33TIJDSCHRIFT VOOR DE volkSHuISveSTIng nummER 2 APRIl 2012ACHTeRgRonDamsterdam kende in de periode 1960-1980 een uittocht van inwoners, maar floreert inmiddelsweer. historische woongebieden zijn weer in trek en dat geldt ook voor historische suburbs alslaren en blaricum en de oude plattelandsdorpen van waterland.van doughnut naarsoMbrerostadHet centrum van Amsterdam scoort hoog bij zowel toeristen als bewoners.(Foto Peter Hilz / Hollandse Hoogte)34TIJDSCHRIFT VOOR DE volkSHuISveSTIng nummER 2 APRIl 2012ACHTeRgRonDDooR HeSTeR booI en keeS DIgnuM, geMeente aMsterdaMEnkele decennia geleden ging het slecht met binnensteden.Veranderingen in woonvoorkeuren leidden tot verschra-ling van de historische woongebieden. Ver van de oudecentra kreeg men meer woonkwaliteit voor hetzelfde gelden was ook de woonomgeving veiliger, ruimer en pretti-ger voor de kinderen. Met woorden als doughnut-cities en edge-citieswerd bedoeld dat binnensteden waren uitgehold en de buitenwijken cen-traal waren komen te liggen in een steeds complexer en grootschaligerwordend stedelijk veld. Het waren weliswaar vooral Amerikaanse stedendie onder invloed van het toenemend autogebruik en gesubsidieerdeigen woningbezit binnenstebuiten gekeerd werden. Toch vond ook inNederland verval van de centrale steden plaats en een opbloei van platte-landsdorpen en de aangewezen groeikernen. Momenteel is de sociaal-economische opbouw sterk veranderd en treedt concentratie van rijk-dom op in historische woonmilieus terwijl naoorlogse woongebiedenstabiel blijven of verschralen.Inmiddels gaat het goed met Amsterdam, als grootste stad van ons land.De Atlas voor gemeenten 2011 plaatst Amsterdam op de eerste plaats vande woonaantrekkelijkheidsindex1. Met cijfers uit het onderzoek Wonen inAmsterdam kan getoond worden dat ook de Amsterdammers zelf tevre-den zijn over hun woonsituatie2. De rapportcijfers die Amsterdammersgeven voor hun woning en de buurt waar ze wonen is de beste indicatievoor stedelijke kwaliteit. Het rapportcijfer voor de woning steeg van 7,1naar 7,5 in de periode 2001-2011, dat voor de buurt (ofwel de directe woon-omgeving) van een 6,9 naar 7,3.De waardering voor de buurt is echter lang niet gelijk verdeeld overAmsterdam. Figuur 1 geeft de verschillen in buurtwaardering voor hetjaar 2007/2009. Om goede vulling te geven aan de buurten zijn de cijfersvan twee meetjaren gemiddeld. De informatie in de kaart kan als volgtworden beschreven. Grote delen van Amsterdam-Centrum en buurtenrondom het Vondelpark en het Museumplein en verder in Amsterdam-Zuid worden hoog gewaardeerd met gemiddelde cijfers van 8 of hoger.Net daarbuiten, westwaarts tot aan de Kostverlorenvaart, zuidwaartstot in Buitenveldert en oostwaarts naar het Oostelijk Havengebied treftmen de gebieden met eveneens goede rapportcijfers. Ook nieuwbouw-wijken aan de randen van de stad halen hoge cijfers. Sommige delen vande gordel '20-'40 en grote delen van de naoorlogse woongebieden halenrapportcijfers rondom een zes. Enkele buurten in Noord, Zuidoost enNieuw-West halen de 6 niet. De buurten waar stedelijke vernieuwingwordt uitgevoerd, zien een vrij snelle stijging van de omgevingswaar-dering. De verschillen in de Amsterdamse kaart worden tegenwoordigwel aangeduid met het onderscheid `binnen of buiten de ring', Hiermeewordt bedoeld dat het gebied binnen het gebied van de ringweg A10 enhet IJ aan de noordkant reeds een hoge aantrekkingkracht bereikt heeft ofeen ontwikkeling in die richting doormaakt, terwijl het gebied buiten dering krachtige impulsen nodig heeft (stedelijke vernieuwing, wijkaanpak)om niet verder aan aantrekkelijkheid in te boeten.Ditverschilinwoonkwaliteitverlooptparallelaaneengroeiendverschilnaarinhuishoudensinkomen`binnenenbuitendering'.In1995laghetgemiddeldhuishoudinkomenbuitenderingnognetietsbovenhetgemid-deldinkomenbinnendering,in1999washetinkomenbinnenenbuitenderinggelijkensindsdienneemthetinkomenbinnenderingsterkertoedanbuitendering.Deverklaringenachterdezeontwikkelingzijndevolgende.? Degemiddeldewelvaartsgroei,versterktdoordegroeivanhetaantaltweeverdieners-huishoudens. Het leidt tot bewoning van steeds meervierkante meters woonruimte per persoon;? Detendensnaarmeerkleinehuishoudens(gezinsverdunning)istech-nisch gezien de uitdrukking van dit toenemend ruimtegebruik;? Doordetoenamevanhetaantal??n-entweepersoonshuishoudensisvoor de relatief kleine woningen in de centrale stad een nieuwe klan-tengroep ontstaan, terwijl veel gezinnen in de loop der tijd zijn wegge-trokken;? Meerwelvaartenvrijetijdheefteenmarktdoenontstaanvoorvrijetijds-bestedingsmogelijkhedeninsteden(caf?s,restaurants,theater,podia);? Derecreatievebenuttingvandeopenbareruimteheeftgeleidtotinves-teringen in straten, parken en gebouwen, waardoor de omgevingskwa-liteit gestegen is;? Detoegenomenomgevingskwaliteitheefteveneensbijgedragenaandeverhoogde aantrekkingskracht om in de centrale stad te wonen;? Detoegenomenaantrekkingskrachtheeftgeleidtothogereprijzenvoor koopwoningen en particuliere huurwoningen en tot de groei vande groep met hoge inkomens.SeleCTIeve veRHuISSTRoMenHet verschil in aantrekkingskracht heeft als gevolg dat de verhuisrela-ties tussen de gebieden binnen en buiten de ring selectief zijn. Tussende stadsdelen binnen de ring (Centrum, Zuid, West en Oost) bestaansterke verhuisrelaties, evenals tussen de stadsdelen Noord, Zuidoost enNieuw-West. Ieder van deze drie stadsdelen buiten de ring is op zich weerverbonden met een ander stadsdeel binnen de ring: Nieuw-West is vooralverbonden met het aanpalende stadsdeel West en de stadsdelen Noorden Zuidoost vooral met Oost. Amsterdam heeft om het scherper te stel-len twee woningmarktgebieden, de stadsdelen binnen de ring (Centrum,Zuid, Oost en West) horen bij elkaar en de stadsdelen buiten de ring(Nieuw-West, Zuidoost en Noord) zijn op elkaar gericht. De ring vormteen barri?re in de woningmarkt, de doorstroming zou verbeteren alsAmsterdam ??n woningmarktgebied zou zijn.Figuur 1 Gemiddeld rapportcijfer voor de buurt (woonomgeving) per buurt,2007/2009Bron: Booi en Dignum, pag 45.TIJDSCHRIFT VOOR DE volkSHuISveSTIng nummER 2 APRIl 2012ACHTeRgRonD 35Figuur 3 Verhuisintensiteit naar stadsdeel, 2009De verhuisintensiteit wordt berekend de door de werkelijke verdeling van de verhuizingenover de stadsdelen te delen door de verhuizingen bij een evenredige verdeling over destadsdelen.In het rapport `Amsterdam vitale stad' wordt beschreven hoe het gesteldis met de verhuisdynamiek. Er wordt geconstateerd dat die dynamiek inmeetjaar 2010 nog niet verminderd is ten opzichte van voorgaande jaren,maar wel dat er barri?res zijn in de woningmarkt. Het geringe aantalverhuizingen vanuit de corporatiesector naar de particuliere huursectoren de eigen-woningsector is zo'n barri?re. Het slecht op elkaar aansluitenvan de woningmarktkwaliteiten van de woonwerelden binnen de ring enbuiten de ring, is een andere belangrijke belemmering voor de doorstro-ming3. Die ruimtelijke barri?re is er ook de oorzaak van dat het gebiedbuiten de ring weinig inkomensimpulsen krijgt van huishoudens diena inkomensstijging voor hun wooncarri?re een locatie buiten de ringkiezen. Die inkomensimpuls is er buiten de ring wel in lichte mate doorstedelijke vernieuwing, waardoor huishoudens met inkomensstijging demogelijkheid krijgen om op korte afstand van hun woonplaats kwaliteits-verbetering in hun wonen te bereiken.De gebrekkige woningmarktrelatie van de beide Amsterdamse woon-gebieden komt natuurlijk ook omdat de woningmarkt veel groter is danAmsterdam alleen. De regio rondom Amsterdam heeft al sinds de jarenvijftig een sterke instroom van Amsterdammers te verwerken gekregen.Stadsregio Amsterdam (16 gemeenten) en Metropoolregio Amsterdam(36 gemeenten) zijn de organisatievormen die aan de intensiever gewor-den relaties vorm geven. Uit de vergelijking in figuur 4 is op te maken datgrote plaatsen in de regio, Almere, Purmerend, Zaanstad, Haarlem, Haar-lemmermeer, Amstelveen en Diemen, een veel groter gezamenlijk aan-deel (74%) van de voorkeur vertegenwoordigen bij Amsterdammers diebij verhuizing liever in Amsterdam zouden willen blijven dan bij Amster-dammers die uitsluitend buiten Amsterdam zouden willen gaan wonen(33%). Deze bekende grote plaatsen worden dus zowel door potenti?leverhuizers binnen Amsterdam als door besliste Amsterdam-verlaters alsverlengstuk van Amsterdam gezien. Voor de ene groep zijn deze gemeen-ten het aantrekkelijke en voor de andere groep het niet-aantrekkelijkeverlengstuk van Amsterdam.InkoMenSonTwIkkelIng In De MeTRoPoolRegIoZoals de verschillende aantrekkingskracht van Amsterdam binnen enbuiten de ring tot selectieve verhuisstromen en een verschil in inkomens-ontwikkeling leidt, zo zal dat ook kunnen uitpakken bij de verschillendegemeenten in de regio Amsterdam. In het rapport `Amsterdam vitalestad' staat de inkomensontwikkeling van Amsterdam weergegeven alseen indexcijfer ten opzichte van Nederland voor een periode van ruim eenhalve eeuw.Deze manier van werken wordt ook toegepast voor een aantal anderegemeenten in de regio. Figuur 5 laat zien dat het gemiddelde inkomenvan Amsterdam in de periode na de Tweede Wereldoorlog nog bovenhet Nederlands gemiddelde lag, maar vanaf 1965 daaronder. Veel huis-houdens kozen ervoor om Amsterdam te verlaten en op het plattelandvan Noord en Zuid-Holland te gaan wonen, later ook in de nieuwbouwvan de groeikernen. Rond 1990 lag het gemiddeld inkomen, door deuittocht van hogere en middeninkomens, in de stad zo'n 15% lager dande Nederlandse norm. Net voor die tijd, halverwege de jaren tachtig,besloot Amsterdam dat het zelf ook een rol mocht gaan spelen in hetvasthouden van huishoudens met een wat hoger inkomen. Wijkenzoals Gein (Zuidoost) en De Aker (Nieuw-West) verrezen aan de stads-rand. Ongeveer tegelijkertijd werden ook de oudere delen van de stadaantrekkelijker om te gaan wonen: gentrification treedt vanaf dieperiode op in Amsterdam. Door toename van vrije tijd en koopkrachtbloeide Amsterdam-Centrum op als plek voor cultuur en recreatie. DatFiguur 2 Gemiddeld maandinkomen binnen en buiten de ringweg en het IJ,1995-2009Bron: Dienst WZS, Wonen in Amsterdam edities 1995-2009. Bij inkomens uit deze bron isgeen correctie voor verschillen in huishoudensamenstelling toegepast.Figuur 4 Voorkeur vestigingsplaats buiten Amsterdam van verhuisgeneigdendie uitsluitend buiten Amsterdam, liever buiten Amsterdam of liever inAmsterdam blijven wonen, 2009 (procenten)Bron: Dienst WZS, Wonen in Amsterdam 2009percentages tellen tot meer dan 100 op omdat meerdere antwoorden mogelijk warend 2.500d 2.250d 2.000d 1.750d 1.500d 1.250d 1.000d 750d 5001995 Binnen de ring A10 + IJ Buiten de ring A10 + IJ1997 1999 2001 2003 2005 2007 2009Van q Naar u Centrum Zuid West Oost Noord Zuidoost Nieuw-WestCentrum 1,6 1,5 1,3 0,9 0,5 0,6Zuid 1,5 1,4 1,3 0,7 0,8 0,9West 1,3 1,3 1,0 0,9 0,8 1,8Oost 1,3 1,4 1,1 1,5 1,6 1,0Noord 0,9 0,7 1,0 1,3 1,8 1,3Zuidoost 0,8 0,9 0,8 1,4 1,6 1,2Nieuw-West 0,8 1,0 1,7 0,9 1,4 1,6Mensen dieuitsluitend buitenAmsterdam willengaan wonen Almere Purmerend Zaanstad Haarlem Haarlemmermeer Amstelveen Diemen Elders binnen 25 km van AmsterdamMensen die lieverbuiten Amsterdam,eventueel in Amsterdamwillen gaan wonenMensen die lieverin Amsterdam blijven,eventueel buiten Amsterdamwillen gaan wonen Elders in Nederland Buiten Nederland Geen voorkeur36TIJDSCHRIFT VOOR DE volkSHuISveSTIng nummER 2 APRIl 2012ACHTeRgRonDdroeg verder bij aan de aantrekkelijkheid om er te wonen. Nieuwbouwop opgeruimde industrieterreinen zoals het Gemeentelijk Waterlei-dingterrein en het Oostelijk Havengebied en in de stedelijke vernieu-wing in de naoorlogse zone droegen in latere jaren bij aan een stijgingvan het gemiddelde inkomen.Figuur 5 laat echter zien dat de relatieve stijging van het inkomen van-af de jaren tachtig veel meer voor Amsterdam gold dan voor de anderegrotere steden in de Amsterdams regio4. Het gemiddelde inkomens-niveau van Haarlem bijvoorbeeld is in de periode 1960-1980 lang nietzo ver weggezakt als in Amsterdam, terwijl daarna eerder een stabieledan een stijgende tendens te zien is. Een stabiele ontwikkeling dichtin de buurt van het Nederlands gemiddelde is ook weggelegd voorHilversum, ooit een stad met suburbane allure, later inkomensverlieslijdend doordat het zelf te maken kreeg met wegtrek van rijkere huis-houdens. In industrieel gekleurde steden, zoals Zaanstad en Beverwijk,heeft het gemiddelde inkomen nooit ver van het Nederlands gemid-delde gelegen, maar juist in de laatste tien a vijftien jaar verliezen dezesteden terrein. Groei van het gemiddelde inkomen is voor de stedelijkegemeenten binnen de Metropoolregio Amsterdam dus eerder uitzon-dering dan regel. Dat Amsterdam die uitzondering is, komt vooraldoordat Amsterdam een sterke roltrapfunctie vervult binnen Neder-land (hoofdstukken 2 en 3 van `Amsterdam vitale stad') waarbij deaantrekkingskracht van het centrum de laatste decennia sterk gegroeidis. In de andere genoemde steden ontbreekt deze ontwikkeling of isrelatief zeer kleinschalig. De ontwikkeling in Amsterdam wordt zoalseerder vermeld, geremd door de woongebieden buiten de ring, die veelminder aantrekkelijk gevonden worden.Ook de nieuwe steden vertonen geen trend waaruit een groeiende waar-dering van hun woonkwaliteit is af te leiden. In Huizen en Haarlem-mermeer ligt het gemiddelde inkomensniveau beduidend boven deNederlandse lijn, maar de tendens is licht dalend. Purmerend, Lelystad enook Almere als de grootste groeistad van Nederland, zijn inmiddels onderhet Nederlandse gemiddelde gezakt en slagen niet de trend omhoog terealiseren.Opvallend is dat de historische suburbs van Amsterdam5, Amstel-veen net ten zuiden tegen de hoofdstad aangelegen, Bloemendaal enHeemstede ver weg op de duinstrook bij de kust, Blaricum, Laren enBussum op dertig kilometer afstand in Het Gooi, slechts kortstondigeen inzinking gekend hebben in hun gemiddeld hoge sociaal-econo-mische status. Vanaf het moment dat er meer geld in de samenlevingkwam, midden jaren tachtig is de gemiddelde stijging van het inko-men onmiskenbaar. Hier zijn de gouden randjes van de Metropoolregiote vinden. 6 Veel van deze oude suburbs bereikten weer een inkomens-niveau dat vergelijkbaar is met hun niveau in de naoorlogse periode.Opvallend is ook de inkomensgroei van de kleinere plattelandsgemeentenals Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Zeevang, OuderAmstel. Of deze inkomensgroei te maken heeft met de komst van rijkerevestigers is niet onderzocht, maar dat is wel aannemelijk. Interessant isdan of ex-Amsterdammers bij deze gemiddelde inkomensstijging eenrol spelen of dat het secundaire migratie betreft uit grotere regioplaatsenzoals Purmerend en Amstelveen.InTeRPReTATIeIn de afgelopen kwart eeuw is herstel opgetreden van de stedelijke aan-trekkingskracht.Afgaande op de trend in het gemiddelde inkomensniveau is die trendechter niet voor alle steden weggelegd. Amsterdam bewijst zich bin-nen Nederland als een stad waar de combinatie van productie, con-sumptie en recreatie tot een extra dimensie leiden. Dat vertaalt zich invierkante meterprijzen van het onroerend goed, in de woonwaarderin-gen van de bewoners en in de verandering van het inkomensprofiel.Deze toegenomen aantrekkingskracht doet zich echter vooral voor inhet uitdijende centrum van de stad terwijl de woongebieden van na deTweede Wereldoorlog moeite hebben om aan te sluiten.130120110100908019461950195519581960196319651969197419761978198419891994199819992000200120022003200420052006200720082009Figuur 5 Gemiddeld inkomen van Amsterdam, Haarlem en Hilversum tenopzichte van nederland 1946-2009Toelichting: In de figuur worden het gemiddeld inkomensniveau van Amsterdammersweergegeven als een percentage van dat van alle nederlanders. Voor de periode 1946-2000 werd gewerkt met het gemiddeld inkomen per inkomenstrekker. Bij inkomenstrekkerswordt het inkomen van gehuwden samengeteld. Daardoor is het inkomen van Amsterdamenigszins aan de lage kant omdat er veel ongehuwd samenwonenden zijn. Vanaf 1998start een nieuwe tijdreeks met het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen.Inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling worden volgenseen methode van het CBS gestandaardiseerd op het eenpersoonshuishouden.Figuur 6 Gemiddeld inkomen van Amstelveen, Bloemendaal, Heemstede,Blaricum, Laren ten opzichte van nederland 1946-20092202001801601401201008019461950195519581960196319651969197419761978198419891994199819992000200120022003200420052006200720082009Nederland Amsterdam Haarlem HilversumNederland Bloemendaal HeemstedeBlaricum Laren AmstelveenTIJDSCHRIFT VOOR DE volkSHuISveSTIng nummER 2 APRIl 2012ACHTeRgRonD 37Ook de groeikernen waar Amsterdam veel inwoners aan leverde zoalsin tijdsvolgorde Purmerend, Lelystad en Almere kunnen maar amperhet Nederlands gemiddelde bijhouden. Opvallend in de langjarige in-komenstrend is een krachtig herstel van de sociaal-economische statusvan de oude suburbs, zoals Laren en Blaricum in het Gooi en Heemstedeen Bloemendaal nabij de kust. Ook de plattelandsdorpen van Waterlanden het Groene Hart vertonen inkomensstijging. Al met al ligt er in eenverschuiving van de rijkdom in de Amsterdamse Metropoolregio eentoenemend accent op de historische woongebieden: oude binnensteden(met name Amsterdam), historische suburbs en oude plattelandsdorpen.Woonmilieus gebouwd na de Tweede Wereldoorlog, zijn stabiel in huninkomensniveau of verliezen terrein. Teruggrijpend op de metafoor vanFiguur 7 Gemiddeld inkomen van Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan,Waterland, Zeevang, Ouder Amstel ten opzichte van nederland 1946-2009Figuur 8 Gemiddeld inkomen van Almere, Lelystad, ten opzichte vannederland 1946-2009Nederland Ouder-Amstel Landsmeer Waterland Nederland Huizen HaarlemmermeerZeezang Edam-Volandam Oostzaan Lelystad Purmerend Almere16015014013012011010090801946195019551958196019631965196919741976197819841989199419981999200020012002200320042005200620072008200916015014013012011010090801946195019551958196019631965196919741976197819841989199419981999200020012002200320042005200620072008200938TIJDSCHRIFT VOOR DE volkSHuISveSTIng nummER 2 APRIl 2012ACHTeRgRonD38doughnut-cities, de ontwikkeling van het ruimtelijke patroon in de soci-aal-economische verhoudingen binnen Metropoolregio Amsterdam lijktmomenteel meer op een Mexicaanse hoed, de Sombrero. De sterke oudestad als de eigenlijke hoed, een brede lage rand om de zon te weren begin-nend buiten het stadscentrum en doorlopend in de groeisteden, en eenopstaande rand ter afronding, de oude opbloeiende suburbs van ondermeer Laren en Bloemendaal. Figuur 9 geeft hiervan een indruk.Achter de ontwikkeling naar de sombrero-structuur kan een aantal ten-densen ge?dentificeerd worden. De revitalisatie van oude binnenstedenwordt aangejaagd door welvaartsgroei, huishoudensverkleining en deopkomst van gemengde woon-werk- en recreatiemilieus. De wederop-standing van oude suburbs is ook een welvaartseffect. Meer rijke huis-houdens beconcurreren elkaar in het verwerven van woonkwaliteit metonderscheidingswaarde. De plattelandsdorpen zijn getalsmatig niet vangrote invloed in de Metropoolregio, maar de aantrekkingskracht vandorpse milieus in deze regio is onmiskenbaar gegroeid, toegenomeninvesteringen in woningen hebben tot aantrekkelijke dorpen geleid, deverbeterde bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen is een anderefactor. Met de mogelijkheid voor hogere inkomensgroepen om deze meerhistorisch getinte woonmilieus te vinden voor het vervolg van hun woon-carri?re zijn er selectieve verhuisstromen ontstaan waarbij de naoorlogsestedelijke woonmilieus en ook de latere groeikernen meer en meer hetwoondomein van modale en lagere inkomensgroepen.noten1 marlet, G. en C. van Woerkens (2011), Atlas voor gemeenten 2011, de waarde vancultuur voor de stad. VOC uitgevers, nijmegen.2 H. Booi en K. Dignum (2011), Amsterdam Vitale Stad, Trends in de bevolking enwoningmarkt in perspectief van stedelijke groei en stagnatie. GemeenteAmsterdam. Dit artikel voor Tijdschrift voor de Volkshuisvesting is op dit rapportgebaseerd. Gelijktijdig verscheen `Woonmanifest Amsterdam 2012, Vijf ombuigingenvoor het wonen in de vitale stad.3 Gadet, J. (2011), Terug naar de stad. Geografisch portret van Amsterdam. Sun uitge-verij, Amsterdam. Gadet beschrijft hoe structureel het verschil tussen de stad vande historische bouwblokken is ten opzichte van de naoorlogse, modernistische`strokenbouw'. De historische stad leent zich voor functiemenging en functie-veran-dering en is daarmee interessant voor bewoners die productie, consumptie enrecreatie vermengen. In de modernistische wijken is functiescheiding zo rigidedoorgevoerd dat deze alleen met kostbare herstructurering aantrekkelijk te makenis voor gemengde stedelijke activiteiten en de daarbij behorende bevolking.4 Vries, A. de (2005), Inkomensspreiding in en om de stad, een voorstudie. RuimtelijkPlanbureau. De Vries constateert dat Amsterdam in de periode 1995-2000 een veelsnellere inhaalslag behaalt ten opzichte de omringende regio en ten opzichte vannederland als geheel dan veel andere steden.5 Dignum, K., S. musterd en W. Ostendorf (1991). Woonmilieus in nederland: naar eengeneste woonmilieutypologie. Amsterdamse Sociaal-Geografische Studies 37(Amsterdam 1991). In deze studie werden 714 nederlandse gemeenten ingedeeldnaar typen woonmilieu. Blaricum, Laren, naarden, Bloemendaal, Heemstede enBennebroek werden toen ingedeeld in een kleine groep van 17 gemeenten met denaam `oude welgestelde woonmilieus'.6 O+S Amsterdam (2009). metropoolregio Amsterdam 2008, Arm en rijk in beeld,gemeente Amsterdam.Figuur 9 Gemiddelde vraagprijs woningen metropoolregio Amsterdam, 1 januari 2004-2009Bron: rapport metropoolregio Amsterdam 2008, Arm en rijk in beeld. Kaart is overgenomen van nRC-handelsblad.d 75.000d 150.000d 250.000d 500.000d 750.000d 1.000.000d 2.500.000
Reacties