36TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2012ACHTERGRONDWIJKAANPAK INCRUCIALE FASEKinderen in De Wierden, een kwetsbare wijk in Almere Haven.(Foto Inbo)37TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2012ACHTERGRONDDe economische crisis vertraagt de wijkaanpak,terwijl er nauwelijks aanleiding is om de urgentievan de problematiek in de kwetsbare wijken terelativeren. Alle reden om terug te gaan naar dekern van de wijkaanpak: een gevarieerdwoningaanbod, goed en breed onderwijs, eenveilige en aantrekkelijke openbare ruimte enbetaalde arbeid.DOOR JOOST VAN HOORN, ADVISEUR INBO EN GUIDO WALLAGH, PART-NER-ADVISEUR INBOTWITTER @JOOSTVANHOORN # TVDV EN @GUIDOWALLAGH #TVDVDe afgelopen jaren zijn omvangrijke investeringsprogramma'sopgetuigd voor kwetsbare wijken. En niet voor niets. Met deopeenstapeling van problemen achter de voordeur, in hetopenbaar gebied en met de woningvoorraad, was de situatieurgent. Nu er, slechts enkele jaren na de start van deze pro-gramma's, moet worden bezuinigd, wordt opeens een ander beeldgeschetst. De sociaal-economische problematiek wordt gerelativeerd,sloop en nieuwbouw blijken niet meer zo nodig en de openbare ruimte zougenoeg hebben aan wat extra beheer. De wijkaanpak kan inderdaad andersen beter. Maar niet door de problemen te relativeren of de wijkaanpak uitte kleden tot een sectorale aanpak, zoals nu dreigt te gebeuren.Gemeentelijke leefbaarheidsonderzoeken, de landelijke Leefbaarometer(CBS, 2010) en het longitudinaal onderzoek naar de effecten van dekrachtwijkaanpak tussen 1999 en 2008 (SCP, 2011) laten zien dat dewijkaanpak effect heeft. De leefsituatie van bewoners, afgemeten aanaspecten als inkomen, werk, participatie, onderwijs en sociale cohesie,vertoont een stijgende lijn. Bewoners kijken dankzij de extra aandachtdie weer uitgaat naar hun wijk met meer vertrouwen naar de toekomst.De openbare ruimte ligt er beter bij. Uit de wijk ontstaan spontaan eigeninitiatieven. En het proces van selectieve migratie, waarbij stijgers dewijk verlaten en lage inkomensgroepen de wijk instromen en er achter-blijven, is vrijwel tot stilstand gebracht. Maar omdat het tegelijkertijd inandere wijken relatief beter is gegaan, bestaat er nog steeds een klooftussen de kwetsbare wijken en andere wijken. In sommige gevallen isdeze zelfs toegenomen. Achmed Ba?doud, stadsdeelvoorzitter van hetAmsterdamse stadsdeel Nieuw-West, neemt daarom maar weer eens hetT-woord in de mond. In Het Parool van 7 september 2012 waarschuwt hijvoor een tweedeling als er niet meer aandacht en geld komt om dekwetsbare wijken in Nieuw-West op het gebied van werk en inkomen,leefbaarheid, veiligheid, onderwijs en wonen richting het stedelijkgemiddelde te brengen. Op zijn waarschuwing kwam nauwelijks reactie.Deels omdat men vond dat de stadsdeelvoorzitter de kwetsbare wijkenonnodig stigmatiseerde, juist nu het net weer een beetje beter ging.Maar vooral omdat men de problematiek in de kwetsbare wijkenmomenteel als minder urgent beschouwt. Een tendens die wij ook inandere gemeenten signaleren.38OP SCHERPDe economische crisis, een stagnerende woningmarkt, aangescherpteregelgeving voor het aflossen van hypotheken, onduidelijkheid over detoekomst van ons hypotheekstelsel en mogelijk fundamentele verande-ringen in het huurbeleid zetten de wijkaanpak op scherp. Dat is logisch.Maar wat wij zien, bijvoorbeeld in Amsterdam Nieuw-West ofRotterdam Zuid, is dat onderdelen van de wijkaanpak wel erg makkelijkuitgesteld of stopgezet worden. Waarmee de kern van de stedelijke ver-nieuwingsopgave ? het verbeteren van het toekomstperspectief vanbewoner ?n wijk ? na enkele jaren uitvoeringspraktijk al op losse schroe-ven komt te staan. Afgezien van onze verbazing dat het uitstellen enstopzetten van wezenlijke onderdelen van de wijkaanpak vrijwel geendiscussie oproept onder de betrokken instituties, wordt hiermee ookdaadwerkelijk onrecht gedaan aan wat kwetsbare wijken hebben opge-bouwd en wat zij nog nodig hebben. Gewekte verwachtingen onderbewoners en ondernemers in de wijken, gemaakte afspraken, behaalderesultaten en lessen uit de wijkaanpak worden zo snel teniet gedaan.De investeringsprogramma's zijn aanvankelijk breed opgezet. In vrij-wel elke kwetsbare wijk gaat het om sociale, economische en fysiekeinvesteringen, soms zelfs nog aangevuld met investeringen in cultuuren cultuurhistorie. Dit vanuit de overtuiging, althans van enkele jarengeleden, dat investeringen elkaar versterken en nodig hebben.Nu het aankomt op het scherper stellen van prioriteiten is het vanzelf-sprekend ?n mogelijk dat hoofd- en bijzaken worden gescheiden. Ditgebeurt echter zo onevenwichtig dat de wijkaanpak terug dreigt te val-len naar een eenzijdige en sectorale aanpak. En dit is nu juist de aan-pak waar de problemen in de wijk tot voor kort aan toegeschrevenwerden. Hoewel de herijking per wijk verschilt, zien wij dat in veel wij-ken sociale investeringen doorgaan en dat fysieke en economischeinvesteringen gefaseerd, uitgesteld of zelfs stopgezet worden. Eenkeuze die vooral vanuit de beschikbaarheid van liquide middelen enonder het mom van `terug naar de kerntaken' wordt gemaakt. Maarnauwelijks op basis van bereikte resultaten, uitkomsten van onderzoeknaar de effecten van de wijkaanpak en noden in de wijk. Met als risicodat de ingezette vooruitgang in de wijken stagneert of terugvalt en eenonherstelbare vertrouwensbreuk met bewoners niet uit te sluiten is.MEER MET MINDERMeer bereiken met minder middelen. Voor deze opgave staat de stedelij-ke vernieuwing anno 2012. Op basis van recente onderzoeken (GemeenteAmsterdam, 2010; Gemeente Almere, 2011; SCP, 2011; Ministerie vanBZK, 2011) en ondersteund door onze praktijkervaring met stedelijkevernieuwingsprojecten in bijvoorbeeld de Staalmanpleinbuurt en JacobGeelbuurt (Amsterdam Nieuw-West), Indische Buurt (Amsterdam-Oost)en De Wierden (Almere Haven), constateren wij dat een betere wijkaan-pak mogelijk is. Een wijkaanpak met ??n centrale doelstelling en duszonder talloze nevendoelstellingen waarin de wijkaanpak leek te gros-sieren: kwetsbare wijken zijn het meest gebaat bij stijging, stijging ennog eens stijging. Namelijk de persoonlijke ontwikkeling van bewonersvia opvoeding, onderwijs en arbeid, doorstroom van stijgers in de wijknaar een passender woning en instroom van stijgers van buiten de wijk(VROM-raad, 2006).Verkoop van sociale huurwoningen heeft eengunstig effect op de sociale cohesie, deveiligheidsbeleving en tevredenheid van bewonersmet hun omgevingDeze hoofddoelstelling prioriteert investeringen, waarbij wij eenonderscheid maken tussen onvoorwaardelijke en voorwaardelijkeinvesteringen (zie bijgaand figuur). Onvoorwaardelijke investeringengaan over de kern van de opgave. Wil er sprake zijn van stijging danzijn investeringen in de herstructurering van de woningvoorraad, eenveilige en aantrekkelijke openbare ruimte, betaald werk en goed enbreed onderwijs onontbeerlijk. De voorwaardelijke investeringen,ofwel de investeringen die wij in de tweede ring van het figuurgeplaatst hebben, blijken minder direct effect op stijging te hebben(SCP, 2011). Maar hier plaatsen wij vanuit onze praktijkervaring wel eenkanttekening bij. De voorwaardelijke investeringen, met name daarwaar het gaat om de herstructurering van de woningvoorraad, hebbendraagvlak onder bewoners en investerende partijen nodig. En ditdraagvlak is vooral te verwerven door snel vraagstukken aan te pakkendie in een wijk spelen en voor iedereen ook snel zichtbare resultatenopleveren: zogenoemde gangmakers. In de wijken waar wij gewerkthebben zijn dit: plekken om elkaar te ontmoeten (zoals buurtcentra),actief burgerschap en goede communicatie tussen partijen, bewonersen ondernemers. Voorwaardelijke investeringen die nauwelijks stij-ging bewerkstelligen, maar wel vertrouwen in de wijkaanpak en deinvesterende partijen scheppen.TERUG NAAR DE KERNOnze stelling is dat de meervoudige aanpak, zoals deze enkele jarengeleden is ingezet, niets aan actualiteitswaarde verloren heeft. De per-soonlijke positieverbetering en de positieverbetering van de wijk zijnin kwetsbare wijken twee zijden van dezelfde medaille en vragen tege-lijkertijd om fysieke, sociale en economische investeringen. Het snij-den in of zelfs stopzetten van fysieke en economische investeringen,zoals her en der nu overwogen of zelfs al doorgevoerd wordt, is geenTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2012ACHTERGRONDSport- en spelvoorzieningen+Winkels en andere voorzieningen+Zorg+Ontmoetingsplekken enbuurtcentra++Communicatie+Sociale cohesie+Actief burgerschapGoed en breedonderwijsBetaaldwerkOnder-steuningVerkoopsocialehuur-woningen+ ++ +Onbetaaldwerk/mee doenInstitu-tioneleimpulsenHerstructureringwoningvoorraadVeilige en aantrekkelijkeopenbare ruimte39TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2012ACHTERGRONDoptie. Maar binnen de meervoudige aanpak zijn wel degelijk hoofd-van bijzaken te scheiden. Kern van de wijkaanpak is een gevarieerdwoningaanbod, goed en breed onderwijs, een veilige en aantrekkelijkeopenbare ruimte en betaalde arbeid. Andere investeringen zijn onder-geschikt, procesondersteunend of (overbodige) luxe. Terug naar dekern van de stedelijke vernieuwingsopgave behelst wat ons betreft eeninzet die gericht is op zes lessen.1. Stijging, stijging en nog eens stijging is het hoofddoel: juist kwetsbare wij-ken zijn gebaat bij bewoners die kunnen en willen doorgroeien in hunwijk en nieuwe bewoners die bewust voor de wijk kiezen. Inmiddels ishet gemeengoed geworden om deze bewoners als stijger te bestempelen.Een goedbedoelde maar tegelijkertijd verhullende en verwarrende geu-zennaam. Want wat blijkt? In de praktijk hebben overheden, corporaties,ontwikkelaars en ontwerpers vaak een te eendimensionaal beeld van wiedie stijger is. Onderzoek naar leefstijlen, stijgingsroutes en woonvoor-keuren laten een grotere pluriformiteit zien (Karsten e.a., 2006; SCP, 2009en 2011; de Alliantie, 2011 en 2012; Gemeente Amsterdam). Het te eendi-mensionale beeld wordt vervolgens vooral vertaald naar de woning, ter-wijl verschillende subgroepen van stijgers juist ook uiteenlopende wen-sen hebben ten aanzien van de voorzieningen, de openbare ruimte, desfeer en omgangsvormen in de wijk. Een pluriformer beeld van wie destijger is en wat hij/zij wenst in termen van harde ?n zachte verhuismo-tieven is nodig om meer effect te sorteren in de wijk.2. Fysieke herstructurering werkt: verkoop van sociale huurwoningenheeft een gunstig effect op de sociale cohesie, de veiligheidsbeleving entevredenheid van bewoners met hun omgeving. Maar effect op het aan-deel stijgers in de wijk, de bevolkingssamenstelling en de marktpositievan de wijk heeft het nauwelijks (SCP, 2011). Dat wordt vooral bereiktdoor fysieke herstructurering, ofwel sloop-nieuwbouw en ingrijpenderenovatie in combinatie met het omzetten van sociaal naar koop in hetmidden- en hogere segment (SCP, 2011; de Alliantie, 2012). Willen stij-gers in de wijk kunnen doorstromen naar een passender woning, danmoet dit wel vergezeld gaan met institutionele impulsen. Zoals eengarantie op een passende woning in de eigen wijk, het bereikbaar hou-den van de huren wanneer een bewoner binnen de wijk verhuist vanoud- naar nieuwbouw, een koopgarantregeling en/of een voordeelrege-ling waarin bewoners uit de wijk onder bepaalde condities voorrangkrijgen bij het betrekken van een woning in de eigen wijk.3. Goed en breed onderwijs: wie stijgers in kwetsbare wijken spreekt, hoortdat een grote groep hiervan ? startende en doorstartende gezinnen ?bewust kiest voor een wijk waar brede scholen met goede voor- ennaschoolse activiteiten, leerprestaties en aantrekkelijke schoolgebou-wen zijn. Goed onderwijs is dus een belangrijke vestigingsfactor.Onderzoek naar de relatie tussen stedelijke vernieuwing en het onder-wijs in Amsterdam Nieuw-West laat helaas zien dat de praktijk bijnategengesteld is (Gemeente Amsterdam, 2010). Hier, maar ook in anderekwetsbare wijken in ons land, staan de traditionele stedelijke vernieu-wingspartners, zoals gemeenten en corporaties en het onderwijs, met derug naar elkaar toe. Investeringen in schoolgebouwen en het personeelblijven uit, terwijl stedelijke vernieuwing het onderwijs juist extrabelast: onrust op school, meer aandacht nodig voor zorgtaken naastreguliere onderwijstaken, veel tijdelijke leerlingen en lagere onderwijs-prestaties. Wij durven, op basis van onze indrukken uit de praktijk, destelling aan dat daar waar de herstructurering van de woningvoorraadniet gelijk oploopt met de verbetering van het basisonderwijs, de wijkbij het aantrekken van de woningmarkt grote groepen van stijgers nietaan zich zal weten te binden.Wijkaanpak in deAmsterdamseStaalmanpleinbuurt.(Foto Inbo)40TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2012ACHTERGROND404. Leefbaarheid start met een veilige en aantrekkelijke openbare ruimte: vraagbewoners in kwetsbare wijken wat voor problemen zij hebben of zien ende carrousel van leefbaarheidsprojecten gaat draaien. Denk aan achter-de-voordeur-gesprekken, festivals, cursussen of kunstprojecten. Goedbedoeld, maar vaak ongericht, weinig structureel, sterk gedomineerddoor (welzijns)instellingen die al in de wijk opereren en onduidelijk overde maatschappelijke effecten die bereikt moeten worden. En zo is hetsnel prijsschieten op leefbaarheidsprojecten (SEO, 2009). Wat wij zien isdat meer focus binnen de leefbaarheidsaanpak nodig is en ook gemaaktwordt. Vraag je immers door, dan zullen bewoners de grootste voorkeurgeven aan een openbare ruimte die weer veilig en aantrekkelijk is. Wijherkennen ons dan ook niet in onderzoek dat stelt dat investeringen inde openbare ruimte nauwelijks bijdragen aan de hoofddoelstelling vande wijkaanpak, noch aan het versterken van leefbaarheid en veiligheid(SCP, 2011). En al die overige maatregelen die geschaard worden onderleefbaarheid? Wij vragen ons serieus af of deze nu prioriteit verdienen.5. Betaald werk: betaalde arbeid is de beste garantie voor zelfstandigheiden zelfontplooiing. Om de werkloosheid in de wijken terug te brengen ende afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen, is even gedacht dat wijkeco-nomie hier een wezenlijke bijdrage aan kon leveren. Inmiddels is wel dui-delijk dat buurteconomie hooguit een bijdrage levert aan de levendigheidvan een wijk en het activeren van bewoners, maar nauwelijks aan het cre?-ren van betaalde arbeid. Juist nu de economische crisis bewoners inkwetsbare wijken bovenmaats treft, moeten er hechtere coalities geslotenworden tussen gemeenten, onderwijs, corporaties en bedrijfsleven.Gericht op de bewoners in de wijk, maar nadrukkelijk gesloten op stede-lijk en zelfs regionaal schaalniveau. Met name in het buitenland, waaron-der Engeland (KEI, 2011), zijn hier goede resultaten mee geboekt. Welgebiedt de eerlijkheid te stellen dat het cre?ren van betaalde arbeid voorslecht opgeleide groepen in kwetsbare wijken de moeilijkste en minst uit-gekristalliseerde opgave binnen de wijkaanpak is.De crisis vertraagt, maar biedt nauwelijksaanleiding om de urgentie van de problematiekin de kwetsbare wijken te relativeren6. Buurtcentra, communicatie en actief burgerschap zijn gangmakers: dewijkaanpak vraagt om vertrouwen. Vertrouwen tussen investerende par-tijen, tussen bewoners en investerende partijen, tussen bewoners onder-ling en tussen bewoners en ondernemers. Over de aanpak (juist ten tijdevan deze crisis), over de wijze waarop deels conflicterende belangen wor-den behartigd en over de resultaten. Omdat de vier kernopgaven ? fysiekeherstructurering, goede onderwijsprestaties, aantrekkelijke openbareruimte en economische zelfstandigheid ? processen van de langere ademzijn, heeft de wijkaanpak baat bij snelle en vooral zichtbare en beleefbaresuccessen. Deze successen, die wij gangmakers noemen, voeden het ver-trouwen, cre?ren draagvlak en lokken ook nog eens nieuwe initiatievenuit. Een goed voorbeeld doet goed volgen. De gangmakers zijn vooral pro-cesondersteunend en hebben betrekking op: het bieden van ontmoetings-plekken voor en door bewoners, zoals buurtcentra, communicatie diewerkelijk uitgaat van een wisselwerking tussen investerende partijen ensamenleving en actief burgerschap. Wat dit actief burgerschap betreftmoeten partijen en samenleving elkaar nog wel meer gaan vinden. Wantwat wij zien is dat bewoners en ondernemers vooral initiatieven willennemen die geschaard kunnen worden onder leefbaarheid, terwijl onderpartijen steeds meer de behoefte ontstaat om actief burgerschap te ver-binden aan het duurzaam versterken van (economische) zelfstandigheiden zelfredzaamheid.VOORAL DOORGAANToen het rijk in 2007 de wijkaanpak introduceerde, werd nog gedacht aaneen impuls voor zo'n zeven tot hooguit tien jaar. Inmiddels moet rekeninggehouden worden met een aanpak van zo'n tien tot twintig jaar. De crisisvertraagt, maar biedt nauwelijks aanleiding om de urgentie van de proble-matiek in de kwetsbare wijken te relativeren. Eerder het tegendeel. En dusis doorgaan op een doordachte en eigentijds manier het enige devies.Onderzoek en de eerste resultaten uit de wijkaanpak wijzen eendrachtigdezelfde kant op: terug naar de kern.Bronnen? de Alliantie (2011), Blijven bouwen aan de buurt 2011-2014; herijking stedelijke ver-nieuwing Nieuw-West? de Alliantie (2012), Een buurt in opkomst; agenda Indische Buurt 2012+? Engelen, E. (2012), Na de vastgoedroes, in: Essays Toekomst van de stad, Raad voorde Leefomgeving en infrastructuur? Gemeente Almere (2011), Doeltreffend doorgaan; evaluatie van de integrale wijkaan-pak in Bouwmeesterbuurt, De Wierden en Stedenwijk 2007-2010? Gemeente Amsterdam (2010), De invloed van de stedelijke vernieuwing op het onder-wijs in Nieuw-West, Team Huisvestingsloods Meesterplan Dienst MaatschappelijkeOntwikkeling? Gemeente Amsterdam (2011), De staat van de stad VI; ontwikkelingen in participatieen leefsituatie? Karsten, L., Reijndorp, A. en Zwaard, J. van der (2006), Stadsmensen; levenswijze enwoonambities van stedelijke middengroepen, Het Spinhuis, Apeldoorn-Antwerpen? KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing (2011), Lessen van de Engelse wijkaanpak,V82 KEI-rondetafelgesprek? Ministerie van BZK (2011), Leefbaarometer.nl? Ministerie van BZK (2011), Omslagpunten in de ontwikkeling van wijken; leefbaarheiden selectieve migratie? SEO Economisch onderzoek en Atlas voor gemeenten (2009), De baat op straat; heteffect van investeringen van woningcorporaties op overlast, onveiligheid en verloede-ring in de buurt? Sociaal en Cultureel Planbureau (2009), De sociale staat van Nederland? Sociaal en Cultureel Planbureau (2011), Wonen, wijken & interventies; krachtwijken-beleid in perspectief? Tomesen, R. (2012), Tweedeling dreigt in Amsterdam, in: Het Parool 7 september 2012? VROM-raad (2006), Stad en stijging; sociale stijging als leidraad voor stedelijke ver-nieuwing, advies 054? Wallagh, G.J. (2006), De nieuwe consensus over stedelijke vernieuwing; sociaaleco-nomische structuurversterking voor stad en samenleving, KEI, publicatie N12
Reacties