stedebouw volkshuisvestingUitgave van hetNederlands Instituut voorVolkshuisvesting en StedebouwIn dit nummer: Verkenningen in de stedebouwStedebouwHet rooilijnbegnpKroniekVolkshuisvestingHuisvesting sociaal onaangepaste gezinOffici'ele MededelingenSummaryKathrein geeft u zekerheidKATHREINcentraal antenne systeemI ' " ' >i":::::: ' ' '' ' ?%( mentorKATHREIN -- internationaal een begripvoor een goed funktionerend centraalantennesysteem. De voortdurende researchen de gedegen produktie hebben ertoebijgedragen dat Kathrein, in de 40 jarendat deze fabriek zich op dit speciale terreinbeweegt, zich een wereldnaam veroverde.Het nieuwe vcrsterkerprogramtna omvat juist voorde centrale antenne-installalies vele nieuwe ont-wikkelingen. In totaal zijn er nu 104 typen ver-sterkers -- voor elk speciaal doe! ontwikkeld --zodat te alien tijde een economlsch veranty/oordecentrale anienne-lnstallatle In elk bestek kanworden opgenomen.tnlichtingen en (ormuliaren vooro.a. bestekopgaven en voorschriftanbij de importeur.en Haas, Wagansiraat 126a, Tel. 18 39 84'N' V \?- V \-?KOENE TEGELS\V0i^iS4tKfTeiefoon 778566WAND- en VLOERTEGELSMOZAIEKonverglaasdverglaasdglasMARMER-TEGELSNATUURSTEENVorstvrlj materiaaiin iegels en strippenPLASTIC-VLOERENALPHA MUURVERFFABRIEKEN N.V. ALPHEN A/D RUN TEL 01720-2192s&vVitgave van hetNederlands Instituut voorVolkshuisvesting en Stedebouw)uni 1960Maandhlad41e jaargang no. 6Redactie:Mevrouw Prof. C. W. VisserMe]. R. HartstraIr. B. FokkingaMr. C. A. van GorcumH. ]. A. Havens GreveProf. Mr. A. KleijnDrs. R. KokIr. P. K. van MeursDr. S. O. van PoeljeMr. Ir. M. M. van PraagH. van SaaneW. ScheerensIr. W. van TijenDrs. H. V. d. WeijdeIr. W. WissingAdres voor Redactie en Abonnementen:Lange Voorhout 19, 's GravenhageTelefoon 18422}Advertenties:Keizersgracht 188, Amsterdam-C.Postgiro nummer 113028Telefoon 249128Dit nummerbrengt als hoofdartikel het vervolg en slot van de beschouwingen van de Heer Launspach inhet vorige nummer, getiteld ,,Verkenningen in de Stedebouw".Onder stedebouw bevat dit nummer een korte bijdrage waarin de schrijver de rooilijn vanontwerpersstandpunt aan een analyse en kritische beoordeling onderwerpt.Onder volkshuisvesting wordt een korte beschouwing geleverd over de huisvesting en hetscciaal onaangepaste gezin in de steden.Verder warden de gewone rubrieken vervolgd.85InhoudVerkenningen in de Stedebouw II (Slot),Drs. J. A. LaunspachStedehouwEnige kanttekeningen bij het rooilijn-begrip, Ir. Paul KesslerStedebouwkundige Kroniek en Kom-mentaarBuitenlandVolkshuisvesting87 De huisvesting van het sociaal onaan-gepaste gezin in grote steden, Drs. W.J. Bruyn 99Binnenland 10193 Overzioht van Tijdschriften 10296 Officieh? Mededelingen98 Nederlands Instituut 102Nieuwe aanwinsten van de bilbliotheek 103Rijksdienst voor het Nationale Plan 104Summary 104,Abonnementsprijs f 16,--. Losse nummers f 2,--.De leden van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedehouw (lidmaatschap voorphysieke leden f 15,--) en de leden van de Nationale Woningraad ontvangen het hlad kosteloos.86Verkenningen StedehouwVerkenningen in de Stedebouw II (slot) Drs. ]. A. LaunspachStudieproject Alexanderpolder (Groep Op-houw, CIAM-Nederland) 1953 ,,Eenboeiend spel van volumes en ruimten, in eenklare orde gerangschikt, ritmische opeenvol-gingen en contrasten, maar opnieuw blijkthier hoe omschrijvingen in woorden tekortmoeten schieten." (Zie eerste artikel in hetmei-nummer.) Foto Vrijhof, Rotterdam"Jede wirkliche Kunst hat die Aufgabe einenZugang, einen Sohliissel zur Welt zu schaffen.Ihr fallt im Bereich der menschlichen Tatig-keit das Irrationalste zu: dem Gefiihl Aus-druck zu verleihen". (Giedion)Esthetisch zien: saper vedereHet inzioht dat onze omgeving met sociocul-turele betekenissen geladen is en tot ons"spreekt" in een weliswaar niet discursieve,maar tooh gearticuleerde "taal", heeft ons welwat verder gebracht, maar tot dusverre isangstvallig het woord "esthetisch" binnen devoorlopig aangebrachte haakjes gehouden.ZuUen wij nu bij het verwijderen van diehaakjes ontdekken dat er alleen een lege ruim-te is overgebleven, omdat het begrip "esthe-tisch" door het inmiddels ontwikkelde begrip"sociocultureel" is opgezogen? Veel stede-bouwkundiige ontwerpers zijn de laatste tijduit vrees voor altijd weer diezelfde misver-standen zo voorzichtig met het gebruiken vandit woord, dat ze het haast wel moetenwensen.Deze voorzicihtighei-d is vooral merkbaar inhet contact met "buitenstaanders". "Het iszo moeilijk om over die esthetische dingen tepraten, want er valt zo weinag tastbaars overte zeggen", was de tegenwerping, toen in eender discussies de opmerking werd gemaakt datde ontwerpersvoorkeur voor hoge gebouwenmissohien meer met esthetische uitgangspun-ten dan met verkavelingsdichtheden e.d. temaken had.Als men desondanks op zoek gaat naar water nu wel aohter dit omstreden woord magsteken, blijkt voor een verkenning van dit ter-rein de hulp van gidsen nodig te zijn. Devraag naar het wezen van het esthetische iseen wijsgerige vraag. Voor ons doel komen al-leen die schrijvers in aanmerking, die zich nietmet de kunst of geisoleerd met afzonderlijkekunsten, maar systematisch met een vergelij-kende studie der verschillende kunsten hebbenbezig gehouden.Bij een korte verkenning stootte ik op tweeauteurs van verschillende filosofische origine87Vcrkenningcn StedcbouwDe Herengracht. ,,2ijn ogen de kost geven".(Foto: Gem. Archiefdienst Amsterdam)die aan deze overwegingen voldeden en mijenkele lichtjes deden opgaan: de fenomenoloogNikolai Hartmann en Suzanne Langer, welkelaatste voortbouwt op de door Cassirer ont-wlkkelde "Philosophic der symbolischen For-men"^). In het hierna volgende ben ik, invrije vorm en alleen wat de hoofdlijnen be-treft, vooral van de zienswijze van Hartmannuitgegaan. De schrijvers spreken geen van bei-den over de stedebouw als afzonderlijke kunst,maar wel uitvoerig over de arohitectuur. Vandaaruit kunnen wij echter zonder veel moeitenaar het terrein van de stedebouw over-stappen.We keren nu terug naar de vraag of er naasthet al behandelde socioculturele aspect nogwel een esthetisch gezichtspunt ovcrblijft ennemen de proef op dc som door ons naar eenbelangrijke stedebouwkundige schepping tebegeven, de Herengracht in. Amsterdam. Uitde gevels spreekt een waardige, bezonnen !e-vensstijl en een krachtig standsbewustzijn. Menkan echter ook, al kijkend, zijn zintuigen aanhet werk zetten en zijn aandacht richten ophet flonkerende water, op het strijklicht overde stenen en op de ruimte, gevormd door ge-vels, wallen en gracht, die telkens andere vor-men aanneemt terwijl wij voortlopen. Onzeblik is nu niet hlstorisch of sociologisch inge-steld (ofschoon we deze 'achtergronden' even-goed mee blijven zien), maar is geheel en alop het uitwendige der dingen, op hun vor-men, gericht.Deze manier van zijn zintuigen aan het werkzetten is dus een ander zien dan de sociocul-turele beschouwingswijze, waarbij de vormniet meer dan een medium is, dat zijn dienstheeft verricht zodra de betekenis is door-zien.Als ik een geschreven tekst lees, interesseertmij niet de vorm van de letters en de gedaantevan de bladspiegel, maar uitsluitend de bete-kenis. Ik kan echter ook een boek in de handnemen en mij verlustigen in dc welgeschapenletters en de fraaie typografie. Ik weet weldat het een kleutervertelling is of, wie weet,de Koran in het Arabisch, maar daar is hetmij op dat ogenblik niet om te doen, omdatik kijk met -- het hoge woord moet er uit --een esthetisoh ingestelde blik.Leonardo da Vinci vat het doel van de beel-dende kunst lapidair samen als "saper ve-dere", letterlijk "kunnen zien", in rond Ne-derlands vertaald dus: "zijn ogen de kost ge-ven".^)Betcr zien en meer zienDe esthetische blik richt zich dus wel op de-zelfde objecten als het gewone zien, maar opeen andere manier. Toch houden deze objec-J^). Nicolai Hartmann, Aesthetik, 1953.Suzanne Langer, Feeling and form, 1953.-). Ontleemd aan E. Cassirer, An essay onman, 1953, biz. 184.88Gulden regelvoor hetmodernebouiven:^^In de Nederlandse volkswoningbouwwordt toenemende aandacht besteedaan een moderne, doelmatige vioerafwerking.Dat wil zeggen: aan permanent linoleum.Permanente vioerafwerking vereist slechtseen matige verhoging van de huurprijs.De praktijk leert, dat iedere huurderdeze toeslag graag over heeft ; -voor de vele onmiskenbare voordelen :* permanent linoleum betekent voorde huurder een aanzienlijke verlichtingvan zijn installatie-budget;* garandeert ook de minder draagkrachtigeneen volwaardige vloerbedekking;"^ bevordert de geluid-isolatie tussende woonlagen;* is blijvend bacteriendodend, dus hygienisch;* heeft een lange levensduur, de kleuren gaandoor-en-door, dus kunnen niet wegslijten;^ verhoogt de woonbeschaving.linoleum krommeiiie^ Onze afdelingtechnische adviezenverstrekt gaarnevolledige inlichtingen(telefoon 02980-81941).Voor keuken, douchecel en halook colovinyl plastic asbesttegels,soepel en slijtvast, in hoge mate bestand tegen oiien,vetten, zuren en vele andere chemlcalien.Vraag ook naar colorite cumaronhars tegels,eveneens in vele fraaie tinten.ACADEMIE VAN BOUWKUNSTWaterlooplein 67 - Amsterdam-C.Oproeping van gegadigden voor het cursusjaar 1960-1961voor de cursussen? HBO - Hoger Bouwkunst Onderricht? VBO - Voortgezet Bouwkunst Onderricht? SHO - Stedebouwkundig Hoger Onderricht? VVBO - Vooropleiding tot het VBOProspectus op aanvraag.Schriftelijke aanmelding tot 16 juli 1960.GEMEENTE WINTERSWIJKBurgemeester en wethouders roepen solllcitanten op naarde betrekking vanSTEDEBOUWKUNDIG TEKENAARin de rang van teohnisch ambtenaar, in vaste dienst.Salaris: p. m. / 517, / 608,-, te verhogen met 5,6 Vopremie-comp. A.O.W., 2,5''/o huurtoeslag en 4Vo vakantie-toeslag, max. in 6 jaar; aansteUing boven het minimum ismogelljk.Middelbare schoolopleiding en practische ervaring betref-fende stedebouwkundige objecten strekken tot aanbeveling.De gemeente is aangesloten bij het I.Z.A.Bemiddeling wordt verleend bij het verkrijgen van eenwoning. Verhuisikosten worden vergoed volgens gemeente-lljke regeling.Eigenhandig gesdhreven sollicitaties te richten tot de bur-gemeester van Winterswijk binnen 10 dagen na verschij-ning van dit blad.GEMEENTE TILBURGBij het Bedrijf der Publieke Werken kan bij de afdelingStadsontwikkeling worden geplaatst:a) Een technisch ambtenaarin de rang van technisch ambtenaar of tech-nisch ambtenaar le klas;b) Een tekenaarin de rang van tekenaar 2e klas of le klas,of hoofdtekenaar.Voor de functie onder a) wordt vereist het diploma H.T.S.of gelijkwaardige opleiding en stedebouwkundige ervaring.Voor de functie onder b) strekt het diploma stedebouw-kundig tekenaar P.B.N.A. tot aanbeveling.Salarissen:Technisch Ambtenaar le klasTechnisch AmbtenaarHoofdtekenaarTekenaar le klasTekenaar 2e klas/ 6.855,55 -- / 9.135,24/ 6.088,90 -- / 7.862,98/ 5.575,68 -- / 6.950,59/ 4.986,43 -- / 6.361,34/ 4.397,18 -- / 5.772,10Exclusief huurcompensatie en vakantietoeslag.Sollicitaties aan de Directeur van Publieke Werken, LangeSchijfstraat 66, binnen 14 dagen na het verschijnen vandit blad.gemeente . . STsl^111 \imiimyJi^MSolllcitanten worden opgeroepen naar de functie vanhoofdvan hetgrond- en havenbedrijfTaak het geven van leiding op het gebied vangrondverwerving, grondverkoop, onteige-ning e.d. en het voeren van onderhande-lingen daaromtrent. Gedacht wordt o.m.aan een econoom of een jurist met erva-ring op dit terrein.Rang . aanstelling vindt plaats in de rang vanadministrateur.Salaris f 1048,77 tot / 1276,77 per maand, onge-aoht de compensatie huurverhoging 1960.Indiensttreding zo spoedig mogelijk.Aanmelding uitsluitend schriftelijk met vermeldingletter C aan de afdeling personeelszakenvan de gemeentesecretarie. Een soUicita-tieformulier zal daarna worden toege-zonden.GEMEENTE EINDHOVENBij de dienst van Gemeentewerken kunnen bij het onder-deel Stedebouw worden geplaatst:A. een chef van de tekenkamerTewerkstelling zal geschieden in de rang van technischhoofdambtenaar (salaris minimum / 8.644,07 en maximum/ 10.538,27).Vereisten:het diploma H.T.S., afd. Bouwkunde, of eendaaraan gelijkwaardig diploma, alsmede ruimestedebouwkundige ervaring. Solllcitanten, die alszodanig reeds werkzaam zijn geweest, genietende voorkeur.B. een stedebouwkundig tekenaarTewerkstelling zal, naar gelang van opleiding en ervaring,geschieden in een van de tekenaarsrangen (salaris mini-mum / 5.163,55 en maximum / 8.052,77), of in de rang vantechnisch ambtenaar c.q. technisch ambtenaar le kl. (sa-laris minimum / 6.506,78 en maximum / 9.394,37).Vereisten:Voor de tekenaarsrangen tenminste het diplomaStedebouwkundig tekenaar P.B.N.A.; voor derangen van technisch ambtenaar het diplomaI H.T.S., afdeling Bouwkunde, of een daaraan ge-! lijkwaardig diploma. Bovendien is een behoor-lijke ervaring in stedebouwkundig werk nood-zakelijk.De gemeente Eindhoven is aangesloten bij het I.Z.A.In verplaatsingskosten, alsmede studiekosten worden tege-moetkomingen verleend.Sollicitaties binnen 10 dagen na het verschijnen van ditblad te richten aan de Directeur van Gemeentewerken,Stratumsedijk 20, Eindhoven.De Directeur van Gemeentewerken.Verkenningen Stedebouwten niet op tegelijk media te zijn, die naar eensocioculturele achtengrond verwijzen. Het eni-ge, maar wezenlijke verschil is dat het ons nuniet om deze achtergrond te doen is, maar omde vorm zelf van het object. Vanzelf zien wijer dan de achtergrond bij, dikwijls zelfs veelintenser dan wanneer wij het object in kwes-tie alleen om zijn bemiddelingsfunctie zoudenwaarderen. Beter zien (zien wat onze ogen tezien geven) is ook meer zien (een meer ge-nuanccerde "achtergrond" zien). Elk kunst-werk bezit een overvloed aan details, die, of-sohoon zij in dienst staan van het "saper ve-dere", het door-zien intensiveren en articule-ren. Een opera, beleefd als door muziek bege-leide handeling, zou maar een armzalig dingzijn. Een gdbouw dat imponeren wil door zijnverpletterende grootte is alleen maar pompeus.Het heeft als vorm, als lets dat ons visueelboeit, weinig waarde. Omgekeerd beroert eenkunstwerk dat alleen "ogenstreling" wil zijnons niet diep, al kan het een hoge kwaliteithebben en dus een gave artistieke scheppingzijn.Een voorheeldEen voorbeeld uit de architectuur -- aan destedelbouw immers nauw verwant -- kan hetzo juist gezegde verduidelijken en ons opnieuwe verbanden brengen. Als wij een go-tisohe kerk bekijken, er om heen lopend ener binnen gaand, "zien" wij dit gebouw alseen zeer samengestelde totaliteit. Wij zien dezetotaliteit echter niet werkelijk met onze ogen,maar hij is als een synthese alleen in onzegeest aanwezig.In de eerste plaats als practisch functionerendgoheel, met het sohip en de zijbeuken als ruim-ten voor de gelovigen, het koor als ruimtevoor de bediening van de mis en de verschil-lende secundaire ruimten voor velerlei doel.De bouwmeester kan de functie van bepaaldeonderdelen in vormen (dus in al datgene watzintuigelijk, zuiver voor het oog zichtbaar is)laten spreken of omgekeerd andere onderde-len, die voor het goed functioneren even be-lanigrijk zijn, onopvallend maken, zoals dedienstruimten. Ook aan het utilitaire, zoals wijhet hiefboven genoemd hebben, kan dus eenzodanige vorm gegeven zijn, dat het op eenbepaalde wijze ter besohikking staan niet al-leen een feit is, maar direct "spreekt". Omeven een ander voorbeeld te nemen: een goedebruig wordt zo gemaakt dat hij niet alleen deafstand tussen de oevers overspant, maar datwe hem zien overspannen.Evenzo is de kerk niet alleen een dragendeconstruotie, maar de overwinning van dezwaartekradht kan zichtbaar gemaakt wor-den. Het aanschouwelijk maken van bepaaldeconstructieve elementen is juist een kenmerkvan de gotisohe kerkbouw. De kruisgewelven,de luchtbogen en de pilaren hebben een zoda-nige vorm gekregen, dat men ze ziet dragen.Evenmin als het de plicht van de bouwmeesteris de functie zichtbaar te maken, is het voorhem nood'zakelijk dat hij de gehele construo-tie aanschouwelijk maakt. Hij heeft evengoedhet recht de constructie gedeeltelijk of geheelte verstoppen en heel andere dingen tot uit-drukking te brengen. De constructie op zich-zelf is een technische kwestie; de vakman be-grijpt het constructieve principe toch wel.Maar voor zover de constructie voor de be-sohouwer "spreekt", is hij zichtbaar gemaakteachtergrond, dat wil zeggen niet zintuigelijkwaarneembaar, maar wel visueel mee-gegeven.Een derde compositorisch aspect is de totali-teit van de ruimten zelf, nu niet als praktischfunctionerend geheel, maar zuiver als "ge-vormde" ruimte. Het schip en de zijbeuken,het koor enz. bestaan niet alleen uit de omge-vende wanden, maar zijn zelf "volume", metfysieke of uitsluitend optische begrenzingen.De pilarenrij die het schip van de zijbeukenafgrenst is fysiek meer "gat dan wand", maarsoheidt en verbindt tegelijk, optisch, de ver-schillende gevormde ruimte-volumes op eenzeer duidelijke manier.Onze kerk hlijkt dus in compositorisch op-zioht een drieledig, namelijk praktisch-functio-nerend, constructief en visueel-ruimtelijk ge-heel te zijn. Terwijl men echter de beide eer-ste aspecten behalve langs de weg van het"saper vedere" ook logisch-verstandelijk kanbenaderen, is dit bij het derde aspect niet mo-gelijk. Wie de ruimte niet als vorm ziet, kanook geen "spel van ruimten" zien, ziet dusevenmin de kerk i(of welke andere architec-tonische of stedebouwkundige schepping ook)in 'zijn voile totaliteit.Het spreekt vanzelf dat men, al kijkend, viade hier genoemde achtergronden nog anderegewaar kan worden. Uit elk bouwwerk enuit elke stedebouwkundige schepping "spreekt"het leven van een samenleving. En zo kan dekerk tevens uitdrukking zijn van de waar-digheid van de Kerk als representant vanChristus, burgertrots, eenvoudige vroomheiden gerichtheid op het hemelse. Dit alles directaansprekend, zonder dat het denkende ver-stand te hulp geroepen behoeft te worden.Steeds wordt de meest gearticuleerde veraan-sohouwing van achtergronden slechts bereiktdoor het zonder bijgedaohten verdiept zijn inde vormen zelf.Altijd is de intensieve beschouwing van devormenrijkdom als zodanig voorwaarde voorde esthetische heleYing.Voorwaarde alleen: hetwaarom van de esthetische ervaring blijft evenonverklaard als tevoren, mag dat voor onsdoel ook blijven, omdat wij kunnen uitgaanvan de schoonheidsbeleving als ervaringsfeit.Schoonheid heeft dus {althans hier) niet debetekenis van pure zinnenstreling. Dit zou al-leen het geval zijn als geen "achtergronden"zichtbaar werden.Het (evenals de uiteenzetting over de driele-dige compositie aan N. Hartmann ontleende)woord "achtergrond" behoeft enige verduide-lijking. De "voorgrond" is bij hem datgenewat zuiver optisch gezien wordt. Dit verwijstechter naar een achtergrond, zoals in het voor-beeld het functioneren, het dragen en het spelder ruimten niet rechtstreeks worden gezien,maar met deze voorgrond zijn mee-gegeven.Voor ons spreekt dit zo vanzelf, dat we me-nen met onze ogen te zien. Via de ervaringvan deze achtergronden kunnen weer nieuweachtergronden worden "gezien", zoals in het"). Vgl. de uiteenzettingen van P. A. Sorokinin: Sociocultural causality, space, time, 1943.89Verkenningen Stedebouwvoorbceld de verwijzing naar godsdienstigc-en samenlevingsidealen. Het grote verschil methet socioculturele zien is echter, dat steeds deaandacht op het direct zintuigelijk gegevene,de voorgrond, de vormenwereld blijft gericht.Er is dus een hele scala van achtergronden,en pas als de ene als het ware in de aan-schouwing is opgenomen, kunnen de daarach-ter ligigende ons tot bewustzijn komen. Wijkunnen de spirituele betekenis van de kerk pasten voile ervaren als de eerste, drievoudigeachtergrond geheel in ons innerlijk gezichts-veld is opgenomen. Hier is geen nadenkenvoor nodig. Dit gebeurt, terwijl wij kijkcn"vanzelf".Stedebouw als kunstEnkele aspectcn van de architectuur kunnenzonder meer worden doorgetrokken naar hetterrein van de stedebouw: er valt een prak-tisch-functionerend geheel en een visuele, ge-lede ruimtelijke totaliteit te onderscheiden. Deuitdrukking van het dragen is echter alleen,accidenteel, in gevelwanden en overbruggingenaanwezig, is dus geen karakteristicum voor destedebouw.Binding aan praktischc opgaaf. Behalve in dearchitectuur en de stedebouw is, zoals Hart-mann opmerkt, in alle kunsten de stof of hetthema vrij gekozen; het meest vrij is de (abso-lute) muziek. Toch blijkt de binding aan deopgaaf igeen beletsel om van een volwaardige,zij het dienende, kunst te spreken. Dat komtomdat er naar de andere kant een (zij het doorde aard van het materiaal beperkt) spel metvormen mogelijk is. Het praktische doel iszozeer aan het wezen van de bouwkunst in-herent, dat een niet hieraan gebonden bouw-werk ons helemaal niet zou bevredigen. Eenstedebouwkunstig werkstuk zonder praktischdoel is zelfs geheel en al ondenkbaar. De op-gaaf wordt bij een geslaagd werkstuk geheelen al in de esthetische vormgeving opgenomen.'Actueel' en 'publiek' karakter van de stede-bouw. Een ander en met het eerste samenhan-gend verschil met de overige kunsten is, datde bouwkunst (waaronder ik hier architectuuren stedebouw samenvat) zijn scheppingen nietuit de dagelijkse werkelijkheid kan isolercn.Een schilderij of fresco heeft een omraming,die het uit de dagelijkse werkelijkheid los-maakt, een toncelstuk en een muziekstuk hcb-ben een duidelijk gemarkeerd begin en eindc.Dit ibrengt mee, dat het arahitectonische, ennog sterker het stedebouwkundige, object nietzo makkelijk wordt herkend als tot een andereorde behorend kunstwerk Het heeft immersal een voor ieder duidelijke praktische enmeestal ook socioculturele functie. In de ove-rige kunsten wordt het kunstwerk direct doorieder als zodanig geetiketteerd en (esthetischgewaardeerd of niet) buiten de orde der dage-lijke dingen geplaatst.Daar tegenover staat echter, dat de architec-tuur gedeeltelijk (namelijk voor zover hij naarbuiten gekeerd is) en de stedebouw geheel, eenpubliek karakter hebben. Onze stedebouw-kundige omgeving is onze dagelijkse omgeving.Architectuur en stedebouw zijn voor zover zijkunst zijn bij uitstek publieke kunsten. Hunwerkstukken zijn niet alleen aan de straat uit-gestald, zij zijn 'de straat' en de voorbijgangerszijn vrij ze ook voor niets anders dan de straatte houden.We staan hier dus voor de paradoxale situatic,dat juist de scheppingen van de stedebouw alsde principieel publieke kunst door het publiekniet als zodanig herkend behoeven te worden.'Virtueel' karakter van de stedebouw. Onge-twijfeld heben wij in de stedebouw met ruimtete maken. Met wat voor ruimte echter? Ookeen schilderij geeft ons ruimte-ervaring. Dit isechter niet de tweedimensionale ruimte vanhet doek. In het schilderij heerst een ruimtevan een heel andere orde. Bij een kunstwerkinteresseren wij ons niet voor wat het 'reeel'(Hartmann) of 'actueel' (Langer) is, maarvoor de 'irreeele' of 'virtuele' zijnswijze alskunstwerk. Bij de overige kunsten valt de ac-tuele zijnswijze (het materiele ding dat hetkunstobject is) uit onze aandacht weg. Alleenaan de periferie van ons bewustzijn weten wedat het schilderij 'eigenlijk" een stuk gevcrfdlinnen op een houten raam is. In de bouwkunstblij'kt de realiteit (het dak boven ons hoofd,het trottoir waarop wij lopen) ons ook bij hetesthetische zien volledig bewust. Bij elk derbeide manieren van zien nemen wij ruimtewaar en terecht kunnen wij dus de vraag stel-len: wat voor ruimte? Wij kunnen immers hetruimtelijke, als kwaliteit van het naast-elkaar,op veel manieren (volgens veel modaliteitenzoals Cassirer het uitdrukt) interpreteren. Inde klassieke, door Newton gegrondveste na-tuurkunde wordt bijvoorbeeld de ruimte zoda-nig opgevat (o.a. als driedemensionaal), dat dewetten van de meohanica er geldigheid inhebben. Onze ogen laten ons weer een heelandere ruimte zien, een ruimte waarin de din-gen dicht bij groter zijn dan verder weg enwaarin objecten die topografisch ver uiteenstaan optisch dicht bij elkaar kunnen zijn. Zokan men vele "ruimten" onderscheiden, dieelk binnen een bepaalde orde -- de orde vande wiskundc, van de natuurwetenschap, vanhet optische zien, van het sociale leven enz.-- geldigheid hebben, en die dus in onze geestheel goed naast elkaar kunnen bestaan.Zo veronderstelt ook elk van de aspectenwaaronder wij onze stedebouwkundige omge-ving hebben proberen te zien een andere ruim-tebeleving; uit utilitair gezichtspunt bepalende dingen in de ruimte elkaar wederzijds enstaan ze geordend ten gobruike, sociocultureclis de ruimte gevuld met betekenissen dragendeobjecten en esthetisch beleven wij de ruimteals zuiver visuele en op zichzelf waardevollevorm.Door de veronderstelling dat er verschillendemodaliteiten bestaan van het naast elkaar zijnvan de dingen wordt het begrijpelijk, waarombij het beschrijven van esthetische ervaringentermen die aan andere ervaringsniveau's ont-leend zijn een heel andere betekenis hebben.In het esthetische zien van onze stedebouw-kundige omgeving kan men terecht sprekenvan een "spel van ruimten en volumes", kun-nen ruimten "elkaar doordringen", topogra-fisch ver uiteenstaande en op geen enkele an-dere wijze met elkaar in verband staande90uzzlUzz3XzlU2:ozz3itZUJ1-UiIUlsZUl(AZUlWat ik van Sikkens periodeschema denk, meneer?Voor het buitenschilderwerk had u niets beters kunnen kiezen. Ik zaiu vertellen waarom. Het basissysteem bestaat uit drie lagen RUBBOLA-Z - een enorm sterke verf, het beste produkt dat ik ken. Bij tnijnregelmatige controle zaI ik in de komende jaren echt niet veel aan uwschilderwerk hoeven te doen. Alleen wat bijwerken hier en daar. Uwhuis ligt nogal gunstig in deze omgeving. Daarom krijgt het werkwaarschijniijk pas na een dikke vier jaar een ,,kwast over". Ja, dat iseen vakterm, waarmee ik wil zeggen dat ik dan een nieuwe laagRubbol A-Z zaI aanbrengen. En dan na de volgende vier of 5 jaar weereen. U gaat kosten sparen, meneer! Volgens het klassieke verfsysteemzou er na een jaar of vijf afgebrand en helemaal opnieuw geschilderdmoeten worden. En dat loopt in de papieren. Door periodiek onder-houd blijft uw schilderwerk wel vijftien jaar intact. Oat is niet, wat ikvan het SIKKENS PERIODESCHEMA denk, maar wat ik ervan weet.Ik heb er tien jaar praktijk-ervaring mee.iVM-periodeschema /beschermf uw huizen- en gebouwen-bezif duurzaam,terwiji de kosienworden gespreid overeen groof aantal jaren.//coupon5IKKEN5SIKKENS LAKFABRIEKEN N.V. - SASSENHEIM //^ adres//Gelieve mijuitvoerigeintichtingente verstrekkenoverSIKKENS PERIODESCHEMAnaam en voorletter(s)woonplaats tal.AANNEMERSBEDRIJF Fa. A. Ph. KUYLVOORSCHOTEN Telefoon (01717) 2859-2992IBen vacatureop het gebied van volkshuisvestingen stedebouw?De juiste manop de juiste plaats krijgt U als Uwoproep voorkomt in hetTijdschrift voorStedebouw en Volkshuisvestinghet maandblad dat reeds bijna 40 jaaronder de ogen komt van zo goed alsalien, die op dit gebied werkzaamzijn!Advertentie-afdeling:Keizersgracht 188, Amsterdam, C.Telefoon: 249128 en 243254.c.v. Aannemersbedrijf y ^ EI IvDir.: U. KoopmansWOLVEGARaadhuisstraat 5 -- Telefoon 05260-2351? Onderhoudswerk? Woning- en Utiliteitsbouw? Gespecialiseerd in FabrieksbouwEM mmiEnsBouwIn mei 1960 oplevering van de lOOOe woningvoor de gemeente Leiden.B.L.O.-school, LeidenStalen en MipolamRAMENDEURENFRONTENN.V. AITA 'S-GRAVENHAGEBinckhorstlaan 301 - Telefoon: 720083* (na 7 uur 720472)J.E. STORKVENTILATORENVOOR UW BEDRIJFDEN HAAGJUNOSTRAAT 35TEL. 0 70 - 85 21 08*FirmaBIK &REEDVELDBAannemersLEIDEN Telefoon 22274-22518Verkenningen Stedebouwbouwwenken tot elkaar in een "spanningsver-houding" worden gezien en gebouwen een"ritmiscihe opeenYolging" vertonen. Dat is be-grijpelijke taal van een bepaalde ruimtebele-ving uit, maar klinkt degeen die zich niet ofniet gomakkelijk in de esehetische zienswijzekan verplaatsen als onzin of schromelijkeoverdrijving in de oren.Anderen, die aan de esthetische vormgevingenige waarde willen toekennen als versieringof verfraaiing van onze dagelijkse omgeving,reageren met een toegeeflijk hoofdschudden.Hebben zij in hun opvatting, dat de kunst,en speciaal de stedebouwkunst, alleen een ver-fraaiende, behagende taak heeft, gelijk? Dezevraag verdient een korte beantwoording, om-dat daarvan goeddeels afhangt hoe de samen-leving meet staan tegenover bepaalde wijzi-gingen in de vormgevingsopvattingen.De maatschappelijke betekenis van de stede-bouw als kunstDe esthetische betekenis van de stedebouwvoor de samenleving heeft twee kanten. Inde eerste plaats is de schoonheidsbelevingwaardevol op zichzelf: gewoon het plezierzijn ogen de kost te geven en naar dedingen te kijken. Voor zover de openbareultingen geen "lip-service" zijn, wordt ditdoor de samenleving ook als een waardevolgoed erkend. Dit blijkt o.a. uit de plaats dieaan de stedebouwkundige bij verschillende fa-sen van de voorbereiding wordt ingeruimd enuit het welstandstoezicht. Dit neemt niet weg,dat niet de gehele samenleving aan dit goeddezelfde waarde toekent. Het wordt door dekring der arohitecten en stedebouwkundigeontwerpers en de esthetisch ingestelden onderhet "publiek" veel hoger gewaardeerd dan ge-middeld door de overheid. Verschuivingen indeze differentiele waardering zijn alleen teverwachten naarmate het vermogen totschoonheidsbeleving onder de leden van onzesamenleving een grotere verspreiding en eenhogere kwaliteit krijgt. Dit hangt weer inhoofdzaak af van de idealen die bij de op-voeding worden beleden en in praktijk ge-bracht. Wij zouden deze functie van de ste-debouw de spirituele willen noemen. Tentweede kunnen wij spreken van een sociocul-turele functie van de esthetisch beleefde stede-bouwkundige schepping. Bij de besprekingvan het socioculturele aspect in het eerste ar-tikel werd uiteengezet, dat in de uiterlijke ge-daante van het object een zin of betekenistot uitdrukking kan komen. Hoe dit gebeurtis daar in het midden gelaten, maar het zalnu duidelijk zijn, dat deze aanschouwelijkenaar een aohtergrond verwijzende objecten te-gelijk esthetisch (dus als vorm) belangwekkendkunnen zijn. Het versohil ligt alleen hierin,dat eerst de nadruk valt op het symboolkarak-ter, dus op dat wat tot uitdrukking komt,daarna op de vorm, het kunstwerk als zoda-nig waari?, maar zonder dat dit doel van deaanschouwing is, sooioculturele achtergrondenkunnen versohijnen, om nogeens de terminolo-gie van Hartmann te gabruiken. Men kangeboeid zijn door de visuele kwaliteiten vaneen gracht met renaissancegevels, of zichtracihten te verplaatsen in de levensstijl vande koopmansgeslachten die hier woonden.Esthetische belangwekkendheid veronderstelteen hoge graad van socioculturele, niet inwoorden uitdrukbare, aanschouwelijkheid enomgekeerd laat de intensiteit waarmee inhet esthetische zien de zintuigen worden ge-brulkt datgene wat "gesyimboliseerd" wordtmeer gearticuleerd en meer "sprekend" ver-schijnen. "De scheppingen van de kunst zijngeen vormenspel", schrijft Cassirer, "maarhebben een zeer bepaalde taak in de struc-turering van de menselijke beleveningswereld.Omgang met het rijk der vormen is geenvlucht uit de realiteit van het leven. Inte-gendeel, de kunst is een van de hoogsteuitingen van het leven zelf". Zo worden ookde uitspraken duidelijk in de geest van hetmotto boven dit artikel die we in verschil-lende formuleringen telkens in de geschriftenvan Giedion aantreffen.*) Alles wat overonze stedebouwkundige omgeving als socio-culturele symboolwereld werd gezegd geldtdus a fortiori ook voor het esthetische aspect.De maatschappelijke functie van de ste-debouw als kunst is echter veel groter, om-dat belangrijke delen uit onze stedebouwkun-dige omgeving pas socioculturele betekeniskrijgen op voorwaarde dat ze met een esthe-tisch oog worden gezien. Een bepaalde op-eenvolging van hoge woongebouwen bijvoor-beeld zal voor onze praktisch ingestelde blikniet erg interessant zijn, misschien alleenvoor zover een indruk wordt gewekt vansteedsheld; men zou dan de vraag kunnenstellen of dezelfde expressie ook niet bereikthad kunnen worden met minder hoge ge-bouwen. Stel edhter dat de esthetisch georien-teerde zienswijze in deze opeenvolging eenritme ontdekt, dat als zodanig boeit, maardaardoor weer de ervaring van een uitzon-derlijke klaarheid en bevrijdende openheidwekt. Dan is ons daarmee iets bewust ge-worden. wat ons zonder de esthetische instel-ling ten enen male zou ontgaan.^) De stede-bouwkunst als de enige werkelijke publlekekunst maakt strevingen, waarden en idealenvan de samenleving aanschouwelijk die tendele anders niet deze uitdrukkingskracht zou-den bezitten en ten dele eenvoudig geen ge-stalte zouden krijgen, d.w.z. niet in vormen"geobjectiveerd" zouden kunnen worden endus zonder betekenis voor het menselijk levenzouden blijven. Door de scheppende stede-bouwkundige werkzaamheid wordt dus desocioculturele symbolenwereld sterk uitgebreiden geintensiveerd.Publiek en stedebouwIn de hierboven geleverde beschouwingen iser telkens de nadruk op gelegd, dat de stede-bouwkundige activiteit bij uitstek een publiekezaak is en de stedebouw als kunst een kunst-vorm die zioh, omdat zij aan de weg tim-''). Vooral in Arohitektur und Gemeinschaft,1956.^). Elke lezer zal bij zijn eigen herinnerings-beelden ten rade gaan. Aan de schrijver stondo.m. het complex op de Plaine de Droixe teLuik voor ogen, waar in 1958 de tentoon-stelling van de International Federation forHousing and Planning werd gehouden.91Verkenningen Stedebouwmert, bij uiestek tot het publiek richt. Devraag die ons nu bezig moet gaan houden is:hoe ziet niet de naar objectiviteit strevendebeschou'wer, maar het publiek zelf zijn stede-bouwkundige omgeving? Sterk vereenvoudigdlijkt mij voorlopig deze karakteristiek houd-baar: Dat de stedebouwer een utilitairdoel nastreeft, wordt wel allerwege erkend enin verschillende gradaties positief gewaar-deepd; dat de stedebouwkundige objectendaaAovenuit ook een socioculturele betekeniskunnen hebiben, wordt meestal slechts aange-voeld voor zover die betekenis in woordenuitdrukbaar is; dat men hier ook van vorm-gevlnig in esthetisohe zin kan spreken wordt,behalve in enkele zeer duidelijke gevallen enin kleine, niet bizonder inYloedrijke kringenmiskend. Voor zover dit laatste het geval isbetekent dit, dat de stedebouwkundige objec-ten alleen worden gezlen als zich bevindendeIn de actuele, meetbare ruimte en niet tevensals behorend tot een anderssoortige ruimte, devirtuele, waarin ook de ruimte tussen debouwwerken (en in de stedebouw zelfs bij uit-stek deze) een vorm heeft. De stedebouwwordt met andere woorden allereerst gezienals planologie, als de activiteit van het func-tioneel zo evenwlchtig mogelijke gebruik vande grond; niet of niet duidelijk daarbovenuitals kunst, die door naar schoonheid te stre-ven datgene tot aansohouwing helpt brengenwat op andere wijze niet zichtbaar te makenis. Op de vraag: "wat is de stedebouw nueigenlijk?" heb iik getracht venkennenderwijzedus gedeeltelijk en voorlopig, een antwoordte vinden. Stellen wij nu, evenals in het be-gin, het publiek en de ontwerpers opnieuwtegenover elkaar, maar nu in de omspanningvan deze vraag, dan vinden wij een bevesti-ging van het vermoeden dat de beide groepende stedebouw en het resultaat van die acti-viteit, onze stedebouwkundige omgeving,verschillend zien. Er is, om in sociologischetermen te spreken, een zodanig verschil in re-ferentiekader, dat daardoor de communicatictussen deze twee groepen sterk wordt belem-merd. Zonder een redelijk goede communlcatieis stedebouw eohter onmogelijk, zeker in eendemocratische samenleving: Het "publiek", nuin de gedaante van de vertegenwoordigendeorganen, kan niet vormgevend werkzaam zijn;de ontwerper van zijn kant kan niet vaststel-len, goedkeuren en bouwen. Hij moet werkenmet de middelen die de samenleving hem terbeschikking wenst te stellen. Mijns inziens be-vinden we ons nu met betrekking tot dc'kwes-tie van de hoge bouw in een situatie, waarbijIntensieve communicatie dringend noodzake-lijk is, maar belemmerd wordt door een tegroot verschil in referentiekader.Hoe reageren de twee "partijen" op deze com-municatiestoring? Het publiek ziet de "stede-bouwkundigen" als degenen die in de eersteplaats voor een doelmatige inrlchting van hetstedebouwkundige milieu hebben te zorgen,maar zichzelf ten dele als artistcn beschou-wen; de reactie hierop varieert van glim-lachende toegeeflijkheid ("het oog wil ookwat, en het plan is werkelijk goed doordacht")tot een wrevelig ophalen van de schouders("die ontwerpers zijn altijd bezig met blokjeste versohuiven, je kunt er nooit een verstan-dig woord mee praten").De ontwerpers van hun kant, die allereersteen driedimensionaal beeld voor ogen zien,proberen aan de functionele vereisten te vol-doen, maar daarnaast dit visuele beeld tehandhaven. Ook in dit geval kan men zicheen continue reeks denken die loopt van sterkezelfkritiek en behoefte tot het afleggen vanrekenschap enerzijds tot pogingen om het ont-werp "erdoor te krijgen" met behulp van"objeotieve" (dat zijn dus grotendeels functio-nele) argumenten anderzijds (,,ze begrijpen hettoah niet als ik probeer uit te leggen hoe ikhet zie"). Of deze rationalisaties door de ont-werpers worden herkend of niet, doet hierniets ter zake.Nergens splitst de hedendaagse spanning tus-sen kunst en technisch-industriele gedemocra-tiseerde samenleving zich zo tot een punt vaneminent belang toe als hier.Het begin van een oplossing lijkt primair vande kant van het publiek te moeten komen. Eris m.i. allereerst meer begrip nodig omtrentde stedebouw als kunsit., Naarmate dit begripontistaat, mag men omgekeerd van de ontwer-pers een grotere openheid omtrent de porteevan hun bedoelingen verwaohten.Pas als dit gebeurt, zal men zich rekenschapkunnen geven van de in elk goed ontwerponontkoombare spanning tussen functie envorm. Esthetisohe vormgeving is immers, omeen uitdrukking van Granpre Moliere aan tehalen, overvorming, meer aan vormgevingdan zuiver utilitair gezien nodig is en somsook enigermate in strijd daarmee.Samenvatting.Onize stedebouwkundige omgeving blijkt eendrieledige functie te hebben voor het mense-lijk bestaan, nl.een utilitairc functie, die betrekking heeft ophet nut voor het menselijk leven op organischniveau;een socioculturele functie, die bestaat krach-tens de betekenis, de zin, die wij aan de we-reld der ziohtbare objecten geven; en ten-slotteeen esthetische functie, die bestaat in het in-tensieve, belangeloze zien van de stedebouw-kundige vormenwereld als doel op zichzelf.De esehetische functie staat in nauwe relatietot zowel de utilitaire als de socioculturelefunctie, omdat het stedebouwkundige objectaltijd aan een praktische opgaaf (als we hetutilitaire en het socioculturele aspect met dezeterm mogen samenvatten) gebonden is, en deesthetisohe vormgeving niet als geslaagd kanworden beschouwd, indien niet aan deze op-gaaf voldaan is. Een zekere spannangsverhou-ding tussen esthetisohe vormgeving en prak-tische opgaaf zal echter altijd wel aanwezigzijn. Bovendien heeft de esthetische wijze vanzien een eminente betekenis voor het mense-lijk leven, omdat zij via de intensieve, be-langeloze beschouwing der vormenwere'd"aohtergronden" mee doet zien, die op geenandere wijze binnen onze ervaringswereldkunnen worden gdbracht.De stedebouw als kunst een bij uitstek publiekekunstvorm, omdat zij haar scheppingen niet,zoals de overige kunsten, uit de actuele wer-92BliHOOGENLAAOSCHEWIL V.V.Telefoon prive: (01608) 578-585Vertegenwoordigers:VOORBURG: K 70 - 854755EIJSDEN: K 4409 - 355Gereformeerde Kerk te Alphen a. d. RijnArchitect: Ir. L. R. T. Oskam b.i. te DordrechtHOOFDAANNEMERS:FA. J. VAN RHIJN& ZOKENKATWIJKAannemers vanBurgerlijke en Utiliteitsbouw? Complete Glasdaken? Glasroedlen? Eberspacher-glasdakconstructiesN.V. v.h. GEBR. BRAKELHAARLEM - SOPHIAPLEIN 6-12 - TELEFOON 0 2500-1.05.38LOODGIETERSBEDRIJFN.V. A. B. K. DE BOCKVeenkade 26-27s-GRAVENHAGETelefoon 33.28.28?NieuwbouwOnderhoudCentrale VerwarmingOliestookHEX IS UW BELANGom bij nieuwbouw enherstellingswerkPUDLOvoor te schrijven.Wordt reeds 44 jaar inNederland toegepast bijwaterdicht werk.RAMONDT & Co's-GravenhageKoniniginneigradhlt 140Telefoon 070-632568BOUWBEDRIJFBAKKERHoofdwes 1246 - Tei. 02546-405NIEUW-VENNEI^Momenteel werkenin uitvoering voor degemeentenAMSTERDAMenAMSTELVEENWerkzaam voor woningbouwverenigingenen overheidsdiensten en -bedrijvenINSTALLATIE-BUREAUB. v.d. EIJKDEN HAAGNoordeinde 125, Tel. 117858Voor al UWINSTALLATIE-WERKop electrisch,gas en sanitair gebiedhandelijk. erkendinstallateurnniiwD^lmmmKRUISSTRAAT 34-36 - TEL. 12485HAARLEMN.V. LOOD-, ZINK- en SANITAIRE WERKENC. R LANTINGAMSTERDAM3e Helmersstraat 10Telefoon 84446VOOR ONDERHOUD ENNIEUWBOUW ZIJN WIJGAARNE TOT UW DIENSTVerkcrtningcn StedebouwStedebouwRooilijnbegripkclij.khcid kan isolercn. Dit neemt nict weg,dat dc stodebouwkundige objecten, esthctischgezien, cen cigcnsoortlge, nl. virtucle ruimtevormen, en ;hct is op dcze ruimte, dat dc voorhet publiek buitcnnissig lijkendc terminologievan ardhitetctcn en stedebouwkundige ont-werpers bctrekking hceft.De discussies rondom de kwestie van de liogebouw, die de dircctc aanleiding tot bet onder-ncmcn van deze studic is geweest, kunncn tendele worden verklaard uit een versohil in re-ferentiekadei" tussen publiek (met inbegrip vande opdrachtgevers) en ontwerpers.In de stedebouwkundige vormen"taal" wordtdus "iets" tot uitdrukking gebracht, dat wewel ervaren, maar niet of alleen zeer inade-quaat in woorden kunnen benoemen. Dezevormenwcreld is daarom een onvervangbaaruitdrukkingsmedium naast de taal.Datgene wat tot uitdrukking komt kan dcfunctie zijn, maar nodig is dit niet. De expres-sieve wcrking van een woongebouw of eenreeks van woongebouwen als clement in destedebouwkundige samemhang kan dus een ge-hcel andere zijn dan het aanschouwelijk ma-ken van de woonfunctie. Wat dan wel totuitdrukking komt kan op deze plaats niet uit-voerig besproken worden.*') Hier zij volstaanmet de vaststelling, dat de relatie tussen func-tie en vormgeving er een is van paralleliteit.Dit verscihil, dat tot een ernstige communi-catiestoring hceft geleid, bestaat hicrin, dat hetpubliek het resultaait van de ontwerpcnde ste-debouwkundige arbeid niet of niet voldoendcals vormgeving in socioculturele en estheti-schc zin berkent. Deze vaststelling houdt geenoordeel in over de kwaliteit van de concretestedebouwkundige uitingen."). Zie echter het in de aanhef van het cer-ate artikel genoemde rapport van de Commis-sie "Hoogbouw-Laagbouw" (Nog niet vol-tooid).stedebouwEnige kanttekeningen b!j het rooilijnbegrip Ir. Paul KcssleHot rooilijnbegrip is dusdanig met ons stcdc-bouwikundig jargon en onzc stedebouwkundi-ge gedaclhtenwereld vervlochten geraakt, dathet de mooitc loont, het aan cen nadere ana-lyse te ondcrwerpen. Om dit werkelijk gron-dig te docn, zou men een diepgaande ge-schiedkundiige studic mocten maken, modernccase-studies mocten opzctten, en ons gehelestodebouwkundige bcgrippcnbouwsel partiieelmoeten differentieren naar het onderhavigebegrip. Dit kan uiteraard niet de bedoelingvan deze kanttekeningen zijn; de bedoeling iswel, een kleine bijdragc tc leveren tot de mo-derne stodebouwkundige vormgeving doormiddol van cen schoonmaakproces.A CcschicdcnisIn dc geschicdkundige stedcibouwkundige voor-beelden kunnen we een oppervlakkig ondcr-scheid maken in twee soorten bouwbcgrcn-zingslijncn: "mechanische" en "niet-mechani-sdhe". Hiermee is bedoeld het versohil tussendc strakkc rooilijnen, evenwijdig aan in hetalgemecn rechtc wegassen, waardoor een ex-trccm rue-corridortype moet ontstaan: mendenkc aan voorbceldcn uit oud-Bgypte, Grie-kenland, Rome, Renaissance, en met variatiesde Barok, benevens de meeste 19e eeuwsevoorbcclden. Variaties nabij de kruispuntenbchoircn tot het systeem, alsook allerlei ver-wijdingen, zij het dan, dat de vorm van dezeverfijningen scherp vasdag door symmetricen vooro'pgezottc geometric: een ovaal pleinhad een eigen gcometrisch mechanische wet-matigheid. Hiertcgenover staat als prototypehet Middeleeuwsc systeem, dat niet alleen van"organisoh gckromde" straatassen uitging,maar ook in hot algemeen de straatwandenten opziichte van de wegas liet spelcn.Laten wc even in het midden, hoe deze rooi-lijnen nu precies uitgczet werden en wettelijk(en praktisch) gehandhaafd, dan mag toch inieder geval wel worden gesteld, dat de ge-meensohap middelen had, om to verzekeren,dat de benodigde verkeersbreedte in de stadovcrbleef alsook een voldoendc maat in ver-band met brandoverslag. Het ging hierbij omvoor 6ns gevoel belachelijike maatjcs: bijv.5,40 m in Luzern. Men mag aannemen, datdit rooilijngebruik voornamelijk acuut werdna het einde van de Middelceuwen, toen bin-nen dc stadswallen langzamenhand weinigbouwmarge overblecf (vgl. Street life in me-diaeval England), en de neiging tot bouw vanluifels, pothuizen en andere rooilijn-over-sahrijding groter word. Behalve het verzeke-ren van deze verkeersbrcedtcmaat, die dandus vaak in zijn geheel voor de verkcersdoel-cinden wcrd benut, was cen variant het rc-servcren van verkeersgrond + een surplusvan bijvoorbeeld 1 meter voor dc aanliggendewoningen voor het gobruik als cigen stocp,i.v.m. een smal bloemenstrookje (Engeland),zitjc (Dantzig), kockociken, druipwater, draai-ramen, en privacy. Aangezien niet iedereenzich een dergelijke strook van enige dieptekon permitteren, wend deze strook tegelijiker-tijd een sociale indicatie. In de periode bijuitstek, waarin deze sociale indicatics eenveel belangrijker rol gingen spclen dan de"essentie van de opgavc zelf", dus in dc 19e93StedebouwRooilijnbegripeeuw, groeide deze voorstrookdiepte uit toteen grotere afmeting in de buitenwijken en devillaparken, zodat bijvoorbeeld een rooilijn,die 10 m voortuindiepte afdwong, een hogestanding suggereerde. Naast deze bovenstroonibestond er w?l een onderstroom in de vormvan de behoefte aan rationeel-situeren, waar-bij zuidtuindiepte, benutten van een goedeterreinhoek bijv. i.v.m. bomenbestand of fun-dering, korte afstand tot de ontsluitende weg,etc. een rol speelden. De onmogelijkheid invele gevallen, om bij een diepe rooilijn eenhoekperceel rationed te bebouwen, is ookeen voorbeeld van dit profoleem. In het al-gemeen werd deze onderstroom slecihts inci-denteel zichtbaar in bezwaren tegen uitbrei-dingsplannen en verzoeken om soepelheid inrooilijntoepassinig.Ook de stedebouwkundige voelde zioh nietal'tijid even gelukkig met de meohaniscihe rooi-lijnvoorschriften; dit kwam bijvoorbeeld totuiting in bewust verspringend getekende rooi-lijnen in uiitbreidlngsplannen, en bij het uit-werken van bouwplannen voor grotere com-plexen woningen vooruitlopcnd op of in af-wijkinig van een stuk udtbreidingsplan. Verdersuste hij zijn geweten in slaap met de ge-dachte, dat de architect tocih ten sJotte vrijwas, zijn gebouw zo ver achter de rooilijnte plaatsen als hij wilde. Het feit, dat depraktijk leerde, dat dit zelden gebeurde, wasdan betreurenswaardig, maar van weinig be-lang. Naast het stereotype ,,standing" ver-haal had de stedeibouwkundige verder ooksteeds het ,,verkeersbelang" achter de hand.Wat hiervan nog opgaat ztillen we hieronderzien.In de Woningwct werd de rooilijn royaalerkend en als instituut geconsolideerd. Eenvrij belangrijk onderdeel van stedebouw-kundig planwerk werd het "wegprojecteren"van gebouwen die te ver naar voren werdengeaoht te staan, tolhuizen incluis (voorzoverniet als monument erkend). Dit gebeurde dusin het btiitengabied t.a.v. boerderijen, in dekom ten gunste van doonbraken en van ver-bredingen. De rooilijn van de Woningwet werddus voor een groot aantal doeleinden ge-bruikt: verkeersdoeleinden, esthetische doel-einden, standingdoeleinden, het vastleggen vanbestemmingsgrenzen, het onmogelijk makenvan bebouwing, het wegprojecteren van be-bouwing, en last but not least het verzekerenvan een goede beliuchting en bezonning, spe-aiaal ook bij oost-westachtige bouwstrook-orienteringen.B Rooilijn en IverkeersbelangDe gedenatureerde rooilijn met sociaal hoofd-doel leidde uiteraard tot veel grotere matenvan de "verkeersbak" tussen de voorgevels,dan men ooit had kunnen dromen. Naast eengroter verlangen naar licht en lucht leiddede groei van het verkeer tot een drang naarverkeersriiimtereservering, en dus kwam menin de loop van deze eeuw tot het geleidelijkaan vergroten van genoemde bak-maat onderhet motto: "Baat het niet, dan schaadt hetniet." Voorlopig geschiedde dit dus in hetalgemeen voor praktisoh iedere weg of straatzonder soherpe analyse van het verkeerspro-bleem. Ook binnen de bebouwde kom goldhet "oprekken" van zoveel mogelijk wegpro-fielen als een redelijke tegemoetkoming aande "eisen van het snelverkeer". Dat dit op-rekken van de profielen bij een beperkt bud-get weJ eens erg lang zou kunnen duren, endat de behoeften na enige decennia wel eensgeheel anders zouden kunnen liggen zodatdan de hele verbreding ondoelmatig zou kun-nen zijn, bescho'uwde men weer als een be-treurenswaardige bijomstandigheid. Zij, dieop de bres stonden voor het verkeersbelang,grepen uiteraard het rooilijninstituut dank-baar aan, en zij hadden er wel redenen voor,want:a. de rooilijnen boden verbredingsreserve;b. de rooilijn kon helpen de bermvreesreser-ve te vergroten;c. royale rooilijnen gaven een veiligheidsbuf-fer voor de straat op sohietende kinderen envoertuigen;d. en tenslotte kon men met rooilijnen rede-lijke riohtafstanden bij kruispunten min ofmeer garanderen.Met de enorme vergroting van het verkeers-volume en de gebruilkelijke snelheden veran-derde echter het wezen ervan; een factor,welke nog steeds vaak niet in zijn voile om-vang wordt beseft.De veranderingen in het verkeer betreffenvoornamelijk:a. Aantal voertuigen /km straat/uurb. Gemiddelde snelheid- en topsnelheidver-grotingc. Verbreding van het "snelhedensortiment"(tussen Porsche en Solex)d. Plaatsbdhoeftige stilstaande voertuigene. Lawaai en trillingf. Stank (giftig en ozonvernietigend)g. Eis van gesloten wegdek (microklimaatbedervend) 'h. Voorwerp van psychose over vrijwel degehele sociale doorsnede, met allerlei excessen(nozems, snelheidsduivels e.d.)De conclusie hieruit moct zijn, dat het mo-derne verkeer een vijand van de volksgezond-heid is, voorzover de mensen grondig of lang-durig gedwongen zijn in de buurt er van tete vertoeven. Dus wonen, werken, recreerenen wandelcn of fietsen zal men zover moge-lijk van het gemotoriseerde verkeer vandaanmoeten houden. Andererzijds is datzelfde ver-keer niet meer uit ons moderne leven weg tedenken, nl.a. Politick: Voor stromingen met ,,liberalis-tische" tendenzen zal de neiging sterk zijn,de vrijheid van het verkeer te bepleiten, ter-wijl stromingen met meer ,,sociale" tendenzende neiging zullen hebben, de nieuwe verwor-venheden (eigen bromfiets, scooter, auto) nietaan de bevolking te onthoudcn, zodat overde gehele linie afremmende factoren weinigkans maken.b. Stedebouwkundig structured: De uitge-dijde vorm van onze nederzettingen voor-onderstdt de hulp van het moderne verkeerin een nog verder uitgegroeide vorm dandie van thans.C Het stedebouwkundige antwoordDe probleemstelling voor de stedebouwkun-94RouilijnbegripStedebouwdige komt dus neer op hct volgende. Nabijwonen, werken, recreeren, wandelen en fiet-sen gcdn mechanisch verkeer, dus geen wegen,park?erplaatsen, garages e.d., voorzover daarvaker dan bijv. 1 x per uur een auto komt.Andererzijds vraagt de bewoner (+ bewoon-ster), de autobezitter, de leverancier, de vuil-nisman, etc. een korte afstand van woon-apparaat tot verkeersapparaat. De oplossingvan dit probleem zai, wat hct wonen be-treft, moeten uitgaan van een functiesplit-sing tussen ontsluiting, verkeer, onrust, ietsleuks te zien cnerzijds en tuiniercn, rust, zoninademcn e.d. andererzijds.Op deze functiesplitsing werd reeds in dcdcrtiger jaren gcwezen; zij werd op 'heldcrewijze gcformulccrd in dc Chartc d'Athencvan de CIAM omstreeks 1939.Bij de hier bcdoelde oplossing kan men ziclispicgelen aan het blocdzuiveringsmechanismcvan de long, nl. het dubbcle kamprincipc.In de mcestc moderne verkavelingsvormen isdit principe dan ook gevolgd:verkeerrustVgl. bet Supcrblok, de dwarsverkavcling metihaar vcrder doorgevocnde varianten (tertiiairc,quartaifc, enz. ontsluiting). Mecstal ontstaanhier wel loopafstanden, die groter zijn dande afstandcn bij directe ontsluiting, maar an-dererzijds zal de stedebouwkundige uiteraardpogen, deze afstanden tooh zo gering mogc-lijk tc houden. Als dit indcrdaad gcbeurd is,is een cventueic strijd tegen dc nicuwc auto-bezitter, vuilnisman, melkboer etc. zckcr dcmoeitc waard: hct gaat hier om een mens-v/aardigc woonvorm.Het vastloggen van de grilligc zigzaglijn, diede vcrkeerskant van het wonen naar "destraat" (welke straat?) begrenst, door middclvan een "rooilijn" wordt in dit kader eenzinloze sport. De stedebouwkundige opgaveis hier een gflheel andere, nl. het situeren vaneen combinatie van woonecnheden in eenduibbcl kamsysteem als aangedmd. Dit is eentypische bebouwingsplanopgave, die uitgaatvan het bouwen zelf en op moderne wijze hetbestc door middel van een ,,bouwteam" totstand kan komen. Als men hier per sc derooilijnconstructie zou willen toepassen, danzou men ertoe komen, om elk complex vanoptimalc realisatie een verzamelrooilijn tcleggen, en dan toch weer bij de realisatie hetbouwteam te laten optredcn; een gewrongenconstructie!Wat het verzorgingsapparaat (winkelcentrume.a.) betreft, ligt het probleem in principeanaloog, terwijl bij de werkgebieden van in-dustrleterrein, kantorenwijk, havenbuurt e.d.zoveel extra bizondere bouw- en groepe-ringseisen spclen en een z6 sterk sohoksgewijzcverkecrsbeiasting optreedt, dat hier hot pro-bleem een geheel ander karakter krijgt.Een gebied, waar dc rooilijn zich uit vcr-kccrsoverwagingen een zeer hechte plaatsheeft veroverd, blijft het gcibied buiten dcbebouwde kom. Ook hier is duidelijk een nei-ging in de richting van een rationeler wegen-stramien te onderkenncn, waarbij ook wecrccn duidelijkc functie-splitsing optreedt. Voorons onderwerp is hierbij van belang, dat bijdeze hienarchische splitsing twee hoofdcate-gorieen naar voren komen:a. Belangrijkc vcrkeerswegcn van rijks en pro-vinciaal karakter, waarbij hct verkeerskarak-ter in wezen veel te belangrijk is, om erdirecte ontsluiting van nicuwc objecten optoe te staan, tenzij deze objecten bij de wegbehorcn, zoals benzinestations en motels. Dezelaatste objecten hefaben bun eigcn situerings-eisen, die beslist te ingewikkeld zijn voor eensimpcle medharaische rooilijn, terwijl boven-dien de wegbeheerder normaliter de eventuelebouw volledig kan weren via weigering vanuitwogvergunning. Andere nieuwe oibjectenworden redelijkerwijs geweerd, zodat derooilijn slechts voor de overgangsbepalingt.o.v. bestaande bebouwing langs zo'n weg terzakc doet. Voor de rest bchoort er niet aandergelijke wegen gebouwd te worden. Of dcelders ontsloten opstal'len plaatselijk eens eenkecr dc verkeersweg zulkn naderen tot 25 muit de wegas of tot 100 m daaruit, is dus inwezen niet erg van belang.b. AUe andere wegen zijn te karakteriserenals zuiverc ontsluitings- en recrcatiewegen,waar snel-snelverkccr niet op zijn plaats is,en waar een esthetisch aantrekkelijke situeringvan de bocrderijen e.d. op wisselende afstandUiit de weg (soms bijv. in een bocht etc.)van groot belang is. Het begrip rooilijn ishier niet ter zake, altfaans niet volgens demechanisohe metlhode.D Enige esthetischc facetten (van dc zeervede)a. In het voorgaandc is al gewezen op hetmecbanlsch karakter van dc rooilijn evcnwij-dig aan de wegas. Soms zal men dit uit es-thetischc ovcrwogingen bcpaaldclijk voor-staan, om ccn rustig, monumentaal karakterte krijgen (als oud voorbeeld denke men aanPrincess Street in Edinburgh). In velc geval-len eobter, waar men de realisering niet sterkin de hand heeft, zal er gevaar bestaan voordisharmonie tussen de strakkc rooilijn en dclevcndigc (c.q. rommeligc) opstandencombina-tie. Wat hiervan ook zij, hoofdzaak is, dat dcbouwbegrenzingslijn niet automatisch even-wijdig aan de wegvcrhardingsas wordt getrok-ken, maar dat dit alleen gesohiedt, waar drin-gcndc rcdenen liiertoe nopen. Andererzijdszij in dit verband gewezen op de eindelozenieuwe situeringsvormen, die in moderne, ste-idcbouwkundige plannen voorkomcn, niet alsmodegril, maar uit een behoefte, hct tuin- ofnatuurelement en bet woonelement elkaarenigszins te laten doordringen.b. Indicn men vaak vertoeft in randgemeen-tcn van de grote steden. In de villaparkenvan Wassenaar, Overveen, Bussum, Zeist, enz.,krijgt men daar het gcvoel in een aquariumte lopen, zij het een soms niet onaantrekkelijkaquarium. Nergens heeft men ,,hauvast" aaneen muur, gdbouw, zware haag, dichte struik-beplanting, e.d. Nergens heeft men de gele-genheid, langs zo'n ,,houvast" te schuren. Ookde dramatische effecten van de ,,Castles onthe Ground" (vgl. het gclijknamige boekjc95StedebouwRooilijnbegripKronickvan Ricihards) mist men er, terwijl zelfs eennatuurlijke maaiveldvorm onder het schuimvan de exotisohe handelsplanten en struikenvcrloren gaat. In deze sfeer vindt men demedhanisohc rooilijn met grote afstand tot deweg als een van de belangrijkste pijlers ervan.Hoe zou hier plotseling een duidelijk karak-ter kunnen ontstaan door het zo hier en daartaelaten van een rooilijn op afstand nul vande wegkant. Ook zou een van de belangrijkeelementen van de stedebouwkundige esthe-thica, nl. de herkenbaarheid te midden vande vermicelli-stratenstructuur, weer hersteldworden.c. Vele van onze oude kernen worden nugrootscheeps ,,aangepakt". Daanbij is het,,bon ton" (en terecht), om al deze oude ste-debouwkundige monumenten ,,in hun waardete laten". Dit gebcurt echter vaak op eenzonderlinge manier. Men doet dan het uiter-ste, de wat men noemt stedebouwkundige,,structuur" in essentie te behotiden. Hiermeebedoelt men, dat men de meeste straatassenbehoudt en eventueel met een enkele door-braak aanvuit, maar dat verschillende ervandoor profieloprekking beter voor het verkeertoagankelijk worden. Hierdoor tast men dezesteden juist bij uitstek aan. De oude profielenzijn in dergelijkc gevallen in hoge matebreedte- en detailgevoelig, zodat zelfs eenveiibreding van een meter, dempen van eengraoht of vervamging van eigen stoepen dooronze stijlloze 30 x 30 tegels de genius locuskan verniefiigen. Indien men in zo'n gevalmaar de moed had, juist niet de tiheoretischestructuur intact te laten, maar bijvoorbeeldover achterterreinen een nieuwe pure ver-keersband te ontwerpen, dan zou men de lo-kale sfeer werkelijk kunnen redden. Welis-waar kan men deze nieuwe elementen ookwcl door mi'ddel van rooilijnen realiseren,maar de oorspronkelijke gedaohte van bebou-wingsgrens lanigs bestaande wegen speelt dantoch niet meer.E SlotconclusieAls conclusic mag uit het bovenstaande wor-den afgeleid, dat het rooilijnbegrip veel vanzijn belang in de moderne stedebouw heeftverloren. Bij de rooilijn die de bebouwingsnijdt, speelt het realisatietempo een kwadcrol; bij verkeerswegen gaat het niet meer omaanliiggende bebouwing, want die behoort erniet te zijn; bij onze villaparken leidt eenrooilijn (zeker een mechanische) tot onratio-nele verkaveling en aquariumsfecr; in onzebuitenwijken voldoet het bouwplan als uit-gangspunt beter in bet samenspel van hetbouwteam, evenals bij het moderne winkel-oentrum; en tenslotte geeft in een kernplan,dat de lokale sfeer niet teveel wil aantasten,een bouwverlbodachtige regeling vaak een ga-vere raogelijkheid dan juist de rooilijn.Weliswaar zal men best nog wel eens eenrooilijn met succes kunnen toepassen, net zo-als men allerlei APV bepalingen met successtedebouwkundig kan toepassen, maar in gro-te lijnen is het rooilijnbegrip op zijn retour.Hoe sneller wij aan dit proces meewerken,hoe gezonder het stedebouwkundig denken opdit punt kan worden.Stedebouwkundige Kroniek en KommentaarHet paradijsals toppunt van aardse gelukzaligheid stelt eenieder zich wat anders voor. Uw kroniekschrij-ver heeft er een tamelijk duidelijke voorstel-ling van; het is een Frans renaissancc-kas-teeltje in een park, gelegen op een heuvelrugmet aan de voet een snelvlietende, over ste-nen dartelende rivier. Aan de overzijde gol-vende korenvelden. De bloesems bloeien, debijen gonzen, de bladeren ritselen en de cin-der is wazig van de warmte. Op een bankzit, in een luchtig zomerkleedje, Danielle. Uwkronieksdhrijver ligt in het gras en least daareen boek over stedebouw.Aoh, hoe onpractisch en wereldvreemd lijktdit ideaal. De architect vereert de Berber, deKashba, de Dollarsmile of Zichzelf; de stede-bouwer lijkt verstrikt in zijn Pruisische Blok-kendozenspcl en zijn Mondriaantjes ten gerie-ve van H.H. Ballonvaarders. Zou daar eenstedebouwer in het zachte gras mogen liggen,lezen, en in de verte staren?Tocb, hoe eenvoudig en menselijik is ditideaal!! Het kent twee hoofdmomenten: har-monic en cultuur. Harmonic met het goededeel der schepping: het zachte gras, het gon-zen, ritselen en geuren der aarde. Cultuur alsbeheersing, vormgeving der natuur; de gol-vende akkers, het water binnen zijn oevers,het park, en het kasteeltje als een parel inde gouden kroon.Maar ik tekende het beeld nog niet volledig.Achter de golvende korenvelden, een veertigminuten rijden in een snellc Porsche, daar ligtde stad. De stad als ontmoeting; de stad alsontmoeting met de onbekende medemens; destad als ontmoeting met de veelzijdigheid; destad als ontmoeting met het dynamische; destad als ontmoeting met het phenomeen dereigentijdsheid. Uw kroniekschrijver lag in hetgras en las; maar hij kwam uit de stad en zouer in wederkeren. Nochtans lag hij in hetgras toen het flitslicht van de paradijszoekerontbrandde. Want in het paradijs is de stadin ons, maar zijn wij niet in de stad.Le desert francaiszo bekend gewordcn sinds J. F. Gravier haarstelde tegenover Parijs, doet zich deze maan-den bloesemend en bloeiend open voor zijnbezookers. "Welk een land", vcrzucht denederlandse stedebouwkundige als hij hetlandsohappelijk verpauperde Belgie met moeiteheeft doorworsteld. Prachtige wegen door-kruisen een eindeloos golvend landschap, dat96G. C van BERKELHooi'duilvoerder:B. H. LUBBERSENTel. 0-2500-57495VOOR ALLEWoonhuis en Kantoor:Amaryllislaan 5, HeemstedeTelefoon 0-2500-37910?Werkplaats:Klein Heiligland 63, HaarlemTelefoon 0-2500-17915?Bank:De Twentsche Bank N.V.HaarlemSCHILDERWERKENh.v. ONDERHOUDSSCHILDERWERKvoor WONINGBOUWVERENIGINGEN,UTILITEITSBOUW enCONSTRUCTIE-SCHILDERWERKJachfhaven ,,'t Fort", WarmondAannemersbedrijf TH. LEENEKSweilandstraat 9 -- WARMOND -- Tel. 01711-810Woningbouw,Utiliteits- en Scholenbouwmoderne lijnenmoderne lakken Voor nieuwbouw en onderVioud.Onze kleurenspecJalisten enverftechnische adviseurs staanaltijd voor U klaar.N.V. Verf-, Vernis- en OliefabriekenVEVEO SCHIEDAMModerneLIFTENNEDERLANDSFABRIKAATSTARLIFTVoorburg - tel. 778400 (070) miiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii^^AANNEMERSBEDRIJF H. W. SEBREGTS & ZOON ? BLOEMENDAALPolyvile nV.Fabriek van thermoplastische productenSCHIEDAM - Rotlerdamsedijk 160Telefoon 01800-64300 en 63346Polyvile-muurbespuiting(op basis van P.V.A. en P.V.C.)Decoratief - afwasbaar - kleurechtPolyvile-X buitenmuurplasticBeschermt beton tegen alle weersinvloedenLeverbaar in iedere gewenste kleurSiliconen(geen na-zouten)tegen doorslaande muren en ter beschermingvan betonP.V.C.-vloerenin tegelvornn en banenOp al onze materialen langdurige garantieVraagt vrijblijvend offerte of vertegenw/oordigersbezoek-k OUD IJZER SLOOPOBJECTEN? KOPER - LOOD - ZINKif Oude en nieuwe metaalafvallenWy geven de hoogste prijsen komen door geheel het landFirma HAYE DEN HAAGBINCKHORSTLAAN 358 -- TELEFOON 720131JOH. VERHULSTWEG 54Tel. 02560-8801Werkzaam voorOverheidsbedrljvenen -diensten, MonumentenzorgBURGER- ENUTIUTEITSBOUWMeisjeslyceum ,,Sancta Maria"te HaarleinFa. H. MANSCHOT & ZONENAannemersvanHEIWERKENm&HHii*^ Telefoon 03474 - Z69LEXMONDGespecialiseerd in het heienmet stoomblokkenvan 2000 tot 5000 kg.BOUW-,AANNEMERS- enMETSELBEDRIJFLouis vanBreukelenDEN HAAGZwarteweg 26 - Telefoon 113370StcdcbouwKroniekbewijst dat ook een woestijn in bloei kanstaan. Ga even buiten de hoofdwegen en demecst Asolute rurale rust gonst en geurt omU been. Rond de dorpskerkjes als mijlpalenlangs de weg dcr bouwhistorie, staan de graf-kruisen met kransen van kleurige kunscbloe-men. Geweldige namen: Azincourt, Caen,Verdun, zijn als gongslagen der gesohiedenis.Raadselacbtiig land, waar heel noord-Frankrijkwcl door vaal-witte paardcn geploegd envoor de tractor geschapen lijkt, en in hetklein-schaliger Normandie de modernste land-bouwmachines uw weg kruisen. Waar in LeHavre Lodewijk en Perret niet zo ver uit el-kaar lijken te liggen en tezamen de moderneniens weten te boeien. Waar... ., maar laatik me tot de hoofdindruk van een recentcreis bepalen. Frankrijk is een land dat ietsbezit dat wij steeds meer gaan missen: decampagnc.Dc campagne,wat bedoel ik daar mce? Het is niet gemak-kelijk te vertalen, althans niet in de betekeniswelkc ik er in wil leggen. "Het platte land"is het, althans in de meest letterlijke zin, zekerniet. Als ik aan het landschappelijk voorko-men denk, blijkt het juist dat het niet-platteerg essentieel is. In een -werkeliik plat land alshet onze is de scheidlng tussen aarde en at-mosfeer plotseling en definitief. De scheidingis absoluut, het spel ontbreekt, en het enigboeiend geheimenis kan liggen in de atmosfeerzelf: haar mistflarden en zonsondergangen.De mens is als uitgeworpen door de aarde,zijn aanwezigheid is van verre ziohtbaar, enalles wat hij maakt is zichtbaar in zijn schoon-heid of schamele naaktheid. Waar menook rondschouwt: het is de mens en zijnmaaksel, verstrooit over het immense uitsto-tingsvlak tussen hemel en aarde.Maar reeds bij de minste golvingen speelt deaarde haar spel. Wat hier een abstract uit-stotingsvlak is, is daar een boeiemd spel vanhoog en laag, van ervoor, ertussen en erach-ter, van erboven en eronder.
Reacties