Gespecialiseerde expertiseDe Roo Interim is een professioneleorganisatie met meer dan 150 interimmanagers en proces- Et project-managers. Betrouwbaarheid, creatlvitelt,professionaliteit en persoonlijke aan-dacht zijn de kernwoorden voor De RooInterim.Management in de sector Ruimte,Werken en Wonen vraagt om specifiekekennis en ervaring. De Roo Interimbeschikt over managers met de vereistevakinhoudelijke expertise voor dit werk-veld, gecombineerd met uitstekendemanagementvaardigheden.Om managers van een dergelijkkaliber aan te kunnen bieden, besteedtDe Roo Interim veel aandacht aaninhoudelijke deskundigheid. Dankzijkenniscirkels en themabijeenkomstenzijn managers van De Roo Interim voort-durend op de hoogte van alle relevanteontwikkelingen in het vakgebied,ongeacht of er een opdracht in hetverschiet ligt. Daarnaast is De RooInterim lid van het NIROV, de Verenigingvan Grondbedrijven, Stadswerk enpartner van de stichting KEI.De Roo Interim is gecertificeerdvolgens de NEN ISO 9001 -normeringDe RooDagelijkse Groenmarkt 2, 2513 AL Den Haagtelefoon: (070) 345 53 86e-mail: info@deroo.nlinternet: www.deroo.nlUitgeverNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordering enVolkshuisvesting (NIROV)nirov@nirov.nlRedactieZef Hemelhoofdredacteur - hemel@nirov.nlludith Godijnejndredacteur - godijn(S)nirov.til|an de GraafIvan Nio ^^^^Hlochem de Vries ^^^^^Hester WoltersFred Feddesredacteur actueel - feddes@nirov.nlWil Zonneveldrecensieredacteur - zonneveld@nirov.nlKarin Buiterredactiesecretarlaat - buiter@nirovnlNIROVPostbus 308332500 GV Den HaagBezoekadres: Mr. D. Hudighuis,Mauritskade 23,2514 HD Den HaagT (070) 302 84 84f (070) 361 74 22E nirov@nirov.nlw www.nirov.nlfldvertentiesNIROV, RenateGoedhartT (070) 302 84 33F (070) 361 74 22E advertentie5@nir0v.nlw www.nirov.nlGrafische vormgevingL5 concept design managementRotterdamDrukGrafisch Bedrijf TuijtelHardinxveld-GiessendamPrijzenNiROV-leden ontvangen s&ROgratis.Lidmaatschap vanaf 86,--Losse nummers 15,--Losse nummers en leden-adminstratieZie aanmeldingskaart achterinof neem contact op met NIROV,Ine Steenhoff,T (070) 302 84 14Richtlijnen voor auteursEenieder kan spontaan kopij inzen-den voor s&RO. Voor precieze richt-liinen zie 'Richtliinen voor auteurs'op wwvy.nirov.nlAan deze ultgave is de uiterste zorg besteed;voor onvolledige/onjuiste informatieaanvaarden auteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakeliikheid. Bit de keuze vanhet beeldmateriaal is zoveel mogeiiji:getracht de daarop berustende auteurs- enpubliciteitsrechten te honoreren, de bronte vermelden en de bii de uitgever bei:endzijnde rechthebbenden te informeren. Voorverbetering van onjuistheden houdt deredactie zich aanbevolen.fotografje omslagUitsnede van een panoramafoto van(te bouvy van Vinex-wijk Ypenburg bijDen Haag.Foto - Gerco de Ruijter, RotterdamISSN-1384-6531inhoudsopgave Stedebouw & Ruimtelijke Ordening - 84e jaargang - nummer 2 - 2003Actueel IiRichtingloze ruimtelijke ordening |iRedactioneel lochem deVries10| Ruimtelijke ordening in een Nieuwe Geografie jI Een herbezinning Bart Wissink& Wendy Asbeek Brusse22H Een duivels dilemma |iNaareen ruimtelijke ordeningsfilosofie lacquesvande Ven30HVoorbij de verzorgingsstaatplanologie jJTon Kreukels34 Het verraad van de babyboomers |Adriaan Geuze39 Onmisbare toelatingsplanologieBarrie Needham44 Conceptuele armoedeRondetafelgesprek met een nieuwe generatie ludith Godijn48 VinexconvenantenEen evaluatie Marjoleln Spaans & jan Jacob TripSZKHoe Bredaas wordt sleutelproject Breda?ITon Hartman & Bertwin van Rooijen54HMixtotheMax |jstedelijkheid in Almere Robert SchutteSSVRecensiesPost Ex Sub DIs. Urban Fragmentations and Constructions ReneBoomkens TransUrbanism jan SchreursOngeplande planning; de totstandkoming van een nieuwe stadswijk Pieter Rings Dat is architectuurl;Isleutelteksten uit de twintigste eeuw Noor Mens Europese dimensies van ruimtelijk beleidIwilZonneveld Het stedelijk veld in opkomst Boudewyn Bach68 KwaliWijzer |iHulpmiddel cm de gevolgen van ruimtelijke ingrepen te verkennenI Alexandra Tisma & Dick van Alphen - Ruimtelijk Planbureau72HKalender |SlVHetnetwerk IlAdviseurs in ruimtelijke ontwikkeling en omgevingskwaliteitactueelIRotterdam klopt'ledereen was er, nee werkelijk iedereen. Ineens leek Rotterdamte kloppen. Er waren die avond zoveel mensen op de been datRotterdam tot in de late uurtjes vol en gezeilig was. Rotterdam leekeventjes op Amsterdam. En denk niet dat de provincie zich massaalop de tweede stad van Nederland had gestort. Nee, het waren alle-maal echte, hippe Rotterdammers.Op zaterdag 1 maart vond voor de tweede keer de RotterdamseMuseumnacht plaats. Sinds mijn verhuizing van Amsterdam naar'Rotterdam midden vorig jaar had ik de binnenstad van mijn nieuweDe toekomst van de stad in handen van de markt?i Voor meer informatie overjhetvakdebatinGroningenjzie www.platformgras.nlPrivate partijen roeren zich op hetterreinvan de stadsontwikkeling. Waar nog niet zolang geleden de gemeente alleenheerserwas, worden nu steeds omvangrijker projec-ten, en zelfs volledige woonwijken, aan pro-jectontwikkelaars uitbesteed. is er toekomstvoor particuliere stadsontwikkeling? Overdie vraag ging het vakdebat 'De toekomstvan de particuliere stadsontwikkeling inGroningen' op 29 januari in de School vanArchitectuur aldaar, ter gelegenheid van deoplevering van het Van Starkenborghterrein.De gemeente Groningen besteedde de ont-wikkeling van deze woningbouwlocatie inte-graal uit aan een groep ontwikkelaars. Hetis een opmerkelijke stap voor een gemeentedie doorgaans zelf een sterke rol speelt bijstadsontwikkeling. De redenen voor dit expe-riment waren divers, zoals capaciteitsgebreken 'meegaan met de tijd'. Daarbij koos degemeente voor een voorzichtige, doordachteaanpakvol randvoorwaarden en evaluatie-momenten.Het resultaat mag er zijn. Een keurige,stedelijke wijk die goed aansluit bij destedebouwkundige structuur van de aan-grenzende wijken. Grote problemen, ruziesen miscommunicaties tussen de betrokkenpartijen deden zich niet voor. Door regelma-tige afstemming was de gemeente steedsgoed op de hoogte van het reilen en zeilenvan de ontwikkelaar. Ook de kleinschaligheidvan het project (300 woningen met een lagerisicofactor) maakte het eenvoudiger om toteen goed resultaat te komen.Leidt deze 'vermarkting' van de stadsontwik-keling nu tot VINEX-achtige, seriematige,kwaliteitsloze bouw en standaardoplos-singen? De deelnemers aan het vakdebatzijn er niet zo bang voor. Dat de markt meerinvloed krijgt wordt juist als een positieveontwikkeling gezien, zolang de gemeentede regie maar houdt. De markt kan nu een-maal sneller en flexibeler ontwikkelingentot stand brengen dan de gemeente. Ookexperimenten elders in het land, waar al opgrotere schaal en met meer risico ervaring isopgedaan met uitbesteding, laten zien datprojectontwikkelaars tot meer in staat zijndan het opkopen van bouwgrond in stadsuit-breidingsgebieden.Het betekent niet dat de gemeente voortaanachterover kan leunen am de markt het werkte laten doen. Integendeel, juist de nieuwerol van de gemeente als regisseur en toetseris bepalend voor de uiteindelijke kwaliteitvan het plan. Want zelfvoorzienende, in zich-zelf gekeerde plannen als in Amerika (waarde ontwikkeling van hele wijken al veellanger wordt uitbesteed) kunnen nadeligegevolgen hebben voor het functioneren voor |de stad als geheel. De gemeente moet danook de verantwoordelijke partij blijven, door |zorg te dragen voor een ontwikkelingsvisieen te kiezen voor de juiste partijen die netals zij streven naar kwaliteit.En wat betekent deze ontwikkeling voorde bewoner? Woont hij beter in een 'par-ticuliere stadswijk'? Hoeveel zeggenschaphebben bewoners in zo'n wijk en hoe zit hetmet democratische controle? Deze discussielijkt nog nauwelijks gevoerd. jammer, wantparticulier opdrachtgeverschap, een paarjaar geleden juist ingezet om de betrokken-heid en zeggenschap van bewoners te ver-groten, is toch ook een vorm van particulierelstadsontwikkeling? Tot nog toe lijkt het bijparticuliere stadsontwikkeling echter omeen een-tweetje tussen gemeente en ontwik-kelaar te gaan.Annelien Thedinga NlROV'Dit is een historisch moment', zei Wim Derksen trots, als directeuren gastheer van de eerste Forumbijeenkomst van het RuimtelijkPlanbureau, RPB. Het was 18 maart in de Haagse Lobby op tien hoogboven de Openbare Bibliotheek aan het Spui. Het uitzicht over deHofstad was heiig maar met de goudgele belofte van voorjaar, albleven de deuren van de lobby naar het panoramische terras noggesloten. Het RPB wil met regelmaat sprekers van buiten uitnodigenjVoor een lezing, met een coreferent uit eigen kring. Ditmaal boog02 S&RO I 02/2003aduee;.domicilie nog niet zo afgeladen gezien. Om tien uur had Witte deWith zijn duizend buttons al verkocht en moesten mensen aan deoverkant van de straat, in het Foto Instituut, hun entreebewijs nnetspeld zien te bemachtigen. Rond middernacht telde het NederlandsArchitectuurinstituut zijn drieduizendste bezoeker, die avond welte verstaan. Het werden er zeker nog meer, want uit de Wittede Withstraat, langs de nieuwbouw van museum Boijmans vanBeuningen waar voor het eerst het iicht straalde, kwam het volk indrommen aangesneld. Voor de deur van Boijmans, op de donkereIbinnenpiaats, stond een groene open truck met in de achterkiep eenIbuitenproportioneel groot machinegeweer. 'Aha, |oep is er ook,'Izeiden de omstanders tegen elkaar. Het was dus echt gezellig - opIz'n Rotterdams.iNadat de eerste museumnacht aller tijden was gehouden in Berlijn,lintroduceerde Amsterdam een aantal jaren geleden een soortgelijklevenement. Net als in de Duitse hoofdstad werd het een groot suc-Ices. Vervolgens stelden ook Utrecht en Rotterdam eenmaal per jaarIhun musea open voor grootschalig nachtelijk bezoek. BinnenkortIzulten Zutphen, Amersfoort en Middelburg wel volgen.[Rotterdam lijkt echter meer dan andere steden in huis te hebbenIdat een museumnacht rechtvaardigt. Niet alleen is het museumparkIhiervoor geschikt, zeker in verbinding met de Witte de WithstraatIdle precies de juiste mengeling kent van trendy bars, musea en ga-lleries en morsige winkeltjes, en die nu door de stedelijke gevelwandIvan de Boijmans-nieuwbouw, een schepping van de Belgische archi-tecten Robbrechts en Daem, op een vanzelfsprekende manier aanhet park blijkt gekit. Ook de creatief geladen sfeer van Rotterdammet alweer die mix van ailedaagse rauwheid en trendy vernieu-wingsdrang werkt mee. In de cataiogus van de NAi-tentoonstellingReality Machines wijst Pauline Terreehorst op de verschuiving vande kunst-scene binnen Nederland van Amsterdam naar Rotterdam.Architectuur, fotografie, film en grafische vormgeving vinden steedsnadrukkelijker in de Maasstad onderdak. Eind jaren zeventig ont-stond zelfs een Rotterdamse School met een brutaal commercielestijl van werken in grafisch ontwerp en fotografie. En de planontwik-keling voor het vooroorlogse havengebied en de Kop van Zuid zorgdevoor een ongekende bouwdrift die architecten volop kansen bood.De vestiging van Rem Koolhaas aan de Meer Bokelweg midden jarentachtig deed de rest.'Wat Amsterdam was voor de beeldende kunsten, de vormgeving en'het totaaltheater van het nachtleven', werd Rotterdam voor dearchitectuur en de nieuwe beeldcultuur,' schrijft Terreehorst. Eninderdaad, afgaande op zowel de prachtige tentoonstelling inhet NAi als de gelijktijdig gehouden Art Rotterdam-beurs aan deWilhelminapier, levert dit de Nederlandse kunst, ook internationaal,furore op.Nee, ik ben niet vergeefs naar Rotterdam verhuisd. Het is er zekerniet alleen kommer en kwel. Integendeel. Rotterdam heeft nogsteeds de toekomst.Zef Hemel hoofdredacteur S&RODe tentoonstelling 'RealitylMachines' in het NederiandslArchitectuurinstituut is nog Ite zien tot en met2lapril.rDe geliiknamige catalogusluerscheen bij NAi Uitgeuers.fIHet mag een keerlAaron Betsky, directeurvan het Nederlands Architectuurinstituut,Izich over vraagstukken van nieuwe stedelijkheid. Soepel schakelendItussen zijn twee thuislanden Nederland en de VS, en tussen de I7elen 2ie eeuw, betoogde Betsky dat het verschil tussen stedelijkelen niet-stedelijke gebieden in ons land al eeuwen moeilijk is aan teIgeven. We hebben vanouds een hybride landschap met hier en daarIverdichtingen in de polder, steden genoemd, waar de rijkdom van hetIplatteland werd omgezet in abstracte en verhandelbare waarde. KijkImaar naar Vermeer's 'Gezicht op Delft': je ziet geen stad maar eenIweerspiegeling van het abstracte begrip stedelijkheid.Ilnmiddels is de werkelijkheid die van de verstrooide stad of op z'nlAmerikaans, sprawl. De VS laten zien dat sprawl geen uitbreiding vanIda stad is maar haar fragmentatie, waarbij de onderdelen en waardenIvan de stad versnipperd raken over een steeds groter gebied. De snip-Ipers zijn geisoleerd, de sociale structuur valt uit elkaar en ze wordtIvervolgens vooral nog door gedeelde angsten bijeengehouden.iDe vraag is nu hoe je in dat snipperwerk van wat eens de stad was,opnieuw structuur en stedelijke cohesie kunt brengen. Dat gebeurtin zekere zin door zogeheten big box attractors, zoals winkel-, sport-en cultuurcentra, die het vijlsel van de sprawl am zich been rang-schlkken als een magneet.Maar het kan ook op de Nederlandse manier. Betsky bewondertonze traditie, waarin Nederlanders zich bewust zijn van de kunst-matigheid van de ruimtelijke orde, waarin stad en land welbewustop elkaar worden betrokken en waarin woningbouw wordt benutals schaakstukken in het maken van stedelijkheid. 'Nederland heeftsprawl, Nederland is sprawl, maar de sprawl wordt intelligentaangepakt.' Hij bepleitte herwaardering van de volkshuisvesting alsmiddel om de stad te maken. Maar: 'Met grootste probleem is dat decorporaties zijn verzelfstandigd. We zouden terug moeten naar eencooperatiemodel.'Helaas ging RPB-coreferent Han Lorzing hier nauwelijks op in. Hijvertoonde eigen dia's, waaruit bleek dat hij Le Corbusiers Plan Voisin'het beroerdste van de 20e eeuw' vond, en dat open bouwblok-ken niet deugen omdat de stedelijke vrijheid ertussen wegwaait.Stedelijkheid was voor Lorzing vooral gezelligheid, koopgoten, ter-rasjes aan de straat, en grappige namaaktrapgeveltjes, onder hetterugkerende motto: 'Het mag een keer'.Veel discussie tussen de twee kwam er evenmin. Lorzing hadeen voorkeur voor de ene, gesloten straatwand van de BerlijnseLeipzigerstrasse, en Betsky voor de strokenbouw aan de overkant.Maar geen van beiden had zin om de kloof hiertussen nader te ex-ploreren, en ook hing inmiddels Derksen's belofte van een borrel naafloop zwaar boven de markt.Voor een historische gebeurtenis bleven er overigens erg veel stoe-len onbezet. Nader onderzoek leerde dat, van de krap dertig aanwe-zigen, slechts een handjevol niet toch al bij het RPB betrokken was.Wat weer niet verbaasde, want aan het historische evenement wasvooraf zo goed als geen ruchtbaarheid gegeven. Op communicatiefterrein heeft het RPB nog veel te doen eer de bijna-interne sessie eenopenbaar forum mag heten.Fred Feddes redacteuractueelS&ROWie helpt de provincies?Meer dan ooit waren de verkiezingen voor de Provinciaie Staten infeite verkiezingen voor de Eerste Kamer. Zo werd de uitkomst ookvertaald: CDA en PvdA hebben de meerderheid in de Senaat, de for-matie kan verder gaan. Opiuchting bij veien.Ook opiuchting over de opkomst. Een opkomstpercentage van meerdan 50 procent lijkt er niet meer in te zitten, maar de al jarenlangdalende lijn kwam even tot stilstand. Als dat niet was gebeurd, danliad het wellicht geleid tot een stevige politieke discussie in provinci-ate kring over de eigen toekomst. Nu zal de grote meerderheid weerachterover ieunen. Komt tijd komt raad. Thorbecke's ige eeuwse be-stuursmodel wordt aan het begin van de 2le eeuw weer een beetjeopgepoetst. Graag snel over tot de orde van de dag want 'er moetweer geregeerd worden".Daags na de verkiezingen liet NRC Handelsblad de voormalige secre-taris-generaal van Aigemene Zaken, Ad Geelhoed, aan het woordover de positie van de provincies in het bestuurlijk stelsel. Hij zatvorig jaar een gezaghebbende commissie voor, die de verzameldeprovincies op hun verzoek adviseerde over de toekomst van het mid-denbestuur in Nederiand. De club had een interessante samenstel-ling. De huidige staatssecretaris van VROIVl, Pieter van Geel, maakteer deel van uit, maar ook ondernemers als Rinnooy Kan (ING),Cerfontaine (Schiphol) en Van Woerkom (ANWB). En niet te vergetende prominente VVD-professor Rosenthal.Het aardige van dit advies was vooral ook de opdrachtformuleringdoor de provincies zelf. De commissie moest nadenken en adviserenover regionaal bestuur dat recht doet aan de '... specifieke proble-men in samenhangende stedelijke gebieden maar anderzijds ook aande noodzaak van een openbaar bestuur dat adequaat is afgestemdop de toegenomen schaal van verschillende maatschappelijke vraag-stukken'.En de provincies kregen een advies dat helemaal in die lijn lag. Decommissie-Geelhoed bood zicht op een versterkte positie, zelfs zon-der de zo geliefde Thorbecke aan de kant te zetten. Voornaamsteaanbeveling: opschaling! De provincies zijn te klein geworden enlopen niet in de pas van de Europese regio's. Advies: minder provin-cies, met meer strategische taken.Vlak na het verschijnen van het advies sprak minister Remkes eengezamenlijke provinciaie vergadering toe. Hij hakte Geelhoeds advies|in mootjes. Remkes zag er niets in. En de provincies? Zij zwegen...Nadien is niets meer vernomen van het advies van Geelhoed.Dat is misschien wel het meest trieste van de provincies. Hun blekekarakter wordt niet in de eerste plaats veroorzaakt door de mediamaar door de provincies zelf! Een stevige opdracht aan een stevigecommissie geven en er vervolgens niets mee doen. En zelfs niet zeg-gen wat je dan wel van plan bent.Zelfs Geelhoed snapt er niets meer van. Het bestuurlijk stelsel looptvast maar niemand lijkt dat probleem te zien. Opvallend was dat hijer in de NRC ook helemaal niet meer vanuit gaat dat de provincieszichzelf zullen vernieuwen. Hij was er vooral verbaasd over dat derijksoverheid zo'n geringe sense of urgency heeft waar het gaat omons bestuurlijk stelsel. Dus als er in komende jaren nog sterke provin-cies komen, dan zal dat vooral het resultaat zijn van actie vanuit deHaagse politiek.Of zouden er toch een paar wakkere provinciebestuurders opstaandie hun lot in eigen handen nemen?|aap Modder op persoonlijke titelI Fragment van de 'ReiseKnow-How-kaart' Irak/Kuwait.Bron - Reise Know-How verlag,Bieleveld - DuitsbndDe wegenkaart van de oorlogOp de dag voor de oorlog heeft de beterereisboekenwinkel keuze uit drie kaarten vanIrak. Ze zitten in de bak vlak bij Israel enwandelen in Nepal. Ik koop een kaart uit eenDuitse serie die World Mapping Project beet,onder de motto's We just map it en Oneworld - one series.De schaal is 1:850.000, de belangrijkste auto-wegen herken je aan de dubbele blauwe lijn,andere wegen zijn rood, geel en wit, spoor-wegen hebben blokjes, rivieren en moeras-sen zijn lichtblauw, een zeilbootje staat vooreen jachthaven en een scheefgezakte parasolvoor een strand. Op de stadsplattegrond vanBagdad zou je zo de weg kunnen vinden vande jeugdherberg achter het Waqanplein naarde dierentuin in het Zawrapark.De kaart heeft een neutraliserend effect.Hij lijkt niet op de fraai gekleurde maarsummiere kaartjes op tv of in de krant, dieheel dat uitgestrekte gebied ondergeschiktmaken aan de geanimeerde presentatie vankrijgshandelingen. Op deze kaart blijkt hetoorlogsgebied een dun web van wegen,bochten, kruizingen en rode cijfertjes die deafstanden in km aangeven. Het gebied wordter gewoner door. IVlet dezelfde ingredientenkun je ook West-Australie, Spanje of hetAmerikaanse Midden-Westen uittekenen.Zou dat de bedoeling van de oorlog zijn, datIrak wordt herschapen naar de gelijkenis diezijn kaart nu al - one series, one world - metdie van andere landen heeft?Terwijl de tv-kaarten met hun zwaar aan-0 S&RO I 02/2003Eeiniofvar^van Eden voor de kunstenDe CASTmobiel, de verplaatsbare tentoonstellingsruimte van hetCentrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg(CAST), bewijst de-zer dagen opnieuw zijn unieke diensten. De tentoonstelling 'Bouwenvoor de kunsten' laat het ontwerpproces van Jo Coenen en de zijnenvoor de Fontis Hogeschool voor de Kunsten zien, en waar kun je zo'ntentoonstelling beter bekijken dan op de bouwlocatie zelf? Het effectis maximaal als je de CASTmobiel op een doordeweekse dag bezoekt,als de onlangs voltooide bouwdelen van het Conservatorium en deDansacademie in vol bedrijf zijn.Schroom niet de Muzentuin (ontw/erp Rob Wagemakers) in te wan-delen. Vanaf de markante loopbrug overzie je in een oogopslag hetConservatorium, de Dansacademie en de Concertzaal (fase i) die detuin in het noorden en westen afgrenzen. Tegelijkertijd krijg je zichtop de zuid- en oostzijden waar de Rockacademie, de Academie voorBeeldende Vorming en de Academie voor Drama (fase 2) nog moetenverrijzen, aansluitend op de te restaureren ige-eeuwse villa van deAcademie voor Architectuur en Stedebouw.Het kunstencomplex past in de netwerkstructuur die Tilburg eigenis. De stad heeft geen historisch centrum zoals Den Bosch of Breda,en bestaat vooral uit fragmenten zoals individuele gebouwen engebouwenensembles. Coenen's nieuwe ensemble voegt zich tussende Schouwburg van Bijvoet en Holt en het gebied van de Oude Dijk,de Stadsstraat en de Bisschop Zwijsenstraat, waarin kerk, pastorie enkloostercomplexen het straatbeeld bepalen.De verschillende bouwdelen zijn uitgewerkt in een aaneenschakelingvan horizontale bewegingen. Bij wijze van apotheose landt de oos-telijke vleugel letterlijk op de daken van twee bestaande gebouwenachter de kerk. Deze hachelijke onderneming levert een straatwandop waarbij in een slag de architectuur van de ige eeuw met die vande 2ie wordt verbonden, pal tegenover het sculpturale gebouw vanhet Kantongerecht, in de 20e eeuw door jos. Bedaux ontworpen.Alles is gedaan met een zuidelijk temperament, geaccentueerd dooreen materialisatie en een routing die varieren op de reeds gereali-seerde gebouwen.Na oplevering van de tweede fase in 2004 zal het complex onderdakbieden aan 1600 studenten. De tentoonstelling laat weinig zien vande manier waarop de specifieke eisen en wensen van de verschillendekunstdisciplines in de sfeer van vloeroppervlak, hoogte en lichttoe-treding worden vormgegeven. IVlaar de wijze waarop de al gereali-seerde dansstudio's met hun hoge vensters ook voor passanten totde verbeelding spreken, maakt nieuwsgierig naar de vormgeving vanbijvoorbeeld de teken- en schilderateliers.Het gebouw van Maaskant dat nu nog door de Academie voorBeeldende Vorming wordt gebruikt - en dat gelukkig een nieuwe be-stemming krijgt - ontleent zijn karakter in sterke mate aan de hoogoprijzende glaswand die het noorderlicht binnenlaat. Een dergelijkemanifestatie van specifieke ruimten in de buitenvorm is bij de nieuw-bouw eigenlijk alleen zichtbaar in de Concertzaal. Ook binnen is dateen krachtige ruimte, dankzij het lichtkunstwerk van Peter Struyckendat in de architectuur van jo Coenen is geTntegreerd. Bij het betredenvan de zaal waan je je in een Hof van Eden.Ian Doms NIROVSchetsvan het kunstcluster-Tilburg.Bran - jo Coenen & Co architected- Maastricht.gezet relief suggereren dat er gebied moetworden veroverd, geeft mijn wegenkaart opwitte achtergrond veel preciezer de aard vande oorlog weer. Zolang de Amerikanen onthe road zijn, zijn ze vloeiend, ongrijpbaar,en zo licht als de lijntjes op de kaart. Maarals ze de stad naderen, ergens tussen oer-oude plaatsen als Ur, Babylon en Nineveh,wordt het kaartbeeld klonteriger. De strijdkomt in een lagere versnelling. Het gewichtneemt toe. De oorlog verdicht zich.'Vanuit militaire hoek groeit de belangstel-ling voor de rol van steden als sleutellocatieswaar militaire en geopolitieke conflictenworden uitgevochten', schreef Steve Grahamvorig jaar in Archis (2002, nr.3). Naar matemeer mensen in steden wonen, zal ook ge-wapende strijd stedelijker worden. Israel zetbulldozers als zware wapens in 'om de mo-derniteit en de samenhang van het stedelijkweefsel waarin de Palestijnen wonen te on-dermijnen'. Al Qaida raakte de VS in het hartvan de stad bij uitstek. New York. Militairsucces vereist volgens Graham tegenwoordigurbicide, of 'het wegvagen of ontkennen vande stad als entiteit'.'Militaire strategieen worden overal terwereld aangepast aan de smerige, kostbareen onzekere omstandigheden waarin ste-delijke en infrastructurele oorlogen wordenuitgevochten', schrijft hij voorts. IVlaar diesmerigheid past niet in de schone oorlogdie de Amerikanen en Britten aanvankelijkvoor Irak beloofden. De oorlog in de stad isdaarom voor hen het grootste probleem, een|dilemma dat al doende nog moet wordenopgelost: hoe de stad te ontwijken en te ver-overen tegelijk?De rest van het land is slechts de berm vande weg er naartoe.Fred Feddes redacteuractualiteiten 5&R0Het is onrustig in de wereld van de ruimtelijke ordening. De overtuiging groeit dat deruimtelijke planning steeds minder goed past bij de liedendaagse maatschappelijice,economisclie en ruimtelijke ontwikkelingen. Dit inzicht valt op het ogenblik samen meteen politiek-maatschappelijk klimaat dat veranderingen mogelijk maakt. Leidt de huidigesituatie tot drastische vernieuwing of zelfs tot afschaffing van het ruimtelijk beleid zoalswe dat de afgelopen decennia hebben gekend? Of, wordt de soep niet zo heet gegetenzoals die door sommigen wordt opgediend en blijft alles min of meer bij het oude?lochem de VriesredacteurS&ROjochemdevries@xs4all.nl06Foto - Thijs Wolzak, AmsterdamRichtingloze ruimtelijke ordeningRedactioneelDe Nederlandse ruimtelijke ordening van hetmoment is richtingloos. Welbeschouwd is dital een tijd zo. De ruimtelijke ordening heeftde grondige omvorming van de verzorgings-staat die begon in de jaren tactitig en krach-tig doorzette in de jaren negentig, niet kun-nen bijbenen. Het veriies van de natuurlijkebondgenoot volkshuisvesting, een van dehoekstenen van de Nederlandse verzorgings-staat, is ze niet echt te boven gekomen. Doorhet beleidsvacuum dat het afgelopen jaar isontstaan, wordt die richtingloosheid pijnlijkduidelijk.De Vijfde nota over de ruimtelijke ordeningliet onder het tweede paarse kabinet (1998-2002) lang op zich wachten. Toen de nota erals beleidsvoornemen eindelijk was, leiddedat tot gemengde gevoelens. De nota be-vatte in de ogen van velen een behoorlijkediagnose van de ruimtelijke ontwikkelingen.In hun analyse suggereerden de opstellersbovendien de noodzaakvan belangrijkebeleidswijzigingen. Het ontstaan van eengrenzeloze netwerksamenleving zou het uit-gangspunt voor het beleid moeten zijn. Watbetreft de oplossingen - de concrete beleids-maatregelen - was er aanzienlijk minder en-thousiasme te bespeuren voor het plan vande toenmalige minister Pronk. Veel werd inde ogen van de critici bij het oude gelaten enbovendien vooruitgeschoven in uitwerkings-plannen. De aloude scheiding tussen staden land bleef uiteindelijk het richtinggevendkader voor het trekken van rode en groenecontouren.De komst van het (eerste) kabinetBalkenende heeft 00k niet geleid tot eenduidelijke koers voor het ruimtelijk beleid.Afgezien van een Spoedwet Wegverbredingheeft dat kabinet op het terrein van de ruim-telijke inrichting weinig daadkracht kunnentonen. Dat voor wegverbreding een spoed-wet nodig geacht werd, is een teken aande wand. Deze wet is er immers op gerichtde lastige en vertragende ruimtelijke orde-ningsregels te omzeilen. Nadat de stekkeral uit het kabinet was getrokken probeerdeminister Kamp met de aankondiging vaneen Nota Ruimte het lot van de Vijfde notate bezegelen. Exit contourenbeleid, zoveelis duidelijk. Voor het overige blijft er vooralveel onduidelijk.Onrust in het ptanningparadijsAls de voortekenen niet bedriegen wordt deruimtelijke ordening een meer omstredenbeleidsterrein dan het in het verleden was.Weliswaar speelden ruimtelijke ordenings-vraagstukken in de maatschappelijke onrustvan het afgelopen jaar slechts een marginalerol. Voor de vermeende puinhopen van Paarswas de ruimtelijke ordening te onbelangrijk.Ruimtelijke kwaliteit lijkt het als politiek be-langwekkend onderwerp af te leggen tegende kwaliteit van de zorg, het onderwijs enhet veiligheidsbeleid. Zijdelings raken tochook vraagstukken die het afgelopen jaar op-speelden de ruimtelijke ordening. Het is im-mers een kleine stap van onveilige eenzijdigsamengestelde oude stadsdelen naar Vinex-wijken die overwegend voor welvarendemiddenklasse gezinnen zijn gebouwd. Verderwerd hier en daar ook met de beschuldi-gende vinger naar het ruimtelijk beleidgewezen als het ging om hoge huizenprijzenen wachtlijsten voor huurwoningen. Dezezouden het gevolg zijn van schaarste doorbeperkte mogelijkheden voor nieuwbouw.Het restrictief ruimtelijk beleid zou een be-langrijke oorzaak zijn voor het achterblijvenvan de bouwproductie. Voor het overige zalde parlementaire enquete naar de bouw-fraude het vertrouwen van de burger in eenoverheid die in het algemeen belang sturinggeeft aan de ruimtelijke inrichting niet heb-ben vergroot. Bovendien is de ontwikkelingvan Vinex-locaties maar ternauwernoodaan de aandacht van de enquetecommissieontsnapt. Niet in de laatste plaats omdat hetministerie van VROM een belastend onder-zoekvan de Nijmeegse planoloog Needham'onder de pet' zou hebben gehouden.^ Dewijze waarop de Vinex-locaties ontwikkeldzijn, creeerde monopolieposities voor pro-jectontwikkelaars. Dit heeft mogelijk ern-stige gevolgen gehad voor de prijs-kwaliteitverhouding van woningen en voor de invloedvan gemeenten op de ruimtelijke kwaliteitvan deze wijken.Belangrijker dan deze single-issues is wel-licht dat de brede maatschappelijke onrustook gevolgen kan hebben voor het ruimtelijkbeleid. De huidige maatschappelijke en poli-tieke situatie bieden mogelijkheden voor talvan politieke en bestuurlijke veranderingen.Hiermee is niet gezegd dat die zich ookdaadwerkelijk zullen voltrekken, maar er lijktwel sprake van een moment - door Kingdonooit policy window genoemd - waarop dras-tische koerswijzigingen mogelijk zijn. Hetgevaar bestaat dat de relatieve afwezigheidvan de ruimtelijke inrichting in het actuelemaatschappelijke en politieke debat leidt totmarginalisering van het ruimtelijk beleid. Alsde ruimtelijke ordening voornamelijk geasso-cieerd wordt met hinderlijke en beknottenderegeltjes dan dreigt bovendien het maat-S&RO 1 02/2003Richtingloze ruimtelijke ordening?lschappeiijk draagvlak te verdwijnen. Volgens[andschapsarchitect Luiten is er vanwegedie associatie in Nederland zelfs niemandmeer die zegt 'Godzijdank is er ruimtelijkeordening'.^Voor de directeur van het RuimtelijkPlanbureau, Wim Derksen, is er in iedergeval reden genoeg om te speculeren overhet einde van de ruimtelijke ordening.^ Eengeringe maclitspositie van Inet ministerie vanzoeken naar en realiseren van aiternatievenvoor de bestaande praktijk van ruinntelijkeplanning die beter aansluit bij de kenmerkenvan de netwerksamenleving verloopt al jarenmoeizaam.Vastgelopen vernieuwingenin het beleid is ongeveer vanaf de Vierdenota (1988) geprobeerd het ruimtelijke or-deningsbeleid aan te passen aan wijzigendeHet ordenen van de fysieke ruimte en het regelenvan ruimtelijke processen kan worden gezien als eendeel van de Nederlandse cultuurVROM in de Haagse binnenwereld leidt totsteeds minder belangstelling voor het minis-terie bij de huidige kabinetsformatie. Verderstelt Derksen, overigens tot zijn vreugde, dathet kabinet-Balkenende definitief afscheidlijkt te nemen van het idee van de maakbareruimtelijke ontwikkeling.Er breekt mogelijk een nieuwe periode aan.Niet alleen was de ruimtelijke ordening inNederland langetijd relatief onomstreden,ze was bovendien in sterke mate gebaseerdop het idee dat de ruimte kan worden inge-richt naar de behoeften van de samenleving.Geen land ter wereld kent immers zo'nambitieus ruimtelijk planningstelsel en naarverhouding omvangrijke planningpraktijkals Nederland. Het ordenen van de fysiekeruimte en het regelen van ruimtelijke pro-cessen kan zelfs worden gezien als een deelvan de Nederlandse cultuur. Het vanuitde lucht bezien indrukwekkend geordendeNederlandse landschap dat aangeharkt over-komt, heeft het geloof in deze traditie ver-sterkt. Volgens Faludi en Van der Valk is devoorliefde van Nederlanders voor regelmaaten orde zelfs de basis voor het planner'sparadise dat Nederland lang was.^ Bovendienwas en is Nederland voor veel buitenlandseplanologen een lichtend voorbeeld.Op het moment dat de overheidsactiviteitfundamenteel ter discussie komt te staanis het voor planologen en stedebouwkundi-gen a whole new ballgame. Zij zullen zicheerder moeten spiegelen aan hun Vlaamseen Amerikaanse vakgenoten dan andersom.Ruimtelijke planners zullen overtuigendduidelijk moeten maken waarom hun dien-sten aan het begin van de 2ie eeuw noggewenst zijn. Daar wringt de schoen. Hetmaatschappelijke omstandigheden. Kortsamengevat, er is sinds die tijd wel letsveranderd, maar vooral heel veel hetzelfdegebleven. Bovendien zijn het met nameandere beleidsterreinen geweest die voorinnovaties in het ruimtelijk relevant beleidhebben gezorgd.De schotten tussen de ruimtelijke ordeningen andere beleidsterreinen zijn blijvenbestaan. Na de ontmanteling van het volks-huisvestingsinstrumentarium en met hetafnemende belang van de landbouw, hadde ruimtelijke ordening grote behoefte aannieuwe 'meekoppelende belangen' zoals hetinmiddels vijf jaar geleden gepubliceerderapport 'Ruimtelijke Ontwikkelingspolitiek'het formuleerde.^ Een van de belangrijkstevernieuwingen van het afgelopen decen-nium had de integratie van het ruimtelijk enhet milieubeleid moeten zijn. Terugkijkendkan niet anders gesteld worden dan dat opdit vlak maar beperkt succes is geboekt.Het streven om met omgevingsplannen hetruimtelijke ordenings- en het milieubeleidte integreren is verzand in bureaucratischecomplicaties. Er is slechts een beperkt aantalprovincies dat daadwerkelijk een omgevings-plan gemaakt heeft en op nationaal niveau ishet idee van een Nota Omgevingsbeleid ge-sneuveld in aanloop naar de Vijfde nota. Almet al een mager resultaat voor een themawaar zowel binnen de overheidsdiensten alsbinnen de academische gemeenschap veeltijd en geld in is gestoken.De relatie tussen het ruimtelijke ordenings-en infrastructuurbeleid geeft ook al weinigaanleiding om te spreken over veelbelo-vende innovaties. Als we afgaan op de erva-ring van een aantal direct betrokkenen bijde Nieuwe Sleutelprojecten is het zelfs dra-matisch slecht gesteld met de integratie vaninfrastructuur en ruimtelijk beleid.^ Deze pro-jecten rond de toekomstige HSL-stations vin-den vooral veel hinder van de afstemmings-problemen tussen de ministeries van V&Wen VROIV). Oud-wethouder Kombrink vanRotterdam constateert 'dat het Rijk niet instaat is om een project fatsoenlijk te runnen,het is niet in staat te coordineren en af testemmen'. De Arnhemse wethouder Lenferink'herkent zich in de klaagzang van anderenover de Haagse bureaucratie'. Voormalig pro-jectleider van de Zuidas, Kolthek, ten slottebenadrukt dat 'het meeste denkwerk door degemeente wordt gedaan.'Afgezien van sectorale verkavelingen dieinnovatieremmend zijn, baart ook de con-ceptuele verstarring in de wereld van ruim-telijke ordeningsnota's zorgen. Het lot dathet corridorconcept beschoren is geweestis illustratief. Door het taboe dat over ditconcept is uitgesproken, wekken 's rijkspla-nologen de indruk de ogen te sluiten voorhet toenemende belang van stromen voorde ruimtelijke ontwikkeling. De wijze waarophet concept van stedelijke netwerken tot nutoe vorm krijgt, getuigt van een halfhartigehouding ten opzichte van de netwerksamen-leving. Hoewel retorisch wordt aangeslotenbij het netwerkidioom, is in de praktijksprake van een traditionele gebiedsgerichtebenadering. Het is nog te veel geent op destrikt afgebakende stedelijke structuur vanhet stadsgewest, dat uitgaat van de stad alsruimtelijk en functioneel gesloten entiteit.^De scheiding tussen stad en land als geloofs-artikel in de Nederlandse ruimtelijke plan-ning staat de vernieuwing ook in de weg.Meer in het algemeen is het zo dat de gene-rieke geldigheid - van Texel tot Maastricht- van ruimtelijke concepten op gespannenvoet staat met de grote ruimtelijke en maat-schappelijke variatie die is ontstaan.Ten slotte moet er onder het hoofdstukvastgelopen vernieuwingen gewezen wordenop de toename van regels en procedures.Op zich goedbedoelde maatregelen, vanhet gemeentelijk referendum tot de habitat-S&RO I 02/2003Richtingloze ruimtelijke ordeningrichtlijn, hebben er tezamen toe geieid dathet steeds moeilijker wordt om beslissingente nemen en snel uit te voeren. Niet alleenkosten de procedures zelf veel tijd en zijn zeingewikkeld. Ze bieden ook veel mogelijk-heden om besluitvorming en uitvoering tetraineren. De roep om ontwikkelingsplano-logie, uitvoeringsgerichte planning, is medehet gevoig van frustratie over liet woudvan regels en procedures dat is ontstaan.Als het aan PvdA'er Marnix Norder, gede-puteerde voor verkeer en vervoersbeleid inZuid-Holland, ligt wordt de hele keten vanbesluitvorming de komende kabinetsperiodeoverhoop gehaald. 'Het verstikt het bestuur.'Hij doelt daarbij op 'de planologische kern-beslissingen, streek-en bestemmingsplan-nen, milieu-effectrapportages, bouw-enmilieuvergunningen - procedures die jarenkunnen duren en waartegen overheden,burgers, bedrijven en belangengroeperingenstuk voor stuk in beroep kunnen gaan'.*De balans opgemaaktDe redactie van S&RO vindt het hoog tijdom de balans op te maken. Waar komtde onrust over de ruimtelijke planningvandaan? Kunnen we spreken over eencrisis in het Nederlandse planningparadijs?Geconfronteerd met deze vragen richten demeeste auteurs het vizier op de bovenlokaleruimtelijke ordening. De bijdragen makenover het algemeen duidelijk dat er zichmaatschappelijke ontwikkelingen voltrek-ken die fundamentele veranderingen voorde ruimtelijke planning impliceren. Over dewijze waarop die omvorming gestalte moetkrijgen bestaat nog veel minder duidelijk-heid, zo mag de bijdragen overziend de con-clusie luiden.Drie bijdragen, van Wissink en AsbeekBrusse, van Van de Ven en van Kreukels,gaan uit van het einde van een tijdperkvoor de ruimtelijk ordening. In alle drie deartikelen wordt beschreven dat de, min ofmeer succesvolle, planning in de afgelopendecennia bestond bij de gratie van specifiekeomstandigheden, die langzamerhand nietmeer aanwezig zijn.In 'Ruimtelijk ordening in een nieuwe geo-grafie' ligt de nadruk op maatschappelijkeen economische veranderingen. Deze veran-deringen hebben belangrijke gevolgen voorhet ruimtelijk patroon van activiteiten, debeleving van plaatsen en de gewenste inrich-ting van de ruimte. Doordat gebieden - func-tioneel en qua beleving - steeds minder een-duidig zijn ontstaat er in toenemende matepolarisatie over de inrichting en het gebruikvan de fysieke ruimte. Met andere woorden,de maatschappelijke consensus over watgoede ruimtelijke ordening is, is steeds ver-der afgebrokkeld.Jacques van de Ven schetst hoe in Nederlandde specifieke institutionele condities in eengroot deel van de twintigste eeuw plano-logen en stedebouwkundigen uitzonderlijkveel speelruimte gaven. In het bijzonderwijst hij op het belang van het fiscale stelselen de financiele verhoudingen, die voor eenbelangrijk deel het resultaat zijn van de ver-zuiling. De planningdoctrine van gebundeldehierarchisch geordende verstedelijking incompacte stadsgewesten paste hierbij. Hetontstaan van een netwerkeconomie en heteinde van de verzuiling zorgen voor erosievan de specifieke condities. Wat resulteertis een duivels dilemma. Er is behoefte aanverandering. Het gevaar het kind - van de inhistorisch en internationaal perspectief suc-cesvolle Nederlandse ruimtelijke ordening- met het badwater weg te gooien ligt ech-ter op de loer.De huidige ruimtelijke planning is volgensTon Kreukels te sterk opgehangen aan hetachterhaalde maakbaarheidsideaal vande verzorgingsstaat. Vernieuwing voor debestaande praktijk zoekt het artikel 'voorbijde verzorgingsstaatplanologie' vooral ineen planning die zich rekenschap geeft vanhet functioneren van de vrije markt. Terwijlin het verleden de instellingen voor plano-logisch en stedebouwkundig onderwijs enonderzoek voor vernieuwing zorgden, is ditvandaag de dag veel minder het geval. Deauteur ziet voor het onderzoek twee richtin-gen waarin vernieuwende bijdragen te ver-wachten zijn. In de eerste plaats moet meerkennis worden verkregen over de referentie-kaders van ruimtevragende partijen. Dezekennis is nog beperkt omdat het huidigeonderzoek te kwantitatief en beschrijvend is.In de tweede plaats is het van groot belanginzicht te krijgen in de wijze waarop institu-tionele condities inwerken op stedelijke enregionale ruimtelijke ontwikkeling.Volgens Adriaan Geuze is er in de afgelopendecennia op geen enkele wijze sprake ge-weest van een planningparadijs, in tegen-deel. 'Als grootste verraad van de babyboom-generatie geldt de Ruimtelijke Ordening.Elke vorm van coherente en visionaire land-schapsontwikkeling werd voorkomen.' Het isparadoxaal genoeg de Wet op de ruimtelijkeordening zelf die coherente en visionairelandschapsontwikkeling onmogelijk heeft ge-maakt. De wet die er bij uitstek op gericht isom planmatig vorm te geven aan de ruimte,voorkomt de machtsconcentratie die volgensde auteur wenselijk is om grootse visies totstand te brengen.Barrie Needham daarentegen vreest, netals Van de Ven, dat het huidige klimaater toe kan leiden dat de goede aspectenvan de planning worden verkwanseld. DeNederlandse ruimtelijke ordening is interna-tionaal vergeleken uitermate succesvol. Er isdus alle reden om het goede te behouden.De bestaande praktijk van toelatingsplano-logie, waarbij per gebied wordt aangegevenwat wel en niet mag, wordt ondergewaar-deerd. Bovendien is ontwikkelingsplanolo-gie, waarbij de overheid ruimtelijke ontwik-kelingen actief realiseert, slechts mogelijkbij de gratie van de beperkende regels van detoelatingsplanologie.Van het rondetafelgesprek met vertegen-woordigers van een nieuwe generatie vak-genoten wordt verslag gedaan door JudithGodijn. De deelnemers aan dat gesprek zijnuitermate kritisch over de bestaande praktijkvan ruimtelijk ordening, maarzijn optimis-tisch over de mogelijkheden om het beterte doen. De regio als niveau voor ruimtelijkeplanning en de kwaliteit van sociologischvooronderzoek zouden de brandpunten voorvernieuwing moeten zijn.Ten slotte wordt in een drietal korte bijdra-gen de stand van de praktijk voor het voet-licht gebracht. Achtereenvolgens wordeneen evaluatie van de Vinexconvenanten, hetsleutelproject Spoorzone Breda en de prijs-vraag Mix to the IVlax beschreven. |Noten1 Cobouw 11 maart 20032 Egmond, Florike (2002) Nederland in de maak:Nationaal Archief - landschap tussen verledenen toekomst, Waanders Uitgevers, Zwolle3 Derksen, Wlm (2003) 'Het einde van deruimtelijke ordening', Ruimte in debat, nr 1,Ruimtelijk Planbureau, Den Haag4 Faludi en Van der Valk (1994) Rule and Order:Dutch Planning Doctrine in the TwentiethCentury, Kluwer, Dordrecht5 WRR (1998) Ruimtelijke Ontwlkkellngspolltlek,Wetenschappelljke Raad voor hetRegerlngsbeleid, Den Haag6 Zle Building Business nr 1. februari 20037 Zonneveld, W. (2001) 'Eenfraaiemaarrommelige nota', Stedebouwen RuimtelijkeOrdening, 82, nr. 2, p.42-458 Rob Sclioof, 'Coed luisteren teidt tot beterebesluiten'. In: NRC Handelsblad8 maart 2003?
Reacties