stedebouw & volkshuisvestingOrgaan van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordeningen VolkshuisvestingIn dit nummer:Economische schaalvergrotingEcologische principesOrienteringsnotaSchiphol-StadCommentaren stadsvernieuwingAutocratische winkelplanningVervoersplanologisch speurwerkJournaalNieuwe boekenMededelingenmei 1974?r^"A>A^m! "H"wilmaPatiowoningenDrive-in-woningenHiphopperTwee onder een kapRijenwoning* Appartementen en stiBejaardenwoningen^f ?tmIII^4Eenroyaalhuisbinnen 10 weketitebewonen.NatlonaalGrondbezit onderzochtde woonwensen vanDe Vergeten Groep.En ontwikkelde een huisdot daar precies opofgestemd is. De NG-75woning.Een huis met royale leefruimte voor eengezin met schoolgaande kinderen. Met een fijne,ruime woonkamer en een praktische keuken.Waar 4 volwaardige slaapkamersin zitten of 3 plus een hobbyruimte.Waar alle komfort van dezetijd aanzit.Waar een tuin bij^.hoort, een balkon en natuurlijkeen schuur. Een huisvan ruim 400 m^ op een kavelbreedte van maar 4 m 30.Een netto woonoppervlokte van92,5 m^. Zes verblijfseenheden, dusmaximale premie in woningwet- en premie-sectorDe gebruikte materialen garanderen,ook op langere termijn, minimale onderhouds-kosten voor eigenaar en bev/oner.Door devrijdragende konstruktiezijn ertalvan indelings-mogelijkheden.Door de uitwendigevariatiemogelijkhedenblijft een levendigniet-betonnen wijk-beeld.En het bewijs is er, dot de lasten in de eerstejaren niet meer behoeven te bedragen dan200 d 250 gulden per maand. Zodat het juist voordie Vergeten Groep (met een inkomen van rondde 20.000.-1 zeer bereikbaar is.Door het uitgekiende, geprogrammeerdebouwsysteem, kan Nationaal Grondbezitde NG-75 woning binnen 10 weken opieveren.in ieder seizoen.Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden totNationaal Grondbezitn.v.Alexanderstraat 26, Den Haag, tel. 070-606903,voor Zuid-Nederland: Ringbaan Oost 108, Tilburg, tel. 013-43 64 30.BouwmaterialenBETONMAATSCHAPPIJ IDEAL N.V.KWALITEITS BETONKOMO GARANTIEMERKBETONSTENEN6 KANTE TEGELSX PROFIELSTENENMARKERINGSSTENENVOOR UW GEHELE WANDBEKLEDINGSPAKKET KUNT U BIJ KLEWABO TERECHTOnze kollektie bestaat uit:Suwide Stormur PicoboxenAerovyl Murana DismurDural VescomSari PicofixWij brengen eveneens een meubelkollektieSuwideSolesaMarco .Op aanvraag zenden wij U gaarne dokumentatiemateriaal.Karpervijver 8-10 Zeist - tel. 03404-11944*1 Q.< 10) o>(Q O'< -%(D ^-t ^No3 ?Q.C(D c3 nio-O(Ar*(Da.Q.(DN9-*?a.(DFa. de Wed. H. KOKNieuwendammerdijk 238,AMSTERDAM-NOORDTelefoon 020-276222Aannemersbedrijf van burgerlijke en utiliteitswerkenBuderus///^\\\ N.V. CENTRALE HANDELSVENNOOTSCHAP MEPPELt/i Telefoon 05220-50855* Telex 42161Pa VAN DE WEELEenzn.ZWAKSTROOMINSTALLATIESELEKTROTECHNISCHBUREAUELEKTRISCHE LICHT- EN KRACHTINSTALLATIESBLIKSEMBEVEILIGING -- NEONADVIEZEN EN INSTALLEREN VAN VENTILATIE-SYSTEMENCENTRAAL ANTENNE-SYSTEMENNIEUWDORP - Ring 7-9 - Telefoon (01196) 12307VAKATURESDe Cooperatieve Centrale Raiffeisen-BoerenleenbankG.A. te Eindhoven vraagt eenmedewerker/stervestigingsonderzoekDe werkzaamheden zullenvoornamelijk bestaan uit:- het verrichten van markt- envestigingsonderzoek o.a. tenbehoeve van de aangesiotenbanken- het bezoeken van gemeenten enandere overheidsinstellingen voorinformatie naar sociaaleconomische en planologischegegevens.Voor een goede uitoefening vandeze funktie wordt bij voorkeurgedacht aan een kandidaat ofkandidate met:- tenminste HAVO opieiding- gevoel voor of kennis vanstatistiek- diploma Pianologisch Onderzoekstrekt tot aanbeveling- goede contactueleeigenschappen- goede schriftelijke en mondelingeuitdrukkingsvaardigheid-leeftijd + 25jaarBelangstellenden, die aanbovengenoemde voorwaardenvoidoen, wordt verzocht -gaarneonder bijvoeging van een recentepasfoto en met vermelding vannummer E102 boven aan de brief- schrifteiijk te solliciteren bij hethoofdkantoor Eindhoven van deCooperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank G.A.,Personeelzaken, Fellenoord 15,Eindhoven.Rabobank Szo noemen zich Raiffeisenbanken en BoerenleenbankenDe gemeente Purmerend is een van de aangewezen groei-kernen in Noordholland boven het Noordzeekanaal.Met 'het oog daarop heeft een herstructurering en uit-bouw van het gemeentelijk apparaat p'laats.Binnenkort zai de leidiog van dit apparaat berusten bijeen management team bestaande uit de gemeentesekre-taris en een vijftal direkteuren voor resp. welzijn, bestuurs-zaken, personeel en organisatie, gemeentewet^ken en fi-nancien en economie.Werkzaamheden die thans nog voornamelijk door externestedebouwkundige adviseurs worden verricht, zullen zo-veel mogelijk geleidelijk aan in eigen beheer worden ge-nomen. Zo zaI binnen de direktie gemeentewerken eenadjunkt-direktie stedebouw worden ingesteld, die bij deostad.purmerenduitgroei en vernieuwing van de stad een belangrijke taakzai hebben te vervullen.Burgemeester en wefhouders wiHen daarom op korte ter-mijn overgaan tot het aanstellen van eenAdjunkt-direkteur stedebouwVoor deze funktie wordt gedacht aan een stedebouw-kundige met ervaring, die beschikt over vormgevende,technische en organiisator'ische kwaliteiten en de ambi-tie om een Groot-Purmerend te helpen ontwikkelen toteen ,,Waterland-stad" met een eigen karakter en eengoed woonkiimaat.De te benoemen funktionaris zaI met een grote mate vanzelfstandigheid de adjunkt-direktie stedebouw moetenvormen en leiden.De adjunkt-direktie zaI geieidelijk worden belast met:-- de voorbereiding van structuur- en bestemmingsplan-nen voor de uitbouw en voor de verbetering van destad-- het uitwerken van die piannen in samenwerking metde afdeiingen van de direktie gemeentewerken en an-dere delen van het gemeentelijk apparaat-- het toepassen van moderne planvoorbereidingstech-nieken gericht op samenspel met architekten, op-draohtgevers en inspraak van de bevolking-- het verzorgen van admlnistratieve en juridische proce-dures m.b.t. deze piannen-- het geven van algemene adviezen op stedebouwkundigterrein.Hij zaI daartoe een samenwerking moeten weten op tebouwen zowel met zijn direkte medewerkers als metfunktionarissen van verschillende disciplines 'in het ge-meentelijk apparaat en externe deskundigen.De betrokken funktionaris zaI ressorteren onder de di-rektie gemeentewerken, doch hij zaI daarnaast in'houde-lijk voor zijn vakgebied rechtstreeks verantwoordelijk zijnaan het college van burgemeester en wethouders.Geboden wordt:-- salat^ierting in nader overleg vast te stellen-- huisvesting in aantrekkelljke laagbouwwoning-- aMe gebruikelijke rechtspositieregelingenSchriftelijke sollicitaties gericht aan de burgemeester van Purmerend worden gaarne binnen 21 dagen na het versdiijnenvan dit blad tegemoet gezien.RUKSUNIVERSITEITGRONiNGENBij de Subfaculteit der Geografie aan deRijksuniversiteit te Groningenbestaat met ingang van het studiejaar 1974/75een vacature voor eenGewoon Hoogleraar in deEconomische en Sociale GeografieGedacht wordt aan een geograaf met bijzondere belang-stelling voor de theoretische geografie.De werkzaamheden van de te benoemen ordinarius zullenin elk geval omvatten:-- het leiden en coordineren van de opleiding in deeconomische en sociale geografie in de periode tothet kandidaatsexamen (c.q. In een eventuele ,,Posthu-mus"-stru'ktuur in ongeveer de eerste twee studiejaren)-- het geven van onderwijs in de (theoretische) geografieaan in beginsel zowel jongere- als ouderejaars stu-denten-- het verric'hten van geografisch onderzoek dat bij voor-keur gericht is op de bevordering van de geografischetheorievorming.Zij die voor deze funlctie in aanmerking willen ko-men alsmede zij die op eventuele kandidaten deaandacht willen vestigen, worden uitgenodigd zichschriftelijk te wenden tot de voorzitter van de Voor-bereidingscommissie, Prof. Dr. R. Tamsma, Geo-grafisch Instituut, W.S.N.-gebouw, Postbus 800,Groningen.Nadere inllchtingen omtrent de funktie kunnen wor-den ingewonnen bij Prof. Dr. P. Lukkes, tel. 050-116852 of 05928-3038.GEMEENTE ALMELOBij de afdeling stadsontwikkeling van de dienstgemeentewerken en bouw- en woningtoezicht kanworden geplaatst eenMAQUETTEBOUWEROnze gedachten gaan uit naar een kreatieve mede-werker met een grote handvaardigheid, die inhoofdzaak belast zial worden met het maken vanmaqudttes ten behoeve van de in ontwikkelingzijnde stedebouwkundige piannen.Opldiding: L.T.S. houtbewerking, terwijl ervaringop dit gebied noodzakelijk is.Salaris: f 1.094,-- tot f 1.500,-- per maand, afhan-kelijk van leeftijd en ervaring, exclusief toeslagmachtigingswet en 7H'"/o vakantie-uitkering.De gemeente Almelo is aaingesloten bij het I.Z.A.-Overijssel. De gebruikelijke gemeentelijke rechts-positieregelingen zijn van toepassing.Zij, die belangstelling hebben voor deze functie,kunnen een sollicitatieformulier aanvragen bij deafdeling personeelszaken, stadhuis, Almelo, ondervermelding van vacaturenummer 026, binnen 10dagen na verschijning van dit blad.Ir. W. C. A. van HeesewijkBureau voor Ruimtelijke Ordening B.V.heeft behoefte aan versterking van zijn staf met eenstedebouwkundig ontwerperHet bureau is een particuliere onderneming, die adviseert op hetterrein van de ruimtelgke ordening.Werkwijze: In de relatie tot de overheid wordt ervan uitgegaan dat het bureau de verantwoorde-lijkheid heeft voor de integratie van de verschillende disciplines, die bij het opstellenvan een plan of advies betrdkken zijn. Dit heeft ertoe geleid, dat binnen het bureaudiverse, bij het opstellen van ruimtelijke plannen en planprocessen, noodzakelijkediciplines zijn vertegenwoordilgd en tot teams zijn gegroepeerd. Deze disciplSneB zijnonder meer: sociaal-economisohe planologie, Stedebouw, verkeers-planoloigie, publiekI edit, landsdhapsarohitektuur en recreatie, milieuhygiene.Bedrijfsstructuur: Het bureau is een onafhankelijke B.V., waarbij de zeggensdhapsstnuetuur zodanig isgeformeerd dat aan het aspect van continui'teit een hoge prioriteit is gegeven. Dezeen doelstellingen van de B.V. zullen in het vereist stadium van sollicitatie metkandidaten kunnen worden besproken.Functie-inhoud:Voor de functieis vereist:Het binnen een interdisclplinair teamverbanid verrichten van het stedebouwkun-dig ontwerp in het kad'er van structuur- en ontwikkelingsplannen (ook geweste-lijke) en bestemrriingsplannen;het medewerken aan de concretisering van plannen in het kader van de stads-vemleuwing;het aldMiseren t.b.v. incidentele istedebouwkundige vraagstukken, bouwplannen e.d.;het onderhouden van contaoten met de opdradhtgevers en ins'tanties die bij hetopstellen van ide plannen zijn beitrokken, alsmede de coordinatie van die contaotenbinnen het teamverband. een vdltooide studie op aoademisdh niveau, bij voorkeur bouwkunde;- ervaring op het gebield van de naimtelijke ondiening; een positieve in^telling :t.a.v. teamwerk.De honorering zal zijn afgestemd op de importantie van de functie, waarbij tevens ervaring medebepalend zalzijn. Het bureau heeft een pensioenregeling, ziektekostenregeling, arbeidsongescihiktheidsregel'ing, verhuiskoSten-vergoedingsregeling en autokostenvergoedingsregeling.Belangstellenden worden verzocht hun sollicitatie binnen 14 dagen na het versdhijnen van dit blad te riohten aan:Ir. W.C.A. van Heesewijk, Bureau voor Ruimtelijke Ordening B.V., Taalstraat 53, Vught, telefoon 04100 - 79102GEMEENTG TIELBij de d'ienst van Gemeentewerken word't ge-vraagd eenTechnisch Ambtenaarop de afdeling iBouw- en WoningtoezichtTot aanbeveling strekt het bezdt van het diplomaHTS-bouwkunde of een gelijkwaardige opleMing,alsmede ervaring in een soortgelijke functie.Taak: beoordeling, controle en het uitbrengen vanadviezen aan het college van burgemeester enwethouders op het gebied van de Woningwet-Bouwverordendng- Hinderwet- Logeerverordeningen van de Drank- en Horecawet.Salaris: f 1.687,-maand.min. tot f 1.970,-- max. perDe gebruikelijke rechtspositieregelingen zijn vantoepassing.Sollicitaties binnen 14 dagen na het verschijnenvan dit blad in te zenden aan de burgemeester,p.a. Stadhuis te Tiel.BUIlOMCX)RIRl^i^NHEZIKriERDNVIonafhankelijk adviesburo, werkzaam op het gebied van ruim-telijke ordening en architektuur, vraagt eenjuridisch-administratiefmedewerkerga l/ll, mpo of hiervoor studerenddie, in samenwerking met de stedebouwkundige ontwerpers,tot taak zai hebben het opstellen van voorschriften en toe-lichtingen bij bestemmingsplannen en het begeleiden vanplanprocedures.interesse voor vraagstukken op het gebied van vofkshuis-vesting, binnensteden, natuurbehoud en rekreatie is gewenstburo-adres oostzeedijk 136 rotterdamtelefoon 010-114665brieven te adresseren: postbus 4327 rotterdamgGmeentQL/enLDIDEEENPRIJSVRAAGCITY-PROMENADEVIeesstraat e.o.Het gemeentebestuur van Venio nodigt be-langstellenden uit om deel te nemen aan 'nideeenprijsvraag voor het voetgangersgebiedvan het zuidelijk gedeelte van de VIeesstraaten gedeelten van de Kleine- en Grote Beek-straat.Dit deel van de VIeesstraat moet de zuidelijkeafronding gaan vormen van de in 1971 gereedge-komen City-promenade, waarmee een wandel-wlnkelgebled is ontstaan in de oude binnenstadvan Venlo. Het gedeelte van de VIeesstraat,waarop deze ideeenprijsvraag betrekking heeft, isthans bij de promenade getrokken, nadat hetbelangrijkste verkeersknooppunt de Roermond-sepoort volledig werd gereconstrueerd.Het Venlose Gemeentebestuur acht dit punt vande binnenstad z6 belangrijk, dat het de inrichtingvan dit voetgangersgebied met de grootst moge-lijke zorg wil omringen.Venlo is een Noordlimburgse stad met 62.000inwoners en bezit een historische stadskern,waarvan de VIeesstraat een belangrijk deel uit-maakt. Voor deze kern is een inspraak-procedure in gang gezet om gegevens te verza-melen voor het maken van een bestemmings-plan. De ingediende ideeen, betreffende hetprijsvraaggebied, zijn in dit programma opge-nomen.Deelname aan de ideeenprijsvraag staat openvoor alien die belangstelling hebben in devormgeving van een stuk stedelijk milieu,vanuit de aspekten: stedebouwkunde, archi-tectuur, tuin- en landschapskunst en beel-dende kunst. Naast individuele deelname isook deelname mogelijk van teams.Aanvragen van 't programma en het reglementkan geschieden tot 31 augustus 1974, inlichtin-gen kunnen uiterlijk tot 17 juni 1974 schriftelijkworden ingewonnen bij het aanvraagadres.Het programma en het reglement kan verkregenworden door:a. overmaking van / 10,- op giro 1031946 t.n.v.gemeente Venlo, ten gunste van GemeenteWerken,, onder vermelding van "PrijsvraagVoetgangersgebied VIeesstraat",b. betalingvan/10,-bijdekassier vanGemeente Werken.Keltenstraat 14, Venlo.PROVINCIE FRIESLANDBij de Provinciale Planologisc'he Dienst is plaats voor eenervarenstedebouwkundigebij de afdeling Gemeentelijke Piannen.Gezocht wordt een medewerker die in een teamverband eenbijdrage kan leveren bij de meer algemene beoordeling enihet te voeren algemene beleid ten aanzien van structuur- enbestemmingsplannen, zowel in de ontwikkelingsfase, als iniiet stadium dat deze piannen aan Gedeputeerde Staten tergoedkeuring zijn aangeboden.Vereist:-- een stedebouwkundige opieiding op academisch niveau-- ervaring bij een provincie of een gemeente-- redaotionele vaardigheidSalaris: max. f 3553,-- per maand.Een psychologisch onderzoek maakt deel uit van de seJectie-procedure.Sollicitaties binnen 14 dagen aan de direkteur van de Pro-vinciale Planologisohe Dienst in Friesiand, Oostergrachtswal47, Postbus 115 te Leeuwarden.GEMEENTELEEUWARDENvraagt voor de DienstStadsontwikkeling eenSTEDEBOUWKUNDIG ONTWERPERVan de gevraagde medewerker wordt verwacht, dat hi] zich, in directe sa-menwerking met de leiding van de afdeling, bezighoudt met het ontwerpenvan bestemmingsplannen zowel voor nieuwe stadswijken als voor delenvan de binnenstad.Voor het verrichten van deze aktiviteiten zijn projectgroepen in het levengeroepen, waarin hij zitting zai hebben.De gedachten gaan uit naar een Jong bouwkundig ingenieur met als af-studeerrichting stedebouw of iemand met het diploma S.H.O.Wij bieden deze functionaris, afhankelijk van leeflijd, opieiding en ervaring,een salaris van maximaal f 3.013,-- bruto per maand, terwiji verder derechtspositieregelingen van de gemeente Leeuwarden van toepassing zijn.VSollicitanten wordt verzocht hun sollicitatie binnen veertien dagen na hetverschijnen van dit blad te richten aan Burgemeester en Wethouders vande gemeente Leeuwarden, onder vermelding van het nummer DSO 74/4 inde linkerbovenhoek van de enveloppe.GEMEENTELEEUWARDENvraagt voor de DienstStadsontwikkeling eenSTEDEBOUWKUNDIGEBetrokkene zaI belast worden met de leiding van de tekenkamer (6 mede-werkers) en daarnaast samen met enige collega's medewerking moetenverlenen aan de voorbereiding, uitwerking en herziening van bestem-mings-, reconstructie- en saneringsplannen.Voor het verrichten van deze aktiviteiten zijn projektgroepen in het levengeroepen, waarin hij zitting zaI hebben.De gedachten gaan uit naar een H.T.S.-er met een aanvullende stedebouw-kundige studie, alsmede met ervaring in een dergelijke functie bi] deoverheid.Wij bieden deze funktionaris, afhankelijk van leeftijd, opieiding en ervaring,een salaris van maximaal f 2.689,-- bruto per maand, terwiji verder derechtspositieregelingen van de gemeente Leeuwarden van toepassing zijn.VSollicitanten wordt verzocht hun sollicitatie binnen veertien dagen na hetverschijnen van dit blad, te richten aan Burgemeester en Wethouders vande gemeente Leeuwarden, onder vermelding van het nummer DSO 74/5 inde linkerbovenhoek van de enveloppe.U gelieve Uw advertentie-opdrachten materiaaluitsluitend te zenden aanTPubliciteits-bureauSpoor &van den BergN.V.Postbus 143 -- Caspar Fageilaan 10HEEMSTEDETel. (023) 286354Orgaan van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en Volkshuisvestingiie jaargang, no. 5maandblad, met 1974IsjRedactie Me]. Mr. A. M. DuhbelhoerMr. ]. H. EngelDrs. A, EvertsDrs. R. KokMr. H. J. A. SchaapDr. N. C. SchoutenIr. W. WissingRedactie-secretaresse ]. Voorhoeve-TeusseAdres voor Redactie en Abonnementen van Speykstraat 25, Den HaagTelefoon (070) 390121Postgironummer 29080AdvertentiesJ0Lid van de Ned.Organisatie vanTijdschrift-UilgeversTarieven en inlichtingen over advertentiesuitsluitend bij PubliciteitsbureauSpoor & Van den Berg B.V., Postbus 143,Casper Fagellaan 10, Heemstede.Telefoon (023) 2S63H*.Opdrachten en materiaal worden voorde le van de maand op dit adres ingewacht(pers.adv. 6e van de maand).InhoudArtikelenJournaalNieuwe hoekenMededelingen162169173179180195198200202203204Stedelijke gebJeden en economische schaalvergro:ing, drs. S. E. PronkDe landelijke gebieden, prof. dr. ir. F. M. MaasOrienteringsnota R.O. Bij"drage tot een critische doorlidhting, ir. P. Kessler .'. '.;Schiphol-Stad, ir. A. A. M. van den Berg b.i.s.Korte commentaren op het rapport: Naar een wit op de stadsvernieuwlng; mr. F. L. Bussink,rar. J. H. Engel, prof. mr. P. de Haan, drs. H. van der Campen, ir. M. van den Berg, ir. H. T.Vinik, dr. N. C. Sdhoueen, dr. J. den Draak, C. N. van der Hoeven, Wil van de Leur en Henkvan Veldhuizen, W. P. J. Baars, drs. P. L. Kloojter, dr. G. J. van der TopDe funotioneie hierarchic, een min of meer autocratisch model voor winkelplanning, drs. P. L.KloosterNaschrift op artikel drs. Klooster, dr. J. BuursinkHet colloquium Vervoersplanologisch speurwerkJan LaunspadhAlexander Mitscherlich: Overleven in beton, drs. B. HulsExamen D.P.O., Cursussen Algemene Planologie en D.P.O.Losse mimmers / 7,50.161 Stedefbouw en Volikshuisvestlng, med 1974open dear naar schaalvergroting (foto Leo van der Wal)Stedelijke gebieden enekonomische schaalvergrotingdrs S. E. Pronk *InleidingWe leven in een tijd waarin alles eenprobleem vormt, dat is bekend. Allesverkeert ook in een krisistoestand - endat zelfs al jaren achtereen. Krisis in demedische wetenschap en in de ekono-mische theorie, in het huwelijk en in dekunst, in opvoeding en onderwijs ennoem maar op. Met de stedelijke gebie-den is het al niet anders gesteld. ,,Onzesteden worden bedreigd. Een sluipendverval verricht zijn afbrekend werk" zostaat in het Rapport van de WerkgroepAanvullende Regaling Stadsvernieu-wing 1). En die bedreiging is niet ont-staan omdat er onvoldoende op hetvraagstuk werd gestudeerd. Mumfordzegt in een van zijn jongste werken, dater de laatste dertig jaar een dramatischeeruptie van boeken over de stedelijkeproblematiek is geweest. Ondanks diegroeiende aandacht is het naar zijn me-ning - en hij moet het toch wel weten -met de steden in diezelfde tijd echtervan kwaad tot erger gekomen ^).Het is nauwelijks nodig om dat stede-lijk verval nader te specificeren. Watenkele decennia geleden voor deskun-digen geleidelijk aan duidelijk werd,daar staan nu de dag- en weekbladenbol van. De steden worden onherberg-zaam, allerhande gevaar neemt er metde dag toe. Het landelijk gebied komtsteeds sterker onder het beslag van eenzich op steeds grotere afstand van desteden manifesterende suburbanisatie.Voor mensen als Mumford - die al zolang geleden het stedelijk ziektebeeldanalyseerden - zou dat eigenlijkmoeten zijn om moedeloos vante worden. Maar figuren als hij, zijntevens altijd onverwoestbare optimis-ten - ze zitten nooit bij de pakken neer.Uit het feit dat ten langen leste iedereenzich realiseert dat de steden in moeilijk-heden zijn, put hij moed om een geluk-kiger uitzicht voor stedelijke ontwikke-lingen te schetsen.En wij dan? Moeten wij het hoofd maarin de schoot leggen? Geenszins natuur-lijk, wij hebben zelfs de Orienterings-nota Ruimtelijke Ordening *), en diedoet er wat aan.Stedelijke gebieden en de Orienterings-notaDe Orienteringsnota - het eerste deelvan de Derde Nota over de ruimtelijkeordening in Nederland - is geen weten-schappelijk geschrift. Het gaat hier omeen specifieke beleidsnota, waarin - zo-als in de ondertitel is aangegeven, ach-tergronden, uitgangspunten en beleids-voornemens worden geschetst. Vooraldie beleidsvoornemens nemen een cen-trale plaats in.De Orienteringsnota is een stuk, dat aleen heel verleden achter zich had toenhet door dit kabinet, onder de huidigepolitieke omstandigheden, werd uitge-bracht. Op zo'n stuk is uiteraard altijdveel af te dingen - alleen al de ont-staanswijze staat er borg voor dat erallerlei weeffouten in terechtkomen. Datneemt niet weg dat er tal van goedevoornemens in tot uitdrukking worden') Inleiding gehouden op de ledenvergaderingvan de Sektie van Planologische Onderzoekers,21 maart 1974 in het Jaarbeurs Congrescentrumte Utrecht.162 Stedebouw en Volkshiiisvesting, mei 1974economische schaalvergrotinggebracht. Zo kan ik het tenminste welzien. Goede voornemens ook met betrek-king tot de stedelijke gebieden.Hoofddoelstelling 3 luidt:3.1 Het bloeiend voortbestaan van debestaande stedelijke strukturen waar-borgen; verarming van de stad tegen-gaan.3.2 Bevordering van een zodanig ver-stedelijkingspatroon, dat recht wordtgedaan aan woonwensen, het behoudvan de binnenstad, het behoud van deopen ruimte en de bediening met eengoed funktionerend verkeers- en ver-voersstelsel.Die hoofddoelsteUing 3 wordt vervol-gens nog weer eens uiteengelegd in 23subdoelstelUngen. Ik zal ze hier nu nietvan 3.1 tot en met 3.23 gaan reciteren.Volstaan kan worden met de opmerkingdat juist daaruit blljkt, welke gestaltedit kabinet zou willen geven aan stads-vernieuwing, verstedelijkingspatroon enwoonmillieu. En wederom ben ik ge-neigd hier door de bank genomen, goedevoornemens in te zien.Dat wil niet zeggen, dat er geen kriti-sche kanttekeningen bij te plaatsen zijn.Steigenga heeft er recentehjk op gewe-zen, dat iedere uitspraak is vermedenover het zgn. E-milieu "?). Dat is eenbelangwekkend punt. Wanneer menprijs stelt op een eigen Nederlandse in-breng in het Westeuropees geheel - enik doe dat zelf bepaald wel - dan zaleen zodanig milieu stellig moeten wor-den nagestreefd. Hollanders vragen zichin zo'n situatie altijd ook wel af: ,,Watgaat me dat kosten?". De ekonomistDrees heeft het antwoord daarop eigen-lijk al gegeven: ,,Dat kost te veel!". Degrenslijn tussen optimum en monstrumachtte hij bij zo'n 500.000 inwoners welongeveer bereikt ?'). Overigens gaat hetbij het vaststellen van kosten en batenvan steden - zoals Klaassen indertijdopmerkte - om een onderzoeksterreindat nog nagenoeg volkomen braak ligt*). Voor een Randstad met de allurevan E-milieu zie ik dat vooralsnog danook nog niet doorgerekend.Om een sprong te maken naar het an-dere eind van de verstedelijkingsschaal:bij de provincies moet - naar ik ver-nam - hier en daar kritiek leven tenaanzien van het beperken van de groeivan de kleine kernen. De gedachtendienaangaande zouden bij sommige pro-vinciale besturen over het algemeen alaanmerkelijk verder geevolueerd zijn,dan datgene wat in de Orienteringsnotadaarover wordt gezegd.En om tenslotte wat kritiek weer tegeven uit een andere kring: Kalk heeftgesteld dat het begrip gebundelde de-concentratie duidelijke belangentegen-stellingen in zich bergt '). Zoals uit hetdesbetreffende onderzoek blijkt, wijzende woonwensen in de richting van verderebebouwingsverdunning en suburbanisa-tie. Dat is strijdig met een aantal be-langrijke subdoelstelUngen van hetruimtelijk beleid. De hogere inkomens-groepen zullen echter wel tot realisatievan hun woonwensen in dit opzichtkunnen geraken. Zij vormen op demarkt van het suburbane onroerendgoed, de groep koopkrachtige vragers.De lagere inkomensgroepen - voor wel-ker belangen deze regering zegt speciaalop te komen - moeten soortgelijkewoonwensen daarentegen maar verge-ten. Zij vormen in de praktijk de op-vulling van het model van de sterkergebundelde deconcentratie.Wanneer men de lijst van de subdoel-stellingen op de voet volgt, zijn er on-getwijfeld nog wel meer kritische kant-tekeningen bij te maken. Bijvoorbeeldbij het tweede gedeelte van subdoelstel-ling 3. 16: het hanteren van interessantelandschappen en van natuurgebieden alsstrukturerende elementen van het ver-stedelijkingspatroon. Bouwondernemln-gen zouden dat wel eens kunnen pro-beren aan te grijpen om leuke winstente maken: door het omzomen van dezegebieden met luxe bungalows of metkompleksen tweede woningen bijvoor-beeld. Zoveel is zeker, dat de beleids-voornemens welke in de Orienterings-nota worden aangegeven, stof opleverentot heel wat bespiegelingen. Het lijktevenwel niet onjuist nu ook eens aan-dacht te gaan schenken aan de achter-gronden van de ontwikkelingen met be-trekking tot de steden.Zorgvolle ontwikkelingen in de stedenBij de analyse van de ontwikkelingenmet betrekking tot het wonen, wordt inde Orienteringsnota de aandacht geves-tigd:1. op de bijzonder sterke vergrotingvan het ruimtebeslag en2. op de sterke drang naar het wonenin kleinere kernen."We hebben te maken met de individua-lisering van de woonkultuur, zo staater, en dat betekent ook een grotere be-langstelling voor het eengezinshuis. Hoemoeilijk de analyse in dit opzicht welis, blijkt uit het feit dat - als het warein een adem - ook de verwachtingwordt uitgesproken, dat het tempo vande groei van het ruimtebeslag over zijnhoogtepunt heen is en dat de belang-stelling voor het wonen in de grote ste-den weer aan het groeien is. Overheer-send is echter, dat er in menig opzicht vanzorgvolle ontwikkelingen m.b.t. de ste-den sprake is. Volgens de Orienterings-nota spruiten die voort uit vier fakto-ren:1. de ontvolking;2. de schaalvergroting in de ekonomi-sche aktiviteiten;3. de snelle groei van het gemotoriseer-de verkeer;4. de teruglopende aandacht voor eengoede stedebouwkundige vormgeving.Opmerkelijk daarbij is, dat deze fakto-ren als het ware afzonderlijk van elkaarworden gepresenteerd. Eigenlijk wordtde indruk wat gewekt, alsof het vierverschillende krachten betreft, elk meteigen oorzaken, maar wel alle vier voe-rend tot een verslechtering van de kwa-liteit van onze stedelijke gebieden. Datis naar mijn mening niet juist. Die vierkrachten mogen niet los van elkaar wor-den gezien, die hebben wat met elkaarte maken. Ik wilde pogen daar watlicht op te werpen, door in het bijzon-der de aandacht te richten op de ekono-mische schaalvergroting.In het taalgebruik - het sociaal-weten-163 Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1974economische schctalvergratingschappelljk, het ambtelijke en het poli-tieke, het dagelijkse - komen van tijdtot tijd nieuwe uitdrukkingen naar vo-ren. Soms verdwijnen ze na langere ofkortere tijd weer uit het betrokken taal-systeem. Ik denk hierbij aan die uit-drukkingen, waarvan eigenlijk geennauwkeurige definitie bestaat. Deson-danks kunnen degenen die thuis zijn indie taalsystemen, er zich wel het nodigebij voorstellen; op zijn minst roepen zewel bepaalde gedachten op. Het plano-logenjargon is door de Orienteringsnotaverrijkt met enkele fraaie nieuwe uit-drukkingen. Ik denk bijv. aan: ,,hori-zonvervuiling" en aan ,,planologischeoverbesteding".Schaalvergroting in de ekonomische ak-tiviteiten, in de zin van de Orienterings-nota, is eigenUjk ook zo'n vaag omlijndeuitdrukking. Het begrip schaalvergro-ting is in de ekonomische wetenschapbekend, maar dan in een wel gedefineer-de betekenis. De ekonomisten verstaaneronder het tegelijk en in dezelfde mateversterken van alle produktiefaktoren -natuur, arbeid en kapitaalgoederen. Datleidt veelal tot het stijgen van de pro-duktie in nog sterkere mate en menspreekt dan van bezuiniging bij massa-productie ^).In de Orienteringsnota daarentegenwordt ten aanzien van schaalvergrotinggesteld, dat de ekonomische ontwikke-ling leidt tot de behoefte aan groterekantoren, winkels enz. Deze vallen bui-ten de schaal van de oude stad en doendoor hun entree aldaar de verscheiden-heid in funkties van de binnenstad af-nemen. Het weren van deze grote een-heden leidt tot vestiging aan de randenof buiten de stad. Dat wordt als een na-deel gevoeld voor de ontwikkeling vande betrokken stad. Derhalve is het vol-gens de nota de moeite waard om inzulke gevallen na te gaan, of dergelijkeekonomische aktiviteiten verantwoordzijn in te passen in de gordel tussen bin-nenstad en stadsrand. In dat verbandwordt dan nog opgemerkt:1. dat de stedebouwkundige oplossingenvoor dit vraagstuk per stad sterk uiteen-lopen; wie in dit opzicht Amsterdam enUtrecht met elkaar vergelijkt zal datkunnen beamen;2. dat het vraagstuk zich goeddeels ont-trekt aan het beleid op nationaal ni-veau; men zou gewoon denken dat hetkennelijk erg meevalt met de aantastingvan de gemeentelijk autonomie;3. dat de regering van oordeel is datbehoedzaamheid geboden is en daaromin diverse gevallen radikale ingrepenmoeten worden afgewezen; hetgeen aan-toont dat ook radikaliteit op genuan-ceerde wijze dient te worden benaderd.Schaalvergroting in de ekonomische ak-tiviteiten volgens de Orienteringsnota,slaat derhalve op de artefaktiele kant,op de verschijningsvorm - met name opde grootte - van opstallen voor de se-kundaire en de tertaire sektor. Doorrelatering aan de kennelijk als maatstafgehanteerde ,,schaal van de oude stad"wordt bij mlj in eerste instantie hetesthetische aspekt naar voren gehaald.Dat is zonder meer een belangrijk as-pekt. We zijn vertrouwd met het feitdat de skyline van New York wordtbeheerst door het Empire State Buildingen niet door St. Patrick's Cathedral. Wemoeten nu wennen aan de gedachte dathet silhouet van Utrecht niet meer doorde Domtoren wordt bepaald maar doorde Holiday Inn.En hier moet ik denken aan de klachtin de nota over de teruglopende aan-dacht voor een goede stedebouwkundigevormgeving. ,,Juist in de detaillering"staat er bij. Een beetje leuk sierplaveiselen straatmeubilair van verantwoordevormgeving, weet u wel ! Alsof dat ietssubstantieels zou kunnen betekenen -ten behoeve van wat dan ook - verge-leken bij de fundamentele wijzigingenin het beeld van de stedelijke gebiedenin onze tijd.Het esthetische aspekt is overigens niethet enige aspekt dat door de passageover schaalvergroting naar boven wordtgebracht. Grif kan worden aangenomen,dat de opsteller van deze tekst zondertwijfel ook heeft gedacht aan de doordeze grote objekten opgeroepen ver-keers- en vervoersstromen, alsmede aande ermee verband houdende verminde-ring van de woonfunktie van de stads-kernen. De vier faktoren zijn mogelijkwel te onderscheiden, maar zeker niet tescheiden van elkaar, en ik ben geneigdde ekonomische faktor als het motorischeelement in dit viertal aan te wijzen.Naar mijn mening kunnen de achter-gronden met betrekking tot de stede-lijke ontwikkelingen nog wat duidelij-ker in beeld komen, wanneer de schaal-vergroting van de ekonomische aktivi-teiten - behalve wat de artifaktiele kantbetreft - ook wordt belicht op haar in-stitutionele facetten.Schaalvergroting in de ekonomischeaktiviteiten: institutionele aspektenIn zijn studie over de stad heeft MaxWeber deze nederzettingen gekarakteri-seerd als een samensmelting van mili-taire versterking en marktplaats ?). Hijis niet de enige en ook niet de eerste, diegewezen heeft op de betekenis van hetinstituut markt voor de opkomst vansteden. Men mag daarbij overigens nietuit het oog verliezen, dat het markt-wezen zelf in de loop van de eeuweneen aanmerkelijke verandering heeftondergaan. ^"). Aan het begin van deontwikkeling is er de konkrete markt:de geografisch bepaalde plaats waarop een bepaalde tijd kopers en verkoperselkaar in levenden lijve ontmoeten, waarde te verhandelen koopwaar aanwezigis, en waar door vraag en aanbod deprijs tot stand komt. Maatschappelijkeontwikkelingen leidden ertoe, dat aller-lei verschillende konkrete markten ont-stonden: jaar-, week- en dagmarkten,algemene markten voor bepaalde goe-deren, kleinhandelsmarkten en groot-handelsmarkten.Daar bleef het niet bij. Uit het strevenvan de aanbieders van bederfelijke goe-deren om in een sterkere onderhande-lingspositie te komen ontstond het vei-lingwezen. Dat zijn markten met eenbijzondere techniek van verhandeling.Ook dat droeg bij tot het ontstaan vande rijke verscheidenheid op dit gebied.164, Stedebouw en Volkshuiisvesting, mei 1974economische schaalvergratingHet bleek voorts dat in veel gevallende aanvoer van te verhandelen goederenbepaald niet nodig was. Een grote be-sparing in transportkosten werd ver-kregen door op monster te verkopen enzo ontstonden de ,,Mustermesse". In eenverdere fase waren ook de monsters nietmeer nodig en kon men volstaan metInternationaal vastgelegde standaard-specifikaties. Dat laatste bracht naastde handel in loco, de handel op termijntot ontwikkeling, als een zoveelstenieuwe verbijzondering in het markt-wezen. En zo kon op den duur ook hetbegrip abstrakte markt ontstaan: het ge-heel, het kompleks of het samenstel vanvraag en aanbod: wereld omspannend enpas door de telekommunikatie als be-langrijkste technische middel werkelijkmogelijk geworden.In Utrecht herinneren de Vismarkt ende Zoutmarkt aan de konkrete marktenvan weleer. Gelegen aan de voet van deDomtoren pasten ze in de schaal van deoude stad: het leven in de middeleeuwenwas in al zijn betrekkingen doortrokkenmet godsdienstige voorstellingen. Opslechts luttele minuten gaans - maar weldoor eeuwen van maatschappelijke ont-wikkeling ervan gescheiden - ligt Hoog-Catharijne. Een formidabele bouwmassa,welke toch maar een paar van de velezenuwcelletjes herbergt, die tezamen deabstrakte markt vormen. Een eksponentvan onze op mobiliteit, op konsumptie,op het aardse gerichte kultuur.Het marktwezen - bij uitstek de grond-slag vormend van stedelijke nederzet-tingen - is hiermee geschetst als een ont-wikkelende, van vorm en samenstellingveranderende kultuurkomponent: eenuitdijend geheel van kommerciele instel-lingen en relaties.Hans Paul Bahrdt is naast Max Webereen andere grootmeester in de analysevan stedelijke ontwikkelingen "). Hijheeft de openbare sfeer en de partiku-liere sfeer - duidelijk van elkaar onder-scheiden, maar verbonden door een on-derlinge wisselwerking - aangewezen alsgrondslagen van stedelijke samenlevin-gen. In dat kader acht hij van bijzon-dere betekenis dat eertijds de ambachts-mensen en de kooplieden hun bedrijfaan huis hadden. De ondernemer vanvroeger, werkte en woonde onder het-zelfde dak. De huidige ondernemingdaarentegen beschikt over eigen bedrijfs-ruimte, waar vrijwel alle ekonomischeaktiviteiten zich afspelen. Er is eenstringente scheiding ontstaan tussen ar-beidsplek en woonplek. En door die on-dernemingsterreinen en -gebouwen -welke steeds grotere urbane gebieden inbeslag nemen - is volgens Bahrdt een ge-bied ontstaan, dat noch tot de partiku-liere noch tot de openbare sfeer behoort.Ook in dit opzicht kan het van belangzijn, de aandacht te richten op de insti-tutionele aspekten. In de struktuur vanhet ondernemingswezen hebben zich im-mers grote veranderingen voorgedaan.In de laatste jaren is dat - zoals op elkterrein - zelfs erg snel gegaan. Globaalzijn deze veranderingen te karakteriserenals een verschuiving van het hoofdaksentvan de ekonomische aktiviteiten van deondernemer naar de familieonderne-ming, van de familieonderneming naarde nationale onderneming en van denationale onderneming naar de ,,multi-national corporation".Onmiddellijk zij hierbij aangetekend, datdit inderdaad een wel uiterst globalekarakterisering is. Ook te spreken van,,de ondernemer" bijv., houdt een enor-me generalisering in. Maurits Caransaen de eerzame rijwielhersteller, die umisschien zo gelukkig bent in uw om-geving te hebben overgehouden, zijn for-'s Avonds zijn de straten keg. De stad heeft geen woonfunctie meer (foto Leo van der Wal)165 Stedebouw en Volksbuiisvesting, mei 1974economische schaalvergrotingmeel gezien allebei ondernemers. In deekonomische wetenschap echter heeftmen bij ,,de ondernemer" als regel op hetoog, degenen die - naar een klassiek ge-worden uitdrukking - nieuwe kombina-ties tussen de produktiefaktoren beden-ken. De grote tijd van het persoonlijkondernemerschap ligt achter ons. In dietijd moesten de ondernemers ,,nieuweprodukten introduceren of technolo-gische verbeteringen doorvoeren, zonderzeker te weten of een beloning zou vol-gen voor de vele aktiviteiten, die in devoorbereidingstijd waren ontplooid. Dekans op een buitensporig hoge winst,gevoegd bij de vrees achter te gerakenbij de ontwikkehngen op de markt, zettede ondernemers echter tot daden aan.Vaak werden zij matig, soms In het ge-heel niet beloond; slechts een enkelingsmaakte het genoegen een grote winst tekunnen inkasseren". Terecht kwaHfi-ceert de schrijver van deze regels dit alseen gevecht van jonge honden '^).De ondernemers die sukses hadden, lie-ten bij hun diepbetreurd heengaan vaakeen bloeiende onderneming achter. Vanstuwende betekenis voor stad en streeken wellicht zelfs voor daarbuiten. Inhanden van opvolgende familieledenkon deze bloei zich voortzetten, somsnog vele decennia na het verscheidenvan de grondlegger. Dat kon - het wasgeen wet van Meden en Perzen. Doorgebrek aan de nodige zakelijke kwaii-teiten bij de nakomelingen, waren talvan familieondernemingen op den duuren onder gewijzigde ekonomische ver-houdingen eenvoudig niet meer op debeen te houden.In enkele gevallen is sprake van eenaanmerkelijk ander ontwikkelingspa-troon. Ondernemerskreativiteit blijktdan te leiden tot het ontstaan van werke-lijk grote ondernemingen van nationaleen zelfs Internationale allure. Ook dankan de invloed van de familieleden vande betrokken oprichters op het bestuurerg groot zijn. Maar door het formaatvan de organisatie is als het ware een ze-kere stabiliserende faktor ingebouwd.Het al of niet voortbestaan ervanis niet meer uitsluitend afhankelijkvan het wel en wee van een fa-milie. Ook zulke organisaties kun-nen overigens in moeilijkheden ge-raken. Door machtsstrijd in de top vanhet koncern wordt vaak de slagvaardig-heid aangetast. En ook als het niet omfamilieleden van de oprichters gaat,kunnen heel best figuren op de hoogstepost terecht komen, waarmee het wel-varen van de organisatie maar slechtgediend is. Dat is overigens uiterst moei-lijk - zo niet onmogelijk - te bepalen. Erkunnen tientallen jaren verlopen al-vorens de resultaten van werkelijk essen-tiele beslissingen aan het licht komen.Het sukses van een besluit hangt voortsniet alleen af van de vraag of het juistwas in het licht van de situatie ten tijdedat het genomen werd, maar zal ookafhangen van veranderingen die zichlater voordoen '^). De betrokken pre-sident-direkteur is dan allang met pen-sioen. Blijvend is het bestuurskollektiefaan de top, gewijzigd, ingekrompen ofuitgebreid, al naar gelang de gegevenmachtsverhoudingen in een bepaaldefase.Zo ontstond in de laatste eeuw vanlieverlede de grote onpersoonlijke on-derneming. Resultaat van een maat-schappelijk ontwikkelingsproces waarinzowel technische als ekonomische, so-ciale als kulturele, financiele als poli-tieken komponenten een rol speelden.Huizinga heeft in dat verband eens ge-schreven: ,,De organisatie, toegerust metal de middelen, die den menschelijkenarbeid reduceren tot een leiden en rege-Icn, wordt zelf een machine, die demensch niet meer volkomen in zijn handheeft. Want het leiden en regelen, schijn-baar voortvloeiend uit het vrije men-schelijk overleg, wordt, verdeeld als hetis over velen, een gehoorzamen aan demachine, wier dienaars alien zijn. Naar-mate de geheele economische toestel in-gewikkelder en technisch volmaakterwordt, daalt de betekenis van het vrijeindividuele vernuft in de daad van hetbedrijf, en neemt het mechanisch elementtoe" "). De ,,mulitinational corporation"kan worden gezien als het vooralsnoglaatste en nieuwste model van dit soortmechanismen.De ,,multinational corporation": a casefor special treatment,,Multinational ondernemingen zijn on-dernemingen die meer dan de helft vanhun omzet en investeringen in meerderelanden realiseren, die behoren tot ver-schillende ekonomische gemeenschappenof landen in verschillende stadia vanekonomische ontwikkeling, waarbij menzich niet laat leiden door de belangenvan een enkel land" ^^).Uiteraard zijn het de grootste koncernster wereld, en van de toptwintig in deindustriesektor zijn er veertien Ameri-kaans en zes niet-Amerikaans van oor-sprong. Bij dat laatste groepje zijn Ko-ninklijke, Unilever en Philips, die alheel lang tot de grootste ondernemingenter wereld behoren ^^). Zo zien we maarwear waarin een klein land groot kanzijn.Toen de Europese Ekonomische Gemeen-schap werd gevormd, hebben de Ameri-kaanse ondernemingen de gelegenheidaangegrepen om vaste voet in Europate krijgen. Met veel sukses. Eerder danhet Europese ondernemingswezen, datnog overwegend aan nationaliteiten ge-bonden was, zagen de leiders van degrote Amerikaanse ondernemingen deekonomische mogelijkheden welke doorde Gemeenschap werden geschapen.Zij waren gewend om op kontinentaleschaal te denken. Het waren eerst jarenwaarin de nieuwe bedrijfseenheden metgejuich werden begroet in industrialisa-tiekernen her en der, alsmede in stedenwaar een injektie welkom was ter be-vordering van nieuwe ekonomischebloei. Na verloop van tijd bemerktemen, dat de Amerikaanse vestigingentoch niet die stimulerende invloed had-den op de plaatselijke ontwikkehngenals men gewoon was van autochtoneondernemingen. Ook zag men in, datmen steeds meer koncessies moest doenom de vestigingen in de wacht te slepen.En tenslotte werd duidelijk, dat het166 Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1974economische schaalvergrotingleeuwendeel van de ekonomische aktlvi-teiten in Europa, wel eens zou kunnenworden bemachtigd door de vestiglngenvan Amerikaanse ondernemingen enniet door de ondernemingen uit de Ian-den van Europa zelf. Men ging sprekenvan de Amerikaanse uitdaging. Hat ant-woord daarop was de golf van fusies bijde Europese ondernemingen uit de jarenzestig. Op die wijze ontstonden ,,multi-nationals" van Europese origine ^^).De klassieke ekonomie is opgetrokkenop het model van de volledige mede-dinging: de situatie waarbij geen enkeleonderneming een zo groot deel van detotale markt vormt, dat zij enige in-vloed heeft op de marktprijs. Dat is eentheoretische konstruktie: ons ekono-mische systeem is - behalve een mengselvan overheidsbemoeienis en partikulierinitiatief - ook een mengsel van mede-dinging en monopolie. Dat is het altijdal geweest, maar pas in de jaren dertigvan deze eeuw, wist de ekonomischewetenschap het verschijnsel van mono-polistische mededinging theoretisch han-teerbaar te maken. Door de opkomst vande ,,multinationals" komt het mengselvan mededinging en monopolie thansvolgens gewijzigde receptuur tot stand.Naar veler overtuiging gaat het ingre-dient macht daarin nu een veel belang-rijker plaats innemen.De jaaromzetten van een aantal ,,multi-nationals" zijn groter dan het nationaleprodukt van landen als Denemaken enOostenrijk. In feite zijn het enormeplanhuishoudingen, die overigens prak-tisch heel moeilijk aan demokratischekontrole te onderwerpen zijn. Vanwegetal van oorzaken kan de organisatie-struktuur uitermate gekompliceerd zijn.Voor het algemene beheer zijn specialeorganisaties in het leven geroepen. Strin-gent gescheiden van de plaatsen waarde reele ekonomische aktiviteiten zichafspelen. Daar komen de voor de be-sluitvorming op koncern-niveau nood-zakelijke gegevens bijeen. Daar vindt decentrale planning plaats van investe-ringen en financiering, van produktie,reklame en afzet. Het doel van dit alles:de groei en bloei van het koncern.Voor die bloei dienen de koncerns zichaan de ene kant te konformeren aan hetheersende stelsel in de landen waar zijhaar vestingen hebben. Dat werkt naarhet voorkomt maatschappij-verstarrend.Veranderingen in het betrokken sys-teem, welke heel dringend zouden kun-nen zijn, worden erdoor tegengehouden.De vertegenwoordigers van de ,,multi-nationals" uit het vrije westen, zuUenin de Sovjet Unie geen steun verlenenaan dissldenten. In de westelijke wereldzal bepaald niet op rechtstreekse aan-tasting van de uitwassen van de kon-sumptiemaatschappij worden gemikt.En in een land als Zuid-Afrika blijkende ,,westerse ekonomische interessen"eveneens het voortbestaan van de hui-dige maatschappelijke orde aldaar tebevorderen ^^).Aan de andere kant kunnen de kon-cerns zich niet laten leiden door natio-nale sociaal-ekonomische belangen. Naarhet voorkomt werkt dat maatschappij-ontwrichtend. Op internationaal niveauwordt het herhaaldelijk optreden vanvalutakrisis mede toegeschreven aan detransfer van enorme kapitalen door dezeondernemingen. Op nationaal niveauwordt een investeringsbeleid toegepastdat vaak een rechtstreekse doorkruisingbetekent van de door de overheid ge-wenste groei en allokatie van ekono-mische aktiviteiten. Het zal duidelijkzijn dat dit niet alleen voor de sociaal-ekonomische maar ook voor de ruimte-lijke ontwikkeling van de betrokkenlanden van de grootste betekenis is: eenkonsistente regionaal-ekonomische plan-ning wordt er immers door ontkracht.Door toedoen van de ,,multinationals"zouden bepaalde samenlevingen wel eenswat weg kunnen krijgen van schepenmet een defekt roer, waardoor koers-korrektie niet meer mogelijk is en meteen schuivende lading, waardoor de sta-biliteit verloren gaat.Stedelijke gebieden en ekonomischeschaalvergrotingSoms wordt het wel zo voorgesteld datdoor de opkomst van de ,,multinatio-nals" een stuk feitelijke ekonomische in-tegratie tussen de landen wordt ver-wezenlijkt. Zodoende zou als het wareeen stimulans zijn geschapen om de po-litieke Integratie sneller te realiseren.In de praktijk is het veeleer zo, dat denationale overheden en andere instantiesverrast zijn door de snelle ontwikke-ling en eigenlijk niet bij machte om deongewenste neveneffekten - waaroverhiervoor werd gesproken - te korrigerendoor voldoende begeleidende maatrege-len. De gang van zaken rond het olie-embargo lijkt er wel wat bewijs voorte hebben geleverd, dat in wezen maarweinig inzicht in en greep op het doorde ,,multinationals" beheerste ekonomi-sche gebeuren kon worden verkregen.Bij een grote raffinaderijbrand vanenkele jaren geleden is - dacht ik - trou-wens ook wel gebleken, dat de overheidde toedracht van het gebeurde goeddeelsslechts kon rekonstrueren met behulpvan de deskundigen van de betrokkenen dus belanghebbende onderneming.In internatinaal kader is het niet veelanders.Bij de Europese Gemeenschappen en deVerenigde Naties drommen politici enambtenaren tezamen, om zich te bera-den op de vraag hoe aan ongewensteeffekten moet worden tegemoet getre-den 19). De onrust is verklaarbaar, alsmen weet dat de betekenis van de multi-nationals wel is vergeleken met de Inter-nationale invloed van de Katholiekekerk, waardoor in het verleden konin-gen en keizers zich veelal voelden over-schaduwd ^*).Wat zal het gevolg zijn van de hier be-doelde ekonomische schaalvergroting opde ontwikkelingen van de stedelijke ge-bieden? Dat is uiteraard moeilijk exactaan te geven. "Wel lijkt zeker dat deenorme dynamiek in de ekonomischeaktiviteiten in het algemeen leidt totsterke nivellering. West-Europa is eengroot marktgebied geworden, waar eengestandaardiseerde Euro-produktie aande gelijkgeschakelde Euro-konsument ge-sleten wordt. In Glasgow en Palerma,167 Sredebouw en Volkshuisvestlng, mei 1974economische schaalvergrotrngin Bordeaux en Kopenhagen gaat hetpakket van gebruiks- en verbruiksgoe-deren steeds uniformer worden. Steedskleiner wordt de ekonomische ruimtevoor aktiviteiten van allerlei producen-ten, die voor een beperkt marktgebiedwerken.Die dynamiek leidt er ook toe, dat groteingrepen plaatsvinden in de regionaleallokatie van ekonomische aktiviteiten.Deze kunnen van veel betekenis zijnvoor de bestaansmogelijkheden in de be-trokken gebieden en dus voor de ruim-telijke ontwikkeling. Het zijn ingrepenwelke resulteren uit beslissingen, geno-men door de onpersoonlijke en niet aanregio of land gebonden koncernleiding.Zij komen derhalve steeds als een uiter-mate onverwachte en voor de direkt be-trokkenen moeilijk op onvermijdelijk-heid te taxeren besluiten. In dat ver-band lijkt de voorspelbaarheid van re-gionale ontwikkelingen steeds onmoge-lijker te worden en valt het niet te ver-wonderen, dat nog maar zo weinig be-kend is over de doelmatigheid van hetregionale beleid. De analyse daarvanzal eveneens in niet geringe mate wor-den bemoeilijkt door de ekonomischeschaalvergroting. Als er al voldoendecijfers zijn, zuUen die naar alle waar-schijnlijkheid zijn behept met afwljkin-gen van multinational aard en dienten-gevolge van weinig feitelijke betekenis.Evenmin behoeft het ons te verbazen,dat ook de ekonomische schaalvergro-ting in de bouwnijverheid tot bezorgd-heid noopt. Het gevaar is immers uiterstreeel, dat in hoofdzaak die soort bouw-projekten zal worden geentameerd, wel-ke past in de koncernplanning van debouwgiganten. Berichten over de ont-wikkeling te dezer zake in de VerenigdeStaten zijn bepaald niet bemoedigend ^^).Het vorenstaande in aanmerking geno-men lijkt realisatie van de beleidsvoor-nemens met betrekking tot de stedelijkegebieden dan ook geen gemakkelijkezaak. De algemene maatschappelijkeontwikkeling - waarop de ekonomischeschaalvergroting een heel zwaar stem-pel drukt - zal het verstedelijkingsproceseen koers geven, welke met de reedsvoorhanden zijnde en in het uitzicht ge-stelde beleidsinstrumenten maar heelweinig kan worden bijgesteld. Het zalaankomen op de beheersing van ,,hetmaatschappelijk megaproces". Niet tenonrechte wordt in de Orienteringsnotade vraag opgeworpen, ,,of het aksentvan het beleid in de komende jaren nietwat verder moet worden verschoven inde richting van een aanpassing van desamenleving van vandaag, aan de mo-gelijkheden van ruimte en milieu, dit inelk geval uit zelfbehoud van de maat-schappij van nu en morgen" ^^). Eenwerkzaam element daarbij zal zijn devoortdurende kritiek op achtergrondenen doelstellingen van het sociaal-eko-nomische beleid, welke mede door depublikatie van de Tweede Nota werdgestimuleerd. Daar moet de diep in degeschiedenis gewortelde kritiek op deekonomische instituties aan worden toe-gevoegd. En als resultante ontstaat danwel de een of andere vorm van ,,ontste-delijking" of ,,verstedelijking". Grof-korrelig of fijnkorrelig, leefbaar of on-leefbaar, de generaties van de toekomstzullen het ermee moeten doen.noten1Naar een Wet op de Stadsvemieuwing; 's-Gra-venhage, 1974, biz. 41.2Lewis Mumford, The Uriban Prospect; London,1968, Biz. V.3Derde Nota over de ruimteliike ordeniing inNederland - Deel 1; 's-Gravenhage, 1973.4W. Steiigenga, Gegist bestek; belhouden vaart?;in: Steddbouw en Volkshuisvesting van april1974.5W. Drees en F. Th. Gubbi, Over'heidsuitgavenin theorie en praktijk; Groningen, 1968, biz.183.6L. H. Klaassen, De rulmtelljke ordening, pre-advies Verenigtng voor de Staasthuishoudkundej's-Gravenhage, 1969.7Eisse Kalk, Een uit de hand gelopen regerings-verklaring; in Wetenschap en Samenleving vanfebruari 1974.8 , .Paul A. Samuelson, Handboek van de ekono-mJe; Utrecht, 1969, deel 1, biz. 58.9Max Weber, The City; London, 1960.10J. F. Haccou, Handel en marktwezen in goe-deren; Leiden, 1957.11Hans Paul Bahrdt, Die moderne Groszstadt;Reinbek, 1969.12P. H. Adm'iraal, Over ekonomische macht; in:Ekonomie dezer dagen; Rotterdam, 1973.13David Graniick, De onderneming in Europa;Utredht, 1965.14J. Huizinga, Mensch en menigte in Amerika; in:Verzamelde Werken V. Haarlem, 1950.15B. G. Euser, Multinationale ondernemingen; in:Incerimediair, 28 juli 1972.16J. Beishuizen, Verkenning vam het rijk derreuzen; in: E.S.B. van 30 mei en 6 juni 1973.17Christopher Tugendhat, The Muldnaoionals,Harmondswortlh, 1973.18H. Linneman, De funkcie van de buitenlandseinvesteringen in Zuid-Afrika; in Wending vanmaatit 1974.19Ant. M. F. Smulders, De multinationale onder-nemingen in Europa, een voorlopige balans van,,Impact" en tegenwiobt; in: Maandschrift Eko-nomie vain dec. 1973, Jan. 1974.20Tugendhat, t.a.p. biz. 263.21Vgl. Paul A. Baran en Paul M. Sweezy, Mono-poly Capital; New York, 1966, over de situatiein dit opzicht in de V.S.22Orienteringsnota, biz. 19.168' Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1974"'A?^P^^^^*!^?y^??^^?^??!8*^,,Bij de planning zal grote zorg warden hesteed aan de beschermingvan natuurlijk milieu en landschap" (foto Leo van der Wal)De landelijke gebiedenprof. dr. ir. F. M. Maas1. InleidingMij is gevraagd een commentaar te le-veren op de onderdelen betreffende deOrienteringsnota. Gaarne heb ik aan ditverzoek voldaan, omdat het mij ver-plichtte rta te denken over de ontwik-keling rondom deze problematiek overde periode van 1964 a 1966 (de ]arenwaarin ik medewerking kon verlenenaan het vorm krijgen van de TweedeNota) tot nu, 1974.Wat in de Tweede Nota na veel strljdvoorzichtig werd ingebouwd, het den-ken o.a. met behulp van ekologischeprincipes, heeft nu een zodanig gewichtgekregen dat de gehele Orienteringsnotaer van doordrenkt is. Het werd ooktijd, gezien de aanslagen welke het ste-delijk en landelijk milieu moesten on-dergaan, ook in de jaren na het verschij-nen van de Tweede Nota.U kunt zich voorstellen dat ik de notaalleen al daarom een voortreffelijk enmoedig werkstuk vind. Hij is goed op-gebouwd vanuit de meer expliciet ge-maakte doelstellingen voor het planolo-gisch beleid. Deze nota is misschien nogmeer dan de Tweede Nota een stuk dattot bezinning ieidt over de weg dievoor ons ligt. De optimistische toon vande Tweede Nota is verdwenen, de kri-tische, over de groei- en konsumptie-trend van onze maatschappij, over-heerst.Toch is in vele opzichten de milieu-differentiatie- en gebundelde deconcen-tratie-lijn van de Tweede Nota door-getrokken, zodat men veel wat toen inde kiem aanwezig was nu herkent inmeer uitgewerkte of bijgestuurde denk-beelden. De denkbeelden moeten echternog gerealiseerd worden, maar hoe?Daarover vertelt de nota nog te weinig,zodat ik met spanning wacht op deverdere delen.Wanneer ik in het volgende kritischekanttekeningen plaats bij de nota, dandient men hierbij te bedenken dat ik degrote lijn onderschrijf, doch dat ik deplanologische werkelijkheid geweld zouaandoen door alles goed en realiseer-baar te achten.//. Enkele algemene opmerkingen1.Schokkend zijn de trendcijfers van 1970tot 2000 in de nota op de pp. 14 en 15,zoals bv. voor vliegtuigbewegingen (100-^ 410), elektriciteitswerken (100 ->600), drinkwatervoorziening (100 ->300), vast afval (100 -> 260) en stede-lijk grondgebruik (100 ^- ? 200).Men kan zich niet voorstellen dat dezetrend werkelijkheid wordt, ook de notawil dit niet geloven: stad en land zou-den in korte tijd absoluut ontwrichtworden.Men moet komen tot een geringeregroei en een optimalisering van hetgrondgebruik. De nota onderscheidthierbij op biz. 21 met name 3 keuze-elementen:- tussen belangen van ekonomische enecologische aard- tussen belangen van de huidige en dievan de toekomstige generatie- tussen individuele belangen en dievan de samenleving.Deze keuze-elementen zijn van politiekeaard. Voor de regering - stelt de nota -weegt hierbij dan zwaar, dat de feite-lijke ontwikkeling dikwijls minder rechtdoet aan de maatschappelijk minder be-deelde bevolkingsgroepen dan aan an-dere. Het streven naar verminderingvan ongelijkheid en achterstand dat de169 Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1974ecologische principesregering voor ogen staat, zal ook op ditbeleldsterrein corrigerend kunnen wer-ken. Ook op pag. 32 bij de beschrijvingvan de hoofdlijnen van het te voerenruimtelijk beleid, wordt dit onderkend.Gezien de zeer grote ruimtelijke conse-qUenties van het opheffen van genoem-de ongelijkheid voor woon-, werk- enrekreatiemilieus, acht ik dit terecht ge-kozen streven onvoldoende uitgewerkt.Stellig zullen conflicten gaan optredenmet de ook onderschreven wens naarmilieudifferentiatie; ook in het landelijkgebied.2.Herbezinning over de beleidslijnen vanbv. de Tweede Nota is nodig. Dit spitstzich toe op de schaarste aan ruimte, debeperkte aanwezigheid van grondstof-fen, de beperkte draagkracht van hetmilieu en de beperkte financiele ruimte.Herbezinning op de groei is nodig. Te-recht stelt de Orienteringsnota op pag.19: ,,Het handhaven of verhogen vande kwaiiteit van de menselijke samen-leving vraagt daarom ook een verant-woorde ekologische procesbeheersing.Dit leidt ertoe dat fundamentele gege-vens uit de ecologische wetenschap me-de de aandacht gaan vragen bij de be-sturing van het maatschappelijke pro-ces".,,In het licht van het vorenstaandedringt zich de vraag op, of het accentvan het beleid in de komende jaren nietwat verder moet worden verschoven inde richting van een aanpassing van desamenleving van vandaag aan de mo-gelijkheden van ruimte en milieu, dit inelk geval uit zelfbehoud van de maat-schappij van nu en morgen." (!!)De grote aandacht op pag. 26 en 27voor de studies rondom het Globaalekologisch model passen in deze lijn,ook de aandacht voor de Club van Ro-me op bv. pag. 32.Grote twijfel over de draagwijdte vande gekozen opstelling is er helaas ech-ter, indien men in dezelfde nota nogdurft te stellen (op pag. 35) dat:a - stationaire bevolking niet voor hetjaar 2050 kan ontstaan. Is dit niet weereen van de bevolkingsprognose-blunders,waarmee ook de Tweede Nota werdopgescheept?b - het gekozen WERON-werkprocesmoet uitmonden, voor wat de lange ter-mijn betreft, in o.a. struktuurschema's,en dan op pag. 25 als eerste voorbeeldwordt genoemd het struktuurschemadrink- en industriewatervoorziening1972. Voorwaar, dit schema is nog geenvoorbeeld van ekologisch denken envan een ombuiging van de trendlijn.3.Terecht stelt de nota op pag. 24, dat bijde afweging en uitwerking zal kunnenblijken, dat met de doelstellingen telioog is gegrepen, zodat bijstelling nodigis. Dit onderstreept het belang van devertaling van de doelstellingen in con-crete criteria en liefst in meetbare een-heden, te toetsen aan enkele con-crete voorbeelden. Op pag. 33wordt ook genoemd het tijdigaanwezig zijn van een vertalingin procedures, om geruime tijd voorde grenzen van het onaanvaardbareworden bereikt, de ontwikkeling te kun-nen ombuigen. Wei zal dan het gehelejuridische instrumentarium op het ter-rein van de ruimtelijke ordening eensgoed doorgelicht moeten worden, wantmet het ontstaan van o.a. steeds meermilieuwetten dreigt de samenhang weleens wat verloren te gaan.Een goede doorlichting van het te voe-ren beleid op de financiele mogelijkhe-den, is ook zeer gewenst. Veel van het-geen de Tweede Nota beoogde, is nietgerealiseerd als gevolg van onvoldoendeinzicht in en verwerking van het beleidvan de financiele mogelijkheden. Het isdan ook wel teleurstellend in de notaop pag. 96 een bladzijde aan te treffen,waarin in feite slechts wordt gezegd dateen werkkommissie Budgetanalyse, eenraming heeft opgesteld van de rijksuit-gaven voor de ruimtelijke inrichtingvoor de jaren 1974-1977. Waar is deraming? Is deze niet onmisbaar om dedoelstellingen te kunnen wegen? Deschrijvers vermoeden dit zelf wel, wantaan het slot van de paragraaf wordtonderstreept, dat in het licht van de be-perkte beschikbare middelen en de velefinanciele claims die uit het vorenstaan-de en uit de andere sectoren van desamenleving op de overheidsmiddelenworden gelegd, consequent zal moetenworden nagegaan in hoeverre bestuur-lijke maatregelen de verschillende be-leidsaktiviteiten zonder additionelegeldmiddelen kunnen realiseren.Daar zitten we dus, wel met de obligatebijlage over de bevolkingsspreiding,doch zonder een bijlage over de ken-nelijk wel aanwezige raming van de fi-nancien. Dreigen we zo niet een lucht-kasteel te bouwen?4.Te weinig uit de verf gekomen acht ikook het grondbeleid, een van de belang-rijkste middelen in het voeren van eenplanologisch beleid. Wordt bij het totstand willen brengen van een geweste-lijk c.q. intergemeentelijk grond- engrondprijsbeleid (pag. 88) ook gedachtaan het in-leven-roepen van een bv. ste-delijke of gewestelijke grondbank? Ditin analogic met de stichting BeheerLandbouwgronden welke in feite steedsmeer uitgroeit tot een grondbank voorde landinrichting.5.Zeer benieuwd ben ik naar de uitwer-king van de 3e algemene doelstellingvoor het verkeers- en vervoersbeleid.(op pag. 81):,,Bij de planning en tot standkomingvan infrastruktuur-werken zal grote zorgworden besteed aan de bescherming vannatuurlijk milieu en landschap en aanbeperking van de milieubelasting".Dit tegen de achtergrond van de ver-wachte uitbreiding van de oppervlakteverharde wegen buiten de bebouwdekom (dus in het landschap!) van in 1970? 53.000 ha naar mogelijk 80.000 a100.000 ha in 2000 (pag. 16) en van dereizigerskilometer-trend van 100 in 1970naar 240 in 2000 (pag. 15).Wat betekent de tekst van een van dehoofddoelstellingen van het ruimtelijkbeleid: ,,het garanderen van een redelijkafwikkelingsniveau van het verkeer op170 Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1974ecologische principeshet autosnelwegennet, in het bijzonderop de vcrbindingen tussen de centra vaneconomische aktiviteiten?" (pag. 33).Plet noodgedwongen terugdringen vanhet individuele verkeer (pag. 58) zaldus kennelijk niet alleen het woon-werk-, maar ook het rekreatie-verkeergaan treffen, waarvan bekend is dat detoppen in de weekends nu al die vanhet woon-werkverkeer overtreffen.Daar nu juist het rekreatieverkeer zichzeer veel afspeelt met behulp van prive-auto's, ligt een groot probleem in hetverschiet, dat niet expliciet wordt ge-noemd in de nota.///. Het landelijk gehied1.Van groot belang voor het landelijk ge-bied is de wijze waarop het wonen zichvanuit de stedelijke kernen zal uitbrei-dcn. De Orienteringsnota stelt dat deTweede Nota de voldoening aan de(nieuwe) woonwensen, gericht op hetbuiten wonen, vooropstelde (pag. 46).Met deze interpretatie van de TweedeNota ga ik zeker niet akkoord. In hetkader van de gewenste milieudifferenti-atie en in relatie met de gebundelde de-concentratie was het een van de vor-men van wonen waaraan tegemoet ge-komen moest worden. De tijd leerdeechter dat de suburbanisatie op basisvan deze woonwensen zich snel invratin het landschap rondom de grote ste-den (pag. 50-51), zodanig dat de stadcnigszins werd leeggezogen en plaatse-lijk snel veroudert.De woonwensen liggen nog sterk in derichting van kleinschalige woongebiedenmet behoefte aan sfeer, privacy enspeelruimte (pag. 52-53), ofwel naarsuburbaan wonen. Meer dan tot nu toe,zal men dit wonen moeten gaan verbin-den aan de stadsgewesten. Deze krijgendaardoor kleinschaliger randen, welkegoed kunnen overgaan in het landschap,stellig veel beter dan de grijze flat-planken nu.Dit mag echter niet gaan ten koste vande bufferzones, welke als geleding vande steeds langere en bredere stedenban-Verblijfsrecreatie. Vormen die vooral de minder behuisden ten goede zullen komenden door mij onmisbaar worden geacht.De conclusles van de paragraaf Stede-lijk inrichtingsbeleid, spreken me zeeraan, ook datgene wat gezegd wordtover stadsreconstructies (pag. 48-49).De beleidslijnen op pag. 58 en 59 zijnin verhouding tot de overige tekstenechter opvallend summier. Mijns inzienste summier.Nog enkele kleine opmerkingen over dewoon-paragrafen:a. moet er werkelijk een nieuwe stadin de Hoekse waard komen (vgl. mo-del ZW. Nederland, pag. 55), kan dezeniet beter aansluiten bij Rotterdam langsOude Maas of Spui?b. bij een goed groeikernenbeleid hoort:- vooraf een goede bestuurlijke en or-ganisatorische basis scheppen (vgl. er-varingen in Oostermeent, 't Gooi)- garanties scheppen voor een goede in-tegratie in het landschap en voor eentijdige uitvoering van de groenplannenin de kern (niet genoemd in basis-ac-coord op pag. 92)- toezien op de samenstelling van eenteam van ,,ontwerp"-deskundigen, diemet elkaar kunnen werken en de sfeervan het gebied aanvoelenc. indien grote bouwprojekten eenplaats vinden in het landelijk gebied(bv. zuiveringsinstallaties, wegen), dientniet alleen het landschap direkt rond-om met een groen biesje te worden ver-rijkt. Het effekt van het bouwwerk ende weg reikt veel verder, en met de uit-voering hiervan zal het landschap inbredere zin moeten worden gereconstru-eerd op kosten van de ,,indringers".2. ^VBepalend voor de ontwikkeling van hetbeeld van het landelijk gebied zal hetbeleid worden ten aanzien van de kleinekernen, het buitenwonen, de verblijfs-rekreatie en de infiltratie van diversestedelijke bouwvormen in het landschap.De greep hierop in het planologischebeleid is tot nu toe zeer klein gebleke
Reacties