stedebouw & volkshuisvestingUitgave van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestingIn dit nummer: Ruimtelijke ordeningStuwers-verzorgersGewestplanning Belgi'eStedelijke ontwikkelingStad der genietersJournaalWoonstedehebhendeIngezondenNieuxve boekenBerichtenOfficiele mededelingenSINDS 1896BETTENHAUSSENROTTERDAM N.V.BREEVAARTSTRAAT 71 - TEL 150622ALUMINIUMGEVELSPUIENTOURNIQUETSSCHUIFRAMENVITRINESVoor alleMETRO-STATIONS verzorgden wijhet interieurDE GLASWANDEN - KOMMANDOHUISJES - WINKELSAANDUIDINGSBORDEN - VITRINES - AFFICHEBORDENHEKKEN - LEUNINGEN - ZITBANKEN ENZ.BETTENHAUSSEN - OP TMD EN GOEDBouwmaterialenheerlensetegelfabriek"MER" n.v.grofmarmer:tegels,vensterbanken.traptreden,vraagt offerte!postbus 230 heerlentelefoon 04440-17272^VALBRENTASCHOORSTEENELEMENTENGebakken productdubbelwandiggeen isolatiemateriaalrond binnenkanaalhoogte elementen 50 cmlicht in gewichtdoor halfsteens ommetselingruimte-, materiaal- enarbeidsbesparingUitgebreide rapporten inzake K-waarde, drukvastheid, wateropname,breekbelasting, zuurbestendigheid en akoestische waarde aanwezig.Vraagt uitgebreide documentatie.W. KORTLEVE N.V.Heerde, Postbus 13, telefoon 05782-1937 en 1394Als U luchtkastelen gaat bouwen, dan is alles mogelijk.,-. M!'.maar wanneer U met beide voeten op begane grond staat, dan kiest U The/imefianeDe isolerende beglazing THERMOPANEverschaft U komfort en besparing.KOMFORT: steeds een onbelemmerd door-zicht; THERMOPANE doet de ijsbloemen,de kondensvorming en de koude zones bijuw ramen verdwijnen.GlaverbelHet wereldberoemde Belgische glasAgent voor Nederland:REVO HANDELSONDERNEMING Nieuwe Parklaan 9, Den Haag.Tel. 070/514131BrusselBESPARING : THERMOPANE houdt dewarmte, die tegen grote kosten geprodu-ceerd wordt, binnenshuis. Zij brengt hetwarmte-verlies tot op de helft terug, het-geen een aanzienlijke besparing vertegen-woordigt en tegelijkertijd er toe bijdraagteen regelmatige temperatuur in uw woningte handliaven.Daar U met beide voeten op begane grond staat,kies THERMOPANE met 10 jaar garantie.DOKUMENTATIE AANVRAAGNaam ...straat, nr..TP/STVHBouwmaterialenALUMINIUMschuiframen, horizontaaL verticaal,voor directe montage. TuimelramenWessexVerticaal aluminium schuifraamin aluminium kozijn.Montage direct in metselwerk ofin houten kozijn.Bijzonder geschikt voor kan-toren en scholen.Ook leverbaar als 3- resp. 4-paneelsraam.Panoramic IVHorizontaal schuifraam, alleenvoor montage in houten kozijnmet kunststof stijien van hardP.V.C.Leverbaar eveneens als 3-pa-neelsraam, met alle panelenschuivend. Ingebouwde venti-latie. Ook leverbaar als schuif-deur, echter dan te monteren ophardhouten onderdorpel.CivicAluminium tuimelraam voorhouten kozijn.Kan worden gefixeerd op standvan 13? en 180?.Deze laatste stand biedt demogelijkheid, de buitenkant vanbinnen schoon te maken.Panoramic VHorizontaal schuifraam voormontage direct in metselwerkc.q. houten kozijn.Ook leverbaar als 3-paneels-raam, met alle panelen schui-vend. Ingebouwde ventilatie.Eveneens leverbaar als schuif-deur met extra onderdorpel-bescherming.Voor de Panoramic ramen werd m.i.v. 1 november 1968 de Internationaleerkenning verkregen van de Union Europeenne pour l'Agr?ment Techniquedans la Construction. (Ratiobouw Nederland Is aangesloten). Vraag hetbiad met bouwfysische gegevens.SecurityDubbel horizontaal aluminiumschuifraam.Tevens leverbaar als enkelraam.Door eenvoudige bediening engoede schoonmaakmogelijkhe-den ideaal voor woonhuizen,kantoren en bejaardentehuizen.WarwickVerticaal aluminium schuifraam.Voor montage in houten, beton-of stalen kozijn.Behalve voor woningbouw ookuitermate geschikt bij her-constructies; tevens leverbaarals loketten en voorisolettes.Wij zenden u op uw aan-vraag onze uitvoerigecatalogus onmiddellijk toe.NV Aluminiumbouw ,,De Oude IJssel'' TerborgIJSSELWEG 2 TELEFOON 08350-3841'^.si,,BSi.ati^ i^Um.A..J^.Waarom tobben met BETONUITSPARINGEN voorgewichtsvermindering in betonvloeren?De opiossing bieden u dunwandige ijzerenC.G.-SPIRAALPIJPEN? aan beide zijden gesloten? op alle gewenste lengten? in alle gewenste diameters? mindere werking opwaartse kracht? gemakkelijke opslag? grote stevigheid? snelle montage? sneller storten in minder bouwtijd? tijdige en regelmatige aanvoerverzekerdC.G.spiraalpijpeneveneens ingrote diameters alsKOLOMBEKISTINGENKOKERSVOORGESPANNENBETONKABELDOORVGERINGENenz. enz.ra TUUDLUUBouwmaterialenSta. -R---'Architecten, Stadsplanners,StedebouwkundigenBetrek ons vroegtijdig in uw plannen.In de voorbereidingsfase van een projecthebben wij onze gespecialiseerde inbreng.Wij hebben meer te bieden dan louterkennis van wegenaanleg. Vele malen hebbenwij reeds kunnen helpen aan het opiossenvan problemen - grote en kleine.Onze afdeling ,,Ontwerp en Ontwikkeling"is gaarne beschikbaar voor uw studie-objecten en het maken van ontwerpen.^KoninklijkeMij.Wegenbouw,UtrechtS& VUitgave van het ?' j ' ' . ; - 51e jaargang no. 3Nederlands Instituut voor macmdbladRuimtelijke Ordening en Volkshuisvesting maart 1970Redactie :Drs.R. KokMr. H. J. A. SchaapDrs. N. StreeflandDrs. H. van der WeijdeIr. W. WissingAdres voor Redactie en AbonnementenJavastraat 6, 's-GravenhageTelefoon 182761Postgironummer 29080Advertenties :Nobelstraat 21, HeerlenTelefoon 04440-18100Postgironummer 1372665 t.n.v. AdvertentiesStedebouw en Volkshuisvesting HeerlenIn dit nummertreedt het model, dat steeds meer een instrument van de ruimtelijke ordeninggaat warden, in twee artikelen naar voren. Om te beginnen in een studie van deheren Klomparends en Schouten over het gebruik van een rekenmodel hij dehevolkingsprognoses. En vervolgens in een kritische boekbespreking van deHeer Engberts over stedelijke ontwikkelingsmodellen.Het streekplan, dat oak in dit nummer niet ontbreekt, voert ons thans buitende landsgrenzen, naar Belgi'e. Prof. Anselin behandelt het gewestplan ,,HetGentse en Kanaalzone als een voorbeeld van de techniek van de gewestplanningin Belgi'e".Enkele korte bijdragen, waaronder wederom de voortzetting van het journaalvan Dr. Launspach, completeren dit nummer.93InhoudRuimtelijke ordeningStuwers-verzorgers-analyse. Een eenvou-dig rekenmodel ten behoeve van be-volkingsprognoses, D. Klomparends enDrs. A. SchoutenGewestplanning in Belgie, V. A. M.VerberkDe techniek van de gewestplanning inBelgie: als voorbeeld het gewestplan,,Het Gentse en Kanaalzone", Prof. Dr.M. AnselinStedelijke ontwikkeling-modellen enoordelen, Drs G. E. Engberts .Journaal, Dr. J. A. LaunspachIngezonden. Ontwikkeling van OudeMaas en Drechtsteden, Ir. R. VerLorenvan Tbemaat Sr 117Stad der genieters, A. J. A. Hermans 118De woonstedehebbende, Mr. Jobs de95 Jager 118Nieuwe boeken 123100BerichtenBinnenland 125101 Bultenland 125111 Officiele Mededelingen115 Insticuut . 127Abonnementsprijs f 27,50. Losse nummers f 3,--.De leden van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting ontvan-gen het blad kosteloos.94ruimtelijke ordeningstuwers-verzorgersruimtelijke ordeningSTUWERS-VERZORGERS-ANALYSE, EEN EENVOUDIG REKENMODEL TEN BEHOEVEVAN BEVOLKINGSPROGNOSESProloogWaardoor wordt de toekomstige be-volkingsontwikkeling van een gemeen-te bepaald? Door artlkel 7, lid 2, vanhet Besluit Ruimtelijke Ordening heeftdeze vraag voor velen grote actuali-teit gekregen '). In alle structuurschet-sen ten behoeve van stedebouwkun-dige plannen moet immers die vraagaan de orde komen.Uiteraard zijn er vale antwoordenmogelijk. De zinnigste reactie is: dathangt af van de omstandigheden. Datantwoord noodzaakt namelijk tot klas-sificatie van mogelijke omstandighe-den.Een grove, maar voorshands bruikbareklassificatie wordt weergegeven doorde volgende trits. Als uitgangspuntfungeert daarbij de vraag welke typenomstandigheden limitatief kunnen zijnbij het construeren van bevolkings-prognoses.1. Ruimtelijke omstandigheden.Een woonkern kan begrensd zijn doorwaardevol natuurschoongebied, landvan bijzondere natuurwetenschappe-lijke betekenis, een brede rivier, of eenvierstrooks-autosnelweg. Zulke geogra-fische data kunnen (soms) een defini-tieve grens aangeven voor het in detoekomst te bebouwen terrein. In zo'ngeval wordt de bevolkingsprognosedoor de ruimtelijke omstandighedenbepaald. Met behulp van een adequatedichtheidsnorm wordt dan het inwo-nertal in de ,,eindsituatie" bepaald.Waarbij overigens wel de vraag blijftin hoeveel tijd deze eindtoestand kanc.q. moet worden bereikt.2. Sociale omstandigheden.Een woonkern kan z6 groot of z6 pit-toresk zijn, dat de sociale kosten vanverdere uitbreiding de sociale opbreng-sten te boven gaan. Afgezien van devraag hoe een dergelijke kosten-baten-analyse moet worden geconstrueerd,kunnen dus ook sociale omstandighe-den als limitatieve factor van een be-volkingsprognose fungeren.(Overigens hebben we de indruk datmen eerder een communis opinio be-reikt over de noodzaak van bevol-kingsoverloop van een gebled dan vaneen woonkern. Vergelijk bijvoorbeeldde Tweede Nota Ruimtelijke Orde-ning over de Randstad en de veelkleu-rige trits rapporten over Rotterdam.)3. Economische omstandigheden.Tenslotte kan het groeitempo wordenbepaald door de economische omstan-digheden. De welvaartsbronnen limite-ren dan de bevolkingsgroei.Over deze casuspositie -- waarschijn-lijk de meest voorkomende -- gaat ditartikel. We trachten het begrip wel-vaartsbronnen operationeel te makenom daarna met behulp van een va-riant van de stuwers-verzorgersana-D. KlomparendsDrs. A. Schoutenlyse een brug te slaan tussen het eco-nomisch draagvlak en het inwonertalvan een woonkern of van een gemeen-te.Huidige praktijkArtikel 7, lid 2, van het Besluit Ruim-telijke Ordening schrijft voor dat ,,hetonderzoek naar de bestaande toestandin en naar de mogelijke en wenselijkeontwikkeling van de gemeente" ondermeer betrekking moet hebben op debevolkingsontwikkeling en op de ont-wikkeling van de welvaartsbronnen.Vrijwel elke structuurschets bevat der-halve wel een demografisch en een eco-nomisch hoofdstuk. Uiteraard moetendie twee samen een geheel vormen.Maar dat blijkt vaak een -- te --zware opgave te zijn.Twee typen bevolkingsprognoses ko-men het meest voor: de taakstellendeen de demografische. De eerste steltzonder veel nadere motivering, dat eenbepaald inwonertal in een gegevenjaar moet kunnen worden gehaald.Vervolgens wordt dan de hele toe-komstplanning (welvaartsbronnen, ver-zorgende voorzieningen etc.) op dezetaakstelling gebaseerd. ^)De tweede -- de demografische --zoekt een grondslag in de ontwikke-ling van het geboortecijfer en van hetsaldo van de migratiebalans in het ver-95ruimtelijke ordeningstuwers-verzorgersleden. Ten aanzien van beide factorenworden met behulp van bepaalde pre-missen vooruitberekeningen gemaakt,die samen resulteren in een prognosevan het in^^'onertal ^).In het kader van dit artikel behoeft dekritiek op deze methodes niet breed teworden uitgemet^n: ze is genoegzaambekend. Volsta'ap wordt daarom metde opmerking' d'at het toeval en dewillekeur een te grote rol kunnen spe-len bij beide benaderingen, terwijl hetjuist de bedoeling van wetenschappe-lijke analyse is deze beide elemententot hun betekenis in de realiteit zelvete reduceren. Het is derhalve alleszinsde moeite waard te zoeken naar eenadditionele methode van prognostise-ren.Het rekenmodelAls de welvaartsbronnen metterdaadde limitatieve factor vormen in detoekomstige bevolkingsontwikkeling,dan dient dat in de prognose ook ex-pliciet te worden gemaakt. Met an-dere woorden: dan moeten de toekom-stige economische- en de bevolkings-ontwikkeling samen in een prognose-model worden gevat. Om daartoe instaat te zije omschrijven we het be-grip ,,welvaartsbronnen van een ge-meente" als de groep mannelijke in-komenverwervers, die binnen het ge-meentelijk territoir woonachtig is. Deontwikkeling van de welvaartsbron-nen definieren we derhalve als de toe-ef afneming van de groep mannelijkeinkomenverwervers. Om practische re-derien, voornamelijk van statistischeaard, beperken we ons tot mannen,en laten we dus de vrouwelijke inko-menverwervers buiten beschouwing.De aldus operationeel gemaakte wel-vaartsbronnen splitsen we in tweegroepen: de stuwers en de verzorgers.Onder de stuwers verstaan we die in-komenverwervers, die hun inkomenverdienen in de bevrediging van devraag naar goederen en diensten bui-ten de gemeente. Zij bewerkstelligendus een de gemeente binnenkomendegeldstroom. De verzorgers daarentegenbevredigen de vraag binnen de ge-meente, en verwerven daarmee eeninkomen "*).Het kriterium ,,Waar wordt de vraagbevredigd ?" stelt ons in staat eentheoretisch-juiste splitsing tot stand tebrengen in de totale groep inkomen-verwervers. Dat het onderscheidpraktisch nogal wat problemen ople-vert, laat zich denken, en komt danook nog uitvoerig aan de orde.In ons prognosemodel, waarin eenpersoon dus de rekeneenheid is, wer-ken we met drie categorieen: stuwers,verzorgers, en inwoners, waarbij deeerste twee samen de groep inkomen-verwervers vormen.Tussen deze drie categorieen bestaanbepaalde relaties, die als volgt kunnenworden weergegeven:(I) I = qi (S + V)(II) V = qa.SSubstitueren we II in I, dan volgtdaaruit:(III) I = qi (S + q2.S).V ~ aantal verzorgersI = aantal inwoners,. . ?.S = aantal stuwersqi en q2 -- verhoudingsgetallen.In dit model beschouwen we S en debeide verhoudingsgetallen qi en q2 alsonafhankelijke variabelen. Uit de defi^niering van de categoric verzorgersvloeit immers voort, dat de omvangvan de verzorgersgroep wordt be-paald door de vraag binnen het ge-meentelijk territoir. En omdat we eenpersoon als rekeneenheid nemen, mo-gen we voor de plaatselijke vraag ookschrijven: het gemeentelijk inwonertal.In deze opzet geldt derhalve dat hetinwonertal en de omvang van de ver-zorgersgroep worden bepaald door hetaantal stuwers en de beide verhou-dingsgetallen qi en q2.Dit model leent zich goed voor prog-nosedoeleinden. Het grote voordeel er-van is dat het een brug slaat tussende economische en de demografischeontwikkeling. Voordat we de prog-nosetoepassing behandelen, gebruikenwe het model eerst in een gelijktijde-lijke analyse. We bepalen het aantalstuwers, verzorgers en inwoners vande 34 Drentse gemeenten per 31-5-'60(volkstellingsdag), waarbij het ons ervooral om gaat de waarden per ge-meente te bepalen van de verhoudings-getallen qi en q2.Stuwers-verzorgersanalyse van 34Drentse gemeenten per 31-5-1960De stuwersgroep bestaat uit de vol-gende sub-categorieen:1. ter plaatse in stuwende sectorenwerkzame beroepsbevolking, te weten:1.1. agrarische beroepsbeoefenaren1.2. beroepsbeoefenaren in de stuwen-de nijverheid1.3. beroepsbeoefenaren in de stuwen-de dienstensector.2. pensioen- en rentetrekkers3. woonforensen.ad. 1.1. Het leeuwendeel van de agra-rische productie wordt -- al dan nietna industriele verwerking -- gecon-sumeerd buiten het gemeentelijk ter-ritoir. De agrarische inkomens vloeienvoort uit verkopen en uit subsidies.Aangezien beide bronnen buiten de ge-meente liggen, dient de agrarische be-roepsbevolking in totaliteit tot de stu-wersgroep te worden gerekend.ad. 1.2. Hetzelfde kan niet gezegdworden van de in de nijverheid96ruimtelijke ordeningstuwers-verzorgerswerkzamen, omdat een belangrijk deelvan de nijverheidsbedrijven zijn pro-ductie binnen het gemeentelijk terri-toir afzet, en dus verzorgend van aardis. Op grond van elders verrichte stu-die nemen we aan dat alle nijverheids-bedrijven met minder dan tien manpersoneel slechts lokale afzet hebben-- en dus verzorgend van aard zijn --terwijl alle grotere bedrijven als stu-wend worden gekwalificeerd ^).ad. 1.3. De omvang van de beroeps-bevolking in de stuwende dlensten-sector berekenen we als het verschiltussen de totale beroepsbevolking in dedienstensector minus het verzorgendedeel ervan. Bij de bepaling van datverzorgend deel gaan we ervan uit,dat er een kwantitatief verband be-staat tussen het inwonertal en de om-vang van de verzorgende dienstensec-tor. Voor de Drentse gemeenten anno1960 valt te berekenen dat de be-roepsbevolking in de verzorgendedienstensector 4^/0 bedroeg van hetinwonertal '?). De overige beroepsbe-oefenaren in de diensten zijn dus alsstuwers te beschouwen.ad. 2. De pensioen- en rentetrekkersbehoren weliswaar niet tot de be-roepsbevolking, maar bewerkstelligenwel een de gemeente inkomende geld-stroom, en behoren derhalve tot destuwerscategorie. Eigenlijk zouden wehierbij een correctie moeten toepassenvoor het ter plaatse gei'nvesteerde ver-mogen. Vanwege gebrek aan statis-tische informatie daaromtrent is ditachterwege gelaten. We zijn ervan uit-gegaan dat de pensioen- en rentetrek-kers kwantitatief overeenstemmen metSC/o van de 65 + groep.Het aldus bepaalde aantal pensioen-en rentetrekkers voor de provincieDrente stemde ongeveer overeen methet aantal belastingplichtigen van 65jaar en ouder in het kader van de in-komstenbelasting 1960.ad. 3. Dat de woonforensen tot destuwerscategorie behoren behoeft geentoelichting. Het is immers zonneklaardat zij hun inkomen buiten de ge-meente verdienen.Indien het aantal stuwers per gemeen-te vaststaat kan het aantal verzorgersdoor aftrekking worden bepaald. Iseen beroepsbeoefenaar geen stuwer,dan is hij immers per definitie ver-zorger.Een bepaalde groep verzorgers be-hoeft nadere toelichting: de gemeen-te-ambtenaren. Hun inkomen komt uiteen buitengemeentelijke bron, terwijlwe ze toch tot de verzorgerscategorierekenen. Deze reden daarvan ligt inhet feit dat hun prestaties geheel zijngericht op bevrediging van de binnen-gemeentelijke vraag, zodat ze aan onzedefinitie van de verzorgers voldoen.Bovendien vertonen ze de typische ver-zorgerstrek, dat hun aantal afhankelijkis van het inwonertal. De kwestie vanhun buitengemeentelijke inkomensbronkunnen we liquideren op basis van deoverweging, dat zij op indirecte wijzebetaald worden uit de bijdrage van degemeentelijke inwoners aan de natio-nale belastingopbrengst.Met inachtneming van het bovenstaan-de zijn we in staat -- aan de handvan de volkstellingsgegevens 1960 --het aantal stuwers, verzorgers en in-woners van in principe elke gemeen-te te berekenen. In tabel 1. zijn de be-rekende categorieen van de 34 Drentsegemeenten per 31-5-1960 weergege-ven. Zie biz. 98. ,We richten nu in het bijzonder onzeaandacht op de beide verhoudingsge-tallen qi en q2.De verhouding verzorgers : stuwers(q-i). - _|,,,Gezien onze definiering van de be-grippen ,,stuwer" en ,,verzorger" wordtde verhouding verzorgers : stuwers (q2)bepaald door drie factoren: a) hetgemiddelde inkomen per hoofd, b) hetconsumptiepatroon, en c) de omvangvan het kooplek.ad. a. Door middel van een enkelvou-dige correlatierekening hebben we ge-tracht het verband te meten tussen deinkomens-hoogte en het verzorgers-stuwersquotient. Dat resulteerde in devolgende regressievergelijking:Y = 0.01 X + 6.5 '-waarbij X = gem. inkomen per in-woner in 1960, uitge-drukt in guldens.Y = verzorgers-stuwers-qiio-tientx 100 (lOO.qi).De correlatiecoefficient van deze re-gressie-analyse was echter zo klein(r = 0.435), dat we dit enkelvoudigverband, althans voor de 34 Drentsegemeenten anno 1960, statistisch fiietrelevant kunnen vinden. -^ad. b. Met het woord ,,consumptie-patroon" kunnen we in principe allekanten op. In de wetenschap dat deberoepsstructuur belangrijke invloedheeft op de wijze waarop het inko-men wordt besteed, hebben we hetaandeel van de agrarische beroepsbe-volking(mannen) in de totale beroeps-bevolking opgevat als indicator voorhet consumptiepatroon. Vervolgens is-- alweer met behulp van enkel-voudige correlatie -- het verband be-paald tussen het aandeel van de agra-riers in de totale beroepsbevolking (X)en de verzorgers-stuwers-quotient(Y = 100.q2). Het resultaat was al-weer teleurstellend. De regressieverge-lijking luidde Y = -0.08 X + 12,1;de correlatiecoefficient was r = -0.341.ad. c. Onder het kooplek verstaan wehet deel van de consumptieve vraagbinnen een gemeente, dat elders totbesteding wordt gebracht.De grootte ervan hangt af van de97 Uruimtelijke ordeningstuwers-verzorgerskwaliteit/omvang van de verzorgendevoorzieningen binnen de gemeente, dehoedanigheid/lengte van de verbindingmet de dichtstbijzijnde regionale-ver-zorgende kern, de kwaliteit/omvangvan de verzorgende voorzieningen inTabel 1. Sturners, verzorgers en inwoners van de 34 Drentse gemeentenper 31-5-1960.gemeente Stuwers Verzorgers Inwoners V/S I/(S + V)S V I qi q^1 2 3 4 5 6Anloo 1.725 400 5.814 0.23 2.74Assen 6.958 1.900 29.115 0.27 3.29Beilen 2.932 804 11.543 0.27 3.09Borger 2.820 771 10.414 0.27 2.90Coevorden 2.485 652 9.966 0.26 3.18Dalen 1.303 291 4.622 0.22 2.90Diever 860 244 3.285 0.28 2.98Dwingeloo 951 260 3.360 0.27 2.77Eelde 1.542 443 5.897 0.29 2.97Emmen 16.758 4.265 66.332 0.25 3.16Gasselte 1.012 297 3.704 0.29 2.83Gieten 1.130 369 4.118 0.33 2.75Havelte 1.357 348 4.797 0.26 2.81Hoogeveen 6.374 1.538 25.269 0.24 3.19Meppel 4.420 1.317 17.675 0.30 3.08Norg 1.492 331 5.287 0.22 2.90Nijeveen 477 100 1.621 0.21 2.81Odoorn 3.554 754 12.168 0.21 2.82Oosterhesselen 1.062 257 3.963 0.24 3.00Peize 949 182 2.940 0.19 2.60Roden 2.068 545 7.809 0.26 2.99Rolde 1.152 288 4.070 0.25 2.83Ruinen 1.750 308 6.013 0.18 2.92Ruinerwold 890 221 3.054 0.25 2.75Schoonebeek 1.628 360 6.616 0.22 3.33Sleen 1.913 433 6.824 0.23 2.91Smilde 1.810 515 7.025 0.28 3.02Vledder 739 179 2.684 0.24 2.92Vries 1.854 549 6.651 0.30 2.77Westerbork 2.116 482 8.659 0.23 3.33De Wijk 1.149 334 4.114 0.29 2.77Zuidlaren 1.578 546 7.085 0.35 3.34Zuidwolde 2.026 414 7.186 0.20 2.35Zweeloo 722 178 2.496 0.25 2.77die kern en de mobiliteit van de be-volking.Ten aanzien van het kooplek hebbenwe nog geen poging tot verdere ana-lyse gedaan.De verhouding inwoners : inkomen-verwervers (q\).De verhouding tussen inwoners eninkomenverwervers blijkt van ge-meente tot gemeente weinig te varie-ren. Het minimum is 2.6 (Peize), hetmaximum bedraagt 3.34 (Zuid-Laren),terwijl het gemiddelde ligt op 3.05.Deze kleine variatiebreedte hangt sa-men met het feit dat dit quotient gro-tendeels wordt bepaald door twee wei-nig uiteenlopende factoren: de gemid-delde gezinsgrootte en het aantal in-komenverwervers per gezin (werkendegehuwde vrouw en werkende kinde-ren).Terzake van dit verhoudingsgetal heb-ben we nog geen verder onderzoekverricht.Het rekenmodel toegepast in gemeen-telijke bevolkingsprognoses.Het D.E.T.I, heeft recentelijk enigeervaring opgedaan met het gebruikvan dit rekenmodel bij het construerenvan gemeentelijke bevolkingsprogno-ses "). Daarbij werd de volgende pro-cedure gevolgd **).1. Per stuwersgroep worden progno-ses opgesteld, die tezamen ten aan-zien van het model als verklarendevariabele fungeren. Deze prognosesper groep zijn ten dele exogeen, en an-derdeels endogeen. De toekomstigeontwikkeling van de agrarische be-roepsbevolking bijvoorbeeld wordtdoor andere dan de in het model opge-nomen factoren bepaald (landbouwbe-leid mechanisatie, automatisering, hui-dige leeftijdsstructuur van de bedrijfs-98ruimtelijke ordeningstuwers-verzorgershoofden etc.). De ter plaatse werk-zamen in stuwende nijverheid en dien-sten eveneens (regionaal industrialisa-tiebeleid, ligging, infrastructuur). Depensioen- en rentetrekkers daarentegenzijn ten dele endogeen bepaald. Im-mers, de gemeente dient ervoor te wa-ken dat de 65+ groep een te grootdeel van de bevolking gaat uitmaken,zodat de prognose van de pensioen- enrentetrekkers samenhangt met de totalebevolkingsontwikkeling. Hetzelfde --zij het in nog mindere mate -- geldtvoor de groep woonforensen.2. Ten aanzien van de beide verhou-dingstallen qi en q2 mag niet zondermeer worden aangenomen dat ze in detoekomst constant zuUen zijn. Per ge-meente moet de toekomstige ontwik-keling ervan worden geraamd. Tot nutoe is het D.E.T.I, er steeds van uitgegaan dat het verzorgers-stuwers-quotient (q^) in het algemeen zal toe-nemen. Zulks op grond van de te ver-wachten welvaartsstijging. Overigenszal die toeneming niet in alle gemeen-ten dezelfde invloed hebben op het on-derzochte quotient. Medebepalendefactoren zijn immers het consumptie-patroon en het kooplek. Wij zoekennog naar een meer gestandaardiseerdeanalytische methode om de stijgingvan dit quotient ex ante te bepalen.De inwoners-inkomenverwervers-ver-houding zal daarentegen naar ver-wachting meer constant zijn. Dat is hetgevolg van twee tegengestelde ontwik-kelingen. De gezinsverdunning zal --althans in de provincie Drente -- inde toekomst voortgaan. En bovendienkan het gemiddeld aantal inkomenver-wervers per gezin toenemen (de wer-kende gehuwde vrouw is nu nog eenuitzonderlijk verschijnsel).3. Uit de prognoses, vermeld onder 1en 2, kan met behulp van het reken-model een prognose van het aantalverzorgers en het aantal inwonersworden geconstrueerd.4. Nadat het te verwachten aantalinwoners is vastgesteld kan het toe-komstig migratiesaldo per periodeworden berekend. Daartoe dient eersteen extra-polatie te worden opgesteldvan het geboorte-overschot. Vervol-gens wordt het migratiesaldo bere-kend door confrontatie van de totalebevolkingsgroei met de natuurlijkecomponent ervan.Slot iHet bovenbeschreven rekenmodelheeft -- zoals gezegd -- het grotevoordeel, dat het een brug slaat tus-sen de economische en de demografi-sche prognoses van een gemeente.Positieve nevenpluspunten zijn dathet eenvoudig van opzet is, consis-tent, en in principe van toepassingop elke gemeente. Bij het voldoen aanartikel 7 van het Besluit RuimtelijkeOrdening kan het derhalve een nut-tige functie vervullen.Voorshands dient echter nog veelanalytisch onderzoek te worden ver-richt om het te perfectioneren. Daar-bij denken wij dan met name aan detoekomstige ontwikkeHng van de bei-de verhoudingsgetallen qi en q2. Wel-licht kan het rekenmodel ook aangebruikswaarde winnen, wanneer hetwordt gedynamiseerd. Indien detijdsfactor mede in de beschouwingenwordt betrokken, veranderen dequotienten qi en q2 in multipliers,hetgeen misschien het realiteitsgehaltevan het model verhoogt.Dit artikel moet derhalve wordenbeschouwd als een invitatie tot ver-dere discussie.Literatuurverwijzingen en voetnoten1. Artikel 7, lid 1 en 2, van het BesluitRuimtelijke Ordening: !1. Burgemeester en wethouders scellen tenbehoeve van een goede ruimtelijke ordeningin het gebied der gemeente een onderzoek innaar de bestaande toestand in en naar demogelijke en wenselijke ontwikkeling van degemeente.2. Dit onderzoek heeft met name betrekkingop:a. de natuurlijke gegevens van het gebied;b. de bevolkingsontwikkeling;c. de ontwikkeling van de welvaartsbronnen;d. de sociale en culturele ontwikkeling in desamenleving;e. de mogelijkheden en wenselijkheden voorde ruimtelijke ontwikkeling van het gebied,de behoeften op het stuk van de verschillendefacetten daarvan, alsmede de bodemgesteld-heid, in verband met de bij bestemmingsplanaan te wijzen bestemmingen, hieronder be-grepen.2. Bijvoorbeeld: ,,Het Noorden op weg naarhet jaar 2000", Bestuurscommissie Noordendes Lands, Assen, 1967.3. Bijvoorbeeld: ,,Stadscentrum Hoogeveen,prognose en projectie", D.E.T.I.-rapport no.366., 1968.4. Met ,,stuwers" en ,,verzorgers" is in degeschiedenis van het sociaal-economisch on-derzoek enorm en zeer gevarieerd gemanipu-leerd. Vrijwel iedere onderzoeker stelde zijneigen definities vast. Terecht, want de defi-niering van een ibegrip wordt medebepaalddoor het doel van het onderzoek. Maar tevensgevaarlijk, want de kans op begripsverwar-ring stijgt met de publicatie van elk nieuwonderzoek. (Ook de door ons gehanteerdedefinities zijn nieuw.)Zie voor een goed literatuuroverzicht om-trent stuwend en verzorgend: M. de Smidten J. G. Borchert in Bulletin van het Geo-grafisch Instituut van de Rijksuniversiteit teUtrecht, juni 1967.5. ,,Hoofdlijnen van de sociaal-economischeontwikkeling der gemeente Amersfoort van1900-1970", N.E.I., Stenfort Kroese Leiden,1949, pag. 78.6. In de helft van het aantal gemeentenbleek de totale dienstensector minder dan 4%99ruimtelijke ordenmgstuwers-verzorgersgewestplanning helgievan het inwonertal te bedragen (Anioo, Bor-ger, Dalen, Gasselte, Nijeveen, Odoorn,Oosterhesselen, Peize, Rolde, Ruinen, Ruiner-wold, Schoonebeek, Sleen, Westerbork, Zuid-wolde, Zweeloo). Dit zijn vooral de kleinegemeenten met een sterke orientatie op eennabijgelegen stedelijke kern (Assen, Emmen,Hoogeveen, Meppel, Coevorden). In die ge-vallen werd de verzorgende dienstensectorniet op 4?/o van het inwonertal, maar op dewerkelijke omvang gecakuleerd.7. De verhoudingsgetallen in deze rapportenzijn onderling niet steeds vergelijkbaar, om-dat -- zoekend naar het optimum -- metverschillende begripsdefinieringen werd ge-werkt. Als voorbeelden kunnen worden g'e-noemd: ,,Coevorden, projectie en prognose",D.E.T.I.-rapport no. 372., 1969.,,Ramingsrapport De Toekomst van Norg",D.E.T.I.-rapport no. 376., 1969.,,Bevolkingsprognose Eelde -- Peize -- Roden,1970-1985", D.E.T.I.-rapport no. 377; 1969.8. Teneinde te bewijzen dat deze procedureniet het pure gevolg is van sprankelendeinventiviteit: zie H. Hoyt: ,,Basic Data onNorthern New Jersey Housing Market",Washington D.C., 1937.GEWESTPLANNING IN BELGIEIn december 1969 heeft de StudiegroepBenelux-Middengehied (Hasseltse Stu-diegroep) een vijfde puhlicatie uitge-bracht betrejfende het Benelux-Mid-dengebied.Dit rapport behandelt achtereenvol-gens: een vergelijking van de wetgevinginzake ruimtelijke ordening; een inven-tarisatie van de streek-, gewest- enagglomeratieplannen in het Benelux-Middengebied; een vergelijkende ana-lyse van de wetgeving en van de be-staande plannen (uitgave Vlaams Eco-nomisch Verbond Antwerpen 1969).In het derde deel van dit rapport iseen aantal verschillen in de regionaleplanning in het Nederlands deel enhet Belgisch deel van het Benelux-Mid-dengebied gejormuleerd.Hierbij zij aangetekend, dat de analysevan deze verschillen werd gebaseerd opde gewest- c.q. streekplannen van hetBenelux-Middengebied zoals zij in ge-publiceerde vorm op dat moment optafel lagen, alsook dat deze verschil-len werden geconstateerd, niet bekri-tiseerd.Professor Anselin uit Gent, tot wie ikin bevriende relatie sta, heeft in dezeanalyse van de verschillen aanleidinggezien om te stellen, dat enerzijds de(overigens geenszins bedoelde) kritiekvan het genoemde rapport bepaald nietgeldt voor ALLE Belgische gewestplan-nen, anderzijds deze ,,kritiek" met na-me niet terugslaat op de eigenlijkeopstellers van de regionale plannen. Inhet navolgende artikel toont professorAnselin dit aan met als voorbeeld hetgewestplan ,,Gentse en Kanaalzone".Als Hasseltse studiegroep zijn wij alleenmaar verheugd over deze reactie vanprofessor Anselin, die in feite ingaatop de genese van de geconstateerdeverschillen.Voor de Nederlandse lezer is het wen-selijk de aandacht crop te vestigen, datin Belgie het begrip regio of streek eenterritoriaal wijdere betekenis heeft danhet begrip gewest, dat een onderdeelis van de regio of de streek; dit integenstelling tot het Nederlandsespraakgebruik.Voorts moet voor een goed begrijpenvan de Belgische gewestplannen hetnavolgende gesteld worden: de opstel-ling van een gewestplan in Belgie ge-beurt langs een progressieve benaderingin drie fasen.De eerste fase, die inhoudelijk aansluitaan de voorafgaande zogenaamde,,streeksurvey" (of richtplan), ontwik-kelt voor het gewest een planologischmodel, dat ingetekend wordt op kaar-ten 1 : 50.000. In de tweede fase wordt,na analyse van de bestaande toestand,het in de eerste fase ontwikkelde mo-del eventueel aangepast en wordt ookmet de gekwantificeerde behoeftenmeer rekening gehouden.Inmiddels wordt de schaal van de plan-kaarten meer verfijnd. In de derde fasewordt, in het kader van de consultatiesen als gevolg hiervan, de kwantifice-ring weer wat meer losgelaten; menbevindt zich dan in de confrontatie vanenerzijds de planologie als wetenschapen anderzijds de ,,ruimtelijke ordening"als beleidsinstrument.Men bedenke dan hierbij, dat de Bel-gische gewestplannen krachtens de wet-geving rechtskrachtige bestemmings-plannen zijn, d.w.z. de gronden be-schermend bestemmen. Als zodanigvertonen zij nog het meest overeen-komst met de Nederlandse streekplan-nen-oude-stijl, waar de bestemming alszodanig eveneens einddoel was.V. A. M. Verberk,Secretaris Hasseltse Studiegroep100ruimtelijke ordeninggewestplanning helgieDE TECHNIEK VAN DE GEWESTPLANNING IN BELGIE; ALS VOORBEELD HET GEWEST-PLAN ,,HET GENTSE EN KANAAL20NE"Prof. Dr. M. Anselin"0. VerantwoordingIn een recente publicatie van de be-kende Hasseltse studiegroep (Bene-lux-Midden gebied) wordt de kritiekgemaakt van de methode gebruikt bijhat opstellen van gewestplannen inBelgie. Hierbij wordt enkele malengewezen op bepaalde tekorten in devoorbereidende onderzoekingen enin de gebruikte planningtechnieken.Deze bijdrage wil een inzicht gevenin de voor het Gewest het ,,Gentseen Kanaalzone" toegepaste methode.Hieruit moge blijken dat de kritiekvan genoemd Benelux-Middengebied-rapport niet geldt voor alia Balgi-sche gewestplannen.1. Voorbereidende fuse: StraakplanOost-Vlaanderen en nadere onderzoe-kingen.In de loop van 1964 kwam men inhet Studiecentrum voor RagionaleOntwikkeling bij de RijksunivarsiteitGant klaar met een Richtplan voorde ruimtelijke ordening en ontwikke-ling van da diverse gabiedan van deprovincia Oost-Vlaanderen. Dit richt-plan hiald aen aantal globale opties invoor da ruimtelijke ontwikkehng vandeze provincie.De badoeling van hat in 1965 aan-gevatta gewestplan voor het Gentsean Kanaalzone was hat concraet inda ruimta uitwarken van deze op-ties, voor da Gentse agglomeratie anda zone van het kanaal Gant-2alzate(-Terneuzen). Dit gewast talde in 1965ca. 445.000 inwoners; tegen 1985zoudan er naar raming 22.000 meerzijn.Hat is duidelijk dat op het niveau ge-wast nog ean aantal datailstudiesmoest wordan uitgevoerd voor mat daeigenlijke planning kon worden ge-start. Vermeld moeten wordan o.a.:-- het actuala bodamgebruik doordiverse facetten;-- da uitbreidingsbehoeften van detuinbouw, de industrie, de universi-teit, andare dienstan, woningbouw,groen, enz.-- berekaning van da ruimtelijkepotenties van de diverse comparti-menten van het gewest;-- de problamatiek van het indivi-dueal en
Reacties