TUdsclfriftVolkshuisvestingIngezonden ontwerp,,Het uiterlijk van een. op te richten of naar uitwendigen vormen samenstelling te veranderen gebouw met al wat daarbij behoort,hekken, muren en dergelijke, moet zoodanig zijn dat het noch opzichzelf, nach in verband met de omgeving uit een oogpunt vanwelstand aanstoot kan geven".rderen Stedebouw Gewijzigd ontwerpOrgaan van het Neder-lands Instituut voorVolkshuisvesting enStedebouw en van deNationale Woningraad,waarin opgenomen demededelingen van deRijksdienst voor hetNationale Plan, entevens gewijd aan dewederopbouwmet 195637e jaargang no 3Het welstandstoezichtAbsolute zekerheid krijgt U pas in 1958...De tijd zai onomstotelijk bewijzen of onzekwaliteitsprincipes bij de vervaardiging vanHASCO-LAC en HASCOLIN synthetischelaksystemen voor hout en metalen inderdaadhet beoogde resultaat hebben. De zich se-dert jaar en dag steeds herhalende bestel-lingen van veeleisende verfverbruikers spre-ken echter een duidelijke taal.Sohreudor's iakfabrtoken- Sohoonhoveh- HollanttALLE VERZEKERINGENAssurantiekantoorCP.SCHILPEROORTValkenboslaan 22's-GRAVENHAGETelefoon 3 2440 6ALLE VERZEKERINGENDUN als betonbeschermingsverfDIK als dichtingsmiddelN.V. TEERPRODUCTEN INDUSTRIETOUWEN & Co. - AMSTERDAMJ. SMINIABEVERWIJKHandel in Bouwmaterialen,Zand, Grinden alle soorten BetonwarenOpslagplaatsen: Pruimedijk 8 en Pijpkade - Telefoon 3926Kantoor: Pruimedijk 2Makelaarskantoor A.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Telefoon 3509belast zich gaarne metKOOF, VERKOOP, TAXATIES en BEHEERvan ONROERENDE GOEDERENHypotheekbemiddeling en alle verzekeringenALPHAMUURVERVEN50 Jaarervaring ....en ervaring is niet tevervangeni:fnALPHAis onbeiv/isi de meesi geschiktemuurverf voor binnenwerk enwordt zeer gunstig beoordeelddoor het veriinstituut T.N.O. teDelft.WasbaarOnverzeepbaarZuurbestendigVERFFABRIEK ALPHAv/h Gebr. Klaverweiden N.V. Alphen a.d. RijnTelefoon K 1720-2192Tel.773121 ,,C E T R A"DE CARPENTIERSTRAAT 254Tel.773882DEN HAAGVerwarming - Oliestook - LuchtFahrieksinstallaties ens.20.000 WONINGENworden er jaarlijks in Nederland gebouwd,waarvan de zolder in het geheel niet ofslechts met moeite benut kan worden we-gens het ontbreken van een gemakkelijketoegang naar de zoldemiimte.De ideale opiossing vormt een;MONARCf- TIRAPW. MEYERINKautomatisch Lnschuifbaarof opvouwbaar!.DENEKAMPTelefoon 362 - Giro 344692Voor GLASN.V. DORDTSCHE GLASHANDELKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALENmei 195637e Jaargang -- No 5MaandbladTijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationalcWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationaie Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach, Mej. Mr. H. J. D.Revers, Ir. L. S. P. Scheffer, Dr. Ir. F. Bakker Schut, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertcnties: Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)Ten geleideOns land is niet alleen een dicht bevolkt land, maar het herbergt -- het kan zonder snoeven worden gezegd -- bovendien eenhoog ontwikkelde samenleving. Deze hoge graad van ontwikkeling heeft als kenmerk een ruime mate van gecompliceerdheid,van specialisatie in velerlei vorm. Een van de gevolgen hiervan is weer dat onze bevolking vele, vaak uiteenlopende belangenheeft, ook wat betreft het gebruik van de bodem en van hetgeen daarop wordt opgericht. Dit laatste verschijnsel wordtbovendien nog versterkt door het feit dat wij -- ondanks onze bedaarde aard -- een volk vormen, dat over het algemeen vrijdruk in de weer is.Was dit drukke Nederlandse leven nu maar het leven van een bijenkorf, dan zouden kwesties als de welstand wel-licht niemand zorgen baren. Wij zouden alien hetzelfde willen en hetzelfde doen en de uitingen van onze cultuur, voorzoverdie uit bouwsels zouden bestaan, zouden de gelijkmatige eenvoud kennen van de honingraat, waarvan iedere eel is aangepastaan zijn gelijkvormige omgeving.Zo is het echter hier te lande geenszins. Omdat onze cultuur in beweging is ?-- het is bijna een gemeenplaats om het te zeggen-- willen wij, wanneer wij ons tot bouwen zetten, meestal allemaal iets anders. Daarbij komt bovendien dat wij niet alleen uit-eenlopen in onze opvattingen omtrent architectuur, doch er ontbreekt ook een regeling, die bepaalt wie zich precies met hetgeven van vorm aan onze bouwsels zal bezighouden, dus een regeling inzake titel- en beroepsbescherming voor de architecten.Ons land is bovendien kwetsbaar. Het heeft geen milde of grootse natuur, die ieder beeld beheerst. Het is grotendeels vlak endikwijls weinig gevarieerd. Slechts in enkele gebieden zal het wellicht gelukken een bouwwerk in te bedden in een sterk geac-cidenteerd terein. Op het overgrote deel van onze bodem staan de architectonische scheppingen echter op hun erven als op eenpresenteerblad, met hoogstens een omplanting als ,,verzachtende omstandigheid".Het behoeft daarom niemand te verwonderen dat bij al hetgeen wij oprichten een zekere zorgvuldigheid in acht moet wordengenomen, om te voorkomen dat een onverzorgd en chaotisch totaalbeeld ontstaat. Ook is het begrijpelijk dat deze zorgvuldig-heid niet altijd verwacht kan worden van degenen, die als belanghebbenden bij de bouw betrokken zijn. Sedert de Woningwetin werking trad, is het besef gegroeid dat in het geheel van maatregelen inzake het bouwen een zekere controle op het uiterlijkaspect van de gebouwen niet kon worden gemist.Op zichzelf is deze controle een delicate zaak. Men dient zich daarbij bij voortduring te begeven op het gebied van de onweeg-baarheden, van kwalitatieve waarderingen van aesthetische aangelegenheden, van oordeelvellingen op het stuk van de smaak.Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid de bouwvergunning te weigeren, wanneer een project niet aan bepaaldewelstandseisen voldoet. Een tekortschieten van een bouwplan in dit opzicht kan dus tot dezelfde uitkomst leiden als het nietvoldoen aan zakelijke normen, zoals die in een bouwverordening zijn neergelegd. Het advies, op grond waarvan burgemeesteren wethouders hun beslissing nemen, is echter van een ander soort.Deze bizondere positie, die het welstandstoezicht inneemt in het geheel der overheidsbemoeiingen, vraagt van degenen, die erzich mede bezighouden, bizondere gaven. Uiteraard dienen zij besef te hebben van hetgeen ik aanduidde als de ,,kwetsbaar-heid" van het stads- en landschapsbeeld. Voorts moeten zij de eigenschappen van de medicus en van de diplomaat in zich ver-enigen, het eerste voor het stellen van del diagnose en het zo nodig aangeven van de therapie bij de ter behandeling voorgelegdegevallen, het laatste bij het voeren van het veelvuldige overleg, dat het werk meestal vereist. Vooral deze diplomatieke gavenzijn niet onbelangrijk. Zij kunnen zowel de doeltreffendheid als de ,,goodwill" van het welstandstoezicht in hoge mate be-invloeden. Een Engels schrijver merkte hierover kortelings op dat de verschillende indieners van projecten een verschillendewijze van aanpakken behoeven. ,,Sommigen zijn gevoelig voor argumenten, anderen voor overredingskracht en bijna alien vooreen beetje oordeelkundig toegediende vleierij, terwijl er enkelen zijn, die het bepaald schijnen te waarderen dat er niets heelblijft van hun ontwerpen."Het doet mij genoegen dat de redactie van het Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw aan deze materie thans een geheelnummer heeft willen wijden. De bijna koortsachtige bouwactiviteit van de na-oorlogse jaren dwingt ongetwijfeld tot deze bezin-ning op taak en methoden van het welstandstoezicht. Van de wijze, waarop dit zal worden uitgeoefend, zal immers in sterke mateafhangen welk aspect onze nederzettingen voor de toekomst zullen vertonen.H. WitteMinister van Wederopbouw en Volkshuisvesting 73Einde 19de eeuw -- begin 20ste eeuwBanale en waardeloze architectuur overwoekert stad en land en verdringt hat waardige en eenvoudige werk van de doorde traditie gevormde ambachtsmanEen voornaara en waardig beeld in een dorpsstraatDezelfde dorpsstraat op een grove wijze vernield74Deze en vele andere onmogelijke bouwsels gaven de stoot tot de oprichting van:Stichting Noordhollandse Welstandscommissie (1916)Gelders Genootschap tot Bevordering en Instandhouding van de Schoonheid van Stad en Land (1920)Provinciale Friese Schoonheidscommissie (1925),,Het Oversticht", Genootschap tot Bevordering en Instandhouding van het Landelijk en Stedelijk Schoon in de ProvincieOverijssel (1925)Provinciale Drentse Schoonheidscommissie (1927) Provinciale Groningse Schoonheidscommissie (1928)Instituut Stad en Landschap van Zuid-Holland (1929)Provinciale Utrechtse Welstandscommissie (1929)Welstandsdistrict Oost-Brabant (1935)Bouwtoezicht Brabant-West (1935)Stichting ,,Het Limburgs Welstandstoezicht" (1951) i) . .,Provinciale Zeeuwse Schoonheidscommissie (1952) i)') Deze organisatie hceft cen voorloopster van oudere datum gehad. 75ArtikelenDe zorg voor de welstandDe Redactie heeft het 25-jarig bestaan van de Federatie Wei-standstoezicht, de oude Federatie van provinciale schoonheids-commissies, gaarne aangegrepen als een goede aanleiding omeen nummer van het Tijdschrift in zijn geheel te wijden aanhet onderwerp, waarmee deze Federatie en de bij haar aange-sloten lichamen zich bezighouden, de zorg voor de welstand,voor de schoonheid van de bebouwing en van het landschap,Het bestuur van de genoemde Federatie is haar bij de ver-zameling van de stof voor dit nummer in de vorm van artike-len en afbeeldingen behulpzaam geweest, waarvoor zij aan ditbestuur haar erkentelijkheid betuigt.Het nummer begint, na het artikel Ten geleide van de Minister,met een historische beschouwing van de oud-Voorzitter vande Federatie, de Heer De Jonge van Ellemeet. Dan volgen driebijdragen over belangrijke aspecten van het werk van de wel-standscommissies en wel een over de verhouding tot de ge-meenten van de Heer Van Halewijn, een over de problemenvan de zorg voor de bebouwing van de Heer Schut en eenover de zorg voor het landschap van de Heer Overdijkink. Tenslotte volgt een blik in de toekomst van de tegenwoordigeVoorzitter van de Federatie, de Heer De Ranitz.De gebruikelijke rubrieken zijn in dit nummer achterwege ge-laten, behoudens een drietal berichten Binnenland, die medeop het speciale onderwerp van dit nummer betrekking hebben.De voorgeschiedenis der Federatiedoor Jhr. M. J. I. de Jonge van EllemeetVan wanneer dateert het welstandstoezicht? Voorbeeldendaarvan vindt men ongetwijfeld in de historic van vroegereeeuwen, maar in de 19e gold vrij algemeen het ,,kunst isgeen regeringszaak", zodat men liever maar niet verder moetteruggrijpen dan tot het Amsterdamse raadsbesluit, dat kortvoor de eeuwwisseling viel en waarbij men een schoonheids-commissie instelde, om burgemeester en wethouders te ad-viseren bij de beoordehng van bouwplannen op het gemeen-telijke Museumterrein. Deze maatregel schijnt wel te hebbenvoldaan, want hij werd later ook voor andere, op gemeente-gronden te stichten bebouwing ingevoerd. Van een publiek-rechtelijk schoonheidstoezicht was voorlopig nog geen sprake,maar in december 1911 riepen vijf belangstellende verenigin-gen een tweedaags congres te Amsterdam bijeen met als on-derwerp de ,,Heimatschutz" (een geheel bevredigende aan-duiding voor dit streven wist men ook toen blijkbaar niette vinden!), waarin naast bescherming van bestaande waarde-volle architectuur ook overheidszorg voor het uiterlijk vannieuwe bebouwing als noodzakelijk werd aanbevolen, waar-toe men aanvulling van de bouwverordeningen en instellingvan adviserende commissies van deskundigen nodig achtte.Deze manifestatie schijnt verrassend snel ingeslagen te zijnin zover reeds in het volgende jaar de raad van Laren (N.H.)als eerste ^ niet dadelijk door vele anderen gevolgd --een welstandsbepaling in het leven riep van algemene gel-ding, dus onafhankelijk van het feit of de betrokken bebou-wing al dan niet op gemeentegrond zou verrijzen. Tevensstelde men een schoonheidscommissie in met als taak burge-meester en wethouders te adviseren ten aanzlen van de aes-thetische kwaliteiten der bouwplannen, ev. het ontbreken daar-van. Deze vorm is de normale geworden voor die gevallen,waarin het gemeentebestuur meende de zaak in eigen hand temoeten houden.Een bizondere omstandigheid deed reeds enkele jaren latereen andere vorm van welstandstoezicht ontstaan. Na de over-stromingen in Noordholland kwam uit spontaan partikulier76 initiatief de ,,Adviescommissie voor den herbouw der over-stroomde streken in Noord Holland" op, die de gemeente-besturen van advies had te dienen bij de beoordeling vande ontwerpen voor herbouw en djesgewenst ook die ontwer-pen verbeterde, wat in de regel wel nodig bleek te zijn.Dit werk slaagde boven verwachting, wat voldoende aan-leiding gaf om de commissie na afloop van de herbouwperio-de om te zetten in de ,,Adviescommissie der Noordhollandsegemeenten voor bouwontwerpen en uitbreidingsplannen". Dusniet een gemeentelijk orgaan, maar een partikuliere instelling,die haar arbeid verrichtte voor de bij haar aangesloten ge-meentebesturen. Het voorbeeld van Noordholland heeft sterkstimulerend gewerkt. Vooral bij de provinciale besturenontstond steeds meer belangstelling voor dit streven en zoverrezen nog voor 1930 in tien van de elf provincien genoot-schappen, verenigingen of stichtingen, alle met als doelstel-ling de zorg voor de schoonheid van stad en land. Enigejaren later is ook in Noord-Brabant als laatste een organisatiemet deze doelstelling geschapen.De organisatie van het welstandstoezicht vertoonde dus reedsvan de aanvang af geen eenvormig beeld en de ontwikkelingis ook geenszins in die richting gegaan. In het algemeen heb-ben de grote en middelbare gemeenten de voorkeur gegevenaan een eigen commissie, door de gemeenteraad of door bur-gemeester en wethouders benoemd en dat ligt ook voor dehand. Enkele gemeenten laten de welstandsbeoordeling amb-telijk geschieden, wat, ook als men vooropstelt dat de be-trokken ambtenaar daarvoor geschiktheid heeft en ook doorzijn vakgenoten als zodanig wordt erkend, toch het bezwaarheeft van een eenzijdige beoordeling door een persoon, diereeds daardoor meer bloot staat aan kritiek. Voor de kleineregemeenten hgt aansluiting bij het provinciale lichaam meer inde lijn en dit is dan ook de meest gebruikelijke vorm gewor-den. De verhouding daarvan tot het provinciale bestuur looptweer vrij sterk uiteen: soms is de relatie zeer nauw, hierwordt het werk door een provinciaal subsidie gesteund, daarontbreekt die financiele medewerking, maar toch wordt overalduidelijk dat het provinciaal bestuur achter deze commissiesstaat, wat in de aanloopjaren lang niet altijd en overal hetgeval was. Ook verschillende grote gemeenten, die zelf hunwelstandstoezicht verzorgen en dus van de provinciale com-missie geen gebruik maken, steunen deze laatste toch met gelduit de zeer juiste overweging dat ook het uiterlijk van derandgemeenten voor de centrumgemeente van groot belang is.De samenstelling en de werkwijze van de verschillende pro-vinciale organen vertoont weer karakteristieke verschillen,die soms terugwijzen naar de vorm van ontstaan, somsverklaarbaar zijn uit geografische omstandigheden (b.v.eilanden), ook wel uit ongelijke mogelijkheden in de ver-houding tot de gemeentebesturen, ten dele ook wel onver-klaarbaar, maar toch in geen geval zodanig, dat het geradenlijkt naar unificatie te streven.Ook kwantitatief kan de zaak zeer verschillend liggen. Wilmen een behoorlijk welstandstoezicht verzekerd zien, danmoet althans aan twee voorwaarden worden voldaan: debouwverordening moet een welstandsbepaling omvatten enhet gemeentebestuur moet over alle bouwplannen het adviesvan de commissie vragen.De Staatscommissie-Frederiks heeft in haar ontwerp vooreen nieuwe Woningwet (1940) een poging gedaan om indie richting een grondslag te leggen. In dat ontwerp werdhet opnemen van een welstandsbepaling in de bouwverorde-ning verplicht gesteld, maar bovendien werd het gemeente-bestuur verplicht over de welstand het advies in te winnenvan een deskundig persoon of orgaan, daartoe door de ge-meenteraad aangewezen, voor welke aanwijzing de goed-keuring van Gedeputeerde Staten werd gevorderd, zodat dezezich van de kwaliteit van de beoordelaar konden overtuigen.Het ontwerp is, zoals bekend, niet tot wet geworden, wat nietwegneemt dat langzamerhand toch overal de welstandsbe-paling is doorgedrongen en onder zachte aandrang is in deoorlogsjaren ook het verplichte deskundige advies in deMaar waren het vroeger de krullen, thans zijnhet de klare, strakke lijnen, waarvanhet spcl ons boeit. Zie b.v. elke Isolite-kast:modern materiaal in moderne vormgeving.Rustig en strak.ijnen spreken u aanZij mogen dan een sieraad zijn in ieder gebouw,hun inwendige merites zijn belangrijker.Wat u ook in een Isolite-kast wenst ondergebracht te zien- een oliedrukmeter? een stopcontact? -even compact als eenvoudig wordt iedere specialeschakelkast voor u gemaakt.het oude, gedegen ambacht in moderne vorm voorde prijs van een massaprodukidat is een Isolite-kastISOLITE C.V.Fabrick van Rlcctrischc apparatcn Isolite C.V. Apcldoorn postbus 104 tclcfoon 06760-2190^Jcicature^DIENST DER PUBLIEKE WERKENAMSTERDAMBij de afdelingSTADSONTWIKKELINGkunnen worden geplaatst, enigeTECHNISCHE KRACHTENals medewerkers bij een der volgende onderafdelingen:a. ONTWERP1. stedebouwkundige ontwerpers2. tekenaars, c.q. opzichter, adj. Hoofdopzichter (bin-nendienst)b. CIVIEL-TECHNISCHE PLANOLOGIEtechnici, die zullen worden ingeschakeld bij de stede-bouwkundige vormg-eving van weg- en waterbouwkun-dige onderwerpenc. BOUWBLOKONDERZOEKeen opzichter of technisch opzichterVoor de functie onder b strekt het diploma van een m.t.s.(afdeling weg- en waterbouwkunde) of een daaraan gelijk-waardige opleiding tot aanbeveling.Voor de betrekking onder c wordt als minimum vereist hetdiploma van een u.t.s. Ervaring in een toezichthoudendefunctie in het bouvi^vak strekt tot aanbeveling.Leeftijd 30--35 jaar.Salaris, afhankelijk van opleiding, ervaring en leeftijd, voorde betrekking, genoemd ondera. 1 tussen f 5064,-- en f 8448,-a. 2 tussen f 3552,-- en i 6192,-b. tussen f 4056,-- en i 7476,-c. tussen f 3552,-- en f 5064.Aan gehuwden, die buiten Amsterdam wonen, worden reis-kosten en eventuele verplaatsingskosten vergoed; ongehuw-den kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding van40 % van de pensionkosten.Sollicitaties, onder no. 16190 in te zenden bij de Directeurder Gem. Personeelsvoorziening, Sarphatistraat 92, Amster-dam (C).PROVINCIALE PLANOLOGISCHE DIENSTVOOR ZEELANDIn verband met uitbreiding van de werkzaamheden, o.m.als gevolg van de Deltaplannen, kunnen worden geplaatst:TWEE INGENIEURSin de rang van:a) HOOFDPLANOLOOG(salarisschaal / 10.008, / 11.400,-)ofPLANOLOOG le KLASSE(salarisschaal / 8.616, / 10.356,-)b) PLANOLOOG(salarisschaal / 6.318, / 9.006,-).Vereisten: bouwkundig of civiel ingenieursdiploma.Aanstelling in genoemde rangen is afhankelijk van plano-logische ervaring.Kindertoelage en verplaatsingskosten als voor Rijksambte-naren.Sollicitaties te richten aan de Directeur van de ProvincialePlanologische Dienst voor Zeeland, Nieuwstraat 27 te Mid-delburg voor 15 juni a.s.BLUVEND TOCHTVRIJmaken wij ieder gebouw metstalen of houten ramen en deuren,met 10 Jaar schriftelijke garantieop de levensduur en blijvended oe 11 reff e nd h eid van onzeonverslijtbareBRONZEN TOCHTWERING ,,RECORD METCON"Vraagt inlichtingen aan:TECHNISCH BUREAU MONACHIMOFFRechtboomssloot 47 - Amsterdam-C. - Telefoon 31705GEMEENTE WAGENINGEN.Burgemeester en Wethouders van Wageningen roepen sol-licitanten op voor de betrekking vanWONINGINSPECTRICEVereist: practische ervaring en diploma van een der erken-de scholen voor maatschappelijk werk of een daarmedetenminste gelijkstaande opleiding.Salarisgrenzen van / 4866.-- -- / 5676.- (6 eenj. verhogin-gen van / 135.--)Sollicitaties met uitvoerige inlichtingen aan Burgemeesteren Wethouders binnen 10 dagen na het verschijnen van ditblad in te zenden aan de Burgemeester.Persoonlijk bezoek alleen na oproeping.DIENST DER PUBLIEKE WERKENAMSTERDAMBij de afdelingGRONDBEDRIJFbestaat gelegenheid tot plaatsing van een ambtenaar in derang vanTECHNISCH HOOFDAMBTENAARDe aan te stellen functionaris zal leiding moeten ge-ven aan de ambtenaren, welke belast zijn met de voor-bereiding van aankopen en onteigeningen in het ste-delijk gebied.Het bezit van het diploma ener m.t.s. (afdeling bouwkundeof weg- en waterbouwkunde) strekt tot aanbeveling.Salaris, afhankelijk van leeftijd en ervaring, nader overeente komen (minimum j" 6672,--; maximum / 8448,-- per jaar).Leeftijd tot 40 jaar.Aan gehuwden, die buiten Amsterdam wonen, worden dereiskosten en de eventuele verplaatsingskosten vergoed;ongehuwden kunnen in aanmerking komen voor een ver-goeding van 40 % van de pensionkosten.Sollicitaties, onder no. 17090 in te zenden bij de Directeurder Gem. Personeelsvoorziening, Sarphatistraat 92, Amster-dam (C).meeste bouwverordeningen geincorporeerd. Dit laatste had nade bevrijding een niet-onbegrijpelijke reactie tot gevolg: som-mige gemeenteraden schrapten dit ..bezettersvoorschrift" endaar ontstond dan veelal een niet ongevaarlijk vacuum. Hetnieuwe wetsontwerp van Minister Witte brengt ongeveer het-zelfde als het ontwerp-Frederiks, behalve dat de aanwijzingvan de beoordelende instantie buiten bemoeiing van Gedepu-teerde Staten bhjft. Neemt men in aanmerking dat de belang-stelling voor het uiterhjk aanzien van onze omgeving toch weldagehjks stijgt, dan lijkt er ook wel reden te zijn om het in1940 nog gemotiveerde wantrouwen in de gestie van sommigeplaatsehjke besturen nu maar te laten varen.Komen de welstandsbepalingen dus langzamerhand wel totstand, aan het tweede desideratum, nl. dat alle bouwplannenaan de commissie zullen worden voorgelegd, wordt nog langniet algemeen voldaan. Dit punt vormde steeds (ook nu)een voortdurend onderwerp van propaganda met uiteenlo-pende resultaten. Als b.v. Het Oversticht besluit om in hetbelang van de goede zaak jaarlijks per gemeente vijf plannengratis te behandelen, vermeldt het jaarverslag hoe een dergemeenten op een zeker moment uitdrukkelijk aankondigtdat men hierbij het ,,vijfde en laatste plan" ontvangtl Endergelijke financiele faciliteiten kunnen niet alle commissieszich veroorloven. Uit menig jaarverslag klinkt ook de ver-zuohting dat sommige gemeentebesturen stelselmatig alleengrotere, ingewikkelde plannen voor de commissoriale vier-scharen brengen, waardoor de toepassing van de tarievenvoor de commissies hoogst ongunstig uitkomt. Maar nog af-gezien van dergelijke incidentele zwarigheden is ook vandaagnog lang niet bereikt dat alle bouwontwerpen het welstands-toezicht bereiken. Naar de nieuwe Woningwet mag in dit op-zicht reikhalzend worden uitgezien.Vorm, positie en samenstelling van de verschillende provin-ciale organen liepen van de aanvang af uiteen, al is de opzetvan Gelderland, waar een partikuliere instelling, het GeldersGenootschap, zelf een welstandscommissie heeft samengestelden gefinancierd, in enkele andere gewesten min of meer na-gevolgd. In sommige andere provincies is naast de welstands-commissie een andere gevormd, die zich bepaald met de be-langen van het landschap bezig houdt. Maar ook, waar deorganisatie geen sprekende verschillen vertoont, kan de taakvan de provinciale organen ver uiteenlopen. In enige pro-vincies wordt de commissie te hulp geroepen bij de uitvoeringvan provinciale verordeningen op ontsierende reclame, opvuilstortplaatsen, autokerkhoven en soortgelijke misere, opontgrondingen en zo nog meer. ,,Stad en Landschap vanZuid-Holland" heeft een omvangrijke praktijk aan gemeente-lijke uitbreidingsplannen, welk creatief werk natuurlijk welom een speciale organisatie vraagt.Breidt de bemoeiing zich uit -- en dat is onvermijdelijk,zolang nog niet elk bouwontwerp wordt beoordeeld -- danontkomt men niet meer aan de oprichting van een bureaumet een of meer gesalarieerde krachten. Dat vereist weereen behoorlijke financiele basis en ook in dat opzicht liggende verhoudingen in de verschillende gewesten lang niet gelijk.Inkomsten uit subsidies en uit de beoordeling van bouwplan-nen, waartegenover uitgaven voor het bureau en honoreringvan de commissieleden, vormen de voornaamste begrotings-posten, maar in de verschillende provincies lopen deze be-dragen niet alleen in absolute cijfers, maar ook in hun onder-linge verhoudingen heel ver uit elkaar.Veelvormig is dus het beeld van het aesthetische bouwtoe-zicht in Nederland, ook als men zich nog beperkt tot de pro-vinciaal werkende organisaties. Mr. D. Hudig schreef hier-over in 1925: ,,Het is goed, dat het zoo is. Dit zelfstandigzoeken naar den weg kan leiden naar de rijkste ontplooiing".De provinciale commissies hebben het ook steeds zo gezien:elke commissie heeft zich zorgvuldig ingesteld op de in haarrayon aanwezige behoeften en mogelijkheden en daaraanhaar propaganda en haar werkwijze zo goed mogelijk aange-past. Helaas moet hieraan worden toegevoegd dat menigmaaleen commissie in zo onvoldoende mate financieel werd ge-steund, dat zij reeds uit dien hoofde het werk van een Anikdcncollega-commissie moeilijk zonder enige jaloezie kon bekijken.Hoe dit zij, van normalisatie is voorlopig geen sprake en dieis vandaag ook evenmin gewenst als in de dagen van Hudig.Maar dat neemt niet weg dat het van uitnemend belang isdat men zich van elkaars werkwijze en resultaten op de ,hoogte kan stellen, ook op andere wijze dan door het bestu-deren van gedrukte jaarverslagen. En het was weer Hudig,die op 13 februari 1926 te Utrecht een vergadering bijeenriepvan provinciale commissies en van belangstellenden uit dieprovincies, waar nog geen commissies bestonden. Als resul-taat van deze bijeenkomst, waarin Prof. Granpre Moliereeen voordracht hield over ,,Het recht op schoonheid", beslootmen het onderling contact te laten voortleven met het Ne-derlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw alsinformed middclpunt.Deze vergaderingen zijn jaarlijks herhaald. In die van 1927stelde men een commissie in voor het ontwerpen van eendoelmatige welstandsbepaling, welke commissie spoedig ookde plaatselijke reclameverordening te bestuderen kreeg.Intussen kwamen geleidelijk aan in meer provincies com-missies tot stand. Ten tijde van de eerste vergadering in1926 bestonden er maar vijf: in Noordholland, Gelderland,Zeeland, Friesland en Overijssel, Limburg en Groningenvolgden in 1927, Zuid-Holland in 1928, Utrecht en Drentheweer een jaar later.De jaarlijkse bijeenkomst van 1931 eindelijk werd gewijd aande behandeling van een ontwerp, dat ten doel had de be-staande samenwerking, die blijkbaar tot algemene tevreden-heid bad gewerkt, in een definitieve vorm te constitueren.Een op die dag gevallen principiele beslissing leidde in eenvolgende bijeenkomst -- 21 mei 1931 te Amsterdam .-- totde oprichting van de ,,Federatie van organisaties, werkzaam ,in het belang van de schoonheid van stad en land", met alsbestuurders: Mr. D. Hudig, voorzitter; Mr. Dr. J, Versteeg,secretaris; A. Baart, Ir. A. M. Kuysten en Mr. D. Sanders,resp. namens het Ned. Instituut voor Volkshuisvesting enStedebouw en de commissies in Noordholland, FrieSland,Gelderland en Overijssel. Met uitzondering van de Zeeuwsetraden alle commissies toe als lid, maar ook deze afscheidingheeft gelukkig niet lang geduurd.De nu jubilerende Federatie was geboren!De gemeentebesturen en het welstandstoezichtdoor Ir. H. van HalewijnHet is mijn bedoeling om in dit artikel enige beschouwingente wijden aan de taak, die het gemeentebestuur heeft ten aan-zien van het welstandstoezicht en aan de verhouding van degemeentebesturen tot de welstandscommissies, de organen, diezich ten doel stellen de gemeentebesturen van advies te dienenbij de uitoefening van dit welstandstoezicht.Op grond van de Woningwet mag er niet gebouwd wordenzonder bouwvergunning. Deze vergunning moet worden ver-leend door het College van Burgemeester en Wethouders enmag o.a. niet worden afgegeven, wanneer er strijd is metenige bepaling in de bouwverordening. In de bouwverorde-ning van iedere gemeente komt de z.g.n. welstandsbepalingvoor, zonder dat de Woningwet daaromtrent lets voorschrijft.In het ontwerp van de nieuwe Woningwet is wel een bepalingopgenomen dat de bouwverordening voorschriften omvat be-treffende het uiterlijk, zowel op zichzelf als in verband metde omgeving. Maar ook onder de bestaande wet moet opgrond van die welstandsbepaling bij het verlenen van eenbouwvergunning door het gemeentebestuur overwogen wor-den, of het bouwplan aan redelijke eisen van welstand vol-doet. Ik mag als bekend veronderstellen dat met welstandhier bedoeld wordt de architectonische verzorging van hetbouwwerk. 11Het werk begint\DOR6SVELVOCfRSEVEi.!z'jae\^LtIngediend ontwerp2L/QEVEL.Gewijzigd ontwerpIngezondenplanB BD7R ^^? O advies+HfHII+l+W'i^iiiifflM IfrOmstreeks 1930Op het platteland laat dc door de traditie gevormde ambachtsman zich willoos leiden door zijn opdrachtgeversV|cx3c5]~mmIngezonden plan. Boerenwoning met gebroken kap Het advies. Een normale kleine boerderij, eenvoudig van hoofdvorm enweinig onderhoud voor de bewonerEr waren commissies, die door goede voorbeelden van een bepaald type landarbeiderswoning de juisteweg aangaven79ArtikelenDe beoordeling van deze zijde van het bouwplan is een zeergevoelige zaak. Of een constructie sterk genoeg is, dan welof een vertrek voldoende verlicht en geventileerd kan wor-den, is aan de hand van objectieve normen na te gaan en kanalleen met ja of neen beantwoord worden. Geheel andersevenwel is het met de architectonische kwaliteiten gesteld. Inde eerste plaats is het onmogehjk om hiervoor objectievenormen te stellen, maar bovendien is de architectonischevormgeving geen statische zaak, integendeel, hierin is eenvoortdurende ontwikkeUng te constateren en het is onmoge-lijk om bij de beoordehng van bouwplannen hieraan voorbijte gaan.De gemeentebesturen worden hier wel voor een uitermatemoeihjke taak gesteld. En toch is het volkomen gerechtvaar-digd dat in deze de overheid bevoegdheden heeft, omdat hettoch gaat om zaken van grote culturele waarde en de verzor-ging of bescherming van deze waarden een taak is, die deoverheid zeker verplicht is om op een behoorlijke wijze tevervullen.Tot nu toe is men met de welstandsbepaling vrij algemeenniet verder gekomen dan dat wat gebouwd wordt niet sto-rend mag werken, op zichzelf niet en niet in zijn omgeving,,,geen aanstoot mag geven" is de gangbare ambtelijke term.Het is wel jammer dat na zoveel jaren welstandstoezicht mennog niet verder gekomen is, dan deze naar ik meen eersteaanloop in een tijd dat men in het algemeen nog vertrouwdmoest worden gemaakt met de gedachte dat de overheidkan eisen dat ook op dit punt de persoonlijke vrijheid tengunste van het algemene, in dit geval culturele, belang inzekere mate aan banden gelegd wordt. Pogingen om aan dewelstandsbepaling een meer positieve inhoud te geven, doorvoor te schrijven dat een bouwwerk op zichzelf en in zijnomgeving aan verantwoorde architectonische eisen moet vol-doen, hebben tot op heden, voorzover mij bekend is, nogweinig resultaat opgeleverd. Dit is zeker een van de redenendat de resultaten van het welstandstoezicht tot nu toe dikwijlsslechts zeer matig gebleven zijn. Daarom is het van grootbelang te achten dat hieraan bij voortduring aandacht ge-schonken wordt en dat er in de propaganda voor een goedwelstandstoezicht steeds gewezen wordt op de noodzaak omte komen tot een welstandsbepaling, die positieve eisen stelten zich niet beperkt tot het ,,geen aanstoot geven".Ik heb hierboven opgemerkt dat de bantering van het wel-standstoezicht voor de gemeentebesturen een uitermate moei-lijke taak betekent. Het spreekt daarom vanzelf dat ook opdit terrein, evenals in zoveel andere gevallen, behoefte bestaataan adviezen van op dit gebied gespecialiseerde deskundigen.Hiervoor zijn in de praktijk verschillende mogelijkheden ge-bleken. De grote gemeenten maken veelal gebruik van hunstaf van deskundige ambtenaren, hetgeen in het algemeen totaanvaardbare resultaten geleid heeft. Moeilijker wordt hetin de kleinere gemeenten, die niet over een dergelijke des-kundige staf beschikken. Hier heeft men als regel te makenmet een eenhoofdige leiding van de technische dienst in depersoon van de gemeentearchitect of directeur van gemeente-werken, met een verdere bezetting van die dienst met lagertechnisch personeel. Met alle waardering voor de vele kwali-teiten van deze ambtenaren moet het toch duidelijk zijn datdeze hoofden van dienst een zo veelzijdige taak hebben ophet gebied van bouw^ en onderhoud van bouwkundige en ci-viel-technische werken, bouw- en woningtoezicht, soms ookreiniging en brandweer, dat het zwaartepunt zal moeten lig-gen bij de technische en organisatorische kwaliteiten en datniet bovendien een brede aesthetische ontwikkeling verwachtmag worden. Om deze reden zijn in de loop der jaren in deverschillende provincies de provinciale welstandscommissiesgevormd. Deze hebben tot taak om de gemeentebesturen vanadvies te dienen bij het hanteren van de welstandsbepaling.Het inwinnen van deze adviezen geschiedt geheel op basisvan vrijwilligheid. Gelukkig zijn er talloze voorbeelden aan80 te wijzen dat op deze wijze veel bereikt is om het architec-tonische peil van wat gebouwd wordt te verhogen. Er moetevenwel ook geconstateerd worden dat er een groot aantalgemeentebesturen is, dat niet zo sterk doordrongen is vanzijn verantwoordelijkheid op dit punt en, om welke reden danook, het welstandstoezicht liever in eigen hand houdt. Hetis vanzelfsprekend dat hierin het grote gevaar ligt dat, watin die gemeenten gebouwd wordt, niet aan de eenvoudigsteeisen van een goede architectonische verzorging voldoet.Een bijkomend bezwaar is n.l. dat in die gemeenten als regelgeen bekwame architecten gevestigd zijn, zodat maar al teveel wordt overgelaten aan de aannemer, die het bouwwerkook moet uitvoeren en die in het ontwerpen totaal onge-schoold is. De tijd is helaas voorbij dat het mogelijk wasdat de eenvoudige timmerman, zonder steun van een archi-tect, een architectonisch verantwoord gebouw kon bouwen,omdat bepaalde regelen der aesthetica volkomen gemeengoedwaren en, misschien ten dele onbewust of zuiver als eenkwestie van traditie, werden toegepast.Het is duidelijk dat reeds lange tijd gezocht werd naar mid-delen, om de vrijheid van de gemeentebesturen in het han-teren van de welstandsbepaling te beperken. In oorlogstijdwerd hiertoe een poging gedaan, toen de secretaris-generaalde provinciale besturen uitnodigde, de gemeentebesturen teverplichten, om in de bouwverordening te bepalen dat, alvo-rens over het verzoek om bouwvergunning te beslissen, hetadvies van een deskundige instantie moest worden ingewon-nen. Dit is toen in een groot aantal gemeenten ook gebeurd.In de oorlogsjaren werd van de toepassing weinig gemerkt,omdat er toch niet gebouwd kon worden. Na de oorlogkwamen echter van vele kanten de bezwaren en een grootaantal gemeentebesturen heeft toen deze bepaling weer uitde bouwverordening verwijderd. In de provincie Groningenvooral heeft dit tot moeilijkheden geleid, omdat het Collegevan Gedeputeerde Staten van oordeel was dat, afgezien vanhet feit dat deze maatregel in bezettingstijd genomen was,hij toch op zichzelf van zo grote betekenis geacht moest wor-den, dat handhaving noodzakelijk was. Verschillende gemeen-tebesturen zijn van die beslissingen bij de Kroon in beroepgekomen, waarna de besluiten van Gedeputeerde Statenvernietigd werden. De overweging hierbij was dat ,,de nood-zakelijkheid van een dergelijk voorschrift niet is gebleken en,indien in de toekomst de ervaring zou uitwijzen, dat eenzodanig voorschrift voor bepaalde bouwwerken onmisbaar is,Gedeputeerde Staten, zo nodig alsdan langs de weg van ar-tikel 12, leden 8 en 9 der Woningwet, de opneming daarvankunnen bevorderen." De verwijzing naar artikel 12 van deWoningwet betekent dat Gedeputeerde Staten de bevoegd-heid hebben de Raden der gemeenten uit te nodigen om debouwverordening aan te vullen, wanneer zij dit nodig achten,terwijl bij niet voldoen aan deze uitnodiging GedeputeerdeStaten de voorschriften onder goedkeuring van de Kroonkunnen vaststellen.Ook daarna heeft de Kroon ten aanzien van besluiten vangemeenten in andere delen van het land van dezelfde strek-king, of v/aarin het inwinnen van het advies facultatief werdgesteld, welke besluiten door Gedeputeerde Staten niet wer-den goedgekeurd, hetzelfde standpunt ingenomen.In het Koninklijk Besluit van 7 februari 1956, no. 13, naaraanleiding van een beroep van de Raad van Maartensdijktegen een besluit van Gedeputeerde Staten, is echter van eengewijzigd standpunt gebleken. Het onthouden van goedkeu-ring door Gedeputeerde Staten aan het opnemen van eenbepaling in de bouwverordening dat burgemeester en wet-houders, wanneer zij dit nodig oordelen, het advies van deProvinciale Utrechtse Welstandscommissie kunnen inwinnen,is in dit K.B. door de Kroon bekrachtigd. Overwogen is daarbijdat ,,zo er al aanleiding zou kunnen bestaan in sommigegevallen voor burgemeester en wethouders de mogelijkheidte openen om van het inwinnen van advies van de ProvincialeUtrechtse Welstandscommissie af te zien, de onderwerpelijkewijziging van de bouwverordening in ieder geval te ver gaat,daar zij zou meebrengen dat in de gemeente Maartensdijkmaak woningbouw completer, dus beter!Woningbouw DelhijIArch. Gemeentewerken DelhiilLinoleumDeze vioerbedekking blijft bij weinig onderhoud jarenlang alsnieuw; de kleuren gaan door en door, dus kunnen niet wegslijten.In meer dan 100 kleuren en dessins.COlOVinyl PLASTIC-asbest tegelsFleurige en soepele plastic-tegels in een serie frisse tinten.Met hardboard tussenlaag ook aan te brengen op houtenvioeren.^^OlOl^llG cumaronhars iegelsVoordelig, maar minder buigzaam dan Colovinyl en daardooralleen geschikt voor beton- en andere massieve vioeren. In veiegemarmerde kleuren !* Vraag voor nadere inlichlingen onxe aid. TechniicheAdviezen (Tel. 02980 - 81941)FABRIKAATLINOLEUM KROMMENIEDe herkomsi is de garaniie.In tal van West-Europeselanden is een permanentelinoleumvloer in de volks-woning ,,eis van de tijd".Zo'n betere vioer dan dehuurder voor zichzelf haddurven kopen, prikkelt totbetere bev/oning, tot eenhogere woonbeschaving.Alleen al daarom is heteconomisch verantwoord.Een uHvoerig ariikel hierover komtvoor in ons Linoleum Nieuws 1956,dai U op aanvraag gaarne wordi toe-gezonden.Laat niet het aiterlijk vanUw ivoningen ontsieren doortientallen antennesPlaats op door U te bouwenof gebouwde flats, wonjng-blokken e.d. ccngemeenschapsantennevoor AM, FM, gecombinccrdmet I, 2 of 3 kanalen T.V..van de spccialisten op an-tennebouw, DEUTSCHEELEKTRONIK G.m.b.H.(v/h Blaupunkt-Elcktronik)Leverbaar met diverse an-tenne-versterkers, tot 25, 50.100 of mecr aansluitingcn.Onverwocstbaar, door toepas-sing van zeer hoogwaardigematerialen en speciale sym-metrische afgeschermde kabel.Vraagt inlichtingen en prij-zen bij:11^^^ Den Haag, Riouwstraat 189, telefoon 111433V ^ y^ Amsterdam, 3e Weteringdw.str. 10, tel. 31243bed^Bouwbedrijf,Jwaalf Provinclen" N.Y.J. Kostelijklaan 28 - VELSENTelefoon K 2550-4484Directeur: A. M. Jacobs? Utiliteitsbouw? WoningbouwDzuk Uw ovvdezhoudskosteni /Geen enkele verf is z6sterk, na jaren nog z igaaf als Tornol H"Het Tornol HS-verfsysteembetekentdaarom: metminder vertmeer jaren verzorgdschilderwerk.'i.,-|:CU. ^.rrU ^kKy^^ulte,ytAxJeMPIETER SGHOEN & ZOON N.V. ZAANDAMmodelrne vormgevingvraagt daaraan evan-redige kleuren. Deioepassing van onzemoderne verven geeftU de zelcerheid, datduurzaamheid gecombineerd wordt met eenhoge aesthetischewaarde. Deze goedeeigenschappen vindtU verenigd indeveiaalde naam, waaronderonze moderne pro*dukten in de handelworden gebracht.Er liggen bij onsiraaie brochures mettechnische handlei-ding voor U gereed,weike op aanvraaggaarne worden toe-gezonden.vernis. en verHabriek g^ DROST'Natte doorslaande gevels en murendoor speciale behandelinggegarandeerd waterdicht(5 jaar schriftelijke garantie)20-jarige ervaring.Vraagt kosteloos inlichtingen hij:Fa. A. VAN DER LINDEN ? ROTTERDAMESSENBURGSTRAAT 127-a -- TELEFOON 39504Houthandel 'Van Diemenstraat'Eig. W. van Tilburg & J. A. P. van BeekVan Diemenstraat 39 -- DEN HAAG -- Telefoon 330738HOUT . BOARD . TRIPLEXKASTPLANKEN en LIJSTWERKvoor burgemeester en wethouders geen enkele verplichtingzou bestaan, om enige instantie. welke dan ook, te horenter beoordeling van de vraag of het bouwplan aan de metbetrekking tot de welstand gegeven voorschriften of te stelleneisen voldoet, dat daarbij komt dat de door de gemeentegedane toezeggingen omtrent de in te stellen deskundigeplaatselijke commissie, welke in bovenbedoelde gevallen voorde Provinciale Utrechtse Welstandscommissie in de plaatszal treden, geen voldoende waarborgen inhouden dat dezecommissie ook inderdaad effectief zou werken."Deze uitspraak betekent dat niet meer gewacht behoeft teworden met het nemen van maatregelen van hogerhand totdatde ontsporingen duidelijk aan de dag getreden zijn en hetstads- of dorpsbeeld onherstelbaar geschonden is, maar datvan tevoren in een beoordeling kan worden getreden of vande adviserende instantie verwacht kan worden dat ze voorhaar taak berekend is.Het komt me voor dat deze beslissing door ieder, wie hetbelang van een goede uitoefening van het welstandstoezichtter harte gaat, zeer verheugend moet zijn. Uit het boven-staande is immers wel gebleken dat alleen door een goedesamenwerking tussen de gemeentebesturen en de welstands-commissies positieve resultaten ten aanzien van de opvoeringvan de architectonische kwaliteiten van wat gebouwd wordt,bereikt kunnen worden. Wanneer de wil daartoe bij de ge-meentebesturen niet aanwezig is, dan staat de welstands-commissie machteloos, tenzij de hogere bestuurscolleges be-voegd zijn, om de gemeentebesturen te verphchten tot dat-gene, waartoe ze eigener beweging niet bereid zijn en watin het algemeen belang toch noodzakelijk is.Toch zou het er met ons welstandstoezicht slecht uitzien,wanneer daarvoor te veel gesteund zou moeten worden opde ,,stok achter de deur". Het kan goed zijn dat in eenbepaald geval met die stok gedreigd kan worden, maar in hetalgemeen zal toch het werk van de Provinciale Welstands-commissies alleen vruchtbaar kunnen zijn, wanneer er bij degemeentebesturen de ernstige wil aanwezig is, om de belang-rijke culturele taak, die het hierin vervullen moet, ook zogoed mogelijk te vervullen en bovendien het vertrouwen datze in de welstandscommissies goede adviseurs kunnen vinden.Vanzelfsprekend moet hieraan worden toegevoegd dat dewelstandscommissies moeten tonen dit vertrouwen waard tezijn.De praktijk van het welstandstoezichtdoor Ir. W. F. SchutDagelijks drama in x bedrijvenTwee uitersten:Jansen wil bouwen. Hij heeft geld en haast. Hij heeft geenbelangstelling voor het uiterlijk. Hij mist goede smaak. Zijnvertrouwensman is handig, dat moet gezegd worden. Waarhij het vandaan haalt, begrijpt geen sterveling, maar de gekstekarweitjes knapt hij op. Hij weet te werken met wat hij hieren daar gezien heeft, hij is van de tongriem gesneden, hijkent de kortste weg naar de bouwvergunning. Met deschoonheidscommissie heeft hij geen moeite. Daar weten zetoch wel hoe B. en W. over twijfelgevallen plegen te be-slissen. Vooral sinds dat geval, toen hij in beroep ging bijde raad. Trouwens, de commissie moet nog geboren worden,die hem kan bewijzen dat een van z'n plannen ,,aanstootgeeft". Niemand kan eisen dat het geniale kunstwerken zijn.En dan: alles blijft een kwestie van smaak; en over smaak valttoch niet te twisten.En zo krijgt Jansen zijn gebouw.Pictersen wil ook bouwen. Hij heeft er lang tegenop gekeken, ^r.-keiehij heeft gespaard, hij heeft zo zijn gedachten eens laten gaanover wat hij zou moeten hebben. Een ding weet hij zeker:het grote bedrag, dat hij gaat besteden, moet volledig ver-antwoord zijn. Hij wil lets degelijks hebben. Maar het moetook mooi zijn. Hoe? Aan de ene kant zou hij het zich alprecies willen voorstellen; hij zou het graag zo zien wordenals dat nieuwe spulletje van zijn zwager. Maar aan de anderekant: hij laat tenslotte niet hetzelfde bouwen en iets anderskan toch net zo goed mooi zijn? Nee, eigenlijk stelt hij zichnu liever nog niets bepaalds voor. Maar hij gaat wel naardie architect van z'n zwager. Want de hele geest van datding bevalt hem elke keer meer. De architect komt in actie.Het bouwprogramma krijgt gestalte, de eerste schetsen enberekeningen ontstaan. Met intense belangstelling doet Pie-tersen mee. Hij gaat samen met zijn architect naar de des-kundige van de welstandscommissie. Sjonge, wat een zwartestrepen komen er op die mooie tekeningen te staan! En op nogeen paar van die doorzichtige velletjes. 't Lijkt of er nicts vanover blijft. En toch is het een aardig gesprek. De heren zijnhet blijkbaar in grote trekken wel eens. En hij moet zeggendat hij heel wat heeft begrepen en veel heeft geleerd. Bij hetafscheid toont zijn architect zich zeer tevreden. De zaak looptnu verder vlot.Tussen deze twee uitersten ligt de dagelijkse praktijk van hetwelstandstoezicht. Bouwen is als het laten rijden van eenlange goederentrein. Maar aan het formeren van die treinis heel wat rangeren vooraf gegaan! Als buitenstaander sta jedaar maar verdwaasd naar te kijken. Soms lijkt het of detrein nu werkelijk zowat gevormd is en dan gaat er toch weereen stuk af. Al die verschillende wagons, als het bouwpro-gramma, de financiering, de grondaankoop, bouwpolitie, destedebouwkundige dienst, de wederopbouw, de aanbestedingenz., moeten hun plaats krijgen en dat in de juiste volgorde.Losse wagons beleven voor je besef allerlei avonturen, waargeen lijn in valt te bekennen. Rangeren is een raadselachtigebezigheid en de voorgeschiedenis van bouwen is dat even-zeer.Een van de wagons heet welstandstoezicht. Die doet ook opz'n ondoorgrondelijke manier mee. Soms zie je hem al gauwin beweging, maar dan blijft hij meestal eerst weer een poosstaan. Een andere keer wordt hij pas heel laat aangehaakt,maar dan schijnt het nog niet altijd even makkelijk te zijnhem mee te krijgen. Je hebt wel eens de indruk dat die wagonvan het welstandstoezicht de lastigste is van allemaal.Nu zijn we op het punt, waar iedereen terecht komt, die overwelstandstoezicht begint. Het punt, waarop de meesten zelfssteevast blijven staan. De kritiek. De praktijk van het wel-standstoezicht draagt zich toe in een wolk van kritiek. Ver-holen en openlijk, bitter en goedmoedig. Laat ons die kritiek deruimte geven. Er is geen betere benadering van ons onderwerpmogelijk dan via de kritiek. Maar dan: de kritiek van allekanten!Eerst de slachtoffers. Zij zijn veelal van mening dat het wel-standstoezicht tijd kost en geld. Dit zijn belangrijke klachten.Tijd. Als je terwille van de financiering, of van de termijnvoor een rijksgoedkeuring, of voor een grote order, of omdatje op straat staat, in minder dan geen tijd aan het bouwenmoet zijn, maakt elk oponthoud je razend. Nodeloze vertra-ging is uit den boze. Maar als het gebouw er eenmaal staat,drie weken eerder of later, mag iedereen er tot in lengte vanlange jaren naar kijken, geslaagd of niet geslaagd. Dat is ooktijd. M.a.w. opschieten is nodig, overhaasten gevaarlijk.Geld. Als de omgeving bepaalde eisen stelt, die in de porte-monnaie te voelen zijn, als het bouwprogramma eigenlijk eenroyalere oplossing vraagt dan het schetsontwerp biedt, alshet bouwplan nu eenmaal het toepassen van goedkope mate-rialen of gebruikte kozijnen niet verdraagt, ja dan kost het wel-standstoezicht geld. Maar dan ligt de oorzaak bij die situatie,of dat programma, of dat plan. Er was alleen maar nodig olNa 1945a?i-Ur'Tntil lini'ffRECHItR ZJJSEVElIngezonden ontwerpEen rotnmelige slechte boerderijr * '^#?-'P=^iEJHet advies Een rustige en eenvoudige opiossing82De boerderij, gedeeltelijk schuil gaande in het geboomteF iwr Till'mlVOORGEVELIngezonden pland#j- 1' j;^#LINKERZIJGEVELEen school?Het advies!rtfi?r-+"n.LAVOORGEVEL LINKER ZliGEVELHet resultaat! Een fris schoolgebouw83Artikelen d.at het gezegd werd. En die het zegt, is natuurlijk eerst dekwaaie pier. (Later krijgt hij meestal gelijk, gelukkig.) Onno-dige verhoging van kosten mag echter natuurlijk nimmer opde rekening van het welstandstoezicht komen te staan.Van de zijde van belanghebbenden hoort men nog een klacht.Zij signaleren soms het opdringen van een bepaalde stijl ofsmaak. Zelfs beluistert men het verlengstuk van deze grief:als het plan maar van een bekende architect komt, is het goed,anders deugt er bij hetzelfde plan niets van. Wat het laatstebetreft: vanzelfsprekend beoordeelt het welstandstoezicht nietde man, maar het plan. Alleen, tenzij het plan een herhaling isvan wat al eerder werd gebouwd, zoals bij bouwkaswoningen,elk plan belooft meer of minder, al naar gelang de man achterhet plan! Een bouwplan is geen gereed kunstwerk, zoals eenschilderij. Het moet nog uitgevoerd worden. Het is een be-lofte. Dan is dus ook van veel belang, of en hoe die beloftewordt waar gemaakt!Van de belofte naar de stijl of smaak -- het is niet meer daneen schrede. Goed welstandstoezicht toch keert zich niet tegenplannen met een bepaalde belofte, met een duidelijke stijl ofeen zekere persoonlijke smaak, ook als die niet overeen zoukomen met die van de uitoefenaren van dat toezicht. Het keertzich, en fanatiek, tegen plannen zonder belofte, tegen stijl-loosheid en gebrek aan smaak. Wei adviseert het in twijfel-gevallen uiteraard eerder tot toepassing van traditionele vor-men, die meer bekend en daardoor gemakkelijker bereikbaarzijn, dan tot nieuwe oplossingen, die veel hoger eisen stellenaan het vermogen der ontwerpers. Hetgeen juist bij die ont-werpers van twijfelgevallen natuurlijk spoedig verkeerd be-grepen wordtEr klinkt van de kant van de slachtoffers nog een bedenking:zijn wij niet overgeleverd aan de sterk persoonlijke beoorde-ling van een man?Een dergelijke toestand mag niet bestaan; noch mag eventueeleen dergelijk misverstand voortbestaan. Krijgt men spoeds-halve te maken met de ene secretaris of gedelegeerde, danwete men dat er een hele commissie is om als beroepsinstantieop te treden. Een zodanige opzet is eis. En die opzet zijbekend.Niet alleen de belanghebbenden klagen. Ook de overheid heefteen en ander aan te merken. Voorzover het tempo of de ,,een'zijdigheid" in het geding zijn, geldt het vorenstaande. Maarer zijn ook andere bezwaren. Zo de grief dat wijze vanoptreden en toon, alsook onachtzaamheid jegens de correctehandhaving der formaliteiten, aan de goede verhouding vanbestuurs- en adviesorgaan wel eens afbreuk doen. Dat is totschade van de onderlinge samenwerking en, erger, van hetprestige van de gemeentelijke overheid. Dit raakt een gevoeligpunt. Juist omdat architecten zelden door aanleg of opleidingerg gevoelig zijn voor formele nuances. Hier moet het nodigewederzijdse geduld en gehoor tot de gewenste methode vanwerken leiden.Een enkele maal verrassen de bestuurderen hun welstandscom-missie met het uiten van bedenkingen tegen het feitelijk effectvan haar optreden. Hetgeen dan lang niet altijd neerkomt ophet oordeel: U legt te strenge maatstaven aan. Herhaaldelijkkrijgt de deemoedig luisterende commissie te horen: Gij zijtte soepel. Het resultaat van alle arbeid terwille van het uit-wendig schoon acht men dan weinig opwindend, overal opelkaar gelijkend, soms bepaald teleurstellend. Ach, men heeftgelijk wat dat resultaat betreft. En welke commissie zounooit falen? Maar overigens: waar ligt de schuld? Bij degenen,die juist het tegenovergestelde hebben aan te merken? Bij dekrankzinnige haast, waarmee sedert de oorlog moet wordengewerkt door alle bij het bouwen betrokkenen? Bij de uitge-knepen curveprijs? Bij de uniforme wenken of voorschriften?Bij de toevallige situatie op de markt van bouwmaterialen?Of bij de omstandigheid dat een welstandscommissie nu een-maal geen plan mag weigeren, dat er nog net mee door kan?84 De vragen stellen is ze beantwoorden.Maar ook de welstandsmensen klagen! Want er valt al aan-stonds een beklemming op je als je een plan te beoordelenkrijgt, dat besteksklaar is en eigenlijk morgen moet wordenaanbesteed. Hoevele projecten zouden met veel meer vruchtrijn behandeld, wanneer ze in een vroeger stadium waren voor-gelegd?Vervolgens: hoe kan het toch dat er nog steeds tekeningenverschijnen, waaraan elementaire dingen ontbreken? Een be-hoorlijke opheldering over de situatie bijvoorbeeld is maar alte vaak ver te zoeken. En, oia, nu maar bij dit punt te blijven,toch is juist die situatie van het grootste belang voor een goedebeoordeling. Hoe anders moet men tewerk gaan in een stukoude binnenstad, met z'n kwetsbare schaal en vaak uiterstwaardevolle elementen of ensembles, dan in een groot nieuwcomplex. Hoe verschilt het verbouwen van een oude boer-derij hemelsbreed van het uitbreiden van een loods op eenrommelig binnenterrein. Hoe enorm veel belangrijker is deomringende bebouwing, wanneer die als geheel een duidelijkkarakter vertoont, dan wanneer dit niet het geval is. Hoe in-grijpend kan een afwijking zijn en hoe harmonisch een aan-passing, wanneer ergens een nieuwe brug tussen huis en wegmoet worden geslagen; of een nieuwe erfscheiding de oudemoet vervangen. Zo ontstaat de concrete klacht: al te veelplannen zijn al te weinig vanuit de situatie opgezet.Er is meer. Het is jammer dat zulk een betrekkelijk grootaantal plannen van pover gehalte blijft. Of, keerzijde van demedaille, dat dikwijls alle begrip ontbreekt voor de wijze vanbenaderen door de deskundige van de welstand. Zijn erplaatselijk onvoldoende bekwame architecten, of ziet men nogsteeds onvoldoende de grote wenselijkheid van hun inschake-ling in? Of schort er iets aan beide kanten?Bij een zodanige stand van zaken zal vooreerst ook het..schrapje", mitsgaders de bezwaren daartegen, wel blijven be-staan. Het welstandstoezicht gaat gepaard met specifiekeuitingen. Voor het hopeloze plan is er niets dan een briefje.Voor het zeer goede gaat dit gepaard met een pluimpje. Deman, die er bijna is, krijgt een bemoedigend klopje. De man.die veel beter kan, een stimulerend standje. Deze zaken deelthet welstandstoezicht uit zonder zichzelf geweld aan te doen.Maar het schrapje verschijnt tegen heug en meug. En terecht:het wordt maar al te vaak van een suggestie gemaakt tot eenbevel; het wordt even dikwijls van een te verbeteren krabbelgemaakt tot een haarfijn over te nemen model; het wordt zel-den begrepen en dies meestal verkeerd uitgevoerd; het wordtbij mislukking de welstandscommissie aangewreven; het wordtbij succes tot een ongewilde reclame voor^de zwakke broeder;het wordt maar genoeg, want het wemelt van bezwarentegen het schrapje. En toch. Toch kan het maar een enkelekeer buigen of barsten als het gaat om de welstand. Dat bren-gen de omstandigheden, de verhoudingen, de krachten van hetbetrokken gemeentebestuur nu eenmaal mee. En dus tochschrapjes.Tenslotte is er nog het publiek. De opdrachtgever, zijn magenen geburen, de ingezetenen en toeristen, reizigers en vacantie-gangers, mensen van het vak, hoogwaardigheidsbekleders, depers.Het publiek is verdeeld, vanzelf, maar in ieder geval niet te-vreden. Dat is normaal en voor Hollandse verhoudingengezond. De klachten komen doorgaans overeen met de be-zwaren van de groep, waarmee men verwant is. Zie boven.Men kan het publiek veel vergeven, want dat kent meestal deachtergronden niet. Men kan wel constateren dat het publiekover het algemeen aan een rijpheid om te oordelen allerminsttoe is. Daar ligt een taak voor alle betrokkenen bij de schoon-heid van het bouwen!Het publiek, is het niet tegelijk auteur en kriticus van hetdagelijks drama, dat welstandstoezicht heet? Om wat andersdan het publieke belang riep men het in het leven? Voor wieanders staan de resultaten jaar en dag te kijk?Ja, het is een drama. Soms een treurspel, soms een blijspel.Belangriike bo "- -??""de revueBOUWCENTRUM, ROTTERDAMBij de bouw van het Bouwcentrumspeelde NOVE board een rolvan betekenis. Dit ligt trouwens voorde hand! NOVE board staat aande spits door de volgende voordelen:Gunstige prijs,Gemakkelijke, goede bevestiging,Fraaie oppervlakken,Economische specificaties.Wie verantwoord wil bouwen, gebruiktl\[^ boardN.V. NOORDELIJKE INDUSTRIE VOOR VEZELVERWERKING - HOOGEZANDutiliteitsbouwwonlngbouwNieuwe Gracht 6 - Utrecht - Tei. 1 64 81Qoyia
Reacties