stedebouw & volkshuisvestingsamsomIn dit nummer:Landschapsparken en autoverkeerE-milieuFactor tijd in het planningsprocesPlanologisch Studiecentrum TNODe personenauto in cijfersJournaalIngezondenExamen Diploma Planologisch Onderzoek 1974Mededelingenjuni 1975ntiilMJ is al ruim dertig jaar in eigen bedrijvenen laboratoria bezig met de ontwikkelingvan nieuwe betonprodukten voor demoderne woning-, utiliteits- en wegenbouw.nli zoektvoortdurend naarverbeteringvan de produktietechniek en is alert op velegebieden van de bouwfisica.nli experinnenteert met nieuwe strukturen,kleuren en maten, weike aansluiten op deontwikkelingen in de moderne architektuur.nil beschikt hierdoor over een uitgebreidesortering bouwprodukten, bestratings-elementen en sierbetonprodukten,die samen of afzonderlijk tot opvallendfraaie en funktionele scheppingen hebbengeieid.Moderne ontwerpers en bouwersvinden in de dokumentatie van MBI de wegnaar de technisch perfekte en ekonomischverantwoorde verwezenlijking van hunpraktische en futuristische ideeen, en ...nil is graag bereid hun die dokumentatiete verschaffen.irfa' MBI BETONPostbus 149 - Eindhoven - Tel. 040-513636Postbus 9 - Raalte - Tel. 05720-1041Vestigingen en fabrieken te: Assen, Dongen,Eindhoven, Raalte, Veghel en Wetten (Did.).rn (/) COoo co.^ h 0)0)TO E o-t-" D cD CDCOCOE O co O 0)COE^ x:4--' am cCO < ^/^'-^i' vi^lta***.'Viaduct in Uirechtseweg bij Oudcrkerk (RPD fotodienst)voorpublikatic van een onderzoek datnog in uitvocring is, dc meeste slacht-offers onder de egels te vallen en danresp. onder ratten, hazen, bunzingcn,hermelijnen en wezels '*). Maar ookonder groot wild kan het om aanzien-lijke aantallen gaan: in 1972 werd inNederland het aantal slachtoffcrs on-der dc reeen geschat op 1200-1500 bijeen totale stand van ca. 20.000 stuks.Dat betekcnt geen bedreiging van dclandelijkc reeenstand; wcl kan dit opterreinen langs drukke wegen ernstigegevolgen voor de populatic hcbbcn ofkan de plaatselijke populatic zclfs gc-hecl aan het verkecr ten offer val-len'^).Bij de vogels vallen slachtoffcrs in gro-te getalc onder tientallen soortcn. Hetis echter niet mogclijk om uit de vcel-heid van lossc gcgevens af tc leidenwat dc invloed van het verkecr op deplaatselijke populaties van de verschil-lende soortcn is. Uit het eerder gc-noemdc onderzoek '* ) lijken vooral deuilcn naar voren te komen als groep,waarvoor het vcrkcer plaatselijk zekereen dirckte bedreiging kan vormen.Ook voor dc kikkcrs en voor sommigcsoortcn insecten (vooral ook vlindcrs)kunncn verkeerswegen een bedreigingvormen. Het dichte wegennct vormtwcllicht ook een van dc voomaamsteoorzaken van het zcldzaam wordenvan kikkcrs in de omgeving van dc gro-te steden *^). In 30 gcbicden van Zwit-scrland zal een maatregel ter bcschcr-ming van amphibieen, speciaal tegenauto's, worden genomen. In het kan-ton Zurich is al een nachtclijk rijvcr-bod bij bepaalde omstandighedendaarvoor van kracht '^).De invloed van een vcrkeersweg op defauna kan verder reiken dan de slacht-offcrs die vallen. Zo kan een weg eenbarriere vormen voor grotere zoog-dieren die ten behocvc van voedseltrekof andere trekbewegingen niet in eenklein gcbied in stand kunncn blijvcn.Met name dassen, boommarters en vis-otters hcbbcn grote onversneden gc-bicden nodig; deze soortcn wordendoor het verkecr met uitsterven be-dreigd^?).Verder verscheen onlangs een publica-tic over dc invloed van verkeerswegenop weidevogelpopulaties ^' ). Alhocweldc gepresentecrdc resultaten meer ver-207 Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1975landschapsparken en autoverkeerklaringen toelaten, lijkt nader onder-zoek van de afdeling Milieubiologievan de Rijksuniversiteit Leiden te be-vestigen dat een grote snelweg inder-daad een sterke afname geeft van dedichtheid van verschillende soortenweidevogels over een strook van meerdan een kilometer ter weerszijde vaneen grote verkeersweg^^). Bij dit on-derzoek werd, door een zorgvuldigekeuze van de telgebieden, de invloedvan verkeerswegen gescheiden van an-dere invloeden, zoals de afstand totboerderijen, de veebezetting en degrondsoort (zie figuur 3).Het verstorcnde effect op vogels enzoogdieren kan verder worden ver-sterkt, door de recreatie die vanaf eenweg in het aangrenzende gebied plaatsvindt.De invloed op cultuurhistorisch gebiedOp cultuurhistorisch gebied kunnenwe onderscheiden: de invloed van re-constructie van bestaande wegen en deinvloed van het aanleggen van nieuwewegen.Er zijn verschillende soorten wegendie nu nog in gebruik zijn en die uitcultuurhistorisch oogpunt belangwek-kend zijn. Als voorbeelden kunnen wenoemen: ontsluitingswegen voor delandbouw, die tezamen het skelet vande verkaveling van ons land vormen;oude handelswegen langs rivieren enandere waterlopen; oude postwegenen straatwegen die (vooral) in het be-gin van de vorige eeuw als eerste netvan verharde hoofdverbindingen wer-den aangelegd.Gewoonlijk beantwoorden deze wegenniet meer aan de normen, die nu aande wegprofielen, de verharding en deboogstralen worden gesteld. Zo wordtde breedte en verharding van land-bouwwegen afgestemd op de vaak zeeromvangrijke landbouwwerktuigen. Endoor de provincie gesubsidieerde we-gen voor het doorgaande verkeer moe-ten, in verband met de eisen die aande verkeersafwikkeling gesteld wor-Figuur 3. De nestdichtheid van weidevogels in de polder Rapijnen bij Linschoten in relatietot de snelweg RW 12 en de boerderijen aan de Cattenbroekerdijk.(A.N. van der Zande, e.a. literatuuropgave 22)den, minimaal 5-7 meter breed zijn(quartaire wegen minimaal ? 5 meter,tertiaire wegen 6 meter, secundairewegen 7 meter). Verder gelden er nogallerlei -- van provincie tot provincieverschillende -- richtlijnen voor debreedte van de bermen van deze we-gen, waarop geen bomen mogen staan.Aan de normalisatie daarvan wordt nugewerkt, wat een verdere bedreiging208 Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1975landschapsparken en autoverkeervan de wcgbcrmcn in hct hele land in-houdt.Naarmatc de richtlijnen en normenvoor de boogstralen en de wegprofie-len werdcn opgetrokken kon steedsminder met de oorspronkelijke struc-tuur van de betreffende wegen rcke-ning gehouden worden. Aanvankelijkstap voor stap maar steeds meerschoksgewijs worden ze aangepast aaneen vlotte afwikkeling van het auto-verkeer en verliezen ze daarmee hunkarakter. Vaak speclt de verkeersdruk-te niet eens zo een bclangrijke rok Se-cundaire en tertiaire planwegen moe-ten gcwoon volgens de wet aan bepaal-dc normen voldoen, terwijl de betrok-ken overhedcn er graag nog eens eenflinke schep bovenop lijken to doen.Verder worden allerlei kleinere land-weggetjcs vaak volledig onnodig tot5 meter verbreed, allccn omdat ze danaJs quartaire wegen voor subsidie doorde provincie in aanmerking komen ^^).Nog ingrijpcnder is de invloed van hetaanleggcn van nieuwc wegen. Daarbijdenken we niet allccn aan monumen-ten, zoals oude boerderijen of molens,die ten behoeve van wegcnaanleg wor-den gcsloopt. Met dczc afzonderlijkegebouwcn kan bij de traccring vannieuwc wegen vaak rekening gehoudenworden; of zij worden verplaatst, zoalsde brochure "Wikken en Wegen" vanhct Ministcrie van Verkecr en Water-staat trots laat zicn ^*). Hct sterkstdoct zich de invloed gelden op de his-torisch gegroeidc structuur van een gc-bied. Bij het projecteren van nieuwewcgcn, zeker als het om snclwegengaat, speclt dcze structuur hocge-naamd geen rol meer. Dc gchanteerdeboogstralen van minimaal 2000 metermakcn dat ook onmogelijk. Slagcn-landschappen, essen, uiterwaarden, be-boste stuwwallen, allc worden op ccn-zelfde rcchtlijnigc manicr vcrknipt.In de inleiding werd al opgemerkt dathet effect van hct aanleggcn van we-gen vaak nog versterkt wordt, doordathet de aanzet kan vormen voor ccnruilverkavcling. Encrzijds wordt hier-mee gestreefd naar een verminderingvan de snijschade. Andcrzijds wordenruilverkavelingcn ook bewust als in-strument gebruikt om grond vrij tekrijgen voor niet-landbouwkundigedoelcinden, niet in dc laatstc plaatsvoor wegcnaanleg. Een trcffcnd voor-bceld daarvan vormt de ruilverkavclingZwammerdam, die plaats vond in ver-band met dc toenmaals noodzakelijkgeachte aanleg van Rijksweg 3 enRijksweg 11 "). Op 1 januari 1973waren er in Nederland 189 ruilverka-velingcn in voorberciding of in uitvoe-ring. Daarvan waren er 73 (dat is 39%)betrokken bij de aanleg van een rijks-weg of secundairc wcg.De visuele invloed en de geluidsbelas-tingDe visuele aantasting van een land-schap door een snclwcg kan hct bestemet tekenpen of pcnsccl beschrcvenworden. Een sprekend voorbceld daar-van wordt gevormd door de serie tckc-ningcn in het rapport over de dreigcn-de aanleg van Rijksweg 27 door NicuwRijksweg bij Vinkeveen (RPD fotodienst)*AmeUswcerd bij Utrecht^^) (zic fi-guur 4).Dc geluidsbelasting van een gcbiedhangt nauw samen met dc dichthcidvan het wegennet, de intensiteit vanhet vcrkeer en de bcgroeiing langs dewegen. Een kwantificering van het ge-luid is niet zo gemakkelijk door dc ve-Ic variabelen die hicrbij een rol spclcn.Hct opstellen van kaarten van stiltege-bieden blijft daardoor een vrij theore-tische zaak. Toch willen we een indi-catic gcven van dc afstanden waar hctom gaat. Onder een aantal aannamen(2000 motorvocrtuigcn per uur, 15%vrachtauto's; snclheid personenauto'sgemiddeld 100 km per uur, vracht-auto's 80 km/uur; wegdek asfalt; geenkruispunten in de buurt; open gras-land; windstil weer) kan berckendworden op welke afstand van ccn wegeen bcpaaldc norm voor stiltegebiedenbercikt wordt. Onder de genocmdeomstandigheden wordt dc intematio-naal erkende norm voor "landelijk gc-bied" bercikt op ongevecr 600 meterafstand van de wcg. De norm voor een209 Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1975Figuur 4. Beeld van het landgoed Nieuw Amelisweerd bij Utrecht, voor en na de aanleg van de, inmiddels volgens een gewijzigd trace inuitvoer zijnde RW 27.210 Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1975landschapsparken en autoverkeerconccrtzaal wordt dan bereikt op on-geveer 1000 meter. Een dicht aaneen-gesloten bos brengt deze afstand totop ongcvcer een dcrde terug^'). Dezecijfers geven allecn maar een indicatievoor bepaalde omstandigheden. Depraktijk kan heel anders zijn. Zo zijnbij betrekkelijk zachte wind een snel-weg en een spoorlijn vaak op enkelekilometers afstand nog zeer duidelijkto horen.Indirecte effectenNaast dc dirccte invloeden van ver-keerswegen op natuur en landschapzijn er ook indirecte gevolgen. Met na-me kan het aanleggen van een ver-keerswcg de verstcdelijking van een ge-bied sterk bevorderen. Dit betreft inde eerste plaats de omgeving van dewcgen zelf. Uitgesproken voorbeeldendaarvan zien we in de Verenigde Sta-ten, waar de wegen in dc buurt vandorpen en stcdcn omzoomd zijn doorbenzincstations, snackbars, wegrcstau-rants, kleine bedrijfjes, supermarkten,reklameborden, enz. Het is te hopendat deze vorm van erosie van het land-schap met behulp van planologischemaatregelcn hier in Nederland zal kun-nen worden ingedamd.Dc verstcdelijking ten gevolge van hetautoverkeer blijft cchtcr niet tot dc di-rccte omgeving van de wegen beperkt.Dc snellc groci van kleine dorpen (sub-urbanisatie), het overal opbloeien vankampecr- en caravantcrreinen, dc toe-name van twccdc woningen, al dezeontwikkclingcn kunnen door het aan-leggen van wegen nog eens extra wor-den gestimuleerd. AUes wordt "zoietsals stad".Aantasting van dc functies van de vrijeruimteIn het bovenstaande werd de invloedvan verkecrswegen op een aantal ei-genschappcn van het landschap be-schreven. Sommigc invloeden blckenbeperkt tot een smalle strook, andcrestrektcn zich tot mccr dan een kilome-ter uit of waren moeilijk in afstanduit tc drukkcn (barrierewerking). Deaanname van een verstoringszonc isdan ook zckcr reeel.Dc invloed van verkecrswegen op deeigenschappcn en kwahteitcn van devrije ruimte heeft directc gevolgenvoor dc functies (gebruiksmogelijk-heden) van de vrije ruimte, die nauwmet de betrokken milieu-eigenschap-pen samenhangen. Bij deze functiesdenken we met name aan de leefomgc-ving van de plaatselijke bevolking, aaneen functic voor vele vormen van rc-creatie, voor de watcrwinning, voornatuurwetenschappclijk onderzoek,als natuurgebied, voor dc landbouw,als inspiratiebron voor kunstenaars,c.a.. Ook is als functic tc beschouwendat de verschillcnde landschappen mc-dc de eigen identiteit van Nederlandbepalen, zonder dat zich dit in speci-fieke gcbruiksmogclijkhcden hocft tcuitcn. Een poging tot systematiscringvan dc verschillcnde functies en van deinvloeden van het wcgennet daarop isondernomen door Van der MaareP").Vele gebruiksmogelijkhedcn verminde-ren als dc vrije ruimte door verkecrs-wegen wordt doorsncdcn. Sommigcfuncties zijn specifiek van bepaalde ei-genschappcn van de vrije ruimte af-hankelijk. Natuurbeschcrming en na-tuurwetenschappclijk onderzoek wor-den speciaal gctroffen door dc verar-ming van flora en fauna. De rccrcatieis daarentegcn van vecl mccr eigen-schappcn afhankelijk; in feite hebbenvrijwcl alle hicrboven beschreven in-vloeden van een verkeersweg conse-qucnties voor de betekenis van de vrijeruimte voor dc rccrcatie. Het zijnvooral de mccr actieve, niet stationairevormen van rccrcatie (wandelen, fiet-sen, schaatscn, zeilen, paardrijden),die door het aanleggen van verkecrs-wegen sterk in de verdrukking komen.3. Nationale parken en landschaps-parken en het verkecrsbeleidIn het voorgaande gedeelte is beschre-ven hoe natuur en landschap door hetautoverkeer en het aanleggen van ver-kecrswegen worden aangetast. Het isbetrekkelijk algcmeen aanvaard datdeze aantasting niet onbepcrkt doormag gaan. Het is in dit verband teke-nend, dat kortgeleden dc ANWB zichheeft teruggetrokken uit de StichtingWcg, een organisatie die een vrijwclonbeperktc groei van het autoverkeeren daarvoor benodigde voorzieningenvoorstaat.Het standpunt van de overheidDc vraag waar het nu om gaat is, water tegen de aantasting en erosie vanhet landschap ten gevolge van hetgroeiende autoverkeer te doen is. Hetstandpunt dat hierbij door de rijks- enprovinciale overheden wordt ingeno-men is ongcvcer als volgt: Er moet eenobjectieve beschrijving komen van dekwaliteiten van de vrije ruimte overheel Nederland ("milicukartering").Vervolgcns moet er een selectie ge-maakt worden welke gebieden uit na-tuurwetenschappclijk, cultuurhisto-risch en landschappclijk oogpunt hetmeest waardevol zijn; in dit kadermoet ook de selectie van nationaleparken en landschapsparken wordengeplaatst, zoals die op dit momentdoor dc commissie-Verhoeve wordtvoorbercid. En tenslotte zal er naar ge-streefd moeten worden om deze uitge-sclecteerde gebieden zo goed mogelijkvoor vcrdere aantasting, bijvoorbeelddoor het verkccr, tc behoeden.Tegen een selectie van parken en land-schapsparken met behulp van milicu-kartering bestaat als het voldoendezorgvuldig gebcurt, m.i. geen bezwaar.Maar hoe deze gebieden tegen een vcr-dere aantasting door het vcrkeer moe-ten worden beschermd, is tot nu toeniet uitgewerkt. In de nota-Vonhoffstaat alleen dat de aanleg van verkecrs-wegen "zeer kritisch aan dc doelstel-ling van het park zal moeten wordengetoetst" (p. 18). Van Rijckevorsel ismeer explicict als hij stelt: "Vcrder zal211 Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1975landschapsparken en autoverkeerTabel II Wegenplannen in de voorgestelde nationalc landschapsparken (alleen nieuwcwegvakken en in uitvoering zijnde wegen).wegen van Rijks- wegen van secun- wegen van tertiairewegenplan 1968 daire wegenplannen wegenplannen1. Texel2, Terschelling -- -- --3. Ameland -- --4. Zuidwest Friesland -- S 9 T 9, T 10, T 12, T 135. Zuidwest Drente (R6*) -- T 13, T 146. Noordwest Overijssel (R6) - -7. Twente R 1, R 15, R 35* S 27 -8. Winterswijk R15*, R47 S 60 --9. Graafschap R32*, R47 S 51 -10. Veluwemassief R 48, R 50 S6, S 9, S 12 --11. Kromme Rijngebied _,,S 8, S 13 T 12, T 1412. Gebied tussen Utrecht-H'sum-A'dam(R6*),(R 11*) S22 (U) S 22*(N-H)T91,T93 (N-H)13. Waterland R 7, R 10* S 10 T51,T52**14. Gebied tussen DenHaag en LeidenR 11*, R 14* S4, S 16 --15. Vijfheerenlanden R27 - -16. Gebied tussenTilburg en BestR 2* S 16 --17. Mergelland R 75*,R 78 S 15, S 23*,S 24-T 46T45, T49De met * aangemerkte wegen zijn geprojecteerd door de rand van een voorgesteld landschaps-park.** Deze beide wegen zijn afgeleid uit de le Streekplankaart van het Streekplan Waterland.-- Met de tussen haakjes geplaatste weggedeelten wordt op dit moment geen rekening meergehouden.-- De gebieden die als proefgebieden voor landschapsparken zijn aangewezen zijn onder-streept.de aanlcg van wegen voor het door-gaande verkeer, zo maar enigszins mo-gelijk, moeten worden voorkomen"(ANWB-brochure, p. 26 " ). Maar ookhij beschrijft niet hoe groot de bedrei-ging van de voorgestelde landschaps-parken door het verkeer eigenlijk is enwat ertegen kan worden gedaan. Ookin dc nieuwe nota over de landschaps-parken wordt niet nader ingegaan ophet conflict tussen de wegenbouw ende doelstellingen van de landschaps-parken.De feitelijke bedreigingHet lijkt me in dit verband zinvol omzo nauwkeurig mogelijk te weten hoegroot de bedreiging van de voorgestel-de landschapsparken door wegenaan-leg in feite is. Om dit te beoordelenwil ik nagaan welke wegen-plannen erbestaan in de voorgestelde nationalelandschapsparken. We gaan daarbij uitvan de oorspronkelijke voorstellen ze-als die door Van Rijckevorsel zijn ge-daan, omdat die het meest omvattendzijn. Deze omvatten o.a. ook die vijfgebieden, die nu als proefgebiedenvoor landschapsparken zijn aangewe-zen. In tabel II worden de geprojec-teerde secundaire en tertiaire wegenvan de meest recente provinciale we-genplannen in de verschillende land-schapsparken weergegeven. Ook dewegen door de rand van de parken zijnin de tabel opgenomen (met * in detabel aangemerkt) in verband met desterke invloed die zij op hun omgevinguitoefenen. De wegen van het Rijks-wegenplan, die op dit moment eenacute bedreiging vormen zijn in de ta-bel onderstreept.Uit de tabel blijkt dat de meeste voor-gestelde landschapsparken zeer emstigdoor de aanleg van verkeerswegenworden bedreigd. Dit geldt in het bij-zonder ook voor vier van de vijf gebie-den die nu als proefgebied zijn aange-wezen (Winterswijk, Veluwemassief,Waterland en Mergelland). Bij de tabelmoet worden bedacht dat ook secun-daire (en soms ook tertiaire) wegen alsautosnelweg kunnen worden uitge-voerd. Voorbeelden daarvan zijn degeprojecteerde Leidse Baan (SI6) tus-sen Den Haag en Leiden, de SIO doorWaterland en de S8 door het KrommeRijngebied. Verder moet worden be-dacht dat de tabel in feite lang nietvolledig is. Niet opgenomen zijn:-- rijkswegen uit het Structuursche-ma Hoofdwegennet 1966, die niet ophet Rijkswegenplan 1968 voorkomen-- reconstructies van bestaande we-gen-- nieuw aan te leggen gemeentelijkewegen, ruilverkavelingswegen, wegenvan waterschappen en van recreatie-schappen.Dat deze laatste categoric niet onbe-langrijk is moge blijken uit het recentvastgestelde streekplan Waterland. Inhet gebied van het voorgestelde land-schapspark (volgens grenzen van VanRijckevorsel) zijn, naast de in de tabelopgenomen primaire, secundaire entertiaire wegenplannen en naast detoekomstige ontsluitingswegen vanGroot-Purmerend, nog eens acht nieu-we wegen van lagere orde geprojec-teerd").De grote bedreiging van de voorgestel-de landschapsparken door wegenaan-212 Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1975landschapsparkcn en autovcrkeerleg komt cigcnlijk nauwelijks als ccnverrassing, gcgevcn dc ontwikkelingcndie algcmecn ten bchoeve van het au-toverkecr plaatsvinden. Het autobezitis in de periode 1968-1973 jaarlijksmet gcmiddeld 10,1% toegenomen,het autoverkccr (gcmeten naar hetaantal kilometers) met gemiddeld9,4% ^?). In samenhang hiermee wor-dcn ovcral in het land nieuwe woon-wijken, wcrkgcbicden, winkclcentraen recreatiegebicden opgezet met eenparkeergclegenheid en met ontslui-tingswegcn die op een praktisch onbe-perkt gebruik van de auto zijn afge-stemd. Kn in samenhang hiermcc is definanciering van de wcgenbouw in hetbuitengebied hecht gefundeerd. Re-constructic en aanleg van rijkswegenwordt gegarandeerd door het Rijkswe-genfonds. Voorts zijn de provinciesverplicht wegenplannen te makcn,waarvan de uitvoering consequentwordt gcrcgeld door de Wet Uitkerin-gen Wegen. Beide financieringen zijndirect gekoppeld aan het autobezit.Wei moet hicrbij worden opgemerktdat dezc beide financieringen niet vol-ledig gecorrigeerd worden voor de in-flatie en dat vanaf 1976 het Rijkswe-genfonds met ca. 100 miljoen guldenzal worden beperkt. Dit bctckent datlangzaamaan toch een zekere beper-king van deze geldstromcn gaat optre-den. Maar daar staan weer andere geld-stromcn tegenover. Er vindt financie-ring van plattelandswegen plaats doorhet Ministerie van Landbouw in hetkader van ruilvcrkavelingen. En verderworden, bij werklooshcid in de wegen-bouw, vcle projecten mede gesubsi-dieerd door het Ministerie van SocialeZakcn. Zo worden bij de huidigc werk-looshcid vele honderden miljoenen gul-dens extra aan de wcgenbouw gespen-deerd. Met beleidsvoornemen tot af-remming van de wcgenbouw wordthicrdo(jr stcrk gclrustcerd. Het feit datbij dc bchandcling van de begroting vanhet Rijkswegenfonds 1974 een ticntalwegen van het Rijkswegenplan werdenafgevoerd, bctckent dan ook nog geenverandering in de huidige activiteitenop het gebied van dc wcgenbouw. Zodecide ook de huidige minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijkc Orde-ning in oktober 1974 aan de wegen-bouwers mee dat ze binnenkort weermeer werk zouden krijgen door eentocname van het wegenbouwvolumemet 2%. Het verdient voor de toe-komst dan ook aanbeveling dat allebedragcn die aan dc wcgenbouw wor-den besteed, gezamenlijk worden ge-presenteerd.Van defensieve natuurbeschermingnaar actief milicubeheerIn het bovenstaande is nader uitge-werkt hoe groot de bedrciging van dcvoorgesteldc landschapsparkcn doorwegenaanleg is. De overheid is echterbij haar presentatic van dc nationalelandschapspa
Reacties