^9 LH ?I*] Vk^'MsamsomAdvies van Sweegers en de Bruijn B.V.levert Amsterdams laboratorium eengasbesparing op van 50.000mPperjaarAdvies- en ingenieursbureau Sweegers ende Bruijn b.v. te 's-Hertogenbosch ontwik-kelde in opdracht van het AmsterdamsGemeentebestuur en liet Ministerie vanVolksgezondheid een luchtbehandelings-systeem voor het nieuwe laboratorium-gebouw van de Keuringsdienst vanWaren aan de Hoogte Kadijk. De lucht-technische installaties werden uit hetoogpunt van efficiency en tijdsbesparingondergebracht in een geprefabriceerdedakcentrale. Deze centrale werd om trans-porttechnische redenen in vier gedeeitengebouwd.De totale installatie van de dakcentrale nam.8 w/eken en 3 dagen in beslag, waarvan5 weken bouw/tijd in de assemblagehal,3 dagen transport en plaatsing en 3 wekenafbouw en inregeling.In de dakcentrale zijn opgenomen de verseluchtvoorbehandeling, de warmteterugwinningvolgens het twin-coil systeem, luchttoevoerenafvoert.b.v. labverdiepingen,duurproevenlaboratoria en kantoren, dekoelmachines en de liftmachinekamer.Volgens het twin-coil principe wordt deaangezogen verse lucht voorverwarmd metde warmte uit de afgezogen lucht.Twee centrale afzuigventilatoren voeren dezelucht bovendaks at?N^ Advies en\// ingenieursbureau^Sweegers en de Bruijn B.V.,// is deelgenoot van de^^ Technische AdviseursGroep(T.A.G.) te 's-Hertogenbosch evenalsSweegers en Partners B.V. EngineeringConsultants en Raadgevend buroEnergon B.V.Sweegers en de Bruijn verzorgt reeds meerdan 25 jaar veelzijdige installatieadviezen.Haar werkgebied is Nederland.Sweegers en Partners richt zich opinstallatie-projecten in de gehele wereld.Energon is met name gespecialiseerd op hetgebied van energiebeheersing, installatie-onderhoud en milieubeheersing.De leden van de T.A.G.-groep hebben vesti-gingen in Amsterdam, Apeldoorn en Leiden.Hun hoofdkantoor is gevestigd in's-Hertogenbosch.^/^ advies-en ingenieursbureau~ sweegers en de bruijn b.v.?^'^prefabricage, plaatsing, afbouw en inregeling van dedakcentrale vergden in totaal 8 weken en 3 dagen.Enkele projecten waarvoor Sweegers en deBruijn thans installatieadviezen verzorgt danwel recentelijk haar adviezen heeftgerealiseerd.? Abattoir te AmsterdamWerktuigkundige- en elektrotechnischeinstallaties? Garage met werkplaats B.B.A. TilburgWerktuigkundige- en elektrotechnischeinstallaties? Kantoorgebouw ProvincialeNoordbrabantsche ElectriciteitsMaatschappij te 's-HertogenboschWerktuigkundige-, klimaatregel- enelektrische installaties? Centraal Belasting Gebouw te EindhovenWerktuigkundige installaties? Kantoorgebouw GroningenWerktuigkundige- en elektrischeinstallaties ?? Klooster/bejaardenoord te Etten-LeurWerktuigkundige- en elektrischeinstallaties? Verpleegtehuis St. Marie te EindhovenWerktuigkundige-, klimaatregel- enelektrische installaties? Rabobank te GeldropWerktuigkundige-, klimaatregel- enelektrische installaties? I.H.B.O. te EindhovenWerktuigkundige- en elektrischeinstallaties? Akademie Artibus te UtrechtWerktuigkundige- en elektrischeinstallaties? City sporthal met parkeergaragete HelmondWerktuigkundige- en elektrischeinstallaties? Busgarage N.Z.H. te PurmerendWerktuigkundige- en elektrischeinstallaties's-Hertogenbosch, Amsterdam, ApeldoornVakaturesPROVINCIALE PLANOLOGISCHECOMMISSIE IN ZUID-HOLLANDDe provinciale planologische commissie adviseertgedeputeerde staten t.b.v. ruimtelijk ordeningsbeleidvan de provincie. Belangrijk onderdeel van de PPC-taak is de advisering over gemeentelijke plannen.De commissie heeft 25 leden en staat onder voorzit-terschap van sen gedeputeerde. In de commissiehebben vertegenwoordigersvan rijl^I Tel.: 035-6 24 44 ^'iisolerend en geluidsabsorberendvermogen en een ondergrond diezich uitstekend leent voor hetzijstuckwerk, hetzij schilderwerk.En dat betekent voordelig enefficient bouwen.Alle gegevens over maten, dik-tes, isolatiewaarden, verwerkings-materialen en een uittreksel uit hetbiologisch verantwoord bouwon-derzoek sturen wij u graag toe.HeraklithAkoestiekOsterreichische Heraklith A. G.A-9545 Radenthein - Austriadealers:Amsterdam Van den Hoekbouwmaterialenb.v., tel.: 020-36 08 11Eindhoven Braat Bouwstoffen N. V.,tel: 040-1162 75GroningenJ. Timmer Bouwstoffen-industrie b.a. tel.: 050-26 91 00Heerlen Van de Venne- Van der Sluis N. V.,tel.: 045-7180 08Nijmegeii Van de Venne - Van derSluisN.v., tel.: 080-22 80 13Oldenzaal Oldenzaalse Bouwmaterialen-handelb.v., tel.: 05410-138 41Rotterdam van Wijngaarden & Co b.v.tel.: 010-28 14 44IIIR=1,3-1,9-3,0 m2 K/W ^DATOisolatie-een hoog-geisoleerdconstructiefkant-en-klaar productvoor woningen,scholenen utiliteitsbouwbv datovloeren, ellermanstraat 15, amsterdampostadres: postbus 4188, 1009 AD amsterdamtel. (020) 932 933, telex 11558 - beasd-nldroge, snelle en eenvoudigeverwerking met platenklem.geen bekisting, geenmontagejuk.met kruipluik en meterput-sparing.ook geschikt voorgevarieerde bouw.volledig geisoleerdRe = 1,3-1,9-3,0 m2 K/W.Datovloeren maakt deel uit van VBI,Verenigde Bouwprodukten Industrie.IVDakbedekkingenrietdekkersbedrijfM. StoelBrandwijkGijbelandsedijk 80Tel 01844 - 1491Wijk en AalburgGrote Kerkstraat 47Tel. 04164- 1787DERBIGUM dakbedekkmggemodificeerde bitumen in de kwaliteit:-- ''SP" speciaal polyester voor dakendik 3, 4 en 5 mm; rollen resp. 14, 11 en 8 m^;110 m breed-- "GC" voor parkeergarages en kunstwerkendik 5 mm, 8 m^ per rolin Nederland reeds ca, 10 miljoen m^ toegepastDERBIGUM IS U.V -bestendigDERBIGUM is vliegvuurbestendigShingles IMPERDEK en TOISITEmet dubbele glasvlieswapeningDHENACLITE - DHENATHERMhdutwolcement- en sandwich-h w.c. platen.DHENAPROFIL o.a. voor industriehallen, zelfdra-gend systeem voor dak- en wandconstructies,h.w c of sandwich-h.wc. platen gevat in een ijzerenprofiel, dik 7,5 of 10 cm;overspanning tot 5 meterISOL-GOMMA rubberschilfers gebonden metlatexhars op bitumenvilt voor zwevende vioeren;rollen van 5 X 1 meter?MPOLE. M. van de Pol'sHandelsonderneming B.V.Mauritskade 3Postbus 1522501 CD DEN HAAGTel. 070-605935Telex 32760j.dekluyverdakbedekking rhoon b.v.Ons bedrijf heeft zich toegelegd op hetgebied vanRENOVATIE- enONDERHOUDSWERKHebben reeds vele malen in opdrachtvan de overheid gewerktWij specialiseren ons op het adviserenbij isolatieproblemenAmbachtsweg 7, 3161 RhoonTelefoon 01890- 6044TransportHarryVroomenINTERNATIONALETRANSPORTENEN VERHUIZINGEN? Alle transporter! en verhuizingen? Fabrieks-, school- en kantoorverhuizingen? Rijksverhuizingen en Rijkstransporten? Palletvervoer? Laden en lossen per autokraan? Alle ladingen gratis verzekerd? Verhuur van:gesloten verhuiscontainers (alluminium)? Specialisten helpen u snel, goed en voordelig.Vinkerstraat 58, 6464 GM KerkradeTelefoon 045-456702*Technische installatiesUande\V\\2-3 uur en eengeluidsisolatie van 36 tot 58 D.B.Tevens plaatsing en levering van Kozijnen,Raampartijen, Deuren enz.Ervaring in:Renovatie Woningbouw,Monumentenpanden,Ziekenlnuizen enNieuwbouw.Ambachtstraat 3b3861 RH NijkerkTelefoon: 03494- 58850XVIOr^aan van hetNederlands Instituut\oorRuimtelijke Ordeningen Volkshuisvesting IsJstedebouw en volkshuisvesting64e jaargang September 1 983Redactie:Ir. R.M.Th. AdriaansensDrs. H.J.M. van AlphenDrs. A.J. van der BurgDr. H. van der CammenDrs. L.G. GerrichhauzenIr. J. HeelingIr. K.R. de PoelProf. J. RothuizenMr. A.M. Schaap-DubbelboerRecensieredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-469652Redactie, adniinistratie enpublikaties ter recensie:Van Speykstraat 252518 EV Den HaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Richtlijnen voor auteursAuteurs van artikelen enboekbesprekingen kunnendesgewenst op het redactie-secretariaat een exemplaar van de'Richtlijnen voor auteurs'aanvragen.Uitgave vanSamsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertentie-acquisitie:voor personeelsadvertenties:Postbus 42400 MA Alphen aan den Rijntelefoon 01720-62191voor produkt-advertenties:Postbus 4642400 AL Alphen aan den Rijntelefoon 01720-75257Opdrachten en materiaal wordenvoor de lOe van de maand,voorafgaande aan de maand vanverschijning, ingewacht.Ixisse numniers f 11,50ISSN 0039-0879Inhoud4()44054114194274.^8443449455464466469471473474475Denkraam"Planning-mix" voor recreatie, toerisme en landschap.ir. K.R. de PoelArtikelenBescherming van stads- en dorpsgezichten, gebruik eneffectiviteit van het bestemmingsplan, M. Gonggrijp-vanMourik, W. Derksen, R.A.F. Smook en Th.H.M. de BeerBescherming van stads- en dorpsgezichten, ervaringen uit eenstedebouwkundig onderzoek. R.A.F. Smook, M. Gonggrijp-vanMourik. W. Derksen en Th.H.M. de BeerGroeikern en grote stad, enkele aspecten uit de funktionelesamenhang tussen de groeikern Zoetermeer en deconglomeratie 's-Gravenhage, L. UrselmannDe benedenstad van Nijmegen, G. van BallegooijenArch/HPOP.R.O.-Jaaradvies 1983. drs. H.J.M. van Alphen endrs. D._HanemaayerDe operationele gebiedsaanwijzing, drs. A. HakkenbergHet Trendrapport Volkshuisvesting 1982, drs. E.F. SmeltDe Afdeling Rechtspraak van de Raad van State.mr.dr. A.H.A. LuttersIn Planologenland. H. van der CammenNieuwe publikatiesNieuws van de Raad van Advies voor de Ruimtelijke OrdeningNieuHs van de Raad voor de VolkshuisvestingAanvulling overzicht opieidingenMededelingen NIROVAankondigingenIn dit nummerter opening twee artikelen over de bescherming van stads- endorpsgezichten. De artikelen zijn gebaseerd op het onderzoek"Monumentenzorg en effeclen van centraal beleid". Ze dienenmede ter voorbereiding op een studiedag die SPO en SPJ op 6oktober a.s. over dit onderwerp zuUen houden.De resultaten van een onderzoek naar de funktionele samenhangtussen groeikern Zoetermeer en agglomeratie Den Haag wordengepresenteerd in de volgende bijdrage.Het herstel van de Benedenstad van Nijmegen staat centraalin het vierde artikel.In de volgende bijdrage komen de hoofdlijnen van het Jaarad-vies 1983 van het P.R.O. aan de orde.Het zesde artikel analyseert de rechtsfiguur van de OGA volgensde beginselen van de logica.De volgende bijdrage plaatst het Trendrapport Volkshuisvesting1982 in kritisch perspectief.Tenslotte een beschouwing over organisatie en functionerenvan de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State,Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1983 403Denkraam'"Planning-mix" voor recrieatie, toerisme en land-schapOp het gebied van de recreatie, het toerisme en het land-schap zijn of worden op vele vlakken van de planningactiviteiten ontplooid.Binnen het kader van dit Denkraam beperk ik me tothet gebied van de Randstad. De tweede beperking is, datik de plannen op grond van de Wet op de RuimtehjkeOrdening, de streekplannen, de structuurplannen en debestemmingsplannen hier niet expliciet ten tonele wilvoeren.Verscheidene jaren geleden stonden de recreatieba-sisplannen in de belangstelling, daarna volgden de struc-tuurvisies en stmctuurschema's, waarin het begrip Rand-stadgroenstructuur werd ontwikkeld. En nu staan deT.R.O.P.'s (Toeristisch - Recreatieve Overall- of Ont-wikkelings Plannen) centraal. En bovendien dienen delandschapsstructuurplannen zich aan.Recreatiebasisplannen hebben met name betrekkingop recreatievoorzieningen van bovenlokale betekenis. Zezijn, voorzover hun reikwijdte gaat, in de regel gericht opeen zo goed mogelijke afstemming tussen de functiesrecreatie, natuur en landbouw en het landschap.In de plannen voor de Randstadgroenstructuur en delandschapsstructuurplannen wordt de aandacht geves-tigd op het ontwikkelen van structuren als ruimtelijkedragers van verschillende functies.De T.R.O.P.'s zijn vooral gericht op het toerisme, metname wat betreft de grote ,,items", zoals de steden, destranden, de watersportgebieden en de themaparken.Deze plannen zijn meer dan de recreatiebasisplannenafgestemd op economische maximalisatie.Onder invloed van de zware economische recessie ver-vaagt het meer sociaal getinte begrip recreatie enigszinsen komt het meer economisch gerichte begrip toerisme inde schijnwerpers te staan. Het wereldje van de land-schaps- en recreatieplanners raakt langzaamaan ver-trouwd met nieuwe termen uit de economische wereld."Recreatie" verschuift naar "toerisme", "het treffen vanvoorzieningen" wordt "produkt" en "verscheidenheid invoorzieningen" wordt "product-mix".Deze ontwikkeling heeft tot gevolg, dat er een paradox,een schijnbare tegenstrijdigheid (of wordt het een echte?)kan gaan ontstaan tussen de ontwikkeling van het pro-dukt toerisme en die van het produkt recreatie.Zoals uit de gereedgekomen T.R.O.P.'s voor Limburg,Drenthe en Zeeland mag worden afgeleid, wordt het toe-risme geacht te zorgen voor economische impulsen enstimulansen. Aan de andere kant zijn er tekenen, diewijzen op een langzaam terugschroeven van het ontwik-kelen van recreatiegebieden en nieuwe landschapsstruc-turen, ook voor de Randstadgroenstructuur.Het ziet er naar uit, dat het plannen en cijfers boven hetlandschap zal blijven regenen en dat desondanks de "pro-dukten toerisme en recreatie" onvoldoende zullen gaangroeien; zeker niet tot in de hemel. Maar aan landschaps-architecten was het reeds langer bekend, dat de bomen -behoudens welHcht de Hemelboom (Ailanthus altissima)- niet tot in de hemel groeien.Om een redelijk resultaat te bereiken zal het noodza-kelijk zijn de verschillende ruimtelijke en economischeconcepties goed op elkaar af te stemmen. Maar wie zal devele invalshoeken en de verschillende planniveaus (rijks-,provinciaal en gemeentelijk niveau) tot een goede enwerkbare conceptie smeden? Zijn de streekplannen daarhet geeigende instrument voor en kan men de daarinopgenomen ideeen voldoende kracht bijzetten? Of heb-ben we - om in de T.R.O.P.-terminologie te blijven - een"planning-mix" nodig om de "w.a.t. (working aparttogether)-relaties" enigszins te doorbreken?Overigens blijf ik van mening, dat op lange termijnbezien het in stand houden, c.q. het ontwikkelen vangoede landschapsstructuren de basis zal moeten blijvenvormen om een doeltreffende planning voor recreatie entoerisme mogelijk te maken; ook economisch gezien.Goede visies daarop blijven onmisbaar. De VisieLandschapsbouw uit 1977 kan worden beschouwd alseen duidelijke aanzet tot het ontwikkelen van duurzameen voor de toekomst passende landschapsstructuren.Hierop aansluitend wil ik wijzen op de betekenis, die hettot stand brengen van een omvangrijker en beter samen-hangend stelsel van bevaarbare meren, plassen en water-lopen voor de Randstadgroenstructuur kan hebben.Daarbij zullen we voor bepaalde gebieden - om metLorzing te spreken - "De angst voor het nieuwe land-schap" (1982) moeten overwinnen.Op dit moment ontbreekt het nog teveel aan duidelijkerichtingen en orientatiepunten. In dit opzicht kan men devergelijking maken met de nu haast verdwenen zichtlij-nen, die vanuit verschillende richtingen vanaf een aantalbuitenplaatsen rondom Utrecht zijn gericht op een orien-tatiepunt, de Dom.In deze tijd is de aandacht op andere orientatiepuntenen doelen gericht, maar zolang - in overdrachtelijke zin -dergelijke zichtlijnen een duidelijk perspectief op hetgestelde doel bieden, kunnen we voort. En dat dient danmet name te gelden voor de onderlinge afstemming vanhet doel van de economische zichtlijn en die welke leidttot het ontwikkelen van goede landschapsstructuren.Maar, wanneer we geen "planning-mix" toepassen, isde kans groot, dat we plotsklaps komen te staan voor een"ha-ha" (een diepe, droge greppel met aan een zijde eensteile muur, welke op enige afstand vanuit het park nietwaarneembaar is; dergelijke greppels werden veelvuldigin parken, die in de Engelse landschapsstijl zijn aangelegdtoegepast), terwijl de zichtlijnen als een wenkend pers-pectief verder gaan, over de heuvels naar het vandaar nietwaarneembare, maar toch beloofde economen- en plano-logenland.ir. K.R. de Poel** werkzaam bij Bum Maas, adviesburo voor landschapsarchi-tectuur en mUieuplanning te Breda en Zeist >"404 Stedebouw en Volkshiiisvesting, September 1983Bescherming vanstads- en dorpsgezichtengebruik en effectiviteit van het bestemmingsplanM. Gonggrijp-van Mourik"W. DerksenR.A.F. SmookTh.H.M. de BeerHet is de bedoeling van de wetgever dat het bestemmingsplan ex art. 37 lid 5 WRO hetstedebouwkundige en juridische instrument is waarmee de bescherming van stads- endorpsgezichten wordt geregeld.Uit het onderzoek "Monumentenzorg en effecten van centraal beleid" blijkt dat hetbestemmingsplan door de totstandkomingsprocedure en opzet en inrichting nauwe-lijks als zodanig kan functioneren.Hierbij enige kritische notities en een aantal aanbevelingen voor een beter geregeldbeschermingsbeleid.InleidingIn dit artikel zal aandacht wordenbesteed aan het bestemmingsplan exart. 37 lid 5 Wet op de RuimtelijkeOrdening (WRO), strekkende ter be-scherming van een op grond van deMonumentenwet aangewezen be-schermd stads- of dorpsgezicht. Aan-wijzing tot beschermd stads- of dorps-gezicht verphcht de betrokken gemeen-teraad binnen maximaal twee jaar eenbeschermend bestemmingsplan vast testelleni). De wetgever beoogde hiermeete bereiken dat in een stedebouwkundigplan de randvoorwaarden zouden wor-den vastgelegd, welke dienen te wordengerespecteerd bij de ruimtelijke ontwik-keling van het stads- of dorpsge-zicht2).Nu onder meer gemeenteraden niet ofniet tijdig aan deze verplichting blijkente voldoen, rees bij de rijksoverheid devraag of het gevoerde beleid met betrek-king tot de bescherming van stads- en* Juriste bij de Vakgroep StaatsrechtelijkeVakken van de RU Leidendorpsgezichten wel effectief was. Ditleidde tot een onderzoeksopdracht vande Ministeries van VROM en WVC aande Vakgroepen Staatsrechtelijke Vak-ken en Politieke Wetenschappen van deRijksuniversiteit Leiden, met medewer-king van het Stedebouwkundig BureauKuiper Compagnons, Rotterdam. Hetverslag van dit onderzoek is onlangsverschenen onder de titel "Monumen-tenzorg en effecten van centraal be-leid"3).Op deze plaats zal hoofdzakelijk aan-dacht worden besteed aan een aspectvan het onderzoek, namelijk het be-schermend bestemmingsplan.Kunnen met een bestemmingsplan dergelijke excessen worden voorkomen? (Haven NZ,Bergen op Zoom)Stedehouw en Volkshuisvesting, September 1983 405bescherming stads- en dorpsgezichtenDe totstandkoming van hetbeschermend bestemmingsplanHet Rijk wijst gezichten aan tot be-schermd stads- of dorpsgezicht met hetoogmerk mede met behulp van een be-schermend bestemmingsplan het be-houd van het gezicht veihg te stellen.Beschermende bestemmingsplannenzijn dus indirecte effecten van het rijks-beleid en deze passieve bescherming -het bestemmingsplan is kaderschep-pend - is een essentieel element in hetbeschermingsbeleid.Uit het onderzoek blijkt dat op 1 juli1981 voor 57 van de 158 aangewezenstads- en dorpsgezichten een bescher-mend bestemmingsplan vigeerde (zietabel), waarvan 46 plannen het gehelegezicht bestreken. Uitgaande van devaststellingsplicht van de gemeenteraadkan worden geconstateerd dat voor 89beschermde gezichten een 37.5 plan wasvastgesteld; 13 hiervan moesten nogdoor Gedeputeerde Staten (GS) wordengoedgekeurd en tegen 19 plannen wasHet bestemmingsplan zou ook dit soort ontwikkelingen moeten voorkomen. (Stationstraat,Bergen op Zoom)beroep op de Kroon aangetekend. Be-trekken we hierbij het jaar van inschrij-ving van het betrokken gezicht, danblijkt dat in 14% van de gevallen (22 vande 155) het beschermend bestemmings-plan binnen twee jaar na inschrijvingStand van zaken met betrekking tot beschermende bestemmingsplannen op 1 juli 1981naar jaar van inschrijvingbest.planbest.plan alleengeen alleen goedge- best.planbest.plan vastgesteld keurd vigerend n1966 4 _ 13 171967 8 -- 3 8 191968 5 1 -- 7 131969 13 3 2 3 211970 5 1 3 9 181971 8 1 -- 4 131972 4 2 3 3 121973 2 1 -- 4 71974 6 -- 4 1 111975 2 -- 1 4 71976 4 -- -- - 41977 2 1 -- - 31978 3 1 1 1 61979 1 2 1 ~ 41980 2 -- 1 -- 31981 - - - - -totaal 69 13 19 57 158bron: schriftelijke enquetewerd vastgesteld. Bij uitzonderingwordt binnen de wettelijke termijn aande wettelijke vaststellingsplicht vol-daan.Nu het bestemmingsplan een duide-lijke rol dient te vervullen in het rijks-beschermingsbeleid, dient de totstand-komingsprocedure nader te worden be-zien, waarbij tevens van belang is, datniet eerder - met uitzondering van debestemmingsplannen buitengebied'') -een dergelijke specifieke groep plannenwerd vergeleken.Uit een schriftelijke enquete onderalle betrokken gemeentebesturen ko-men een aantal indicaties tevoorschijnten aanzien van de duur van de proce-dure.Gemiddeld duurt het 2,3 jaar voordatna de inschrijving tot beschermd gezichthet gemeentebestuur start met de voor-bereiding van het beschermend plan.Dit plan had dan conform art. 37.5WRO al vastgesteld dienen te zijn.Wordt met de voorbereiding begon-nen, dan duurt het ruim vijfjaar voordathet bestemmingsplan wordt vastge-steld. Daarvan neemt het vooroverlegex art. 8 BRO ongeveer anderhalfjaar inbeslag. Zowel bij de eerste ter visie leg-406 Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1983bescherming stads- en dorpsgezichtenging als bij het vervolg van de procedurewordt ruim gebruik gemaakt van demogelijkheid bezwaar aan te tekenen.Veelal betreft het echter bezwaren diezich niet richten tegen het beschermen-de karakter van het plan. Voorzover ditwel het geval is, zijn er in het algemeenzowei voor- als tegenstanders van strin-gente regeling van beschermenswaardi-ge aspecten aanwezig.Wanneer deze gegevens worden ver-geleken met de gegevens uit een naderveldonderzoek in 57 gemeenten, betref-fende 60 stads- en dorpsgezichten, blijktna 1970 in alle betrokken gemeenten devoorbereiding van het bestemmings-plan al voor de inschrijving van de aan-wijzing gestart te zijn. Dit is naar allewaarschijniijkheid toe te schrijven aaneen veranderd aanwijzingsbeleid van derijksoverheid. Werd in dejaren zestig deaanwijzing nogwerkelijk "opgelegd", inmeer recentejaren is de aanwijzing ont-wikkeld tot een bekrachtiging van eendoor gemeenten en Rijk gezamenlijkontwikkeld beschermingsbeleid.Uit het veldonderzoek komt overtui-gend naar voren dat voor de duur van devoorbereidingsfase van het bescher-mende bestemmingsplan de houdingvan het gemeentebestuur en met namede houding van het College van B en Wvan doorslaggevende betekenis is. In hetalgemeen kan worden gesteld dat dezehouding tot rond 1970 nogal negatiefwas. Met het opkomen van de stadsver-nieuwing en de aandacht voor de hand-having en verbetering van de bestaandebebouwing, werd de houding tegenoverde aanwijzing en het beschermend be-stemmingsplan positiever. Beschermenwordt op lokaal niveau echter belangrij-ker gevonden dan het opstellen van eenbeschermend bestemmingsplan.Al deze aandacht voor de bescher-ming van stads- en dorpsgezichtenneemt niet weg, dat, gevraagd naar zijnprioriteiten, ook een positief gestemdgemeentebestuur deze beschermingsac-tiviteit in de praktijk op een laag pitjeblijkt te zetten. De aandacht voor hetbeschermende bestemmingsplan is in deprioriteitstelling beduidend geringerdan die voor het beschermen van dewaardevolle structuur.Uit het veldonderzoek komt wel eenaantal mogelijke verklaringen naar vo-ren, die het gebrek aan belangstellingvoor het beschermend bestemmings-plan kunnen verklaren. Zo is het veelal(politick) aantrekkelijk om een bestem-mingsplan te ontwerpen voor een stads-of dorpsuitbreiding. Het beschermendbestemmingsplan voor een binnenstadc.q. bestaande bebouwing brengt im-mers in het algemeen kosten met zichdie niet via de uitgifteprijs van de grondkunnen worden verhaald. Een 37.5-planlevert door zijn gedetailleerdheid toch alextra kosten op. Deze gedetailleerdheidkan tevens bij het gemeentebestuur deangst oproepen aan handen en voetengebonden te zijn. Ook wordt nogal eensgetwijfeld aan het nut van een bescher-mend bestemmingsplan en zeker aan denoodzaak van zeer stringente voor-schriften. Een nadere analyse van devigerende 37.5-plannen is uitgevoerdom na te gaan hoe deze plannen - zo zijwerden opgesteld - werden ingevuld.Aan de hand van deze gegevens kan eenrelatie worden gelegd met de mate vanbehoud van de cultuurhistorische ka-rakteristieken van het beschermde ge-zicht.Het beschermend bestemmingsplanHet beschermend bestemmingsplanmoet een basis vormen voor een ruim-telijke ontwikkeling die inspeelt op deaanwezige kwaliteiten, zo luidt de stan-daardformulering in de toelichting opde aanwijzing sinds 1979. Duidelijk isdat hieraan op uiteenlopende wijzevorm kan worden gegeven, temeer daarook de cultuurhistorische karakteristie-ken per beschermd gezicht varieren. Omeen vergelijkbaar beeld van de diverseplannen te krijgen is gezocht naar eenaantal algemene karakteristieken, die inieder geval regeling zouden behoeven.Uiteindelijk is bij 20 vigerende (gede-tailleerde) bestemmingsplannen onder-zoek gedaan naar de regeling van devolgende kenmerken:- de grootte van het basiselement (demoduul)- het toelaten van de verschillendefunctiesMuseaal behoud: schrik voor vele gemeentebesturen. (Bourtange)Sledehouw en Volkshuisvesting, September 1983 407bescherming stads- en dorpsgezichten- het behoud van de verkavelingsstruc-tuur- het behoud van het stedeHjk inte-rieur- het behoud van het bouwkundig ele-ment- de detaillering van het bouwkundigelementOm een bruikbare vergelijkingsmaatte verkrijgen is in de analyse bij de rege-ling van de kenmerken een driedelingaangebracht naar mate van verfijningvan de regeling. Daarnaast is gekekennaar het bij het bestemmingsplan beho-rende kaartmateriaal, zoals gevelwand-kaarten.De analyse van de bestemmingsplan-nen levert een uiteenlopend beeld op.Enkele voorbeelden: 13 plannen gaanvergezeld van een kappenkaart, 12 vaneen gevelwandtekening en 7 plannenbevatten een architectonische kwah-teitskaart. Bij de regehng van het basis-element vinden we ook de strooksgewij-ze bestemming, veelal in combinatiemet de verzamelbestemming gemengdedoeleinden.Slechts over een ding zijn alle plan-nenmakers het eens: er moet wordengebouwd in de voorgevelrooilijn. Vrij-stelling is vaak mogelijk maar veelalslechts na inschakehng van adviesin-stanties, zoals RDMZ of een lokalemonumentencommissie c.q. commissiebeschermd stads- of dorpsgezicht. Aan/ de regeling van de overige bebouwings-grenzen - hoewel essentieel voor de ver-kavelingsstructuur - wordt veel minderaandacht besteed.De meer recente bestemmingsplan-nen zijn gedetailleerder dan de plannenuit de beginperiode. Een aantal moge-lijk bedreigende situaties, zoals woning-splitsing, niet aaneengesloten bouw diede straatwand onderbreekt, kleurver-schieten naar functies e.d., leidt tot ver-nuftige oplossingen in de voorschriftenvan het plan. Helaas neemt de omvangvan de voorschriften (meer dan) evenre-dig toe en vereist de leesbaarheid inenkele gevallen zelfs per voorschrift toe-lichtende schetsjes. Enig deregulerenGeslaagd herslel van de stedebouwkundige structuur met behulp van een bestemmingsplan.(gebied Italiaanse Zeedijk, Hoorn)lijkt dan ook op zijn plaats.Ook wordt veelvuldiger gebruik ge-maakt van de mogelijkheid een stelselvan aanlegvergunningen op te nemen.Sinds het KB Goedereede uitsluitsel gafover de mogelijkheid een aanlegvergun-ning voor het slopen verphcht te stellenin een beschermend bestemmingsplan,ontbreekt deze bepaling niet meer.Daarnaast is een aanlegvergunningvoor kappen en rooien of voor het aan-brengen van oppervlakteverhardingenniet ongebruikelijk. In veel gevallenwordt bij de verlening van de vergun-ning de RDMZ of een specifieke bege-leidingscommissie ingesteld.De toenemende detaillering in devoorschriften brengt met zich mee, datin de plannen een uitgebreid stelsel vanvrijstellingsmogelijkheden is te vinden.Hierbij moet men er op bedacht zijn, dattoepassing op ruime schaal van de vrij-stellingsmogelijkheden - evenals van dewijzigingsbevoegdheid - tot gevolgheeft dat het stedebouwkundig resul-taat een ander beeld oplevert dan bij hetontwerpen van het plan voor ogenstond. Door het toepassen van art. 19-procedures kan het resultaat eveneensnogal afwijken van het door het bestem-mingsplan gewaarborgde kader. Voegdaarbij de problematiek van het illegalebouwen (en aanleggen) en de noodzaakdringt zich op te bezien in hoeverre destedebouwkundige ontwikkeling vanhet beschermde gezicht aansluit bij deop het stedebouwkundig plan te base-ren verwachtingen.De mate van behoud en hetbeschermend bestemmingsplanIn het onderzoek is geen aandacht ge-schonken aan het verlenen van vergun-ningen. De gevolgen van het vergunnin-genbeleid zijn echter duidelijk zichtbaarin het stedebouwkundig onderzoek vande 60 betrokken beschermde stads- endorpsgezichten. Welke invloed nu blijkthet beschermend bestemmingsplan uitte oefenen op de mate waarin de be-schermenswaardige cultuurhistorischekarakteristieken zijn behouden?Uit de analyse volgt dat in de onder-zochte periode (1966-1981) zowel voorde aangewezen als de niet-aangewezen408 Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1983bescherming stads- en dorpsgezichtengezichten een verbetering in de matevan behoud viel te constateren. Dezeverbetering was niet terug te voeren opde aanwijzing zelf. Veeleer zal ook hierde al eerder vermelde veranderde optiekten opzichte van het beiioud van cul-tuuriiistorische waarden een rol spelen.Richten we de analyse op de aan- ofal'wezigheid van beschermende bestem-mingspiannen, dan kan evenmin eenverband worden aangetoond met demate van behoud. Zo zijn van de 9heschermde gezichten, waarvoor al voorde derde deelperiode (1978-1981) eenbeschermend bestemmingsplan vigeer-de er 2 relatief goed behouden, 3 modaalbehouden en 4 relatief slecht. Van de 51resterende gezichten waarvoor geen37.5-plan vigeerde, waren er 18 relatiefgoed behouden, 17 modaal behoudenen 16 slecht behouden. Wordt naderoflderzocht welke invloed de mate vandetaillering van het beschermende planuitoefent op de mate van behoud vanhet gezicht, dan vinden we hetzelfderesultaat.Er bestaat geen verband tussen demate van detaillering en de mate vanbehoud. Evenmin vertoont de gedetail-leerdheid van de afzonderlijke voor-schriften in de regel enig verband met demate van behoud. De nauwkeurige de-taillering van bestemmingsplannen,waarop zeker ook uit een oogpunt vanrechtszekerheid sterk de nadruk wordtgelegd, heeft niet de effecten die men ervan verwacht.Een verdergaande analyse leidt tot deslotsom dat de enige factor die wel cor-releerde met de mate waarin de karak-teristieken van het stads- of dorpsge-zicht behouden zijn gebleven, is de hou-ding van het gemeentebestuur tegen-over de bescherming. Voor het behoudvan de gezichten is het van wezenlijkbelang dat het gemeentebestuur nietnegatief staat tegenover bescherming.Een positief ingesteld gemeentebestuuris kennelijk in staat aantastingen voorhet (beschermde) gezicht tegen te hou-den of een zodanig klimaat te scheppendat het niet zover komt.AanbevelingenUiteindelijk leiden de uitkomsten vanhet onderzoek tot de conclusie dat hetformele instrumentarium van de rijks-Goed heleld kan ook ontsporen. (Zuiderhaven, Harlingen)overheid ter bescherming van stads- endorpsgezichten ineffectief is. Ten aan-zien van het informele overleg moet eenvoorbehoud worden gemaakt, omdathet informele instrumentarium in hetonderzoek onvoldoende tot uitingkwam. Alhoewel uit het onderzoek nietde conclusie mag worden getrokken, dateen decentraal beleid wel effectief is,hebben de onderzoekers in hun aanbe-velingen wel gekozen voor een decen-traal beleids).Behalve als politieke keuze is dezeopzet ook verklaarbaar vanuit het on-derzoeksresultaat: nu de bemoeienisvan de rijksoverheid niet bepalend isvoor de mate van behoud van de be-schermde structuur is er geen reden debeleidsbepaling aan de centrale over-heid over te laten. Tevens zijn wij vanmening dat het beheersbeleid voor debeschermde structuur moet worden ge-voerd binnen het stads- en dorpsver-nieuwingsbeleid. Op die wijze kan eenintegratie van monumentenzorg enruimtelijke ordening worden bereikt.Daarom hebben wij in een decentraleopzet aansluiting gezocht bij het instru-mentarium van de toekomstige Wet opde Stads- en dorpsvernieuwing.Uitgangspunt in deze opzet is eengebiedsaanwijzing door de gemeente-raad van het betrokken gezicht tot be-schermde structuur. Deze mogelijkheidwordt verwerkt in de Wet op de Stads-en dorpsvernieuwing, zodanig, dat hetinstrumentarium uit deze wet mededienstbaar kan worden gemaakt aan debescherming van de uit cultuurhisto-risch oogpunt beschermde structuur.Hierdoor wordt een gerichte toepassingvan de leefmilieuverordening mogelijken wordt slopen in de beschermde struc-tuur krachtens de wet reeds vergunning-plichtig. Eventueel kan ook de ver-scherpte aanschrijving tot woningver-betering ter bescherming van de be-schermde structuur worden gehan-teerd.Wel is noodzakelijk dat de criteria,aan de hand waarvan de toekenning vande financiele middelen op basis van deStedehouw en Volkshulsvesting, September 1983 409bescherming stads- en dorpsgezichtenWet op de Stads- en dorpsvernieuwinggeschiedt, worden aangepast aan deaanwezigheid van een beschermdestructuur binnen het stads- of dorpsver-nieuwingsbeleid.In deze centrale opzet is een kleine rolweggelegd voor de centrale overheid.Uitgaande van het feit dat de enkeleaanwezigheid van een beschermdestructuur in het algemeen leidt tot eenzekere kostenverhoging van het norma-le onderhoud, achten we een geringetegemoetkoming van de zijde van derijksoverheid wel op zijn plaats. Daar-toe kan de gemeenteraad de bescherm-de structuur bij de minister van WVCvoordragen voor de statusverlening be-schermde structuur. Deze status geeftrecht op een uitkering op basis van eenverfijningsregehng beschermde structu-ren (een aanpassing van de verfijnings-regehng historische stadskernen).Rest nog een laatste opmerking. In detoekomstige Wet op de Stads- en dorps-vernieuwing speelt het stadsvernieu-wingsplan een belangrijke rol.Nu wij de bescherming van cultuur-historisch waardevolle structuren metbehulp van het instrumentarium uitdeze wet ter hand willen nemen, rijst devraag of wij van het stadsvernieuwings-plan meer heil mogen verwachten danvan het bestemmingsplan ex art. 37 lid 5WRO. Die vraag is moeilijk te beant-woorden. Voor het stadsvernieuwings-plan pleit de uitvoeringsgerichtheid vandit plan. Tegenargumenten kunnenworden ontleend aan de negatieve in-vloed van de naar alle waarschijnlijk-heid eveneens lange totstandkomings-procedure. Nu dit wetsontwerp in hetkader van de dereguleringsoperatie zalworden bezien, kan naar vereenvoudi-ging van zowel de inhoud van het planals de totstandkomingsprocedure wor-den gestreefd.Noten1Formeel-juridisch vloeit deze verplichtingvoort uit de inschrijving van de aanwijzingin de daartoe bestemde registers. Tenzijuitdrukkelijk anders vermeld verstaan wijonder aangewezen gezichten ingeschrevenbeschermde stads- en dorpsgezichten. Be-schermenswaardige gezichten zijn diestads- en dorpsgezichten die opgenomenzijn in de Herinventarisatienota van deRDMZ(1981).2II-K 55-56, 4115 no 2 MvT en standaard-formulering bij de recente toelichtingen bijaanwijzingen tot beschermd stads- ofdorpsgezicht.3Kluwer, Deventer, 1983.4Bouwman-Geeraedts, M.B.Ph. en G. Jan-sen: Het buitengebied landelijk bezien.Rapport van het onderzoek naar de knel-punten bij de totstandkoming van bestem-mingsplannen buitengebied. Bijlagen.R.U. Leiden/Rijksplanologische Dienst,Leiden, 1981.5Naast het onderzoeksverslag (via de boek-handel) is via de onderzoekers een aparteuitgave verkrijgbaar van de samenvattingen de aanbevelingen met toelichting.Foto's Rudger SmookOver het in dit en het volgende artikel besproken onderzoek vindt op 6 oktober1983 in NIROV-verband een studiedagplaats.De leden van de SPO en de SPJ ontvangen een persoonlijke convocatie.AnderegeinteresseerdeNIROV-leden kunnen het volledigeprogramma aantref-fen bij de Mededelingen elders in dit nummer.410 Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1983Bescherming vanstads- en dorpsgezichtenervaringen uit een stedebouwkundiq onderzoekR.A.F. Smook*M. Gonggrijp-van MourikW. DerksenTh.H.M. de BeerInleidingBeschermde stads- en dorpsgezichtenbestaan in Nederland sinds de invoe-ring van de Monumentenwet in 1961.In het genoemde onderzoek, dat alsondertitel draagt: "Een analyse van debescherming van stads- en dorpsgezich-ten" speelt een stedebouwkundige be-oordeling van het beschermde gezichteen belangrijke rol.Niet eerder is een poging gedaan cmte bepalen hoe het de beschermde ge-zichten - en de nog te beschermengezichten - in de loop van de tijd instedebouwkundig/architectonisch op-zicht is vergaan.Wie de verscheidenheid van stede-bouwkundige milieus, die waard zijnbeschermd te worden, kent, weet dat demate waarin het behoud van karakteris-tieke elementen van het gezicht ge-slaagd is wel goed in "het veld" te erva-ren is, maar zich moeilijk laat beschrij-ven, laat staan laat meten.Met behulp van de kwadratuur waar-deringsmethode is bereikt dat de* Architect-stedebouwkundige KuiperCompagnons RotterdamNa twintig jaar artikel twintig van de Monumentenwet is in het onderzoek ,,Monu-mentenzorg en effecten van centraal beleid" voor het eerst een poging gedaan om temeten wat er architectonisch/stedebouwkundig van beschermde stadsgezichtenterecht is gekomen.Hierbij een beschrijving van het meetinstrument, de bantering ervan en een verslagvan enige ervaringen in het beschermde gezicht.AanbeveUngen, strekkende tot verbetering van de situatie ziJn als afsluiting opge-nomen.spreekwoordelijke appels en peren metelkaar zijn te vergelijken en dat er eenbasis kan worden verkregen voor hetaangeven van de mate van behoud vankarakteristieke elementen. Enige erva-ringen, die opgedaan zijn bij de beoor-deling van zestig, over geheel Nederlandverspreid liggende - al of niet - aange-wezen beschermde stads- en dorpsge-zichten mogen niet op de achtergrondblijven en worden hierbij gerapporteerdtezamen met enige overpeinzingen in devorm van aanbevelingen hoe het in detoekomst wellicht bcter kan gaan metbeschermde gezichten.De wijze van waarderen en meten- Bepalen en in kaart brengen vanveranderingenDe kwadratuur waarderingsmethodekan gebruikt worden om veranderingenin een stedebouwkundige structuur inkaart te brengen en te waarderen. Daar-toe moeten veranderingen, die binneneen bepaalde tijd in een gebied plaatshebben gevonden en die aan bepaaldevooraf gestelde toetsingscriteria vol-doen, worden aangetekend op een kaartwaarop over de bestaande stadsplatte-grond een raster (grid) is gelegd.De gedetermineerde verandering -hierover straks meer - wordt in een ofmeer vierkanten van het raster aangege-ven al naar gelang de "grootte" of"zwaarte" van de verandering.De mate waarin de gehele stedebouw-kundige structuur is veranderd, kan nubepaald worden doora. het aantal aangetekende vierkantente delen op het totaal aantal vierkantendat het te onderzoeken gebied beslaatofb. het aantal aangetekende vierkantente delen op het totaal aantal veranderin-gen binnen het gebied.In het eerste geval wordt het aantalveranderingen per oppervlakte-eenheidals maat gehanteerd, in het tweede gevalis de vergelijkingsmaat gerelateerd aande geconstateerde dynamiek (aantalveranderingen per tijdseenheid).- Het beoordelingscriteriumNiet hoe je meet is bepalend voor hetmeetresultaat: wat je meet, is uiteraardhet belangrijkste.Bij de beoordeling van de mate waar-in een beschermingsbeleid ten aanzienvan het gezicht geslaagd moet wordengenoemd, wordt het toetsingscriteriumaangegeven door de instantie die in veelSleJehouw en Volkshuisvesting, September 1983 4Hbescherming stads- en dorpsgezichtengevallen het initiatief tot de bescher-ming heeft genomen: de Rijksdienstvoor de Monumentenzorg.In de toelichting op aanwijzing totbeschermd stads- of dorpsgezicht wordteen overzicht gegeven van bescher-menswaardige elementen van het ge-bied. Zaken als stratenpatroon, karak-teristieke verkavelingen, bijzondereruimtehjke structuren en zelfs de stede-bouwkundige functie van afzonderlijkegebouwen en ruimtelijke elementenworden in de oudere toehchtingen sum-mier, maar in de nieuwere zeer uitge-breid genoemd.Door de toelichting op de aanwijzingals meet-eenheid en de kwadratuurmet-hode als meetinstrument te hanteren, iseen maat te verkrijgen waarmee be-schermde gezichten onderling verge-leken kunnen worden.- Beoordeling op vier aspectenDe in de toelichting op de aanwijzinggenoemde beschermenswaardige ele-menten kunnen in vier begrippen wor-den ontleed. In de te beoordelen situatiekan aan ieder begrip afzonderlijk eenwaardering worden gegeven. Hierdooris een overzicht te verkrijgen van deaard van de veranderingen per gezicht.Door de gedetermineerde veranderin-gen met een zekere weging op te tellen,is het gehele veranderingspatroon tewaarderen. De onderscheiden vier as-pekten zijn als volgt te omschrijven:VormStedelijke structuren kunnen wordenbeschouwd als te zijn opgebouwd uitbasiselementen waarvan het afzonder-lijke gebouw met zijn in iedere situatieverschillende vorm, afmeting en karak-ter het belangrijkste is. Veranderingenvan dit basiselement worden gewaar-deerd in de categoric vorm. Daarbijwordt ervan uitgegaan dat de verande-ring beperkt is tot bijvoorbeeld veran-dering van de gevel(s) of tot geringewijziging van de bouwmassa. Verande-ringen in de vormgeving hebben doorhun beperktheid in omvang doorgaansgeen grote gevolgen voor de stedelijkestructuur.SchaalIndien tegelijkertijd een aantal basisele-menten van de structuur is gewijzigdzonder dat daarbij het stedelijk weefselin essentie is aangetast, is er sprake vanverandering van schaal. Het kan de ver-andering of vervanging van grote delenvan de gevelwand betreffen, indien debestaande voorgevelbouwgrens wordtgerespecteerd en er ook qua hoogte nietopvallend van het bestaande stedelijkebeeld wordt afgeweken.Schaalveranderingen zijn niet zondermeer te beschouwen als een optellingvan afzonderlijke vormveranderingen,omdat het bij de eerste gaat om grotereafwijkingen van de bestaande situatie,door bijvoorbeeld het verloren gaan vankenmerkende verschillen per pand ineen gevelrij.StructuurBij de beoordeling kan in de categoricstructuur gescoord worden als het oor-spronkelijke stedebouwkundige gege-ven ernstig is aangetast of niet meerherkenbaar is dan wel weer herkenbaaris gemaakt. Het gaat hierbij om kaal-slaggebieden of om reconstructiegebie-Veranderingen in een gevelwand te zien als een vormverstoring.den waarbij de oorspronkelijke stede-bouwkundige structuur bij de invullingis genegeerd of weer is hersteld. Ookbetreft het sanerings- of sloopgebiedenof kavels in de gevelwand waarvan debebouwing is verdwenen.Tevens zijn bouwactiviteiten als niet-passend te beoordelen als zij in ernstigemate afbreuk doen aan de stedebouw-kundige kwahteiten van het gebied.FunctieOok het gebruik (of de functie) vangebouwen heeft effect op de waarderingvan het behoud van de nederzetting.Toch is dit begrip moeilijk zodanig teobjectiveren dat het belang van de func-tie kan worden afgewogen tegen eerder-genoemde veranderingen naar vorm,schaal en structuur.- WerkwijzeOver een kaart van het te waarderengebied moet een raster worden gete-kend. De maaswijdte hiervan dient teworden gekozen aan de hand van het teonderzoeken gebied en bepaalt in zeke-re zin de gevoeligheid van het meetin-strument. In dit onderzoek is gekozenvoor vierkanten van 25 bij 25 meter.Vervolgens worden in de te beoorde-len situatie alle veranderingen gei'nven-tariseerd voorzover ze geacht wordeninvloed te hebben gehad op het karaktervan het gezicht. Zo worden in stedelijkesituaties kleine verbouwingen aan deachtergevels van de panden, die veelalgerangschikt zijn in gesloten bouwblok-ken, niet gerekend.De gedetermineerde veranderingen(uitgesplitst in vorm, schaal, structuuren functie) worden op de kaart aange-tekend en wel in zoveel vierkanten als deverandering beslaat. Als het nodig isernstige veranderingen te onder-scheiden van minder ernstige of modaleveranderingen is in het eerste geval eengroter aantal vierkanten van een waar-dering te voorzien.De veranderingen naar de genoemdeaspecten kunnen als een positieve of alseen negatieve verandering worden ge-412 Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1983bescherming stads- en dorpsgezichtenKwadratuur waarderingsmethode.Waarderingskaart voor fictieve situatie.Voor verklaring van de tekens zie hieronder.waardeerd. Veranderingen die wel ge-constateerd worden, maar die in hetlicht van het beschermenswaardige ka-rakter neutraal zijn te waarderen, wor-den wel met een punt op de inventari-satiekaart aangegeven, maar in de bepa-ling van de score niet meegeteld.In het archief van Bouw- en Woning-toezicht dient vervolgens te worden na-gegaan wanneer de geconstateerde ver-anderingen hebben plaatsgevonden enhoeveel v
Reacties