n^iivistjneoouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvestingen Stedebouw en van de Nationale Woningraad^ waarin opge-nomen de mededelingen van de Rijksdienst voor het NationalePlan, en tevens gewljd aan de WederopbouwDecember 1957 38e Jaargang no 1^WANNEER U WIST .. .hoe ontzettend veel enthousiaste resultaten wij dagelijks horenover het allernieuwste produktB.I.B. (BEHANG IN BLIK)dan zou u geen minuut langer rustig in uw stoel blijven zitten.U belde direct 116574 of u ging naarVAN ZEGGELAAR in de Torenstraat Den Haagom u te laten inlichten over deze* moderne halfmatte Latexverf.* WASBAAR MET ZEEP, zelfs te reinigen met 25?/nammonia.* Verschiet niet en kan over uw versclioten behang opeenvoudige wijze aangebracht worden.* uitstekend geschikt voor badkamers, keukens, etc. om-dat de muren blijven ademen.* leverbaar in 10 moderne pasteltinten.Komt u eens kijken bijVAN ZEGGELAAR - TORENSTRAAT 139-141 - DEN HAAGDe VERFZAAK MET DE GROOTSTE SORTERINGJ. SMINIABEVERWIJKHandel in Bouwmaterialen,Zand, Grinden alle soorten BetonwarenOpslagplaatsen: Pruimedijk 8 en PijpkadeKantoor: Pruimedijk 2Telefoon 392620.000 WONINGENworden er jaarlijks in Nederland gebouwd,waarvan de zolder in het geheel niet ofslechts met moeite benut kan worden we-gens het ontbreken van een gemsikkelijketoegang naar de zolderruimte.De ideale opiossing vormt een:rlONARCl-W. MEYERINKautomatisch inschuifbaarof opvouwbaar!DENEKAMPTelefoon 362 - Giro 344692ELLEN toclitstripned. oclroolnaam wetl. gedep.goedgekeurd door dened. ver. v. huisvrouwenvastgestelde verkoopprijs f 1.10 p. m.levering via de ijzerhandelleverbare lengten van 1 m. t/m 2J^ m.Industr.- en Handelsonderneming ,,ELTON" N.V.POSTBUS 36 - WASSENAAR - TELEFOON 0 1751-3077MakelaarskantoorA.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Telefoon 3509belast zich gaame metKOOP, VERKOOP, TAXATIES en BEHEEBvan ONROEBENDE GOEDERENHypotheekbemiddeling en alle verzekeringenALPHAMUURVERVEN50 Jaarervaring....en ervaring Is niet tevervangenis onbetwisi de meest geschlkte' muurveri voor binnenwerk enJS ^ wordt zeer gunstig beoordeeld?''^^ door het veriinstituut T.N.O. teDelft.WasbaarOnverzeepbaarZuurbestendigAALPHAVERFFABRIEK ALPHAv/h Gebr. Klaverweiden N.V. Alphen a.d. RijnTelefoon K 1720-2192LICHTDRUKKENHET ADRESC. A. DE JONGMODERNE REPRODUCTIE-INRICHTINGFOLKINGESTR. 1 5 - TEL.2271 7 - GRONINGENSINDS 1904n BEATTYWasdroog machinewerkt vol-automatischHet goed wordt tot op elkegewenste droogtegraad ge-droogd.Vergissingen zijn uitgeslo^ten. Absoluut gevaarloos.'n BEATTY droogt metinfrarode stralen, doet hetgoed niet verkieuren, haaltzelfs de oorspronkelijikekleur beter te voorschijn,ontsmet en reinigt. liageexploitatiekosten.Vraagt inlichtingen bijFirma Bruin & ZonenST. PANCRASVoor GLASN.V. DORDTSCHE GLASHANDELKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALENTer orientering van hen die belang stellen in het examen is een brochuresamengesteld die uitvoerige inlichtingen geeft over het doel van het examenen de exameneisen. De examencommissie is inmiddels benoemd; nadereinUchtingen over datum en plaats van het eerste examen zuUen tijdig in devakbladen bekend worden gemaakt.Inhoud1 Doel en instelling van het diploma2 Examenreglement3 Toelichting op het examenreglement4 Examenprogramma5 Toelichting op het examenprogramma6 Literatuurlijst7 ProefopgavenDe proefopgaven zijn opgenomen, ten einde de kandidaten de gelegenheidte bieden zich een zo concreet mogelijk beeld te vormen van de voor hetexamen noodzakelijke kennis. Zij geven hun een indruk van de aard en deomvang van de vragen die op een voUedig examen (schriftelijk en monde-ling) gesteld zouden kunnen worden. Bijgevolg geeft de brochure de be-langstellende vrij voUedige inlichtingen betrefFende het bedoelde examen.Bestelnr 400.ioiy.2prijsj 2,2jN. Samsom n.v. uitgever Alphen a\d Ryn telefoon oij20-260100k verkri/gbaar via de boekhandel w }26verschenen:diploma middelbaarplanologischonderzoekerpublikatie vanwege het Ned. Inst. v, Volkshuisvesting en StedehouwOp talrijke bureaus worden in on2e tijd onderzoekingen ten behoeve van deruimtelijke ordening verricht, o.a. bij de ambtelijke diensten op rijks-,provinciaal en gemeentelijk niveau. Op deze bureaus beschikt men veelal,behalve over academisch gevormde onderzoekers, over hulpkrachten dievoornamelijk in de praktijk zijn gevormd. Deze medewerkers hebben zichsoms een aanzienlijke kennis en bekwaamheid verworven, maar kunnendeze niet aantonen d.m.v. een document. Diploma's, die tot op zekere hoog-te de garantie geven dat de eigenaar daarvan middelbare planologischebekwaamheid bezit, ontbreken immers in Nederland. Buitenlandse diplo-ma's, die ten onzent erkend zouden kunnen worden, bestaan evenmin.Betekenis van het diplomaHet is gebleken, dat in de praktijk behoefte bestaat aan een examen, dat demiddelbare planologische onderzoekers in staat stelt blijk te geven van eenzekere mate van scholing op het terrein van hun werk. Dit zal de wijzewaarop zij hun taak verrichten, maar ook hun ambtelijke positie en voor-uitzichten ten goede komen. Om in bovenbedoelde leemte te voorzien, maarook om een behoorlijke deskundigheid onder lager en middelbaar personeelte bevorderen heeft het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Ste-dehouw, op voorstel van zijn,,Studiegroep voor Planologisch Onderzoek",besloten het ,,Diploma Middelbaar Planologisch Onder^oeker" in te stellen.Tijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach, Mej. Mr. H. J, D.Revers, Ir. L. S. P. Scheffer, Dr. Ir. F. Bakker Schut, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdani'C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128december 195738e Jaargang -- No. 12MaandbladOfficiele mededelingenNederlands InstituutBrochure examen middelbaar planologisch onderzoekerDe brochure, bevattende inhchtingen over dit examen, waar-omtrent wij vroeger reeds berichtten -- zie de officiele mede-deling in het juli/augustus-nummer van de vorige jaarnan" --,is verschenen als PubHcatie no. 63 van het Instituut. Zij is inde boekhandel verkrijgbaar a f 2.25.In dit nummer is een prospectus ingelegd van de uitgever metbizonderheden over de inhoud van de brochure.Het hgt in de bedoeling het schriftelijk examen voor de eerstemaal in april en mei 1958 af te nemen.In het januari-nummer zullen nadere inlichtingen worden ver-strekt.Rijksdienst voor het Nationale PlanBesluiten van de Minister van Volkshuisvesting enBouwnijverheidOp grond van artikel 29, derde lid van de Wet van 28 Sep-tember 1950, houdende voorlopige regeling inzake het Natio-nale Plan en streekplannen, heeft de Minister van Volks-huisvesting en Bouwnijverheid de volgende bezwaren ge-maakt:d.d. 26 november 1957, no. 40, betreffende een voorgenomenontginning van enige percelen onder de gemeente Dwingeloo.Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voor-bereiding zijnde facet-streekplan ,,Natuurschoon en Recrea-tie" voor Drenthe.d.d. 26 november 1957, no. 41, betreffende een voorgenomenontginning van enige percelen onder de gemeente Anlo. Hier-tegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voorbe-reiding zijnde facet-streekplan ,,Natuurschoon en Recrea-tie" voor Drenthe.d.d. 22 november 1957, no. 43, betreffende het vellen vaneen houtopstand ter grootte van ruim 15 ha onder de gemeenteNorg. Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met hetin vergevorderde staat van voorbereiding verkerend partieelstreekplan Noord-Drenthe.De financiering van de woningwetbouwdoor W. ScheerensBij de speculaties over de vraag of en hoe het ambitieuzewoningbouwprogramma voor 1958 kan worden uitgevoerd,speelt het probleem van de financiering een overheersenderol.Zijn de maatregelen ten behoeve van de kapitaalvoorzieningvoor de woningwetbouw afdoende; zal de collectiviteit derparticuliere bouwers erin slagen voor haar aandeel in deproductie kapitaal aan te trekken tegen voorwaarden, diehaar activiteiten voldoende ruimte laten?Het tweede deel van deze vraag wordt elders in dit nummerbehandeld; de financiele problematiek van de woningwetbouwzal ik proberen te belichten.In 1957 heeft -- naar de tot dusver bekende gegevens dui-delijk maken ^-- het aantal woningen, waarvoor vergunningtot de bouw werd verleend, het opmerkelijk groot aantal wo-ningen, dat werd opgeleverd, nog belangrijk overtroffen. Inhet eerste halfjaar van 1957 werden bouwvergunningen ver-leend voor 42.693 woningen tegen 37.621 in het eerste half-jaar 1956. In het eerste halfjaar van 1957 werd begonnenmet de bouw van 48.622 woningen; in dezelfde periode kwa-men er 41.114 gereed. Gevolg van deze ontwikkeling is uiter-aard een stijging van het uitvoeringsniveau. Eind juni wasmen in ons land nog bezig aan de bouw van ruim 101.000woningen. Door wat terughoudendheid bij het verlenen vangunningen enerzijds en door de uitzonderlijk hoge produc-tie-cijfers andererzijds is tot eind September het aantal wonin-gen-in-uitvoering gedaald tot 98.129. Intussen dient de finan-ciering van de bouw van al deze woningen verzekerd te zijn,omdat immers de totale verplichting ervoor bij de aanvangvan de bouw is aangegaan. Voor wat de woningwetbouwbetreft, was die zekerheid tot in het begin van 1957 van eenwat problematisch karakter, De gemeenten zochten dekkingvoor haar bouwverplichtingen in ,,kort geld" (omdat er alenige tijd niet anders te krijgen viel), daarbij vertrouwendeop de mogelijkheid binnen afzienbare tijd dat ,,korte" geldte kunnen omzetten in ,,lang" kapitaal.De centrale overheid moest wel een stokje steken voor dezeontwikkeling, omdat steeds duidelijker werd dat consolida-tie van de snel in omvang toenemende gemeentelijke kortlo-pende schulden in toereikende mate onmogelijk zou zijn. Deduimschroeven werden de gemeenten geleidelijk aan vaster 181Artikelcn182aangezet; tenslotte mocht nog alleen aan woningwetbouwbegonnen worden als vaststond dat er ,,lang" kapitaal voorbeschikbaar was.Een volstrekt logischc consequentie van de voorschriften dercentrale overheid op dit stuk is dat het rijk de inspanningenen zorgen voor de financiering van de gemeenten overneemt.Er zijn drie direct met elkaar verband houdende elementenaanwijsbaar:a) het van rijkswege aan de gemeenten gegeven voorschriftdat de bouw van woningwetwoningen slechts dan is toe-gestaan als er kapitaal voor beschikbaar is;b) een vrijwel absolute onmogelijkheid voor de gemeentenom kapitaal aan te trekken tegen de van rijkswege gedic-teerde voorwaarden;c) de regeringsverklaringen nopens de prioriteit, die de wo-ningbouw ook in het zicht van de economische moeilijk-heden dient te hebben.De uit het verband dezer elementen te trekken conclusie kanalleen zijn dat het rijk maatregelen treft, die de financieringvan de woningbouw kunnen waarborgen.De regering heeft deze consequentie aanvaard. Eerst is erhaar geslaagde poging om door middel van een ,,groot con-tract" met de institutionele beleggers gelden vrij te maken ente reserveren voor de financieringsbehoeften van de gemeen-ten. De Bank van Nederlandsche Gemeenten heeft omstreeksfebruari van dit jaar de eerste toewijzingen uit deze centralelening verstrekt. De opdracht daarbij luidde dat de helft vanhet toegewezen kapitaal moest worden gebruikt voor omzet-ting van kortlopende schuld en de andere helft voor de fi-nanciering van de onderhanden zijnde of te nemen woning-bouw. Terloops zij hierbij opgemerkt dat er thans nog ge-meenten zijn, die middelen uit deze eerste toewijzing beschik-baar hebben, zonder dat zij tot dusver in staat werden ge-steld de gunning van de bouwplannen tot stand te brengen.(Minister Witte bevestigt dit in de Memorie van Antwoord.zeggende dat de spreiding van de bouwactiviteit niet geheelrijmde op de kapitaaltoewijzingen.)Het is wellicht wat verwonderlijk dat het aantal woningen,waarvoor in de afgelopen maanden wel gunning kon wor-den verleend, toch vrij hoog is gebleven. Kennelijk zijn deeerste toewijzingen uit het ,,grote contract" met hetgeen degemeenten toch op de kapitaalmarkt bij elkaar hebben kun-nen scharrelen, met wat verder de minister nog enige bizon-der bedrukte gemeenten heeft toegestopt, daartoe voldoendegeweest.Nadat vervolgens in de Troonrede was aangeduid dat deregering ten behoeve van de woningbouw tegen marktvoor-waarden op de kapitaalmarkt zou opereren en tegelijkertijdminister Hofstra in zijn miljoenennota melding maakte vande hervatting van de rijksvcorschotverlening van 1 januari1958 af, is dan -- kennelijk na lang wikken en wegen --de nationale woningbouwiening uitgeschreven. Het heeft wei-nig zin uit te weiden over de vraag of men met een rente-type van 6% niet net wat te hoog heeft gegrepen en of deformidabele opbrengst van de lening wel louter ,,winst" isgeweest (inlossing kort geld; opneming spaartegoeden; in-schrijving door institutionele beleggers). Belangrijk is dat doordeze lening 394 miljoen gulden beschikbaar kwam.De recente Memorie van Antwoord van minister Witte geefteniger mate antwoord op de vraag hoe de verdeling van deopbrengst der lening zal plaats vinden. Er wordt / 115 mil-joen bestemd voor de financiering van de nog in 1957 aante vangen woningbouw en het bouwrijp maken van gronden.Er gaat nog 25 miljoen gulden af voor scholenbouw en danis de rest bestemd voor de betaling van de onderhanden zijn-de woningbouw, waarvoor nog geen ,,lang" kapitaal wasgevonden. Uit verschillende delen van het land bereiken mijberichten over goedgekeurde plannen voor woningwetbouw,voor de uitvoering waarvan kapitaal beschikbaar is en waar-voor tevens een aanvaardbare prijs kon worden bedongen,maar waarvoor nochtans de toestemming tot gunning uit-blijft. Naar verluidt, zou het ministerie in november en decem-ber kalm aan willen doen met de toekenning van rijksbijdra-gen, die, zoals bekend, aan de machtiging tot gunning is ge-koppeld. Hoeveel begrip ik ook heb voor de teleurstellingdergenen, die de uitvoering hunner plannen zien vertraagd,ik moet wel zeggen dat dit departementale beleid beantwoordtaan de klemmende adviezen tot verlaging van het uitvoe-ringsniveau, zoals die in de afgelopen maanden van vele zij-den zijn gegeven. Het zou niet juist zijn enerzijds te beplei-ten dat het aantal woningen-in-uitvoering tot ongeveer 80.000dient te worden teruggebracht en andererzijds in een adembezwaar te maken tegen het (tijdelijk) ophouden van be-paalde gunningen.Intussen is wel duidelijk dat 1958 aanbreekt met een watopgeklaarde hemel. Er zijn nog restjes van de eerste toe-wijzing uit het ,,grote contract" en een tweede toewijzing toteen totaal van 100 miljoen gulden is in 1958 te verwachten.Er schuift nog wat van de nationale woningbouwiening naarhet nieuwe kalenderjaar. Het op de begroting voor rijksvoor-schotten uitgetrokken bedrag van / 540 miljoen is beschik-baar en .-- zoals de Memorie van Antwoord nu meldt --desnoods nog voor enige uitbreiding vatbaar. In het algemeenwekt dit alles tezamen de indruk dat het met de financieringvan de woningwetbouw in het nieuwe jaar dus wel zal gaan.Na dit uit overwegend bekende gegevens samengesteldeoverzicht, tenslotte de behandeling van enige aan de ontwik-keling verbonden vragen.Men mag aannemen dat de voorschotverlening voor de wo-ningwetbouw zal plaats vinden tot het bedrag van de stich-tingskosten der woningen, d.w.z. inclusief de kosten van debouwrijpe grond. Op die manier ontvangen de gemeentendus in etappen de koopprijs resp. de onteigeningskosten vande grond terug, alsmede de kosten, die aan het bouwrijp ma-ken zijn besteed. Om evenwel tijdig en in toereikende mategronden te verw^erven en tot ontsluiting te brengen, moetende gemeenten lang voor het eigenlijke bouwen kan beginnenover de middelen daartoe beschikken. Met alle respect enwaardering, die men hebben kan voor de maatregelen, diede rijksoverheid heeft genomen en bevorderd, moet toch wor-den gesteld dat tot op dit ogenblik niet duidelijk is hoe degemeenten in staat zullen zijn zich de belangrijke uitgavenvoor het tijdig verkrijgen van bouwrijpe terreinen te getroos-ten. Uit het verleden kennen wij de remmende werking opde woningbouwactiviteiten van vertraging in de productievan bouwterreinen en stedebouwkundige plannen. Waar-schijnlijk doelt minister "Witte ook wel enigszins op deze zorgals hij in het begin van zijn Memorie van Antwoord stelt dathij niet overloopt van optimisme.Het stemt tot bizondere voldoening dat de regering heeftaangekondigd een rentebijslag op de rijksbijdragen voorwoningwetwoningen te zullen toekennen, waardoor de exploi-tatie van die woningen met slechts 4% behoeft te wordenbelast. Ook de rente voor de rijksvoorschotten wordt op datpercentage bepaald. De Memorie van Antwoord zegt dezerentebijslag toe voor de woningen, gefinancierd met toewij-zingen uit het ,,grote contract" en uit de nationale woning-bouwiening. Dit kan toch niet betekenen dat de rente derkapitalen, die nog rechtstreeks door de gemeenten kondenworden aangetrokken, wel integraal in de exploitatie door-berekend moeten worden? Het zal m.i., om verstoring van hettoch reeds labiele evenwicht te voorkomen, noodzakelijk zijnde rentebijslag 66k toe te kennen voor de complexen, die inde loop van dit jaar zijn gegund en die, dank zij de voortva-rendheid en de vindingrijkheid der gemeentebesturen, nogkonden worden betaald uit leningen met ,,rente-gamma voor-waarden". Verduidelijking op dit punt is zeer gewenst.De principiele toezegging tot het verlenen van rentebijsla-gen zal spoedig door definitieve aanwijzingen gevolgd moe-ten worden, opdat bij de vaststelling van de huurprijzen voorde in aanbouw zijnde woningen daarmede rekening kan wor-den gehouden. Van de complexen, waaraan men in de aan-vang van dit jaar is gaan bouwen, zullen de eerste woningenal vrij spoedig betrokken kunnen worden, Dan moet er geenonzekerheid meer zijn over de wijze, waarop de rentebijslagadministratief moet worden verwerkt. Het ministerie heeftvoor de huurverhoging al eens aanwijzingen verstrekt, voor-dat de (moeilijke) parlementaire behandeling achter de rugwas. Het kan in het onderhavige geval m.i. met minder ri-sico hetzelfde doen!In de officiele uitlatingen over het toekomstige woningbouw-beleid vang ik geluiden op, die duiden op de noodzaak tot,,soberder" bouwen. Die geluiden zijn nu -- voorzichtig ge-formuleerd -- bevestigd in de Memorie van Antwoord. Deminister stelt daarin dat een van de oorzaken der hogerehuurprijzen voor woningwetwoningen is de stijging van hetwoonpeil. De plannen worden in toenemende mate afgestemdop de maximum-eisen. Er is sprake van een cumulatie vanallerlei extra-voorzieningen, die natuurlijk aanleiding geefttot verhoging van de stichtingskosten en daardoor van dehuurprijzen der woningen. De minister zal, zo kondigt hijaan, de gemeentebesturen wijzen op het grote belang van eendifferentiatie in het woonpeil. Een enkele kanttekening hier-bij lijkt mij op haar plaats.Inderdaad kan de vraag worden gesteld of de volkswonin-gen nog wel voor het volk worden gebouwd. Er moet eeneinde komen aan de stijging van de huurprijzen voor denieuwste woningen; sterker nog, die huurprijzen moeten,omwille van het sociaal-economisch geboden evenwicht, om-laag. Het moet ook mogelijk zijn om tot verlaging van debouwkosten (bij tenminste gelijkblijvend product) te komen.Reeds nu leidt misschien alleen maar de vrees voor eendalend uitvoeringsniveau in de woningbouw tot aanmerkelijkscherper calculaties. Door betere organisatie moet verderebesparing mogelijk zijn. Hoe groot de verleiding ook is, ikkan binnen het bestek van dit artikel daarover niet uitwei-den. Verstandige druk van het ministerie kan waardevol zijn.Zonder onaangenaam te willen zijn, moet ik er echter op wij-zen dat een van boven gedicteerd streven naar ,,versobe-ring" en ,,bezuiniging" in de praktische toepassing zo lichtkan voeren tot een ongenuanceerd kappen van waardevolleverworvenheden en tot ,,besparingen", die in feite volstrektoneconomisch zijn. Als ik in deze weken de ervaring opdoedat volkomen onverwacht en niet zonder zekere willekeur deeven tevoren bekend gemaakte ,,toetsingsprijzen" voor wo-ningwetwoningen met ronde bedragen worden verlaagd, ter-wijl de langdurige en vaak moeizame onderhandelingen tus-sen opdrachtgever en aannemer zojuist zijn beeindigd, danontmoet ik daarin zo'n typische foutieve uitvoering van eenop zichzelf juist streven. Dan ben ik bereid de juistheid vande redenering van minister Witte te erkennen, terwijl ik tochmijn vrees niet kan onderdrukken voor een schadelijk effect.Men zij er zich verder van bewust dat een ,,gedifferentieerd"bouwen in de woningwetsector bij overigens gelijkblijvendbeleid slechts tijdelijk voert tot evenzeer gedifferentieerdehuurprijzen. Als men let op de uitwerking van de huurverho-gingsmaatregelen voor de woningen van de Bijdragenregelin-gen-1950, dan ziet men dat de huurprijzen van ,,goedkope"woningen worden opgetrokken naar het peil van de duur-dere huizen. Dan krijgt een uitzonderlijk voordelig complexin Amsterdam 21% huurverhoging, terwijl de verhoging vooralle complexen gemiddeld 5% bedraagt. Dan is de ,,sport"van het goedkope bouwen daarmede voor een deel verdwe-Artikelennen.De komende rijksvoorschotverlening leidt opnieuw tot een vrijstraffe contingentering van de woningbouw. Zij leidt tot gro-ter kracht nog achter de plannen-beoordelende functie vandepartementale diensten. De opdrachtgevers voor de woning-wetbouw zullen natuurlijk moeten openstaan voor mogelijk-heden tot verlaging van prijzen; zij zullen daarbij 66k dewacht moeten betrekken bij het veroverde woonpeil.Particuliere woningbouw in gevaardoor Drs. W. J. Valkenburg, Alg. Secretarisvan de Ned. Bond van BouwondernemersVerschillende omstandigheden geven aanleiding om in eenkorte beschouwing aandacht te besteden aan de mogelijkhedenvoor de particuliere woningbouw in de nabije toekomst. Hetbegrip particuliere woningbouw wordt wel gebezigd ter onder-scheiding van de z.g. woningwetbouw, de bouw van woningendoor gemeenten en woningbouwverenigingen, waarvan desubsidiering plaats vindt op basis van de Woningwet van1901. Deze wet heeft als leidend beginsel dat bij in gebrekeblijven van het particulier initiatief woningen kunnen wordengebouwd door corporaties en gemeenten, beperkt evenwel tot,,eenvoudige arbeiderswoningen" en voorts beperkt door demate, waarin het particulier initiatief tekort schiet woningente bouw^en.Bij de subsidiering van de nieuwbouw na de oorlog is ook vandeze onderscheiding gebruik gemaakt. Subsidiering van wo-ningwetbouw vond plaats op basis van de financiele paragra-fen van de Wet, terwijl subsidiering van de particuliere wo-ningbouw geschiedde door middel van afzonderlijke Ministe-riele beschikkingen, gebaseerd op de Wederopbouwwet. Ener-zijds werden jaarlijkse bijdragen (gedurende 50 jaar) gevo-teerd, andererzijds (voor de particuliere bouw) bijdragen afonds perdu.De subsidiering van de particuliere bouw moet worden gezienin het licht van de Regeringspolitiek op het stuk van de huren.De Huurprijsbeheersing heeft voor de nieuwbouw mede totgevolg gehad het ontstaan van een onrendabel gedeelte derstichtingskosten, te dekken door middel van een subsidie doorhet Rijk. Zo verschenen achtereenvolgens de Financieringsre-geling Woningbouw 1947, de F.W. 1948, de Premieregeling1950 en de Premieregeling 1953. Deze laatste premieregelingwerd in September 1957 gewijzigd door middel van de Pre-miebeschikking Woningbouw 1957.De vraag, die beantwoord moet worden, is deze: betekent dezelaatste wijziging in de subsidieregeling een stimulans om tegeraken tot een hogere produktie van woningen in de parti-culiere sector? Bezien we daartoe de regeling, mede in hetlicht van de economische omstandigheden van vandaag.In tegenstelling tot de vorige Premieregeling kent de nieuwehet onderscheid in subsidiering voor huurwoningen en voorkoopwoningen.Uitgangspunt voor het toekennen van een subsidie voor beidesoorten woningen is thans de limitering van de huurprijzen ende stichtingskosten, resp. voor huur- en koopwoningen, eenen ander binnen het raam van de 500 mS grens.De subsidiering van huurwoningenIngevoerd is het onderscheid van twee huurklassen, te weten:1. de lagere met huren tot f 120,-- in de drie grote steden,tot f 90,-- in de laagste gemeenteklasse;2. de hogere met huren tot f 170,^-- in de drie grote steden,tot f 140,^-- in de laagste gemeenteklasse. 183Artikelen Voor de eerste categoric is de premie verhoogd met 25%,terwijl voor de hogere huurklasse de premie met 50% is ver-laagd, Boven de maximum huurgrenzen van de hogere klassewordt in het geheel geen premie meer verstrekt.Deze limitering betekent een wijziging in principiele zin. Im-mers werd onder de oude regeling iedere woning, mits val-lende onder de inhoud van 500 m^^, gesubsidieerd en werdende huurprijzen van deze woningen vastgesteld op basis vande stichtingskosten, waardoor in het algemeen een sluitendeexploitatie mogelijk was en waardoor het directe verband tus-sen stichtingskosten en huurprijs kon worden gehandhaafd.haafd.Bij de nieuwe regehng echter is het verkrijgen van een slui-tende exploitatie in wezen ondergeschikt gemaakt aan het uit-gangspunt der ,,toelaatbare huren", binnen welk raam slechtseen subsidie kan worden toegekend. Met andere woorden: dehuuruitkomst is bepalend geworden voor het al of niet of tenten dele ontvangen der premie.Juister ware als uitgangspunt te nemen een sluitende exploi-tatie met redelijke huren en daarop de premie af te stemmen,zoals dit met de vorige regeling het geval was.Voor woningen in de lagere huurklasse wordt de premie ver-hoogd met 25%. Deze verhoging kan worden toegejuicht,omdat zij een bewijs is van de stelling, door het bedrijfslevengeponeerd, dat met de huidige premie het in het algemeen nietmogelijk was op grote schaal huurwoningen te bouwen. Tebetreuren valt echter dat deze verhoging is beperkt gebleventot deze categorie woningen. Een verhoging zonder meervoor alle huurwoningen ware billijker geweest.De belangrijke vraag of thans onder deze regeling het ge-wenste resultaat kan worden bereikt, te weten de bouw vanvoldoende huurwoningen in de particuliere sector, zal medeafhangen van de hoogte der bouwkosten, grondkosten en nietin de laatste plaats van de financierings- en exploitatiekosten.Gesteld kan worden dat de verhoging der premie met 25%.aan de sinds 1953 opgetreden prijsstijgingen van grond enbouwkosten weliswaar voor een goed deel tegemoet komt,doch in onvoldoende mate. Om een enkel cijfer te noemen:grondprijzen van f 4.000,-- a f 6.000,-- per etagewoning envoor eengezinshuizen van f 6.000,-- tot f 8.000,^-- zijn regelgeworden, terwijl bij uitgifte van grond in erfpacht kapitali-sering van de erfpachtscanon tot nog hogere uitkomsten leidt.fiet meest benauwende bij dit alles is echter de hoogte van dehypotheekrente, Bij de huidige stand van deze rente van 6 a62% is woningbouw voor exploitatie bij het huidige stel-sel van huurbeheersing niet mogelijk, afgezien nog van devraag of voldoende kapitalen voor de particuliere woningbouwaanwezig zijn.Daarbij komt echter nog het volgende. Woningbouw in departiculiere sector kan niet worden gezien los van de woning-wetbouw. Hoe is het gesteld met de financiering van dezewoningbouw? Uiteraard kampt men in deze sector met dezelf-de moeilijkheden: kapitaalschaarste en hoge rentevoet. Tenaanzien van de kapitaalvoorziening zijn aanspraken gedaan opde institutionele beleggers, op de burgerzin (nationale woning-bouwlening), terwijl voor 1958 f 540 miljoen op de gewonedienst van de rijksbegroting is uitgetrokken voor de financie-ring van de woningwetbouw. De kapitaalvoorziening lijktverzekerd. Ook evenwel de exploitatie, aangezien de Rege-ring besloten heeft de in te calculeren rentevoet vast te stel-len op 4%.Beseft men echter wel wat hier aan de hand is? De overheids-woningbouw, volgens de Wet bedoeld als aanvulling op departiculiere bouw, wordt veilig gesteld door overheidskapitaal-voorziening en door een volkomen kunstmatige exploitatie,waarbij er geen enkele relatie meer bestaat tussen stichtings-kosten en huuruitkomst. De tekorten op de woningwetexploi-tatie worden eenvoudig volledig voor rekening genomen van184 het Rijk.Dit evenwel in tegenstelling tot de particuliere bouw en ex-ploitatie, die op de vrije markt rekening heeft te houden metreele bouwkosten, met reele grondkosten en met de in werke-lijkheid te betalen rentevoet. Van enige vorm van concurrentietussen particuliere- en woningwetbouw is geen sprake meer.Het euvel, dat de Minister wenste te bestrijden met de nieuwepremieregeling, dat de middengroepen zijn gehuisvest in wo-ningwetwoningen, waarin zij niet thuis horen, wordt op dezewijze niet tegengegaan, doch integendeel opnieuw bevorderd.De verhoudingen worden nog schever getrokken dan zijreeds waren. Mede zal dit tot gevolg hebben dat het be-drijfsleven niet bereid zal zijn belegging te zoeken in de par-ticuliere woningbouw.Mede in dit licht bezien, zijn de vooruitzichten somber en kanniet worden verwacht dat op basis van de nieuwe premierege-ling vele huurwoningen in de particuliere sector tot standzullen komen.De subsidiering van koopwoningenDe hierboven ontwikkelde gedachten ten aanzien van dehuurwoningen gelden mutatis mutandis voor de koopwoningen.De factoren kapitaalvoorziening en rentevoet werken bepaaldremmend op de bouw van deze woningen. Daarbij komt nogdat de inhoud van de nieuwe regeling voor koopwoningen be-paald niet stimulerend op de bouw zal werken. Wordt ener-zijds de voile premie beschikbaar gesteld voor hen, die inaanmerking komen voor een toeslag Regeling Eigen Woning-bezit, waartoe een bemiddelend orgaan dient te worden inge-schakeld, zij, die dit niet kunnen, vallen onmiddellijk terug opeen halve premie. Dit schept bovendien onzekerheid omtrentde hoogte der subsidie voor koper en bouwer.Daarenboven wordt voor woningen boven de f 30.000,-- geenenkele subsidie meer verleend. Aangezien in de stichtingskos-ten de grondkosten zijn begrepen en juist deze grondkostenzulke enorme verschillen kunnen vertonen, ligt hier een groteonbillijkheid.Als gevolg van het feit dat de premie voortaan wordt uitge-keerd aan de eerste eigenaar (en niet meer aan de bouwer)worden de kosten verhoogd en een groter deel van de bouw-kosten zal door de bouwondernemer zelf moeten worden gefi-nancierd.Al deze punten tezamen maken deze regeling niet aantrek-kelijk; zij betekent geen stimulans om tot de bouw van koop-woningen te komen,ConclusieDe vraag of onder de huidige omstandigheden op basis vande nieuwe regeling in de particuliere sector voldoende wonin-gen tot stand kunnen worden gebracht, te weten de geplandejaarproduktie van 40.000 woningen, moet dan ook voorshandsworden betwijfeld. Daarvoor zijn de verschillende kostenbe-standdelen van bouw en exploitatie te veel gestegen, daarvoorzijn de concurrentieverhoudingen, zo deze nog bestonden, te-veel verstoord en daarvoor is de subsidiering van de particu-liere bouw ten enenmale onvoldoende.In overleg tussen bedrijfsleven en overheid dienen op kortetermijn maatregelen te worden beraamd, die een continuewoningproduktie in de particuliere sector waarborgen. Daar-toe behoort in de eerste plaats het nader bezien van de pre-mieregeling en wel tegen de achtergrond van de maatregelenop het gebied van de woningwetbouw, alsmede van de kapi-taalschaarste en de huidige rentestandaard.PERMANENTE YLOERAFWERKINGin de woningbouw is sociaal en economisch verantwoord IIn tal van Westeuropese landen is een permanente vloerbedekking in de volks-woning ,,eis van de tijd". Zo'n vloer - linoleum of tegels -- beter dan dehuurder voor zichzelf iiad kunnen kopen, prikkelt tot betete bewoning, tot eenho^ere woonbeschavin^. Alleen al daarom is het sociaal en economisch verantwoord.LinoleumDeze vloerbedekking blijft bijweinig onderhoud jarenlang alsnieuw; de kleuren gaan dooren door, dus kunnen niet weg-slijten. In meet dan 100 kleurenen dessins.ColovinylPLASTIC ASBi.T TEGELSFleurig en soepel, in een serietrisse rinten. Toe te passen opmassieve ondervloeren -- als-mede op houren ondervloeren,mirs voorzien van een hardboardrussenlaag.200 woningen LeidschendamArchitect j. Liplaa B.N.A. Den HaagToegepast -werd ca. 3000 m^ permanent Colovinylin gangen en keukem.Vraag voor nadere inlichtingenonze aid. Techn. Adviezen(Tel. 02980-81941) iBXPi-^-^-'^-/v;(g) LINOLEUM KROMMENIEmaakt. woningen completer, dus beter! BB-57
Reacties