nuisvtSTinOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvestingen Stedebouw en van de Nationale Woningraad, waarin opge-nomen de mededelingen van de Rijksdienst voor het NationalePlan, en tevens gewgd aan de WederopbouwSeptember 1956 37e Jaargang no 9De toekomst staat voor de deurOver enkele jaren zai blijken of de beslis-singen van vandaag juist waren. Wanneer Uvandaag besluit tot toepassing van onzeHASCO-LAC en HASCOLIN synthetischelaksystemen voor hout en metalen, zaI datzeker geen stap in het onzekere zijn. In-tegendeel, want de zich door de jaren steedsherhalende bestellingen van vakmensen die,,een naam" te verliezen hebben, sprekenvan een vertrouv^en, dat voor ens ALLESbetekent.Sohreuder's lakfabHekon-SahoonhovSlri Holland \iiUilUlillllllllllllllllllllllSIlISCHEWIL V.V.j heeft bewezen het betere materiaal te zijn|voor isolatie op ieder gebied.De SCHEWIL KANAALPLATEN zijn hetgrootste wonder van deze tijd.Denk er vooral aan op tijd te bestellen,om teleurstelling te voorkomen.Bouwplatenfabriek Willemse Delft N.V. ? Etten N. Br.Tel. K 1608--572 - Prive 578 - 585. Kantoor, fabriek enopslagterrein: Oude Kerkstraat 17.ALPHAMUURVERVEN50 Jaarervaring ....en ervaring is niet tevervangenrnALPHAis onbetwist de meest geschlktemuurverl voor binnenv/eric enwordt zeer gunstig beoordeelddoor het veriinstituut T.N.O. teDelft.WasbaarOnverzeepbaarZuurbestendigVERFFABRIEK ALPHAv/h Gebr. Klaverweiden N.V. Alphen a.d. RijnTelefoon K 1720-2192iI Eternit riolering ^Hl IVOLGENS TEKENING ^^^fll Eventueel fl^^H/IH gedeeltelijk gemonteerd ^^^^Bfllfl t^^^BT L'JgwTM7Cir.-ajgssiig^iSg=^^^^MV OrFERH/llJS&CORDYTERDAIM TEL ii8940(2Men)ALLE SYSTEMEND/W. WASSINK & ZOONWiNTERSWIJK -- Ratumsestraat 47-49 -- Tel. 2594-2968MakelaarskantoorA.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Telefoon 3509belast zich gaame metKOOP, VERKOOP, TAXATIES en BEHEERvan ONROERENDE GOEDERENHypotheekbemiddeling en alle verzekeringenVoor GLASN.V. DORDTSCIIE GLASHANDELKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALENFabriek vanalle zonweringen.Aluminium JaloezieenLuxaflex MarkiezenZonneschermenSpeciaal voorflat- en woningbouw.Vraagt offerte.,,ZONNEWEER"ROTTERDAMKantoor: Oost-Sidelinge 41 c - telefoon 86539Fabriek: Overschieseweg 74 -- telefoon 42982Tijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationalcWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigmgen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRcdactiet Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, ]hr. M. J. I. de Jonge van EUemeet, B. Merkelbach, Mej. Mr. H. J. D.Revers, Ir. L. S. P. Scheffer, Dr. Ir. F. Bakker Schut, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertentiest Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ("s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)September 195637e Jaargang ^ No 9MaandbladOfficiele mededelingenNederlands InstituutPraeadviezenvergadering nieuwe stedenAansluitend bij het bericht over deze vergadering in het juni-nummer kunnen wij thans mededelen dat het dageHjks bestuurde Heren Drs. G. J. van den Berg, Prof. Ir. Jac. P. Thijsseen Prof. Dr. G. A. van Poelje bereid gevonden heeft alspraeadviseur op te treden, resp. uit sociaal-wetenschappehjkoogpunt, uit het oogpunt van de ruimtelijke ordening en uitbestuurlijk oogpunt.Vergadering voorzieningen in de arbeiderswoningBehalve de in het voorafgaande bericht vermelde prae-adviezenvergadering over de nieuwe steden heeft het dage-hjks bestuur een vergadering in voorbereiding genomen overde voorzieningen in de arbeiderswoning.TentoonstelhngHet dagehjks bestuur van het Instituut heeft in overleg metde Rijksdienst voor het Nationale Plan en de AfdeHng Voor-lichting van het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuis-vesting in beginsel besloten tot het houden van een tentoon-stelhng over de concentratie van de bevolking in het Westendes lands en de daaruit voortvloeiende vraagstukken.Rijksdienst voor het Nationale PlanRapport ,,Recreatie te water"Bij de Rijksdienst voor het Nationale Plan is onlangs eenstudie betreffende de recreatie te water gereed gekomen, diebinnenkort als pubhkatie no. 10 in de reeks pubhkaties vandeze Rijksdienst zal verschijnen en bij het Staatsdrukkerij-en Uitgeverijbedrijf, Den Haag verkrijgbaar zal zijn.In Nederland heeft het water niet alleen uit een sociaal-economisch, doch door zijn grote variatie ook uit een recrea-tief oogpunt steeds een uiterst belangrijke plaats ingenomen.In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling in Nederlandbehandelt deze studie in het bizonder de mogelijkheden, dieeen aaneensluitend net van recreatieve wateren zou bieden.Van groot belang daarbij zijn de nieuw ontworpen nationaleprojecten op waterstaatkundig gebied bij de Zuiderzeewer-ken en de Deltawerken.Aan vele takken van watersport (zeilen, motorvaren, varenop toeristenboten, roeien, kanovaren en punteren, schaats-sport, zwemmen en baden, hengelsport en jacht op water-wild), welke elk bizondere eisen aan de wateren stellen, isaandacht geschonken.Besluit van de Minister van Wederopbouw en Volks-huisvestingBij beschikking d.d. 28 augustus 1956, no. 33, heeft de Minis-ter van Wederopbouw en Volkshuisvesting besloten zijnbeschikking van 25 juni 1956, no. 24, betreffende de afgra-ving van een perceel onder de gemeente Haamstede zodanigte wijzigen, dat dit niet in de weg staat aan de afgravingen,ten doel hebbende gedeeltelijke demping en gedeeltelijke uit-breiding van de op dit perceel reeds aanwezige ijsbaan, eenen ander overeenkomstig het bij dit besluit behorende plan.Door de Centrale Directie van de Wederopbouw en de Volkshuis-vesting is een onderzoek ingesteld naar de behoefte aan verschil-lende ruimtelijke voorzieningen in de woning bij bewoners van wo-ningwetwoningen, uitgaande van de activiteiten van het gezin.De belangrijkste resultaten van dit onderzoek zullen in een aantalopeenvolgende artikelen worden gepubliceerd.Onderzoek naar woonactiviteiten in na-oorlogse wo-ningwetwoningenI. Doel, methode en organisatie van het onderzoek,alsmede gegevens omtrent de na-oorlogse woning-wetwoningen en hun bezetting te Amsterdam enRotterdamDoe/ en methode van het onderzoekBij een vroeger door de Centrale Directie van de Wederop-bouw en de Volkshuisvesting verricht onderzoek naar woonstijlen woonwensen i) zijn behalve een groot aantal gegevens be-1) Onderzoek naar Woonstijl en Woonwensen I, Rotterdam, Staatsdruk-kerij- en Uitgeverijbedrijf 1953; Onderzoek naar Woonstijl en Woon-wensen 11, 's-Gravenhage, idem; Onderzoek naar Woonstijl en Woon-wensen III, Waardering van etagewoningen te Arnhem, Breda, Goudaen Zuilen, idem 1954. 137Artikelentreffende voor- en nadelen van verschillende, overwegend nade oorlog tot stand gekomen, woningtypen ook een aantal be-hoeften en verlangens tot uiting gekomen, welke cen naderonderzoek vereisen. Met name is dit het geval ten aanzien vande wens naar een tweede woonvertrek en andere ruimtelijkevoorzieningen in de woning.Het bovengenoemde onderzoek heeft nog eens duidelijk onder-streept dat de woning als behuizing van een kleine levendegemeenschap meer moet bieden dan het minimum aan slaap-en woonruimte. Teneinde een zo goed mogelijk inzicht te ver-krijgen in dit ,,meer" is een onderzoek ingesteld naar dewoonactiviteiten i), waarmede worden aangeduid alle verrich-tingen van de gezinsleden in en annex de woning, in het bizon-der die waarvoor ruimte nodig is. Het hierboven gereleveerdeonderzoek naar woonstijl en woonwensen is in dit verbandvan belang, omdat het mede de kwahtatieve gezichtspuntenopleverde voor de verschillende functies van de woning. Hetonderzoek naar de woonactiviteiten zou, in aansluiting daarop,een kwantitatief inzicht moeten geven in de behoeften aanverschillende ruimten en voorzieningen.Voorafgaande onderzoekingenDe voorafgaande onderzoekingen hadden reeds de aandachtgevestigd op een aantal punten, die in dit verband van belangzijn, namelijk:de behoefte aan een tweede woonvertrek of ander extra ver-trek;de behoefte aan knutselruimte;de behoefte aan logeerruimte;de behoefte aan accommodatie voor de gezinswas, inclusiefdroogruimte;de behoefte aan tuinen en balkons.Door de reeds eer verrichte demografische studies betreffen-de de grootte en de uitgroei der gezinnen staan voldoendegegevens ter beschikking voor de berekening van een woning-differentiatie 2) gebaseerd op een normatief-minimale behoefteaan slaapruimte, Het doel van dit onderzoek is de daar bovenuitgaande behoette aan woon- en slaapruimte -- zoals de be-hoefte aan een tweede woonvertrek of extra slaapkamers --zomede aan enkele andere ruimtelijke voorzieningen te peilen.Daar het hierboven genoemde onderzoek naar woonstijl enwoonwensen te Rotterdam en 's-Gravenhage reeds een aan-duiding had gegeven in de richting van een differentiatie vandeze behoeften in verband met de aard van het beroep vande bewoners 3), stond bij voorbaat vast dat aan het onderzoeknaar de woonactiviteiten een verdergaande bruikbare socialedifferentiatie van de bewoners ten grondslag zou moeten lig-gen. Op grond van de uit het onderzoek gebleken behoeftender verschillende sociale groepen zou dan een raming kunnenworden opgesteld, welke door de betrokkenen in voorkomendegevallen -- in casu het opstellen van een bouwprogrammavoor een bepaalde wijk, respectievelijk een complex woningenvan een woningbouwvereniging enz. -- kan worden gehan-teerd in aansluiting aan de ter plaatse beschikbare gegevensbetreffende de sociale samenstelling van de voor deze wonin-gen in aanmerking komende bevolkingsgroepen.Onderzoek naar woonactiviteitenIn verband met het bovenstaande is het onderzoek naar de138^) Enkele eerste indrukken op grond van dit onderzoek zijn reeds eergepubliceerd. De analyse van het uit het onderzoek verkregen materiaalheeft deze indrukken verdiept en bevestigd. Zie Eerste indrukken vanhet onderzoek naar woonactiviteiten door de Centrale Directie van deWederopbouw en de Volkshuisvesting: Cobouw 10 december 1954, DeWoningbouwvereniging december 1954, Volkshuisvesting januari 1955,Bouw 19 februari 1955.^) Zie Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw januari 1953:Nieuwe gegevens ter begrenzing van een doelmatige woningdifferentiatie.3) Dit in tegenstelling tot het algemene woongerief. Zie de eer genoem-de publikaties Woonstijl en Woonwensen I en II.woonactiviteiten in de eerste plaats gericht op het verkrijgenvan kwantitatieve gegevens. De consequentie hiervan is dathet bij het onderzoek naar woonstijl en woonwensen te Rot-terdam en 's-Gravenhage toegepaste vrije gesprek bij het on-derzoek naar de woonactiviteiten niet kon dienen.Bij het onderzoek naar de woonactiviteiten zijn een aantal opeen vragenlijst vastgelegde vragen door de enqueteur gestelden waar nodig toegelicht, waarbij uiteraard suggesties in eenbepaalde richting zijn vermeden. Ten behoeve van de vereistekwantificering der gegevens werden alle vragen expliciet ge-steld.i)Daar het oorspronkelijk de bedoeling was de behoeften langsfunctionele weg te bepalen, is in eerste instantie niet gevraagdnaar de wensen en behoeften der bewoners, doch is het on-derzoek primair gericht op de woonactiviteiten en op de knel-punten (spanningen tussen de behoefte en de beschikbarevoorziening), die deze eventueel veroorzaken. Niet wat menten aanzien van zijn woning wenst, doch wat men in zijnwoning doet is hierbij voorop gesteld, om eerst nadat in ditopzicht een duidelijk beeld is verkregen, de wensen te latenspreken.Daar de hieronder gepubliceerde gegevens niet afkomstigzijn uit een volledige tellmg, doch uit een, voor de betrokkenwoningen representatief gekozen, steekproef, zijn de gegevencijfers niet exact, doch benaderende waarden. Bovendien moethet volgende in aanmerking worden genomen.Activiteiten en knelpunfenDe knelpunten zijn geregistreerd op grond van de door degeenqueteerden -- meestal spontaan -- geuite klachten. Eenonvoldoende voorziening ondervinden als een knelpunt is eensubjectieve belevenis, de een zal knelpunten ondervinden onderomstandigheden, die de ander geen aanleiding geven tot eenklacht. De intensiteit en de frequentie, waarmede een knel-punt wordt ondervonden, kon bij de cijfermatige uitwerkingvan de resultaten van het onderzoek niet tot uiting wordengebracht. De mate, waarin de behoefte aan voorzieningenwordt gevoeld, is door de ,,knelpunten" derhalve niet volledigweergegeven.Doordat de knelpunten werden betrokken op door activiteitenveroorzaakte moeilijkheden, komt de behoefte aan voorzieninginzake representatie en comfort door een registratie der knel-punten niet tot uiting.Voor alle verkregen gegevens geldt uiteraard, dat slechts ver-baal gedrag geregistreerd kon worden. In hoeverre dit gedrageen indicatie geeft voor toekomstig handelen, blijft -- afge-scheiden van bewust of onbewust gegeven onjuiste antwoor-den, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van het inkomen -- altijdeen open vraag. Deze beperking geldt echter voor alle dooreen interview verkregen gegevens.De vragen naar de aanwezige activiteiten, dus naar hetgeenmen in zijn woning doet, zijn twee keer gesteld. Eerst is doorde enqueteur met de bewoner vertrek voor vertrek nagegaanwelke activiteiten in ieder der vertrekken worden uitgeoefend.Daarna is aan de hand van een uitgewerkt schema van moge-lijke activiteiten de aanwezigheid van elk dezer activiteitennagegaan voor een aantal categorieen gezinsleden (man,vrouw, zuigelingen, kinderen onder 4 jaar en van 4-6 jaar,schoolgaande kinderen L.O., oudere kinderen). Verschillendemalen bleek uit de antwoorden op deze vragen dat de pervertrek opgegeven activiteiten niet volledig waren. Deze twee-voudige wijze van benadering der aanwezige activiteiten houdtderhalve tevens een controle in. Het kwam namelijk voor, datde geenqueteerde bijvoorbeeld op de vraag of de slaapkamerook voor andere doeleinden gebruikt werd, dan voor slapen^) Evenals bij de voorgaande onderzoekingen is het bezoek van de enque-teur steeds aangekondigd in een gestencilde brief, welke persoonlijk wasgeadresseerd en waarin het doel van het onderzoek werd uiteengezet. Deenqueteur kon hierbij direct aansluiten. Deze werkwijze bleek goed tevoldoen. Het aantal weigeringen tot medewerking was klein.van de gezinsleden, ontkennend antwoordde, doch daarna opde vraag, waar de kinderen spelen of hun huiswerk maken, ookde slaapkamer noemde.Nadat op deze wijze een becld was verkregen van de activi-teiten, welke in de woning plaats vinden, werd de vraag ge-steld welke activiteitcn, waarvoor de woning geen plaats biedt,men eventueel zou willen verrichten; of men een tuin mist, in-dien deze niet aanwezig is, en zo ja, waarom; of men meerruimte zou wensen en zo ja, of men daarvoor evenredig meerhuur zou willen betalen. Ten slotte zijn enige vragen gesteldbetreffende de algemene waardering van de woning en van debuurt, de verhouding tot de buren, of men eventueel zou wil-len verhuizen en zo ja, waarom.Daar de mogelijkheid bestaat dat bij de vraag of men meerruimte wenst, deze vraag als zodanig een verschuiving kanveroorzaken in de richting van een bevestigend antwoord, metandere woorden dat een niet bewust levende behoefte door devraag wordt gewekt, zijn de desbetreffende vragen eerst gc-heel aan het einde van de enquete gesteld. Hierdoor werdvoorkomen dat deze vragen invloed zouden kunnen hebben opde antwoorden omtrent de feitelijke gegevens betreffende ac-tiviteiten en knelpunten, terwijl tevens vcrwacht werd dat,door de geenqueteerden eerst met de reele situatie in de wo-ning te confronteren, voorkomen zou worden dat niet op eenwerkelijk aanwezige behoefte gebaseerde wensen zouden wor-den uitgesproken. De indruk bestaat dat deze toeleg inderdaadqeslaaqd is en dat de overgrote meerderheid der geenqueteer-den slechts die verlangens naar voren bracht, waarvan de ver-vulling als redelijk en ook binnen het kader van de maat-schappelijke positie van de betrokken bewoners, als bereik-baar kan worden beschouwd.Hoewel het onderzoek in opzet geheel op de woonactiviteitenwas gericht, is duidelijk gebleken dat ook de eisen betreffendecomfort en representatie, als mede-bepalend voor de woon-wensen niet mogen worden verwaarloosd.Sociale statusZowel de activiteiten, welke in de woning plaats vinden, alsde wensen ten aanzien van comfort en representatie, hangen insterke mate samen met de sociale status van de bewoners.Onder sociale status wordt verstaan de plaats, die een per-soon of groep inneemt in de samenleving, welke plaats tevensinhoudt een plaats in de maatschappelijke hierarchie. Bepa-lende factoren voor de sociale status zijn in de eerste plaatsde aard van het beroep, de opleiding en het inkomen^), opgrond waarvan bij dit onderzoek de geenqueteerden in be-roepsgroepen zijn ingedeeld.2) Een hogere sociale status gaatin het algemeen gepaard met een hoger gekwalificeerd beroep,een hogere scholing en een hoger inkomen. De activiteiten ende daaruit voortvloeiende behoeften ten aanzien van de wo-ning worden voor een groot deel bepaald door de aard vanhet beroep (de beroepsgroep waartoe de persoon in kwestiebehoort), terwijl de wens naar comfort en representatie meerwordt bepaald door de plaats van de bewoner in de socialerangorde, respectievelijk door de wens tot een bepaalde socialegroep te worden gerekend. Daarbij kan het inkomen ook alszodanig -- dus min of meer los van de andere factoren, diede sociale status bepalen -- een factor van betekenis zijn.Teneinde een analyse te kunnen maken van de verschillendefactoren, w^elke eventueel ten aanzien van de aan de woningte stellen eisen werkzaam zijn, zijn de geenqueteerde bewo-ners ingedeeld volgens hun gezinsgrootte, beroepsgroep en in-komen. Hierdoor leverde het onderzoek tevens enkele belang-rijke gegevens betreffende de gezinsgrootte, de sociale groe-pen, waartoe de bewoners der woningwetwoningen behorenen de bezettingsgraad van deze woningen. i)3Organisatie van het onderzoekHet onderzoek is beperkt tot na de oorlog gereed gekomenwoningwetwoningen, welke ten tijde van het onderzoek tenminste een jaar bewoond waren.2) De beperking tot woning-wetwoningen is gemotiveerd door het feit dat deze wonin-gen, althans in de grotere steden, de meerderheid uitmakenvan de na de oorlog gebouwde \voningen. Bovendien verte-genwoordigen deze woningen een bepaald woonpeil en zijnzij als zodanig ook ten aanzien van de mogelijkhcden hunnerbewoning, onderling beter vergelijkbaar dan de meer geva-rieerde woningen buiten deze sector. De na de oorlog ge-bouwde woningwetwoningen zijn bewoond door een sterk ge-differentieerde groep der bevolking, waardoor ook zeer ge-varieerde activiteiten en behoeften konden worden vooronder-steld. Het onderzoek is gehouden te Amsterdam, Rotterdam,"s-Gravenhage, Eindhoven en Breda.3)Daar de gegevens betreffende de drie laatstgenoemde gemeen-ten nog niet zijn verwerkt, hebben de hierna volgende uit-komsten uitsluitend betrekking op de beide eerstgenoemdegrote steden. Het ligt in de bedoeling de volledige resultatenomtrent de bij het onderzoek betrokken gemeenten als een af-zonderlijke publikatie, aansluitend op de publikaties in deserie Woonstijl en Woonwensen, te doen verschijnen. De ge-gevens ten aanzien van de woningen voor wat betreft de be-zetting en de huren, alsmede ten aanzien van de bewonersvoor wat betreft hun samenstelling naar sociale status, hebbenbetrekking op de toestand zoals deze zich heeft voorgedaantijdens de enquete, die in 1954 heeft plaats gevonden.SteekproefTen behoeve van het onderzoek is in de desbetreffende ge-meenten door loting een steekproef genomen uit de daarvoorin aanmerking komende woningen. Bij het opzetten van desteekproef binnen de gemeenten werd ervan uitgegaan dateen der belangrijkste factoren, die de behoefte aan een tweedewoonvertrek bepalen, de gezinsgrootte zou zijn. Daarom werdbij een tweede loting, die op het materiaal werd toegepast,nadat van de bevolkingsregisters een opgave van de gezins-samenstelling van de bewoners der gekozen woningen wasverkregen, voor iedere gezinsgrootte-klasse zoveel mogelijkeen gelijk aantal te enqueteren gezinnen gekozen. Hierdoorontstond een zogenaamde gelaagde of gestratificeerde steek-proef en werd de statistische betrouwbaarheid van de tussendeze groepen optredende verschillen -- bij de gegeven aan-tallen -- zo hoog mogelijk opgevoerd. Deze werkwijze maaktehet noodzakelijk dat bij de verwerking de gegevens door mid-Actikelen^) Daarnaast zijn een aantal persoonlijke factoren, zoals afkomst, vrien-denkring, positie in het verenigingsleven enz., van invloed, die in het on-derhavige onderzoek niet in rekening konden worden gebracht.'^) De ten behoeve van dit onderzoek gevolgde indeling naar sociale statuszal in het volgende artikel worden gepubliceerd.^) In dit eerste artikel zijn de gegevens betreffende de gezinsgrootte, dewoninggrootte en de bezettingsgraad der woningen verwerkt.In enkele volgende artikelen zuUen behalve gegevens inzake de socialegroepering der bewoners en de huren der woningen gegevens worden ge-publiceerd aangaande de activiteiten en knelpunten en de behoefte aanwoon- en werkruimte, zomede de gegevens betreffende het oordeel van debewoners over de woning, de buurt en de verhouding tot de buren.^) Teneinde aan deze eis te voldoen, die terwille van een voldoende er-varing van de geenqueteerden met de betreffende woningen noodzakelijkwas, werd de steekproef getrokken uit de woningen, waarvoor de Minis-teriele Beschikking tot verlening van een bijdrage in het exploitatietekortna 1 januari 1947, doch voor 1 januari 1952 werd genomen.'') Bij de keuze der bij het onderzoek betrokken gemeenten heeft ondermeer de overweging gegolden dat de mate, waarin voortgezet onderwijswordt genoten, een indicatie zou vormen voor het algemene cultuurniveauen dat het, door gemeenten te kiezen waarin het voortgezette onderwijsongeveer in gelijke mate wordt genoten, mogelijk zou zijn eventuele lokaleen reqionale verschillen in woongewoonten en woonwensen te onderken-nen. Ten gevolge van de in verschillende gemeenten sterk uiteenlopendewoningbouw- en toewijzingspolitiek bleek echter de bevolking der woning-wetwoningen in zoveel opzichten uiteen te lopen, dat van een toetsingvan deze hypothese werd afgezien. 139Artikelendel van een weging tot de in de eerste steekproef aangetroffenverhoudingen werden herleid.De in het onderstaande gegeven percentages zijn, daar zij uiteen steekproef afkomstig zijn, slechts benaderende waarden.Bij een volledige telling zouden echter resultaten verkregenzijn, die ^ met grote waarschijnlijkheid -- ten hoogste 5 a10% van deze waarden zouden afwijken. i) Aangenomen magdus worden dat zij de werkelijkheid vrij nauwkeurig weerspie-gelen. Als gevolg van de bovengenoemde marges mag in hetalgemeen aan kleine verschillen geen betekenis worden ge-hecht.In verband met het grote aantal te ondcrzoeken correlaties zijnde gegevens mechanisch verwerkt.Gezinsgrootte, woninggrootte en bezettingsgraadZoals reeds werd vermeld, zijn bij het trekken van de steek-proef voor iedere gemeente twee achtereenvolgende lotingentoegepast. Bij de eerste loting werden voor Amsterdam enRotterdam 1.000 woningen getrokken. Naam en gezinssamen-stelling der bewoners van deze woningen werden vervolgensopgevraagd.De gezinnen werden, teneinde een maatstaf te verkrijgen voorde grootte van de woning waarin zij zouden moeten wordengehuisvest, ingedeeld in gezinsgrootte-klassen, hieronder ver-der aangeduid als slaapkamergroep. Deze slaapkamergroepenkunnen beschouwd worden als een aanduiding van het aantalslaapkamers, waarover het betreffende gezin zou dienen tebeschikken en is dus een norm. De slaapkamergroep, waarineen gezin is ingedeeld, is bepaald door aan te nemen: eenslaapkamer voor de ouders, een slaapkamer voor ieder paarkinderen van gelijk geslacht, een slaapkamer voor ieder reste-rend kind en/of volwassen inwonende en een slaapkamer voorieder inwonend echtpaar. Indien een gezin is ingedeeld inslaapkamergroep 1, 2 enz. betekent dit derhalve dat ingevolgede samenstelling van dit gezin bij toepassing van de onder-havige norm dit gezin over 1, 2 enz. slaapkamers zou moetenbeschikken.Men dient er zich rekenschap van te geven dat de aangelegdenorm een rekennorm is. Om een inzicht te verkrijgen in demate van onder- of overbezetting der woningen is het stellenvan een norm ten aanzien van de normale bezetting onver-mijdelijk. Een andere norm dan de hier aangelegde is natuur-lijk eveneens mogelijk. Opgemerkt kan worden dat de aan-gelegde norm, vooral voor de grote gezinnen, vrij ruim is.Onder andere is dit het geval, doordat geen rekening is ge-houden met de in verschillende gevallen in woningen voorgrote gezinnen toegepaste slaapkamers voor drie personen enmet de mogelijkheid dat jonge kinderen van verschillend ge-slacht in een slaapkamer kunnen worden ondergebracht. Eenen ander dient bij de beoordeling van de cijfers omtrent over-en onderbezetting in aanmerking te worden genomen.De woningen zijn ingedeeld naar het aantal slaapkamers. Ditaantal is bepaald door het aantal kamers met een, namelijkhet hoofdwoonvertrek, te verminderen.2) Hierdoor kondenalle woningen, ook die waar een feitelijk tweede woonvertrekaanwezig is, onder een noemer worden gebracht, zodat eenalgemene vergelijkingsmaatstaf voor het gezin en de woningwaarin het is gehuisvest, wordt verkregen. Deze vergelijkings-maatstaf is de bezettingsgraad, die is berekend als het verschilvan het aantal slaapkamers van de woning en de slaapkamer-groep van het gezin. Zij geeft dus aan welk aantal slaap-kamers het gezin volgens de aangelegde norm eventueel tekortkomt of over heeft.De verdeling van de gezinnen naar slaapkamergroep, zoalsdeze uit de gegevens van de bevolkingsregisters (gecorrigeerdmet de uitkomsten van de enquete) werd berekend, is ver-meld in tabel 1. Bij vergelijking van de cijfers voor de beidesteden blijkt in Amsterdam het aantal kinderloze gezinnen(slaapkamergroep 1) in de nieuwe woningwetwoningen aan-zienlijk hoger te zijn dan in Rotterdam. Tabel 2, die de ver-deling van de woningen naar aantal slaapkamers weergeeft,vertoont dezelfde verschillen. Hierin komt ook het veel grotereaantal duplexwoningen in Amsterdam tot uiting (27% in Am-sterdam tegen 12% in Rotterdam, zie tabel 3).Tabel 4 geeft voor beide gemeenten de verdeling van de ge-zinnen naar bezettingsgraad der woningen, dus het eventuelenormatieve tekort of overschot aan slaapruimte. In beide ste-den blijkt het totaalbeeld gelijk te zijn: circa 60% der wonin-gen is normaal bezet, terwijl er iets meer overbezette danonderbezette woningen zijn. Het hoge percentage woningen,dat normaal bezet of overbezet is -- deze groepen vormensamen circa 80% der gezinnen ^- is ongetwijfeld het gevolgvan de woningdistributie. Ook bij ruim 50% der gezinnen, diein normaal bezette woningen zijn gehuisvest, werd namelijknog de wens naar een extra kamer vernomen. Aangenomenmag dus worden dat bij een vrije woningmarkt voor vele ge-zinnen onderbezetting (volgens de hier toegepaste norm) denormale toestand zou zijn.Het blijkt dat in slaapkamergroep 1 (de groep der kleinstegezinnen, die normatief slechts een slaapkamer nodig heeft)in Amsterdam veel meer gezinnen in normaal bezette wonin-gen voorkomen dan in Rotterdam. In slaapkamergroep 2 blijktin Amsterdam een vrij grote groep (20%) in overbezette wo-ningen te zijn gehuisvest (tabel 5). Ook hierin komt tot uitinghet relatief grote aantal duplexwoningen, dat in Amsterdamis gebouwd en dat in gesplitste toestand slechts over een slaap-kamer beschikt. In deze woningen werden meestal kinderlozeechtparen gehuisvest. In de normaal bezette woningen in slaap-kamergroep 1 treft men de echtparen aan, wier gezin sinds hetbetrekken van de woning zich (nog) niet uitbreidde: de groepin overbezette woningen in slaapkamergroep 2 bestaat inhoofdzaak uit jonge gezinnen, die sinds het betrekken van dewoningen een of meer kinderen kregen.Het feit dat de uitgroei van deze jonge gezinnen in wonin-gen met een slaapkamer direct tot overbezetting leidt, kan alseen ernstig bezwaar worden beschouwd van een huisvestings-politiek, waarbij aan jonge gezinnen deze woningen worden.toegewezen.In beide steden blijken de grootste gezinnen ^ slaapkamer-groep 5 en meer -- voor circa 90% in volgens de toegepastenorm overbezette woningen te wonen (tabel 5). Een verdereuitsplitsing naar bezettingsgraad leert dat zowel in Amsterdamals in Rotterdam circa 40% van deze gezinnen volgens deaangelegde norm twee of meer kamers tekort komt.i) Dezeoverbezetting is het gevolg van een tekort aan woningen vanvijf en meer slaapkamers, zoals uit een vergelijking van tabel 1en 2 kan worden afgeleid. Het betreft hier weliswaar slechts1 a 2% van de totale onderzochte woningwetbouw, doch voorde betrokken gezinnen kan dit tekort een ernstig probleemvormen.Ten aanzien van de huisvesting van deze gezinnen is in deVoorschriften en Wenken van de Centrale Directie van deWederopbouw en de Volkshuisvesting 2) gesteld dat het nietwenselijk is voor gezinnen van zeven of meer personen wonin-gen op de verdiepingen van meergezinshuizen te ontwerpen;indien huisvesting in meergezinshuizen onvermijdelijk is, is hetgewenst dat deze op de begane grond van de meergezins-huizen geschiedt.Uit de bij de enquete verkregen gegevens blijkt dat in de bijhet onderzoek betrokken woningen, vrijwel alle zeer grote ge-zinnen in etagewoningen zijn gehuisvest (Amsterdam 100%,Rotterdam 97% van slaapkamergroep 5).140^) Dit wil zeggen dat een in de steekproef gevonden waarde van bijvoor-beeld 50% betekent dat deze in werkelijkheid met grote waarschijnlijkheidligt tussen 40 en 60%.^) De keuken, badcel enz. zijn hierbij buiten beschouwing gelaten.^) Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat de toegepaste(reken)norm in de pratijk enige speling toelaat. Zie vorige kolom.2) Voorschriften en Wenken voor het ontwerpen van woningen (1951)biz. 10.^ **???'- '_ ", ~- *"^'^,,"^^ *_???,,Nederland trekt het woningpeil op!De achterstand op de omringende landen wordt meer enmeer ingehaald. Vandaar dat deze borden een normaalverschijnsel worden bij de woningbouw. Zij spreken vanpermanente vloerbedekking van ,,Kromnienie"--kwaliteit- een completering van Uw huizen, die de ,,woonbescha-ving" bevordert.LinoleumDeze vloerbedekking blijft bij weinigonderhoud jarenlang als nieuw; deklcuren gaan door en door, duskunnen niet wegslijten. In meerdan 100 kleuren en dessins.ColovinylPLASTIC ASBEST TEGELSFleurig en soepel, in een serie frissetinten* Toe te passen op massieveondervloeren - alsmede op houtenondervloerent mils voorzien van eenhardboard tussenlaag.Coloritecumoron/iars tege/sVoordelig, maar minder buigzaamdan Colovinyl en daardoor alleengeschikt voor belon en andere mas-sieve vloeren. In vele gemarmerdelinten.Vraag voor nadere inlichtingen onze aldeling Techn. Adviezen(Tel. 02980-81941).LINOLEUM KROMMENIEBB 20 maakt woningen completer, dus beter.*^acature^GEMEENTE RHEDEN(omvattende de plaatsen Velp, Rheden, De Steeg, EUecom,Dieren, Spankeren en Laag-Soeren).Bij de Dienst van Gemeentewerken kunnen worden ge-plaatst:a. een TECHNISCH AMBTENAAR,in het bezit van het diploma M.T.S. (weg- en waterbouw)of daarmede gelijk te stellen opleiding, die ervaringheeft in landmeetkundige werkzaamheden en daarvoorbelangstelling heeft;b. een STEDEBOUWKUNDIG TEKENAAR,in de rang van technisch ambtenaar, in het bezit van hetdiploma stedebouwkundig tekenaar P.B.N.A., of daar-mede gelijk te stellen opleiding, die ervaring heeft in hetuitwerken van uitbreidingsplannen, alsmede met werk-zaamheden van landmeetkundige aard.Salarisgrenzen voor beide betrekkingen / 354,50 - / 516,50per maand. Aanstelling boven het minimum is mogelijk.De gemeente Rheden (36.000 inwoners) is aangesloten bijhet I.Z.A. Gelderland.Het verplaatsingskostenbesluit is van toepassing.Uitvoerige sollicitaties met opleiding, staat van dienst enz.binnen 10 dagen na het verschijnen van dit blad aan deDirecteur van de Dienst van Gemeentewerken, Hoofdstraat 9te Velp-Gld.De Provinciale Planologische Dienst in Gelderland zoekt eenMEDEWERKERvnl. t.b.v. streekplanwerk op de Veluwe. In aanmerking ko-men Delftse ingenieurs (diploma b.i. of c.i.), sociografen ofsociaal-geografen, alsmede zij, die kunnen wijzen op eengelijkwaardige opleiding.Aanstelling kan geschieden in de rang van hoofdplano-loog, planoloog, of adjunct-planoloog (salarisgrenzen resp.f 10.092.-- tot f 12.192.--, f 6602.-- tot f 10.452.--, en f 5346.--tot f 6396.--).Aanstelling boven het minimum salaris niet uitgesloten.Verplaatsingskostenbesluit en ziektekostenregeling zijn vantoepassing.Sollicitaties binnen drie weken na verschijnen van dit bladin te zenden bij de directeur van de Prov. Planologischedienst, Provinciehuis, Markt, Arnhem.imiDIENST DER PUBLIEKE WERKENAMSTERDAMBij de afdelingSTADSONTWIKKELINGkunnen voor de afdeling Ontwerp worden geplaatst enigeSTEDEBOUWKUNDIGE KRACHTENvoor directe medewerking bij het tot standkomen van uit-breidings- en saneringsplannen.Salaris, afhankelijk van opleiding, leeftijd en ervaring.Aan gehuwden, die buiten Amsterdam wonen, worden dereiskosten en de eventuele verplaatsingskosten vergoed; on-gehuwden kunnen in aanmerking komen voor een vergoedingvan 40"/o van de pensionkosten.Sollicitaties onder no. 2689 te zenden aan de Directeur derGem. Personeelsvoorziening, Sarphatistraat 92, Amsterdam (C)Bij het Bureau van de Provinciale Planologische Dienst vanNoordholland is vacant de betrekking vanSTEDEBOUWKUNDIGE.Gevraagd wordt ingenieursdiploma of daarmede gelijk testellen opleiding en ervaring.Rang en salaris zijn nader overeen te komen.Sollicitaties zijn te richten tot de Hoofdingenieur-Directeurvan de Provinciale Waterstaat van Noordholland, NieuweGracht 47, Haarlem.LICHTDRUKKENHET ADRESC A. DE JONGMODERNE REPRODUCTIE-INPJCHTINGf OLKINGESTR 1 5 - TEL, 22717-'" CONINGENSOUTHERN RHODESIA GOVERNMENTVACANCIES: TOWN PLANNING OFFICERSApplications are invited for the following posts:a. SENIOR TOWN PLANNING OFFICER. Grade S.P.O. IllSalary scale: ? 2150 per annum fixed salary.b. SENIOR ASSISTANT TOWN PLANNING OFFICERS. Grade P.O. ISalary scale: ? 1875 x ? 75 to ? 1950 x ? 50 to ? 2000 per annum.c. ASSISTANT SENIOR TOWN PLANNING OFFICERS. Grade P.O. IISalary scale: ? 1650 x ? 75 to ? 1800 per annum.d. ASSISTANT TOWN PLANNING OFFICERS. Grade P.O.Salary scale: ? 650 x ? 75 to i^ bOO x ? 100 to ? 1000 x ? 50 to ? 1600 per annum.All applicants should have a recognised qualification in Town Planning. Preference will be givento those holding a qualification in Civil or Municipal Engineering or Architecture. Applicants forposts a, b and c must have had considerable experience in town planning, particularly in rela-tion to statutory schemes.The maximum commencing salary for suitably experienced candidacies for posts d, may be? 1100 per annum plus an additional increment of ? 50 for persons holding an additional ap-proved professional qualification in Engineering or Architecture.Successful candidates may be required to serveNyasaland."^in Southern and Northern Rhodesia andv..Applications in English should be made before& van Ditmar, Advertising Agency, Noordeinde29 October 1956, under letters P.I.B., to Nijgh49, The Hague.Bij de PROVINCIALE PLA-NOLOGISCHE DIENSTVOOR ZEELAND kan wor-den geplaatst eenSOCIAAL-GEOGRAAFin de rang van planoloog(salarisschaal / 6318,-- --/ 9006,--). Sollicitaties terichten aan de directeur,Nieuwstraat 27 te Middel-burg voor 10 oktotaer 1956.yEenvaeature?De juiste man op dejuiste plaats dooreen advertentiein dit tijdschrift!Aan de in de Voorschriften en Wenken uitgesproken wensdat, indien huisvesting van zeer grote gezinnen in eengezins-huizen niet mogelijk is, deze gezinnen op de benedenste ver-dieping van etagewoningen zullen worden gehuisvest, is slechtszeer ten dele voldaan. Alleen in Amsterdam is circa 50%van deze gezinnen gehuisvest in een speciaal type beneden-woning in de etagebouw, dat voorzien is van een tweetal extrakamers in de onderbouw. In Rotterdam is de verdieping, waar-op deze gezinnen zijn gehuisvest, kennelijk niet door de ge-zinsgrootte bepaald. Zelfs het speciale Amsterdamse type voorgrote gezinnen is echter voor de allergrootste gezinnen nog teklein. De bij de enquete aangetroffen woningen van dit typehadden namelijk vier slaapkamers.Aan de voornaamste bezwaren, die aan het onderbrengen vangrote gezinnen in etagewoningen verbonden zijn, zou wellichtonder andere tegemoetgekomen kunnen worden door toe-passing van het voornoemde woningtype voor grote gezinnen,waarbij dan tevens kan worden nagegaan in hoeverre ten be-hoeve van de allergrootste gezinnen een toepassing van dittype met vijf of meer slaapkamers aanbeveling verdient. Dittype bleek de bewoners, wat betreft de woon- en slaapruimten,uitstekend te voldoen. Het heeft bovendien het voordeel dat hetgemakkelijk van een eigen tuintje kan worden voorzien en dathet als gevolg van het feit dat de grote gezinnen uitsluitendop de eerste woonlaag gehuisvest zijn, de geluidshinder voorde buren tot een minimum beperkt.In hoeverre bij deze woningen een eigen ingang aan de straatplantechnisch te verwerkelijken zou zijn, dient nog nader teworden nagegaan.Het Amsterdamse woningtype voor grote gezinnen al of nietmet eigen ingang aan de straat mag natuurlijk niet als alleenzaligmakende oplossing worden beschouwd, Huisvesting vangrote gezinnen in de onderste woonlaag van galerijwoningenof in maisonnettes op de begane grond zou misschien een evengoede oplossing kunnen vormen. Bij een nadere bestuderingvan het probleem van de huisvesting der grote gezinnen in degrote steden verdient dit woningtype mede in de beschouwingte worden betrokken.Tabel 1. Grootte der gezinnen, gehuisvest in de onderzochte Artikeicnwoningwetwoningenpercentages gezinnen behorend tot debetreffende slaapkamergroep inAmsterdam Rotterdamslaapkamergroep 123452234329315383395totaal (percentage) 100 100totaal (absoluut) 224 215Tabel 2. Grootte van de onderzochte woningwetwoningenaantalslaapkamers i)percentages woningen met het be-treffende aantal slaapkamersAmsterdam Rotterdam12345253232101104631103totaal (percentage) 100 100totaal (absoluut) 224 215^) Voor dit lioel gedefinieerd als aantal kamers minus een.Tabel 3. Type van de onderzochte woningwetwoningenpercentages woningen vanhet betreffende typeAmsterdam Rotterdameengezinshuizenduplexwoningen i)woningen in meergezinshuizen12276181280totaal (percentage) 100 100totaal (absoluut) 224 215Duplexwoningen als twee woningen gerekend.Tabel 4. Bezettingsgraad i) van de onderzochte woningwetwoningenAantalgeenqueteerdegezinnen(= 100%)percentages gezinnen met een bezettingsgraad van:-3 --2 ^1 0 + 1 + 2 + 3AmsterdamRotterdam224215002320196161161512 0') tekort (--) of overschot ( + ) aan slaapkamers volgens de aangelegde norm. HIArtikcien Tabcl 5. Bczcttingsgraad Van de onderzochte woningwetwoningen in samenhang met de grootte (slaapkamergroep) v. h. gezinaantal geenqueteerdegezinnen (= 100%)percentages gezinnen gehuisvest inoverbezette woningen r^otr^^^X bezettewonmgenonderbezette woningenAmsterdam:slaapkamergroep 12345Rotterdam:slaapkamergroep 123,, ' 4547515942252025609279586138821221424548504230628648756756229134419107142Het eerste resultaat van de woningtellingHet Centraal Bureau voor de Statistiek heeft over de uitkom-sten van de woningtelling naar de toestand per 30 juni 1.1.geen gras laten groeien. Op 25 augustus was de MededelingA.W. No. 1, bevattende een voorlopige opgave van woning-voorraad en woningbehoefte en een daaruit afgeleide bereke-ning van het tekort per provincie en voor het Rijk als geheel,in het bezit van belanghebbenden en belangstellenden. Dit iseen voortreffelijke prestatie, die meteen aan tegenstanders vanelke woningtelling het bekende argument uit de hand neemtdat de resultaten ter beschikking komen als de toestand, waar-op ze terugslaan, al lang niet meer aan de werkelijkheid be-antwoordt. Nu minder dan twee maanden verstreken zijn nade telling kan niemand de eerste uitkomsten op deze grondhun praktische waarde ontzeggen.Die waarde wordt overigens vergroot, doordat behalve deevengenoemde publikatic overeenkomstige gegevens in ge-lichtdrukte vorm per gemeente en per onderdeel van gemeen-ten beschikbaar zijn. Er is dus een rechtstreekse aansluitingbij de eenheid, die voor de praktische woningpolitiek en voor-al voor de verdeling van contingenten het meest betekent.Voor de wijze van bepaling van woningvoorraad, -behoefteen -tekort en voor de cijfers zelf verwijs ik naar het daar-omtrent onder Binnenland in dit nummer opgenomen bericht.Daaruit blijkt dat het C.B.S. zich noch op de methode vanberekening noch op de uitkomsten ook maar enigszins wilvastleggen. Nauwkeurige verifikatie van de cijfers en eenzorgvuldige heroverweging van de methode van berekeningwaren begrijpelijkerwijs in het korte tijdsverloop sedert detelling niet mogelijk. Aan snelheid van publikatie is terechtvoorrang gegeven boven een hogere graad van nauwkeurig-heid en wetenschappelijke bezonkenheid.Dit voorbehoud neemt niet weg dat de voorlopige uitkomstentoch wel tot enkele opmerkingen aanleiding kunnen geven,over de methode en over de cijfers zelf.Over de wijze van berekening van het woningtekort heb ikvroeger (Tijdschrift, Jaargang 1953) een beschouwing ge-geven, die in enkele opzichten van de voorlopige opvattingvan het C.B.S. afwijkt. Ik kom daar nu niet uitvoerig opterug, omdat ik anders in nodeloze herhalingen zou vervallen.De aandachtige lezer van de algemene toelichting in de Me-dedeling A.W. No. 1, vindt daarin verschilbnde bestanddelenvan de berekening, die in verschillende zin gei'nterpreteerdkunnen worden en die dus tot een ander cijfer omtrent hettekort kunnen leiden, duidelijk aangegeven: de z.g. woningenzonder eigen toegangsdeur, die voorlopig niet bij de voorraadzijn gerekend, de inwonende huishoudens, waarvan de inwo-ning geen verband houdt met de woningnood, die voorlopigzonder onderscheid als woningbehoevend zijn aangemerkt; denoodzakelijke woningreserve, die voorlopig buiten beschou-wing is gelaten. De beide eerstgenoemde factoren zullen toteen zekere reductie van het eindcijfer moeten voeren, de laatstetot een toeslag. Andere vraagpunten blijven m.i. het meetellenvan noodwoningen en noodboerderijen en van duplexwonin-gen en het verwaarlozen van de woningbehoefte van inwo-nende alleenstaanden. i) Het C.B.S. is blijkbaar van plandeze materie nog eens rustig in studie te nemen voor het dedefinitieve uitkomsten van de telling wereldkundig maakt, ofis daar mogelijk al mee bezig. Dit verdient levendige instem-ming, omdat wij sedert de oorlog aan de theoretische fun-dering van de woningstatistiek althans in het openbaar wei-nig meer gedaan hebben, terwijl in de praktijk van wat vroe-ger gangbaar was sterk is afgeweken.Willen we deze achterstand inhalen, dan is het wenselijk datdit gebeurt in nauwe samenwerking van statistici en volks-huisvesters. Dit zal o.a. kunnen bevorderen dat de theore-tische constructie van het woningtekort blijft beantwoordenaan ^wat in de praktijk bij de zorg voor de volkshuisvestingals tekort wordt gevoeld.Verder zal men in elk geval, ook al wordt ten slotte een be-rekening gevolgd, de gegevens voor alternatieve berekeningenvan het woningtekort volledig beschikbaar dienen te stellen.Men weet hoe groot de afstand is tussen de uiterste op-vattingen omtrent het woningtekort. Ook nu wordt voor Ne-derland door sommigen elk woningtekort ontkend. -) Het isniet te verwachten dat studie, commissoriaal overleg, ge-dachtenwisseling in ruimer kring dergelijke diep in politiekeopvattingen wortelende verschillen kunnen wegnemen. Wijmogen met enige opheldering omtrent wederzijds misverstanden enige toenadering blij zijn. Resterende voorkeur voorvarianten in de berekening zal ook in deze zin gerespecteerddienen te worden, dat die varianten zonder meer voor uitvoe-ring vatbaar blijven.Nog een enkel woord over de nu gepubliceerde resultatenvan de telling. Het cijfer voor het tekort is weinig lager dandat bij de telling van 1947, namelijk 40.000. In sommige dag-bladen is hierover in geringschattende zin gesproken, alsofdat getal ten overvloede nog eens het fiasco van de woning-politiek van onze na-oorlogse regeringen zou demonstreren.^) De woningbehoefte van de alleenstaanden, die een eigen woning be-wonen, is terecht wel meegeteld, anders dan in de berekening van hetWestduitse Bundeswohnungsbauministerium op grond van de woning-telling van 1950, niettegenstaande in de Bondsrepubliek toen 800.000 alleen-staanden in woningen met meer dan een vertrek woonden. Vgl. Dr.Harro Iden, Wohnungsbaubilanz 1955 in Neue Heimat, No. 4/5 1956.^) Vgl, de discussies in de Haagse Post van 8 September 1956.UTILITEITSBOUWBURGERBOUWBETONWERKENWATERBOUWKUNDIGEEN HEIWERKENAfzonderlijke afdeling Woningbouwin het Korrelbetonsysteem(Ned. Octr. Nrs. 67739 en 67908), JAWtROAk-^JacatureA Directieketen - Noodwoningen - Schaftlokalen enz.(Vervolg)GEMEENTE ENSCHEDEHerhaalde oproepingBij de stedebouwkundige afdeling van de dienst van open-bare werken en volkshuisvesting kan naar gelang vanbekwaamheid worden geplaatst eenHOOFDTEKENAARof eenTEKENAAR Iste klasBezit van of studie voor diploma stedebouwkundig tekenenp.b.n.a. strekt tot aanbeveling.Weddegrenzen hoofdtekenaar / 384,-- en / 473,--, tekenaarIste klas / 351,50 en / 419,-- per maand. Aanstelling bovende minimum wedde is mogelijk. Kindertoelage overeen-komstig de voor het rijkspersoneel geldende regeling; wet-telijk pensioenverhaal. Gehuwden genieten een tegemoet-koming in verplaatsingskosten.Uitvoerige sollicitaties aan burgemeester en wethoudersbinnen tien dagen na het verschijnen van dit blad. Bezoekalleen na uitnodiging. Reeds ingezonden sollicitaties be-hoeven niet te worden herhaald.GEMEENTE UTRECHTBij de dienst stadsontwikkeling (ontwerpen) van OpenbareWerken kan worden geplaatstEEN ARCHITECTVereist: opleiding minstens v.b.o. en ervaring op stede-bouwkundig gebied;Aanstelling: in de rang van architect (sal. grenzen / 7.020,--tot f 8.964,--, exclusief eVo), afhankelijk van leeftijden ervaring eventueel boven het minimum;Sollicitaties: -- eigenhandig geschreven -- met volledigevoomamen, geboorteplaats en -datum, binnen 14dagen na verschijning van dit blad aan de hoofd-directeur van Openbare Werken, Achter Claren-burg 12--14, Utrecht ond. vermelding van nr. 11771-BRaadpleeg onze advertentierubriekals U een aanvraag of een bestelling hebtte doen! In de kolommen van dit tijdschriftvindt U aanbiedingen van talrijke voor-aanstaande leveranciers op het gebied vande bouwvakken.ALLE VERZEKERINGENHAssurantiekantoorC. P. SCHILPEROORTValkenboslaan 22's-GRAVENHAGETelefoon 3 2440 6ALLE VERZEKERINGENFIRAAA T. MEERKERK - HOUTBOUWGIESSENDAM C 53 -- TELEFOON 196 NEDER-HARDINXVELDDe verf waar U op wachtte.....IS ER!Synthetische Muurverfvoor BINNEN- en BUITENWERK? Verzeept nooit; kan op vers werk? Dekt in 1 X op steen, cement, be-ton, zacht board, pleister? Ademt en is schimmelvrij? Ongekende hechting,ook op oude olieverflagen? Kan over teer, carbolineum? Een bewerklng op nieuw werk? Voordelig per m*Enorme mogelijkhedenVerbluffende resultatenVraag alles wat U weten wilt bijARTEKOBIN PRODUCTENGROTE BICKERSSTRAAT 53 - AMSTERDAM-C.Telefoon 45700UNIEKSchijckhaus Bekistings-klem? Handig? Geen slijtage? Enorm robust? Absolute zekerheidVan Gelder Compagnie c.v.Eendrachtsweg 9 - ROTTERDAM - Telefoon 112615*-K 1800Men heeft hierbij niet bedacht dat het tekort na de tellingvan 1947 eerst nog is toegenomen en dat na 1950 de ver-mindering van de achterstand ca. 80.000 zal zijn geweest.Men heeft ook niet bedacht dat onze woningbouw toppresta-ties levert, in vergelijking met vroeger en in vergelijking methet buitenland. De vergelijkende cijfers in het geschrift ,,TheEuropean Housing Situation", uitgegeven door het secreta-riaat van de Economic Commission for Europe in januari 1956onderstrepen dit. Dit sluit zeker niet in dat wij voldaan zoudenmoeten zijn, dat een hogere productie niet dringend wenselijken niet mogelijk zou zijn. Maar een interpretatic van het eind-cijfers in pessimistische zin met betrekking tot het verledenis onjuist. Wij kunnen retrospectief voldaan zijn en prospec-tief onvoldaan.De verschillen tussen de tekortcijfers per provincie met alsuitersten Friesland (4 %) en Limburg (15 %) doen zien dater sinds 1947 wel enige nivellering is opgetreden -- de uiter-sten waren toen 7 en 27 % -- maar o.a. de zeer geringe dalingin Noord- en Zuid-Holiand zal zeker opnieuw overwogenmoeten worden. Hierin tekent zich de uiterst moeilijke positieaf van onze grote steden, die nauwelijks enig uitzicht zienschemeren op overwinning van de woningnood. De tekort-cijfers per provincie en per gemeente leveren in zekere zin detoetssteen op voor de beoordeling van de verdelingspolitiekvan de laatste tien jaar, althans voorzover die politiek opnivellering van de tekorten gericht was.H. V. d. W.,Es lebt die Stadt'door A. H. RooimansWanneer men mij vraagt: ,,Wat is je nu het sterkst bijgeblevenvan het 23ste Internationale Congres over Volkshuisvestingen Stedebouw in Wenen", dan moet ik bekennen dat diteen belevenis was, die niet op het gebied van de volkshuisves-ting of de stedebouw lag.Ik ben namelijk zeer getroffen door de originele wijze, waarophet Congres geopend werd. Na het spelen van Mozart'souverture voor de opera Titus klonken daar als eerste woor-den over de hoofden van de meer dan 1200 aanwezigen inde feestzaal van het Weense stadhuis: ,,Es lebt die Stadt".Een gedicht van Karl Anton Maly, op imponerende wijzevoorgedragen door Ernst Meister.Wellicht lag het hoogtepunt van het Congres voor anderedeelnemers bij de ontvangst in Schonbrunn, het feestconcert,de filmavond, de tentoonstelling of in een andere belevenis.Maar voor mij was het meest aangrijpende moment van hetgehele congres toen deze klaar en duidelijk uitgesproken woor-den als een waarschuwing tot de congressisten gericht werden:.,Es lebt die Stadt". Als een vermaning dat elke stad -- datook deze machtige, mooie doch soms ook lelijke stad Wenen,waar we met vakgenoten uit alle delen van de wereld warensamengekomen -- niet dood is, dat ze meer is als een verza-meling stenen, een groepering van gebouwen, dat ze leeft endat we bijeen waren om van gedachten te wisselen en richt-lijnen op te stellen over het toekomstige leven van ,,de staden haar omgeving".Met de Leonore ouverture no. Ill van Beethoven aan het slotvan de bijeenkomst vormde de muziek een stijlvolle omlijstingvoor de officiele begroetingswoorden van burgemeester enministers en de openingstoespraak van congres-voorzitterRolfsen.Het gehele congres kenmerkte zich trouwens door stijl enverzorging. Van het laatste kreeg men al direct bij de aan-melding op het bureau een proeve van perfectie te genietenbij het onderzoeken van de inhoud van de gereedstaandediplomatentas, gevuld met gegevens over het congres en vol-doende wetenswaardigheden over Wenen om een maand langde vrije avonden mee te kunnen vullen. En elke dag kwamendaar meer paperassen bij.De deelneming aan het Congres was alweer groter dan twee Artikdcnjaar geleden in Edinburgh. Waren er toen ? 800 deelnemers,nu lag dit aantal boven de 1200. Men vraagt zich wel af ofeen dergelijk groot aantal deelnemers het welslagen van hetcongres langzamerhand niet in weg gaat staan en of het nuttigeffect nog wel zo groot is, dat het bijwonen ervan de moeitevan de vele verre reizen waard is.Alhoewel het gevaar erin zit dat het tot een verarming vande discussies zou leiden, vraagt men zich toch af of eenduidelijker splitsing van studiegroepen van vakgenoten nietnoodzakelijk wordt en of misschien zelfs, ik zeg dit met grotereserve, te overwegen is landelijk een voorcongres te houdenen voor het Internationale congres het aantal deelnemers tebeperken.Ik laat namelijk nog buiten beschouwing welke moeilijkhedener bijvoorbeeld ten aanzien van huisvesting, vervoer bij ex-cursies, zaalruimte etc. voor het bureau aan een dergelijkenorm aantal deelnemers vast zitten. Het gevolg van de groteopkomst was dat de studiegroepen te groot werden om toteen uitgebreide gedachtenwisseling te komen. In de verga-deringen van studiegroep I waren bijvoorbeeld steeds meerdan 100 congressisten aanwezig. Dat de discussies hierdoornadelig werden beinvloed, zal een ieder duidelijk zijn.Meer nut was er mijns inziens dan ook gelegen in de gesprek-ken, welke men voor en na de vergaderingen met collega's konvoeren. Bij die uitwisseling van gedachten en ervaringenkwam men steeds weer tot de ontdekking dat de problemenin vele steden en landen ongeveer gelijk liggen en dat deoplossing van vele vraagstukken langzamerhand op boven-nationaal niveau komt te liggen. Het stellen van vergelijkbarenormen daarbij is als wenselijkheid in het congres naar vorengekomen en het zal noodzakelijk zijn meer gedachten en ge-gevens uit te wisselen om bepaalde gebieden van de aardebewoonbaar te houden of te maken.Belangrijk om vergelijkingen te kunnen maken, was daaromde excursie door Wenen, welke voerde langs vele woning-complexen en andere bezienswaardigheden, door de stedelijkeoverheid gebouwd voor en na de tweede wereldoorlog. Jammerdat er een beetje teveel van het goede op het programmastond, waardoor er vrijwel geen gelegenheid was om uit testappen. Aan de andere kant dwong dit me ertoe later nade vergaderingen terug te gaan om er nader kennis mee tekunnen maken. Zo kwam ik op een avond tegen de schemerin de Karl Marxhof en ik moet zeggen dat, hoewel als wo-ningen en architectuur nu niet meer aanvaardbaar, de durf,de verzorging van de groenaanleg en vooral de rust en desfeer me getroffen hebben en getuigenis aflegden van de voorde tijd van het ontstaan zeer progressieve opvattingen.Een andere avond kwam ik na een ,,warme" dag in een van decomplexen, welke na de tweede wereldoorlog werden gebouwden vond daar een tiental jongens in zwembroek bezig gazonsen bloemenranden te besproeien onder toezicht van een vande bewoners. In het gesprek, dat ik met de laatste had, verteldehij me dat de gemeente voor het onderhoud zorgde, dat debewoners er niet voor betaalden, maar dat deze wel hun bestdeden om alles netjes te houden en daar o.a. in directe zin aanmee hielpen door behulpzaam te zijn bij het onderhoud en dejeugd liet daarbij geen verstek gaan.Doordat in alle complexen meerdere en verschillende speel-plaatsen voor de kinderen aangelegd waren, werd aan degroenvoorziening niet veel schade toegebracht.Karl Marx-Hof (1928)a^Q----i--Sr-ii143ArtikelenOplossing van het vuilnisbakkenprobleemOpvallend in deze complexen was ook de oplossing van hetvuilnisbakkenprobleem. Op verschillende plaatsen tussen dewoningen stonden van 12 tot 24 grote vuilnisbakken bij elkaarwaar de bewoners hun betrekkelijk kleine vuilnisemmers inkonden leegmaken. Ze waren zodanig opgesteld, dat ze op eengemakkelijke wijze voor een vuilnisauto bereikbaar waren.Tussen de vuilnisemmers een paal voor het kloppen van kle-den en het geheel in de meeste gevallen omgeven door eenmuurtje of een heg om het aan het gezicht te onttrekken.Voor gemeenten, welke blokken hoogbouw aan woonpadengesitueerd hebben en waar geen vuilstortkokers in de wonin-gen aanwezig zijn, misschien een voorbeeld om na te volgen.Alhoewel de groepering van de blokken in verschillende com-plexen van een groot gevoel voor ruimtelijke compositie ge-tuigde, kon ik toch niet aan de indruk ontkomen dat de af-standen tussen de blokken voor Nederlandse maatstaven teklein waren en ook voor de nog te bouwen complexen inWenen ruimer gesteld dienen te worden. Door de gesloten-heid van de woningen zijn er voor de bewoners misschiengeen grote nadelen aan verbonden en waren deze woonhovenin de rumoerige stad case's inderdaad van rust en gemoede-lijkheid. Rekening houdend met de toekomstwaarde van dewoningen zou mijns inziens echter een verruiming gewenstzijn,Er was een kenmerkend verschil tussen de complexen vanvoor 1940 en na 1945. Voor de oorlog zocht men de oplos-sing in de geslotenheid naar buiten, in het optrekken van eenrandbebouwing van zogenaamde ,,Superbl6cke" o.a. KarlMarxhof, later gewijzigd in ,,Augelockerte Superblocke".Hier vindt men het groen slechts in omsloten binnenhoven,waarbij van 24--30 % van het oppervlak bebouwd werd. Inde complexen van na 1945 dringt het groen door tot de straaten brengt een weldadige verlevendiging tot stand, het spelmet de bouwblokken is gevarieerder, er is een rijke afwisse-ling tussen open en gesloten, meer relatie tussen de verschil-lende ruimten. Kenmerkend was ook dat in de nieuwe com-plexen steeds meer woonpaden toegepast werden, ook in com-plexen met vijf en zes woonlagen. Dat dit de rust in de woon-hoven sterk bevorderde, behoeft geen betoog. Bij andere com-plexen was opvallend de aanpassing aan de terreingesteldheiden een grote gebondenheid aan de natuur, waardoor tege-lijkertijd een groter menselijkheid te waarderen viel.In verschillende complexen leidde de grote bouwhoogte ende betrekkelijk kleine ramen tot een zekere strakheid, zelfstot kilheid, welke gelukkig weer voor het grootste deel te nietgedaan werd door de fraaie boomgroepen, die gespaard ofgeplant waren.Van de speelgelegenheden werd een druk gebruik gemaakt,niettegenstaande het feit dat vele kinderen met vacantie bui-ten Wenen waren; op de banken rond deze speelplaatsenmaakten vele ouden van dagen gezellig een praatje. Voor delaatsten waren in verschillende complexen tussen de anderewoonblokken in, als laagbouw, kleinere of grotere ,,Heim-statte" gebouwd.Dat de gemeente Wenen bereid is veel te doen ter verfraaiingvan de wooncomplexen en daarbij tegelijkertijd de kunste-naars steunt, bleek uit de vele mozai'eken, muurschilderingen,sgrafitto's in de gevels en de beeldhouwwerken, welke op ver-schillende plaatsen tussen de blokken waren opgesteld. Voorstedebouwkundigen viel er ook veel te genieten van de ver-schillende soorten plaveisel, welke werden toegepast in de toe-gangen naar de woningen en de looppaden. Hoewel er nogmeer te vertellen zou zijn over deze zogenaamde sociale wo-ningbouW in Wenen, waaraan enorme bedragen besteed wor-den en waarvan tijdens de congresweek de lOO.OOOste woningaan de nieuwe bewoners ter beschikking werd gesteld, meenik met deze enkele opmerking te kunnen volstaan. Belangrijkom te vermelden is nog wel dat de gemeente van de totalewoningvoorraad ongeveer 18 % in bezit heeft.Voor wat de binnenstad van Wenen betreft, vielen in deeerste plaats op de brede straten, waarin naar verhouding nietveel verkeer was. Door een originele aanduiding op historischeen andere gebouwen, was het mogelijk om, wandelende zondergids, veel dingen over de geschiedenis van de stad te ont-dekken en kennis te maken met veel vergane glorie. Overdagverlenen de enorme paleizen aan het straatbeeld een voor onzeHugo Breitner-Hof (1949-1956)Voorbeeld van een woonpad144steden ongekende grandeur, maar 's avonds zijn het evenzovele stille donkere plekken in de stad, zelfs het verkeer opde ,,Ring" kon daar geen verandering in brengen. Deze ,,Ring"draagt overigens veel bij tot een goede verkeersoplossing inde binnenstad en verzamelt zoveel verkeer dat het noodzake-lijk geworden was bij de ,,Kartnerstrasse" een onderdoorgangvoor voetgangers te maken. Met roltrappen kon men van detrottoirs afdalen naar een cirkelvormige ruimte, waarin in hetmidden en langs de wanden een restaurant en meerdere win-kels een plaats gevonden hadden. Met roltrappen ging menook weer naar boven. Deze speciaal voor voetgangers ge-maakte oplossing werd druk gebruikt en dat vele congressistendit een gelukkig oplossing vonden, moge blijken uit het feitdat er verschillende keren de aandacht op gevestigd werd inde vergaderingen.Het zou te ver voeren U ook nog te vertellen over de luister-rijke ontvangst in het Slot Schonbrunn, de avond waarop defilms van het festival getoond werden, de excursie naar hetwaterwingebied en de enorme voorraadbassins van de stadWenen. Laat ik volstaan met te vermelden dat het interessanteonderbrekingen waren van de zware vergaderingen van destudiegroepen.Wanneer ik nu nog lets over het congres zelf moet vertellen,dan is een woord van lof voor de staf van het bureau zekerop zijn plaats, alles was tot in de puntjes voor elkaar. Eenwoord van dank dient zeker ook gericht te worden tot de ver-talers. Deze laatsten zorgden ervoor dat de deelnemers aande vergaderingen van de studiegroepen door raiddel van in-genieuze gehoorapparaten in staat waren het gesprokene steedsin drie talen te volgen.Ik zal U niet lastig vallen met te trachten weer te geven water op de plenaire zittingen van het congres en in de zes och-tend- en middagvergaderingen van de zes studiegroepen aanbelangrijke en onbelangrijke dingen naar voren zijn gebracht;ik zou bovendien wat het laatste betreft slechts weer kunnengeven wat er in studiegroep I behandeld is. Wei is het meduidelijk geworden dat we ten aanzien van bijvoorbeeld wet-telijke maatregelen en algemeen aanvaarde normen, in Neder-land een voorsprong hebben op de meeste andere landen,De aanbevelingen, welke tenslotte door de studiegroepen wer-den opgesteld en in de slotzitting door het Congres w^erdenaanvaard, zullen uitvoerig in dit Tijdschrift gepubliceerd wor-den. zodat ik er hier verder geen aandacht aan behoef te be-steden.Mag ik deze persoonlijke indrukken besluiten met te ver-melden dat de Donau helaas niet blauw was, dat de Praterstil en verlaten lag te wachten tot de vacanties voorbij zoudenzijn en dat ik graag aan alien, die betrokken zijn bij de volks-huisvesting en de stedebouw in de ruimste zin van het woord,de woorden van Karl Anton Maly door wil geven:,.Es lebt die Stadt".Amersfoort, September 1956Bizondere aandacht vraagt nog dat bij deze cijfers geen re- Kronfck"kening is gehouden met een eventuele woningreserve. In voor-oorlogse jaren is wel gesteld dat een woningreserve van 23/2a 3% van de totale woningvoorraad nuttig en nodig was voorgoede toestanden op volkshuisvestingsgebied. Wanneer mende woningvoorraad in Nederland in de nabije toekomst op3 miljoen stelt, zou dus volgens deze norm een reserve van75.000 woningen aanbeveling verdienen. Men kan ernstig be-twijfelen of in het beeld van de na-oorlogse economic hetpermanent ongebruikt en renteloos staan van 75.000 a 90.000woningen, evenredig verdeeld over alle huurklassen, nog welmag gelden als een ideaaltoestand, welke men met welbehagenaanschouwt. De zaak is voorlopig -- helaas -- nog niet ur-gent, doch het verdient t.z.t. wel aanbeveling te overwegen ofde voordelen van een woningreserve (gemakkelijke verplaat-singsmogelijkheden voor huurders, stimulans voor eigenarentot onderhoud, uitvallen van ongewilde woningen) niet op eenandere, economisch minder irrationele, wijze kunnen wordenbereikt.Een pleisterplaats tussen twee autonttenis de functie, welke een Amerikaans deskundige (Robert W.McLaughlin in Perspectives No. 15) in de toekomst meer enmeer voor de woning ziet weggelegd. En in die woning zal hetwoonvertrek, de ,,huiskamer" -- behoudens een televisiehoek-- de rol vervullen van een passageruimte tussen garage,keuken en slaapkamer.Dit is natuurlijk een boutade, welke bovendien geinspireerdis op Amerikaanse toestanden, welke bij ons nog niet in zosterke mate zijn doorgedrongen. Toch moet men zich naaraanleiding van deze boutade bezinnen op het onmiskenbarefeit, dat de moderne levensstijl en de thans optredende maat-schappelijke ontwikkcling velen onder ons steeds meer dringtin de richting van het bestaan van een geciviliseerde nomade,wiens behoeften op huisvestingsgebied allerminst gedekt wor-den door het -- overigens toch al haast onverwezenlijkbare --rustieke ideaal van het eigen eengezinshuis, waar men een heelleven slijt in een misschien zeer harmonische doch weiniginspirerende bestaansrust.Aan de juistheid van de pogingen, om door een geforceerdebevordering van het eigenwoning,,bezit" (enigszins verdedigdin de aan ,,Woningproductie en welvaart" gewijde jaarver-gadering van de Nederlandsche Maatschappij voor Nijver-heid en Handel) deze ontwikkeling terug te draaien endus -- om een mode-term te gebruiken -- aan vele tijdge-noten een voor hen slecht passend ,,cultuurpatroon" op tedringen, mag gerechte twijfel worden gekoesterd. Te hopenvalt dat de bemiddelende organen, die straks in overwegendemate het beleid bij de toepassing van het Besluit BevorderingEigen-woningbezit zullen kunnen bepalen, met dit aspect re-kening zullen houden.KroniekDe voorlopige uitkomsten van de woningtellingzijn belangwekkend, doch leveren geen spectaculaire nieuwegezichtspunten op. Als cijfer van het woningtekort wordt --met een begrijpelijkerwijze vele malen herhaald voorbehoud-- het cijfer 258.000 genoemd. Dit cijfer moet echter noggecorrigeerd worden, omdat thans nog niet bekend is in deeerste plaats hoeveel woningen zonder eigen toegangsdeurals aanvaardbare behuizing kunnen worden beschouwd en inde tweede plaats hoeveel samenwoningen in andere omstan-digheden dan het woningtekort hun oorzaak vinden -- tweegetallen, die ieder voor zich moeilijk volgens exacte normenbepaald kunnen worden. Het echte woningtekort ligt dus --ruw geschat -- tussen de 200.000 en 240.0000, iets wat te-voren ook al bekend w^as.Na ruim een half jaar bezinningheeft de Raad voor de Woningbouw een viertal aanbevelingenter kennis van de Minister van W^ederopbouw^ en Volkhuis-vesting gebracht. Deze aanbevelingen hebben betrekking opde bouwgrondpolitiek, de samenwerking tussen architect, aan-nemer en opdrachtgever, de unificatie van bouw^voorschriftenen de prestatiebeloning.Deze aanbevelingen kunnen -- in algemene zin -- zeker nietals nieuw worden beschouwd. In de talloze geschriften enredevoeringen, die gedurende de la
Reacties