Kennisnetwerk over de leefomgeving

Ceci n’est pas un magazine
Wies Sanders

za 28 juni 2014

Op een misleide minister na, zijn er in S+RO de nodige wijze constateringen en voorspellingen gedaan door praktijk- en beleidsheren in de ruimtelijke ordening. De citaten uit de column van 25 april 2014 (goede antwoorden, zie onder) zijn vandaag nog zeer valide, de misleide minister incluis, dus ik vrees dat u als lezer hun wijze woorden bitter weinig ter harte heeft genomen. Als schrijver is het al een hard en slecht betaald bestaan, maar als er verdorie ook niemand leest of luistert, waartoe is het vakblad S+RO dan op aarde?

S+RO ervaart een periode van existentiële eenzaamheid, kijkend in het gapend zwarte gat der ongedefinieerde lezer en de kilheid van de onverschillige niet-lezer. Ergens rond het millennium moet de natuurlijke band tussen schrijver en lezer zijn verslapt; hopeloos verdwaald tussen de polemieken in de jaren 1980 en 1990 en de social media van de jaren 2010.

U en ik kunnen ‘hier en nu’ een polemiek starten noch elkaar liken. Wij hebben namelijk geen band, geen vereniging, geen informele community, wij delen slechts een kort moment van aandacht waarop u dit stukje zit te lezen, om zo dadelijk weer wat anders te doen. Het geduldige papier van S+RO bemiddelt niet meer tussen u en mij.

Maar waar is die bemiddeling dan wel, tussen schrijver en publiek? In de hoogtijdagen van vaktijdschriften en -boeken, uitgegeven door vakspecialistische uitgevers – zeg jaren 1980 en 1990 – was een tijdschrift een knooppunt in de communicatie. Dat je er in publiceerde was van belang en dat je het las was van belang – wat voor gevolgtrekking je daar ook uit haalde. Maar sindsdien is er een informatie-explosie geweest. Archieven, satellietbeelden, referenties, onderzoeken, ontwerpen, strategieën en adembenemende foto’s en films zijn – praktisch gratis – beschikbaar. Er valt zoveel meer te schrijven en te lezen – en dus zoveel meer te absorberen, zoveel meer te negeren. Om daarin nog enige coherentie te vinden is het van belang daarover met elkaar van gedachten te wisselen: snel, interactief, gefocust. Vandaar al die stadsdebatten, symposia, excursies, evenementen en persoonlijke blogs: dat zijn heel geschikte nieuwe ontmoetingen tussen schrijver en publiek, of liever: tussen coproducenten. Het zijn kortstondige en hevige uitwisselingen waar bronnen en meningen worden gedeeld, gecontroleerd en verwerkt. Een rol waar een vaktijdschrift ooit het alleenrecht op had, maar nu het nakijken heeft. Maand- of kwartaaltijdschriften als S+RO zijn immers een slow medium. Ze hebben status: juist omdat ze tastbaar zijn en een verzamelwaarde hebben blijven ze lang in je fysieke domein rondslingeren, tot soms wel jaren na de datum van uitgave. De inhoud verschilt op dit moment niet zo heel veel van wat er gratis op internet te vinden is, maar de waarde van het rondslingeren wordt danig onderschat.

Het tijdschrift Gers! is een glossy over de liefde voor de stad Rotterdam. Het heeft een bewust lage oplage (altijd nog hoger dan S+RO overigens), het is een hoge kwaliteit glossy met zorgvuldige artikelen en spetterende fotografie. En het is gratis, nergens te koop. Iedere Rotterdammer die een Gers! ziet liggen, wordt blij van het vinden van deze schat. Degene die een Gers! heeft, is gers en als je erin staat al helemaal. Het bestaansrecht van dit dure drukwerk wordt niet in twijfel getrokken. De productie begint dan ook heel ergens anders dan waar S+RO begint. De kern zit er namelijk in de social media. Het publiek wordt van daaruit aangespoord en lekker gemaakt voor het nieuwe nummer. Er is een community ontstaan waar inmiddels menig adverteerder likkebaardend bij kijkt. Feitelijk hebben ze de keten van het tijdschrift geheel omgekeerd. Het is de drukker die met dit initiatief kwam en stroomopwaarts zocht naar een zinvolle en onafhankelijke redactionele inhoud. Hij vond dat in een heel specifiek onderwerp (de liefde voor de stad Rotterdam) waar hij mensen op kon aanspreken om bij te dragen en waar veel mensen zich mee verwant voelen. En het is die specifieke, bijna persoonlijke volggroep zelf die waarde heeft voor adverteerders en partners.

Goed beschouwd is ieder nummer een aaneenschakeling van publieke events. ‘The making of’ is een spannend jongensboek, de lancering van het nummer is een feest, het bemachtigen van zo’n gratis nummer is een sport, het uitwisselen van het nummer tussen vrienden is een fijne ontmoeting, het lezen is een nuttige en aangename belevenis en ieder rondslingerend nummer is een herinnering en uiteindelijk een waardevol archief over de stad Rotterdam. S+RO: eat your heart out. Er is een groep dolende planners en ontwerpers die snakt naar hun versie van Gers! Zorg ervoor dat die er komt, gratis. Het enige dat daarvoor nodig is lef en liefde.

Antwoorden citatenkwis (column 25 april 2014):

In de column van 25 april 2014 stonden tien citaten uit de geschiedenis van S+RO, hier staan ze in de juiste chronologische en auteursrechtelijke volgorde.

  • 1963: Een architect verdient er 915 gulden per maand, Gemeente Rotterdam

Reacties

Copyright 2020 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren