Stedebouw &Ruimtelijke Ordeningv\/.^Thema: CartografieSupplement: IncodeltaNederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV)DE BELEGGER IN VASTGOEDVan een belegger die thuis is in vastgoed mag u meervenvachten dan kapitaal alleen. SFB Vastgoed, onder-deel van de SFB Groep, is daar een goed voorbeeld van.De betrokkenheid van SFB Vastgoed houdt niet op bijhet verstrekken van kapitaal. Zowel in de acquisitie-,ontwikkelings-, realisatie- als exploitatiefase, kan en wilSFB Vastgoed actief bijdragen aan de optimaliseringvan de kwaliteit van de beleggingen ten behoeve vanzijn opdrachtgevers.SFB Vastgoed beheert het vermogen belegd in vastgoedvan o.a. het Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijver-heid en het Personeelspensioenfonds SFB. De vastgoed-portefeuille heeft een omvang van circa 6 miljard guldenen is belegd in circa 22.000 woningen en 400.000m^ com-mercieel onroerend goed. In 1999 zal SFB Vastgoed tenbehoeve van zijn opdrachtgevers ruim 500 miljoengulden beleggen in zowel woningbouwprojecten alscommercieel onroerend goed.In SFB Vastgoed vindt u een partner die niet alleenkapitaal inbrengt, maar die ook het vermogen heeftom nieuwe ideeen te genereren en gestalte te geven.Gemeenten, corporaties en projectontwikkelaars metconcrete plannen, plannen in voorbereiding of voorrevitalisering van gebieden nodigen wij dan ook gaarneuit voor een informatief gesprek. Dat geldt tevens voorondernemingen die nadenken over hun huisvesting.Amsterdam - Java eiland Rotterdam - Kop van Zuid (Landtong)sfbcjj vastgoedTHUIS IN VASTGOEDSFB Vermogensbeheer BV, afdeling VastgoedPostbus 637 1000 EE Amsterdam La Guardiaweg 4 telefoon (020) 583 91 18 telefax (020) 583 87 33Onderdeel van de sfbcggroepStedebouw & RuimtelijkeOrdening,81 e jaargang, nummer 3,2000UitgeverNIROV, Jaap Moddermodder@nirov.nlt (070) 3 028 430RedactieLuuk BoelensJan BrouwerZef HemelWillem KleynJan KadijkMarice de LangeWouter RehKees de RuiterWil ZonneveldKernredactieLuuk BoelensZef HemelJan Kadijk (eindredacteur)Wil ZonneveidEindredactie enredactiesecretariaatJasmijn StegemanJan KadijkMichiel SmitRenate GoedhartNIROVPostbus 308332500 GV Den HaagBezoekadres: Mr. D. Hudig-huis,Mauritskade 23,2514 HD Den Haagt (070) 3 028 484f (070)3 617 422e nirov@nirov.nlw www.nirov.nlRichtlijnen voor auteursAuteurs van artikelen enboekbesprekingen kunnen op hetredactiesecretariaat 'Richtlijnenvoor auteurs' aanvragen.AdvertentiesWunnink Mediacontactpersoon: Alex PetriKerketuinenweg 182544 CW Den Haagt (070) 309 99 22f (070)309 99 13Lithografie en vormgevingBert van Houten, Jelle de GruyterGrafisch Atelier WageningenDrukVeenman drukkers EdePrijzenNIROV-Ieden ontvangenStedebouw & RuimtelijkeOrdening gratis.NIROV-lidmaatschap vanaf/152,50. Losse nummers /25,-Losse nummers enledenadministratieNIROV, Mw. I. Steenhoff-BoogersAan deze uitgave is de uiterste zorgbesteed; voor onvoUedige/ ortjuisteinformatie aanvaarden auteur(s),redactie en uitgever geen aan-sprakelijkheid. Voor verheteringvan onjuistheden houdt de redactiezich aanbevolen.ISSN-1384-6531Stedebouw &Ruimtelijke OrdeningThema: Cartografie3 Redactioneel: Mapping revisitedLuuk Boelens10 Kaarten in de tijdVoorwaarde voor het maken van kaarten is hetvermogen van de mens om zich een ruimteUjk beeld tevormen van de inrichting van zijn omgeving. Dit artikelgaat in op de gegevens die van belang zijn voor deWesterse traditie van de cartografieGuus Borger17 Kaartbeelden: tussen navigeren en verleidenWelke technieken staan ons ter beschikking bij hetpresenteren van kaarten en hoe kan de nieuwe multi-mediatechniek ons helpen om bestaande cartografischeonvolkomendheden te verhelpen?Paul Benjaminse en Marjan Munnik21 Digital DutchOveral ter wereld wordt digitale informatie opgeslagendie nauwelijks toegankelijk is. En dat terwijl de hongernaar kennis en informatie erg groot is.Robert Broesi, Pieter Jannink en Wouter Veldhuis29 Is de cartograaf de laatste die in cartografie gelooft?Hebben we een kaart van het zichtbare of van hetonvoorspelbare nodig? Deze vragen komen onvermijde-lijk aan de orde in de discussie over cartografie.Essentielere vragen zijn echter of deze verbeeldingen tothet domein van de cartografie horen en liberhauptmogeUjk zijn. Deze vragen raken de kern van decartografie.Lucas Verweij en Gideon Boie34 De verbeelding van het ongewisseNetwerken kennen een logica die voorbij onze klassiekegeografie en 3D-werkelijkheid gaan. De essentie ligt inde impact die dit heeft op de dagelijkse leefomgeving,waarbij de invloed van niet-fyrsieke netwerken eenrelatief onontgonnen terrein is.Florian Boer en Jan JongertSupplementArtikelen43 Next MUlenniumtourIncodeltaHPublicatlesRecensies49 Learning from the Japanese cityZefHemel52 Changing suburbsIvan Nio53 Mediation: een nieuw instrument in het speelveld vanmilieu en ruimtelijke ordeningH.J.A. EbhengMededelingen54 NIROV56 IFHP57 En verder59 Het NetwerkAfbeelding omslagEen kaart geeft een overzicht, maar waarvan?Een kaart kan het beeld van de werkelijkheid bevestigen maar ook totaalop zijn kop zetten. Het is tegelijkertijd een ontwerpinstrument, een maniervan ordenen, een bewering en een communicatiemiddel.Een kaart laat een specifieke reductie en daarmee een bepaalde interpretatievan een complexe situatie zien; iets heel groots en ingewikkelds past op eenpapiertje. Een goede kaart heeft dezelfde aantrekkingskracht als eenmodelautootje, een schaalmodel in de palm van je hand... je hebt er vat op,het is mooi en het is van jou.Twee kaarten van hetzelfde gebied: de kleine hierboven: de 'mentale kaart'van het centrum laat de huidige ruimtelijke fragmentatie zien. De kaart op deomslag maakt de ruimte zichtbaar voor nieuwe ontwikkelingen rondom enin het centrum en opent daarmee de blik op een denkbare nieuwe samenhangdie het centrum verankert in de stad.Els BetBron: Plan van Aanpak voor het Centrum van Helmond. Ruimtelijkeverkenning. Els Bet Stedebouwkundige, Den Haag i.s.m. BVR Utrechtin opdracht van de Gemeente Helmond.nummer 3 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2000De inrichting van ons land is in beweging. Toenemendemobiliteit en nieuwe eisen aan de leefomgevingmaken nieuwe oplossingen noodzakelijic. ARCADISspeelt a! meer dan 100 jaar een belangrijke rol bij deruimtelijke inrichting van Nederland en vele anderelanden. Wij doen dat vanuit de visie dat elk projectdeel is van een groter geheel.Met projecten in meer dan 100 landen en ca. 7000medewerkers behoort ARCADIS tot de grootste advi-serende en uitvoerende ingenieursbureauster wereld.Onze brede expertise en internationale ervaring kop-pelen wij aan een diepgaande kennis van de lokalesituatie. Dat stelt ons in staat om integrale oplossingente bieden voor complexe projecten op het gebied vanmilieu, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en bouw.Het verbeteren van de leefomgeving staat daarbijaltijd voorop. Dat is onze investering in de toekomst.Zie onze adresgegevens achterin het blad of bezoekons op www.arcadis.nl'0^ARCADISPART OF A BIGGER PICTURERELD VAN EO-INFORMATIERuimtelijke informatie vergt kennis van zaken:van geo-data, algoritmen, modellen en ookvan databases en OpenGis. Geodan cotnbi-neert deze kennis om u behulpzaom te zijn.Bij strategische besluitvorming of bij hetvisuoliseren van uw data. Data integrotie ofsysteemontwikkeling. Training of implementatie.Internet of intranet of Wap./ww. qeodo n . n IMapping revisitedOver de heeldende instrumenten van stedebouwers en planologen'Op het laatste architektenkongres te Londen' - zo schreef Hendrik Berlage in 1909 - 'werd de vraag behandeld:Wat kon warden gedaan om de algemene belangstelling voor architektuur te doen rijzen. Dit verlangen werdtoegelicht door de erkenning, dat op kunsttentoonstellingen de bouwkunstzalen leeg blijven- Op die klacht nuwerd door een duits architekt de raad gegeven de bouwkundige ontwerpen zoveel mogelijk doorperspektiviesevoorstelUng toe te lichten, en deze, zoals hij onder andere in de parijse salon zo dikwijls had gezien, zo mootmogelijk uit te voeren. Ik heb gemeend dit advies te moeten bestrijden.' - zo vervolgde Berlage - 'otndat mijnsinziens de bezoekers daardoorjuist op de valse wegzouden warden gebracht. Zij zouden dan de zalen nietbinnengaan om de bouwkunst ah zodanig te bestuderen, maar om bauwkunstige schilderijen te zien.Ontwerptekeningen voor architectuur zijn nu eenmaal middel en geen doel. Om tot een schilderij te wardenapgevoerd, daarvoar is een bouwkundige tekening niet gemaakt; datkan ze ook niet, en dat moet ze oak nietwarden. Dat zou ongeveer hetzelfde zijn, alsofmen hetpubliek zou uitnodigen tat een tentoonstelling vanmuzikale komposities, en trachten van departituur zelfeen maaie tekening te maken. Neen! Wanneer hetpubliekarchitektoniese tekeningen niet begrijpt, ofvervelend vindt-dan blijve het kalm weg!'Luuk BoelensRedacteurS&ROWelk een hovaardij, zo zouden wij nu zeggen. Hier lijktsprake van een zuivere aanbodeconomie, in plaats van de nuoveral om zich been grijpende vraageconomie. Niettemin,als we wat dieper doorgraven, dan blijkt dat de soep ookhonderd jaar geleden toch niet zo heet werd gegeten, als zewerd opgediend. Nog steeds kunnen we likkebaarden bij deprachtige bouwtekeningen, plattegronden en perspectievenvan Berlage en zijn tijdgenoten. Nog steeds is uit allesmerkbaar dat aan die tekeningen een uiterste zorg enwaakzaamheid werd besteed, ondanks dat Berlage cum suiserkenden zich steeds meer te moeten beperken tot dehoofdzaken. 'Time is immers money', zo schreef Berlageelders: 'Die geeischte snelheid weer zooveel kwartpercentenvermindering op de bouwsom kunnende veroorzaken,maakt een kalm overdenken en een kalm probeeren (ookmet allerhande representatietechnieken, red.) onmogelijk.^In die zin zien we rondom de laatste eeuwwisseling van hetafgelopen millennium belangrijke veranderingen in debouwkundige teken- en presentatietechniek ontstaan. WaarBerlage zijn plattegronden en aanzichten van bijvoorbeeldhetWoonhuis Pijzel te Amsterdam (1892) of het Volkshuiste Lochem (1892) nog lardeerde met prachtige cartouches,zo is daarvan in zijn latere bouwtekeningen nog nauwelijkssprake. Daar waar zijn plan voor de uitbreiding van DenHaag (1907/1908) nog een prachtige, maar bewerkelijkekleurenlitho is, met enkele stedebouwkundige enkaarttechnische nieuwtjes, daar steekt de lichtdruk van zijnontwerp voor het Hofplein te Rotterdam (1921) magertjesbij afDit neemt echter niet weg dat in deze tijd ook anderepresentatietechnieken ontstaan. Beantwoordend aan deschaalvergroting van de bouwkunstige opgave, introduceertBerlage voor zijn uitbreidingsplan van Amsterdam-Zuid in1916/1917 prachtige vogelvluchtperspectieven vanhoutskool en kleurpotlood op transparent papier. Voortsnummer 3 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening20oo 3H.P. Berlage, Woonhuis Pijzel, 1892Uit: Manfred Bock e.a.: Anfange einer neuen Architektur, p. 141, Staatsuitgeverij, Den Haag, 1983M:(Boven) H.P. Berlage, Plan Hofpleinte Rotterdam 1926, lichtdrukVit: A.L.L.M. Asselbergs, Berlage1856-1934, p. 69, Berlage Stichting.DenHaag, 1975(Rechts) H.P. Berlage, Plan Hofpleinte Rotterdam 1926, maquetteUit: Asselbergs Ibid. p. 66, 1975wordt zijn plan voor het Hofplein ondersteund door eengedetailleerde maquette. Want slechts op die wijze konBerlage laten zien hoe zijn 'ideele combinatie van historischepleinvormen, met die van het moderne verkeersplein' totstand kon komen. Beide technieken (vogelvlucht enmaquette) zuUen door anderen van de Moderne Bewegingnog regelmatig herhaald worden. Bovendien ontstondenhier de techniek van fotomontages, de toneelopvoering enuiteindelijk ook de blokkendoos, gebaseerd op destandaardeenheden, die door de modernen met eenlaboratoriumachtige precisie tot ontwikkeling warengebracht. Kortom er ontstond een enorme verscheidenheidaan (re)presentatietechnieken, die ongekende mogelijk-heden leek te bieden en in de jaren '50 en '60 ook regelmatigdoor elkaar been en gelijktijdig werd gebruikt.BalansTegen deze achtergrond, achtte de redactie van Stedebouw &Ruimtelijke Ordening aan het eind van het vorig millen-nium dan ook de tijd aangebroken de balans op te maken.Want beelden en kaarten zeggen vaak immers meer danwoorden. En hoe is het nu eigenlijk gesteld met het belang-rijkste stedebouwkundig en planologisch instrumentarium;te weten de Plankaart? Daarbij komt, dat na een voorzich-tige start, het afgelopen decennium, tal van nieuwerepresentatietechnieken op ons af zijn gekomen, diewederom nieuwe en ongekende mogelijkheden lijken tebieden: Geografische Informatie Systemen, GPS-technieken(Global Satellite Positioning) en Remote sensing, computer-animaties, multimediatechnieken en zelfs Cybergnosis enTime machines? De vraag was hoe ver deze technieken nueigenlijk al in de stedebouwpraktijk zijn doorgedrongen,dan wel waarom men eventueel voor andere technieken zoukiezen, juist ook om wellicht dit of dat effect bij detoeschouwer of (potentiele) opdrachtgever te bereiken.De balans opmakend na zes kaartbeelden in zes prominentenummers van Stedebouw & Ruimtelijke Ordening, kangeconstateerd worden dat de stedebouw en planologie nogsterk doordrongen lijken te zijn van de traditioneletekentechniek. Slechts een van de zes (Infrabodies) maaktgebruik van de computertechniek. Het blijft echter bijanimaties, is nauwelijks multimediaal, niet interactief enook nauwelijks klantvriendelijk. Zelfs op een geavanceerdecomputer duurt het erg lang om de bijgeleverde CD-Romaan de praat te krijgen.De overige vijf bijdragen blijven - wellicht verstandig en wijsgeworden - dan ook bij potloden, hier en daar een stift, veelfotomontages en toch het min of meer 'gewone' vlekken- ofinrichtingsplan, met zo nu en dan een met Photoshopgemonteerd perspectief in een bestaande foto. Hiermanifesteert zich echter wel een steeds grotere verscheiden-4 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2000 nummerBheid, hoewel we naar het waarom nog vaak moeten gissen.Geen van de bijdragen legitimeert immers omstandigwaarom hij/zij nu juist voor deze en geen andere represen-tatietechniek gekozen heeft. De gebruikte kaarttechniek zelfblijft daardoor ondoorzichtig en hoogst esoterisch. Vaakherken je ook persoonlijke stijlen, waardoor de keuze van destedebouwer of het bureau bijna een garantie wordt voordeze of gene kaart.Op zich is hier natuurlijk niets mis mee, ware het niet dat deinterrelatie tussen vorm en inhoud zo onbeargumenteerd enonbesproken bhjft en daarmee nauwehjks voer is voorverdere vakmatige ontwikkeUng of kaartendiscours. Vooreen zo belangrijk instrument als een plankaart is dat op zijnminst betreurenswaardig. Want het vormt immers een vande belangrijkste overtuigingsmiddelen van ons vakgebied.En onlangs nog hoorde ik een niet de eerste de bestearchitect studenten doceren, dat we op dit moment wellichtnog het beste te werk konden gaan als Eboman: neem eenpaar architectonische samples, plak deze in een bepaalderitme aan elkaar, verzin een kop en een start; zie hier uwontwerp is klaar (en je hebt ook nog het idee zelf een planverzonnen te hebben, zo voegde hij er fijntjes aan toe).''De verbeelding van het onzichtbare en ongewisseDit kan toch niet alles zijn? In deze tijd waar de informatica-revolutie en de trend naar massa-individualisering zo sterkom zich been grijpt, waar traditionele ruimtelijke regisseursregieloos worden en nieuwe tijdelijke, strategische verban-den deelvraagstukken over gaan nemen, waar er zoveelnieuwe technische mogelijkheden ontstaan om voordienonvoorstelbare zaken voorstelbaar te maken, moet er toch -hoe rudimentair ook - een kiem van een nieuw kaartenbesefbestaan; een die radicaal breekt met alle bestaandekaartentechnieken; niet omdat het oude zo slecht is, maaromdat maatschappelijke vernieuwing nu eenmaal ook en opzijn minst een reactie vereist.Vandaar dat de redactie aan drie jonge stedebouwkundigebureaus gevraagd heeft zich even te ontrekken aan debeslommeringen van alledag en een poging te wagen hundenkbeelden over 'het stedebouwkundig kaarten maken',hier en nu, op papier te zetten. Is het in deze tijd vandigitalisering en individualisering nog wel mogelijk en zo ja,in elke richting zou het dan moeten gaan? De balans die hierwordt gegeven, krijgt dan ook een belangwekkend vervolg,wellicht nog ongewis, onzichtbaar en digitaal, maar in iedergeval wel het overdenken waard.M. de Hoog, Dubbelstad.Uit: Stedebouw en RuimtelijkeOrdening 6, 1999, p. 48, NIROV,Den Haag.nummer 3 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2000 5/?'N. iy>S l-\ VA /lIDlJiiMV (UH.P. Berlage, Amsterdam Zuidgezien van boven de Zuiderbrug,Vogelvluchtperspectief. Houtskoolen potlood op transparant.Uit: MaristeUa Casdato, Architectuuren Volkshuisvesting 1870-1940, p.54,SUN, Nijmegen, 1980De drie bijdragen worden voorafgegaan door een historischoverzicht van Guus Borger en een Technisch Intermezzo vanPaul Benjaminse en Marjan Munnik.Borger maakt daarbij een snelle vogelvlucht over dekaartennieuwtjes vanaf ongeveer de vierde eeuw voorChristus tot aan het begin van de afgelopen eeuw. Zijnconclusie is dat daarbij de afgelopen twee eeuwen niet veelecht technisch nieuws te melden lijkt te zijn. Mogelijk dat detechnologische vernieuwingen van computer en satellietendaarin nu enige vernieuwing brengen, maar kaarten zuUenblijven, ware het alleen al om hun rol bij conflictbeslechtingbij het kadaster of bij een verkeersongeluk.Benjaminse en Munnik zien hier evenwel een sterkereontwikkeling. Mede gedreven door een aantal structureleknelpunten dat vaak bij traditionele kaarten naar vorenkomt, geven zij een aantal kaarttechnische redenen om meermet multimedia te doen. Het is immers in staat een grotevarieteit aan allerhande informatie, thema's en schaal-niveaus in een opslag te tonen en daarbij tegelijk zowelexpliciete als impliciete doelstellingen duidelijk te maken.Niettemin - zo benadrukken zij - moet het naast en niet inde plaats van de oude communicatiemiddelen komen; juistook omdat multimedia zo vluchtig is.De drie gevraagde stedebouwkundige bureau's gaan in hundenkbeelden echter veel verder.Voor MUST bijvoorbeeld is het gebruik van multimedia-technieken zelf nog onvoldoende. Zij zoeken radicaal naarde mogelijkheid om in plaats van een statische cartografie tekomen tot een dynamische cartografie. De ontwikkelingengaan immers zo snel, dat een plankaart alweer achterhaaldis, voordat het wordt gepubliceerd, c.q. zelfs geen gelijke paskan houden met de besluiten die genomen worden. DeNieuwe Kaart van Nederland toonde dit expliciet aan, zostelt MUST: de bestuurlijke werkelijkheid sloot niet aan bijhet wensbeeld. Waar het tot voor kort onmogelijk was omgelijke tred te houden, bieden Remote sensing en de Landsatsatellieten echter uitkomst. De enorme databestandenopgevangen door tal van satellieten, die elke 24 uur de totaleaardkorst afscannen bieden de mogelijkheid up-to-date teblijven c.q. de voortdurende momentopnamen van proces-sen te maken, deze te interpreteren, analyseren, toetsen enter beschikking te stellen aan derden. VROM zou een Plan-bureau voor de Ruimtelijke Ordening met een dergelijkeinzet moeten starten; in de volksmond geheten DigitalDutch.Die satellieten vormen ook voor Bureau Schie de inzet. Hiergaat het er echter om de illusie van objectiviteit van kaartenkracht bij te zetten. Onder andere Mercators projectie wordtals een dergelijke illusie neergezet. Het is niet meer dan6 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2000 nummer3slechts een van de vele mogelijke projecties van de wereld.Cartografie vertelt derhalve altijd een eigen verhaal, aldusSchie. Ze is een subjectieve lezing en neerslag van die lezing.En strikt genomen zou iedereen dus zijn eigen kaart moetenhebben; zelfs voor elke gebeurtenis een. Maar hoe kan daten hoe is een en ander te combineren. Hier biedt de GPS-techniek uitkomst. De GPS - hoewel wel nodig aangepast aande derde dimensie - zou iedereen zijn eigen centrum gevenen zijn eigen projectie op de wereld. Bovendien is hijdynamisch en verandert hij bij de zich wijzigende positievan de waarnemer. We moeten meer met de sateUieten enmeer met de subjectieve waarneming doen; zo hjkt ook hierde boodschap.Bureau -Scape tenslotte, neemt beide elementen (zowel hetpleidooi van de dynamiek van Must, als het pleidooi vanindividualisme van Bureau Schie) tot uitgangspunt. -Scapegaat ervan uit dat kaarten van de digitale wereld wellichtnog te ver gegrepen zijn. Daarvoor zijn we nog nauwelijksgeequipeerd. Eerst zullen we nog een inhaalslag moetenmaken en nog moeten doordringen in de kaarten van deindustriele wereld. Het vertrekt van het min of meersimpele en al eerder gerepresenteerd gegeven dat niet zozeerafstand, maar eerder reistijd de bepaiende factor voornabijheid of bereikbaarheid geworden is. Dit levert ver-vorming van geografische kaarten op. Tot nu toe is ditechter alleen nog maar geprobeerd voor een, enkelemodaliteit. Als we het echter toepassen op alle modaliteitenen deze reistijden ook nog afhankelijk maken van dyna-mische informatie als filevorming, vertragingen en opstop-pingen, dan levert dat een dusdanige vervorming van dekaart op, dat deze als het ware een 'interieur' wordt, aldus -Scape; met andere woorden een fenomeen dat van onszelf is,op onze eigen specifieke situatie is aangepast en waar iedervoor zich op een eigen wijze doorheen beweegt.TussenstandDynamiseren en individualiseren lijkt dus de algemeneboodschap. Niettemin is een stedebouwkundige plankaart,zoals eigenlijk ook Berlage al benadrukte, op zijn minst nietuitsluitend doel, maar ook nog middel; middel om eenbepaaide ontwikkeling te conditioneren of stimuleren,middel om het ergens over eens te worden, middel om zoalsBorger dat noemt ons behulpzaam te zijn bij conflict-bestrijding, etc. Voor de stedebouw en planologie kan dekaart niet exclusief zelf de boodschap zijn, het verwijst ookaltijd naar iets dat daarbuiten ligt; met andere woorden, omMc Luhan te parafraseren, zeker voor de stedebouw enplanologie 'Is the Medium not (only) the Message'. Begrijpmij goed, ik zeg niet dat het hoogst nodig is om via carto-Frank Lloyd Wright, Ontwerp voorBroadacre City 1935, maquette.Uit: Pfeiffer, Bruce Brooks, FrankLloyd Wright - Collected Writingsvolume 4, p. 55 ofp. 62-63, Rizzoli,New York, 1994nummer 3 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2000 7Maquettedoos van de DienstStadsontwikkeling Rotterdam (vierafbeeldingen), p.175Uit: Umberti Barbieri, Architectuuren Planning, Uitgeverij 010,Rotterdam, 1983grafische experimenten, de actuele computer, multimedia engsm-teclinieken van binnenuit beter te onderzoeken, juistook omdat deze technieken, juist omdat deze media ookzoveel invloed hebben op de perceptie en interpretatie vanonze omgeving. Net zoals de zeevaarders in de 15"^ eeuw,hebben ook wij weer nieuwe kaarten van deze (fysieke envirtuele) wereld nodig om tot nieuwe ontdekkingen eninzicliten te komen. Het is zelfs voorwaarde voor al onshandelen. Maar de vraag is eerder of dat de ultieme taak vanstedebouwkundigen en planologen is. De taak voor stede-bouwkundige en planologen is eerder het doen vangeengageerde voorstellen voor de ruimte (fysiek of virtueel)op basis van een ver en diep zicht op tijd.' Het stedebouw-kundig kaarten maken heeft uiteindelijk altijd dan ook dieconnotatie.Maar - en daarmee stel ik weer de enorme waarde van dehiernavolgende kaartexperimenten voor ons vak voorop -dat begrip van tijd is niet alleen gericht op toekomst-voorspelling, maar ook op het heden en verleden en deprecieze relaties daartussen. Hier kan het niet alleen meergaan om een chronologische sequens van observatie,analyse, voorspelling, sturing en toetsing, zoals MUST dat inhun bijdrage benadrukt. Hun Digital Dutch is, zoals ze zelfook zeggen, slechts een eerste aanzet; het moet verder envooral ook dieper! Juist het begrip Timeless time van ManuelCastells maakt dat duidelijk. Timeless time is immers nietalleen de situatie waarbij een activiteit of gebeurtenis wordtsamengedrukt tot een onmiddellijke gebeurtenis of activiteit(zoals bij instant wars oi split-secondfinancial transactions).Dat maakt dat kaarten altijd te laat komen. Maar het worldwide web en de computertechnologie introduceren ookrandom discontinuiteit in de sequens. We kunnenverschillende activiteiten inmiddels in willekeurige volgordedoen, als het maar op de juiste manier wordt opgeslagen enlater weer op de juiste manier wordt samengesteld. Preciesdat ondermijnt een logisch begrip van verleden-heden-toekomst en daarmee ook een procedureel of procesmatigplanningbegrip. Alleen just-in-time doet er hier nog toe.Zijn wij aldus steeds meer lost in time'*. Er is echter eenbelangrijk houvast. Want net zoals de architectuur gedoemdis uiteindelijk te werken met beton en mortel', zuUen ook destedebouw en planologie op het juiste moment en op dejuist ^\zals, floating en uiterst veranderlijke wensbeelden,oogmerken en idealen, moeten laten stoUen in een plankaarten/of plancontract. En hierover zullen het in ieder geval debetrokken actoren, in al dan niet tijdelijke strategischeallianties, voor het moment en in die situatie eens moetenzijn. Die plankaart of databank zal er ook na jaren nog eensbijgehaald of opgeroepen moeten kunnen worden om tecontroleren of iedereen zich wel aan zijn afspraken8 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2000 nummer3gehouden heeft, c.q. of de actualiteit aanleiding geeft totbijstelling. Want naast een timeless time^ bestaat er immersook nog steeds een glacial (biologische) en clock time. ^ Enaldus is daarvoor wellicht inderdaad een combinatie tussentraditionele en multimediatechnieken (zoals Benjaminse enMunnik beweren) het meest geschikt. Maar die techniekenkunnen dan niet blijven steken in de representatie zelf, maarzullen naar inzicht en vorm moeten doordrukken in de zinzoals -Scape en SchiCy dat bedoelen. De trilogie inzicht, vormen effect (al dan niet f)^siek of virtueel) krijgt daarmee danin 'het stedebouwkundig kaarten maken' een nieuwe beteke-nis. Wanneer we die instrumentele inzet, tot onderwerp vaninzet en studie maken, zullen we nog een aantal prachtige eninzichtverschaffende nieuwe kaarten tegemoet kunnen zien.Noten1) Berlage, H.P.(1910), Kunst en Maatschappij; uit Studies over BouwkunstStijl en Samenleving; Brusse, Rotterdam, (eerder gepubliceerd in: DeBeweging, nr. 5 1909)2) Berlage, H.P. (1984), Bouwkunst en impressionisme; in: Architectura,nr. 23) Vgl. in dit verband bijvoorbeeld ook het materiaal dat het Berlijnsebureau ART +COM maakt, vooral onder supervisie van prof. J. Sauter4) Sampling madness 1: Donuts with Buddah, vergelijk en hoor degelijknamig cd5) Vgl. o.a. ook Boelens, L. (1990), Stedebouw en planologie - en onvoltooidproject, dup. Delft of Boelens, L. (1991), De planologie en het tijd-ruimtevraagstuk; in Archis 10-916) Vgl. In dit verband ook de Blue Line Text van Peter Eisenman (1989), o.a.gepubliceerd in: Architectuur en Verbeelding, wvc, Den Haag7) Vgl. Castells, M. (1997), The Power of identity; deel II van TheInformation Age; Economy, Society and Culture; Biackwell Publishers,Oxford; pp. 125-128(Links) SimCityUit: Guiliano Zampi e.a.. VirtualArchitecture, p. 147, London, 1995(Boven) Ivan Sutherland,ontwikkelaar van 'Virtual Reality',demonstreert een vroege voorlopervan de VR-helm.Uit: Guiliano Zampi e.a., VirtualArchitecture, p. 20, London, 1995LiteratuurMaas, W. (1999), Ontwerp Brabant, uit: Stedebouw en Ruimtelijke Ordening2 p. 25, NIROV, Den HaagBergen, Doepel en Lofvers (1999), Infra Ecologie; Grondstof, uit: Stedebouwen Ruimtelijke Ordening 3, p.33, NIROV, Den HaagKuilenburg, Veeger, Hoogerwerf (1999), Infrabodies Turbine Schieplein, uit:Stedebouw en Ruimtelijke Ordening 4, p. 33, NiROV, Den HaagSchie (1999), Vrij Nederland, fotomontages, uit: Stedebouw en RuimtelijkeOrdening 5, p. 36, Nirov, Den HaagHoftijze, van Tilborg, Zuidema (2000), Ontwikkelingsvisie Meppel 2030, uit:Stedebouw en Ruimtelijke Ordening 1, p.55, NIROV, Den HaagColombo en de Kort, Kapstok, uit: Stedebouw en Ruimtelijke Ordening 2, p.36, NIROV, Den Haagnummer 3 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2000 9Kaarten in de tijdSchetsen uit de geschiedenis van de cartografieVoorwaarde voor het maken van een kaart is het vermogen van de mens om zich een ruimtelijk beeldte vormen van de inrichting van zijn omgeving. Dat vermogen is algemeen menselijk. Het maken vankaarten is dan ook niet voorbehouden aan de cultuur van Europa of de Westerse wetenschap. Zelfs'primitieve' volkeren als Eskimo's, Indianen en de oude bewoners van de Stille Zuidzee maaktenkaarten van hun omgeving. Gemakshalve beperken we ons hier tot de gegevens die van belang zijnvoor de Westerse traditie van de cartografie. De verworvenheden op dit gebied van de oudeBabyloniers, Egyptenaren en Chinezen zullen we hier daarom buiten beschouwing laten.Guus |. BorgerHoogleraar Historische Geografie,UvA AmsterdamIn de Westerse traditie hebben de oudst bewaardeaanwijzingen voor het malcen van Icaarten betrekl
Reacties