stedebouw & volkshuisvestingUhgave van hetNederlands Instltuut voorRuimteUjke Ordening en VolkshuisvestingHet provinciale dorpenplanStedebouwOverheid en bedrijfsleven hij saneringenDe junctiekaartVolkshuisvestingSummarydecember 1963tflrliflex)10 jaar geleden brachten w1] hetbekende ARTIFLEX jEluorescentlearmatuur op de markt. Dit arma-tuur veroverde het bedrijteleveno.a. de bouwwereld en de handelen, nlet te vergeten, de openbareinstelllngen.THANS OOK LEVERBAAR METPOLYESTER BOVENKAPPENjaar ARTIFLEX is 10 jaar vertrouwen.Ned. fabrikaat.Levering uitsluitend via de Artlflex grossiers.Artlflex annaturen kunnen worden uitge-voerd met PHILIPS materlaal. Ultgebreidekatalogus wordt u op aanvraag gaame toe-gezonden.1963ZERONI ELECTRIC TOLLENSSTRAAT 83 - ROTTERDAM-Mtel. 010 415 62-12 86 63N- V N' V N"^ V X''KOENE TEGELS\VjOfChliuK^\Telefoon 778566WAND- en VLOERTEGELSMOZAIEKonverglaasdverglaasdglasMARMER-TEGELSNATUURSTEENVorstvrij materiaalin iegels en strippenPLASTIC-VLOERENModerneLIFTENNEDERLANDSFABRIKAATSTARLIFTVoorburg - tel. 865450 (070), 196Ondergettiekende wenst te ontvangen:ex. band Tijdschrift Stedebouw en Volkshuisvesting 1963a f 4,95 per exemplaar, franco per postex. band Tijdschrift Stedebouw en Volkshuisvesting 1963met De Woningbouwvereniging 1963 a f 4,95 per exem-plaar, franco per postHet verschuldigde bedrag is gestort op de postrekening No. 1035100ten name van N.V. Maatsohappij tot Expl. van het Limburgs Dagbladte Heerlen: Na ontvangst van dit bedrag wordt mij de band toege-zonden.HandtekeningNaamAdresWoonplaatsBestelkaart voor boekwerkenN.V. Maatschappij tot Exploitatie van hetLIMBURGS DAGBLADNobelstraat 21H E E R L E NCONDENS66Condenswater, tengevolge van tientallen graden tem-peratuurverschil aan weerszijden van een achtergevel-deur. Speciaal van de achtergeveldeur wordt het uiterstegevergd.BIJ BRUYNZEEL 40 MM BALKON- EN TUINDEURENis eike stiji in de lengte doorgezaagd, 180? gekanteld endaarna hoogfrequent onwrikbaar aan elkaar gelijmd. Detegengestelde jaarringen maken trekken of bolstaanpraktisch onmogelijk. De moderne lijmtechniek geeft eenbijzonder sterke hechting. Als extra bescherming is denieuwe achtergeveldeur voorzien van een grondverflaag.Voor uitgebreide inlichtingen folder op aanvraag verkrijg-baar.modeller!: 374 375 376r1 /rutsmmam--1 '? ;i/^-,,. 1 . .;', ^BRUYNZEEL DEURENFABRIEK NV ZAANDAMBouw- en AannemingsbedrijfFIRMA M. SLOB &. ZN.^ BAARN, Schoolstraat 23 Telefoon (02954) 4530 - 3343 ^s&vUitgave van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshmsvestingMaandbladdecember 196344c jaargang no. 12Redactie:Mevrouw Prof. C. W. VisserMe). R. HartstraProf. C. van EesterenMr. C. A. van GorcumH. ]. A. Hovens GreveProf. Mr. A. KleijnDrs. R. KokIr. P. K. van MeursProf. Dr. S. O. van PoeljeMr. Ir. M. M. van PraagDrs. W. J. ValkenhurgDrs. H. v. d. WeijdeIr. W. WissingAdres voor Redactie en Abonnementen:Lange Voorhout 19, 's-GravenhageTelefoon 184225Postgironummer 29080Advertenties:Keizersgracht 188, Amsterdam-CPostgironummer 113028Telefoon 249128Dit nummerheeft tot hoofdartihel de tekst van de inleiding, die de Heer Drs. T. E. Puisterop de tweede regionale bijeenkomst van het Instituut voor de Noordelijkeprovincies te Groningen gehouden heeft over het provinciate dorpenplan in2ijn betekenis voor de herorientering van het platteland.Onder Stedebouw verschijnen in dit nummer een artikel van de Heer Dr. W.Huygens over de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven bij stads-saneringen in de Verenigde Staten en een polemiek over de functiekaart.Verder worden de gewone rubrieken vervolgd.257InhoudHet provitnciale dorpenplan in zljn be-tekenis voor de herorienterinig van hetplatteland, Drs. T. E. Puister .Onderschrift, Ir. D. J. d-e Widt . . 278Binnenland 278259 Buitenland 279StedehouwWho does what for Unban Renewal?De samenwerking tussen ovcitheid enbedriifsleven bij stadssaneriragen in deVeretilgde Staten, Dr W. Huyigens . 265Een verimemging van funotiekaart engrondgebruiikkaart? Een pleidooi voorhet gescheiden hanteren van beidekaarten, Drs. J. Buk 274 SummaryVolkshnisvestingBinnenilanidOfficiele MededetingenNederlands Instituut ....Rijksdienst voor het Nationals Plan280283283283Abonnementsprijs f 20,--. Losse nummers j 2,--.De leden van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting en deleden van de Nationale Woningraad ontvangen het blad kosteloos.258Provinciaal dorpenplanHet provinciale dorpenplan in zijn betekenis voor de herorientering van het platteland Drs. T. E. PuisterIn de eerste regionaie bijeenkomst inGroningen heeft de hear Roelfsemagesproken over het platteland in hetverleden, heden en in de toekomst ^)Daarbij werd toen opgemerkt, datgaandeweg het isolement van het plat-teland is verminderd, mede dank zijde openlegging door de verkeersimidde-len. De heer Roelfsema gaf voor detoekomst ais taak aan planologen enardhitecten mee staid en land hun eigengezicht te laten behouiden, opdat demens in vrijheid zonder verlies aancomfort een duidelijke keuze kan doentussen het wonen in stad of dorp.Enerzljds wordt hier dus de macro-planoiogie bedoeld (schaalvergroting),aniderzijds komt spreker ook teredht Inde micro-sfeer (het eigen gezicht vande dorpen, hoe houden we de te sane-ren kernen stedebouwkundig gaaf?).Deze inleiding zal zlch met het macro-pilanologisdhe aspect van het vraag-stuik bezighouden. Daarbij zal vooralworden gesprdken over Groninger ver-houdingen. Met name zal worden te-ruggevallen op de door de Advies-commissie Noord-Groningen uitge-brachte rapporten over de ruimtelijkeontwikkeling van dit deel van de pro-vincie Groningen, in het vervolg tenoemen Noord-Groningen P) enNoord-Groninigen II ^). Daarnaast isgebruik gemaakt van het door deFriese P.P.D. opgestelde interimrap-port betreffende de ontwikkeling vanhet platteland in de provincie Fries-land 4).Verstedelijkingen bevolkingsontwikkelingBij het spreken over het plattelands-vraagstuik van het Noorden ides landsdienen we ons eerst af te vragen watdit inho'udt. Ik geloof, dat het simpelals volgt kan worden gesteld: hetplatteland verkeert in een moeilijkepositie doordat de bevolking veel ver-gelijkingen trekt met de voorzieningenin grotere centra (steden), terwijl hetplatteland zelf aan inwonertal ver-liest, waardoor de positie voor allerleivoorzieningen nog minder gemakkelijkwordt. Dat wil dus zeggen, dat ertwee dingen zijn die tot een proble-matiiek hebben geleid. In de eersteplaats is het isolement van het dorpdioorbroken en gaat de dorpeling zichmet de stedeling vergelijken; in detweede plaats doet zich op het zuivereplatteland als gevolg van allerlei ont-wikkelingen een inschrompeiingsprocesvoor, in zoverre, dat er in de verschil-lende plattelandsgeibieden steeds min-der mensen komen te wonen. Het eer-ste versdhijnsel wordt aangeduid alsde verstedelijking van het platteland.Daarmee is 'geen physieke verstede-lijking bedoeld, in die zin dat de stede-lijke bebouwing ook in onze dorpenhaar intrede heeft gedaan, al is dit he-laas ook wel eens het geval, ik denkaan het sitedelijke trottoir in een kleindorp. Maar hier is bedoeld mentaleverstedelijking; ide bevolking igaat ingrotere verbanden denken, maar zijgaat ook hogere eisen stellen. De om-standlgheden ten plattelande wordenmet die in grotere steden vergeldken enook al verlangt de moderne platte-lander niet dat hij alle stedelijfce ge-neuigten in zijn dorp krijgt -- per slotvan rekening mist hij ook de nadelenvan de stedelijke leefgemeenschap --toch is een zeker evenwicht tussen debeide levensniveau's noodzakelijk. Datwil zeggen, dat op het gdbied van devoorzieningen het dorp van de toe-komst zich redelijk met de buurt in destad moet kunnen meten. De eenmans-sclhool mag dan nu nog wel worden ge-accepteerd, op de duur zal op het plat-teland hiermee geen genoegen meerworden genomen. Bij een groter sdhool-type worden immers allerlei voorzie-ningen mogelijk, zoals een vakleer-kradht voor handenarbeid en voorlichamelijke oefening. Op zo'n schoolzal het mogelijk zijn een brugklasse tervoorbereiding van het v.h.m.o. te vor-men. Ook bij de middenstandsvoorzie-ningen doet 'zich een dergelijke ont-wikkeling voor. De ouderwetse krui-denierswinkel, waar men alle nieuw-tjes ult de buurt kan vernemen, raaktmeer en meer in ongenade. Minderwinkels maar van betere kwalltelt enmet meer keuzemogelijkheden zuUen inde toekomst wxjrden geeist, ook op hetzuivere platteland. Maar het is onmo-gelljk dit allemaal te verkrijgen ineen geibied waar de bevolking steeds inaantal vermlndert, Indien zij in zogrote mate verspreid woont als thanshet geval is.Hiermee komen we op het tweedebasisgegeven, dat voor het vraagstukvan de plattelandsontwikkeling vanhelang is: het bevolkingsverlies. Enkelecijfers daaromtrent kunnen illustratiefzijn. Daarbij zal ik het C.B.S. volgenin zijn definitie van zuiver agrarlsdhegemeenten als die gemeenten waarmeer dan 40% van de mannelijke be-roepsbevolking in de landbouw werkt.In Groningen waren er in 1956 30 van^) H. Roelfsema, De herorientering van hetdorp; artikel in Stedabouw en Volikshuis-vesting, jaargang 1962, pag. 180.^) Noord-Groniingen, Een oaiderzoek naarde spraiiding van de bevoliking en de voor-zianiingen in; P.P.D. van Groningen, 1962. '^) Noord-Groningen, Een nadere beschou-wing over; P.P.D. van Groningen, 1963.^) De ruimtelijke ontwikkeling van hetFriiese platteland (interim-nota); P.P.D. inFrieslanid; 1962.259Provinciaal dorpenplaHOOFDDORPEN EN PROBLEEM-DORPEN IN NOORD-GRONINGEN* -v.yVERI-LARINO0 HOOFOPCSP-^ HOOFDDORP MET (.00 OWVOLDOEtiDE*t PROBLEEWOOPPo"?Srlfa3,"-\"" s-flizc ": PPOVtNCiALE PIANOLOGISCHE DCWST GBOHINaEN BE-^S^EOSdeze gemeenten "waarin ruim ^ vande totale bevoiking van Groningenwoonde; in Friesland waren dit er 22en in DrenOhe 24, waarin van de ge-ihele provinciale bevoiking in beide ge-vallen ruim 40% woonacihtig was. Eenzeer belangriik percentage dus. Zowelihet aantal plattelaodsgemeenten als betpercentage van de bevoiking dat daarwoont neemt regelmatig af. In de pro-vincie Groningen bijvoorbeeld vermin-derde tussen 1956 en 1960 het aantalagrarisahe gemeenten van 30 tot 24 enhet percentage van de bevoiking datdaar woonde van 27 tot 18. Dit wordtenerzijds veroorzaakt, doordat detotale provinciale bevoiking in aantaltoeneemt, maar anderzijds ooik dooreen absolute verminderintg van het be-volkingstal der plattelandsgemeenten.En daaraan komt tot nog toe geen ein-de. Van de 24 gemeenten in Gro-ningen die in 1960 volgens het C.B.S.als platteland zijn geikenmerkt is hetinwonertal tussen 1947 en 1960teruggelopen van 90.000 naar 85.000personen. Per 1 januari 1963 is ditverder verminderd tot 83.000 inwo-ners. De oorzaken voor deze ontwik-keling zijn algemeen bekend: de werk-gelegenheid in de agrariscibe sector jwordt steeds geringer, omdat er meer ien meer geimeohaniseerd wordt en :moet worden, terwijl tegenover deze 'ontwikkeling geen compensatle staat .in de vorm van een industrialisatie. iDeze negatieve ontwikkeling in destuwende sector beeft vervolgens tot \consequentie, dat voor allerlei bij-komende voorzieningen minder men- \sen nodig zijn. Dit is vooral het ge- ival, indien -- zoals bij de midden- istand -- vanoiuds een relatief te groot :aantal van deze voorzieningen aan- iwezig is geweest. De sanering in deze \260Provinciaal dorpenplanbestaansbron brengt -dan wederom eenvennindering van het inwonertal opihet platteland met zlch mee. Slechtsvia bet forensisme lieeft het platte^land een zeker deel van zijn inwonerskunnen vasthouden en kon een noggroter bevoJkingsverlies worden voor-komen. Zou deze mogelijkbeid er nietzijn, dan zouden de inwonertallen derplattelandsgemeenten nog sterker te-ruiglopen dan ze nu reeds doen. In eenonlangs verschenen studie over hetforensisme in Noord-Groningen '') isbecijferd, dat zonder de mogelijk'heidvan pendel het inwonertal van ditgebied geen 78 000 maar slechts65 000 zou hebben bedragen. Nu ishet moeilijk voor de toekomst dezebetekenis van het forensisme juist teschatten. Met name rijst de vraag ofde geweldige toeneming van de pen-del in de na-oorlogse jaren niet inbelangrijke mate mode een gevolg isvan de woningschaarste. Daarbij wilik onder woningsohaarste zowel diein kwantitatieve als in kwalitatievezin verstaan. De eerste betreft hetfeitelijke tekort aan woningen, vanwelke aard dan ook, het tweede be-grip slaat er op dat daarnaast in degrote plaatsen in onvoldoende mateaan de differentiatie in de -woonwen-sen tegemoet wordt gekomen. Ermag eohter niet worden aangeno-men, dat dit in de toekomst in dezelf-de mate zal voortduren. En dan ishet niet duidelijk hoe het forensismezich in het tooh nog altijd weinigverstedelijkte Noord-Nederland zalontwikkelen. Gegeven echter het feit,dat in de afgelopen jaren -- toen dewoningsohaarste groot was, -- hetzuivere platteland steeds aan inwonersverloor ben ik van mening, dat hetreeel is hier voor de toekomst in elkgeval geen toeneming van het be-volkingstal te veronderstellen, ook alzal het getal forensen -- zeker Ingunstig gelegen dorpen -- welliohtnog toenemen. Deze visie stemt over-een met die neergelegd in de studiesover het Friese plattdland en overNoord-Groningen waarin voorshandsvan een verminderend inwonertalwordt uitgegaan. Aldus wordt naasthet eerste basisgegeven: er is een toe-nemende invloed van de stad op hetplatteland, een tweede gesteld: hetinwonertal van het platteland in to-taliteit zal geen groei vertonen.SchaalvergrotingBij de constatering van deze twee ba-sisgegevens kan echter niet wordenstil gestaan. Het gaat immers nietom de ontwikkeling van een abstractbegrip als het platteland in zijn tota-liteit maar om die van bepaalde leef-gemeenschappen, van dorpen. Dit be-tekent hier, dat binnen een totaal datin bevolkingstal achteruit gaat be-paalde delen (dorpen) nog zeker eengroei kunnen vertonen. "We sprekenhier van schaalvergroting. Dit ver-sohijnsel is te beschouwen als het syn-thetische gevolg van de twee eerdergenoemde basisgegevens, de mentaleverstedelijking en de bevolkingsver-mindering op het platteland. De ver-stedelijking van het platteland leidter immers toe, dat binnen het agra-risohe gebied bepaalde dorpen groeienomdat de bevolking er in verbandmet zijn ligging en voorzieningen devoorkeur aan geeft. De invloed vanhet forensisme, die het mede moge-lijk maakt een bepaald inwonertal tebereiken, moet hierbij niet wordenonderschat. Juist immers door dependel worden nieuwe invloeden inhet dorp gebracht en wordt de men-tale verstedelijking van het plattelandversterkt. Dit hoeft niet alleen doorforensen vanuit den vreemde, de zo-genaamde allochtonen, te gebeuren.ook de pendel van de eigen dorpelin-gen, de autochtonen, heeft duidelijkeinvloeden. Daarnaast is er ook onderde op het platteiland werkzaam blij-vende bevolking de tendentie totschaalvergroting. Enkele cijfers kun-nen deze ontwikkeling illustreren.Bij de studie over het Friese platte-land is gebleken, dat in de periode1947-1960 het aandeel van het Inwo-nertal van het landelljke gebied, datis dus het gebied bulten de dorpen engehuchten, is vermlnderd van 27 tot23''/o, terwljl relatief meer mensen ingrotere dorpen met meer dan 1000inwoners zijn komen te wonen (van33 naar 37"/!)). Een soortgelijk beeldvalt waar te nemen in het studie-gebied Noord-Groningen, waar hetrelatleve aandeel van de grote dor-pen toenam van 40 tot 44''/o.Is dus -de sdhaalvergroting onmisken-baar, de vraag kan worden gesteldin hoeverre zij spontaan is. De fei-telijke mogelijkheden In kleinere ofgrotere dorpen te gaan wonen wor-den immers beinvloed door de terplaatse aangeboden woningen. Hetzou in theorle zo kunnen zijn, datbij de verdeling van de woningcon-tingenten van de gemeenten over deverschillende woonkernen bewustnaar concentratie is gestreefd, mogc-lijk tegen de aanvankelijke wensenvan de bewoners in. Het komt mijvoor, dat dit in het verleden wel eenshet geval is geweest in verband metde, veelal financiele, moeilijkheidergens een woning te plaatsen. Zozien we dan ook dat de woningwet-bouw in mindere mate aan de kleinedorpen ten goede is gekomen dan departiculiere bouw. In de studie vande Friese P.P.D. is hieromtrent be-") Noorid-Groniinigen, De ontiwiikkaliing vanhat forensisme in; P.P.D. van Groningen,1963.261Provinciaal dorpenplanlangwekkend materiaal verzameld. Inde Friese dorpen met minder dan 600inwoners is ruim Z'/o van alle parti-culiere wonlngbouw van Frieslandgerealiseerd; van alle woningwetwo-ningen is hier slechts ruim S'/o te-reoht gekomen. Voor Noord-Gro-nittgen geldt -- zij het in veel mindersterke mate -- iets dergelijks. Daar-naast moet echter niet worden ver-geten, dat de woningbouw in dezedorpen -- ook die door particulieren-- tooh altijd nog achter blijft bijbet procentuele aandeel van de indeze groep dorpen -wonende bevol-king. Zo bedroeg in het zojuist aan-gehaalde voorbeeld uit Friesland departiculiere bouw 7**/o van het totaalen de woningwetbouw ruim 3^/o,maar het aandeel van deze groepdorpen in de totale bevolking wasmet minder dan IS'/o! Op grond vandit gegeven, dat de woningbouw inde kleine dorpen duidelijk achterblijft bij het bier wonende aantalmensen meen ik te mogen conclu-deren dat de in de afgelopen decenniaplaats gehad hebbende schaalvergro-ting toch goeddeels een autonomefactor is geweest. Dit geldt temeeromidat ook in tijden, toen er van eenbeleid van woningverdeling over dor-pen nog geen sprake was, er een na-tuurlijke concentratietendentie be-stond. In de periode 1930--1947 bij-vooribeeld nam in Noord-Groningende bevolking van de dorpen met meerdan 1000 inwoners met bijna IZVotoe; de groei van de kleine dorpenmet minder dan 600 inwoners be-droeg in diezelfde periode slechts S^/o,terwijl de streek als geheel 10*'/o ininwonertal toenam.Als derde basis-gegeven is dus uit tegaan van het feit van een spontanesohaalvergroting, die reeds in het ver-leden ontstaan is op een in bevolkingverminderend platteland, dat aan ver-stedelijking onderhevig is. Dezeschaalvergroting is echter meer daneen in het verleden en heden geldendfeit, het is namelijk tevens de sleuteltot de ruimtelijke begeleiding van detoekomstige plattelandsontwikkeling.Aan de wens tot meer stedelijke voor-zieningen (eerste gegeven) op het ininwonertal afnemende platteland(tweede gegeven) kan alleen wordenvoMaan indien de bevolking zich insterkere mate concentreert en richtop een kleiner aantal kernen met be-tere voorzieningen. De ontwikke-lingsgang maakt het nu eenmaal on-mogelijk, dat de gewone voorzienin-gen, die de toekomstige mens dage-lijks nodig heeft, in elk thans bestaanddorp voorkomen. Deze voorzieningenzullen slechts op spaarzame wijze overhet platteland verspreid kunnen zijn.Dit geldt zowel voor de middenstandals voor het onderwljs en de cultuur;voorzieningen die enigszins vergelijk-baar zijn met de stedelijke kunnenslechts in bescheiden mate voorko-men. Voorzover zij aanwezig kunnenzijn behoren zij te worden geconcen-treerd in bepaalde grote dorpen --hoofddorpen of verzorgend centrumte noemen -- opdat de bevolking ereen optimaal gebruik van kan maken.De laatste eis houdt in, dat een der-gelijk hoofd- of centrumdorp behal-ve over een redelijke eigen basis aaninwoners ook over een gunstige geo-grafische ligging moet besohikken.Dat wil enerzijds zeggen, dat niet alledorpen van een bepaalde groottehoofddorp kunnen worden, terwijlanderzijds in een bepaald dun bevolktgebied een kern met sleohts een ge-ring inwonertal de functie van ver-zorgend centrum kan gaan vervullen.Het gaat er om in bet plattelandsge-bied een aantal steunpunten te creerenwaar de voorzieningen, voorzover diein een dun bevolkt gebied aanwezigkunnen zijn, geconcentreerd voorko-men. De realisatie van deze concen-tratie kan worden gestimuleerd dooreen groei van het inwonertal derhoofddorpen. Dit laatste kan op zijnbeurt worden bevorderd door eendoorstroming van de bevolking vankleine naar grote dorpen. De schaal-vergroting, die spontaan is begonnen,zal daartoe in versterkte mate moe-ten worden uitgebuit. Dat wat in hetverleden nog sporadisch en danmeestal om economische en bouw-technische redenen is gebeurd zal inde toekomst nog meer planmatigmoeten gebeuren: de woningbouwconcentreren in kernen die een be-langrijke verzorgende functie voorhet platteland vervullen. In een ge-bied waar het tocih reeds geringe in-wonertal nog verder terugloopt is hetniet verantwoord de ,,bevolkings-kodk" over een te groot aantal kernente ,,verkruimelen", omdat dan rela-tief onvoldoende verzorging kanworden geiboden, namelijk onvol-doende in vergelijking met wat destad biedt. Schaalvergroting is aldushet middel tot oplossing van deplattelandsproblematiek. Een ver-snelde vermindering van het inwoner-tal in het landelijke gebied en in dekleine dorpen moet niet met vreesworden gezien als een negatief ver-schijnsel, doch zal positief moetenworden geduid als een factor die ertoe kan bijdragen het draagvlak vande in de hoofddorpen aanwezigevoorzieningen van algemene aard zobreed mogelijk te maken.Provinciale dorpenplannenVoor dit alles is een bepaald plan-matig beleid op het platteland nood-zakelijk. Niet iedere kern immers kanals hoofddorp worden gestimuleerd.262MONTADEKEUKENDIE ER IN PASTBruynzeel Monta keuken past.Past in de konceptievan de architektdoor de eindeloze mogelljkhedendie hij krijgt om metin serie vervaardigde elementeneen keuken samen te stellenwaarin hij zijneigen denkbeelden realiseert.De Monta keuken pastin het budget.En niet in de laatste plaatspast de Monta keuken in onsinzicht-van-nii dat een keukengeen verbanningsoordvoor huisvrouwen mag zijn.MONTADEKEUKENDIE U PASTBRUYNZEEL ZAANDAMShowrooms:AmsterdamP.C. Hooftstraat 49020 72 67 54ArnhemJansbinnensingel 608300 2 37 00Den BoschSchapenmarkt 1404100 3 66 36GroningenOude Ebbingestraat 6105900 2 41 19Den HaagKoninginnegracht 14d070 11 29 45RotterdamWestblaak 61010 13 56 72UtrechtKorte Jansstraat 6030 1 54 30ZaandamP. Ghijsenlaan 3002980 2 65 50VACATUI^ESSSGEMEENTE ROTTERDAM^DIENST VAN STADSONTWIKKKLING EN WEDEROPBOUWBij de afdeling Uitbreidingsplannen en StedebouwkundigeRealisatie kunnen voor de voorberelding, het ontwerpen en lietuitwerken van stedebouwkundige plannen worden geplaatst:a. een architectSalarisgrenzen: f 915,- - f 1.385,-- per maand.Verelst: Diploma H.B.O. of bouwkundig ingenieur enervaring in stedebouwkundig ontwerpwerk.b. een assistent-architectSalarisgrenzen: f 852,- - f 1.109,- per maand.Vereist: Diploma V.B.O., dan wel ervaring in stedebouw-kundig ontwerpwerk en H.T.S. opleiding.c. een technisch ambtenaar ^^A''Salarisgrenzen: f 584,- - f 831,- per maand.Vereist: Diploma H.T.S. en belangstelling voor stedebouw-kundig werk.De salarisbedragen zijn exclusief de huurcompensatie ad 4% meteen minimum van f 27,20 per maand voor 23 jaar of ouder en devakantietoeslag ad 4%. Geen inhouding van A.O.W.-premie.Aanstelling boven het minimum is afliankelljk van leeftijd en ervaring.De Verordening inzake vergoeding van reis-, pension- en verhuls-kosten is van toepassing.Gunstige pensioenregeling.Voor het verkrijgen van een woning kan in bepaalde gevallen mede-werking worden verleend.Sollicitaties binnen 14 dagen te zenden aan de chef van het bureauPersoneelvoorziening, kamer 331, stadhuis, Rotterdam, onder no. 28Afdoendevochtweringmet..SILICON'[de muren blijven ,,ADEMEN")Gevelbespuitingen worden on-der garantie uitgevoerd.^raagt vrijblijvend folders enadvies aan:Fa. Joh. G. SiemerFabr. van Chem. Bouwstoffenen ProductenPurmerend -- tel. 02990-3625Loodgietersbedrijf(Landelijk erkend)W. IHIILAMSTERDAMSanitaire-,Gas-,Water- enElectrische InstallatiesvoorUtiliteitsbouwShowroom en kantoor:Van Limburg Stirumstr. 50Werkplaatsen:Van Beuningenstraat 80-90Tel. 188788 (2 lijnen) na 6 uur62007 - 59862VoorGLASN.V. DORDTSCHEGLASHANDELKuipershaven 43-44-45DORDRECHTTelefoon 7245Het adres voorSpeciale beglazingsmaterialenJ.E. STORKVENTILATORENVaOR UW BEDRIJFDENJ1AAGiUNOSTRAAT 35TEL.O 1700-85 21 08*Uw materiaalvoorwaterdichtheidRAMONDT & COKoninginnegracht 140's-GravenhagreTelefoon 070-632568Provinciaal dorpenplanEen zeikere leiding van bovenaf ishiervoor noodzakelijk. Deze kan inhet algemeen echter niet worden ge-geven door de lagere overheid -- degemeente -- daar deze een te geringterritoir bestrijkt. Het onderhavigevraagstuk is een probleem, datstreeksgewijs moet worden opgelost.Dit houdt dan evenwel in, dat er eenoverheidsinstantie moet zijn die der-gelijke streken moet kunnen over-zien. En als vanzelf komen we danterecht bij de provincie, die immersbij de ruimtelijke ordening een dui-delijke taaik heeft. Daarnaast kan na-tuurlijk aan de oplossing van hetvraagstuk in belangrijke mate wordenbijgedragen door de streek zelf, in-dien hiervoor een of andere organi-satievorm bestaat. In verschillendedelen van Noord-Nederland is dit hetgeval. Ik denk bijvoorbeeld aan destreekstichtingen van Noord-Gronin-gen, de kleibouwstreek, het Oldambten dergelijke. Het is geloof ik danook een goede opzet indien van pro-vinciewege een plattelandsbeleid vooreen bepaald gebied wordt uitgestip-peld de betreffende streekorganisatiehierin zoveel mogelijk te betrekken.Het is naar mijn mening echter nietmogeHjk, dat een dergeUjk dorpen-plan door de streek alleen wordt op-gesteld, omdat hierin nog teveel plaat-seHjke belangen zijn vertegenwoor-digd. Bovendien beschikken derge-Hjke organen niet over de wetteHjkel>evoegdheden een beleid met conse-quenties op ruimtelijk gebied te voe-ren, dit is voorbehouden aan de over-held. Dit betekent dat er van pro-vinciewoge dorpenplannen moetenworden opgesteld.Zowel in Friesland als in Groningenis dit gebeurd. In Friesland is uitge-bracht de Interimnota inzake deruimtelijke ontwikkeling van hetFriese platteland, waarin de geheleprovincie is beihandeld. Gedeputeer-den van Friesland hebben zich voor-zover mij bekend nog niet over deinhoud van dit dorpenplan uitgespro-ken, maar het om commentaar aande Friese gemeenten gezonden. Dezeprocedure past geheel in het kadervan het in het voren gestelde, name-lijk dat het gewenst is het plattelandzelf zoveel mogelijk bij dergelijk werkte betrekken. In Groningen is in 1962de nota Noord-Groningen I uitge-bracht, die tot stand is gekomen metde dadelijke medewerking van devoor deze streek bestaande stichtingNoord-Groningen. Om deze redenkonden Gedeputeerde Staten vanGroningen dan ook verklaren bij hunbeleid mode rekening te zuUen hou-den met de gedachten van de ge-noemde nota. In wezen stemmen debeide procedures dan ook met elkaarovereen. Beide nota's borduren ookvoort op hetzelfde stramlen, dat derschaalvergroting. Daarbij is de achter-liggende gedachte, dat de voorzienin-gen niet in elk bestaand dorp in vol-doende mate kunnen voorkomen,doch in slechts een aantal geselec-teerde. In de Friese nota, die de ge-hele provincie behandelt, wordenvier verschillende typen van kernenonderscheiden, die voor stimuleringals verzorgend centrum in aanmer-king komen, terwijl in de notaNoord-Groningen alleen over hoofd-dorpen wordt gesproken (zie teke-ning). Dit verschil hangt echter uit-sluitend samen met de geheel eigenaard van de beide studiegeibieden. Inhet plattelandsgebied Noord-Gronin-gen heeft het geen zin uit de groep derhoofddorpen nog een groep ,,super"-dorpen te lichiten, daar geen van dealdaar bestaande kernen een derge-lijke positie kan gaan vervullen. Ditis onder andere een gevolg van denabijheid van de zo sterk concurre-rende stad Groningen. Beschouwtmen echter, zoals in Friesland, eenprovincie in zijn geheel, dan heeft hetinderdaad zin de groep verzorgendecentra te differentieren naar demeerdere of mindere mate van ver-zorging. In feite is dit verschilpunttussen de Groninger en Friese notadus niet essentieel. Een meer princi-pieel verschil ligt in het feit, dat deFriese nota de aanwezigheid van deminimale verzorgende functies bijeen geringer inwonertal mogelijk achtdan in de nota Noord-Groningen isgedaan. Friesland spreekt in een ho-mogeen dorp van mogelijkheden bij800 inwoners. Groningen richt zichop een aantal van 1500 a 2000 inwo-ners, juist omdat eerst bij een derge-lijk aantal de middenstand met bij detijd zijnde voorzieningen kan bestaan.Mogelijkerwijs is de nota van deP.P.D. van Friesland nog lets te veelafgegaan op de huidige situatie. Inde nota van de AdviescommissieNoord-Groningen is sterk de nadrukgelegd op de mogelijkheden in de toe-komst. Voor min of meer dagelijksevoorzieningen is dan naar alle waar-schijnlijkheid een groter aantal inwo-ners in het verzorgingsgebied nodigdan 800.De concentratie van voorzieningen ineen beperkt aantal dorpen is zowelin het Friese als in het Groningerdorpenplan doel. Aldus kunnen na-melijk kernen ontstaan, die redelijkkunnen concurreren met de voorzie-ningen in een stadsbuurt. De waardevan deze van provinciewege opge-stelde dorpenplannen moet dan ookhierin worden gezien, dat er uit degrote hoeveelheid kernen enkele zijngeselecteerd als potentiele dorpenwaar een meer of minder groot assor-timent voorzieningen mogelijk kan263Provinciaal dorpenplanzijn. Op deze selectie kunnen dege-nen, die bepaalde voorzieningen wil-len realiseren, aanhaken. Dat kunnenoverheidsinstanties zelf zijn, die voorbepaalde voorzieningen een vesti-gingsplaats zoeken; dat kunnen ookbepaalde onderwijsinstanties zijn.Maar ook voor de particuliere sector,namelijk die van de middenstand, is deaanwijzing van hoofddorpen in dor-penplannen zinvol, omdat juist bij deherorientatie in deze sector het voorde particuliere ondernemer van be-lang is te weten in welke dorpen hijnaar verwadhting uiteindelijk de bestekansen heeft. De vele individuele enincidentele keuzes uit dorpen wordendoor een dorpenplan gdbundeld; -hetis de hoop, dat daardoor de hoofd-dorpen van meer betekenis worden.Kleine en grote dorpenNu is het wel de hoofdzaak de voor-zieningen te concentreren in enkeledorpen, om aldus het platteland leef-baar te houden, het is niet voldoende.Deze ontwikkeling moet parallel gaanmet een verdere concentratie van debevolking in deze kernen. Dit procesvan schaalvergrodng is spontaan be-gonnen en zal ook spontaan verdergaan. Het is bij het voeren van eenbeleid tot ontwikkeling van hetplatteland naar mijn mening echterniet verantwoord bij deze uit eigenkracht ontstane gang van zaken teblijven stil staan. De schaalvergrotingzal een handje moeten worden ge-holpen, teneinde te bereiken dat dehoofddorpen hun taak zullen kunnenblijven vervullen. In streken waar eenduidelijke positieve invloed van hetforensisme valt waar te nemen, bij-voorbeeld in het gebied rond een stadals Groningen, krijgen de hoofddor-pen daaruit wel groei-impulsen. Inmeer afgelegen plattelandsstreken.waarbij ik in Groningen aan de strooklangs de Waddenzee wil denken -- ikgeloof dat in Friesland lets dergelijksgeldt -- is deze factor onvoldoendewerkzaam. Hier zullen de impulsenuitsluitend uit de schaalvergrotingmoeten komen. In de nota Noord-Groningen II is nader ingegaan opdit probleem van de toekomstige be-volkingsverdeling over het platte-land. Hierin wordt een beleid ge-propageerd dat is gericht op stimu-lering van de schaalvergroting doorgrote reserve te betrachten bij de ont-wikkeling van enkele met name ge-noemde kleine dorpen. Ook voor eengoede vorm van bevolkingsconcen-tratie kan een op provinciaal niveauopgesteld dorpenplan aldus een be-langrijke stimulans geven. De ?rvaringheeft reeds geleerd dat de gemeenten-- voor wie het soms moieilijk is eige-ner beweging met voorstellen dien-aangaande te komen -- zidh aan eenprovinciaal dorpenplan gemakkelijkconformeren. In de nota Noord-Gro^ningen II is aangegeven welke neder-zettingen een zodanig kwijnend be-staan zijn gaan leiden, dat het verant-woord is hier terughoudendheid metbetrekking tot eventuele ontwikkelin-gen te betrachten. Er bleken van de108 Noord-Groninger dorpen 42 tezijn die 3 of meer negatieve ken-merken bezitten waarmee benaderdwordt het aantal dorpen waar de ont-wiikkeling duidelijk stagneert (zie te-kening). In 24 van deze 42 is in delaatste vijf jaren niet een woninggebouwd door particulieren; 34 vandeze dorpen besdhikken niet over eenlagere school. Deze dorpen kunnenworden beschouwd als bestaandeSchonheitsfehler, waarvan echter moetworden nagestreefd dat er geen nieu-we ontwikkelingen van overheids-wege S'teun ontvangen. De overgangvan de bevolking van deze groepdorpen naar grotere, een overgang Idie al sinds geruime tijd spontaan iaan de gang is, zal daardoor alleen ;maar worden gescimuleerd. Dat wil 'dan ook zeggen, dat het deze inwo- ]ners mogelijk gemaakt moet worden ;een huis in een groter dorp te be- 'trekken. In deze gedachtengang zal :daarom de woningbouw op de hoofd- .dorpen moeten worden gericht. Nu kan men hier wel spreken van dis- icriminatie ten voordele van de zoge- inaamde hoofddorpen, maar elke .maatregel die beoogt te werken op :de toekomstige ontwikkeling van een igebied kan niet anders dan discrimi- -nerend zijn. Op het onderhavige ter- jrein van de plattelandsproblematiek \is deze discriminatie dubbel en dwars :nodig. Slechts op enkele plaatsen is 'het mogelijk een zodanig klimaat tescheppen, dat het dorp de concurren- ;tiestrijd met de stad kan volhouden, :doordat er -- zoals Constandse ^) zegt -- ,,de bevrediging kan plaats :vinden van die geestelijke en mate- :riele behoeften welke ontstaan doorvergelijking van de eigen situatie met die van referentie groepen". Het plat- :teland heeft het nodig dat er zulke dorpen zijn, er kunnen slechts enkele 'dorpen aan deze eisen voldoen, er ;moet dus een keuze worden gedaan.De discriminatie moet worden ge-accepteerd, om te bereiken dat hetplatteland als geheel leefbaar blijftdoor middel van enkele ,,volwaar-dige" dorpen.En als het daarbij nodig is het inwo- ?nertal van de hoofddorpen zoveelmogelijk te laten toenemen, hetgeen ;mogelijk is door de kleine dorpen aanbetekenis te laten inboeten door erminder aandacht aan te besteden, danmoet dit ter wille van het ,,hagere^) A. K. Constandse, Het dorp in de IJssel-meerpoliders; ZwoUe, 1960.264Provinciaal dorpenplanStedebouwOverhcid en bedrijfsleven bij saneringdoel" -- de algemene welvaartsbevor-dering van het platteland -- wordenaanvaard. Versnippering van kracht,door de bevolking sterk verspreid tehouden, moet worden voorkomen.Men dient te beseffen dat het geheelmeer is dan de som der delen. Vooreen ontwikkelingsbeleid op het plat-teland houdt dit in, dat de delen (dedorpen) ondergeschikt zijn aan hetwelzijn van de totaliteit (de streek).Daar reeds alle krachten moeten wor-den ingespannen om het op het plat-teland mogeliik te maken, dat ervoorzieningen komen, die enigermatemet de stedelijke vergelijkbaar zijn,zullen hierlblj opofferingen moetenworden getroost, zoals een geringereaandaoht aan de kleine dorpen alsdaarmee alchans de kansen tot ont-plooiing van de hoofddorpen toene-men. Natuurlijk zal deze ,,onder-schikking" van de dorpen aan de be^langen van de regio hier en daarspanningen oproepen. Men moet ech-ter wel bedenken dat zachte heel-meesters sleohts stinkende wondenmaken. En als men dit voor ogenhoudt zal men, hoop ik, ook inziendat deze soms kras lijkende provln-ciale dorpenplannen uiteindelijk tengoede komen aan het platteland inzijn totaliteit.stedebouwWHO DOES WHAT FOR URBAN RENEWAL?De samenwerking tussen overhcid en bedrijfsleven bij stadssaneringen in de Verenigde Staten Dr. W. HuygensIn de op 5 juni 1963 geihouden leden-vergadering van het Nederlands Insti-tuut voor Ruimtelijke Ordening enVolkshuisvesting heeft de Burgemees-ter van Arnhem in zijn toespraak ge-pleit voor de wenselijkheid van samen-werking tussen overheid en bedrijfs-leven bij saneringen en verkeersvoor-zienLngen en voor het geven van fi-nanciele medeweriking door het be-drijfsleven bij deze bemoei'ingen.Spreiker noemlde het een onlbevredigen-de toestand dat particulieren somsgrote voordelen ten gevolge van stads-saneringen genieten, terwijl er geen en-kele mogelijkheid bestaat de overheidin de baten, die uit de door haar voor-bereide en uitgevoerde maatregelenvoortvloeien, te laten delen.Tijdens deze toespraa;k dacht ik aan dein de Verenigide Staten zo veelvuldigoptredende "development Corpora-tions", waarbij weliswaar de over-heden niet delen in de vruchten vansaneringen, die particulieren genieten,doch waarbij particulieren een grootded van de kosten van voorbereidingen uitvoering betalen.In wezen kom.t dit op hetzelfde neer,als parciculieren voordeel trekken uitdoor hen zelf bekostigde maatregelenis er geen reden voor dat de overheidin de baten zou delen.Ik nam mij toen voor mij wat meerte verdiepen in de Amerikaanse om-standigheden en over deze materie eenartikel te schrijven voor het TijdschriftStedebouw en Volkshuisvesting.Tijdens mijn laatste reis in de V.S.had ik contact met de directie vaneen Consultatiebureau voor planningen stadsontwlkkeling, dat voor eengroot aantal "development Corpora-tions" en voor vele gemeenten als plan-ning expert optreedt. Bij hen heb ikgegevens over deze materie opge-vraagd, evenals bij de redactie van hetAmerikaanse tijdschrift "Architectu-ral Forum" en ook een Amerikaansearchitect verschafte mij lectuur.Hetgeen ik van belang adht in ditAmerikaanse voorbeeld voor ,,hoe hetkan", volgt hier.In de V.S. bestaat een aparte wet-geving en een uitgebreid federaal ap-paraat voor "urban renewal", voorsaneringen en herstel van steden, dievolkomen gebaseerd zijn op het strevenoverheidsgelden en particuliere midde-len samen te brengen voor een ge-meenschappelijke inzet van publiekeen particuliere krachten voor de krot-opruiming en in het algemeen voor desanering der oude steden.Hoewel sinds 1892 door de FederaleRegering verscheidene pogingen zijngedaan om de sterk toenemende ver-krotting van steden te bestrijden (theFederal Home Loan Bank Act, tiheHomeowners Loan Act, de HousingActs 1934 en '37, enz.) is de groteopbloei van de stadssaneringen en265StedehouwOverheid en bedrijfsleven hij saneringplanning pas moge'lijk gemaakt en sterkgestimuleerd door de Housing Act1949, waarult het "Federal UrbanRenewal Program" voortvloeide.Dit programma heeft als een boomeerst een groeiperiode door gemaakten b'loeit nu over het geiheJe land metzijn 50 Staten. In de V.S. meent mendat op deze basis de krotopruimingen de stadssaneringen haalbare kaartenzijn igeworden.De Housing Act van 1949 werd hetsymbool voor de gemeenschappelijkekradhtsinspanning van overheden enparticulieren in de strijd tegen de be-nauwende verkrpttinig van de meesteAmerikaanse stedeil,Deze wetgeving is voortgezet met deHousing Act van 1954, die gebaseerd?was op de aanbevelingen van Eisen-hower's presidentiele "Committee onGovernments Housing Policies andPrograms", waarin zitting hadden ver-tegenwoordigers van het bedrijfsleven,de financiele wereld en van de be-langen der burgers.Uit deze Housing Act 1954 zijn voort-gesproten het "Program for Commu-nity Improvement" en het "UrbanPlanning Assistance Program".Latere wetten, de Housing Acts van1959 en 1961 brachten de ontwiikke-ling verder door het "CommunityRenewal Program".Daarbij werd ibepaald, dat het nietalleen ging om de sanering van woon-gebieden, maar dat ook de saneringvan zaken- en industriewijken in deplanning en de sanering moesten wor-den betrokken; SC/o der subsidiesmocht voor dit doel bestemd worden.En voor de gemeentelijke overhedenwerden federale bijdragen in de netto-kosten van stadssaneringen mogelijkgemaakt, die tot ZS^/o van deze kos-ten kunnen oplopen. In navolgingsteilden ook de afzonderlijke statenuiteenlopende regelingen voor hulp ensulbidiering aan saneringsactiviteitenvast.Deze programma's hebben veel bljge-dragen tot de algemene erkenning enaanvaarding van de noodzaak tot hetopstellen van saneringsplannen entot de planning in het algemeen, om-dat zij de reele mogelijkheden tot hetaanpakken en uitvoeren ervan open-den.Bijna 1200 projecten zijn in voorbe-reiding, in uitvoering of gereed ge-'komen. Projecten van meerdere mil-joenen dollars in kleinere steden zijndaarbij geen uitzondering. Dit is ookwel begrljpelijk als men bedenkt dat,tengevolge van de bijdragen der fede-rale regering en van die der afzon-derlijke staten, de plaatselijke ge-meenschappen van elke 4 geinves-teerde dollars er nog niet 1 behoevente betalen. Milliarden dollars zijnreeds door de federale regering endoor particulieren in stadssaneringengei'nvesteerd en het aantal projectenis snel groeiende.De Housing acts stellen edhter stren-ge voorwaarden voor het genietenvan de Federale suibsidies. Deze wor-den n.l. alleen toegekend als de ge-meente een grondig stedeibouw*kundigplan laat maken en een meer-jaren-plan voor stadssanering opstelt. Bo-vendien zijn de gemeenten verplichteen woningcartotlhedk te doen makenen een programma op te stellen voorhet hulsvesten van gezinnen, die ten-gevolge van stadssaneringen zullenmoeten verhuizen (veelal negers).Voor dit laatste kan zonodig met ^nvan de federale regionale kantorenvoor ,,ptiblic housing" overleg wor-den gepleegd.En een verdere voorwaarde is, dateen uit de burgerij samengestelde(,,city-wide") commissie moet wordenIngesteld, die op het gehele gebiedvan de stadsontwikkeling en volks-huisvesting het contacto-rgaan moetvormen tussen de officiele Instantiesen de burgerij.Gewoonlijk wordt de kern van dezecommissie aangewezen door de bur-gemeester. Deze commissie moet zichzelf verder organiseren en uitbreidenen zich splitsen in siibcommissiesvoor de huisvesting van negers (e.a.speciale groepen), financien, propa-ganda en de aantrekking van bouw-lustigen in de igesaneerde wijken.Voor elk saneringsproject moet eenaparte suibcommissie gevormd wor-den.Deze commissies onderhouden nauwcontact met de gemeentelijke instan-ties en zij krijgen een zeer grondigevoorlidhting. Hun leden worden op-geleid tot ,,supporters".De city-wide commissie en de sub-commissie voor de negerhulsvestingzijn vereist voor het verkrijgen vanfederale steun, de andere commissieszijn min of meer facultatlef. Voor aldeze wer'kzaanJheden kunnen de ge-meenten edhter federale suibsidie krij-gen.De eerste stap naar stadsvernieuwingdie een gemeente moet doen is eenaanvraag richten tot de Federale,,Urban Renewal Administration"voor een subsidie voor de Survey andPlanning werkzaamheden. Daar al-leen de sanering van verikrotte, al-chans sterk vervallen stadswijkenvoor federale steun in aanmerklngkomt, moeten de aanvragen vergezeldgaan van voldoende gegevens, waar-ult de vereiste mate van vervalblljkt. De gemeente kan tegelljk, aande hand van een kostenbegrotingvoor het maken van een project, eenvoorschot op de daarvoor bestemdesubsidie aanvragen.266OOK VOORNIEUWBOUWHAAR ALLE KANTENGEDEKT DOORDRIEHOEKS-GARANTIEPieter SclioenDriehoeksgarantie betekentwaarborg voor betrouwbarebescherming gedurende eenperiode van doorgaans 5 jaarof een veelvoud daarvan.Omvat periodieke inspectie enevt. bijwerken van het verf-systeem. Geeft aanzienliikobesparing en desgewenstspreiding der kosten.Beproefde produkten vanPieter Schoen Verfchemie endeskundige toepassing doorde vakbekwame schildermaakten dit mogelijk.In principe komen alleenomvangrijke objecten inaanmerking.Vraag uitvoerige informatieTel. 0 2980-2 62 20.Industriele bouw volgens het systeemBouw- en AannemersbedrijfFirma A. Ph. KUYLWoning- enUtiliteitsbouwVOORSCHOTEN -- KRIMKADE 25Telefoon 01717 -28599 Mechanischgevelmetselwerk9 Traditioneel uiterlijkO Grote besparingop geschoolde arbeidO Spouwmurenook bij e'.agebouw? Hoog bouwtempoBAKSTEEN - MONTAGE - BouwB.M.B.-gevels: 30 jaar ervaring in hetbuitenland en 15 jaar in Nederland.N.V. NEDERLANDSCH BOUWSYNDICAAT's-Gravenhage - Binckhorstlaan 309 - Telefoon 070-72.38.54'FINEERBINNENDEURENmet houten roosterkonstruktie..VOORLAK"de betere voorbewerkte boarddeurTUIN- EN BALKONDEURENVOOR- EN ACHTERDEURENIRaessens Houtindustrie N.V.NUENENTelefoon 0 4993 - 1201GEMEENTE S-GRAVENHAGEBij deDIENST VOOR DE VOLKSHUISVESTINGkomt de staffunctie vacant van:HOOFD VAN HETSECRETARIAATDe taak van bovenvermelde dienst omvat in hoofd-zaak:a. nieuwbouw, beheer en onderhoud van woning-wetwoningen;b. toezicht op woningbouwcorporaties;c. verwerving, uitgifte in erfpacht en verhuring vanonroerend goed (gronden en bedrijfspanden);d. uitvoerende maatregelen inzake de stedelijkesanering.? Bedoelde functionarls zai algemene assistentiemoeten verlenen aan de (tweehoofdige) Directie,te weten o.a. Iiet samenstellen en redigeren vanrapporten en overzicliten van meer aigemeen enbijzonder belang, het voorbereiden van bespre-kingen, het notuleren van vergaderingen, ver-slaglegging e.d.Hij zai het centrale documentatiepunt van dedienst vormen, die zowei de Directie op dehoogte houdt van de stand van zaken als ooktoeziet op de tijdige uitvoering van alle befang-rijke aangelegenheden en te treffen maatregelen,voortvloeiende uit de algemene diensttaak.Onder zljn supervisie zullen berusten de bureausder beide directeuren, het archief van de diensten de typekamer.? Uitgezien wordt naar een jurist in de leeftijd van30-40 jaar, goede stilist, bij voorkeur met er-varing in een dergelijke functie.? Aanstelling geschiedt in de rang vanREFERENDARIS B of CSalarisgrenzen resp. f 1159,-- tot f 1477,--en f 1313,-- tot f 1707,-- per maand, excl. 4 %huurcompensatie.(Indeling afhankelijk van bekwaamheid en er-varing).Vakantietoelage: 4 % van het jaarsalaris.? Gegadigden moeten bereid zijn zich aan eenpsychologisch onderzoek te onderwerpen.Uitvoerige, elgenhandig geschreven sollicitaties met vermelding van volledige voornamen, geboortedatumen -plaats bmnen 14 dagen ONDER No. K 249 te zenden aan de Directeur van het Gemeentelijk Bureauvoor Personeelsvoorziening, Burgemeester de Monchyplein 10, 's-Gravenhage.r "^Bij de afdeling Stedebouw van de Centrale Directie vande Volkshuisvesting en de Bouwnijverheid, kan wordengeplaatst eenhoofdvan de onderafdelingstedebouwkundige plannendie tevens kan optreden als plaatsvervangend hoofd vande afdeling Stedebouw. De onderafdeling is belast metde behandeling van beroepen inzake stedebouwkundigeaangelegenheden en met architectenzaken.Vereist: diploma b.i. of c.i. met ervaring in volkshuis-vestingsaangelegenheden.Salaris nader overeen te komen.Schriftelijke sollicitaties onder no. 3-2932/7852 (in linker-bovenhoek brief en env.) zenden aan het Bureau Per-soneelsvoorziening van de Rijksoverheid, Prins Maurits-laan 1, 's-Gravenhage.V.GEMEENTE EINDHOVENBij de dienst van Gemeentewerken vaceert op de afdelinigStedebouw de functie vainCHEF van de TEKENKAMERVereist: idiploma H.T.S., afdeling Bouwkunde of daaraangelijikwaaridig diploma.Ruime stedebouwkundige ervaring, bij voorkeurals leider van een igrotere afdeling.Het bezit van het diploma H.T.S., afd. stede-bouwkundige techniek strekt tot aanbeveling.Salaris naar gelang ervaring en bekwaamheid in de rangvan tecihnis'cih hoofdambtenaar le kl. van / 1060,80 permaand (minimum) t/m / 1344,72 per maand (maximum).Sollicitaties binnen 8 dagen na het verschijnen van dezeoproep te richten aan 'het Hoofd van afdeling Personeeds-zaken en Organisatie der GemeenteBecretarie, Stadhuis-pMn 1, Eindhoven, onder vermelding van nr. 670.StedehouwOverhcid en bedrijjsleven bij saneringEen voorwaarde voor (het aanvaar-den en aannemen van de aanvraagdoor de Federale regering is dat degemeente tevens indient een Pro-gramma voor gemeentelijke ontwik-keling -- een totaal globaal werkpro-gram -- tet gemeentelijk ,,Programfor Community Improvement". Eensaneringsproject mag niet ingediendworden, wanneer dit niet een duide-lijk onderdeel vormt van het voorbe-doeide algemene plan.De basis voor alle verdere mogelijk-heden wordt gevormd door dit ge-meentelijk program for communityimprovement.Nu is het eohter niet noodzakelijk datdit program igeiheel voltooid en com-pleet is ten tijde van de eerste aan-vraag cm suibsidie voor een sane-ringsproject. Aan de gehele regelingligt het principe ten grondslag, dateen gemeente elk jaar haar programvoor saneringen verder ontwikkelt.Maar zij moet wel bij haar eerste aan-vraag een globale opgave verstrekkenvan het totaal der saneringen welkein de eerstkomende jaren aan de ordezullen moeten komen en waarbij eenopeenvolging van die projecten wordtgesuggereerd.Bij de eerste siilbsidie aanvraag is ech-ter een volstrekte vereiste :le. een officieel ingestelde ,,plan-iningraad" benoemd door het ge-meenteibestuur;2e. een ,,city-wide" commissie ensuibcommissie voor het neger-huisvestingsproibleem en voor elkafzonderlijk saneringsproject;3e. een gemeentelijike dienst, the Lo-cal public Agency (L.P.A.), diebelast is met de gemeentelijke(vrnl. administratieve) bemoei-ingen met saneringsprojecten;4e. het bovenbedoelde globale sane-ringsprogramma voor de geihelegemeente;5e. een aan de hand van de model-verordeningen aangepaste bouw-verordening.Als aan deze vereiste is voldaan kanhet programma voor het eerste jaardoor de Federale Administratie wor-den goedgeikeurd en kan de gemeenteworden gemachtigd het speoiale pro-ject ter hand te nemen. Bovendienkrijgt de igemeente dan reaht op desuibsidiering van het federale ,,Com-munity Renewal Program" en van defederale ^Public Housing administra-tion".Het federale P.F.C.I. regelt dus devoorwaarden die de gemeenten moe-ten vervulien ailvorens zij met hetconcrete werik van stadssanering mo-gen ibeginnen en alvorens zij de sulb-sidies die geregeld zijm in het ,,UrbanRenewal Program" kunnen verkrij-gen.Op basis van dit Federale Communi-ty Renewal Program kunnen bij hetregionale (meerdere Staten omvatten-de) bureau van de ,,Urban RenewalAdministration" sulbsidies wordenaangevraagd voor het financieren vande nadere wijkanalyses (cartotheken),het opstellen van een programmavoor het versdhaffen van woningenaan ide uit gesaneerde wijken afkom-stige gezinnen, voor de kosten dieveAonden zijn aan de propagandavoor city renewal en voor het aan-trekken van plaatselijke gddmidde-len t.b.v. het ontwikkelingsplan envoor de administratieve en de salaris-kosten aan een en ander veribonden.Deze kosten worden verdeeld tussenRijk en gemeenten op 2 : 1 basis =6673% !Staat eenmaal vast dat een gemeenteaan de basis-voorwaarden voor het ma-ken van een ontwikke'lings- en alge-meen saneringsplan voldoet, danscheppen de subsidies van de UrbanRenewal Administration de mogelijk-heden om jaarlijks het totaalplan totverdere voltooiing te brengen.Jaarlijks moeten deze vorderingen aande Community Renewal Administra-tion worden overgelegd en deze con-troile duurt voort zolang de gemeente(betrokken is ibij het Federale hulppro-gramma. Bij nalatigheid wordt de Fe-derale steun stop gezet.Zodra de eerste aanvraag om subsidieis ingediend wijst de federale UribanRenewal Administration een federalecontactambtenaar aan, die de gemeen-te in de aanvang van haar activiteitenterzijde moet staan en haar de wegwijst bij haar eerste contacten met alleRijksdiensten en die van de betreffen-de staat, die bemoeiingen hebben metUr^ban Renewal of aansluitende voor-zieningen moeten treffen.B.v. :The Public Housing Administration,idie teohnisdhe en financiele hulp ver-strekt voor de bouw van woningwet-woningen (,,public housing").The Federal Housing Administration,die particuliere leningen verstrekt voorde financiering van nieuwbouw of her-stel van particuliere woningen in eensaneringsproject. Voor herstel en ver-beteringen van woningen moeten degemeenten een apart programma ma-ken.The Bureau of Public Roads, dat deooordinatie verzorgt tussen stadssane-ringsprojecten en het patroon van,,highways" en ,,expressways". Hierbijworden de State Highway Depart-ments ingeschalkeld, die ^belast zijn metde feitelijke uitvoering van reconstruc-ties van hoofdwegen, waar deze voor-bedoelde coordinaties nodig zijn.The Federal Small Business Admini-stration, die hulp verstrekt bij het ver-huizen van zaikenlieden tengevolgevan saneringen of bij het vormen doorzakenlieden van een ,,deveiopment267StedebouwOverheid en bedrijfsleven bij saneringCorporation" met het doel deel te ne-men in gemeentelijke saneringsprojec-ten. Voor dit doel worden speciale le-ningen verstrekt.The State Renewal Agencies, die inelke der 50 Staten bestaan en die de(uiteenlopende) ihulp van staatszijdeaan urban renewal verzorgen.Na de federale goedkeuring van desubsidieaanvragen voor survey enplanning wordt in de grotere stedeneen executive director aangesteld,wiens salaris in de subsidieaanvraagmag worden opgenomen.Deze executive director moet de cen-trale figuur zijn, die in samenwerkingmet de (vrnl. administratieve) LocalPublic Agency, bet gehele sanerings-programma tot in details moet voor-bereiden en uitvoeren. Het is een grotetaak die deze topfiguur krijgt en ermoeten derbalve hoge eisen aan hemworden gesteld. Beihalve tecihnicus moetihij ook zijn organisator-coordinator, fi-nancier, koopman, opvoeder, pajblicist,ptiblic-relation-man en vertegenwoor-diger van de gemeente tegenover defederale- en staatsdiensten. Maar bijmoet vooral stedebouwkundig plannerzijn. Onder zijn leiding moeten de her-bouwplannen wx>rden gemaakt en bijmoet richting geven aan van particu-liere zijde voorgedragen plannen. Voorde aankoop van eigendommen moet bijsamenwerken met taxateurs en make-laars. Hij moet de onteigeningen be-handelen en de ,,relocation" (het ver-buizen van gezinnen uit de te sanerenwijken) verzorgen. AIs geen voldoendewoningen beschikbaar zijn moet hijvoor ,,public housing" zorgen. Hetveribuizen van zakenlieden moet hijregelen.Er moeten gegadigden benaderd wor-den voor de herbouw in het gesaneer-de ge^bied. Hij is de voorlichter van deburgercommissies.SCHEMAGemeentenFederal Community Renewal Ad-ministration (7 regionaie kanto-ren)A Program for Comm. Improvementtotaal globaal sanerings- en ontwik-kelingsprogram met voorstel vooropeenvo'lgende saneringsprojectenbijgewerkte bouwverordeningplanningraadcity-wide commissiesubcommissiesaanwijzing Local Public Agencymet verantwoordelijke chefB voorlopige kostenraming van surveyen planningsubsidle-aanvraagC kostenraming voor concreet sane-ringsproject met gegevens over deverkrotting (globaal) en woning-reservesubsidie-aanvraagVoorschriften van Federal Pro-gram for Comm. Improvementgoedkeuring van voorlopig ge-meentelijk planSubsidieregeling v. Comm. Rene-wal Programsubsidie voor survey en planning-\- adm. en saiariskosten (2:1)voorschot op subsidie (2:1)federale contact- ambtenaar(aangewezen door Comm. Ren. Administr.)D Aanstelling executive directorE definitieve voorbereiding van con-creet projectdefinitieve aanpak van voltooiingvan Program for Comm. Improv.wijkanalyses (cartotheken)verhuizingsprogrampropaganda (aantrekking en acti-vering van particu-liere gelden)taxaties grondaankopen event.onteigeningenjaarl. controle op evolutie van ge-meentelijk programoverleg met :Public Housing Adm. en smallBusiness Adm.268StedehouwOverheid en bedrijjsleven hij saneringF definitief concreet saneringsprojectG uitvoering van saneringsprojectafbraak-iherstelopenbare voorzeningenverikoop grond aan gegadigdenH afrelkeninig van subsidiesgoedkeuring door C.R.A.3 : 1 of 2 : 1.Kortom, !hij moet vorm geven aan debedoeling van de wetgeving, dat degemeente een zioh over een lange pe-riode uitstrekkend saneringsprogram-ma maakt en dat daarna een inzichtwordt vei^kregen in de totale sanerings-bdhoefte (en van de herstel'lingen), metde daaraan verbonden kosten, grond-belhoeften en woningbchoefte en daar-naast de uitvoering van concrete pro-jecten verzorgen.De financiering van urban renewalvalt in twee phasen uiteen:le. de kosten van voorbereiding enplanning;2e. de feitelijke uitvoering.Uiteindelijk worden beide phasensamengeteld, en worden de totaleaandelen van de federale overheid envan de gemeente in de netto kostenvan een saneringsproject berekend.Aanvankelijk wordt in de kosten vanvoorbereiding gesubsidieerd op debasis van 2:1.Voor de federale bijdragen in de uit-eindelijke totale kosten van een pro-ject bestaan 2 regelingen.Gemeenten met minder dan 50.000inwoners en gemeenten die in een,,ontwikkelingsgebied" liggen wordengesubsidieerd op de basis 3:1. Alleandere gemeenten krijgen subsidie op2 : 1 basis.In sommige staten, zoals New York,Connecticut, Pennsylvania, Massa-chusetts, betaalt de Staat bovendiennog SO^/o van het gemeentelijke uit-eindelijke aandeel.De netto-kosten van een project wor-den gevormd door de som van allekosten, die besteed moeten wordenom een terrein klaar te maken voorwederverkoop, minus de opbrengstvan deze wederverkoop aan particu-lieren, die in het voor het project (inoverleg met belanghebbenden) ont-worpen herbouwplan willen bouwen.Voorbeeld:Kosten van planning.administracie, salarissen,taxatidkosten $ 75.000.-aankoop vaneigendommen 5?800.000.-sloopkosten >>50.000.-openbarevoorzienmgen 5575.000.-bruto kosten I 1.000.000.-opbrengst verkoop vanterreinen ,, 200.000.-netto kosten $ 800.000.-In de Staat New York b.v. wordenbij een gemeente met minder dan50.000 zielen deze kosten als volgtverdeeld:federaal aandeel | 600.000.-Staatsaandeel ,, 100.000.-gemeentelijk aandeel ,, 100.000.-Nu kunnen de gemeenten hun aan-deel in de verdeling der netto kostennog op twee manieren beduidendomlaag brengen.Zij kunnen trachten particuHere bij-dragen voor de saneringen te krijgen.De mate waarin dat lukt hangt sterkaf van de gemeentelijke activiteitenop het gebied van propaganda voorurban renewal en haar successen inde georganiseerde samenwerking metde burgerij.De gemeenten kunnen ook (soms,,handig") gebruik maken van de re-geling, die bepaalt dat de kosten vanopenbare voorzieningen, wanneer de-ze uit eigen middelen van de gemeen-te worden betaald en als deze voor-zieningen het gesaneerde gebied die-nen, afgetrokken mogen worden vanhaar uiteindelijk aandeel in de nettosaneringskosten. Een groot aantalopenbare voorzieningen kunnen hier-voor in aanmerking worden gebracht:schenking van grond in eigendomvan de gemeente in het te sanerengebied;sloopwerk van oude openbarevoorzieningen;straten, bruggen, rioleringen, tun-nels, verkeersvoorzieningen, water-werken, parkaanleg enz.;scholen, brandweer- en politiepos-ten, openbare bibliotheken, par-keerterreinen enz.(alles in het gesaneerde gebied).Als de gemeenten hiermee handighandelen kan het voorkomen dat hettotaal bedrag van deze kosten groteris dan hun uiteindelijk aandeel in desaneringskosten.Het verschil is dan niet ,,verloren",dooh het wordt bijgeschreven op hunrekening bij de federale administratieals een ,,te goed", dat in aanmerkingwordt genomen bij volgende sane-rlngsprojecten.In zo'n geval kan het voorkomen dathet gehele gemeentelijk aandeel ver-valt en dat zij nog een crediet over-houdt voor volgende saneringen.269StedehowmOverheid en hedrijfsleven bij saneringvoorbeeld:kosten van planning,administratie, salarissen.taxatiekosten '$ 100.000.-aankoop vaneigendommen )J 1.100.000.-slcx>pwer'k )) 60.000.-openbarevoorzieningen )> 100.000.-De houw van eenschool >) 480.000.-bruto kosten $ 1.840.000.-opbrengst verkoopterreinen 35 240.000.-netto kosten $ 1.600.000.-kostenverdelimg :federaal K : $ 1.200.000.-gemeentelijk 34 : ,, 400.000.-bepaling van Ihetgemeentelijk aandeel :school $ 480.000.-contant niliilte goed: % 80.000.-bijdraige van debetrokken Staat: nilhilDe strekking van de Amerikaanse wet-gevlng is, dat de openbare Instanties innauwe samenwerking met de kradhtenuit de burgerij bet gdhele proces vanstadssanering volbrengen.Er wordt geeist dat de vooTbereidingen de uitvoering op royale wiJKe con-stant aan bet publiek worden getoonden dat ook bIj de ovenveging van ver-dere stappen de burgerij wordt betrok-ken -- maar anderzijds wordt van deburgeriji geeist dat zij actief en positiefdeelnemen in de idiverse activiteiten endat de commissies die de wet voor-sdhrijft bezet worden door burgers, diebereid zijn zidh ernstig te verdiepenin de problemen.De autoriteiten geven zioh veel moeitede commissies voor te lichten en totactiviteit te stimuleren.Men is in Amerika tot de ervcuring ge-komen dat goed voorgelichte burger-deelname veelal de voorwaarde vormtvoor succes of mislukking van sane-ringsprojecten of van uitbreidings-plannen.Met dit oogmerk zijn twee organen uitde burgerij voorgeschreven :a) De ^Planning Boards". Deze be-staan doorgaans uit vijf tot negen le-den, die door de gemeenteraad wordenbenoemd. Meetstal worden vooraan-staande burgers hiervoor gevraagd, dieniet per se vaklieden op stedebouw-kundig gelbied behoeven te zijn. DePlanning Board vergadert een of twee-maal per maand ter bebandeling vanbelangrijfce onderdelen van de sane-ringsplannen, zoals ihet uicbreidings-plan, de verdeling van de gemeente inzones, die adhtereenvolgens voor sane-ring in aanmerking komee.De Federal Community Renewal Ad-ministration accepteert geen plannen,die niet door de gemeentelijke Plan-ning Board zijn goedgekeurd.Vrijwel alle gemeenten in de V.S. heb-ben een permanente Planning Board.In de grotere steden beeft deze ook eenei'gen tedhnisdhe staf.Voor de kleinere gemeenten is zo'ntedhnisdhe dienst te kostbaar. Dezemaken dan geibruik van particuliereplanning-^consultatiebureaus of van bet,,Federal Government 701 UrbanPlanning Assistance Program" (geba-seerd op Section 701 van de HousingAct 1954). Gemeenten onder 50.000inwoners ontvangen daardoor een fe-derale subsidie van 67% in de totalekosten van bet maken van een uitbrei-dingsplan (in ontwikkelingsgabieden :75%).Meestal zijn de Divisions of State andRegional Planning van de onderschei-den Staten belast met bet effectuerenvan deze federale hulp voor hun ge-meenten.b) Het tweede voorgeschreven or-gaan uit de burgerij is de ,,City-wide"Commissie waarin alle sectoren vanhet plaatselijk maatschappelijk levenverteigenwoordigd moeten zijn. Dezevormt een klankbord, maar tevens eenorgaan waarin ideeen een uitlaat vin-den en bevredigende beantwoordingkunnen krijgen.Het principe van deze opzet berust opbet in Amerika veel geihuldigde strevennaar het kweken van ,,public relati-ons". De leden van deze commissiesworden opgeleid tot supporters van deplannen.Er wordt enorm veel gedaan om hunvergaderingen goed voor te lichten.Vertegenwoordigers van de FederaleOverbeid komen sprelken voor de com-missies, die dan dikwijls tot openbarebijeenkomsten uitgroeien. Films overstadsontwikkeling en -sanering wordenvertoond. Excursies naar andere ste-den worden gemaakt. Maar hoewel in-formatie de hoofdsdhotel vormt, wordtdaarnaast door de commissies en sub-commissies een uitgebreid werkpro-gram verwerlkt.Er wo'rden subcommissies gevormdvoor allerlei onderdelen van het wer'k :een subcommisie voor voorliohting(supporters);een sulbcommissie voor bet bijwerkenvan de gemeentelijke ibouwverordenin-gen;een subcommissie voor de financiering;een subcommissie voor de buisvestingvan negers;een subcommissie voor elk apart sane-ringsproject;een sulbcommissie voor het kwdken vanbelangstelling bij groepen uit de burge-rij om zelf saneringsprojecten te enta-meren en ter band te nemen;een sulbcommissie voor het aantrekkenvan particuliere herbouwgegadigden(veelal bouwondernemers, maar ookzaikenlieden).270StedebouwOverheid en hedrijjsleven bij saneringDoor de vele propaganda en reclamedie voor stadsvernieuwing wordt ge-maakt en ook ten gevolge van de veleaantoonlbare successen die in den landeop dit geibied verkregen zijn, kost hettegenwoordig steeds minder moeite(hertbouwgegadigden voor de mogelijk-iheden te interesseren.En ooik ondervindt het streven omgroepen particuliere zakerilieden samente brengen voor Ihet zelf ter hand ne-men van saneringsprojecten steedsmeer weer*klank.Dit is dus het werschijnsel waarop inde aanhef van dit artikel gedoeldwerd:het zioh aaneensluiten van particulie-ren in z.g. ^Redevelopment Corpora-tions" of -Foundations" met het doelsaneringsprojecten te steunen of tedoen uitvoeren en daarvoor de nodigegeldmiddelen te activeren.Zakenlieden, bouwondernemingen,banken enz. nemen hierin deel. Endoor het plaatsen van obligatie-lenin-gen wordt ook het grote publiek erbij betrokken.Het is tegenwoordig zelfs zo dat invele gemeenten dergelijke corporatiesde hoofdrol spelen in het proces vanstadsvernieuwing. Diverse overwegin-gen gelden voor dergelijke corpora-ties. Veelvuldig komt het voor datzakenlieden zich aaneensluiten omhun eigen wijk een nieuw gezicht tegeven en hun zaken-panden te ver-nieuwen.Ook komt het voor dat grote firma'seen redevelopment corporation vor-men om verkrotte wijken te saneren,en steun te verlenen aan openbaresaneringsactiviteiten.Twee typische facetten van het Amc-rikaanse leven komen hierbij totuiting: enerzij'ds volstrekt zakelijk --anderzijds opmerkelijk gevoeilig vooridealistische overwegingen en ontvan-kelijik voor een beroep op het socialegeweten het algemeen belang te dienen.Beide overwegingen ziet men nog aleens geoombineerd: soms wordt doordergelijke corporaties in een stadskerneen grandioos "city center" gebouwd,en tegelijk wordt door hetzelfdelichaam een krotwijk gesaneerd. "Pro-fit" en "non-profit" worden dan ge-combineerd. Ook in ons land volgenenkele ondernemingen deze voor-beelden.Een andere stimulans is dat de bijdra-gen, die voor saneringsprojectenworden verstrekt aftrekbaar zijn voorde ondernemingsbelasting als be-drijfskosten. Dit geldt echter alleenals deze bijdragen worden verstrektaan een "non-profit" corporation.De president van de Clevelanid Devel-opment Foundation schreef: ,,de In-dustrie van Cleveland is voor haarontplooiing aangewezen op arbeidersuit het Zuiden en deze worden totdusver in krotwijken samengeperst.Krotwijken echter vormen een ver-spilling en een maatschappelijk ver-lies en krotwijkbewoners zijn slechteconsumenten -- so let us clear theslums and figlht the blight!"Van deze redevelopment corporationsof foundations gaat een krachtige be-invloeding van de bevolking uit. Zo-wel de officiele commissies, die hetProgram for Community Improve-ment eist, als deze particuliere cor-poraties voeren echte reclamecampag-nes uit, waarin de bevolking wordtopgewekt steun aan de stadsvernieu-wingen te verlenen. In diverse tijd-schriften ziet men artikelen en recla-mes, waarin de beteke
Reacties