39TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2012ACHTERGRONDWat zijn effectieve antwoorden als je het hebt over het zorgelijke leefklimaat van buurten, eenafbrokkelend draagvlak en knelpunten in de maatschappelijke opvang? Wat is de rol vanwoningcorporaties hierin? Voldoende financi?le middelen zijn van belang, maar vooral ooktolerantie, vertrouwen en draagvlak.NIET WEGLOPEN VOORAANPAK VAN OVERLASTDOOR GUUS HAEST, ADVISEUR WONEN EN MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKE-LING BIJ PORTAAL; HIJ HEEFT DIT ARTIKEL OP PERSOONLIJKE TITEL GESCHREVENDe aandacht voor woonoverlast neemt toe. De bestrijdingervan lijkt te weinig effectief. Dat is ernstig. Overlastwordt vaak niet alleen gezien als asociaal tokkiesgedrag.Het wordt ook in verband gebracht met maatschappelijkeopvang en begeleid wonen, met `anders wonen'. Helaasvaak ten onrechte. Er is een afnemende tolerantie, die tot uitvergro-ting van kleine ongemakken kan leiden. We zien steeds meer nimby-reacties op maatschappelijke opvang en begeleid wonen, op watanders is en mogelijk problemen zou k?nnen geven.Dit agendeert twee punten. Een: er is kennelijk een gebrek aan vertrou-wen in de huidige werkwijzen. Er is een roep om de harde hand, omafzondering. En twee: hoe kunnen we als samenleving en professionalseen duidelijk onderscheid maken tussen wat (ernstige) woonoverlast isen wat ongemakken zijn die bij samenleven horen. Cynisme, angst ende hang naar uitsluiting krijgen de overhand. Veel woningcorporatiesonderkennen de overlast en deze bezorgdheid. Een enqu?te onder cor-poraties in de dertig grootste gemeenten leert dat zij hun instrumen-tarium om woonoverlast aan te pakken tekort vinden schieten1.Er is een derde punt dat de actualiteit van overlast en `anders wonen'onderstreept. Beide dreigen met de crisis toe te nemen. Er wordt eengroter beroep gedaan op de zelfredzaamheid, ook waar het twijfelach-tig is of mensen dat aan kunnen. De middelen voor ondersteuning van`kwetsbare' mensen zullen eerder af- dan toenemen. Terwijl zich doordiezelfde maatschappelijke ontwikkelingen nieuwe (risico) groepenaandienen: mensen tussen wal en schip, de onderkant, jongeren,immigranten die het spoor bijster zijn. Hier ligt een belangrijke maat-schappelijk opgave voor ook woningcorporaties.Gedreven door de zorgen over het leefklimaat van buurten, een afbrok-kelend draagvlak en knelpunten in de maatschappelijke opvang ga ikin dit artikel op zoek naar effectieve antwoorden en de rol van woning-corporaties. De revue passeren: de huidige praktijk en de knelpunten;(nieuwe) doelstellingen en pogingen tot innovatie; de rol van overheid,instellingen en woningcorporaties. Het artikel wordt afgesloten metaanbevelingen en een samenvatting.HUIDIGE PRAKTIJK, ONTWIKKELINGEN EN KNELPUNTENIn de afgelopen decennia is een rijke praktijk ontstaan aan maatschappe-lijke opvang en het aanpakken van (woon) overlast. Daarbij zoeken we eeneigentijdse en begaanbare weg tussen het `afzonderen en opbergen' uit deeerste helft van de vorige eeuw en het `extramuraliseren' cq het `op eigenbenen terug in de samenleving' van de jaren zestig. De onlangs door deSEV gepubliceerde handreiking2beschrijft een aantal interventies uit depraktijk. Er wordt een indeling in drie doelgroepen gehanteerd: kwetsba-ren (niet-kunners/stakkers), asocialen (niet-willers/rakkers) en onrustigesubculturele groeperingen (bv studenten, Roma, woonwagenbewoners).De basisgedachte is dat voor verschillende groepen en problemen maat-werk vereist is, dat er voor iedereen een passende aanpak en plek is. Ofzou moeten zijn. Een greep uit de werkwijzen: hostels, omklapcontracten,woongroepen, nachtopvang, woonlastenoverleg, lik-op-stuk, housingfirst, kamers met kansen / jongerenfoyer, laatste kans beleid, toewijzingop maat, skaeve huse, het voorkomen van uitzetting vanwege huur-schuld, short stay, het corporatiehotel, etc. Geconstateerd wordt dat aldeze instrumenten echter (nog) lang niet overal en weloverwogen wordeningezet.Woningcorporaties kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan een goe-de maatschappelijke opvang en aan het bestrijden van overlast. Datgebeurt ook volop. De aanpak in bijvoorbeeld de vier grote steden3is van-af 2006/7 sterk verbeterd. Er worden successen behaald en er is een zekeretrots en tevredenheid. Een flink deel van de dak- en thuislozen is onderdak, de overlast is sterk verminderd. Toch worden bepaalde groepen nog40onvoldoende passend gehuisvest en blijft er teveel overlast. Er spelen delaatste paar jaar vijf belangrijke ontwikkelingen en knelpunten:? gebrek aan capaciteit en passend aanbod/aanpak: er zijn nog tekorten voorenkele specifieke groepen: moeilijk plaatsbaren (kleine aantallen, inUtrecht bijvoorbeeld ca 50-75); ongeveer 6.000 zwerfjongeren4; een toe-nemend aantal Oost-Europeanen van wie een deel met psychische pro-blemen kampt. Daarnaast is de aanpak voor enkele groepen onvoldoen-de effectief: (multi) probleemgezinnen met kinderen, zorgmijders enjongeren. Er zijn voor deze veelal kleine groepen doelmatiger werkwij-zen en nieuwe woonvormen nodig: kleinschalig `geclusterd' begeleidwonen, al dan niet aan de rand van stad of wijk. Dat vereist geschiktelocaties. Maar die zijn vanwege nimby-gedrag steeds moeizamer te vin-den.? te weinig door- en uitstroom: vanwege lange wachttijden op de regulierewoningmarkt is er te weinig door- en uitstroom, waardoor er meertekorten in de opvangcapaciteit blijven dan nodig is; afspraken in velegemeenten over het leveren van 'instellingenwoningen' zijn niet altijdvoldoende, of worden niet gehaald; een stagnerende woningmarkt ende groeiende vraag naar huurwoningen maakt het er niet beter op, algeeft een vertraagde herstructurering iets meer lucht.? gebrek aan draagvlak: er is in veel buurten een gebrek aan draagvlak;soms vanuit de zorg voor teveel `probleemgevallen' - in sommige corpo-ratiebuurten een terecht aandachtspunt - vaker vanwege de angst vooroverlast. Maar ook bij instellingen en de samenleving is minder draag-vlak voor `anders wonen'. Het heersende klimaat is dat iedereen verant-woordelijk wordt gehouden voor het eigen gedrag en dat `het niet gek-ker moet worden' met die opvang en begeleiding. Er is minder toleran-tie voor afwijkend gedrag, we willen elk risico op overlast uitsluiten.Ongetwijfeld speelt ook het tanende vertrouwen in (opvang) institutieseen rol.? te weinig preventie: er moet meer aan preventie worden gedaan, zowelvan overlast als bij het tijdig aanpakken van problemen opdat mensenniet in de opvang terecht komen. Ook is het de moeite waard terugvalen herhaling te voorkomen. De ervaring leert dat die zich in 15-20% vande gevallen voordoet. Voor zover preventie mogelijk is. Want een deelvan deze klanten zal gedurende lange tijd, of zelfs hun hele leven, eenvorm van begeleiding nodig hebben.? bezuinigingen: met de bezuinigingen worden scherpere afwegingengemaakt bij investeringen in huisvesting. Maar vooral bezuinigen opbegeleiding - AWBZ, WMO, bij instellingen en woningcorporaties -heeft gevolgen voor de kwaliteit en (on)mogelijkheden van maatschap-pelijke opvang en begeleiding. Er zijn bij gemeenten bezuinigingen van40% aan de orde5. Dat is strijdig met de noodzaak deze opvang op peilte houden en op zwakke punten te verbeteren. Al kan meer doorstro-ming en preventie inderdaad ook kosten besparen.Naast deze gaten in de aanpak valt er ook in de organisatie(s) en samenwer-king en in de contacten met omwonenden en buurten het nodige te verbe-teren. Het waarmaken van doelstellingen en het houden van overzicht luktvaak nog onvoldoende. Dat geldt ook voor de samenwerking tussenwoningcorporaties. Veel corporaties doen het er nog teveel even bij.Verder hebben hulpverleners nog steeds de neiging zich te eenzijdig indienst van hun klanten op te stellen, waar zij ook het belang van de burenzouden moeten dienen. Er valt bovendien een aanzienlijke groep kwetsbarezorgmijders tussen de wal en het schip waarvoor (woon) begeleiding nodigis. Ook een onderzoek van het RIGO vraagt aandacht voor deze groep6.NAAR EEN HERIJKING VAN DOELSTELLINGEN EN WERKWIJZENIk bepleit daarom behoedzaam bezuinigen en op bepaalde punten zelfsjuist meer inzet. Ook is een verdere professionalisering van dit werkdo-mein nodig en wenselijk. In de zoektocht naar oplossingen en verbeterin-gen kan worden ingezet op de volgende vijf strategie?n:1. meer preventie, vroegtijdige signalering en opvolging2. adequate aanpak en capaciteit voor groepen tussen wal en schip3. meer door- en uitstroming en een betere nazorg en activering4. meer diversiteit aan specifieke, kleinschalige opvang5. mobiliseren eigen kracht, wederkerigheid en samenwerking.In de rest van dit artikel worden deze vijf invalshoeken kort uitgewerkt,wordt aangegeven wat ervoor nodig is om met deze strategie?n verder tekomen en wat de inbreng van woningcorporaties kan zijn.1. Investeren in preventie, signalering & opvolgingvoorkomen uitzettingen vanwege huurschuldVeel corporaties en gemeenten hebben goede ervaringen opgedaan methet verminderen van uitzettingen vanwege huurschuld. Vaak werd in eenpaar jaar tijd ruim een halvering bereikt! Dat kost extra personele inzet,maar die wegen niet op tegen de kosten van uitzetting. Om maar niet vande maatschappelijke ellende te spreken. Deze aanpak dreigt te stagnerendoor gebrek aan capaciteit bij de Kredietbank en andere partners in bud-TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2012ACHTERGRONDErisgebrekaancapaciteitvoordeopvangvanhettoenemendeaantalOost-Europeanenvanwieeendeelmetpsychischeproblemenkampt.(Foto: Joost van den Broek /Hollandse Hoogte)41TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2012ACHTERGRONDgetbeheer. Meerdere corporaties leveren cofinanciering. Waar nodig moe-ten ze het desnoods maar gewoon zelf doen, of laten doen.preventie en signaleren met warme overdracht & opvolgingCorporatiemedewerkers signalen in buurten en bij huurders zaken waarzij wat mee moeten, niet alleen uit burgerplicht maar ook met het oog opde leefbaarheid in de buurt. Zij zouden gericht en actief kunnen (leren)signaleren en zorgen voor een `warme = persoonlijke overdracht' en terug-koppeling naar collega's en hulpverleners. Waar nodig mobiliseren corpo-raties hun (zorg) partners, laten ze pas los wanneer er oplossingen inbeeld zijn. Ook hier bepleit ik een ruime taakopvatting van woningcorpo-raties, zonder daarbij het leed van de wereld op zich te nemen.2. Doelmatiger aanpak groepen tussen wal en schipEr zijn groepen waarvoor we als samenleving niet over een doelmatigeaanpak beschikken. Dat is lastig voor hen, maar ook voor hun omgeving.Het aanpakken en voorkomen van (woon) overlast is een legitiem motiefom tot betere oplossingen te komen. Het gaat om de volgende drie groe-pen:zorgwekkende zorgmijdersDit is een aanzienlijke groep mensen die een lange carri?re bij zorginstel-lingen achter de rug hebben en veelal in een sociale huurwoning terecht-komen. Ze zijn een intensieve (langdurige) begeleiding zat en zijn daar tegoed voor, maar kunnen ook niet goed zelfstandig wonen en leven. Zeworden - tegen beter weten in - toch maar zelfstandig gehuisvest, zonderveel nazorg en begeleiding. Regelmatig ontspoort de boel dan ook, al danniet met de nodige overlast. Toch zijn er werkwijzen in ontwikkeling diesoelaas kunnen bieden.Zo wordt op enkele plaatsen al gewerkt met in de VS ontwikkelde ACT-teams (Active Community Treatment)7. Dat is bemoeizorg door een mul-tidisciplinair team van 10 hulpverleners die samen een caseload van 100`zelfstandig' wonende klanten begeleiden. Belangrijke kenmerken van deaanpak zijn: er gebeurt 7x24 uur wat wenselijk en nodig is, de begeleidingis ambulant maar wel langdurig, de klant wordt waar en wanneer nodigletterlijk beetgepakt.Een oplossing die niet alleen op begeleiding inzet, maar ook op fysiekekenmerken van de woonplek is een woonconcept ? la Deense `skaevehuse'8: `rare mensen' wonen tamelijk op zichzelf in kleine, zelfstandigewoningen geclusterd aan de rand van een wijk of stad. Ze krijgen enigewoonbegeleiding om huurschuld en overlast te voorkomen. Deze woon-vorm is geschikt voor een (heel) kleine groep die veel overlast geeft insituaties waar mensen dichtbij elkaar wonen. Daar moet je over een mini-mum aan sociale vaardigheden beschikken, niet hun sterke kant.42Accepteren dat er enkele mensen zijn die dat niet goed kunnen is verstan-dig en ook een vorm van respect.overlastgevende probleemgezinnenEen andere kleine doelgroep zijn gezinnen die extreme overlast geven. Hetzijn problematische, kwetsbare gezinnen - steeds vaker eenoudergezin-nen - met complexe problemen bij meerdere gezinsleden. Wat het extrapijnlijk maakt is dat er kinderen in het geding zijn. Dan zijn harde maatre-gelen als uitzetting nog vervelender en feitelijk onacceptabel. De onmachtvan instanties naar deze gezinnen en hun omgeving is ontluisterend. Er isdringend behoefte aan werkbare oplossingen. Al gaat het om een beperktaantal gezinnen, de impact op hun omgeving en de samenleving is des tegroter.De gezinstherapie kent werkwijzen waarbij een gezin - eventueel inclusiefdirecte sociale omgeving - in zijn geheel in behandeling wordt genomen.Ik stel een aanpak als van de ACT-teams voor met deze vorm van systeem-behandeling9. Mits dat de omgeving niet teveel blijft belasten. Het alter-natief is zo'n gezin tijdelijk uit hun woonsituatie te halen om elders aanhun problemen te werken en te oefenen in acceptabel woongedrag. Datzouden dan bij voorkeur enkele verspreide gezinswoningen moeten zijn,weer aan de rand van een wijk of gemeente. Bovendien zal soms ook drangen dwang nodig zijn.hardcore overlast van jongerenHet zijn jongeren waarbij het niet meer gaat om wat onschuldige overlastop weg naar volwassenheid, maar om hardcore overlast van - alweer - eenbetrekkelijk kleine groep waarmee al veel meer aan de hand is: schooluit-val, ruzie thuis, schulden, werkloosheid, criminaliteit. En die veelal her-haald contact hebben (gehad) met school, zorginstellingen, politie en jus-titie. Ook hier is de urgentie groot om op te schalen naar hoogwaardigeren doelmatiger interventies als ACT, gezinsaanpak, verblijf in een gastge-zin of (heel) kleinschalig begeleid wonen.Het is belangrijk onderscheid te blijven maken tussen onschuldige vormenvan ongemak en serieuze overlast. Er doen zich situaties voor waar omwo-nenden dermate intolerant en onhandig op betrekkelijk futiele overlastreageren, dat ze het daardoor groter en ernstiger maken dan het is, en dannodig is. Bij een professionele (systeem) aanpak hoort - meer dan nu - hetaanspreken en ondersteunen van de omgeving (zie strategie 5). Dat zal deaanpak effectiever maken en het draagvlak ervoor versterken.3. Meer door/uitstroming + betere nazorg & activeringmeer doorstroming en uitstroomEr is niet zozeer een tekort aan opvangplekken - behoudens dus voor spe-cifieke doelgroepen - maar de uitstroom uit de opvang gaat te langzaam.Opvanginstellingen geven aan dat een deel van hun klanten sneller instaat is tot zelfstandig (begeleid) wonen. Dat er te weinig ruimte op dewoningmarkt is - wordt gemaakt - is uiteindelijk ook een kwestie van pri-oriteren tussen woningzoekenden. Het is ineffici?nt en kostbaar(der) deuitstroom uit de opvang te belemmeren.Van woningcorporaties mag gevraagd worden deze bijzondere doelgroe-pen te huisvesten. Zij moeten dan wel de ruimte krijgen - en nemen - voor`plaatsing op maat'. De woningcorporatie is het beste in staat te bepalenvoor welke bijzondere klant(en) er in welke buurt en complex geschiktewoonplekken zijn en daarvoor de verantwoordelijkheid te dragen. Dit ishun vak, al is het ambachtelijke ervan met het aanbodsysteem op de ach-tergrond geraakt en ten onrechte ondergewaardeerd.betere nazorg en activeringVan zorginstellingen mag een betere nazorg en activering cq dagbeste-ding voor hun klanten gevraagd worden. Die laat te wensen over en zitook niet goed in de huidige financierings- en vergoedingsregelingen.Maar een betere nazorg kan opleveren dat minder klanten terugvallen enbeslag leggen op dure opvangcapaciteit.4. Capaciteit en diversiteit specifieke, kleinschalige opvang:Bij strategie 2 zijn voor drie specifieke groepen verbetersuggesties gedaan,waar de aanpak nu onvoldoende is. Die innovaties zetten in op gedagsver-andering en leunen daarnaast op voor de doelgroep geschikte kenmerkenvan ook de huisvesting. Voor drie andere doelgroepen is het aanbiedenvan de meer gangbare vormen van (passende) huisvesting en begeleiding- en van capaciteit dus - een welkome oplossing.voorkomen uitval & dakloosheid jongerenOngeveer 30.000 jongeren haken in het onderwijs af zonder diploma, metname in het (v)mbo. Voor de meesten is er (nog) geen sprake van ernstigeproblemen of overlast - al raakt een aantal van hen aan het zwerven.Vroegtijdig bijsturen met begeleiding en soms ook eigen woonruimte kanuitkomst bieden. In ruim 25 gemeenten zijn inmiddels projecten `Kamersmet kansen' of vergelijkbare vormen van begeleid wonen succesvol.Deelname is vrijwillig maar niet vrijblijvend: er wordt in 1-2 jaar toege-werkt naar een diploma of baan, en naar zelfstandig wonen. Knelpuntvoor nieuwe initiatieven is veelal het gebrek aan geld voor begeleiding.ggz-klanten met langdurige begeleidingVerder is er een groep (ex) ggz-pati?nten die niet opgenomen hoeven teblijven, maar ook niet goed zelfstandig kunnen wonen zonder langdurigebegeleiding. Voor hen zou een wooncomplex met kleine zelfstandigewoningen met enige begeleiding, liefst weer wat aan de rand van een wijk,passend zijn. Knelpunt is ook hier het vinden van geschikte huisvestingen draagvlak. Maar ook de financiering van begeleiding, omdat diemomenteel in AWBZ noch WMO past.nieuwe immigranten die de weg kwijt zijnTot slot zijn er de nieuwe asielzoekers en immigranten uit vooral het oos-ten van de EU, van wie een deel mentaal de weg kwijt raakt en al dan nietoverlast geeft. Vraag is wat hier de meest bevredigende en aangewezenweg is: hen onderdak en begeleiding bieden in ons aanbod van maat-schappelijke opvang of hen begeleiden in de terugkeer naar hun thuissi-tuatie?5. Mobiliseren eigen kracht en wederkerigheid:Een interessante, aanvullende benadering is de inzet van betrokken vrij-willigers en sociale netwerken: mantelzorgers, buurtgenoten, maatjes,`eigen kracht' netwerken, buurtbemiddelaars. Zij kunnen bij meerderedoelgroepen een waardevolle bijdrage leveren door een oogje in het zeil tehouden, eens een praatje te maken, iets samen te ondernemen, te bemid-delen, te signaleren wanneer het dreigt mis te gaan. Dat is precies waarinstellingen niet goed in zijn en waarop hun werkwijzen en financieringniet ingericht zijn10. Instellingen dienen een ondersteunende rol te spelen.Zo'n aanpak kan - zeker bij een wijkgerichte opzet - ook veel bijdragen aanopenheid, beeldvorming, vertrouwen en het verwerven van betrokken-heid en draagvlak. En waarom zouden mensen die op deze wijze worden`begeleid', niet tijdelijk weer kunnen worden opgenomen en/of intensiefbegeleid, wanneer het even echt niet goed gaat. Er moet dan snel en flexi-bel geschakeld kunnen worden, zo nodig van de ene dag op de andere dag.TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2012ACHTERGROND43TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2012ACHTERGRONDSUCCESFACTOREN EN RANDVOORWAARDENEen belangrijke voorwaarde voor (nog) meer succes is dus dat de ketenvan preventie tot nazorg goed is georganiseerd. Dat kan met uiteenlopen-de hulpmiddelen: centrale signalering, toegang en registratie; concretedoelen, afspraken en evaluaties; frontlijnsturing; ge?ntegreerde (ACT)teams; etc. Een geregelde evaluatie van ieders inzet is wezenlijk, evenalsde gezamenlijke verantwoordelijkheid voor mogelijke overlast. Dat is nietvrijblijvend: een klant melden is leveren, maar geen goede begeleiding isgeen (corporatie) woning. Ook moet (h)erkend worden dat voor specifiekeoverlastproblemen en doelgroepen betere werkwijzen nodig zijn enbestuurlijke en politieke steun. En dat er behoefte is aan regelgeving diesoms het gebruik van drang en dwang mogelijk maakt.Woningcorporaties kunnen huisvesting leveren, maar ook partnerschapen enige (woon)begeleiding. Dit vergt bij menig corporatie een duidelijkerbeleid en aanpassing van de inzet, functieprofielen en werkprocessen. Enmeer training in signaleren, monitoring, passende interventies en samen-werking.Het aanbieden van een divers woningaanbod voor de verschillende doel-groepen is voor corporaties niet zo ingewikkeld. Het grote knelpunt is hetvinden van geschikte locaties en vooral van draagvlak.Dat vraagt van gemeenten slagvaardige processen en bestuurlijke eensge-zindheid en moed.Woningcorporaties kunnen proberen bestaande (deel) complexen ofnieuwbouw samen met zo'n specifieke doelgroep zelf, en ook de buurt,geschikt te maken voor begeleid wonen. Dat wordt soms al met succesgedaan11, maar gebeurt nog te weinig. Een andere optie is het aankopenvan bruikbare woon/kantoorpanden, liefst in andere dan corporatiewij-ken. Ook is opvang in de particuliere sector denkbaar en in regiogemeen-ten. Daardoor kunnen de spreiding en het draagvlak worden vergroot enworden ook andere partijen op hun verantwoordelijkheid en inbreng aan-gesproken.Een belangrijke voorwaarde is verder dat de overheid voldoende middelenbeschikbaar stelt voor begeleiding. Bezuinigingen stellen corporaties voorde vraag of zij gaten moeten helpen dichten of juist niet. En in hoeverreeen groter beroep gedaan kan worden op meer eigen verantwoordelijk-heid. Het lijkt me redelijk dat alle actoren een stap vooruit zetten in plaatsvan achteruit: de overheid matigt haar bezuinigen, de corporatie zet eentandje bij en ook van bewoners en `samenleving' wordt meer inzetgevraagd.CONCLUSIES, AANBEVELINGEN EN EEN SLOTWOORDDe bestrijding van overlast en de maatschappelijke opvang zijn het afgelo-pen jaren verbeterd. Er zijn niettemin vijf knelpunten: voor specifiekeoverlastproblemen en doelgroepen is er nog geen doelmatige aanpak/woonaanbod; er wordt te weinig aan preventie gedaan; er is te weinigdoor- en uitstroming; er is sprake van een afnemend draagvlak bij buurt,samenleving en instellingen; en de crisis leidt tot minder capaciteit eninzet, waar die meer (overlast) problemen tot gevolg heeft. De samenwer-king tussen betrokken partijen is niet altijd optimaal. En de hulpverleningheeft nog steeds de neiging voor hun klant te kiezen en onvoldoende(mede) verantwoordelijkheid te nemen voor ook de omgeving.Als antwoord op deze knelpunten worden de volgende strategie?n enmaatregelen aanbevolen:- meer preventie, signalering en opvolging: voorkom uitzetting vanwegehuurschuld, uitval en dakloosheid bij jongeren en signaleer met eenwarme overdracht- een adequate aanpak voor groepen die tussen wal en schip vallen: zorg-mijders, ernstige overlastgevende gezinnen en jongeren, moeilijkplaatsbaren- meer door- en uitstroming, nazorg en activering; financiering in AWBZen WMO regelen- meer diversiteit aan kleinschalige opvang en begeleiding voor ggz-klanten, jongeren en immigranten die de weg kwijt zijn- rondom de doelgroep(en) mobiliseren van eigen kracht en samenwer-king met partijen.Veel hangt op tolerantie, vertrouwen en draagvlak. En op voldoende mid-delen. Hopelijk kan een uitstekende maatschappelijke opvang en overlast-bestrijding - met veel oog voor de omgeving - op meer draagvlak en daar-mee op meer middelen en (fysieke) ruimte rekenen. Want voorkomen isbeter en goedkoper dan genezen. Overheid en maatschappelijke organisa-ties kunnen het zich niet veroorloven deze problemen niet te zien, ze tus-sen de wal en het schip te laten vallen. Alleen al uit eigenbelang moetenwoningcorporaties hier niet voor weglopen, maar deze opgave juist zienals een belangrijk deel van hun toegevoegde waarde, als een maatschappe-lijke opgave waaraan zij een wezenlijke bijdrage leveren. En die zij waarnodig ook bij anderen mobiliseren.Noten1 Zie handreiking 'Aanpak ernstig overlastgevende huurders', Platform 31 /Andersson Elffers Felix, augustus 2012.2 Idem noot 1.3 Monitor Plan van aanpak maatschappelijke opvang 2008, Trimbos-instituut, 2009;ook: Voortgangsrapportage maatschappelijke opvang 2008, Tweede Kamer, ver-gaderjaar 2008-2009, 29325, nr. 33.4 Opvang zwerfjongeren 2007, Algemene Rekenkamer, Den Haag 2008; raming aan-tal zwerfjongeren voor bijvoorbeeld Nijmegen is 130-225, voor Utrecht is dat 200-250, zie ook Zwerfjongeren in Utrecht - omvang en profiel van de zwerfjongeren-populatie, Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg UMC St Radboud, 20085 In bijvoorbeeld Arnhem gaat het om 40%, zie Masterplan MaatschappelijkeOpvang 2009-2013, Gemeente Arnhem.6 Begeleid wonen voorkomt structurele overlast, Richard Kleinegris, Froukje vanRossum, Tijdschrift voor de Volkshuisvesting, nummer 6, december 2011.7 Altrecht in Utrecht werkt de laatste paar jaar met deze methode en heeft inmid-dels drie gespecialiseerde ACT-teams.8 Zie ondermeer SER Advies Skaeve huse, een evaluatie van vijf projecten, JeroenSingelenberg, SEV Rotterdam, 2010.9 Woningcorporatie Trudo in Eindhoven gaat een experiment starten waarin ditsoort gezinnen intensief worden begeleid.10 Portaal wil in Utrecht een netwerkaanpak van/met bewoners gaan opzetten rond-om een groep huurders die wordt aangeduid met `alleenstaanden met stille pro-blematiek' (meestal mannen). Dat zijn veelal zorgwekkende zorgmijders.11 Zie bijvoorbeeld `t Groene Sticht en de NOIZ (Nachtopvang in zelfbeheer) inUtrecht.
Reacties