stedebouw en volkshuisvestingUkgave van hetNederlands Instituut voorVolkshuisvesting en Stedebouw^^TM1 ^^^^1^^^^^^^^^K In dit nitmmeiHet sociale onderzoek van de woning ^^^1Onderzoek galerijboHW Tuinstad Geuzenveld ^^^BStedebouw ?^^m^^^m^aKK^^^^^^mi ^^1Officiele Mededelingen W^^^^K^BB^^^^^^^k ^^HH ^an i^^^^^^m^^^^^^^^^B^^^^^^KM ^HCi L L L N tochtstripned. octroolnaam wett. gedep.vastgestelde verkoopprijs ( 1.10 p.m.levering via de ijzerhandelleverbare lengten van 1 m. t/m 2V2 m.goedgekeurd door de ned. ver. v. huisvrouwenIndustr.- en Handelsonderneming ,,ELTON" N.V.Postbus 36 - Wassenaar - Telefoon 0 1751-3077A ^ ^ ^ ^W yOORALLEHOUTWERKTENCOLINEUMde beterekleurcarbollneumIN BLIKKEN BUSSEN /ALMA'de ideale vloerbedekkingvoor uw salon, huiskamer, kantoor en slaapkamermodern, duurzaam, gemakkelijk te onderhoudenen tevens goedkoop!!!Prijzen vanaf / 11,-- per m*Wonderhout z.g.n. Vloerenboard / 7,75 per m*Leggen inbegrepen. Vraagt gratis prospectus.Toonkamer: Haven 16 - BredaTELEFOON 37160ALPHAMUURVERVEN50 Jaarervaring ....en ervaring is niet tevervangeniirnALPHAis onbetwist de meest geschiktemuurverl voor binnenv/erk enwordt zeer gunstig beoordeelddoor het verfinstituut T.N.O. teDelft.WasbaarOnverzeepbaarZuurbestendigVERFFABRIEK ALPHAv/h Gebr. Klaverweiden N.V. Alphen a.d. RijnTelefoon K 1720-2192Houtbouw Fa. Gebr. TimmerGIESSENDAM Telefoon no. 62 Ned. HardinxveldUw adres voor:Directieketen, Volksketen, Cementloodsen, Barakken, enz.Makelaarskantoor A.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Telefoon 3509belast zich gaarne metKOOP, VERKOOP, TAXATIES en BEHEERvan ONROERENDE GOEDERENHypotheekbemiddeling en alle verzekeringenVoor GLASN.V. DORDTSCHE GLASHANDELKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALENS& VUitgave van hetNederlands Instituut voorVolkshuisvesting- en Stedebouwmaart 19S839e jaargang no 3MaandbladRedactieMevrouw Prof. C. W. Willinge Prins-VisserMe]. R. HartstraIr. B. FokkingaMr. C. A. van GorcumH. ]. A. Havens GreveProf. Mr. A. KleijnDrs. R. KokIr. P. K. van MeursDr. S. O. van PoeljeMr. Ir. M. M. van PraagW. ScheerensIr. W. van TijenDrs. H. v.d. WeijdeIr. W. WissingAdres voor Redactie en Abonnementen:Lange Voorhout 19, 's GravenhageTelefoon 184225Advertenties:Keizersgracht 188, Amsterdam-CPostgiro nummer 113028Telefoon 49128Dit nummerDe aandacht van de lezer wordt in dit nummer vooral gericht op het sociale onderzoekvan de woning. Dat dergelijk onderzoek nodig is voor liet voeren van een verantwoordbeleid, stond de oudste woninghervormers al voor ogen. Kent gij de feiten? is de klassiekgeworden vraag van Tellegen. Maar de oude onderzoekingen waren overwegend technisch-- voorbereiding van woningverbetering en onbewoonbaarverklaring -- of statistisch. Eerstin de laatste jaren ondergaat het onderzoek de verrijkende invloed van het modernesociologische denken.Het artikel van de Heer Visman -- tekst van een door hem op de z.g. dag van de onder-zoeker in juni 1957 gehouden lezing -- geeft een beeld van hetgeen dergelijk onderzoek voorde praktijk van de volkshuisvesting kan betekenen.Het tweede artikel, van Mej. Kloosterhuis, bevat een kort verslag van een concreetonderzoek.33Oude stemmen over het woningonderzoek. . . voor een consequent en stelselmatig optreden op het gehied van het woningvraagstukis een regelmatig bijgehouden statistisch onderzoek zeer gewenscht.Het vraagstuk der Volkshuisvesting, Nutsrapport 189bEen volledig onderzoek wordt thans hijna algemeen als het eerst nodige aangemerkt en denieuw ingestelde Gezondheidscommissien, hier en daar ook de gemeenten, alsdan inmedewerking met die Commissien, zetten zich met ijver aan het werk.Rapport van ]. H. Faber en W. de Man voor het Internationaal Woningcongres Luik, 190iInhoudHet sociale onderzoek van de waningHet sociale onderzoek van de woning,Drs. J. J. VismanOnderzoek galerybouw in tuinstad Geu-zenveld. MeJ. C. A. KloosterhuisStedehouwBoekbesprekingBuitenlandOverzicht van Tijdschriften3540444546VolkshuisvestingBinnenland 48Buitenland 50Overzicht van Tijdschriften 51Officiele MededelingenNederlands Instituut 52Rijksdienst voor het Nationale Plan 52Bond van Nederl. Stedebouwkundigen 52Summary 52Abonnementsprijs f 16.--. Losse nummers f 2.--.De leden van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw (lidmaatschapvoor physieke leden f 15.--) en de leden van de Nationale Woningraad ontvangen het bladkosteloos.34Sociale onderzock waningHet sociale onderzoek van de woning Drs ]. ]. VismanHet sociale onderzoek van de woning omvattalloze facetten. Deze facetten zijn veelalvan uiteenlopende aard en dit heeft het indit stadium van het onderzoek nog nietmogelijk gemaakt een indeling volgens diversegezinstypen te maken, zodanig, dat deze in-deling practisch nut voor onze woningbouwkan hebben. Wil een indeling volgens gezins-typen nl. practisch nut hebben, dan dienenin deze indeling de ruimtelijke consequentiestot uitdrukking te komen, verbonden aan dete onderscheiden gezinstypen. Gezinssociolo-gische studies zijn ongetwijfeld waardevolvoor de onderzoeker, die op het gebied vande huisvesting werkzaam is, maar ze gevenhem geen inzicht, welke architectonische enruimtelijke consequenties aan de onderscheidengezinstypen verbonden zijn. Bovendien heefteen dergelijke indeling een statisch karakter,terwijl het hulsvestingsbeleid rekening dientte houden met de dynamiek, welke nu een-maal inhaerent is aan elke ontwikkeling.Ik zou het huidige stadium waarin het socialeonderzoek van de woning verkeert, dan ooknog een verkenningsstadium willen noemen.Bij de uitkomsten van de onderzoekingen ligthet accent nog op het inventariseren vanbepaalde verschijnselen en van het al danniet constatcren van interdependenties tussenbepaalde verschijnselen.Toch is gebleken, dat de resultaten van hetsociale onderzoek reeds in dit stadium vanpractisch nut zijn geweest bij het hulsvestings-beleid. De waarde van deze onderzoekingenheeft over het algemeen een repressief karak-ter: de sociale onderzoeker registreert opiniesop grond van zijn steekproefsgewijs vastge-stelde interviews met de bewoners van de teonderzoeken woningen, d.z. meestal na-oor-logse woningwetwoningen. Hij tracht hier-uit conclusies te trekken.Bij de hlstorische ontwikkeling der functiesder woning kan als belangrijke algemenetendens worden geconstateerd: een inkrimpingvan het aantal functies van de woning. Vande diverse aspecten van het menselijk levenis de inhoud van slechts weinig begrippenzozeer ingekrompen als het begrip ,,woning".Dit begrip omvatte oorspronkelijk een veel-heid van diverse levensuitingen, welke nauwverband hidden met het begrip arbeid. Thanszijn de woningen levensarmer geworden. Hier-toe heeft de ontwikeling van de arbeldsver-houdingen belangrijk bijgedragen. Werken enwonen zijn begrippen geworden, welke terri-toriaal gescheiden zijn. In de grote stedenbedraagt de overbruggingsafstand veelal eenuur of nog meer. Gingen eerst de man ende zoons buiten de woning werken, latervolgden vele moeders en volwassen dochters.Vele woningen staan derhalve overdag uren-lang leeg. Onze nieuwe woonwijken zijnoverdag vooral woongebieden van moedersen jonge kinderen, het zijn voor de mannenveelal nog gebieden waar geslapen wordt enwaar enkele vrije uren van de werkdag wordendoorgebracht. Deze eenzijdigheid alsmede hetgemis aan economisch en maatschappelijkleven in de moderne geplande woonwijkenheeft bijv. teweeggebracht dat zeer veel beel-dende kunstenaars beslist negatief staan tegen-over het wonen en werken in een nieuwewoonwijk. Zij missen hier niet alleen desterke verscheidenheid welke zij in het oudephysical environment wel aantreffen, het ge-mis dus aan de gevarieerdheid van de bouw-stijl welke elke woning in het oude woonmilieubezit, zij missen ook de gevarieerdheid aanmenstypen, waaraan zij veelal een grote be-hoefte blijken te hebben. De architectonischeen menselijke uniformiteit van de nieuwewoonwijk stoot hen af.Opvallend is dat het functlonele verschralings-proces van de woning zich onafhankelijk vande wil van het individu heeft voltrokken.Dit proces wordt gemarkeerd door tweebelangrijke verschijnselen nl.1. de verplaatsing van huishoudelijke werk-zaamheden buiten de woning. Door dezearbeidsverplaatsing werd de behoefte aanruimte kleiner.2. de rationalisering van het huishouden,welke door de huisvrouw over het alge-meen met vreugde werd begroet. Ditproces wordt door de mannen bevorderdomdat zij reeds eerder aan meer rationelearbeidsmethoden gewend waren geraakt.Ook dit proces tendeert naar een ruimte-lijke beperking.De meest begeerde woning wordt die welkeweinig tijd en moeite vergt en een maximumaan gemak verschaft.De woonmachine, met de nadruk op hetwoord ,,machine" vormt het eindpunt vandeze ontwikkeling. Sommigen gaan zelfs zoverte concluderen dat het logisch einde vanbeide processen is: het tenietgaan van deindividuele woning door overgang op ge-meenschappelijke ruimten en gemeenschappe-lijke verzorging. Weliswaar zijn we zoverdat grote aantallen woningen achter uniformegevels verdwijnen, maar de bewoner blijft demogelijkheid behouden zijn individuele keuzein de inrichting van zijn vertrekken te doen.De isolerende functie van de woning valtmoeilijk te verwezenlijken; alles uit zijn woon-omgeving wijst erop dat hij slechts als on-derdeel van een grote veelheid leeft. Dit kantot psychische spanningen leiden welke wel-eens flatneurose worden genoemd en waarbijals meest hinderlijk element optreedt: hetgeluid door anderen voortgebracht, dat menongewild moet delen. Querido typeert hetduidelijk als hij opmerkt: De donderendvoorbij rijdende trein is minder hinderlijk dande krakende voetstappen van de bovenbuur.Het tweede is een veel directere inbreuk ophet streven naar individuatie dan het eerste.Ik geloof dat de conclusie van het tenietgaan van de individuele woning te ver gaat,maar het gevaar is niet denkbeeldig dat deontwikkeling tot de zuivere woonmachineaanleiding geeft tot een bedenkelijke uithollingisSociale ondcrzoek waningvan het begrip ,,woning". U zult zich mis-schien afvragen waarom hier de negatievewaardering ,,bedenkelijke ulthoUing" van hetbegrip ,,woning" wordt gebezigd.Omdat we, gezien de huidige sociaal-econo-mische verhoudingen, bij onze volkswoning-bouw veelal voor een dilemma worden ge-plaatst: meer ruimte toepassen of in sterkermate toepassen van machines en materialen,die zware werkzaamheden of sleurabeidbinnen de woning voor de huisvrouw tot eenminimum beperken. Beiden kosten geld enhebben dus een huurverhogende tendens.Indien het uit gezinsbudgetaire overwegingenniet mogelijk is tegelijkertijd beide principesin onze volksvironingbouw te realiseren, danrijst de vraag: Waaraan dienen we de voor-kcur te geven? M.i. dient bij het hier gesteldedilemma de factor ruimte in eerste instantiein de beschouwing te worden betrokken.En waarom?De kleine technische wonderwoning met bijv.centrale vcrwarming, volautomatische was-machine, met een afwerking welke het reini-gen van de woning minder veelvuldig enminder tijdrovend maakt, bezit geen intrin-sieke zedelijke waarde. De kleine technischewonderwoning ontslaat de mens van talrijkezedelijke verplichtingen: de kamers zijn teklein om zieken te verzorgen, men kan erniet in feesten omdat er geen plaats is voorgrote visite, men sterft er niet en men wordter niet in geboren. De voedingsbodem vooregoi'sme wordt erdoor vergroot, aldus con-cludeert Margaretha Rudorff in haar artikel:,,Die Schriimpfung des Begriffes Wohnung".(Soziale Welt 1955. Heft 1.)Er is in ons leven onder de huidige arbeids-verhoudingen slechts een dag dat de woningnog een zeker rytme van leven heeft datuit het eigen wezen van de gezinsactiviteitenvoortvloeit, nl. 's zondags. De overige dagenis het leven binnen de woning onderhevigaan een tijdschema dat door het leven buitende woning wordt opgelegd: begin en eindevan werk- en schooltijden, de nieuwsberichten,de aanvangsuren van de vermakelijkheids-industrie. Kortom, het is een net van tijd-lijnen, waarmee het leven binnen de woninggeconfronteerd wordt. De woning is geentehuis meer, maar een dienares.Hiertegenover staat de tendens tot verkortingvan de werkdag als gevolg van het voort-gaande automatiseringsproces van het econo-mische leven. Dit houdt de mogelijkheid indat het rytme van eigen leven, van activi-teiten binnen de woning groter wordt. Acti-viteiten dus, uit eigen wezen van gezin envan individu voortvloeiend. Het tijdlijnennetbinnen de woning zou dus dientengevolge insterker mate door persoonlijke keuze kunnenworden vastgesteld. Is men nu woonachtig ineen kleine technische wonderwoning, dan zalde trek naar buiten gedurende de vrije urenbevorderd worden. Bij de bepaling van eenstandpunt in het genoemde dilemma: ruimtetegenover kleine, maar technische wonder-woning, geldt als centrale vraagstelling: Watwil ik in mijn woning bereiken, wat wil ikervan maken? De beantwoording van dezevraag ligt op paedagogisch, psychologisch ensociologisch terrein van het beleid.Paedagogisch gezien kan de huisvrouw enmoeder, die in de woonmachine woont de tijden de moeite, die de technische voorzieningenhaar besparen, aan de opleiding en de op-voeding van haar kinderen en van zichzelfwijden. Hiervoor is echter ook ruimte nodig.Speelruimte voor het kind, immers, het kindheeft een hoekje nodig dat helemaal vanhem is, waar hij zijn speelgoed kan latenstaan zo hij dit wenst. Het niet opruimenvan een bouwsel moet voor de kleuter mo-gelijk zijn. Naast alle andere conflicten, voort-komend uit het te klein behuisd zijn, blijktde kleine ruimte in het bizonder uit gecon-stateerde stoornissen van het kind.Zo merkt mevrouw Freyling-Schreuder hier-over in haar proefschrift ,,Preventie vanneurotische gezinsrelaties" op, dat de over-activiteit van de kleuters sterk geprikkeldwordt als er onvoldoende bewegingsvrijheid is.Het steeds weer moeten verbieden stoort derustige moeder-kind relatie en prikkelt daar-door de bewegingsdrang extra. Deze kinderenzitten overal aan. Bovendien blijkt de in-fantiele sexuele nieuwsgierigheid sterk ge-prikkeld te worden door de te kleine behui-zing, die veelal aanleiding geeft tot hard-nekkige onbewuste misvattingen over hetsexuele, welke de kinderlijke angsten verster-ken en later het volwassen sexuele levenkunnen misvormen.Voor het schoolkind is eveneens ruimte nodig,niet een ruimte die hem per uur voor hetmaken van zijn huiswerk ter beschikkingwordt gesteld, zoals Rudorff kernachtig op-merkt, maar een ruimte waar hij lets kanlaten liggen. Ook voor de adolescent zijn eruitwijkmogelijkheden nodig: een zolderkamer,een kelder, de verborgen plaats van het kindin de woning, zoals Langeveld het zegt.Bij de bestudering van het gedrag van ge-zinnen zuUen binnenin de woning verschil-lende elementen moeten worden onderschei-den. Sommige van deze elementen zijn nauw-keurig meetbaar, andere zullen kwalitatiefomschreven moeten worden. Op deze wijzemoet het mogelijk zijn criteria, indices, drem-pelwaarden en typen te bepalen. De plaatsvan de woning zal hierbij een belangrijkerol spelen (lucht-lichttoetreding, uitzicht, ge-horigheid, grootte, plattegrond met aantalvertrekken). Zijn de criteria meetbaar, danmoet de mogelijkheid aanwezig zijn omindices te berekenen zoals voor oppervlakte,plattegrond, bezettingsgraad. Op deze wijzemoet het mogelijk zijn drempelwaarden vastte stellen, drempels bijv. waaronder ziektenen gedragsstoornissen meer dan gemiddelddreigen voor te komen. Beneden een bepaaldeoppervlakte per persoon wordt het gezins-leven steeds moeilijker te verdragen. De huis-vrouw raakt snel uitgeput in een woning,die zij bij gebrek aan ruimte niet naar haarsmaak kan inrichten en niet schoon kanhouden.Interessant zijn hierbij de door Chombartde Lauwe gedane onderzoekingen (La viequotldienne des families ouvrieres. CentreNational de la Recherche Scientifique).Uit zijn onderzoekingen blijkt dat het moge-lijk is minimum-oppervlakten te bepalen,36sw4Permanentevioerafwerking doetzo veel en kost zo weinig.Een zeer geringe huurtoeslagdekt afschrijving,rente en andere kosten.Daarmee bespaart debewoner grote uitgavenineens voor aanschafof vernieuwing en verliesbij verhuizing.Permanente vioerafwerkingbetaalt per saldozlchzelf.modern comfort in de woningbouw? Vraag onze folder:,,Maak woningbouw completer ( I'^JLINOLEUM KROMMENIE dus beter!"voor een J.|tljttel bedragmeer per weekIn vele EuropeS9'\landen is fiet ? \ ?regel, dat vloeffae^kkingbij de woningbehoort.Ook Nederland kentreeds tal vanwoningcomplexen meteen permanente vioerbedekking.Onze afdelingtechnische adviezenverstrekt gaarne opgavevan objectenwaar Krommenie-vloerenzijn gelegd,tot voile tevredenheidvan de bewoners.LinoleumBij weinig onderhoudjarenlang als nieuw; dekleuren gaan door en doordus wegs/yJen isuHgesloien. Keuze uitmeer dan 100 kleuren enschakeringen.Fleurig en soepel,in een serie frisse tinten.Geschikf voormassieve ondervloeren,alsmede houien vJoerenmiis voorzien vanhardboard.Colovinyl'LASTIC ASBtsT TEGELS6B-3SVACATUIRi; ]GEMEENTE VELSENBij het bedrijf Openbare Werken worden voor de afdelingGrondbedrijf en Stedebouw gevraagd:a. een tekenaarin de rang van tekenaar-A, -A le kl., -B of -C, naargelang van leeftijd en ervaring.Bezit van of studie voor diploma stedebouwkundigtekenaar P.B.N.A. strekt tot aanbeveling;b. een technisch ambtenaar-Amet H.T.S. of daaraan gelijkwaardige opleiding enruime stedebouwkundige ervaring,Maandsalarissen, excl. 4''/(i vakantietoeslag en huur-comp., voor:/ 307,82 -- f 381,70,/' 349,24 -- f 423,12/ 396,25 -- f 470,13/ 438,79 -- / 532,82/ 499,23 -- '/ 593,26tekenaar-Atekenaar-A le kl.tekenaar-Btekenaar-Ctechnisch-ambtenaar-AVerplaatsingskosten- en studieregeling zijn van toepassing.Sollicitaties, met duidelijk aangegeven voor welke rang menin aanmerking wenst te komen, te zenden aan de directeurvan Openbare Werken te Velsen, Velserbeek 1, binnen 2weken na het verschijnen van dit blad.GEMEENTE ALMELOBurgemeester en Wethouders van Almelo roepen sollici-tanten op voor de funktie vanHOOFD van het Sociografisch Bureauin de rang van hoofdcommies le klasse of refercndaris.De te benoemen ambtenaar zal in het bijzonder wordenbelast met sociaal onderzoek op het gebied van de ruimte-li.ike ordening. Hij zal derhalve in de eerste plaats ervaringmoeten hebben in de werkzaamheden op dit terrein envoorts in staat moeten zijn tot de statistische bewerking vanverzamelde gegevens etc.Het met gunstig gevolg hebben afgelegd van het doctoraalexamen sociologie, sociale geografie of sociografie wordtvereist.Salarisgrenzen hoofdcommies le klasse: / 602,-- tot / 740,--p. m. (excl. 6%, 5,6% comp. A.O.W. en comp. huurverh.);salarisgrenzen referendaris: / 689,50 tot / 881,50 p. m.(idem).Aanstelling in een van bovengenoemde rangen geschiedtnaar gelang van leeftijd en ervaring.Sollicitaties met uitvoerige inlichtingen binnen 14 dagenna het verschijnen van deze oproeping in te zenden aanBurgemeester en Wethouders.r ^Op het Architectenbureau Kuiper, Gouwetor en De Ranitz,Schiekade 119a, Rotterdam, is plaats voor:ERVARENSTEDEBOUWKUNDIGE TEKENAARSin staat zelfstandig medewerking te verlenen bij de uit-werking van interessante plannen.Geboden wordt een prettige werkkring van duurzameaard met goede arbeidsvoorwaarden.Uitsluitend schriftelijke sollicitaties met opgave van op-leiding, ervaring, leeftijd, burgerlijke staat enz. te richtenaan bovengenoemd bureau.Vs. .yBurgemeester en Wethouders der gemeente Helmond roe-pen sollicitanten op voor de per' 1 September 1958 vacerendebetrekking van:DIRECTEUR VAN PUBLIEKE WERKENVereist zijn een ruime wetenschappelijke vorming en depraktische bekwaamheid en ervaring in het voeren vande directie over een veelzijdige dienst van een sterk groei-ende gemeente (ruim 40.000 inwoners) met grote problemenen objecten op gebied van ruimtelijke ordening en open-bare werken.Salarisgrenzen van f 13.438,32 tot / 16.389,36 (inclusief 6 %en 5,6 %, exclusief de looncompensatie i.v.m. laatste huur-verhoging).Aanstelling boven het minimum is mogelijk.I.Z.A.-regeling en Verplaatsing.skostenbesluit zijn van toe-passing.Sollicitatiestukken met uitvoerige toelichting te zenden aande burgemeester van Helmond binnen veertien dagen nahet verschijnen van dit blad.Bij de Provinciale Planologische Dienst van Utrecht kanworden geplaatst eenSociaal -Wetenschappelijk Medewerkeral dan niet academisch gevormd.Naar gelang van opleiding en ervaring in het (planologisch)onderzoekwerk kan aanstelling geschieden in een rang be-stemd voor administratieve, dan wel voor wetenschappelijkemedewerkers.Salaris nader overeen te komen tussen een minimum vanca. f. 4500,-- en een maximum van ca. f. 8000,-- per jaar.Na een periode van inwerken is plaatsing in een hogere rangmogelijk.Voor gehuwden is de verplaatsingskostenregeling van toe-passing.Sollicitaties binnen 14 dagen na het verschijnen van ditblad te richten aan de directeur van het bureau van de Pro-vinciale Planologische Dienst, Achter St. Pieter 25, te UtrechtLICHTDRUKKENHET ADRESC. A. DE JONGMODERNE REPRODUCTIE-INRICHTINGfOLKNGESTR 15-TEL 2271 7 - GPONiNGENJ. SMINIABEVERWIJKHandel in Bouwmaterialen,Zand, Grinden alle soorten BetonwarenOpslagplaatsen: Pruimedijk 8 en PijpkadeKantoor: Pruimedijk 2Telefoon 3926^BALKON-HEKKEN,:^FA. y. D. KNAAP - MONSTERfabr. Poeldijkseweg 1 A . Tel. 3563-01 /49alie voorkomende modellen? spoedige levering# concurrerende prijzenSociale onderzoek woningwaarbeneden grote risico's optreden. Met nameis gebleken dat er een relatie bestaat tussenhet percentage gezinnen, dat hun kinderen,,afsnauwt" en de variatie in de oppervlakteper persoon, onafhankelijk van andere cri-teria. In overleg met artsen, architecten enadministrateurs van woningbouwverenigingenkwam men tot een optimum van 16 m^ perpersoon (d.i. 80 m- voor een gezin van 5personen). Daarbeneden schijnen 2 verschil-lende drempels te bestaan. De eerste ligt bij14 m^ per persoon; daarbeneden worden demeest gepredisponeerde personen gemakkelijliaangetast. Een tweede drempelwaarde ligtdaar, waarbeneden de invloed van de huis-vesting bijna fataal is voor de lichamelijkeen geestelijke gezondheid van de personen.Deze ligt bij 8 m- per persoon en 2 personenper vertrek. In een bepaald onderzoek steeghet aantai huishoudens, dat ontevreden metzijn huisvesting was, plotseling sterk wanneerde oppervlakte per persoon minder dan8 m- bedroeg. Sommige auteurs, aldus Chom-bart de Lauwe, beweren dat deze inconvenien-ten gecompenseerd kunnen worden door eenrationele inricliting. Maar hier stuiten we optwee obstakels. Enerzijds dwingt een excessieffunctionalisme tot een gemechaniseerd leven,waarvan de nadelen door artsen en psycholo-gen heftig gecritiseerd worden, andererzijdszijn de kosten aan voorzieningen verbonden,zeer duur en budgetair in de meeste gevallenderhalve niet verantwoord.Het lijkt me toe dat het sociale onderzoekbinnen de woning toegespitst moet wordenop het zo exact mogelijk vaststellen vansociale drempelwaarden, teneinde op dezewijze langzamerhand te komen tot de be-paling van woningtypen, welke in overeen-stemming zijn met gezinstypen en gedrags-patronen.Een ander object van onderzoek betreft datder buurrelaties. Aan de theorieen betreffendede woonbuurt wordt tegenwoordig veel aan-dacht besteed en voor de planologen is hetprobleem van de buurt i.v.m. de burenrelatiesvan groot belang.Het eerste probleem dat voor ons oprijst isdat van de definitie. Vanuit de huisvestings-gezichtshoek der burenrelaties gezien wordtmet de term ,,buurt" bedoeld:het waarneembare afgebakende geografischegebied met in de eerste plaats een woon-karakter. De mensen, die in zulk een gebiedwonen, zouden buren genoemd kunnen wor-den. Maar dan rijst er direct een probleemnl. met onze buren bedoelen we een klelnaantai mensen, die dicht bij ons wonen enniet de 5 a 10 000 bewoners van dezelfdewoonwijk, waarin wij wonen. Tussen burenveronderstellen wij de aanwezigheid van be-paalde relaties. Deze bestaan er veelal niet.De woonwijk kan ik niet anders typeren als:het hebben van een zekere mate van geogra-fische homogeniteit nl. het gezamenlijk be-woner zijn van Moerwijk, Pendrecht, Sloter-meer, veelal met een overkoepelend orgaanin de vorm van een wijkcentrum. De socioloogwordt nu voor de taak gesteld, criteria tezoeken betreffende de aard van de tussen-menselijke betrekkingen en hiervoor eensysteera van waarden op te stellen. Ik meendat Peter Mann in zijn artikel over hetbegrip ,,burenrelaties" een belangrijke bijdragetot de begripsbepaling heeft gelevcrd. Hijmaakt onderscheid tussen manifeste en latentebuurrelaties. Manifeste buurrelaties wordengekarakteriseerd als overte vormen van so-ciale relaties, zoals het buurpraatje, het elkaarbezoeken, het met elkaar uitgaan. Latentebuurrelaties worden gekarakteriseerd dooreen gunstige bonding t.a.v. de buren, resul-terend in positieve daden wanneer het nodigis, speciaal in tijden van crisis. Een hogemate van latente buurrelaties suggereert be-trouwbaarheid met respectering van de pri-vacy van de ander en schijnt daardoor meeralgemeen geaccepteerd te worden.Uit onderzoekingen op dit gebied blijktsteeds weer dat deze vorm bij de stedelijkebuurrelaties door de meeste bewoners als,,norra" gehanteerd wordt, ook al bestaan erbepaalde manifeste vormen. Ik heb de indrukdat deze manifeste vormen in de tuinstedensoms in de interviews verzwegen worden.omdat ze buiten het geidealiseerde gedrags-patroon vallen. Men speelt in dit geval duseen bepaalde rol en het lijkt me uitermatemoeilijk, op nauwkeurige wijze de omvang enbetekenis der manifeste vormen vast testellen. Met zekerheid kan worden gestelddat gunstige, stabiele manifeste buurrelatiesslechts kunnen bestaan indien zij gebaseerdzijn op gunstige latente buurrelaties. Dit be-tekent dat Tonnies' conceptie van ,,Gemein-schaft" zonder meer van weinig waarde isen dat een permanente en diepgeworteldeattitude t.a.v. gunstige tussenmenselijke rela-ties slechts kan rusten op de basis van gunstigelatente buurrelaties.Bij gunstige latente buurrelaties blijken debelangrijkste criteria te zijn: fatsoenlijkheid,status-streven en eisen met betrekking tot deprivacy. De fatsoenlijke huurders hebbeneen hoge standaard van netheid, zowel t.a.v.de zorg voor het wonen als voor hun per-soon. Zij tonen hun bezorgdheid voor fatsoenin het bijzonder in hun zorg, soms een angsti-ge zorg, voor de manieren van hun kinderen.De gewone huurders daarentegen vertonen deneiging zich ongedwongen uit te drukken. Dcfatsoenlijken zijn kieskeuriger in hun buren-selectie, de gewone huurders, zijn minderselectief in de keuze van hun relaties. Bijde gewone huurders valt het accent veelsterker op het gezellig verkeer om zichzelfswil, zij hebben een meer sociabele inslag.De fatsoenlijken zijn gereserveerder dan desociabelen en bij de fatsoenlijken is de be-hoefte aan privacy groter. De vraag naar eengrotere mate van privacy is in de voorstellenvan de geinterviewden veelal synoniem met,,betere stand". Deze indeling in twee hoofd-groepen betekent niet een indeling in maat-schappelijke klassen. Burns gaat ini zijn studieover Coventry (The Coventry SociologicalSurvey in Town Planning Review 1954 - 07)zelfs zover, op te merken dat wij onze denk-beelden omtrent de klassen waarvoor eenwijk ontworpen moet worden, moeten herzien.Het is volgens hem irrelevant te spreken vaneen ,,one-classs-neighborhood". Die ene klasseis dan meestal de arbeidersklasse. Deze heeft37Sociale onderzoek waningechter, sociologisch gezien, een heterogeenkarakter. Ik meen hier een parallel te mogenconstateren met de denkbeelden van CatherineBauer. Zij vraagt zich nl. af: Onder welkeomstandigheden zal een zekere mate van af-geslotenheid een prettig gevoel van veiligheiden intlmiteit opwekken, een gevoel van toteen eenheid te behoren met een uniek karakter.En andererzijds; onder welke omstandighedenzal dit onplezierige, institutionele gei'soleerdegevoelens opwekken? Ik meen dat de eerstegroep, nl. die door een meer besloten stede-bouwkundige vormgeving prettige gevoelensvan veiligheid en intimiteit krijgt, vooral desociabelen zijn en dat de gereserveerden totde tweede groep van Catherine Bauer behoren.Bij hen zal de beslotenheid veel eerder on-plezierige institutionele gei'soleerde gevoelensopwekken. Zij hechten grote waarde aan hunprivacy en geven er voorkeur aan, zelf plaatsen tijd te kiezen, waarop sociaal contact totstand komt, voorzover zij dit althans wensen.De gezelligen daarentegen waarderen de pri-vacy veel minder positief, bij hen speelt despontane ontmoeting een grote rol en zijkunnen veel van hun behoeften aan socialecontacten bevredigen in de dagelijkse omgangmet gelijkgestemde buren.Belangrijk hierbij is qua nederzettingsbeeldhoe de stedebouwkundige groepering van debouwblokken is gekozen. Wordt door een be-paalde groepering de suggestie opgewekt vanbeslotenheid, van een beperkt aantal woningenbijv. door hovenbouw met hoven van beperkteafmetingen, dan zuUen de gevoelens van be-slotenheid (met positieve of negatieve waar-dering) versterkt worden. Wordt daarentegende suggestie gewekt niet of nauwelijks te be-horen tot een bepaalde groepering van bouw-blokken dan zuUen eerder tegenovergesteldegevoelens worden opgewekt. De ruimtelijkeuitdaging aan de bewoners gesteld, is in datgeval een andere, het antwoord blijft echter,voorzover men zich dit als bewoner bewustis, in eerste instantie afhankelijk van depersoonlijke instelling van de gei'nterviewde.Wat betreft de woonvormen komt de galerij-woning waarschijnlijk lets meer tegemoet aande gewenste privacy dan de trappenhuiswo-ning. De ligging van de voordeur is immers inbeide typen geheel anders. Aan een trappen-huis zijn bij 4 woonlagen, 8 voordeuren ge-legen. De twee voordeuren van elke laagzijn naar elkaar toegericht. Bij de galerij-wo-ning is dit niet het geval. Men kan elkaarniet op de vingers kijken. Men woont a.h.w.in een straat zonder overburen. Hiertegen-over staat dat minstens 1 slaapkamer aan degalerij is gelegen. Vele bewoners uiten zicht.a.v. de galerijwoningen zeer gunstig enprijzen de vrijheid die ze hebben. In hettrappenhuiswoningtype is de kans op wrijvingover het algemeen groter dan in het galerij-woningtype. Tussenen de bewoners van gale-rijwoningen kunnen minder conflicten ontstaanover het gebruik en de reiniging van ge-meenschappelijke ruimten. leder heeft zijneigen straatje, terwijl de centrale ingang inhet centrale trappenhuis door de beheerderwordt onderhouden. Bewoners van trappen-huiswoningen blijken wel bezwaren te hebbentegen de galerij, omdat het trappenhuis hunmeer privacy zou geven en zij er erg optegen zijn dat de mensen langs hun keuken-en slaapkamerramen lopen. Maar deze be-zwaren worden niet vernomen bij hen, diein de galerijwoningen gehuisvest zijn. Hetzijn dus bezwaren van hen, die geen woon-ervaring hebben opgedaan met het galerij-woningtype.Een voor de toekomstige wonlngbouw be-langrijk punt is de hoge bouw. Als we overhoge bouw spreken bedoelen we een reeksverdiepingen en woningen boven elkaar. Hetaantal verdiepingen is echter niet bepaald enkan varieren van 6 tot meer. Hoge bouw istot nu toe zowel in Nederland als in hetbuitenland op beperkte schaal gerealiseerd.In verscheidene, meest stedelijke uitbreidings-plannen, is hoge bouw gepland en wel opplaatsen waar de situatie om een stedebouw-kundig accent vraagt. Een sterkere neigingtot het reserveren van terreinen voor hogebouw is vooral de laatste jaren duidelijk merk-baar. Uit het oogpunt van stedebouw is hetopnemen van hoogbouwprojecten in een uit-breidingsplan aantrekkelijk; esthetisch bezienkan hierdoor een boeiend stadsbeeld verkregenworden.De weerstanden, welke tot heden tegen hetstichten van hoge woongebouwen zijn on-dervonden, liggen in de eerste plaats op hetgebied van de woningbouw zelf. De financielcfacetten zijn bij de hoge bouw moeilijk teoverzien. Terwijl de lage bouw en ook deetagebouw tot en met vier woonlagen organi-satorisch, bouwtechnisch en financieel prac-tisch geen verrassende elementen meer bevat-ten, heeft men volgens technische deskundigenvan de dienst waarbij ik werkzaam ben, bijde hoge bouw met een complex van factorente maken, welke van het normale afwijkenen door geringe ervaring nog onbekend zijn.De bouwkosten voor de hoge bouw liggenhoger dan bij de tot nu toe traditionelebouwhoogte. De hoge bouw aan het Victorie-plein in Amsterdam had bijv. in 1932 eentotale prijsverhoging van 30 a 40 % t.o.v.een vergelijkbaar type in normale bouwhoogte.In het buitenland wordt als meerdere kostenvoor de hoge bouw thans 10 a 20 % aange-houden. Bij ons ligt dit percentage waarschijn-lijk hoger, hetgeen niet betekent dat dit inde toekomst zo zal blijven. Bij sterker toe-passing van de hoge bouw ligt een daling vandit percentage in de lijn der verwachtingen.Kostenverhogende factoren zijn: de bouwkos-ten zijn hoger als gevolg van toepassing vanmeer ingewikkelde constructies, groter mate-riaalverbruik en hoger aantal arbeidsuren(verplaatsingsverlies), veiligheidsvoorzieningen.Een tweede factor die de kostprijs verhoogt,is de grotere uitrusting van de hoge bouw:liften, hydrofoorinstallaties, vuilnisstortkokers,verwarming, extra geluidsisolatie, bizondereraamconstructies e.d.Bij gelijk woonoppervlak zijn dus de woning-huren in de hoge bouw hoger dan bij ver-gelijkbare andere woningbouw. Zou men wil-len streven naar een niet afwijkend huurni-veau, dan zou men de woning in de hogebouw een kleiner volume moeten geven of welgenoegen nemen met een eenvoudiger uitrus-38N'GEZ.A.NDJA.PA.NXTRKITEtreft u Marleyflex-vloeren aan. Marleyflex de vinyl-asbest-tegel die in l
Reacties