stedebouw & volkshuisvestingkIn dit nummer:iUitgave van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestingNaaste omgeving van de waningStedebouwHoe beleven wij de nieuwe stadBinnenland\ Buitenland^^^ VolkshuisvestingSummaryjuni 1964vakantietyd...tjjd van kinderen, je vrouw,twee, drie weken spel.de ernst van alledag:de huizenbouw, de wegen,de bruggen en de scholenstaan even achter bij de bouwaan je eigen vrije speelse tijd.even rust je uit, is er tjjd van zon, luieren eh dromen...dromen over jouw gebouw, jouw brug, jouw huis,van bouwen aan jouw wereld om in te ieven, in vakantie'- in vrije tjjdeen bouwwerk van jou en enci-cemjj samenVERKOOPASSOCIATIE ENCI-CEMIJ N.V. - HERENGRACHT 507 - AMSTERDAM - TELEFOON 23 8531 (5 LIJNEN)s&vUitgave van hetNederLands Instituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestingMaandhladjunl 196445e jaargang no. 6Redactie:Mevrouw Prof. C. W. VisserMe']. R. HartstraProf. C. van EesterenMr. C. A. van GorcumH. J. A. Hovens GreveProf. Mr. A. KleijnDrs. R. KokIr. P. K. van MeursProf. Dr. S. O. van PoeljeMr. Ir. M. M. van PraagDrs. W. J. ValkenburgDrs. H. V. d. WeijdeIr. W. WissingAdres voor Redactie en Abonnementcn:Lange Voorhout 19, 's-GravenhageTelefoon 18422}Postgironummer 29080Advertenties:Keizersgracht 188, Amsterdam-CPostgironummer 113028Telefoon 249128Dit nummerStelt in de eerste plaats een grensgebied van stedebouw en volkshuisvesting aande orde: de naaste omgeving van de moning. Het artikel over dit onderwerpvan de Heren H. ]. A. Hovens Greve en Drs. N. C. Schouten hrengt verslaguit van enige verkennende studies van de onderafdeling Stedebouw van deCentrale Directie van de Volkshuisvesting en de Bouwnijverheid.Verder bevat dit nummer de tekst van de rede, die de Heer Mr. G. van 't Hullop de laatste wereldstedebouwdag gehouden heeft over de vraag: ,,Hoe belevenwij de nieuwe stad".De gewone rubrieken worden voortgezet, met enige achterstand door gebrekaan ruimte.169Stedebouw en Volkshuisvesting in de spiegel der llteratuurOrtega Y Gasset over de stadHet plein is dank zij de muren die het afgrenzen, een stuk veld dat zich afkeertvan de rest, dat die rest buitensluit en er zich tegenovet stelt. Dit kleine enopstandige stuk ruimte, dat gelegenheid geeft zich van de onbegrensde ruimteaf te zonderen en zich zelf daartegenover handhaaft, is opgeheven ruimte, hetis dus een ruimte sui generis, geheel nieuw, waarin de mensch zich bevrij'dt vande gemeenschap met de plant en het dier, deze buitensluit en een zuiver men-schelijke sfeer schept. Het plein is de civiele ruimte. Daarom zou later Socrates,de waarachtige ,,stedeling", de zuiverste vertegenwoordiger van de bedoelingvan de polis, zeggen: ,,Ik heb niet te doen met de boomen des velds, ik heballeen te maken met de menschen van de stad". Wat hebben ooit de Hindoes,de Perzen, de Chineezen of de Egyptenaren daarvan geweten?"Tot Alexander en tot Caesar toe heeft respectievelijk de geschiedenis van Grie-kenland en Rome bestaan in den voortdurenden strijd tusschen deze beideruimten, de rationeele stad en het vegeteerende veld, tusschen den jurist enden landman, tusschen ius en rus.Ortega Y Gasset, De Opstand der HardenInhoudDe naaste oimigeviinig van de woning, H.J. A. Hovens Greve en Drs. N. C.Sdhouiten 171StedebouwHoe beleven wij de nieuwe stad, Mr. G.van it Hull 183Een nationale strucmurscihets . . .197Binnenland 198Buitenlamd 201VolkshuisvestingBinnenJanid 203Summary 204Abonnementsprijs f 20,--. Losse nummers f 2,--.De leden van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting en deleden van de Nationale Woningraad ontvangen het Mad kosteloos.170Naaste omgeving waningDE NAASTE OMGEVING VAN DE WONINGH. J. A. Hovens Greve en Drs. N. C. SchoutenOnderafdeling Stedebouwkundig OnderzoekCentrale Directie van de Volkshuisvesting en de BouwnijverheidOnder de Inrichtinig van de naasteamgevinig van de woning zouiden "wijin dit artikel willen verstaan: het sa-menspel van woonvorm, bouwblok-groepering, toegang tot de woningenen bestemming en aanleg van de ruim-te tussen de bouwblokken.Door de betirokken ontwerpers -- ste-debouwfe'uindigen, arc'hitecten, tuinar-ch'kecten -- worden ihieraan allerleibetekenissen toegedadht met ibetrek-king tot het zicih weil 'bevinden van debewoners. Zij die bij beiheer of onder-houd betnokken zijin Mijken daarom-trent soms heel andere begrippen tehuildigen. Omtrent de feitelijke belie-ving door 'de bewoners is bijzonderweinig beikond. In de literatuur betref-fende verrichte onderzoekingen treftmen verspreide opmerkingen aan overbepaalde aspecten van d^eze beleving,die meestal terloops, als oniderdeel vaneen onderzodk naar voren zijn geko-men i); van specifiek hierop gerichtonderzoek is nog weinig sprake ge-wieest. ^)Een en ander is voor de Centrale Di-rectie van de Volkshuisvesting en deBou'Wnijverhieid aanleiding 'geweest om,in het kader van de werkzaamihedenvan de Onderafdeling Stedebouwkun-dig Onderzoek, enige verkennenide stu-dies op dit terrein te ondernemen. 2ozijn in de jaren 1960 tot en met '63, nahet afsluiten van de werkzaamhedenvoor de Comimissie Hoogbouw-Laag-bouw, een 4-tal rapporten tot standgekomen, waarvan dit artikel een sa-menvatting beoogt te geven. Het ligtin de bedoeling deze reeks verkonnin-gen voort te zetten, de methoide vanonderzoek te toetsen en te verbeterenen mogelijk het betreffende onderzoekdoor samenwerking met andere instan-ties een grotere spreiding en wellichtoolk nog een grotere diepgang te geven.Het hiier voilgende moge beschouwdworden als een bijdrage tot de discussie,en als een poging om de -- door veleontwerpers als hinderlijk gevoelde --afstand tussen hen en de ,,anoniemebewoners" te overbruggen. ^)1. De wijze van benaderenErvaring in de praktijk van het stede-bouwtkundige werk heeft geleerd, datvrijrwel geen ontwerp ten voile gereali-seerd wordt zoails het was gedacht.Wanneer en voorzover bet er om gaatontwierp-alternatieven te toetsen zoumen zioh dus in de eerste plaats vande oorspronkelijke bedoeling reken-sohap moeten geven. Naast de oor-spronkelijke op'Zet zijn evenwel delatere overwegingen, ervaringen encorrecties, die geleid hdbben tot betresultaat zoals men dat aantreft ophet moment van onderzoek van nietminder beteikenis. Het is denkbaar datgoede bedoelingen van de ontwerper(s)niet of sledhts ten dele gerealiseerd zijn;maar ook, dat fouten in zijn conoeptieop grond van ervaringen bij onder-houid, beheer en gebruik verbeterdwerden.Met andere woorden: niet alleen hetobject als zodanig, maar het hele pro-ces vraagt de aandacht, wil men totinzichten komen die voor de praktijkbrulkbaar zijn. Een en ander beperktzioh niet tot het proces van de tecb-nis'cb.e realisatie; ook de wijze waarophet complex bevolkt is, de aard enherkomst van de bewoners, de vraagof er al dan niet een selectie heeftplaats gehad, de wijze van beheer, aldeze faotoiren tezamen bepalen het uit-eindelijke ,,ziah welbevinden".^) Voonbeelden Tan in Nederlan-d verriditonderzoek, waarbij de naaste omgeving ter-loops aandaoht heeft gehad:-- Centrale Directie van de Volkshuisvestingen de Bouwnijverheid:Onderzoek naar woonstijl en woomwensen,deel I, Rotterdam (1953); deel II, 's-Graven-hage (1953); deel III, Waardening van etage-woningen (1954); deel V, Meergezinshuizen(1959).-- P.P.D. Limburg:De waardering van het meergezinshuis (1958).-- Diensit van Volikshuisvesiting, Roitcerdam:Wonen in de nieuwe wijk Pendrecht (1958).-- Gemeentelijke Woningdienst, Amsterdam:Een onderzoek in een complex van 299 een-gezinsliuizen (1962).^) Voorbealden van in Nederland verrichtonderzoek, dat speciaal betrekking had op denaaste omgeving van de woning of bepaaldeaspecten daarvan:--? Dienst van Volkshuisvesting, Rotterdam:Enquete gemeenschappelijke tuinen i(1952).-- Centrale Directie van de Volkshuisvestingen de Bouwnijverheid:Woonactiviteiten VI, in Stedebouw en Volks-huisvesting 1957/3-- Dienst Stadsontwikkeling en Wederop-bouw, Rotterdaim:De waardering van verkavelingsvoirmcn enwoontypen, een voorstudie in de woonwijkenZuidwijk en Pendrecht (1961).-- D. de Jonge:Mienjgitng van eenigozinshuizen en etagewo-ninigen, m Missel's Bouwwereld 15/3-'63.-- Sociologisoh Instituut Rijks-UniversiteitUifireOht:Ondenzoak Hoograven (notg niet gepuWd-ceerd).'') Zij die voor eigen onderzoeik of in ver-band met beleidsvragen belangstelling hebbenvoor een of meer van de in dit artikel sa-mengevatte studies, kunnen de betreffenderapporten aanvragen bij de Centrale Directievan de Volkshuisvesiting en de Bouw-nijverheid.Omgekeerd wordt toezending van eigen stu-dieresultaten, attenderieg op belangwekkendevoorbeelden of ervaringen bijzonder op prijsgesteld.171Naaste om^eving woningJ \~. J.ifipiipiniT^AMSTERDAM geuzenveld slotervaartROTTERDAM pendrechtenige bouwblokgroeperingenen terreinbestemmingsvariantenin de bezochte gemeenten4i^H'^r ^r ^r~hoogvliet digna-johanna polder172Nauste om^eving waning'^^ ? -met 'de bereikte resultaten, waar-in men een gebrek aan coherentie eneen teikort aan 'levendigheid bespeert,ondanks meer vormverscheidenheiddan voorgaande decemnia opleverden.Wellicht is het goed, nogmaals te wij-zen op het voorlopige karakter vandeze bevindingen, 'die nog bevesti-ging behoeven, onder andere dooronderzoek bij andere bouwblokgroe-perlngen ^).5. Ruimer dan gebruikelijkAls vierde en voorlopig laatste van devoltooide onderzoeken kan hier nogworden vermeUd het complex "Berg-Zuid" te Amersfoort. Hier is portiek-etagabouw toegepast in 3 en 4 woon-lagen, in een zeer ruime verkaveHng,waarvan het oogmerk onder meerwas de aanwezige natuurlijke beplan-ting zoveel mogelijk te sparen en deoorspronkelijke betekenis van het tebebouwen gdbied als wandelgebiedvan de Amersfoortse bevolking in-takt te houden. Dit wandelgebied zoubij voltooiing van het vooroorlogseuitbreidingsplan, dat een bebouwingmet eengezinshuizen met eigen tui-nen aangaf, verloren zijn gegaan.Een enquete onder 34 gezinnen en al-leenstaanden wees uit, dat de bewo-ners in het algemeen zeer ingenomen") De naaste omgeving van de woning.Ill Open of besloten verkavelingenfhet voor-oorlogsealternatief181Naaste omgeving waningzijin met faun woonmilieu, waarbij dekwalitelt van de wcwiingen, welke bij-voorbeeM alMe van centrale verwar-miing zijn vooirzien, zeker mede eenrol speek. De ruimte, het mooie uit-zidht en (de visuele privacy wordenzeeir op prijs gesteld; het terrein rondde woningen biedt de kindieren volopspeelmogelijkheden; ook de volwasse-nen blijiken er op zonnige dagen te ver-toeven. Voor zover er bezwaren wa-ren, bleken deze onder andere be-trekking te hebben op ondervondengeluidshinder als gevolg van gehorig-held; daarnaast waren er enkelen diezidh sociaal niet op ihim plaats voeMenof die niet tot bevredigende contactenmet de buurcbewoners konden komen.Sommigen misten ook een eigen tuin.Ondanks deze kladhten, die voor en-kelen zwaar wogen, kan op grond vande enquete-uitslag gesteild worden, datihier een door velen positief gewaar-deerd woonmilieu is tot stand geko-men.Aan de geenqueteerden is mede ge-vraaigd, wat hun oordeel was over degeinomen beslissing om meergezinshui-zen te bouwen op de wijze zoals ditliier is gesdhied, in plaats van eenge-zinslhuizen ongeveer in overeenstem-ming met bet wel gerealiseerde gedeel-te van het oorspronkelijke uitbrei-dingsplan, dat zich in de onmiddellijkenabijheid bovindt; voorts ook, of mener zdf voorikeuir aan zou geven in ditnaibij gelegen compljex te wonen. Hetantwoord op beide vragen viel bij demeender^heid der ondervraagden uit tengunste van de gdkozen oplossing.Naast ide reeds genoemde waarderin-gen kwamen idaarbij nog als motievennaar voren: meer ruimte, wonen ineen bos, een flat is praktisclher, meerspeeiligelegenheid voor de kinderen. Eenrelatief kleine groep zou, hetzij voorziohtzelf, hetzij in het algemeen aande toepassing van eengezinshuizenvooAeur iheibben gegeven. Daaronderwaren de grotere igezinnen en gezin-nen met kleine kinderen relatief ster-ker vertegenwoordigd.De geenqueteerden bleken overigensmeastal van oordeel, dat de bedoeling,het oorspronkelijke wandelgeibied intakt te houden niet was bereikt. 2ijhadden althans niet de indruk, dat hunwoonmilieu recreatieve beteikenis hadvoor de Amersfoortse bevolkimg, zulksin tegenstelling tot bet aangrenzende,tot nu toe ongerept gebleven, bosge-bied.Deze laatste conclusie verdient weleen nadere toetsinig door systemati-sdhe waarneming, inzoverre juist dezebedoeliog, die ook elders wel is aan-gevoerd als motief om een ruime eta-gdbouw toe te passen, mede aanleidingis geweest tot het onderzoek Z''). Hetis bovendien zo, dat op grond van de-ze overweging een deel van de aarileg-kosten niet in de grondprijs verrekendis. Afgezien van deze -- zeker be-langrijke -- aspecten is het uitgespro-ken positieve oordeel over het bereikteresultaat belangwekkend genoeg.SlotopmerkingenIn het eerste geideelte van dit artikelis uiteenigezet dat deze onderzoekengezien moeten worden als onderdelenvan een reeiks studies, die steeds het-zdlfde onderwerp -- de naaste omge-ving van de woning -- op versohillen-de wijzen en aan de hand van ver-sdhillende objecten zullen belichten.Momenteel zijn in onderzoek enige ge-mengde verikavelingen in Vlaardingenen op dit programma staan ondermeer het Kanalen-eiland in Utrecht(speelplein-straten en verkavelde bin-nenterreinen) en een verkeersvrijeverkaveling in Amstelveen.Naarmate deze reeks verder vordert,zal het inzioht in de betekenis van al-ternatieve mogelijkheden aan steiHig-heid winnen.Ofschoon thans nog slechts gesprokenkan worden van voorlopige resultaten,leek het van belang daaraan in wijde-re kring bekendheid te geven, zulksmede in de hoop dat door reacties ophet bereikte ook anderen tot onder-zodk van dit nog weinig geexploreerdeterrein geprikkeld zullen worden.') De naaste omgeviiiig van de woning.IV Ruimer dan gebruikelijk182op verschillende tappunten tegeli]kDe Inventum elektrische heetwater boiler. Wat een weelde in uw woning.Heerlijk warm water in keuken en op zoider, in slaap-, bad- en logeer-kamer. Dag in dag uit. Waar en wanneer u maar wilt. De Inventum elek-trische heetwater boiler biedt behalve de heet water-luxe ook vele kom-fortabele voordelen. Bizonder lange levensduur en drie-voudige veilig-heid. Geen vuur, geen afvalgassen, geen last van roet, geen kans opvervuiling van boiler en keuken. Kortom: De Inventum boiler is eenpraktische weelde en een rijk bezit. Vraag bij uw winkelier de prachtigekleurenfolder aan.INVENTUM KONINKLIJKE FABRIEK INVENTUM - BILTHOVENVACATyRiS(vervolg)GEMEENTEWERKEN LEIDENVoor de hoofdafdeling stadsontwikkeling worden gevraagdSTEDEBOUWKUNDIGE AMBTENARENI Voor het ontwerpen en detailleren van stedebouw-kundige plannen. Vereist: diploma h.t.s. (bouwkundeof weg- en waterbouw) of diploma stedebouwkundigtekenaar, en ruime ervaring.Rang: technisch ambtenaar of technisch ambtenaar AII Voor het ontwerpen en tekenen van verkeerstech-nische plannen. Vereist: diploma h.t.s. (bouwkundeof weg- en waterbouw), of diploma stedebouwkundigtekenaar of diploma verkeerstechniek P.B.N.A. metruime ervaring.Rang: technisch ambtenaar of technisch ambtenaar A.III Voor stedebouwkundig tekenwerk. Vereist: diplomabouwkundig of stedebouwkundig tekenaar dan welpraktische ervaring.Rang: adspirant opzichter tekenaar.IV Voor eenvoudig stedebouwkundig administratief werkVereist: m.u.l.o. of daarmede gelijk te stellen diploma;ervaring in soortgelijke functie. Enige ervaring instedebouwkundig tekenwerk strekt tot aanbeveling.Rang: bureelambtenaar of bureelambtenaar eersteklasse.Salarisgrenzen (exclusief huurcompensatie):technisch ambtenaar A / 9.720, / 11.736,--technisch ambtenaar / 7.764,-- - / 9.972,--adspirant opzichtertekenaar / 4.884,-- -- / 6.504,--bureelambtenaareerste klasse / 6.000,-- - / 7.512,--bureelambtenaar / 4.884,-- - / 6.504,--Verplaatsingskosten-, vakantietoelage, studietoelage-,spaar- en i.z.a.-regeling zijn van toepassing.Schriftelijke sollicitaties binnen veertien dagen na ver-schijnen van dit blad aan de directeur der gemeente-werken, postbus 148, Leiden.In linkerbovenhoek vermelden: KK 6415.Dagelijkse publicatievan allenieuwe bouwprojecten,(n 1963: 28.346!Bestel een gratisproefabonnementbijCOBOUWDagblad vaor de bouwwereldAfdeling: RR5Postbus 34 - Den Haagr VI Bij de Provinciale Planologische Dienst van Utrecht kanworden geplaatst eentechnisch-administratieve medewerkerdie zal worden betrokken bij de beoordeling van gemeen-telijke uitbreidingsplannen, grond aan- en verkopen, ex-ploitatie-opzetten e.d., bij de behandeling van art. 20Wederopbouwwet- en meldingszaken en die voorts zalworden belast met het redigeren van adviezen te dierzake en overige administratieve werkzaamheden, hier-mede verband houdende,in de rang vantechnisch ambtenaar 1e klasof technisch hoofdambtenaarsalarisgrenzen: / 8.161,--// 11.745,-- resp. / 9.245,--// 13.341,--, exclusief huurcompensatie en vakantietoelage.De bekende secundaire regelingen zijn van toepassing.Voor het verkrijgen van woonruimte wordt medewerkingverleend.Vereist: theoretische en practische scholing op het bo-venbedoelde gebied.Rang en salaris worden bepaald naar gelang van demate waarin aan deze vereisten wordt voldaan.Sollicitaties binnen 10 dagen na het verschijnen van ditblad te richten aan de directeur van het bureau van dedienst, Kromme Nieuwe Gxacht 49, Utrecht.^VJ. J. NEDERSTIGTZILKHILLEGOMTelefoon 02520-5929 en 5710GRASZODENvoor wegenbouwentaludbekledingVIt" *^_ ?Aanleg en onderhoud vanSPORTVELDEN enpi,ANTSOENENStedehouwBeleving nieuwe stadstedebouwHOE BELEVEN WIJ DE NIEUWE STAD ? Mr. G. van 't Hulllezing gehouden op 8-11-1963 te Rotterdamnaar aanleiding van Wereldstedebouwdag 1963Het mag -- dunkt mij -- als bekernd worden veroMdiersteld, dat toetn -- nuweldra 15 jaar geileden -- De la Paolera zijn idee lanceeirde om in alle landeneenmaal per jaar een -wereldsteddbouwdaig te organiseren, hem vooral de wen-selijikheid voor ogen stond om de stedebouwkuindiige idealfen en mogelijUiedendichter bij die bevolkiiig te brengen.Ik meen, dat deze idee nog altijd bijizonder waard is nagestreefd te worden.,,D?r Stadtpian geht uns alle an".Tooh is bekend, dat in de meeste landen -- altihans in West-Europa -- delwereldstedebouwidag meer is gewoTden tot een dag van bezinning voor al die-genen -- stedebouw'kondigen, architecten, ^bestuurdeirs van Rijk, Provincies enGemeenten -- 'die in enigerlei vorm deel heibben aan de verwezenlijking van deruimtelijke vormgeving van onze steden en dorpen.Ongetwijfeld is dit naast bet belang van het popu'kriseren van de stedebouw-kundige idee een zaak van niet te onderschatten beteike'nis, omdat het eenmaalper jaar ter bezinning bijeenfcomen ons eigenilijk een vrijbrief geeft ons eenweinig los te maken van de actuele mogelijkheden op bet gebied van bouwen stedebouw en eett ogenblik stil te staan bij onze eigenlijke verlangens enidealen op dit gebied.Het is daarom, dat het mij voorkomt, dat -- wanneer men mij heeft gevraagdte spreken over het onderwerp: hoe beleven wij de nieuwe stad -- het niet on-dienstig is zich daarbij ook af te vragen hoe d'e nieuwe stad in de toekomstbeleefd zal worden -- of om het anders te zeggen: ik zou mijn onderwerpniet alleen statisch willen opvatten, maar ook in het lioht van de voortgaandeontwikkeling.Hoe beleven "wij de nieuwe stad ?Wie zijn wij en wat is de nieuwe stad ? Het is wel duidelijk, dat hier naar velekanten beperkingen zullen moeten worden aangebraoht; het is tevens duidelijk,dat -- zo ooit -- hier sprake is van een onderwerp, dat een subjectieve be-antwoording wel met zich mee moet brengen en ook een vergaande begrenzing,want men kan vanzelfsprekend vanuit zeer vele gezichtshoeken uitvoerig overdit onderwerp spreken.Maar men zal het mij niet euvel duiden, wanneer ik de vraagstelling beperktot de belevenis van de nieuwe stad als stedebouwkundig fenomeen. Dat hierbijonvei'biddellijk sociologische en zelfs psychologisohe gezichtspunten mee om de183XStedebouwBeleving nieuwe stadhoek komen kljken, is duidelijk, maar de nadruk dient -- mijns inziens -- indeze voordracht en op deze dag op de 3-'dimensionale vormgeving te blijvenliggen."Hoe beleven wij de nieuwe stad!" En uit het zo ruim gestelde onderwerpvan deze vraagzin, en uit het feit, dat men degene, die U thans toespreektheeft gevraagd hierop een antwoord te geven, volgt -- dunkt mij -- dat nietaan de orde wordt gesteld de visie op de nieuwe stad van de stedebouwer, ofde architect, of de socioloog, of welke andere deskundige ook, maar dat menhet algemene, ongedifferentieerde oordeel over de nieuwe uitbreidingen aande orde heeft willen stellen.De door Uw bescuren aan de orde gestelde vraag moet derhalve -- dunkt mij-- aldus verstaan worden: wat is de reactie van de belangstellende leek op wattegenwoordig aan nieuwe stadsdelen tot stand komt ?Hierbij zal gezien de uiteraard beperkte omvang van deze voordracht sterkglobaal moeten worden gedacht. Immers niet twee mensen zullen een gelijkoordeel hebben over de nieuwe stad. Bovendien zal uiteraard de ene beschou-wer van oordeel zijn, dat in geval A een beter resultaat is verkregen dan ingeval B, terwijl een ander een omgekeerde waardering zal hebben.Voorts is er een groot verschil tussen een nieuw stadsdeel bij een middelgrotekern en de ontzaglijke uitbreidingen, die wij uit de laatste decennia kennenbij Amsterdam en Rotterdam.Tenslotte maakt het verschil hoe de individuele waardering is van de stad alsgeheel, dus als al of niet positief element in de menselijke samenleving.Ik zal bij de besohouwing van ons onderwerp alle verbijzondering moetenvermijden en trachten de nieuwe uitbreidingen in het algemeen te benaderen.Gezien de vraag naar de nieuwe stad (en niet ,,nieuwe wijken") lijkt het mijwel voor de hand liggend, dat bij dit onderwerp vooral aan de grotere stads-uicbreidingen zal worden gedacht.Hoe staat nu de belangstellende leek tegenover de recente stadsuitbreidingen ?Is hij tevreden met de huidige woningbouw ? Voelt hij zidh thuis in het stede-bouwkundig kader ? Welke tekortkomingen worden gevoeld en wat zijn daar-van de oorzaken ? En tenslotte: zouden die tekortkomingen voor de toekomstvermeden kunnen worden ? Of om het nog een keer anders te zeggen: waargaan wij been en waar moeten wij been met onze nieuwe vestigingen ?184Als wij lets willen waarderen, moeten wij vergelijken.Wat moet het vergelijkingsobject zijn voor onze moderne stadswijken > Niet-- dunkt mij -- slechts de hoogtepunten van stedebouw, die ooit ergensbereikt zijn; niet ook -- dunkt mij -- datgene wat ni^ bcperkt gebied voorbeperkte groepen is of wordt gebouwd. Wij zul'cn ons immers rekenschapmoeten geven van het feit, dat onze stadsuitbreidingen meer dan ooit in degeschiedenis tot opgave hebben antwoord te geven op een ongekende be-volkingsexplosie.ir"StedebouwBeleving nieuwe stadHet lijkt daarom meer voor de hand te liggen om vergelijkingen te treffenmet stadsuitbreidlngen, die ook onder de druk van grote woningnood totstand kwamen, zoals dat met name in de tijd van de industriele revolutie betgeval was en waarvan wij in de grotere steden de treurige 19-eeuwse resul-taten kennen.Tooh zou ook deze wijze van vergelijken onjuist zijn, want aldus doende zoudenwij de grote fout maken maatschappijibesohouwing en gedachtenpatroon vaneen voorbije tijd klakkeloos te confronteren met onze huidige opvattingen.Wat wij -- geloof ik -- moeten doen, is ons afvragen in welke stedebouw-kundige omgeving de grote massa van de bewoners van de nieuwe stadsdelengehuisvest was voordat zij de nieuwe stedeibouwkundige wereld inging, en often opzichte van die omgeving naar bun oordeel al of niet vooruitgang aante wijzen valt.Bij het waarderen van de gevoelens van de bewoners moet men -- meen ik --zich niet te veel laten leiden door het oordeel van hen, die nog slechts zeerkorte tijd in de nieuwe omgeving wonen.Dit zou naar twee kanten een onjuist beeld kunnen oproepen. Eensdeels eente gunstig oordeel, nl. van hen, die tot voor kort geen zelfstandige woninghadden, en die onder de indruk van hun pas verworven nieuwe zelfstandigheidgeneigd zijn hun woning en woonomgeving in een te rose licht te bezien.Anderzijds een te ongunsdg oordeel nl. doordat de nieuwe bewoners zich nogniet voldoende in hun nieuwe omgeving hebben kunnen orienteren en zich watverloren en daardoor niet gelukkig voelen.Van wezenlijk belang bij onze oordeelvorming over de nieuwe stad is wel,hoe degenen, die reeds enige jaren daar wonen, de nieuwe stad beoordelen invergelljking met hun vroegere woonomgeving. En hoe dat oordeel uitvalt,hangt er uiteraard in hoge mate van af in hoeverre aan door hen als wenselijkgevoelde voorwaarden is voldaan -- of: in hoeverre in de nieuwe omgevingdatgene gerealiseerd is, wat zij naar hun mening daar mochten verwachtente zuUen vinden.Om dat enigszins te concretiseren zullen wij ons moeten afvragen of er alge-mene karaktertrekken voor onze nieuwe stadsgebieden bestaan. Is er een minof meer algemeen kenmerk van al onze meer belangrijke stadsuitibreidingen ?Ik geloof, dat wij kunnen zeggen, dat deze alle nog altijd gebaseerd zijn op detuinstad-idee van Howard, weliswaar sterk gemodificeerd: de gedachte vande geisoleerde tuinstad, waar Howard van uitging, is in Nederland reeds langverlaten om plaats te maken voor de gedachte van woonwijken gegroepeerdom een oudere kern en waarin overigens de voornaamste idealen van Howardwerden toegepast.Dus: een wijk met veel groen, zoveel mogelijk in een groen gebied liggend,met een zelfstandig karakter, maar toch deel uitmakend van het stadslichaam,met een grote openheid en overwegend eengezinshuizen.De vraag komt op in hoeverre aan deze criteria is voldaan.185StedebouwBeleving nieuwe stadDe grotere openheid en het geplaatst zijn in een omgeving van overwegendlandelljk karakter is -- dunkt mij -- veelal bereikt.Wij spreken van aan het stadslichaam toegevoegde "lobben".Het op korte afstand bereikbaar zijn van het landelijk gebied wordt vrij alge-meen door -de bewoners als een wezenlijk goed beleefd en wij zullen goeddoen daarbij zoveei mogelijk aan te sluiten door op vele plaatsen met voet- enrijwielpaden gemakkeHjke verbindingen met het omliggende groenge^bied temaken.De gaafheid van de stadsrand is in dit verband van nauwelijks te overschattenbetekenis. Wij kunnen in bet algemeen de toets der critiek met het buitenlandop dit punt goed doorstaan. Het vreseHjke versdhijnsel van de "banlieue" metdikwijls zich over kilometers uitstrekkende gebieden van auto-kerkhoven,afvalplaatsen, wilde bedrijfsbebouwing, etc. kennen de Nederlandse steden inhet algemeen gelukkig niet. Als wij zien naar het vereiste van het met veelgroen doortrokken zijn van onze tuinsteden zelf, dan is er echter in tweeopzichten een tekortkoming. In de eerste plaats is dikwijls in afwijking vande bedoeling van de ontwerpers het groen-areaal uit kostenoverwegingen terug-gedrongen. In de tweede plaats is de groenaanleg zelf om dezelfde redenendikwijls belangrijk in vertraging geraakt. Het is helaas nog altijd z6, dat ereen groot verschil is tussen de beschouwing op de stedebouwkundige kaartvan het groene hart van Amsterdam-West, zoals dat door Sloterplas met zijnvele annexen van jaohchavens, restaurant, strandbad etc. en het in de trantvan een Amsterdams bos daarom been gedachte Sloterpark gevormd moetworden en de huidige realiteit, nu in dit gebied toch reeds meet dan 100.000mensen wonen. Reeds jaren geleden heeft de Amsterdamse Gemeenteraadvoor de realisering van dit parkgebied een krediet van 10 miljoen guldengevoteerd, maar door het goedkeuringsbeleid van de Provincie is deze reali-satie slechts in zeer vertraagd tempo mogelijk.Het achterwege blijven van geplande groenvoorzieningen nu ervaart de be-woner heel sterk. Hij heeft het gevoel, dat hem lets onthouden wordt, waarhij recht op heeft. Het is frappant te zien, hoeveel harmonischer de bewonerop zijn omgeving reageert, zodra de geplande recreacie-terreinen vorm be-ginnen te krijgen.Wat het zelfstandig karakter van de tuinsteden betreft: wat als tekort-koming wordt gevoeld, is dikwijls het ontbreken van enerzijds een duidelijkekern, en anderzijds van een voldoende afscherming van de tuinsteden onderlingen ten opzichte van de oudere stad. Dit verhindert, dat de bewoner zichidentificeert met zijn omgeving waardoor hij zijn wijk, zijn buurt niet als"de zijne" beleeft.Wat het afschermen van de tuinsteden betreft weet ik wel, dat het oordeelhierover onzuiver is, zolang de omringende groenstroken nog niet tot vol-ledige wasdom zijn gekomen, waardoor enerzijds de zelfstandigheid van hetgebied zal worden geaccentueerd, anderzijds juist door het groen harmonischeverbindingen tussen de tuinsteden zullen tot stand komen. Maar voor hetogenblik ervaren de bewoners en bezoekers een gdbrek aan zelfstandigheid,186StedebouwBeleving nieuwe stadwelk gevoel -wordt versterkt, doordat dikwijls bindingvormende centra af-wezig zijn en mede daardoor het idee van thuis zijn in eigen omgeving ont-breekt. Wanneer dan bovendien in onvoldoende mate een voor de betrokkentuinstad 'herkeribaar menkpatroon aanwezig is, wanneer met andere woordende ene tuinstad of stadswijk zich onvoldoende in uiterlijke verschijningsvormonderscheidt van de andere -- en dat is dik-wijls het geval -- dan is dat eenfactor te meer, die maakt, dat bij de be-woner geen gevoel van identificatiemet zijn omgeving ontstaat.De moderne tuinstad wordt gedacht als onderdeel van het stadslichaam. Datimpliceert, dat de stadskern ook van wezenlijke betekenis moet zijn voor debewoners van de periferie en dus dat er goede en snelle openbare verbindin-gen met het hart van de stad moeten zijn. Wanneer dat niet het geval is,ontstaat het gevaar van atrophiering van het cultureel-sociale patroon en eenreden tot ontevredenheid van de tuinstadbewoner, die immers ook stedelingwil zijn.Als laatste crlterlum van de tuinstad-idee noemde ik het overwegend aan-wezig zijn van eengezinshuizen. Wij moeten helaas constateren, dat de ont-werpers er veelal genoegen mee moesten nemen, dat in veel geringere matedan zij hadden voorgestaan eengezinshuizen in de uitbreidingsplannen werdenopgenomen. Ik kom daar nog op terug.Ondanks deze gesignaleerde tekortkomingen en dank zij de grote liefde entoewijding, die onze stedebouwkundige ontwerpers ook bij de voortschrijdingvan de realisatie van de tuinsteden steeds voor hun werk aan de dag legden,is in grote lijnen toch wel aan de moderne tuinstad-idee voldaan. En dit heeftzeer belangrijke resultaten afgeworpen.Na een onvermijdelijk begin van onwennigheid constateert men bij de over-grote meerderheid van de bewoners hoe zij in deze nieuwe stad zich in hetalgemeen thuis voelen; hoe dikwijls sprake is van het gevoel van een nieuwestart op velerlei gebied.Ik ben het niet eens met hen, die beweren, dat -- als algemeen verschijnsel --in de nieuwe stadsdelen sprake zou zijn van een grotere geestelijke en socialeonverschilligheid dan elders. Ik ontken eveneens de bewering, die enige jarengeleden geponeerd werd, dat de wijkgedachte in onze moderne stadsdelenmorsdood zou zijn.Integendeel, men ziet -- na ommekomst van een begrijpelijke orientatie-periode van enige jaren -- veelal wijkraden en wijkcentra bloeien, en nietvanuit de situatie van een wanhopige verlatenheid, waardoor men kramp-achtig naar enig houvast zou zoeken, maar vanuit het gevoel, dat de nieuweO'mgeving tot nieuwe sociale en geestelijke aktiviteiten prikkelt.In een Sociale Opbouwraad in Amsterdam-West werken op het ogenblikniet alleen 6 wijkcentra, maar ook alle kerkgenootschappen, alle vakverenigin-gen en een zeer groot aantal daar gevestigde bedrijven in grote harmonie187StedebouwBeleving nieuwe stadsamen. Een uiting van een nieuwe geestelijke aktiviteit, die naar mijn vasteovertuiging door de nieuwe stedebouwkundige omgeving gestimuleerd wordt.Wanneer men geestelijken, in de nieuwe gebieden wei^kzaam, hoort sprekenvan een constateren van een gevoel van bevrijding bij vele nieuwe bewoners,dan komt deze zelfde gedachte van het nieuwe begin weer naar boven, waartrouwens de dikwijls zeer inspirereode (nieuwe) kerkbouw zidh harmonieusbij aansluit.En dat in zulk een omgeving met die grotere openheid en meer speelruimtenvoor de kinderen de doktoren een gemiddeld betere gezond'heidstoestandconstateren, behoeft geen verwondering te wekken, maar mag wel als een zeerwezenlijk credit op het conto van onze nieuwe tuinsteden worden geschreven.Met alle gradaties, die hierbij vanzelfsprekend voorkomen, kan -- dacht ik --het oordeel van de bewoners van de nieuwe wijken aldus worden samen-gevat: dat men zioh van een grote vooruitgang bewust is, maar dat men niettevreden is.En ik dacht, dat het opmerkelijk is, dat eigenlijk datzelfde gevoel dat als eengemiddeld oordeel onder de bewoners kan worden opgevangen, ook de meningis van deskundigen en belangstellende leken.Hoe komt dat ?Mij dunkt, doordat men steeds wordt geconfronteerd met de gedachte, dateen in wezen goed en groot opgezet werk niet af is.Niet af, omdat een aantal elementen, die door de ontwerpers als essentieelbij bet geheel waren gedacht, niet tot stand zijn gekomen of nog niet totstand zijn gekomen: buurthuizen, sportvelden, groenvoorzieningen, speel-tuinen, parken, etc.; onaf -- omdat bij al de genoemde positieve elementende duidelijkheid van de struktuur dikwijls onvoldoende is gebleven en dat metname een hierarchische geieding van stadsdeelcentrum, wijkcentrum en buurt-centrum met dat, wat zich daar om been moet groeperen, ontbreekt.Onaf tenslotte -- en vrees ik vooral -- doordat de woningen niet voldoen,qua grootte en diversiteit aan hetgeen de burger van 1963 terecht als eis aanzijn woning stelt.En hiermede, met het noemen van de woningen, kom ik op een tekortkomingvan een geheel andere orde en van een zodanig praeponderant karakter, dathet meer dan een van de andere genoemde elementen bepaalt hoe de nieuwesteden beleefd worden.Van een andere orde, inderdaad. Want spraken wij tot nu toe van tekort-komingen, dan was dat toch op de basis van op ziohzelf goede en op niveaustaande elementen van de stedebouw. Van de woningbouw kan -- dunkt mij-- alleen maar gezegd worden, dat er reden voor bewondering is voor dat-gene, wat vele arc:hiteoten, gezien de hun gestelde enge grenzen aan prijs eninhoud van de woning, hebben tot stand gebracht, maar dat het nieuwe wo-ningbestand als gdheel hopeloos beneden de standaard is, die vandaag de dagde Nederlandse bevolking aan andere gebruiksgoederen stelt.StedehouwBeleving nieuwe stadDe volkshuisvesting na de tweede wereldoorlog is hopeloos aohtergeblevenbij het peil van de stedebouw, en dat maakt, dat bet totale stedebouwkundigeresultaat van onze nieuwe tuinsteden ons veelal als niet geslaagd, als onvol-doende voorkomt. Dat is -- dunkt mij -- het grote verschil met de situatiena de eerste wereldoorlog. Want al vinden wij thans de toen tot stand gekomenwoningen van de Amsterdamse School in verschillende opzichten verouderden in strijd met thans algemeen geldende uitgangspunten -- toen zij gebouwdwerden, beleefden architecten en bewoners deze als wezenlijke vooruitgang,als het optimum van volkswoningbouw.Ik zei eerder in mijn inleiding, dat in de nieuwe uitbreidingsplanncn veelalin veel geringere mate eengezinshuizen tot stand zijn gekomen, dan destedebouwkundige ontwerpers gewild hadden. Ik meen, dat dit te betreuren is,omdat daardoor een wezenlijk element van de tuinstad-'idee niet gerealiseerdwerd en dat, terwijl -- bij alle verschil van inzicht over de quantitatieve ver-deling tussen eengezinshuizen en hoogbouw -- niemand, dacht ik, ontkent,dat een flink deel van onze woningvoorraad uit laagbouw zou moeten be-staan. Als ik de zeer interessante discussie in de jaargang 1960 van de Econo-misch-statistisdhe Bericihten tussen Professor van Beusekom en Drs. van derPloeg naar aan'leiding van het proefschrift van Dr. de Jonge over "Modernewoonidealen en woonwensen in Nederiand" aandadhtig nalees, kom ik tot demeAwaandige conclusie, dat zowel aan eengezinsihuizen als aan echte hoogbouwveel te weinig tot stand is gekomen, Ik meen, dat de bouw op grote schaal in drieof zelfs vier etages zonder hft een van de meest betreurenswaardige facettenvan onze nieuwe stadsuitbreidingen is en bepaald een anachronisme genoemdmag worden.Maar toch -- hoe vreemd het ook klinken moge -- ik ben van oordeel datde kwestie van laag-, etage- of hoogbouw op zichzelf niet het wezenlijke feitis, dat de waarde van onze hedendaagse volkshuisvesting bepaalt.Wanneer we vrijwel algemeen ontevredenheid tegenkomen bij de bewonersvan onze nieuwe grote stadsuitbreidingen, dan is dat omdat de woningen,hetzij in laag- of in hoogbouw, te klein en te eenvormig zijn. Omdat veel teweinig de kans wordt geboden aan de huisvestingzoekende van vandaag hettype huis te vinden, dat bij zijn aard past en omdat de woning, die hij toe-gewezen krijgt, in onvoldoende mate hem en zijn huisgenoten gelegenheidgeeft er hun persoonlijkheid te beleven. Vier jaar geleden werd in de ver-enigingszaal onder de Opstandingskerk in de Amsterdamse wijk "Bos enLommer", de z.g. Kolenkit, een tentoonstelling gehouden onder het verras-sende motto "Woonwensen onder de kolenkit".Bewoners van de wijk konden daar plattegronden en maquettes inzendenvan hoe zij hun woning ingericht hadden willen zien.Wat kwam het meest als wens naar voren ? Een knutselhoekje voor de huis-vader en allerlei vernuftige oplossingen om voor alle leden van het gezineen eigen vertrekje, of desnoods een eigen hoekje af te schutten. Daarmee isgedemonstreerd wat veelal zo bitter in onze nieuwe wijken wordt gemist:enige extra ruimte
Reacties