.?^,1tiidschrift voormaatschappelijk werkNEGENDE JAARGANG I955N. SAMSOM N.V. UITGEVERALPHEN AAN DEN RIJNSAMENSTELLING DER REDACTIEOP 31-12-1955Mr J. Overwater,Mr H. Boasson,Mr A. Bouman,Mr N. L. J. Bruinsma,Dr H. P. Cloeck,J. G. van Dam,F. Doeleman,Mevr. mr M. Fentener vanVlissingen-Hugenholtz,Mr A. H. Heering,M. J. Hoytink,Drs P. de Jong,Mej. M. Kamphuis,Mej. mr dr E. C. Lekkerkerker,Dr P. G. J. van Loon,Prof. Dr P. MuntendamA. Otter,Drs Ph. H. van Praag,Mej. mr P. G. Prins,Mr H. M. L. H. Sark,Mej. I. J. H. Struik Dalm,Mej. mr M. Tjeenk Willlnk,A. Treurniet,Drs G. J. Visser,Mr J. de VriesMr M. B. van de Werk,Dr D. Zuithoff,vice-president van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, voor-zitteraangewezen door de Stichting Joods Maatschappelijk Werksecretaris van het Nationaal Gomite van Instellingen voor zedelijkevolksgezondheidadviseur van liet Landelijk Sociaal Gharitatief Gentrumsecretaris van de Sociale Raad te Amsterdamvoorzitter van de Vereniging van Leiders van Openbare Diensten enInstellingen voor Sociale Zorgarts, wetenschappelijk hoofdambtenaar aan het Instituut voor SocialeGeneeskunde te Utrechtsecretaresse van de Voogdijraad te Utrechtwetenschappelijk hoofdambtenaar van het Ministerie van SocialeZaken en Volksgezondheidvoorzitter van de Raad van Arbeid te Eindhovendirecteur van het Sociologisch Instituut van de Nederlandse Her-vormde Kerkdirectrice Groninger School voor Maatschappelijk Werk (Gicsa) teGroningenwetenschappelijk medewerkster van de Nationale Federatie voorGeestelijke Volksgezondheidhoofd van de Hoofdafdeling Individueel Maatschappelijk Werk enMaatschappelijk Opbouwwerk van het Ministerie van Maatschap-pelijk Werkdirecteur-generaal van de volksgezondheid en hoogleraar in de so-ciale geneeskunde te Leidendirecteur van de Gentraal Bond voor Inwendige Zending en Chr.Maatschappelijk Werkadjunct-directeur van de School voor Maatschappelijk Werk te Am-sterdamhoofdambtenaresse van het Nat. Bureau voor Kinderbescherming's-Gravenhageinspecteur bij het Nijverheidsonderwijs, hoofd van het Bureau Soci-aal-Paedagogische Opleidingen van de afdeling Vorming BuitenSchoolverband van het Ministerie van O., K. en W.lid dagelijks bestuur Nationale Vrouwenraadsecretaris van de Nederlandse Vereniging voor Maatschappelijk Werkhoofd documentatie Nederlandse Vereniging voor MaatschappelijkWerkdirecteur van het Diaconie-weeshuis te Amsterdamkinderrechter te Utrechtpsychiatrisch adviseur van het Ministerie van Maatschappelijk Werkvast medewerker voor de rubriek: ,,Zorg voor maatschappelijk on-aangepasten"Mevr. J. Beekman-Eggink, Sportlaan 922, 's-Gravenhage, redactiesecretarisINHOUDSOPGAVEINGEDEELD NAAR DE VOLGENDE ONDERWERPEN EN RUBRIEKEN1 Algemeen2 Casework3 Community organization4 Voorontwerp wet op de maatschappelijke zorg5 Kinderbescherming6 Asocialiteitsbestrijding7 Bejaardenzorg8 Schoolmaatschappelijk werk9 Bedrijfsmaatschappelijk werkI o VolkshuisvestingII Ons aller arbeid12 Rechtspraak13 Boekbespreking14 Uit boek en tijdschrift15 BerichtenVoor het register op de namen der schrijvers zie biz. x1. AlgemeenDe Amerikaanse ,,Family Service" en de Neder-landse ,,Gezinszorg", door Mej. M. James . 21Het maatschappelijk werk in Amerika blijft inbeweging, door Mej. M. Kamphuis .... 27De sociale achtergronden van de armlastigheid,door Drs J. L. Haverda 37Zegen of vloek?, door Drs J. K. A. van Nooij. . 47Van Holland en van Israel, door Mr H.Boasson 76Maatschappelijk werk en moraal, door P. S. Bak-ker 92Samenwerking met maatschappelijk werkers,door Mevr. D. Buitendijk-Mulder 148Mens-in-nood en sociale caritas, door G. J. M.ter Braak 67E 55 - sociale flitsen, door Drs J. K. A. van Nooij 186Overheidszorg en mindervaliden, door M. J.Hoytink 204De welvaart der wereld als gemeenschappelijkeverantwoordelijkheid, door Dr P. C. J. vanLoon 218Verslag van de conferentie over de achtergron-den van de inkomstenbesteding, uitgaande vande Nederlandse Huishoudraad 229Sociologische achtergronden van de inkomsten-besteding, door Drs A. van Braam 230Psychologische achtergronden van de inkomsten-besteding, door Dr H. R. Wijngaarden . . . 235Achtergronden van de inkomstenbesteding, ge-zien vanuit de practijk van het maatschappe-lijk werk, door mej. M. J. Jonkmans .... 239De wet op de algemene ouderdomsverzekering,door L. J. Dijkers 248Omvang en aard van het dubbel huisbezoek inNoord-Brabant, door A. Verstijnen 265Twee nieuwe subsidieregelingen, door Mr G. Eb-beling 273Het maatschappelijk werk in de Verenigde Sta-ten zoekt naar principiele fundering, door Mej.M. Kamphuis 281Sociale zorg door de Overheid in andere landen;I Frankrijk, door Mej. M. J. H. van der Veen. 288Tien jaar maatschappelijk werk 297Tienjaarwetgeving, door M.J. Hoytink. . . . 298Tien jaar maatschappelijk werk, door Mej. M.Wihemze 301Tien jaar maatschappelijk werk, door Mej. A. S.G. M. Laumans 303Tienjaar gemeentelijke sociale dienst, door A. G.Reijners 329Tienjaren medisch-opvoedkundige bureaus,doorMej. Mr Dr E. G. Lekkerkerker 337Tien jaar een bureau voor levensmoeilijkheden,door Mevr. B. M. van Oort-Wegelin .... 341Tien jaren sociale verzekering, door G. M. Swie-bel 345VTien jaren sociale geneeskunde, door Dr F. Doe-leman 350Tien jaren sociaal-cultured vormingswerk, doorDrs E. A. van Trotsenburg 3552. CaseworkDe ontwikkeling van de caseworkgedachte bij degemeentelijke sociale diensten, door J. C. vanDam 69Is het invoeren van social casework principeseenvoudig?, door Mej. M. Braak 74Overpeinzingen van een casework-docent, doorMej. M.James 96Discussie over casework en zelfbeschikkingsrecht,door Mr J. H. Hijman en Mej. W. van Waart 2013. Community organizationCommunity-organization ten Plattelande, doorMej. Dra A. Stork 2704. Voorontwerp wet op de maatschappelijke zorgDe overheid en de organisatie van de ,,maat-schappelijke zorg", door Drs J. W. J. Toe Wa-ter 107De twee sferen en haar terminologie in het rap-port van de Commissie-Quarles van Ufford,door Prof. Mr G. W. de Vries noTer inleiding op het nummer gewijd aan hetvoorontwerp van wet op de maatschappelijkezorg 117Wat schuilt er in een definitie?, door Mr J. F.Beekman 118Over 3 S'en in het voorontwerp wet maatschap-pelijke zorg: Subsidiariteit -- subsidie -- sa-menwerking, door Dr H. P. Cloeck 121De gemeentelijke maatschappelijke zorg in hetontwerp der Staatscommissie, door J. C. vanDam 128Over particuliere en kerkelijke organisaties, doorJ. de Boer 134Het verhaal van kosten van maatschappelijkezorg, door Mr A. M. van der Storm 137Doeltreflende practische samenwerking tussenkerkelijke en particuliere organisaties en deoverheid, door N. F. Hartland 153Studieconferentie ter bespreking van het eind-rapport van de Staatscommissie VervangingArmenwet, door Mevr. J. Beekman-Eggink . 209Slotrede van Prof Mr I. A. Diepenhorst op destudieconferentie 212Schets van de voornaamste bepalingen voor eenwetsontwerp tot bescherming van de levens-standaard van de economisch minst-ontwik-kelde volksgroepen, door Prof Mr C. W. deVries 217193Een afzonderlijke wet sociale raden, door Mr M. Bejaardenzorg in Gelderland, door A. D. W. Ti-J. A. Moltzer 313 lanusEen aparte wet op de sociale raden?, door DrH. Bejaardenzorg, door Mej. L. Hijmans en Mej.P. Cloeck 318 J. van de Wetering de Rooy 196Een flatgebouw voor bejaarden in Vlaardingen,5. Kinderbescherming door L. J. Dijkers. Zie: O. A. A 243Groei en vooruitgang of stilstand en achteruit-gang?, door D. Q. R. MulockHouwer ... iDe samenwerking tussen inrichtingen voor kin-derbescherming en opleidingscentra .... 3Overpeinzingen n.a.v. het bezoek van Miss E.Burmeister aan ons land, door Drs G. J. Visser 9Het wetsontwerp tot invoering van adoptie ge-prezen enverguisd!, door Mej. Mr P. G. Prins 12Subsidieverhoging en een subsidienovum in dekinderbescherming, door N. B. K 15Gezinsvoogdij in geval van zwak-sociale en on-maatschappelijke gezinnen, door Mr M. B.van de Werk A2Ten afscheid: Bij de opheffing van het AlgemeenCollege van Toezicht, Bijstand en Advies voorhet Rijkstucht- en Opvoedingswezen, door MrM. B. van de Werk 145Eervol ontslag van het Algemeen College en be-noeming College van Advies voor de Kinder-bescherming icyHet ontwerp tot regeling van de plaatsing vanondertoezichtgestelde kinderen buiten het ge-zin (voorlopig verslag en memorie van ant-woord), door Mr J. Overwater 165De ondertoezichtstelling in het nauw, door H. J.Wegerif 182Bezinning, door Mr J. M. Hijman 219De nieuwe wettelijke bepalingen van het kinder-recht, door Mr J. Overwater 245Subsidieregeling gezinsvoogdij en patronage . . 274Godsdienst en kinderbescherming. Oordelen envooroordelen I, door Mr G. P. Hoefnagels. . 321Godsdienst en kinderbescherming. Oordelen envooroordelen 11, door Mej. Mr E. van Langen 325Speicaal nummer Vijftig Jaar Kinderwetten 361-4006. AsocialiteitsbestrijdingOnmaatschappelijke gezinnen I, door D. Zuit-hoff 85Onmaatschappelijke gezinnen II, door D. Zuit-hoff loiDe Provinciale Commissie ten behoeve van debestrijding der onmaatschappelijkheid in Gel-derland, door Mej. Mr G. B. Leppink ... 1777. BejaardenzorgOnderzoek naar de levensomstandigheden vande bejaarden te Rotterdam, door J. B.-E. . . 308. Schoolmaatschappelijk vi^erkSchoolmaatschappelijk werk, door MrJ. F. Beek-man 161Discussie over het schoolmaatschappelijk werk,door Mevr. H. Prins 222De organisatie van het schoolmaatschappelijkwerk, door A. J. Rietveld 2239. Bedrijfsmaatschappelijk werkDe grens tussen het interne en externe bedrijfs-maatschappelijke werk, door M. E. de Vriesen N. J. Kieftenburg 28510. VolkshuisvestingTer inleiding op het nummer over volkshuisves-ting 53De sociale achtergronden bij het waarderen vanwoningen, door A. H. M. Basart 54Sanering. . . . een zaak van samenwerken, doorH. W. Jansen 57Enkele facetten van het sociale aspect der bouw-kundige sanering van de grote steden, doorMej. MrJ. J. Marsman 6111. Ons aller arbeidJaarverslagen van Sociale Raden, door de V. . i gDrie Sociale Raden in 1953 99Over de verhouding van cultured en maatschap-pelijk werk, door J. B.-E 112Vijf en twintigjaar federatieve ongehuwde-moe-derzorg, door Mej. Mr P. G. Prins 114Het Nederlandse Blindenwezen, door Mej. DrL. F.Jens 158Brand op de Stichting Hoenderloo 158Rapport Kinderkampenwerk 1954, door J. B.-E. 159Over gevangeniswezen, reclassering en behande-ling van psychisch gestoorde delinquenten,door J. B.-E 170The quiet-one, door J. B.-E 174De waarde van het karaktervormend onderwijsaanjonge fabrieksmeisjes voor het bedrijf, doorMej. H. Memelink 206OfRciele opening van het Sociaal-Caritatief Cen-trum te Utrecht, door J. B.-E 226Removos 227VIEen flatgebouw voor bejaarden in Vlaardingen,door L. J. Dijkers 243De plaats van het werk in ons leven 252Een kwart eeuw maatschappelijk werk .... 255Duits-Nederlandse conferentie over buurthuis-werk te Oosterbeek, door J. B.-E 292Van Joods maatschappelijk werk, door H.B.. . 295De Stichting voor Maatschappelijk Werk in deProvincie Utrecht herdenkt ,,Vijftig jaar Kin-derwetten", door J. B.-E 306Stichting International Social Service, afdelingNederland 30812. RechtspraakOntzetting op grond van artikel 374c s" B.W.,door Mr J. Overwater 22513. BoekbesprekingMaatschappelijke verwildering der jeugd; Bron-nenboek; Moderne jeugd op haar weg naar devolwassenheid, door Mevr. H. Verwey-Jonker 31J. S. van Hessen: Jeugdbeweging in vijfvoud,door M.J. van Doom Janssen 35Dr N. Muller: Straffen en helpen, door Drs J. H.K. Hoornweg 49Lida van Pernis: Volwassenen zijn gevaarlijkekinderen, door L. M. Eggels 78L. Lunders O.P.: Inleiding tot de problemen vanFilm en Jeugd 79New trends in European social work, door MrJ. F. Beekman 80Dr G. F. Fortanier en Dr J. J. M. Veraart: Ar-beidsrecht, door N. E. H. van Esveld .... 187Kate Hevner Mueller: Educating women for achanging world, door Drs P. Thoenes.... 189Kinderbescherming in overgangstijd, door MrP. G. Prins 256J. G. van Dam, Mr H. J. P. J. Goedmakers e.a.:Honderd jaren Armenwet 1854---1954, doorMr J. F. Beekman 258A. Rauzy en S. Picquenard: La legislation deI'aide sociale, door Mej. M. J. H. v. d. Veen . 258Dr J. T. Buma: De sociale kinderhygiene in Ne-derland ; Suze M. van der Veen: Ontwikkelingen vernieuwing van de sociale kinderhygiene,door G. W. Klarenbeek 259T. Schilling: Ook uw kind, door Mr M. B. v. d.Werk 276K. Bednarik: De jonge arbeider van deze tijd,door Drs P. Thoenes 277J. Manassen: Humanitas 1945--1955, doorj. B.-E 279Ch. Towle: Algemeen menselijke noden, doorMej. M. James 310Dr H. Lattke: Soziale Arbeit und Erziehung,door Mr J. F. Beekman 311VII14. Uit boek en tijdschriftHoe leren we het groepsgedrag van jongens en meisjesbegrijpen? door Ruth Cunningham e.a. 16 -- Gezins-verpleging voor zeer gestoorde kinderen, Children juli/augustus 1954 17 -- Ouders en oorlogskinderen, Chil-dren juli/augustus 1954 18 -- Hebben de gemeenteneen programma voor maatschappelijk werk nodig ? So-ciale Zorg 5 September 1954 20 -- De volkshuisvestingten plattelande in Gelderland (Rapport van de Stich-ting Gelderland voor Maatschappelijk Werk) 21 -- In-terlandadopties. Children juli/augustus 1954 83 -- Demens in het bedrijfsleven. Social Service Winternum-mer 1954 83 -- Een symposion over baldadigheid, Fe-deral Probation Maart 1954 84 -- Een nieuwe kinder-wet in Oostenrijk, Unsere Jugend September 1954 84-- Hervorming der Franse armenzorg, Sauvegarde mei1954 100 -- Subsidie club- en societeitswerk voor be-jaarden, De Schakel juli/augustus 1954 100-- Aanwij-zingen voor werkgevers betreffende de sociale verzeke-ring -- Naar een nieuwe opzet van het adoptie-recht, Ehe und Familie Juni 1954 143 -- Psychi-atrische en sociaal-psychiatrische beschouwingen overde prostitutie, Maandblad voor de Geestelijke Volks-gezondheid april 1954 143 -- Een bijzondere vormvan gezinsverpleging, Child Welfare September 1954144 -- Rapportage door de paedagogische staf ineentherapeutische opvoedingsinstelling, Social Caseworkfebruari 1955 191 -- Algemeneengespecialiseerdeken-nis in de gezinsverpleging. Child Welfare december1954 191 -- Aspecten van de zorg voor slachtofTers vanhersenverlamming, Maandblad A.V.O. maart 1955192 -- Onderhoudsplicht, Nederl.Juristenblad 16 april1955 192 -- Casework techniques in child care services,Social Casework januari 1955 264 -- Communicationand relationship in social casework. Social Caseworkjanuari 1955 264.15. BerichtenBenoeming directeur Stichting Friesland voorMaatschappelijk Werk 14Vormingscentrum ,,De Vonk" 15Diplomering Katholieke School voor Maatschap-pelijk Werk Amsterdam 26Diplomering CICSA Amsterdam 36Diplomering Groninger School voor Maatschap-pelijk Werk (CICSA) 36Diplomering School voor Maatschappelijk WerkAmsterdam 36In service training R.K. Scholen voor Maat-schappelijk Werk Eindhoven 46A.- en B.-cursussen Kinderbescherming .... 48Cultured werk in arbeiderskampen 48Vereniging van sociaal-wetenschappelijk onder-zoekers opgericht 48Installatie Raad voor de Revalidatie 51Instelling Werkgroep voor de bestudering vanhet vraagstuk der revalidatie 52Studieweek maatschappelijk werkers 60Zorg voor de geesteszieke mens 60In service training Scholen voor Maatschappe-lijk Werk ,,Twente" 68Nationale reclasseringscollecte 68Vereniging van Reclasseringsinstellingen ... 73Jaarverslagen 75Wat geschiedde in 1954 met de opbrengst van dezomerzegels? 80Diplomering School voor Maatschappelijk WerkEnschede 82Diplomering School voor Maatschappelijk Werk,,Twente" 82Congres international en matiere de preventiondu crime et de traitement des delinquants. . 82Publicatie van de F.I.O.M 82Studiecentrum voor het Katholiek Maatschap-pelijk Werk 82Nationale Stichting Mens en Samenleving. . . giKardinaal De Jong Stichting 91Wijziging in de redactie 106Cursus in marriage counseling van de ,,Men-ninger Foundation", Topeka, Kansas U.S.A. 106Mei-lezingen 1955 van het Criminologisch Insti-tuut te Utrecht 106The quiet-one 109Studiedag voor het Nederlandse gevangeniswe-zen 116Rectificatie 116De voorjaarsvergadering Ned. Herv. Kinder-zorg-Bond Utrecht 116In service training Rotterdam 116Tot nu toe verschenen samenvattingen en be-schouwingen in vaktijdschriften over Vooront-werp Wet Maatschappelijke Zorg 127R.K. bijscholingscursus voor de ambtenaren na-zorg B.L.O. c.q. sociaal-paedagogen .... 142Studiedag bezigheidstherapie in psychiatrischeinrichtingen 1426o-jarig priesterjubileum Mgr van Rijt .... 142Vereniging van sociaal-wetenschappelijk onder-zoekers 142Gontactdagen maatschappelijk werksters in zie-kenhuizen en inrichtingen (D.O.B.B.I.). . . 142Nationale Federatie De Nederlandse Bond totKinderbescherming (uitgave geschriften nr 22) 152Agenda 157,,Seminars" en ,,Study-groups" in Europa. . . 160Een royale daad 169Psychiatrisch-psychologische orienteringscursusen opleiding psychiatrisch-sociale werksters . 176Rectificatie 176Nederlandse Werkgemeenschap voor Individual-psychologic I goSchool voor Maatschappelijk Werk ,,De Horst",Driebergen igoVIIISubsidiering gezinsverzorging en gezinshulp . . 190Nieuwe folder van de Vereniging van Secretaris-sen van Sociale Raden 203Vacanuecursus Kerk en Wereld 203Uitzending naar Amerika 208Arbeidsverbod veertienjarige meisjes 208Reizende tentoonstellingen van goede jeugdlec-tuur 221Zweedse barakken 224Het zomerprogramma 1955 van de Barchem Be-weging 228Diplomering R.K. Scholen voor Maatschappe-lijk Werk Eindhoven 244Vijftig jaar Kinderwetten bij de Stichting voorMaatschappelijk Werk in de provincie Utrecht 244Centrum voor vrij Geestesleven 244Vormingscentrum ,,De Vonk" 244Manifestatie in verband met de herdenking Vijf-tig jaar Kinderwetten 247Nederlandse Federatie voor Bejaardenzorg . . 247Nieuw tehuis voor debiele kinderen 247Nationale Reclasseringsdag 249Stichting ,,Het Nederlandse Blindenwezen" . . 251Congres Jeugd 1955 260Nederlandse Vereniging van Opvoeders van on-aangepaste jeugd verbonden aan instellingenvoor kinderbescherming 261Jeugdlectuur 261De reizende tentoonstelling ,,Boek en Jeugd". . 261Federatie van Instellingen voor de zorg voor al-coholisten 262Wetenschappelijk onderzoek kinderbescher-ming 262Overzicht van aanvullingen en wijzigingen vanbeschikkingen van de Minister van Justitie be-treffende de goedkeuring van instellingen voorverpleging van regerings- en/of voogdij-kinderen 262Stichting Federatie van beschuttende werkplaat-sen in de drie noordelijke provincien .... 262Mogelijkheden en methoden van de aanpassingvan de mens aan de zich wijzigende maat-schappelijke structuur . 263Stichting Studiecentrum Katholieke opleidingenvoor het maatschappelijk werk 263Katholieke School voor Maatschappelijk WerkAmsterdam 263De samenwerking tussen inrichtingen voor kin-derbescherming en opleidingscentra .... 263Conferentie Ned. Herv. Kinderzorg-Bond. . . 263R.K. Bijscholingscursus ambtenaren nazorg B.L.0 263Werkvoorzieningsregeling voor jeugdige werklo-zen 275Rectificatie 275Studieconferentie Pro Juventute . 280Opleiding voor de middelbare acten paedago-giek A en B te Groningen 280Nationale Federatie voor de Geestelijke Volksge-zondheid 280Winterprogramma G.B.I 280Jaarvergadering van de Centrale Bond voor In-wendige Zending en Christelijk Maatschappe-lijk Werk 284Maatschappij en kind 300Jaarvergadering F.I.O.M 300Volkshogeschool ,,t Huis" te Eerbeek 302Avondcursus over maatschappelijk werk . . . 305Veertigjarig ambtsjubileum P. Waardenburg . 311Amsterdamse Stichting voor MaatschappelijkWerk 311Agenda herdenkingen 50 jaar Kinderwetten . . 312Adreswijziging redactiesecretariaat Tijdschriftvoor Maatschappelijk Werk 328Volkshogeschool ,,t Huis" te Eerbeek 336Regeling van verlof en vacantie voor kinderen ininrichtingen of pleeggezinnen 340Overzicht van aanvuUingen en wijzigingen vanbeschikkingen van de Minister van Justitie be-treflFende de goedkeuring van instellingen voorde verpleging van regerings- en/of voogdij-kinderen 344Studiecentrum maatschappelijk werk 357Vormingscentrum ,,De Vonk" 357Opleiding Katholieke psychiatrisch-sociale wer-sters 360IXREGISTER OP DE NAMEN DER SCHRIJVERSBBakker, P. S., Maatschappelijk werk en moraal 92Basart, A. H. M., De sociale achtergronden bijhet waarderen van woningen 54Beekman, Mr J. F., Wat schuilt er in een defi-nitie? 118Beekman, Mr J. F., Schoolmaatschappelijk werk i6iB.-E., J., Onderzoek naar de levensomstandig-heden van de bejaarden te Rotterdam. 30B.-E., J., Over de verhouding van cultureel enmaatschappelijk werk 112B--E., J., Rapport Kinderkampenwerk 1954 . 159B--E., J., Over gevangeniswezen, reclassering enbehandeling van psychisch gestoorde de-linquenten I'yoB.-E., J., The quiet-one ij^B--E., J., Studieconferentie ter bespreking vanhet eindrapport van de StaatscommissieVervanging Armenwet 209B--E., J., Officiele opening van het Sociaal-Garitatief Centrum te Utrecht 226^^?E., J., Duits-Nederlandse conferentie overbuurthuiswerk te Oosterbeek 292B.-E., J., De Stichting voor MaatschappelijkWerk in de provincie Utrecht herdenkt,,Vijftig jaar Kinderwetten" 306Beekman-Eggink, Mevr. J., Wat er vervolgensaan de orde was 367Beekman-Eggink, Mevr. J., Wat gebeurde ermet de kinderbeschermingskinderen? . . 372Beekman-Eggink, Mevr. J., En zo waren de me-ningen over de ongehuwde moeders . . 374Beekman-Eggink, Mevr. J., Bezuiniging . . . 392Boasson, Mr H., Van Holland en van Israel . 76Boasson, Mr H., Van Joods maatschappelijkwerk. 295Boer, J. de, Over particuliere en kerkelijke or-ganisaties 134Braak, Mej. M., Is het invoeren van social case-workprincipes eenvoudig? 74Braak, G. J. M. ter, Mens-in-nood en socialecaritas 167Braam, Drs A. van, Sociologische achtergrondenvan de inkomstenbesteding 230Buitendijk-Mulder, Mevr. D., Samenwerkingmet maatschappelijke werkers 148CGloeck, H. P., Over 3 S'en in het voorontwerpwet maatschappelijke zorg: Subsidiariteit- subsidie - samenwerking 121Gloeck, Dr H. P., Een aparte wet op de socialeraden? 318DDam, J. G. van, De gemeentelijke maatschap-pelijke zorg in het ontwerp der Staats-commissie 128Diepenhorst, Prof. Mr I. A., Slotrede op destudieconferentie 212Doeleman, Dr F., Tien jaren sociale genees-kunde 3^0Dijkers, L. J., Een flatgebouw voor bejaardenin Vlaardingen 243Dijkers, L. J., De wet op de algemene ouder-domsverzekering 248EEbbeling, Mr G., Twee nieuwe subsidierege-lingen 273Fentener van Vlissingen-Hugenholtz, Mevr. MrM., De oorlog 399HHartland, N. F., Doeltreffende practische sa-menwerking tussen kerkelijke en particu-liere organisaties en de overheid .... 153Haverda, Drs J. L., De sociale achtergrondenvan de armlastigheid 37Hoefnagels, Mr G. P., Godsdienst en kinderbe-scherming. Oordelen en vooroordelen I 321Hoytink, M. J., Overheidszorgen mindervalden 204Hoytink, M. J., Tien jaar wetgeving 298Hijman, Mr. J. M., en Mej. W. van Waiar,Discussie over casework en zelfbeschikt-kingsrecht 201Hijman, Mr J. M., Bezinning 219Hijmans, Mej. L. en Mej. J. van de Weteringde Rooy, Bejaarden zorg.... 196James, Mej. M., De Amerikaanse ,,Family Ser-vice" en de Nederlandse ,,Gezinszorg" 21James, Mej. M., Overpeinzingen van een case-work-docent 96Jansen, H. W., Sanering een zaak vansamenwerking 57Jens, Mej. Dr L. F., Het Nederlandse Blinden-wezen 1^8Jonkmans, Mej. M. J., Achtergronden van deinkomstenbesteding, gezien vanuit depractijk van het maatschappelijk werk. 239Dam, J. G. van, De ontwikkeling van de case-workgedachte bij de gemeentelijke so-ciale dienstenKamphuis, Mej. M., Het maatschappelijk werk69 in Amerika blijft in beweging 27Kamphuis, Mej. M., Het maatschappelijk werkin de Verenigde Staten zoekt naar prin-cipiele fundering 281Kieftenburg, N. J. Zie: Vries, M. E. de en N. J.Kieftenburg. De grens tussen het interneen externe bedrijfsmaatschappelijk werk 285Kist, Mr B., Kinderrecht en kinderbescherming,,avant la lettre" 362Kist, Mr B., De berechting van minderjarigen 370Kleijn, Mej. L. J. M., Mr G. T. J. de Jongh . 394Langen, Mej. Mr E. van, Godsdienst en kinder-bescherming. Oordelen en vooroordelenII 325Lekkerkerker, Mej. Mr Dr E. C, Tien jarenmedisch-opvoedkundige bureaux . . . 337Leppink, Mej. Mr G. B., De Provinciale Com-missie ten behoeve van de bestrijding deronmaatschappelijkheid in Gelderland . . 177Loon, Dr P. C. J. van, De welvaart der wereldals gemeenschappeHjke verantwoordelijk-heid 218Prins, Mevr. H., Discussie over het schoolmaat-schappelijk werk 222Prins, Mej. Mr P. G., Het wetsontwerp tot in-voering van adoptie geprezen en ver-guisd!Prins, Mej. Mr P. G., Vijf en twintig jaar fede-ratieve ongehuwde-moederzorg ....12114RReijners, A. G., Tien jaar gemeentelijke socialedienst 329Rietveld, A. J., De organisatie van het school-maatschappelijk werk 223Storm, Mr A. M. van der, Het verhaal vankosten van maatschappelijke zorg ... 137Stork, Mej. Dra A., Community-organizationten Plattelande 270Swiebel, C. M., Tien jaren sociale verzekering 345MMarsman, Mej. Mr J. J., Enkele facetten van hetsociale aspect der bouwkundige saneringvan de grote steden 61Memelink, Mej. H., De waarde van het karak-tervormend onderwijs aan jonge fabrieks-meisjes voor het bedrijf 206Moltzer, Mr M. J. A., Een afzonderlijke wetsociale raden 313Mulock Houwer, D. Q. R., Groei en vooruit-gang of stilstand en achteruitgang? . . . iMulock Houwer, D. Q,. R., Gezins- of gestichts-verpleging 377NNooij, Drs J. K. A. van, Zegen of vloek? .Nooij, Drs J. K. A. van, Sociale flitsen. ,47186OOort-Wegelin, Mevr. B. M. van, Tien jaar eenbureau voor levensmoeilijkheden ... 341Overwater, Mr J., Het ontwerp tot regeling vande plaatsing van onder toezicht gesteldekinderen buiten het gezin (voorlopig ver-slag en memorie van antwoord) .... 165Overwater, Mr J., Ontzetting op grond vanart. 374(; 56 B.V-/ 225Overwater, Mr J., De nieuwe wettelijke bepa-lingen van het kinderrecht 245Overwater, Mr J., Bij het gouden jubileum derKinderwetten 361Overwater, Mr J., De Voogdijraad Amsterdamn in de goede oude tijd 368Overwater, Mr J., De Kinderpostzegel.... 400Tilanus, A. D. W., Bejaardenzorg in Gelderland 193Toe Water, Drs J. W. J., De overheid en deorganisatie van de ,,maatschappelijkezorg" 107Trotsenburg, Drs E. A. van, Tien jaren sociaal-cultureel vormingswerk 355Veen, Mej. M. J. H. van der, Sociale zorg doorde Overheid in andere landen; I. Frank-rijk 288Verstijnen, A., Omvang en aard van het dubbelhuisbezoek in Noord-Brabant 265Visser, Drs G. J., Overpeinzingen n.a.v. het be-zoek van Miss Burmeister aan ons land 9Vries, Prof. Mr C. W. de, De twee sferen enhaar terminologie in het rapport van deCommissie-Quarles van UfTord. ... noVries, Prof. Mr G. W. de, Schets van de voor-naamste bepalingen voor een wetsont-werp tot bescherming van de levens-standaard van de economisch minst-ont-wikkelde volksgroepen 217Vries, M. E. de en N. J. Kieftenburg, De grenstussen het interne en externe bedrijfs-maatschappelijk werk 285WWaart, Mej. W. van. Zie: Hijman, Mr J. M.,en Mej. W. van Waart, Discussie overcasework en zelfbeschikkingsrecht . . .Wegerif, H. J., De ondertoezichtstelling in hetnauwWerk, Mr M. B. van de, Gezinsvoogdij in gevalvan zwak-sociale en onmaatschappelijkegezinnen20118242XIWerk, Mr M. B. van de, Ten afscheid: Bij deopheffing van het Algemeen College vanToezicht, Bijstand en Advies voor hetRijkstucht- en Opvoedingswezen . . . 145Wetering de Rooy, J. van de. Zie: Hijmans,Mej. L., en Mej. J. van de Wetering deRooy, Bejaardenzorg 196Willemze, Mej. M., Tien jaar maatschappelijkwerk 301Wijngaarden, Dr H. R., Psychologische achter-gronden van de inkomstenbesteding. .ZuithofT, D., Onmaatschappelijke gezinnen I .ZuithofF, D., Onmaatschappelijke gezinnen II23585lOIXIIValSte' P.RnOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvestingen Stedebouw en van de Nationale Woningraad, waarin opge-nomen de mededelingen van de Rijksdienst voor het NationalePlan, en tevens gewljd aan de WederopbouwFebruari 1956 37e Jaargang noDe toekomst staat voor de deurOver enkele jaren zai blijken of de beslis-singen van vandaag juist waren. Wanneer Uvandaag besluit tot toepassing van onzeHASCO-LAC en HASCOLIN synthetischelaksystemen voor hout en metalen, zaI datzeker geen stap in het onzekere zijn. In-tegendeel, v/ant de zich door de Jaren steedsherhalende bestellingen van vakmensen die,,een naam" te verliezen hebben, sprekenvan een vertrouwen, dat voor ons ALLESbetekent.Ife^Schreudor's lakfabHoken- Sahoonhover, HollandSCHEWIL V.V. ISOLATIE KANAALPLATENSPECIAAL VOOR DAK-ISOLATIE IEen succes dat nog nooit is bereikt opisolatiegebied!Vlas-afvallen zijn goudkleurig,Schewil v.v.-isolatie is GOUD!Vlakke platen 120 en 125 x 50 cm, 3-5-7cm dik; kanaalplaten 7 cm dik.Bouwplatenfabriek WILLEMSE Delft n.v.Fabrieken en kantoor: ETTEN, N.Br. Telefoon 572ELLEN tochtstripned. octrooinaam wettig gedep.vasigestelde verkoopprijs I 1.05 p. m.levering via de ijzerhandelleverbare lengten van 1 m. t/m 2'y^ m.goedgekeurd door de ned. ver. v. huisvrouwenind. en handelsondern. ELTON wassenaar telefoon k 1751 - 3077Makelaarskantoor A.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Telefoon 3509, belast zich gaarne metKOOP, VERKOOP, TAXATIES en BEHEERvan ONROERENDE GOEDERENHypotbeekbemiddeling en alle verzekeringenTel.773121 ,,C E T R A" Tel.773882DE CARPENTIERSTRAAT 254 -- DENHAAGVerwarming - Oliestook - LuchtFabrieksinstallaties ens.Natte doorslaande gevels en murendoor speciale behandelinggegarandeerd waterdicht(5 jaar schriftelijke garantie)20-jarige ervaring.Vraagt kosteloos inlichtingen bij:Fa. A. VAN DER LINDEN - ROTTERDAMESSENBURGSTRAAT 127-a -- TELEFOON 39504i1 Eternit riolering Mmm VOLGENS TEKENING ^^^M llm Eventueel ^^^BIIIIIMm gedeeltelijk gemonteerd ^^^^///llBouwbedrljf,,Twaalf Provlncien" N.V.J. Kostelijklaan 28 . VELSENTelefoon K 2550-4484Directeur: A. M. Jacobs? Utiliteitsbouw? WoningbouwC VAN DEN HONDELGOUDA - TUINSTRAAT 3a - 71 - TELEF. 3289 (K 1820)TRAPPENFABRIEKvoor elke bouwerijVoor GLASN.v. DORDTSCHE GLASHANDELKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALEN.Tijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waann opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach, Mej. Mr. H. J. D.Revers, Ir. L. S. P. Scheffer, Dr. Ir. F. Bakker Schut, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementent Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertcnties! Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)februari 1956yisi Jaargang -- No 2MaandbladOfficiele mededelingenNederlands InstituutCommissie Stedebouwkundige luchtbeschermingHet dagelijks bestuur heeft in overleg met het Departementvan Binnenlandse Zaken (Afdeling Schuilplaatsen) eencommissie ingesteld, met de taak te onderzoeken op weikewijze door stedebouwkundige maatregelen de uitwerking vanaanvalsmiddelen op bouwwerken en bevolking kan wordenvoorkomen of beperkt.Deze commissie bestaat uit de Heren Dr. Ir. F. BakkerSchut, Voorzitter, Ir. C. de Cler, Kolonel S. H. Hoogterp,P. J. M. Ruyters, G. B. Smid, Prof. Ir. Jac. P. Thijsse. Jhr.Ir. S. Laman Trip en A. C. Huys, Secretaris.Rijksdienst voor het Nationale PlanOntwerp-Wet op de Ruimtelijke OrdeningOp 23 januari 1956 is het ontwerp van Wet tot vaststellingvan nieuwe voorschriften omtrent de ruimtelijke ordening(W^et op de Ruimtelijke Ordening) bij de Staten-Generaalingediend.Besluit van de Minister van Wederopbouw en Volks-huisvestingOp grond van artikel 29, derde lid. van de Wet van 29 Sep-tember 1950, houdende voorlopige regeling inzake het Na-tionale Plan en streekplannen, heeft de Minister van Weder-opbouw en Volkshuisvesting het volgende bezwaar gemaakt:d.d. 14 februari 1956, no. 4, betreffende de voorgenomenbouw van een bedrijfsschuur voor een aardappelgroothandelmet de daarbij behorende woning in de gemeente Heemskerk.Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het ont-werp-streekplan IJmond-Noord. ^Ruimtewet en Woningwet .Achttien jaar nadat de eerste staatscommissie voor de herzie-ning van de Woningwet (commissie-Frederiks) werd inge-steld en bijna zes jaar nadat de tweede staatscommissie voorde herziening van de Woningwet (commissie-Van den Bergh)haar verslag had uitgebracht, zijn de ontwerpen Wet op deRuimtelijke Ordening en Woningwet, die tezamen de bestaan-de Woningwet moeten vervangen, bij de Tweede Kamer derStaten-Generaal ingediend.Indien wordt overwogen dat de ontwerpen eerst in een vol-gende parlementaire periode in behandeling zullen kunnenkomen en dat zij pas in werking zullen kunnen treden gelijk-tijdig met een Invoeringswet, waarvan het ontwerp nog moetworden ingediend -- dit ontwerp zal in verband met de nood-zakelijke aanpassing van andere wetten nog belangrijke pun-ten bevatten -- dan is het duidelijk dat wetgevende maat-regelen in ons land wel een zeer geruime tijd van voorbereidingvereisen.Niettemin meent het dagelijks bestuur van het Instituut datMinister Witte ons land een goede dienst bewezen heeft doorde doortastende wijze, waarop hij, weliswaar steunende op hetwerk van zijn voorganger en van twee staatscommissies, maarslechts zeer ten dele de hem voorgelegde wetsontwerpen vol-gende, er in geslaagd is zijn eigen wetsontwerp door het inter-ministeriele overleg en door de Raad van State te loodsen.Het dagelijks bestuur van het Instituut is de Minister in hetbizonder erkentelijk voor het feit dat het door Zijne Excel-lentie in een vroeger stadium in de gelegenheid is gesteld debeide wetsontwerpen te beoordelen. Dit impliceert uiteraardniet dat na deze voorbereiding van onze zijde geen wensenmeer over zouden zijn gebleven.In het bizonder geldt dit voor het ontwerp Woningwet, datmeer het karakter van een technische herziening van debestaande wet heeft gekregen in plaats van de nieuwe denk-beelden, die in de loop van de ruim 20 jaar sedert de laatstegrote herziening van de Woningwet zijn opgekomen, vorm tegeven.Deze nieuwe denkbeelden, die met name in het wetsontwerpvan de staatscommissie-Van den Bergh waren geintroduceerd,worden stuk voor stuk, hetzij uitdrukkelijk, hetzij stilzwijgendafgewezen. Dit neemt echter niet weg dat het ontwerp --- ge-zien als technische herziening -- belangrijke verbeteringen tenopzichte van de bestaande wet bevat.Ter kenschetsing van onze visie op het nieuwe wetsontwerpop de ruimtelijke ordening -- dat slechts op enkele onder-geschikte punten afwijkt van het ons destijds voorgelegdeontwerp ?-- mogen wij ons veroorloven een gedeelte te ci-teren uit het advies, dat wij in april 1955 terzake aan Mi-nister Witte uitbrachten...Als de meest kenmerkende eigenschap van het wetsontwerp..beschouwen wij de opzet om tot een eenvoudiger stelsel van..ruimtelijke ordening te komen, dat een snellere totstandko-..ming van de plannen en een snellere aanpassing daarvan bij 21Artikelcn.gewijzigde omstandigheden mogelijk maakt. De consequentie,van dit uitgangspunt is geweest dat de bevoegdheid tot de.vaststelling van plannen bij het Rijk is vervallen, dat deze.bevoegdheid in provinciaal verband niet langer betrekking,heeft op plannen met rechtskracht, maar op plannen, die het,karakter van een niet-bindend programma hebben en dat in.gemeentelijk verband naast het bindende bestemmingsplan,de nieuwe figuur van het structuurplan zonder directe rechts-.kracht voor een deel van het gemeentelijk territoir wOrdt in-,gevoerd.,Deze overgang, waardoor het plan met rechtskracht, tot,nu toe de kern van de wettelijke regeling van de stedebouw,te onzent, grotendeels zal komen te vervallen, heeft ons aan-,vankelijk met aarzeling vervuld. De waarde van het plan met,rechtskracht schuilt onzes inziens mede hierin, dat het aan de,gehele voorbereiding van de plannen en met name aan het,overleg met alle partijen een betekenis verleent, die een en,ander zonder de consequentie van de rechtskracht niet of in,veel mindere mate zou hebben. leder, die thans bij dit werk,betrokken is, weet dat de uitkomsten van de gemeenschap-,peli]ke arbeid bindend zullen zijn voor de toekomstige ruim-,telijke ontwikkeling. Het gaat niet om een voorlopige orien-,tering, die eerst later mogelijkerwijs een dwingend karakter,kri]gt; het werk leidt integendeel rechtstreeks tot een dwin-,gende regeling.,En verder bieden de bindende plannen van hogere orde een.gelukkige mogelijkheid om, in een sfeer van onderling over-,leg en van openbaarheid in de eindfase, te komen tot richt-,lijnen, waarin het beleid op hoger niveau vorm krijgt en,waaraan de lagere organen zich hebben te houden..Intussen staan wij open voor de in het wetsontwerp gevolgde.gedachte dat in het licht van de ervaringen met de geldende,regeling overwegende waarde moet worden gehecht aan het.bereiken van een eenvoudiger werkende en soepeler regeling,en dat het verantwoord is daarvoor inbreuk te maken op het,oude beginsel van het plan met rechtskracht.,Wij hebben dan ook na rustige overweging van het voorstel,onze aarzeling op dit punt overwonnen en kunnen ver-,klaren dat wij met de leidende gedachte van het wetsont-,werp instemmen, onder het voorbehoud evenwel dat de,nieuwe regeling goede waarborgen zal bevatten voor een.redelijk overwicht van het beleid van de hogere organen ten,opzichte van de lagere en voor een bindende toetsing van,werken van allerlei aard aan het ruimtekundige beleid. Wij.hebben ons er rekenschap van gegeven dat dergelijke waar-.borgen moeilijk kunnen ondervangen dat de speelruimte, die,het ontworpen stelsel bevat voor het beleid van de verant-,woordelijke bestuursorganen, veel groter is dan thans en dat,dus, mocht ergens een voor de ruimtelijke ordening minder,gunstige gezindheid het beleid bepalen, het gevaar van ave-.rechtse beslissingen en -- meer nog -- van stilzitten toe-,neemt. Als de voorgestelde regeling wet wordt, zal de gang,van zaken in dit opzicht met grote oplettendheid moeten,worden gevolgd.,De bedoelde waarborgen bevat het wetsontwerp ongetwijfeld,,maar enkele daarvan zullen naar wij vrezen weerstanden op-.wekken, die een beletsel kunnen vormen voor het behoud,van de bepalingen terzake, terwijl enkele andere waarbor-,gen naar onze mening niet geheel voldoende zullen zijn."Er zal zeker nog gelegenheid zijn nader op een en anderterug te komen. Voor heden mogen wij volstaan met de wensdat de door Minister Witte aangevatte materie door de Staten-Generaal (en door een eventuele opvolger van de Minister)van voldoende belang zal worden geacht om de parlementairebehandeling met bekwame spoed te doen plaatsvinden.Bakker Schut,Voorzitter van het InstituutVolkshuisvesting in de Mijnstreekdoor Mr. P. M. M. C. Palmen(Slot) - III. Enige stedebouwkundige notitiesHet bestek van dit artikel laat niet toe de stedebouwkundigeaspecten van de Mijnstreek uitvoerig te behandelen. Niette-min meen ik dat hierin enige merkwaardige momenten vande ontwikkeling van dit gebied niet mogen ontbreken. DoorPater Drs. Remigius Dieteren O.F.M. is in zijn gedenkboek,,40 jaren arbeiderswoningen in Limburg", ,,Ons Limburg"1911-1951 terecht erop gewezen dat men rond 1910 zowel inNederland als daar buiten op stedebouwkundig gebied nog inde kinderschoenen stond. Degene, die thans van de volks-huisvesting in de Mijnstreek kennis neemt, zal licht geneigdzijn op de stedebouwkundige situatie kritiek uit te oefenen.Het is echter de verdienste van de zoeven genoemde schrijverdat hij duidelijk in het licht heeft gesteld dat juist in de Mijn-streek al vroeg veel aandacht aan de stedebouwkundige pro-blemen is gewijd. Merkwaardig is dat men in eerste instantiein particuliere kring getracht heeft tot praktische bijdragenvoor de oplossing van deze problemen te komen.In 1912 werd door de Vereniging ,,Ons Limburg" aanarchitect Jan Stuijt de opdracht gegeven een plan voor ge-heel Zuid-Limburg te ontwerpen, dat als leidraad voor dearbeid zowel van ,,Ons Limburg" als van de daaraan nauwverbonden N.V. Bouwgrondmaatschappij ,,Tijdig" zou kun-nen dienen. Het uitgangspunt hierbij was dat de bouw zoumoeten plaats vinden naar een vast stelsel. ,,De verspreidingder onderscheidene arbeidskolonies over het ganse districtbehoort naar een weloverwogen plan te geschieden". i)Ingevolge deze opdracht werd o.a. voor de gemeente Heer-len in 1912 een bebouwingsplan samengesteld.Een zeer belangrijke plaats in de stedebouwkundige geschie-denis van de Mijnstreek neemt verder in de sociaal-hygie-nische commissie. Deze commissie werd op 28 maart 1918door de Minister van Arbeid ingesteld, teneinde tegemoette komen aan de eisen, die de snelle ontwikkeling op in-dustrieel gebied aan de voorheen landelijke gemeenten inZuid-Limburg stelde. Het is met name de subcommissie wo-ningvraagstukken van de zoeven genoemde commissie ge-weest, waarvan activiteiten op dit gebied zijn uitgegaan. Vandeze subcommissie, welke stond onder voorzitterschap vande toenmahge burgemeester van Heerlen, Mr. M. Waszink,maakten voorts deel uit Dr. Poels, 2 mijndirecteuren, 1 arts,1 vrijgestelde arbeider, Ir. J. M. A. Zoetmulder, eerst alsinspecteur van de volksgezondheid, van 1919 af als secreta-ris-directeur van de Vereniging ,,Ons Limburg", terwijlvan dat tijdstip af Ir. Moubis als inspecteur van de volksge-zondheid tevens deel van de subcomissie uitmaakte. Doordeze subcommissie werd in 1919 opdracht gegeven aan dearchitect Jos. Cuypers te Roermond om een bebouwingsplanvoor Zuid-Limburg samen te stellen.Zeer uiteenlopend zijn de problemen, waarmee de subcom-missie woningvraagstukken zich heeft bezig gehouden. Hetuitgangspunt was de behoefte, welke gevoeld werd aan pla-nologische regelingen in groter verband; wat men in feiteheeft willen bereiken, is een streekplan. Door de subcom-missie werd aanvaard het reeds in de kring van ,,Ons Lim-burg" voorgestane principe van de decentralisatie in de wo-ningbouw. Op de motieven, welke aan de voorkeur voordecentrahsatie ten grondslag lagen, zal ik nog nader terug-komen. Andererzijds echter achtte men het dringend noodza-kelijk deze bebouwing in geordende banen te leiden. Metname is er door de subcommissie naar gestreefd het ongeli-miteerd uitdijen van de bebouwing te voorkomen, vooral van22^) Dr. Woltering, ,,Ons Limburg, een administratieleven en woningver-enigingen" in Tijdschrift voor sociale hygiene, He jrg. 1912, pag. 115.lintbebouwing. Zij heeft zich intensief bezig gehouden metaangelegenheden als straat-. spoor- en tramwegen, rooilijnen,rioleringen etc. Een van de eerste vraagstukken, waarmee desociaal-hygienische commissie zich heeft bezig gehouden, isgeweest de samenvoeging van gemeenten. Zoals door Ir. F.B. J. M. Moubis in zijn artikel ,,Het bebouwingplan voorZuid-Limburg" i) werd uiteengezet, was dit vraagstuk vantweeledige aard:,,1. Vervanging van een groot aantal gemeenten door ge-meenten, die door haar zielental een sterk organisme vor-men, waardoor meer waarborgen voor een goed beheer opsociaal-hygienisch en economisch gebied worden verkre-gen;2. Grenswijziging om delen van verschillende gemeenten,die door het karakter der bewoners of op grond van dehgging meer eigenaardig bij elkaar behoren, ook bij elkaarte brengen. Men kwam daardoor tot indeling in drie soor-ten van gemeenten, nl. industriegemeenten, landbouwge-meenten en gemeenten met een meer ontwikkeld vreemde-hngenverkeer. Er zou zoveel mogehjk rekening wordengehouden met de geschiedenis van het ontstaan der ge-meente, wegen zouden niet als grenzen worden aangewe-zen en ook zouden geen grenzen lopen door bebouwdekommen of waar deze verwacht werden."Inderdaad zijn door de commissie voorstellen tot samenvoe-ging van gemeenten ingediend, doch tot uitvoering daarvanis het niet gekomen. Ook in ander opzicht hebben de werk-zaamheden van de commissie niet de resultaten opgeleverd,welke men daarvan destijds heeft verwacht. Dr. M. J. W.Roegholt heeft zelfs destijds in de werkzaamheden van decommissie aanleiding gevonden om in de Mijnstreek te zieneen gebied, dat zich aan het ontwikkelen was tot een ,,stads-gewest". 2) De grote moeihjkheid, waarop de verwezenlijkingvan de plannen van de commissie stuitte, was dat deze plan-nen wettehjke basis ontbeerden. De commissie was derhalveaangewezen op vrijwiUige medewerking van alle belangheb-bende partijen. Onder deze belanghebbendc partijen nameno.a. de gemeentebesturen een belangrijke plaats in. In debeschouwingen, welke men over de werkzaamheden van de-ze commissie aantreft, leest men tussen de regels door danook de klacht dat het aan deze medewerking wel eens heeftontbroken. Het feit, dat men in 1924 is vastgelopen, zoalsdoor Ir. J. H. Froger is opgemerkt, ,,vooral door het ont-breken van voldoende wettelijke bevoegdheden" ^), kan ech-ter niet afdoen aan de waardering voor de belangrijke pio-niersarbeid, welke door deze commissie is verricht.Zoals ik reeds hiervoren opmerkte, kenmerkt de Mijnstreekzich in stedebouwkundig opzicht door een vrij grote matevan decentrahsatie in de woningbouw. Nu komt men in hetalgemeen in mijngebieden een sterkere spreiding van de ar-beiders tegen dan in andere belangrijke industriegebieden,omdat de mijnzetels zelf uiteraard gespreid liggen. Wel is demogelijkheid aanwezig de arbeiders, welke aan een bepaaldemijnzetel verbonden zijn, zoveel mogelijk in de naaste omge-ving van die mijnzetel te huisvesten. Dit stelsel is ook in on-ze Mijnstreek verdedigd en in bepaalde mate toegepast.Door Ir. Dinger is erop gewezen dat als regel de centraalgelegen woningen door de mijnexploitant en de decentraalgelegen woningen door de woningverenigingen gebouwdzullen worden. 4)In hoeverre de onderscheidene posities van mijnexploitant') Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw, jrg. 1926, pag. 147e.v.2) Dr. M. J. W. Roegholt, ,,Het Stadsgewest" (z. pi. en jr.), pag. 235 e.v.?*) Ir. J. H. Froger, ,,De waarde van streekplannen voor de volksge-zondheid in het bijzonder in Limburg". (z. pi. en jr.)*) Ir. A. E. Dinger, ,,Arbeidershuisvesting in de mijnstreek". Tijd.schriftvoor Volkshuisvesting, jrg. 1921, pag. 3.Zie voorts Ir. F. Bakker Schut, ..Industrie en woningbouw", uitgavevan het Ned. Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw. Assen1933, pag. 166 en 167.en woningvereniging tot een verschillend standpunt in deze Artikeiwleiden, laat ik hier in het midden, doch het is een feit dat inhet algemeen door de woningverenigingen in sterkere matedan door de mijnondernemingen een spreiding van wonin-gen is toegepast. In het reeds aangehaalde werk van Dr. M.J. W. Roegholt ,,Het Stadsgewest" worden de overwegin-gen, welke aan het streven naar decentralisatie ten grond-slag liggen, met de woorden van architect Cuypers als volgtweergegeven.,,1. Om de arbeider zoveel mogelijk in aanraking te bren-gen met de vrije natuur als geestesontspanning.2. Om grote opeenhoping van arbeiders te voorkomen zo-lang dit mogelijk is.3. Teneinde de gelegenheid open te houden voor aanslui-tende vestiging van andere ambachtslieden en landarbei-ders.4. Teneinde een meer geleidelijke kolonisatie van de vanbuitenaf komende elementen te bevorderen, waardoor demijnwerker, die van boerenafkomst is, gelegenheid krijgtop kleine schaal de grond te bewerken.5. Om aan het particulier initiatief zoveel mogelijk gele-genheid te geven op vele punten aan de bouw mede tewerken." 1)Niet alleen heeft er een spreiding plaats gevonden van demijnarbeidersbevolking over een ruim aantal gemeenten,doch ook binnen de gemeenten liggen de woninggroepenvaak sterk gespreid. De bezoeker, die met de Mijnstreek ken-nis maakt, zal niet steeds aan de indruk ontkomen, dat meer-dere woninggroepen betrekkelijk willekeurig in het landschapzijn rondgestrooid. Niet ontkend kan worden dat in stede-bouwkundig opzicht meerdere gemeenten met name in deoude Mijnstreek geen harmonisch beeld vertonen en datsommige woninggroepen zelfs positief ongunstig gelegenzijn. Een minder gunstige ligging van bepaalde woninggroe-pen is evenwel niet een gevolg van de toepassing van hetdecentralisatiestelsel op zich. Evenmin kan gesteld wordendat degenen, die zich met de woningvraagstukken in de Mijn-streek bezig hielden, niet voldoende vooruitziend zijn ge-weest. Deze vooruitziendheid heeft evenwel niet kunnenvoorkomen dat bepaalde bezwaren toch zijn opgetreden.Hiervoren wees ik reeds op het ontbreken van de nodigewettelijke bevoegdheden op stedebouwkundig terrein. Daar-naast moet evenwel worden gewezen op de grote moeilijk-heden, welke aan de grondverkrijging verbonden waren.Praktisch was men voor de oorlog voor woningbouw aan-gewezen op terreinen, welke men door minnelijke schikkingkon verkrijgen. Bij de Woningwetbouw was men bovendiengebonden aan de zeer beperkte bedragen, welke door deOverheid voor grondkosten werden toegestaan. Hierdoorwas het dikwijls zeer moeilijk de woningen te bouwen opterreinen, die van stedebouwkundig oogpunt uit hiervoor hetmeest in aanmerking kwamen. In vele gevallen is ligging,vorm en grootte van de woninggroep praktisch voor een be-langrijk deel door de mogelijkheid van de grondverkrijgingbepaald. Men dient ermee rekening te houden dat destijdsin het sterk in opkomst zijnde mijnindustriegebied de grond-speculatie een belangrijke rol speelde. Voorts moet in aan-merking worden genomen dat de meeste woningen zijn ge-bouwd juist in perioden dat zeer snel moest worden gehan-deld. Reeds op deze grond kon onteigening in het algemeengeen oplossing bieden. Door de sociaal-hygienische commis-sie zijn destijds concrete voorstellen aan de Regering ge-daan om voor woningbouw een spoedige onteigening moge-lijk te maken. Deze stap heeft evenwel geen resultaat opge-leverd. Indien men bedenkt hoe thans onder een stedebouw-kundige onteigeningswetgeving, welke zich inmiddels veelverder heeft ontwikkeld, de bouwplaats in vele gevallennog in sterke mate wordt bepaald door de mogelijkheid er-^) Dr. M. ]. W. Roegholt, ,,Het Stadsgewest", a. w., pag. 238 en 239. 23Artlkelengens grond te verkrijgen, kan men zich voorstellen hoe des-tijds noodgedwongen de praktijk in deze is geweest.Voorts is de ligging van vele woninggroepen mede bepaalddoor de neiging, welke vroeger veelal bij de gemeentebestu-ren bestond om de Woningwetwoningen zoveel mogelijk bui-ten de kom van de gemeente te houden. In het algemeen kanworden geconstateerd dat destijds er minder waardering be-stond voor arbeiderswoninggroepen. In de Mijnstreek wasdeze tendenz ten opzichte van de mijnarbeiders wel bizon-der sterk, doordat de mijnondernemingen in de beginperiodehaar arbeiders voor een belangrijk deel uit het buitenlandmoesten betrekken. Met name voor de uit Duitsland afkom-stige arbeiders, waar destijds de sociale voorzieningen beterwaren dan hier, gold dat ze meestal niet zonder reden daarweggingen. Zoals door Pater Remigius Dieteren is opge-merkt i), blijkt uit de bestudering van het archief van de so-ciaal-hygienische commissie bovendien dat men destijds opkorte termijn een enorme groei van de Mijnstreek verwachtheeft. Ook is er door Ir. J. M. A. Zoetmulder in zijn artikel,,De huisvesting van de mijnwerkers" 2) op gewezen dat inveel gevallen met opzet ruimte voor andere bebouwing werdopengelaten, met de bedoehng dat hierdoor op den duur ver-menging van de mijnwerkersbevolking met andere groepenzou worden verkregen. Overigens wordt de keuze van hetbouwterrein in de Mijnstreek bemoeihjkt door factoren als:gevaar voor mijnschade, Hging onder rook of stof van demijn enz.De hiervoren genoemde bezwaren treden het duidelijkst aanhet licht in de oude Mijnstreek. Hier zijn verreweg de meestemijnzetels, er woont het overgrote deel van de mijnwerkers-bevolking. De westelijke Mijnstreek is bovendien eerst veellater dan de oostelijke tot ontwikkeling gekomen en menheeft bij de woningbouw in de westelijke Mijnstreek reke-ning kunnen houden met inmiddels belangrijk toegenomenverkeersmogelijkheden. Vooral het personenvervoer perautobus speelt hier een belangrijke rol en de mijnwerkers vande mijn Maurits wonen zelfs voor een belangrijk deel buitende westelijke Mijnstreek, in Midden- en zelfs in Noord-Limburg.In de oostelijke Mijnstreek is met name de lintbebouwinglangs de verbindingswegen bizonder hinderlijk. Men kanzich begeven van Heerlen over Schaesberg, Nieuwenhagen,Ubach over Worms en Eygelshoven naar Kerkrade en vandaar weer terug rechtstreeks naar Heerlen, in totaal een wegvan meer dan 15 km zonder dat men praktisch ook maar eenogenblik raakt uit de sfeer van de bebouwing. Dit wil geens-zins zeggen dat de Mijnstreek een groot bebouwingsgebiedgeworden is. Indien men zich begeeft buiten de wegen, komtmen ook in de oostelijke Mijnstreek nog prachtige stukkenongerepte natuur tegen. Zelfs vrij dicht bij de kern vanHeerlen treft men kleine gehuchten aan, die nog een vrij gaaflandelijk karakter dragen (Caumer, Euren etc.), maar door-dat men bebouwing langs verbindingswegen niet heeft kunnenvoorkomen, is ongetwijfeld veel bedorven. 3)Een ander punt, ten aanzien waarvan het eveneens te be-treuren valt dat de sociaal-hygienische commissie destijdsniet meer succes heeft gehad, is de kwestie van de gemeente-grenzen. Ongetwijfeld is de stedebouwkundige ontwikkelingin meerdere gemeenten zeer ongunstig beinvloed door het fcitdat de gemeentegrenzen niet aan de zo sterk gewijzigde om-standigheden zijn aangepast. In sommige gevallen is het be-24^) Gedenkboek ,,40 jaar arbeiderswoningen in Limburg", pag. 106.2) Veertig jaren Spoor en Mijnen in Zuid-Limburg 1896--1936, pag. 178e.v.^) Van geheel andere aard is het verschijnsel dat in het Centrum vanHeerlen naast zeer moderne bouwwerken (in het bizonder van Prof.Ir. F. Peutz) tevens bouwsels voorkomen, welke ons zeer sterk doendenken aan het oude landelijke Heerlen. Thans is dit nog duidelijkzichtbaar o.a. in Geerstraat en Nobelstraat. Verwacht kan evenwelworden dat wanneer de na-oorlogse ontwikkeling in dit tempo verdergaat, dergelijke remlniscenties spoedig tot het verleden zullen behoren.bouwingsgebicd op onnatuurlijke wijze beeindigd waar hetgemcentegebied ophoudt. Somtijds ook ligt een woonkern ophet gebied van meerdere gemeenten. Dit doet zich speciaalvoor in de oude Mijnstreek op plaatsen waar een mijnzetelligt nabij de grens van een gemeente. Zo ligt er nabij deStaatsmijn Emma een woongebied zich uitstrekkend over degemeenten Hoensbroek, Heerlen en Brunssum (Treebeek enomgeving). Het kerkdorp Terwinselen nabij de StaatsmijnWilhelmina strekt zich uit over de gemeenten Heerlen, Kerk-rade en Schaesberg. De gemeenten, met name in de oudeMijnstreek, zijn, zowel wat de bebouwing als de objectie-ve belangen aangaat, zo dicht naar elkaar toegegroeid dathet wel uiterst moeilijk is om de grenzen tussen deze gemeen-ten op de juiste wijze af te bakenen. Hieruit volgt m.i. dateen behoorlijke stedebouwkundige ordening in dit gebied nietmogelijk is zonder ingrijpende maatregelen, hetzij t.a.v. degemeentegrenzen, hetzij door het instellen van een lichaammet coordinerende bevoegdheden. In dit verband verwijs iknaar een suggestie, welke door het Kamerlid Jos. Maenenmet betrekking tot de Mijnstreek geopperd is bij de behan-deling van de plannen tot het instellen van een IJmond-raad.Uit de voorgaande opmerkingen van meer kritische aardmag niet worden afgeleid dat de ontwikkeling, welke deMijnstreek ook in stedebouwkundig opzicht heeft doorge-maakt, in het algemeen onbevredigend zou zijn. M.i. is ditlaatste zeer zeker niet het geval. Men dient de stedebouw-kundige ontwikkeling van de Mijnstreek te zien tegen deachtergrond van het streven van Dr. Poels en zijn medewer-kers om het landelijk karakter van dit gebied, althans zoveelmogelijk, te behouden. Dit streven is niet ingegeven doorvrees voor de stad als zodanig.Bij de ontwikkeling van de Mijnstreek heeft men bewust re-kening willen houden met de volgende factoren:a) de eigen aard van de mijnwerkersbevolking;b) het volstrekt landelijk karakter van de streek voordatde Mijnstreek in opkomst was;c) het feit dat veel arbeiders, die van buitenaf werden aan-getrokken, uit zuiver landelijke gebieden kwamen;d) het feit dat in snel tempo mensen werden aangetrokkenvan alle mogelijke nationaliteit en levensbeschouwing, inzodanige aantallen, dat de bevolking van de streek zelfspoedig tot een minderheid dreigde te worden.Het is duidelijk dat indien van meet af aan al deze mensenin grote concentraties zouden zijn bijeengebracht, de conse-quenties in sociaal en geestelijk opzicht zeer ongewenst zou-den zijn geweest. Alleen door deze mensen te spreiden en zealdus zoveel mogelijk te vermengen met de bevolking van destreek, is een inpassing in de streek mogelijk geworden. In-dien men zich rekenschap ervan geeft, welk een enormetoevloed van mensen van buiten een gebied met een zo ge-ringe oorspronkelijke bevolking heeft moeten opnemen enwelke toestanden in de opkomstperiode van de Mijnstreekhier ^ met name onder invloed van buitenlandse arbeids-krachten -- hebben geheerst, dan mag deze inpassing zeergeslaagd worden genoemd.Het Limburgs karakter van de Mijnstreek is betrekkelijkgaaf gehandhaafd. In dit licht moet worden bezien het oor-deel, dat nog kort geleden door een bij uitstek bevoegde so-cioloog van niet-katholieken huize is uitgesproken: ,,In eenuitgesproken landbouwgebied moest op korte termijn woon-gelegenheid geschapen worden voor honderden, ja duizen-den vreemdehngen met geheel andere zeden en gewoontendan de lokale bevolking. Gewaarschuwd door de ontkerste-ning, die met de ontwikkeling van de groot-industrie en mijn-bouw elders doorgaans gepaard is gegaan, heeft de katho-lieke kerk in Zuid-Limburg zich voor een gigantische strijdgewapend om het behoud van de ziel der arbeiders. Zij ginghierbij uit van de juiste opvatting dat gebrek aan gemeen-schap een van de eerste en voornaamste oorzaken van devervreemding van de kerk is. Het ontstaan van grote ste-den moest derhalve in het mijngebied worden tegengegaan.De leider van deze katholieke planologische actie met reli-gieuse doeleinden was Mgr. H. A. Poels. Hij heeft er metsucces naar gestreefd dat bij elke mijn kleine woonker-nen ontstonden rondom kerk en patronaat. In Zuid-Limburgzijn geen grote bevolkingsagglomeraties ontstaan, al is debevolkingsdichtheid er uiteraard groot. De Mijnstreek maaktondanks haar grote bedrijven nog altijd overwegend een lan-delijke indruk. Inderdaad mag men met de protestant v. d.Ende zeggen dat de Rooms-Katholieke Kerk het landschaps-beeld en de structuur van het mijngebied grotendeels ge-schapen heeft." i)Bij dit oordeel kan ik mij volledig aansluiten, alleen zou ikeen opmerking hieraan willen toevoegen. Het hjkt mij nl.minder juist in dit verband te spreken van de kathohekekerk. Het is juister te stellen dat hier gehandeld is doorkathoheken, die zich daarbij uiteraard door hun eigen le-vensbeschouwehjke inzichten hebben laten leiden.') Prof. Dr. F. van Heek, Het geboorte-niveau der Nederland.se Room.s-Katholieken, Leiden, 1954.De winkelwijken in het kader van de stedelijkeontwikkelingdoor Drs. P. H. J. F. Th. SchnellenHet zal voor insiders wel geen betoog behoeven dat devestigingsplaats van detailhandels- en ambachtsbedrijven inde eerste plaats voor de eigenaren ervan van primordiaal be-lang is. Men kan gevoegehjk stellen dat de rentabiliteit,vooral van de winkelbedrijven .-- waartoe wij ons verdervoornamelijk zullen bepalen -- in zeer belangrijke mate af-hankelijk is van de juiste beantwoording van de vraag: Waarmoet mijn bedrijf gevestigd zijn? In deze stelling schuilt vrij-wel geen overdrijving; kan een slecht onderlegde onderne-mer op een goede vestigingsplaats als regel nog wel behoor-lijke resultaten bereiken, zelfs voor een bekwame onderne-mer is dit op een ongeschikte plaats van vestiging normalitervrijwel uitgesloten.Is met deze enkele woorden het belang van de winkelier bijde plaats van vestiging wel voldoende aangetoond, men be-hoeft in dit opzicht niet lang stil te staan bij de andere kantvan het vraagstuk, t.w. de betekenis, die het ook heeft voorde consument. Dat hij in zijn onmiddellijke nabijheid bepaal-de winkels wenst, is een algemeen bekend en onderschrevenfeit; welke winkels dat bepaaldelijk zijn en welke winkels hijbereid is elders te zoeken, zal hieronder nog nader blijken.Indien men zich het belang van het hier zeer in het kort ge-stelde probleem goed realiseert, moet men zich wel met ver-wondering afvragen, hoe het toch komt dat de Nederlandseliteratuur op de gebieden, waartoe de verschillende facettenvan het vraagstuk behoren, zo weinig aandacht eraan be-steedt. Zo zeer zelfs dat men sterk de indruk krijgt dat zelfsde stedebouwkundigen zich afvragen, op welke normen zij dewinkelplanning nu feitelijk moeten baseren.De na-oodogse researchToch kan men ook niet zeggen dat het terrein helemaal on-bewerkt is gebleven. Reeds vrij spoedig na de tweede w^ereld-oorlog immers is men meer systematisch begonnen met hetonderzoek naar de vestigingsplaats van de winkel- (en am-bachts-) bedrijven; de moeilijkheden, die de bouw van woon-en bedrijfspanden van 1945 af heeft ondervonden, dwongenertoe dat men zich o.m. erop bezon niet meer winkels te bou-wen dan strikt noodzakelijk was.Indien men nu nagaat wat deze research tot nu toe heeft Artikeimbereikt, dan moet men echter reeds spoedig tot de conclusiekomen dat de resultaten ervan zich als regel beperken tot(a) het berekenen van zekere plaatselijke winkelindexen, danwel (b) het bepalen van een (gewenste) winkeldichtheid,zulks aan de hand van criteria als noodzakelijke omzet, fei-telijke arbeidsbezetting of ruimtelijke bedrijfsomvang. Nietnagelaten mag worden op te merken dat men in de meestegevallen ^-- de gebrekkigheid van deze beide methoden on-derkennende -- terecht tot combinatie van de resultaten uitbeide richtingen heeft besloten.Zonder ook maar in het minst te willen afdoen aan de waardevan bedoelde, vrijwel uitsluitend kwandtatief georienteerderesearch, mag men toch de vele bezwaren, aan de beide be-doelde wijzen van benadering verbonden, niet uit het oog ver-liezen.(a) Om met de methoden van de winkelindexen te beginnen,zij voor wat betreft die bezwaren in de eerste plaats gewezenop het historische karakter van de langs deze weg ter beschik-king komende cijfers; men gaat immers uit van een toestand,die op een gegeven moment bestaat of bestaan heeft, terwijlmen uit het oog verliest dat ook het ambachts- en distributie-apparaat aan veranderingen onderhevig is, zijn dynamicakent. Het nu is ook hier meestal anders dan vroeger: de ecn-voudige vaststelling dat bij een in de periode 1930-1950kwantitatief gelijk gebleven omvang van bedoeld apparaat deNederlandse bevolking met ongeveer 25% is toegenomen,spreekt hier boekdelen. Uit deze en dergelijke gegevens is metvrij grote zekerheid komen vast te staan dat het midden-standsbedrijf in Nederland de tendenz heeft zich te ontwik-kelen in de richting van grotere bedrijfseenheden. Dat eendergelijke ontwikkeling de op het verleden gebaseerde index-cijfers op losse schroeven stelt, behoeft hier verder geenbewijs. 'Daarnaast dreigt men uit het oog te verliezen dat de plaat- ,selijke indexen, welke men heeft berekend, niet zonder meerelders mogen worden toegepast. Zelfs indien de omstandig-heden dezelfde lijken, moet men rekening houden met aan hetmiddenstandsapparaat inhaerente plaatselijke structurele ver-schillen, nog afgezien van het feit dat zich plaatselijk ook inalgemeen sociaal-economisch opzicht belangrijke verschillenkunnen voordoen. Hiermede wordt bedoeld dat bv. stedenmet een gelijk aantal inwoners niet vergelijkbaar kunnen zijnvanwege het feit dat de ene ten opzichte van de omgevingeen meer verzorgende functie uitoefent dan de andere.Maar zelfs indien men dan getracht heeft aan deze beidemaatstaven recht te doen wedervaren, moet men tenslotte inhet oog houden dat de gevonden indexcijfers nog geen idealebehoeven te zijn; immers de te verwachten toekomstige ont-wikkeling -- zowel in algemeen opzicht als voor wat betreftde middenstand in het bizonder -- is dan nog niet verdis-conteerd. Hiermede wil voornamelijk bedoeld zijn te stellendat zich -- afgezien van de hierboven gesignaleerde vergro-ting van de bedrijfsomvang, die daarmede rechtstreeks in-vloed heeft op de kw^antitatieve bepaling van het winkel- endistributieapparaat -- in de middenstandsbedrijven technischewijzigingen voltrekken, die door middel van daarmede samen-hangende vergroting van de produktiviteit e.d., verandering inde betekenis ervan voor de consumenten ten gevolge hebben.(b) Hiermede komt men op een categorie bezwaren, die sa-menhangen met de dynamische ontwikkeling, die ook het mid-denstandsbedrijf van de huidige tijd kenmerkt; hierbovenwerd er terloops reeds op gewezen. De maatschappelijke ont-wikkeling staat ook op dit terrein niet stil, met het gevolgdat het min of meer ideale beeld -- voorzover men van ideaalkan spreken -- dat men aan de hand van de kwantitatieveresearch-resultaten heeft ontworpen en geprojecteerd, spoe-dig weer verstoord zal zijn. De hier bedoelde bezwaren be- 25Artikelen trcffen vooral de uit planologisch oogpunt gemaakte bereke-ningen van de gewenste winkeldichtheid aan de hand van cij-fers inzake een normale omzet of een normale bedrijfsom-vang.In de eerste plaats toch zullen regelmatig verschuivingenplaats vinden in de koopkracht van de bevolking.Niet alleen dat in de bevolking van een woonwijk de koop-krachtsverhoudingen in de loop van de tijd nogal eens anderskomen te liggen dan men aanvankelijk had gemeend te mogenvoorzien; op korter termijn kunnen zich nieuwe koopkrachts-verplaatsingen voordoen in verband met het optreden vanoude klantenbindingen, bezorgsystemen van de winkelsuit andere wijken, het niet samenvallen van woon- en werk-gebied, de gunstige ligging van het winkelcentrum in een be-paalde wijk, etc. Zowel koopkrachtsdrainage dus als toevloedvan koopkracht van buiten een nieuwe woonwijk, waarbij deeerste in het algemeen de laatste aanmerkelijk zullen over-treffen. 'Op lange termijn komt nog daarbij dat ook het bestedingspa-troon van het inkomen niet onveranderlijk
Reacties