwassen met koud en warm stromend water noodzakelijk.Daartoe is nodig een wasbak, een douche of bad, een apparaatvoor warm water en een verwarmingselement. Voor wonin-gen van meer dan drie personen is een apart toilet met fontein-tje nodig; badruimte en w.c. mogen elkaar niet blokkeren.Indien de kamers over meerdere verdiepingen verdeeld zijn,is het wenselijk dat elke verdieping een w.c. heeft.Zijn er meer dan twee slaapkamers, dan is de bad- of douche-ruimte met een wasbak niet voldoende en zal men ertoe overmoeten gaan een wasbak te plaatsen, b.v. in de oudersslaap-kamer.Voor het baden van kleine hinderen heeft een douche be-zwaren, aangezien men als hulp bij het baden zelf kletsnatwordt, met uitzondering wanneer een praktische douchebakis aangebracht en de douchekop verstelbaar is. Een zit- ofkuipbad is voor kinderen altijd een feest. Een directe ver-binding van de oudersslaapkamer met de badcel is aan te be-velen, doch dit mag niet de enige toegang tot de badruimtezijn.Enige noodzakelijke voorzieningen, die de wasbehandelingin de woning en het daarmede samenhangende droogprobleemmet zich mee
Reacties