In veel buurten is veel zelfredzaamheid, het gaat er best goed. Maar in buurten, waar veel mensen wonen die individuele problemen en zorgen hebben en zich in het dagelijks leven maar net of nauwelijks redden, is een rol weggelegd voor de overheid.
18TIJDSCHRIFT VOOR DE volkSHuISveSTIng nummER 2 APRIl 2012ACHTeRgRonDin veel buurten is veel zelfredzaamheid, het gaat er best goed. Maar in buurten, waar veelmensen wonen die individuele problemen en zorgen hebben en zich in het dagelijks leven maarnet of nauwelijks redden, is een rol weggelegd voor de overheid.waar is dezelfredzaMe buurt?19TIJDSCHRIFT VOOR DE volkSHuISveSTIng nummER 2 APRIl 2012ACHTeRgRonDDooR JAn DIRk De boeR, `thuis in wijKen'over de zelfredzaamheid van bewoners en buurten denkenbestuurders van gemeenten en woningcorporaties veel telichtvaardig. Het is een illusie om te denken dat kwetsbarebuurten weer leefbaar, veilig en krachtig worden als bewo-ners verantwoordelijkheid nemen en elkaar aanspreken.Zeker in kwetsbare buurten is een basis nodig aan "schoon, heel en vei-lig", die de overheid moet handhaven, zo laat onderzoek zien. Daarnaastzal het nodig blijven in sociaal zwakkere buurten , zonder netwerk naarbuiten en met weinig sociale draagkracht professionele steun en inter-venties te geven.Een aantal jaren terug is het einde van de verzorgingsstaat ingetreden. Dekomst van de Wet op de maatschappelijke ondersteuning (Wmo, 2007)markeerde een radicaal andere benadering van collectief welzijn en zorg.Mensen zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor zichzelf. Het klinktal zo vertrouwd dat we de radicale invloed ervan op het welzijnsbeleidnauwelijks meer ervaren. Dit uitgangspunt wordt toegepast op de indivi-duele burger met een medische of sociale beperking en ook op welzijn inbrede zin.Tal van gemeenten hebben hun nieuwe welzijnsbeleid ge?nt op eenpiramide van verantwoordelijkheden.1Mensen zijn verantwoordelijkvoor het welzijn van zichzelf, voor hun naasten en buren. Daarna is pasondersteuning van de ondersteuners en in allerlaatste instantie directesteun van de overheid aan mensen aan de orde. Het einde van `pamperen'is alom verkondigd.Die piramide passen gemeenten ook toe op het beheer van de openbareruimte, buurtbeheer en wijkgericht werken. Was het tot in de jaren `90gewoon dat als een buurtje om speelplaats voor de kinderen vroeg, of ombloembakken in de straat, dat door de gemeenten ras werd aangelegd.Opgewekte ambtenaren waren al blij met dit initiatief van onderop. Dietijd is voorbij.Het axioma van zelfredzaamheid wordt veel breder toegepast dan voor dekleine extra's in de openbare ruimte, zoals bloembakken en speelplaats-jes. Ook als het gaat om een basisniveau (de bekende trits `schoon, heel,veilig') wordt een beroep gedaan op de zelfredzaamheid van buurtbewo-ners. Het nieuwe Wmo-denken richt zich in oorsprong op de verdelingvan verantwoordelijkheid in de zorg. Maar hetzelfde uitgangspunt is ooktoegepast op het welzijn, de inrichting en beheer en zelfs de veiligheidvan de openbare ruimte in wijken."hebt u de buurman, of de jongerenal aangesproken?"Klagen over het gedrag van jongeren, van hangjongeren, is een bekendvoorbeeld. Vaak zeggen we dan `Ga eens met ze praten, dan valt `t vastwel mee", of "We zijn toch allemaal jong geweest'. Zonder precies te we-ten of er inderdaad een groepje speelse pubers rondhangt of er sprake isvan een beginnende criminele bende. Voor de omgang met hondenpoepen ander vuil op straat of het vernielen van openbare goederen als speel-tuig, bushokjes e.d. geldt navenant hetzelfde. Het eerste dat mensen tehoren krijgen die met dergelijke ervaringen aankomen bij professionalsin de wijk is "Hebt u de buurman, of de jongeren al aangesproken?"of"Wat kunt u er zelf aan doen?" Gewoon `klagen', dat is iets wat echt nietmeer kan.Misschien vindt die verbreding plaats omdat beide thema's bij veelgemeenten onder dezelfde afdeling (welzijn of maatschappelijk ont-wikkeling) vallen. Het kan ook te maken hebben met een veel bredereonderstroom in ons sociaal culturele wereldbeeld. In de economie isde overheid al sinds de jaren `90 uit. In het denken over geestelijkegezondheidszorg is een vaak onuitgesproken axioma dat mensen zelfverantwoordelijk zijn voor hun succes en hun falen, ook weer terug2.Tegelijkertijd is de vraag naar zelfredzaamheid ook ingegeven door hetontbreken van budget voor leefbaarheid van de gemeenten. De vraagEenstraatfeestisbelangrijkvoordesamenhangineenbuurt.Hetbiedtdemogelijkheidbestaandecontactenteonderhoudenennieuwecontactenoptedoenenzojenetwerktevergroten.(Foto Amaury Miller / Hollandse Hoogte)20TIJDSCHRIFT VOOR DE volkSHuISveSTIng nummER 2 APRIl 2012ACHTeRgRonD20wat er eerst was: de idee of de praktische noodzaak is moeilijk te beant-woorden. Dat de benadering spoort met de noodzaak om te bezuinigen ingemeentelijke budgetten, lijkt voor de hand liggend, maar lijkt me niet degrondoorzaak. De Wmo benadering dateert van voor de crisis die in 2008begon.Hoe dan ook, ze versterken elkaar. Het idee van zelfredzaamheid maaktde keuze in een bezuinigingstaak juist op het terrein van openbaarwelzijn wel gemakkelijker en voor de hand liggend. Ideologie of niet,uiteindelijke gaat het om de vraag: werkt het? Hoe realistisch is het uit-gangspunt van de zelfredzame buurt? Hoe levensvatbaar is het beroepop eigen verantwoordelijkheid en initiatief in de openbare ruimte?veRTRouwen In De buuRTOnderzoek van Nicis en OTB-Delft3laat zien dat er grote verschillen zijntussen buurten in collectieve zelfredzaamheid. In buurten met meersociale samenhang (elkaar kennen,elkaar spreken. samen dingen doen) isde bereidheid elkaar aan te spreken en dat effectief te doen groter dan in`vervalbuurten' waar die samenhang ver te zoeken is.Waar overlast overgaat in terreur daar helpt er echt "geen lieve moedertjeof vadertje" meer aan. Die buurten, bijvoorbeeld in Amsterdam-Osdorpwaar de stage van Kamerlid Samson opzien baarde, zijn een uitzondering.Maar in veel andere buurten is de "destructieve doorwerking van onaan-tastbaren in wijk en buurt"4onderhuids aanwezig.De `tastbaarheid' (de mogelijkheid om er zelf iets aan te veranderen)wordt verondersteld in de meeste buurten wel aanwezig te zijn door dezelfredzaamheid van haar bewoners. En dat is vaak niet het geval.Het genoemde onderzoek bouwt voort op een lange traditie, in bin-nenland (TU Delft /OTB, RUU), en in de VS (Robert Putnam, de Chicago-school). In die traditie ligt de focus op de sociale kenmerken van buurtenen op gemiddelde bewoners. Twee dingen worden daarin gemakkelijkover het hoofd gezien, namelijk de vraag of de sociale verbanden vanbewoners buiten de buurt reiken en hoever de mogelijkheden reiken vande individuele bewoner en diens sociale bagage.het idee van zelfredzaamheid maakt de keuze ineen bezuinigingstaak juist op het terrein vanopenbaar welzijn wel gemakkelijker en voor dehand liggenSoCIAAl kAPITAAlBij het effectief handelen rond overlast, veiligheid en criminaliteit gaathet niet alleen om interne samenhang in een buurt maar ook om de ex-terne samenhang: in hoeverre zijn er goede contacten met de wijkagent,opbouwwerkers, corporaties of wat verder weg: politieke vertegenwoordi-gers, en bijvoorbeeld de advocatuur. Contacten die ervoor kunnen zorgendat problemen bij beslissers op tafel komen. Maken bewoners zelf deel uitvan een netwerk buiten de buurt met personen die gezag hebben en effec-tief kunnen interveni?ren?Die support van buiten moet onder andere komen van de inzet, aan-wezigheid en bereikbaarheid van politie, die minimaal een niveau van"nachtwakersstaat" zou moeten hebben. Ik krijg wel eens de indruk datook de politie de welzijnspiramide hanteert en blijft vragen `wat heeft u erzelf aan gedaan?' of `heeft u de dader al aangesproken'. Ook binnen poli-tiekringen bestaat trouwens die indruk.5De support van buitenaf en eenbasisrol voor de overheid zijn essentieel om sociaal verval van buurtentegen te gaan.Naast een extern netwerk is het nodig dat in een buurt voldoende mensenwonen die iets `over hebben in draagkracht en niet teveel individueledraaglast6.Bij de draaglast van buurtbewoners gaat het om de vraag wat iemand overheeft aan energie, tijd, geld, als alle dagelijkse beslommeringen en zorgenonder controle zijn - of juist niet onder controle zijn. In een sterke buurtwonen voldoende `overhebbers', en niet teveel `overlevers', mensen dieniks over hebben. Evelien Tonkens noemt dat het altru?stisch overschot.goeDe PRAkTIJken?Toch zijn er wel voorbeeldige praktijken, waardoor buurten veiliger wor-den, zonder politie interventies en zonder dat de buurt aan haar eigenredzaamheid is overgelaten. Ik noem er twee.In dit tijdschrift is het experiment Veilige wijken beschreven. Wijkenwaarin het beroep op burgers juist gepaard gaat met stevige politie-inzeten steun van professionals.7Het tweede voorbeeld is dat van de "Eigen Kracht Centrales". Vanaf 2001in Nederland geherintroduceerd als methode om het netwerk van kwets-bare mensen in touw te brengen. Een co?rdinator, die geen hulpverleneris, benadert mensen uit dat netwerk en organiseert een conferentie. Sindsenige tijd wordt de `Eigen kracht conferentie' ook toegepast bij dreigendehuisuitzettingen (bv bij Eigen Haard, Amsterdam), en bij conflictendie uitstraling hebben in een buurt.8Kenmerkend is het voorzichtig enzorgvuldig zoeken naar de eigen kracht (zelfredzaamheid) van persoonen netwerk. Zoeken naar die eigen kracht is overigens wel iets anders danmensen "in hun eigen kracht zetten".In veel buurten is veel zelfredzaamheid; daar is een `altru?stisch overschot'en die buurten hebben collectieve veerkracht. Het gaat er best goed. Maarbuurten, waar veel mensen wonen die individuele problemen en zorgenhebben en zich in het dagelijks leven maar net of nauwelijks redden zijnniet zelf-redzaam. Ze worden dat ook niet vanzelf door een beroep te doenop verantwoordelijkheid van de bewoners.Voor enige zelfredzaamheid van een buurt zijn minimaal drie voorwaar-den: een rol van de overheid die zorgt voor "schoon, heel en veilig", indit verband met de nadruk op `veilig', een extern netwerk en voldoende`overhebbers'. In buurten waar de laatste twee zwakker zijn is de eerstevoorwaarde nog veel harder.noten1 Gemeente nijmegen, WmObeleidsplan 2012; Gemeente Breda Coalitieakkoord2010, samen@breda2 Trudy d'Hue, De depressiemaatschappij, 20103 G. Bolt, R. Kleinhans , Vertrouwen houden in de buurt, nicis/ OTB, 2010 citaat uit`Vitale stad' 2011.4 m.E Smeets, E Bervoets , De onaantastbaren, De destructieve doorwerking vanonaantastbaren in wijk en buurt, 2011, nicis5 Strategie?n van lokale veiligheid, R van Steden (red), uvA 20116 Buurtbewoners in balans, Klaas mulder. VROm/Laaglandadvies, 20097 Alleen samen optrekken tegen onveiligheid helpt, Ron van Wonderen en RadboudEngbersen, TVV jaargang 16/48 www.eigen-kracht.nl
Reacties