en volkshuisvesting65e jaargang, oktober 1984In memoriamGroeikernen- en groeistedenbeleidAlgemeen Uitbreidingsplan AmsterdamLokale woonlastenonderzoekingen alsmaatschappelijk signaalBestuurskundige bespiegelingenIn PlanologenlandAROB-trendsNieuwe publikatlesJaarverslag NIROV 1983samsomGipsvezelplaatIdeaal voor het vervaardigen vanonbrandbare, vochtbestendigeplafonds, wanden, daken en vioerenPtafonds/dakbeschQt? Onbrandbaar volgens DIN 4102 klasse A2.? Brandoverslag volgens NEN 3883 klasse 1.? Testrapport ter inzage.? Bevat geen asbest en gevaarlijke gassen.? Hoge warmte- en geluidsisolatie.? Strakoppervlakvoortegelen, schilderen,behangen en stofferen.? Vochtbestendig? Hoge stootvastheid? Makkelijk te spijkeren en te schroeven.Leverbaar100x150 cm SdiklOmm ^Verdiepingshoog:60 en 120 cm breeddiklO, 12'/2en15mmGroot formaat600 x254 cmAfwijkende formatenopaanvraagVerkrijgbaarbij de bouw- enhouthandel./ Fermacell ?[vanallekantenl\ thuis! ^ ?BORSUMIJ "" '"^ ABOUWSPECIALITEITEN B.V.Bloemendalerweg 30-42, WeespPostbus333,1380AH WeespTelefoon 02940 15155 - Telex 11552."SUMVJ8933 AJ LeeuwardenAchter de Hoven 2aTel. 058-129809Prive: 058-886107IsoRockBVSpouwmuurisolatie Thermopanedaken, vioeren, beglazing,en renovatieprojektentotalewoningisolatiesteenwol/l/l-^^IN/f^K1/1/k'Dntwerpers vaneigentifdse werk-en woonruimten.Wij zorgen voor optimaal woonkomfort of werk-klimaat binnen de mogelijkheden van konstruk-tie en kosten. Meer weten? Bel of schrijf naar:Postbus 2 1689ZG Zwaag. Tel. 02290-37138.U wilt toch ook komfortabelgenieten?Gun het publiek ook het maximale zitkomfort en pas Faico parkmeubilair toe in uw plannen.U zult er waardering mee oogsten. Bovendien zijn de produkten onderhoudsarm en solide. Ook is er demogelijklieid van individueel aangepast meubilair volgens uw schets of idee. De ronde banksegmenten zijn b.v.leverbaar in maar liefst 5 verschillende standaard radia, 3 kleurstrukturen en onderling koppelbaar. Overigensvoor ieder muurtje in weike vorm dan ook is een muurbank leverbaar.Vul nu de infocheque in of bel 05499-2105 en de infomap met het grootse programma wordt u toegezonden.In uw belang ... direkt doen Iveelzijdiger dan u denkt...POSTBUS 18 - 7670 AA VRIEZENVEEN - TELEFOON 05499-2105D zendt mij/ons uw informatiemapD ja, met prijslijstD neem kontakt op met:Als u problemen wiltvoorkomen.... schakel Faico dan bijtijds in. Wij zijn u gaarne behulpzaam met o.a.:rijwielstandaards voor het parkeren (eventueel diefstalveilig) van ons nationale vervoermiddel nr. 1: de fiets,hekwerken in een extra zware kwallteit met spijien, gedrukt geweven gaas of gelast traliehekwerk, subliem inuitvoering en montage door eigen monteurs, carports voor het overdekt parkeren van auto's, stimulerend vooreen hogere inruilwaarde, orion-luifels voor iiet overdekt wacliten of passagieren, overkappingen voorpersonen, fietsen, goederen, tuinmateriaal, auto's etc. in vele uitvoeringen en modellen, falconettes als kassa,telefooncel, portiersloge, kontroleburo en voor veel meer doeleinden dan wij kunnen bedenken.Dit zijn enige artikelen uit ons totale programme.Als u nu de infocheque invult kunt u over enige dagen in het bezit zijn van de uitgebreide dokumentatie.Natuurlijk mag u ook bellen: 05499-2105. Wij danken u voor uw bereidheid ons tijdig in te schakelen.veelzijdiger dan u denkt...POSTBUS 18 - 7670 AA VRIEZENVEEN - TELEFOON 05499-2105iiiiiiiroiiiiiwn zendt ons/mij uw InformatlemapD ja, met prijslijstOver:n rijwielstandaards D orion-luifelsD hekwerken D overkappingenn car-ports D falconettesllilillliilllFfNaam _Adres _Postcode _Telefoon _PlaatsPers.naami ooowwoooowoooooowooowrooowoooowoooow(4EaiIM ^ PLASTIC CENTRALEU lilewildkainp B.V.kunststofleidingsystemenEen begrip als het gaat omkunststofleidingsystemen ofkunststofdakgoten.Grote voorraden met KIWA, KOIVIO,GIVEG, KEIVIA en andere keuren.^igen bezorgdienst, eike week doorheel Nederland.plastic centraleHewiUkampb.v.KUNSTSTOFLEIDINGSYSTEMENRECHTSTREEKSE LEVERING!HOOFDBEDRIJFLUTTEN (OV.)Dedemsvaartseweg-Z. 59telefoon 05231 2099 *NEVENBEDRIJVEN(COMPLEET ASSORTIMENTlTERWOLDE (GLD.)Twelloseweg 101telefoon 05717-1202WEHL (GLD.)Raphaelstraat 1telefoon 08347-3319ERMELO (GLD.)Telgterweg 288 (Horst)telefoon 03417-52265GRASHOEK (L.)Marisstraat 27telefoon 04760-2296Zoekt u de IDEAL CV-ketelvoor nieuwbouw oflenovatie?Vraag dan direkt deStelrad documentatieaan. Want dan viiidtu zeker het idealezendement!Want daar gaat het toch om als u voor de keuze staat van CV-instal-laties. De ideale opbrengst/kosten verhouding. Qua terugverdientijd, verbruik en onderhoud.Hierop heeft Stelrad het bests antwoord met een grote rangeIDEAL-ketels vooreike capaciteit. Alle met de gietijzeren kern.Voor gas maar ook voor olie. Vraag dus nu onze documentatie aanen vervolgens een passende offerte voor uw objekt. Aan onze prijzenzai het niet iiggen!MOORELK^OBjeKT eeNKEMVABELB^Stelrad IDEALRENDEMENT BON Wilt u ons snel volledige documentatie zenden omtrent Iuw ketels met de volgende capaciteit; 'IIIwlFirma/Corp.:Naam:Straat, nr.:Postcode, plaats: _Telefoonnummer:Stelrad BV, afd. Ketels,Laagraven 65, Postbus4045,3502 HA Utrecht, telex 40637.030-885674Bouw- en aannemingManprojekten *Al 75jaarspecialisten inbescherming en verfraaiing.HADEKONINGBVHassinkweg 9 7556 BV HengeloTelefoon 074-913692Weg- en waterbouwWoningbouwRenovatieUtlliteitsbouwOnderhoudBetonreparatieen -beschermingBOUWBEDRIJFH. KOOPMAIUS B.UEkersdijk 151a7503 GA EnschedeTel. 053-600600Lage Kamp 137317 AT ApeldoornTel. 055-222341CARPAVE voor'n stroef en stabielwegdekVoordelenMet CARPAVE voorkomtU spoor- en ribbelvorming,scheuren, stopstrepen en"stripping" (loslaten vande bitumenhuid van desteen). Zelfs bij nat weerblijft het wegdek stroefmet CARPAVE. Bovendienneemt het gemakkelijkvocht op, zonder bij vorststuk te vriezen.CARPAVE is bestand tegenvorstbestrijdingsmiddelen.SamenstellingCARPAVE is flexibel genoegom de zettingen van deondergrond te volgen. Doortoepassing van gebrokennatuursteen, zand en vloei-bitumen is CARPAVE zowelflexibel als stabiel-Voor blijvende markeringvan b.v. parkeerterreinenis CARPAVE ook in kleurleverbaar,De folders liggen voor Uklaar, bel even!Koudasfalt bvTelefoon 01820-24344Gouderaksedijk 34 Postbus 377 2800 AJ GoudaIIJj.^n'j,-.;.--'i?.1*.t^hJiftviwopt'i imiwt-l^TVO, TIJDSCHRIR VOOROPENBAAR BESTUURBIEDT U PRAKTISCHEAGHTERGRONBINFORMATIEVOOR STUDIE EN PRAKTIJKHJpbeu aunden lijnTVO, Tijdschrift voor OpenbaarBestuur is een 22 maal per jaarverschijnend periodiek, dat een hand-reiking wil bieden aan bestuurders enhogere bestuursambtenaren bijgemeenten, gewesten, provincies endepartementen.Het staat mede ten dienste van weten-schapsbeoefenaren en studerenden inde bestuursrechtelijke en bestuurs-kundige sfeer en van opleidingen tothoger bestuursambtenaar.Aandacht voor vele aspectenNaast staats-, administratief- enbestuursrechtelijke facetten,behandelt TvO ook het functionerenen de taakuitoefening van hetopenbaar bestuur.Bovendien wordt aandacht besteedaan de verschillende beleidsterreinen(organisatie en management,financien, miheu etc.) en aanverhandehngen van bestuurs-sociologische en poHticologische aard.Vaste rubriekenTvO kent in ieder nummer een aantaltelkens terugkerende rubrieken, zoalsde kroniek AROB-jurisprudentie, dewetgevingskroniek en de (Hchtvoetige)caleidoscoop.Nu abonnerenAls u zich nu abonneert, weet u zicheen jaar lang verzekerd van toe-zending van TvO, Tijdschrift voorOpenbaar Bestuur. U kunt hiervoorgebruik maken van de antwoord-coupon die u in een open enveloppekunt sturen naar: Samsom Uitgeverijbv, Antwoordnummer 10152, 2400VB Alphen aan den Rijn. U kunt ookbellen: (01720) 6 21 20.tijdschrift voor openbaar bestuurI^^H tijdschrifteen uitgave vanSamsom Uitgeverij bvStadhoudersplein 12404 BE Alphen aan den RijnTel. (01720) 6 21 20^?nINTWOORDGOUPONTvOu9. noteert u mij voor een abonnement op TVO, Tijdschriftvoor Openbaar Bestuur a f 153,25. Voor het lopende jaarbetaal ik een evenredig deel van de abonnementskosten.Naam:.Adres;Postcode:.Telefoon: _. Plaats: _. Datum:Handtekening:In open enveloppe, zonder postzegel sturen naar: SamsomUitgeverij bv, Antwoordnummer 10152, 2400 VB Alphenaan den Rijn.IllKABELWERKENELEKTROMONTAGEAARDINGEN WATER-KRUISINGEN.OSINGA BVGASSELTERNIJVEEN TEL 05999-2214, 2360BUISLEIDINGENZINKERSWEGPERSINGEN METPERSLUGHT RAKET.V,?tNS^.9^??i>^,rf,?e 2.000 wohingen per jaar.Zoals in het eerste artikel vermeld,werd de interdepartementale commissieIWKW, later de ICOG, ingesteld ondermeer om noodzakelijke maatregelen opelkaar af te stemmen. Mede door dezecommissie werd een aantal instrumentenuitgedacht op basis van de suggesties uithet zgn. SOS-rapport, dat de groeige-meenten hadden opgesteld.Vanaf dat moment werden de gemeen-ten dan ook met concrete financiele bij-dragen gesteund.Van de instrumenten zijn in de loop dertijd de lokatiesubsidie (overigens niet uit-sluitend voor groeikernen en -steden), dehoofdinfrastructuursubsidie en de verfij-ningsregeling (een verruiming van de al-gemene middelen van de groeikern, dusniet groeistad) de belangrijkste gewor-den, de andere instrumenten stellen fi-nancieel minder voor, maar hebben voorindividuele gemeenten wel degelijk eenfinanciele en psychologische steun bete-kend. Om enig idee te geven van deomvang: in 1976 werd ruim 300 miljoengulden aan infrastructuur uitgegeven, ennog eens 30 miljoen als verfijning.Na 1978 nam de produktie in de groei-kernen sterk toe. De gemeenten steldenzich dan ook in op verhoogde taakstel-lingen; de financiele injekties kwamen opeen moment dat de gemeenten daar orga-nisatorisch klaar voor waren. Een en an-der is te zien aan de cijfers waarin hetaandeel van de produktie in groeikernenen groeisteden ten opzichte van het lan-delijk totaal tot uitdrukking is gebracht(zie tabel 2).Effecten inzake het beoogde ruimtelijkeordeningsbeleidTerugdringen van de suburbanisatie,oplossen van problemen in de stedenIn de tijd dat het tot een duidelijke effec-tuering van het groeikernen en -stedenbe-leid kwam (de jaren zeventig), zijn deruimtelijke ordeningsdoelstellingen vandat beleid - zoals uit het eerste artikelblijkt - vooral gericht op het bundelenvan de onvermijdelijke overloop uit desteden in stadsgewestelijk verband. Daar-mee wilde men bereiken dat de suburba-nisatie werd teruggedrongen en de wo-ningverliezen in de centrale steden (t.g.v.stadsvernieuwing) werden gecompen-seerd.Of het groeikernenbeleid inderdaadaan deze doelstellingen heeft voldaanwordt wel eens betwijfeld. Volgens som-migen zouden groeikernenjuist de subur-banisatie hebben bevorderd, aangezien zijtot doorstroming naar het landelijk ge-bied zouden hebben geleid; in de verhuis-bewegingsprocessen zou de groeikern daneen springplankfunctie hebben vervuld.Bovendien zouden de problemen vande centrale steden zijn toegenomen, door-dat de groeikernen vanwege de selectievemigratiestroom een uitholling van die ste-den in de zin van draagvlak voor voorzie-ningen, bedrijven etc. hebben bewerkstel-ligd, een opvatting die sedert de jarenzeventig sterker is geworden.Een complicerende faktor in deze pro-dan wel contra groeikernen discussie is,dat men de feitelijke situatie moeilijk kanAfb. la. Grafische weergave van detoename van de woningvoonaad in dejaren1975-1980, in de Randstad en de zuidelijkeIJsselmeerpolders (in procenten)50 Z,40 %30 %__^20 % 1 -,^^ ~~---- ~-^10 %^'7 fi .7 Q 'S"^ buiten stadsgev400 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1984SilSil!:k Ideaal voor het vervangen van oude ramen doorSCHOCO kunststof-ramen.W Ideaal voor ramen, voorzien von ' =den.A Ideaal voor renovatie von erkers, door de vele mogelijkhedenvan het SCHOCO-systeem.Ideaal voor nieuwbouw, omdat SCHDCO tegemoetT komt aan iedere individuele wens.Waarom SCHUCOkunststoframen gekozen?Omdat de door SCHOCO ge-bruikte grondstof PVC zich lang-durig heeft bewezen, in velelanden met zeer uiteenlopendeklimaatsomstandigheden.Omdat reeds miljoenen ramenen deuren werden vervaardigd.Omdat deze SCHOCO ramenzeer goed wind- en waterdichtzijn, het geluidsniveau reducerenen verwarmingskosten drukken.Omdat deze ramen niet kunnenrotten en roesten, schilderwerkoverbodig maken en onder-houdsarm zijn.Omdat de ramen elegant enzeer duurzaam zijn, hetgeen dewaarde van het huis verhoogt.>^MHilRlAlMElNHet systeem VARTAN 50Zowel enkel- alsdubbeiglas toepasbaarPVC (VESTOLIT? BAU van Huls AG)van 50 mm: sterk en slank.Meerkamer profielen met eenbouwdiepte.PVC vensterbonkenEPDM rubberSpeciale witte pro-fielen voor eengoede, strakkeafwerking can debinnenzijdeHet erker-profielAlle hoeken tussen 11 0? en 1 70?zijn mogelijkHet hoekprofiel is vervacrdigdvan hetzelfde sterke PVC olsalle andere profielen.r %wEPDM dicfitingen aanbuiten- en binnenzijdeKamers voor metalenversterkingsprofielennoodzakeliik bij grotereraamafmetingen.evenversterkKamer voortuele metalenngsprofielen.AfzenderNoamStroatPlaotsTel.C] Gaorne ontvang ik meer gegevensover kunststof-romen en deuren Ik verlang bezoek van Uw adviseurDRUKWERKA. G. M. Hofte B. V.de Cuserstraat 91081 CK Amsterdam Zihijid2sriangs afknippen t^^frmmVertegenwoordigervoor Nederland: .nbfteTechnische Agenturen b. v.de Cuserstraat 91081 CK Amsterdam Zuid 2Telefoon (020) 444551Telex 14334groeikernen- en groeistedenheleidTabel 2. Twaalfjaar woningproduktie in groeigemeentenGroeikern/groeisLad 1972 197> 1974 1975 1976 1977 1978 1979 1980 1981 1982 1983 1984'='NOORD-HOLLANDPurmerend 454^) 593^> 680 668 236 178 955 697 385 567 1.998 1 .958 1 .500Hoorn 6322) 626^) 315 626 1.323 695 785 950 915 1.328 1 .469 1.733 1 .100Alkmaar 519 .039 .222 552 1.328 784 362 1.311 1.143 2.373 1.742 1.542 1 iI80Huizen/Hlaricum 1363) no3) 152 1 .146 1.121 460 617 16! 731 685 690 1.090 950Haarleminermeer 1.126 ' 742'' 864 1 .200 1.350IJSSELMEERPOLDERSLelystad 699 778 .138 1.216 K592 1.903 2.200 1.096 2.046 2.227 2.164 1.783 1.700Almere 71 602 1 .010 1.038 1 .871 2.734 2.528 2.298 2.760ZUID-HGLLANDCapelle a/d IJsseL 1.735 618 656 355 830 759 1.168 501 1 .072 1.520 2.070 1 .590 700ZoRtermf'c^r 2.804 .119 .762 1.761 1 .376 1.408 2.673 1 .646 2.253 1.628 1 .339 1.517 1 .510Spijkenisse 273 457 658 795 472 399 612 860 2.348 2.297 1,533 1.459 1.514Hellevoecsluis 430 280 155 371 312 895 541 749 846 1 .421 1 .390 486 317UTRECHTNieuwegein 609 666 .030 667 1.015 1.402 2.204 789 2.209 2.058 1 ,926 601 675Houten 54 19 207 41 23 300 104 43 501 550 467 1 .009 970Amersfoort 352 1.027 1.330OVERIG NEDERLANDGroningen 1.704 .526 1 .269 1.258 609 906 1.144 1 .422 1.899 2.002 2.054 1.669 1.280ZwoUe 671 797 921 604 954 875 540 748 1.301 1 .023 836 735 900Duiven/WestervoorC 351 544 680 800Breda 682 1 .096 1 .166 1.120 776 382 705 546 615 1.383 1 .408 765 1 .150Helraond 860 1 .077 588 338 419 84 1 16 183 525 518 1 .130 1 .047 1 .150Totaalgroeigemeenten 12.262 11 .821 11 919 11.518 12.447 12.032 15.736 12.740 21.786 25.407 26.504 24.189 22.836WoningproduktieNederland 152.272 155 .412 146 174 120.774 06.613 11.047 05.825 87.522 13.756 17.759 2 3.310 07.950 10.200Aandeelgroeigemeenten (?.) 8,1 7,6 8,2 9,5 n,7 10,8 14,9 14,6 19,2 21 ,6 21,4 22,4 22,31) In het desbetreffende jaar wel al grr2) Exclusief voormalige gemeenten Blokke3) Exclusief Blaricum.A) Exclusief Ilpendam.5) Tot 1982 exclusief Duiven/Westervoort6) Verwachte produktie volgens gemeenteBronr ICOG, in de groei 9(Dec. '82).eikeijken/-sEad,Zwaag.opgave.g geen produktie kader v? n de grc eitaak.Afb. lb. Projektie van de groeikernwijken op de onmiddellijke omgeving vanA msterdami^SQ ||lpuaMERftK? #BJ'\Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1984Ivergelijken met een situatie waarbij geengroeikernenbeleid zou zijn gevoerd.Wel kan voor de Randstadprovincies(+ ZIJP) een vergelijking worden ge-maakt van de toename van de woning-voorraad in de groeikernen en van diebuiten de stadsgewesten (zie afbeeldingla). Hieruit blijkt in ieder geval dat degroeikernen in de Randstad een steedsbelangrijker plaats gaan innemen in dewoningbouw. Geconstateerd kan worden,dat tegelijkertijd de groei van de gemeen-ten buiten de stadsgewesten in belang-rijke mate is teruggebracht.Ook meet worden geconstateerd dat dein de groeikernen gerealiseerde woning-bouw in de jaren 60 en 70 alleen al opfysieke gronden moeilijk in de donorste-den had kunnen worden gebouwd (zievooral de situatie rond Amsterdam, af-beelding 1 b). Daarnaast speelden de op-vattingen en het beleid in die periode eenrol.Werkgelegenheid en pendelZoals in het eerste artikel is aangegeven,heeft er in het verstedelijkingsbeleid eenverschuiving plaatsgevonden van eenstreven naar het ontwikkelen van zelf-standig functionerende kernen, waaringewoond en gewerkt wordt, naar een stre-ven tot afstemming van wonen en werkenin stadsgewestelijk verband. Met name deop betrekkelijk korte afstand van de do-norsteden gelegen groeikernen worden nuals deelmilieu binnen het stadsgewest ge-zien. Dit houdt onder meer in dat in dezegroeikernen evenals in de donorstedengeen afspiegeling van de Nederlandse be-volking behoeft te worden nagestreefd enook dat in deze kernen niet perse naar eenevenwichtige woon - werkbalans ge-streefd hoeft te worden.In de kritiek op het groeikernenbeleidis aansluitend bij de oorspronkelijke ge-dachten nogal eens benadrukt, dat deafstemming van werkgelegenheid in om-vang op het aantal inwoners niet is gelukt,en bovendien veelal niet die bedrijvenzich verplaatst hebben, waarvan de werk-nemers in de groeikernen wonen. Ookwordt nogal eens gesteld dat de groei van401groeikernen- en groeistedenbeleidde groeikernen ook in economisch op-zicht ten koste van de centrale steden isgegaan.In juli 1984 is het eindrapport uitge-bracht van het onderzoek "De ontwikke-ling van de werkgelegenheid in groeiker-nen", dat in opdracht van het rijk door hetPlanologisch Studiecentrum TNO is ver-richt. Daarin wordt aan de hand van eendrietal cases geconcludeerd dat in de des-betreffende groeikernen de groei van dewerkgelegenheid zowel absoluut als rela-tief sinds 1975 sterk is toegenomen. Dezegroei is echter niet zodanig dat de werk-gelegenheid gelijk oploopt met de groeivan de woonbevolking. Ook heeft dezegroei niet geleid tot een belangrijke terug-gang van tweezijdig pendelverkeer. Hetbeteugelen van de pendel blijkt moeilijkrealiseerbaar. Dit is ook af te lezen uittabel 3, waaruit de werkgelegenheidsont-wikkeling en pendel in de groeikernen in1980 is af te lezen.Gesteld moet worden dat het ontstaanvan een tweezijdige pendel tussen onder-delen van het stadsgewest (w.o. de groei-kernen!) inherent is aan het stadsgewest-concept.Wei is het zo dat het gebruik van hetopenbaar vervoer in het pendelverkeervanuit de groeikernen in het algemeengoed is. Door de gebundelde groei werdhet in de meeste groeikernen mogelijkhoogwaardige openbaar vervoersvoorzie-ningen te realiseren. In dat verband moe-ten worden genoemd de sprinterlijn DenHaag - Zoetermeer, de sneltram/metronaar Capelle en Spijkenisse, de Nieuwe-geinlijn en de in aanbouw zijnde Flevo-lijn. Ook de opening van nieuwe stations(ook in de groeisteden!) en het oplossenvan knelpunten in het bestaande spoor-wegennet (Hemspoortunnel!) dragen ertoe bij dat het aandeel van het openbaarvervoer in het pendelverkeer in verhou-ding gunstig is. Bij een gespreid bewo-ningspatroon zou dit niet het geval zijngeweest.Uit bedoeld onderzoek blijkt ook dat indezelfde periode de werkgelegenheid inde donorgebieden relatief is afgenomen.Hoewel de groei van de werkgelegenheidTabel 3. Werkgelegenheidsontwikkeling en pendel in groeikernen in 1980Beroepsbevolking Arbeidsplaatsen Pendel inkomend Pendel uitgaandX 1000 X 1000 X 1000 X 1000Purmerend 14,8 8,2 3,6 ^,7Hoorn 14,7 14,2 6.4 6,4Alkmaar ('79) 27,3 24,5 It,8 13,5Lelystad 12,9 10,0 3,2 5,0Almere 2,5 3,9 2,9 1,4Capelle a/d IJssel 16,o 7,5 3.5 11,7Zoetermeer ?79) 25,3 12,7 3,1 7,4Spijkenisse 14,2 6,7 3,6 10,7Hellevoetsluis 7,1 2,8 1,1 5,2Nieuwegein 13,4 7,7 4.2 9,9Houten 3,0 1,9 ~ ~Bron: Gegevens van de ICCX3-werkgroepWerkgelegenheidin de groeikernen vooral een gevolg is vanuitbreiding van bestaande en oprichtingvan nieuwe bedrijven, is een deel van depositieversterking van de groeikernen hetgevolg van bedrijfsverplaatsingen van dedonorstad naar de groeikern. Evenals bijde woningbouw moet men zich hierbij welafvragen of er in de donorstad in dezeperiode voldoende (fysieke) mogelijkhe-den aanwezig waren om de betreffendewerkgelegenheid te behouden. Bij afwe-zigheid van een groeikern zou het alterna-tief wel een verdergaande suburbanisatiekunnen zijn geweest.De groeigemeenten als woonniilieuHet woonmilieu en de sociale opbouwDe groeikernen en groeisteden zijn in vrijkorte tijd sterk gegroeid. De woningvoor-raad vertoont in sterke mate de sporenvan een bepaald tijdvak.de woninggrootte werd in belangrijkemate afgestemd op het modale, jongegezin. De 4- of 5-kamerwoning werd daar-mee vooral in de groeikernen qua omvanghet overheersende type. Deze eenzijdigekeuze werd aanvankelijk niet betwist, zijvloeide vanzelfsprekend voort uit de doel-stelling en aanleiding voor de groeiker-nen: het bieden van huisvesting aan men-sen die in de stad "geen passende" woningkonden vinden, met name "niet passend"wat betreft de woonomgeving: te weiniggroen, te veel verkeersonveiligheid etc. Dewoonvorm speelde in het beleid dan ookeen belangrijke rol.In een artikel in de periodiek "In degroei" (dec. '80) werd geconstateerd datde bevolkingsopbouw van de groeikernenAfb. 2. Grafische weergave van de leeftijdsopbouw van de bevolking van Nederland eneen aantal groeigemeenten in 1979n - 14 jaar 15 - 24 j 25 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 64 jaar 65 - e.aZoetermeerHellevoetsluisKieuwe;;einS3^^3^^s^^^:402 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1984gweikernen- en groeistedenheleidin leeftijdscategorieen nogal afweek vanhet landelijk beeld; een oververtegen-woordiging van kinderen enjonge ouderstegenover een achterblijven van zgn. jon-geren (15-24) en middelbaren boven de 40jaar. Bejaarden zijn in de groeikernen hetsterkst ondervertegenwoordigd. Dit is on-getwijfeld mede het gevolg van het wo-ningbouwprogramma (zie afbeelding 2).De laatstejaren is het beleid veranderd:ook andere categorieen moeten aan bodkunnen komen. Er worden nu ook meerwoningen voor een- en tweepersoonshuis-houdens en bejaardenwoningen ge-bouwd. Maar met name de eerste catego-ric bhjft nog achter, omdat deze groepzich nog steeds het mecst aangctrokkenvoclt tot de stad.Wat de gerealiseerde woonvormen ingroeikernen en -steden betreft, onder-scheidt het woningaanbod zich weinigvan dat in nieuwbouwwijken in anderesteden.In de jaren 60 leidden de stedebouw-kundige opvattingcn en het volkshuisves-tingsbeleid tot sterke ontwikkehng van dehoogbouw, die zeer beeldbepalend is ge-worden voor de eerste groeikernen, die indcze pcriode zijn gcstart. Een uitzonde-ring hierop vormt Lelystad.In de tweede helft van de zeventigerjarcn ontstond een groeiend verzet tegende hoogbouw. Er vond een zeer snelleomslag naar de eengezinswoning, als hetoverheersende type, plaats. Hoogbouw-plannen werden plotseling gewijzigd,soms werden tijdens de bouw van een wijklater gefasecrde onderdelen niet in hoog-maar in laagbouw uitgevoerd. Parallelaan deze verandering ziet men het helekarakter van de stedebouw veranderen,van grootschaligheid naar kleinschalig-heid, met een accent op variatie en veel-vormigheid.Deze omslag is de groeigemeenten nietongemerkt voorbijgegaan. De meest uit-bundige vormen van woning- en verkave-lingstypen kan men in de groeikernen vin-den. Naast het eengezinswoningtypewordt ook geexperimenteerd met het typevan de gestapelde laagbouw.In dejongste periode worden, wederomparallel aan wat men in den lande op ste-debouwkundig terrein ziet, de plannenweer soberder en strakker. De straten enblokken worden rechter, per woningtypezijn de series groter geworden. Het ver-Afb. 3a. Almere - stadschil kan geillustreerd worden aan dehand van het plan voor Almere-stad invergelijking met het eerder uitgevoerdeAlmere-haven (zie afbeelding 3a en b). Deeengezinswoning blijft in de groeikernenAfb. 3b. Almere - havenV,6 4 *C?y'lStedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1984 403groeikernen- en groeistedenbeleidhet meest voorkomende type; de ontwik-keling naar het portieketagewoningtype,welke zich in de grote steden voordoet,wordt in de groeikernen alleen zeer spo-radisch gevolgd.Stedebouwkundige structuurDe opbouw van een groeikern moet voorde stedebouwkundigen en architekten eenuitdaging zijn geweest. Hier bevondenzich immers bij uitstek de kansen om denieuwste stedebouwkundige opvattingenintegraal in praktijk te kunnen brengen.Men hoefde niet of nauweUjks rekening tehouden met een bestaande, ruimtehjkesituatie, waarin reeds talrijke problemenkonden bestaan. De nieuwe steden kon-den geheel worden ontworpen volgens deeisen van de nieuwe tijd.In de jaren zestig toen de eerste gene-ratie groeikernen ontstond, domineerdenin het stedebouwkundig denken functio-naUstische opvattingen, waarin de auto-verkeersstructuur en "hcht en lucht" in dewoningbouw centraal stonden. Dit kanmen zien als reactie op de problemen in debestaande steden: het niet kunnen ver-werken van de enorme verkeerstoename,het gebrek aan comfort en de slechte con-ditie van het oude woningbestand.In de jaren zeventig verandert behalvede woonvorm ook de vorm van het plan-gebied in haar geheel: werd in de jarenzestig voor een in principe aaneengeslotengebied gekozen dat stedelijk wordt ont-wikkeld, in de jaren zeventig streeft mennaar een aantal buurten of onderdelen,dat opgenomen wordt in het landschap.Het ontsluitingssysteem werd daarbijvaak veranderd van het tangentensysteem(met een aangelegen voorzieningencen-trum) naar rondweg (of -wegen)systeem,waarbij het voorzieningencentrum ver-keersluw werd gesitueerd. Het langzaam-verkeerssysteem met groene routes wordtdominanter (afbeelding 4a en b).In de hierna volgende artikelen in dezereeks wordt aan de hand van concretevoorbeelden op een en ander uitvoerigeringegaan.Afb. 4a. Tangentensysteem ZoetermeerAfb. 4b. Rondwegsysteem HoutenDe waardering van het woonmilieu doorde bewonersMen kan trachten gunstige voorwaardente scheppen voor een goed woon- en leef-milieu, maar uiteindelijk gaat het om devraag hoe de mensen dit waarderen.Slechts een'deel van de satisfactie vanhet woonmilieu wordt door de planningdoor de overheid beinvloed. De feitelijkeconstatering dat aan alle eisen wordt vol-daan, hoeft daarom nog niet te betekenendat de beoordeling van de totaliteit posi-tief is.In het onderzoek van J.C. Gall en Y.Mathijssen onder auspicien van het Mi-nisterie van VROM (maart '83) getiteld"Gevolgen van de verhuizing van donor-stad naar groeikern" is in een viertal casesde woonsatisfactie onderzocht.Uit dit onderzoek blijkt over het geheelgenomen een positief oordeel over hetleven in de groeikern. Voor de responden-ten was de donorstad, waar men vandaankwam, het referentiekader. De positievewaardering blijkt o.a. uit het feit dat vier-vijfde van de ondervraagden niet terugzou willen naar de donorstad.De belangrijkste factor in het positievebeeld vormt de woning en de directewoonomgeving. Met name de bewonersvan de eengezinswoningen zijn daaroverzeer tevreden. Hun vorige woningtypewas meestal anders. Ook de stank, ver-keersoverlast, het lawaai en het gebrekaan speelmogelijkheden voor de kinderenbeinvloedden de vorige woonsituatie ne-gatief en de huidige positief.De beoordeling van de voorzieningenen de werkgelegenheid in de groeikernenis veel minder positief. Zo vindt men dewinkels te duur en bieden ze te weinigkeus. Alleen sportvoorzieningen en hetbuurthuis zijn in de groeikern weer beter.Een groot deel van de groeikernbewonersis op de stad aangewezen voor het werk,sociale contacten en de voorzieningen. Dekwahteit van de verbindingen weegt daar-door zwaar in de beoordeling. Veel waar-de wordt ook door de bewoners gehechtaan goed openbaar vervoer.De sociale woonomgeving tenslottewordt beter gewaardeerd dan in de stad.Na verloop van tijd, heeft men ook meercontacten op korte afstand van de wo-ning.In de meeste gevallen is sprake van eenaanzienlijke verhoging van de woonlastenin de groeikern. Voor velen is daardoor definanciele situatie verslechterd en moetmen bezuinigen ten aanzien van andereuitgaven.ConclusieMen kan concluderen dat het groeikern-en groeistedenbeleid het afgelopen decen-nium in kwantitatief opzicht voldaanheeft. De verklaring hiervoor moet onsinziens vooral worden gezocht in het sa-menkomen van ruimtelijke ordenings- envolkshuisvestingsbelangen. Of het wer-kelijk voldaan heeft aan de oorspronkelij-ke beleidsdoelstellingen is niet met zeker-heid te zeggen. Wat zou er zonder groei-kernen en -steden van de doelstellingenterecht zijn gekomen? De verwachting iste rechtvaardigen dat de suburbanisatie404 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1984groeikernen- en groeistedenheleidzou zijn toegenomen. Dat bovendien degroei van de pendelstromen nog sterkerzou zijn geweest en in de vervoerskeuzesterker de nadruk op de auto had gelegen.Wei is er een aantal evidente problemen,met name in de groeikernen samenhan-gend met de geforceerde snelle groei. Inde groeisteden zijn dergelijke problemenniet in gelijke mate aanwijsbaar. De wo-ningbouwontwikkeling gaat daar voor-spoedig. In hoeverre sprake is van debedoelde economische stimulans voor deregio is moeilijk te bepalen.De toekomst zal moeten uitwijzen hoedeze zaken zich verder ontwikkelen, hetkan zijn dat de groeikernen over de pro-blemen been groeien en dat de situatiemeer naar het "normale" patroon zalgaan tenderen. Maar het is ook niet uit-gesloten dat enkele problemen zich onderde algemene (economische) omstandighe-den verder zullen verscherpen.Los hiervan bestaan er overigens vol-doende redenen om het groeikernbeleidvoor de toekomst aan te passen aan deveranderde omstandigheden en perspec-tieven. Hierover handelt het volgendedeel van dit artikel.Groeikernen en -steden in de toekomstAlgenieen(Jit het voorgaande is gebleken, dat hetgroeikernen en -stedenbeleid tot nu toeeen redelijk succesvolle onderneming isgeweest.Toch wordt dat beleid in de Structuur-schets voor de Stedelijke Gebieden 1983voor de periode 1985-2000 niet zondermeer voortgezet. In het onderstaandewordt allereerst ingegaan op het nieuwebouwplaatsenbeleid zoals dat voor deja-ren negentig wordt aangegeven. Vervol-gens komt de toekomst van de huidigegroeikernen en -steden aan de orde.Terug naar de stadEen van de meest in het oog lopende uit-spraken in de Structuurschets voor de Ste-delijke Gebieden 1983 is dat nieuwewoon-, werk- en recreatiegebieden bijvoorkeur "in", zonodig "aan" en als hetniet anders kan "buiten" de (centrale) ste-den gevonden dienen te worden. De con-ceptie van de gebundelde deconcentratieis (via het accent op bundeling) ingeruildvoor de (gelede) concentratie. Wat voor-dien als niet wenselijk (eerste nota) enlater als niet mogelijk (derde nota) werdgezien wordt nu tot beleid gemaakt.Daarmee komen met name de groeiker-nen in een ander licht te staan. Hier stondimmers de opvang van de (spontane) trekuit de stad en de (gedwongen) overloopcentraal.De beleidscategorie "groeisteden" pastheel wat beter in dit beeld. Weliswaar is deopvang van buiten de regio een steedsminder belangrijke functie, kwalitatiefzijn hier de opvang van de eigen groei ende bundeling van de regionale groei altijdal dominant geweest. Voor deze steden envoor vrijwel geheel stedelijk Nederlandbuiten de invloedsfeer van de vier grotesteden betekent het nu voorgestelde be-leid wel een accentverschuiving van hetbouwen aan de stad naar het bouwen inde stad.Sommigen vatten de in de Structuur-schets '83 aangekondigde beleidswijzi-ging op als het goedmaken van in het ver-leden gemaakte fouten. Geconstateerdmoet echter worden dat de nu voorliggen-de bouwopgave van een geheel andereomvang en aard is dan die van de jarenzestig en zeventig. Voorts moet wordengeconstateerd dat tot voor kort werd aan-genomen dat stadsvernieuwing met aan-zienlijke woningverliezen gepaard moestgaan en dat de fysieke mogelijkheden ende politieke bereidheid om het ruimtege-bruik in de steden te intensiveren geringwas.Nu dus .. ."de stad centraal". Dat issnel geschreven maar niet van het ene ophet andere jaar gerealiseerd. De Struc-tuurschets '83 stelt uitdrukkelijk dat dezekoerswijziging in de loop van de komendejaren gefaseerd zal moeten worden inge-voerd. Daarbij dienen de afspraken metde bestaande groeikernen na te wordengekomen. Voor velen gaat het lang nietsnel genoeg, anderen vinden dat het veelte snel gaat.Uit afbeelding 5 blijkt dat door het suc-ces van het groeikernenbeleid in de afge-lopen jaren al in de tweede helft van dejaren tachtig "ruimte" ontstaat om meerin de steden te doen: van de in 1978 voorde periode 1980-1990 voorziene produk-tie in groeikernen van ca 150.000 wonin-gen zullen er per 1-1-85 zo'n 95.000 wo-ningen gerealiseerd zijn.Nieuwe bouwplaatsen in de jarennegentigNaast het grotere accent op de (centrale)stad moet in dit verband nog een anderein de schets '83 aangekondigde wijzigingworden genoemd: aan de lagere overhe-den - en wel in het bijzonder de provincies- is nu gevraagd het initiatief te nemenvoor de voordracht van nieuwe bouwlo-katies, die in aanmerking zouden moetenkomen voor rijkssteun. Het rijk wijst in denieuwe structuurschets geen nieuwegroeikernen of groeisteden aan. Volstaanwordt met het noemen van een aantal cri-teria waar de voor te dragen lokaties aanzullen moeten voldoen. Ten opzichte vande tot nu toe gehanteerde criteria vallen ertwee in het bijzonder op: ook lokaties inof aansluitend aan de steden kunnen nuvoor rijkssteun in aanmerking komen,tevens is er een opening voor kleinerelokaties in stadsgewestelijk verband (wastot nu toe 6.000 en 10.000 woningen in 10jaar in respectievelijk groeikernen enStedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1984 405groeikernen- en groeistedenheleidAft). 5. Taakstelling groeikernen (volgens Structuurschets 1978 en nadien genomenbeslissingen): rest-taak na 1-1-1985woningen10.000-5.000;0 1Taak na l-l-'85gerealiseerd voor I-I-'85* Taakstelling na 1990 nog nader te bepalengroeisteden, wordt nu tenminste 2000 wo-ningen in 5 jaar en bij hoge uitzondering1000 a 2000 woningen in 5 jaar in hetgeval van binnenstedelijke herstructure-ringslokaties waarbij sprake is van eenduidelijke functiewijziging).Het van toepassing verklaren van hetgroeikerneninstrumentarium op binnen-stedelijke lokaties is ook in andere landenaan de orde. Zo is in Groot-Brittaniesinds kort de New Town - aanpak ook opgrote herstructureringsgebieden binnende bestaande steden losgelaten.De provinciale afweging (in streekplan-kader!) zal moeten uitwijzen of in dejaren90 nog nieuwe groeikernen worden aan-gewezen. Nu al is duidelijk dat de uit-komst van die afweging per provinciesterk kan verschillen. De mogelijkhedenom in de stad te bouwen zijn in een stadals Rotterdam immers veel groter dan ineen stad als Utrecht.Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dathet pakket nieuwe bouwlokaties in dejaren negentig zeer gemeleerd zal zijnsamengesteld:- bestaande groeikernen en -stedenwaarvan de taakstelling sowieso tot deeerste helft van de jaren '90 doorloopt(Lelystad, Spijkenisse, Haarlemmermeer,Amersfoort) en groeikernen die een taaktot ver na 1990 hebben (Almere, Zoeter-meer, Duiven)- bestaande groeikernen en -steden dieop voordracht van de provincies ook na1990 nog een aanzienlijke bouwtaak krij-gen toegedacht (Capelle?, Houten?, Pur-merend?, Groningen?, Zwolle?, Breda?)- een aantal (grootschalige) herstructu-reringsgebieden (Oostelijk havengebiedAmsterdam, Binnenspoorhaven Rotter-dam?)- uitbreidingswijken van (middel) grotesteden- een beperkt aantal nieuwe groeikernen(Wateringen?, Vleuten?, Weesp?, Baren-drecht?).De toekomst van de bestaandegroeigemeentenHet zich wijzigend maatschappelijk pers-pectief en de verschuivingen in het plano-logisch beleid houden vooral voor degroeikernen in dat zij hun oorspronkelijketoekomstbeeld moeten bijstellen. In eenenkel geval gaan oorspronkelijk gedachteen al concreet voorbereide bouwlokatieshelemaal niet door (Vijfhuizen!) of wor-den enige jaren verschoven.Het hiervoor gaande geeft al aan dat ergrote verschillen bestaan tussen de ver-schillende groeigemeenten waar het hunfunctie in de komende 10 a 20jaar betreft.Sommige zijn "klaar", sommige aan hetafbouwen, andere gaan gewoon door enweer andere zijn nog maar net aan hetopstarten.Aanzienlijke bouwtaken of niet: voorvrijwel alle groeikernen en -steden geldtdat we inmiddels met "echte" (middelgro-te) steden te doen hebben . In dezegemeenten is het in de Structuurschets '83geformuleerde beleid voor de steden(schets punt 2.4) van toepassing.Aan het eind van deze serie in Stede-bouw en Volkshuisvesting zal meer uitge-breid op de toekomst van de groeikernenen -steden worden ingegaan. Nu volstaanwe met het noemen van een aantal aan-dachtspunten:- werkgelegenheid:De situatie van de werkgelegenheid ziet ervoor de toekomst niet gunstig uit. Degroei lijkt in de groeikernen sterker danhet landelijk gemiddelde te stagneren, ter-406 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1984Glasdak-overkapping uitaluminium/glas-rondbogen.Met SCHUCO ontwerpen en realiseren.Rondbogen in verschillende groottenen radii vormen tesamen een licht-dak-element van 45 mtr. Ontwikkeldmet systeem-profielen, dus constructiefverantwoord. Alle statische en bouw-physische eisen werden opgelost.Voorbeeld: International Monetar/Fund, Washington D.C.Gebouwd in het IBG-systeem.SCHOCO verkreeg de IBG-licentie uitAmerika en biedt U hiermede demogelijkheidinEuropanieuweideeente verwezenlijken.SCHGCOiUw partner bij.grotewerken.I Vraag advies aan: ^^^^^^^^^^^iA.G.M. Hofte Technische Agenturen BY. stevDe Cuserstraat 9,1081 CK Amsterdam, Tel. 020/444551U gelieve ons te adviseren bij een voorliggend project.Vraag naar Tel.Sweegers& Partners verzorgtinstallatieadviezen NederlandseAmbassadeinSaoedJ Arabia-,-^Fahd ordersshipngofembassiesMet uitzicht op de Oase Wadi Hanifa, in denabijheid van Riyadh verrijst een DiplomaticQuarter dat 80 ambassades, vele woningen en40 centrals residenties zai omvatten.Deze stadswijk zaI weldra huisvesting biedenaan ca. 32.000 mensen.De nieuwe Nederlandse ambassade die terplaatse wordt gebouwd onder architektuur vanArclnitel^eP-tember, 1985, A.-t%. eight entbass-es^^-:-ectut^Enkele projekten waarvoor Sweegers &Partners B.V. Installatle-advlezen verzorgt,dan wel verzorgd heeft.Deze advlezen betreffen zowelelektrotechnlsche.werktuigkundige alskllmaatregel Installaties.? Ministerle van Openbare Werken enVerkeerte Paramaribo, Surlname? Vakantiedorp Azizia Beachclub,Saudi Arabia? Nederlandse Ambassade te Jakarta,Indonesle? Coldstores project te Damman,Saudi Arabia? IVIedlsch Wetenschappelljk Instituut teParamaribo, Surlname? Hotel Supermarkt Krasnapolsky teParamaribo, Surlnamesweegers & partners b.vengineering consultants's-Hertogenbosch (Paramaribo/Jakarta) Tel. 073-130258? Uniwax - bedrijfslnstallatles te Abidjan,Ivoorkust.? Bedrijfs- en kantoorrulmten te Jakarta,Indonesle? Algemeen Zlekenhuls te Wlllemstad,ArubaN.A.? Unlverslteltscomplex te Param.-iribo,SurlnameVIgroeikernen- en groeistedenheleidwijl de beroepsbevolking vermoedelijksterk zal toenemen. Vooral de positie vande veraf gelegen groeikernen (uit de eerstegeneratie) is in dit verband zorgelijk. Ste-den als Lelystad, Hoorn, Alkmaar en ookHellevoetsluis liggen buiten het stadsge-westelijk verband van de oorspronkelijkedonorstad (uitgaande van een straal vanca. 12 km). De schets '83 benadrukt hiereen voortgezette ontwikkeling als zelf-standige kern, met een verzorgende eneventueel ook een opvangfunctie voor hetomliggende gebied. Kortom, wat deze ste-den betreft, terug bij de oorspronkelijkeconceptie uit de Nota Westen des Lands.Alleen ... het zicht op de instrumentenom dat streven te realiseren is ook nu noguiterst beperkt. Instrumenten om werkge-legenheid te stimuleren zijn er nauwelijksnu SIR en WIR (ruimtelijke ordenings-toeslag) zijn afgeschaft.- leegstandrisico:Groeikernen en groeisteden zijn in eenbetrekkelijk korte tijd zeer sterk gegroeid.Vooral in de groeikernen vertoont de ge-bouwenvoorraad in sterke mate de sporenvan een bepaald tijdvak; bepaalde wo-ningtypen komen meer dan gemiddeldvoor. In de eerste groeikernen kunnenevenals in de uitbreidingswijken van dejaren 50 en 60 gebouwen voorkomen, wel-ke zeer slecht "in de markt" liggen: gale-rijflats, woningen en kantoren met hogeenergie- en onderhoudslasten. Massaleleegstand, ruimtelijk geconcentreerd, metalle risico's van verpaupering is niet on-denkbaar.- kosten openbare ruimten en gebouwen:In de groeikernen en -steden zijn metbehulp van rijks(investerings)steun aller-hande openbare voorzieningen in ruimemate gerealiseerd: veel groen, ruime in-frastructuur voor auto, fiets, openbaarvervoer en voetganger (veelal ge-scheiden), sociaal-culturele centra etc. Alsde groeitaak is afgerond drukken de ex-ploitatiekosten van deze voorzieningengeheel op de gemeentelijke begroting. Inde praktijk blijken deze beheerskostenbijzonder hoog en hangen bij menigegroeigemeente als een molensteen om denek. Ombouw naar een beheervriendelij-ker situatie lijkt het alternatief voor eendreigende art. 12-status, alleen hoe doe jedat?- sociale opbouw en behoefte aanpassendevoorzieningen:De wat leeftijdsopbouw betreft eenzijdigebevolkingssamenstelling heeft gevolgenvoor het gewenste voorzieningenpakketin de tijd: eerst was er een sterke behoefteaan creches en peuterspeelzalen, straks... bejaardentehuizen? Veel zal afhangenvan de bevolkingsdynamiek: zullen dehuidige bewoners in hun woning in hungroeikern vergrijzen of zullen zij (als dekinderen het huis uit zijn) als tweeper-soonshuishouden zich op de (groot-)ste-delijke markt begeven en worden afgelostdoor een nieuw modaal gezin dat uit destad is gevlucht om in de groeikern hun 2,3 kinderen op te kunnen laten groeien?Hoe het ook zal gaan, het lijkt in iedergeval waarschijnlijk dat de groeikernen(en groeistadwijken), zoals pioniersvege-taties, voorlopig nog met een schoksge-wijze ontwikkeling te maken zullen krij-gen waarbij voorldurend, ook ruimtelijk,aanpassing aan de nieuwe situatie nood-zakelijk is.Bovenstaande overziend moeten we con-cluderen, dat er de komende jaren tochnog heel wat gebouwd zal worden ingroeikernen en steden, maar ook dat degeschiedenis van de groeigemeenten hetrechtvaardigt dat we niet alleen geinteres-seerd zijn in hun fase van bouwactivitei-ten, maar ook in hoe het verder gaat.Met dank aan drs. J. W.M. Fornier, ir. G.Nassuth en ir. F.E. Kuyken voor hun commen-taar op een eerdere versie.Stedehouw en Volkshuisvesting, oktober 1984 miHet Algemeen Uitbreidingsplanvan Amsterdameen korte terugblikA. de GrootD. KahnJ. OostingJ.F.W. SmitB. Teunissen*Een terugblik op het A.U.P van Amsterdam is geen eenvoudige opgave. Van de veleinvalshoeken welke mogelijk zijn is uiteindelijk gekozen voor een die zoveel mogelijkvergelijkingen met het heden mogeUjk maakt. Het voordeel hiervan is dat lijnen uit hetverleden kunnen worden doorgetrokken naar de toekomst. De terugbUk krijgt daarmeeperspectief. Een nadeel is dat ten opzichte van het plan zelf een zekere oppervlakkigheidontstaat, omdat op vele kwaliteiten ervan niet wordt ingegaan. Dit nadeel wordt wellichtwat opgevangen, doordat ongetwijfeld nog op andere wijze dan in dit artikel in hetkomende jaar aandacht aan het A.U.P. wordt geschonken.In de onderstaande bijdragen wordt op drie aspecten van het plan ingegaan, te weten opde algemeen maatschappelijke context, op de aspecten bevolking en ruimtegebruik en opde werkgelegenheid.1. Het A.U.P. een Algemeen planHet bijzondere van het Algemeen Uit-breidings Plan (A.U.P.) van Amsterdam -verschenen in 1934 en vastgesteld in 1935- wordt wellicht het beste tot uitdrukkinggebracht door het woord "Algemeen".Hiermee wilde men zeggen dat het planhet geheel van de stad beslaat en in func-tionele zin allesomvattend is.Deze niet geringe ambities van het planhebben zowel een bestuurlijke als eenvakmatige achtergrond. Het voorwoordin de Nota van Toelichting op het plan ishierover duidelijk.Een bestuurlijke ambitie komt reeds inde eerste zin naar voren als gezegd wordtdat de zorg voor de stadsuitleg onderwerpvan gemeentelijke bemoeiing bij uitne-mendheid is. Wat deze zorg omvat blijktuit de zin dat een algemene grondslagnodig is voor "partiele" of "broksgewijze"uitbreidingen.* Allen werkzaam bij de Dienst RuimtelijkeOrdening in Amsterdam.Behalve een bestuurlijke doelstellingkomt hier ook de vakmatige ambitie naarvoren. Het verlangen naar een betere endoeltreffender werkwijze wint steedsmeer veld, zo wordt gezegd. Want, ver-volgt het voorwoord, de stedebouw islangzamerhand uitgegroeid tot een speci-aal vak met eigen beginselen en eigen wet-ten.Op beide ambities in het plan - debestuurlijke en de vakmatige - wordt nulets dieper ingegaan met het doel ook omenkele vergelijkingen met het heden temaken.Bestuurlijke doelstellingenDe bestuurlijke doelstellingen in hetAmsterdam van de jaren dertig komendeels voort uit ideele overwegingen, deelsuit een verantwoordelijkheid voor de toe-komstige positie van Amsterdam. Hetidealisme is te begrijpen tegen de achter-grond van de maatschappelijke en stede-lijke ontwikkeling aan het einde van de19de eeuw (als schrikbeeld) en het nieuweelan na de eerste wereldoorlog (als per-spectief). Het omvatte doelstellingen voorde gezondheid, het gezin, het werk, spel ensport. Dit alles te bereiken door welover-wogen en planmatige inzet van collectievemiddelen, zoals woningen, parken, ha-venterreinen, openbaar vervoer, waterlei-ding, een centrale voedselmarkt.Sterk verweven met het idealisme is deverantwoordelijkheid voor de toekomsti-ge positie van Amsterdam. In dit verbandlagen belangrijke beleidsdoelen op hetterrein van:? de werkgelegenheidDoor het verbreden van de industrielebasis van de stad moest de economischestructuur minder kwetsbaar worden ge-maakt. Een grote industriehaven in hetwesten werd hiervoor nodig geacht.? het bevolkingsbeleidDe doelstelling was hier het onderbren-gen van een zo groot mogelijk aantalinwoners op eigen grondgebied.? het financiele beleidI Het streven was gericht op een zo groot408 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1984Algemeen Uitbreidingsplan Amsterdammogelijke vitaliteit van het eigen territoirdoor invoering van een erfpachtstelsel,gekoppeld aan een stedelijk grondbe-leid.Het is opvallend dat vijftigjaar later dezebeleidsdoelen als kerngedachte nog steedsgelden. Deze gedachte is het behouden enherstellen van het stedehjk economisch ensociaal systeem door versterking van deeconomische functies en behoud van in-woners op eigen grondgebied. Het ont-werp-Structuurplan van Amsterdam van1984 is opnieuw op deze gedachte geba-seerd als reactie op het ruimtelijke belaidvan de jaren zestig. In 1934/1935 is hetbesef min of meer van nature aanwezigdat de grote stad in de eerste plaats voorzichzelf moet kunnen zorgen. Ook inruimtelijk opzicht. Deze gedachte is in dejaren zestig getracht los te laten door inruimtelijke zin gebundeld te deconcentre-ren en daarvoor nieuwe bestuurlijke een-heden te bedenken met andere financieleverhoudingen. Zoals bekend, is dit z.g.overloopbeleid op gang gekomen zonderwerkelijke structurele veranderingen inde bestuurlijke en financiele verhoudin-gen.Pas na velejaren kwamen de ingrijpen-de effecten voor de grote stad naar voren.In sociaal en economisch opzicht blijkt dekoek te klein om tegelijk functies aanandere gemeenten af te staan en te zorgenvoor eigen onderhoud en vernieuwing.Een steeds verder gaande verschraling ishet gevolg.Nu weer terugkerend tot het A.U.P.dan geeft dit blijk deze zorg van de grotestad te onderkennen. Het is daarmee ookin bestuurlijke zin een "Algemeen" plan,waarin de vernieuwing en de tekorten vande bestaande stad worden verbonden metde binnen de eigen gemeentegrenzen uitte voeren uitbreidingen.Vakmatige ambitiesIn vakmatige zin is het A.U.P. een trotsplan en een plan om trots op te zijn. Hetwas het product van nieuw verworveninzichten en het werd tegelijk het vertrek-punt voor de moderne stedebouw enruimtelijke ordening in Nederland. Voor-al het sledebouwkundig onderzoek, toende "survey" genoemd, dankt de opkomstaan dit plan. Het gaat te ver om hieraanuitgebreid aandacht te besteden. In ditkorte bestek komt vooral naar voren watons thans opvalt; waarbij ook verwezenwordt naar de afzonderlijke beschouwin-gen over bevolking en werkgelegenheid.Opvallend is de grote plaats van hetonderzoek, zowel in explorerende als re-gelgevende zin. Het vertrouwen was aan-wezig dat door het onderzoek van maat-schappelijke verschijnselen de maatge-vende elementen naar voren zouden ko-men voor de stedebouw en de ruimtelijkeordening. Het statistisch materiaal voorhet onderzoek moest nog grotendeelsdoor eigen waamemingen worden verza-meld en voor de analyses moesten nieuwemethoden worden ontwikkeld. Echter deuitkomsten in stedebouwkundige structu-ren en normen werden onbetwist alsjuistervaren. Vanzelfsprekend kreeg hetA.U.P. als neventitel "Grondslagen voorde stedebouwkundige ontwikkeling vanAmsterdam".Dit fundamentele kenmerk van het on-derzoek was evenzeer in het ontwerp aan-wezig. Ongetwijfeld zijn erjuist daardoorspanningen geweest tussen onderzoekersen ontwerpers. Maar door de gemeen-schappelijke hoge ambities konden dezeworden overbrugd.De inzichten welke de onderzoekersleverden waren vooral inspiratie voor deontwerpers. Hun creativiteit werd uitge-daagd door het zoeken naar een efficiente,technisch goed geoutilleerde en bovenaleen "schoone" stad. Meer in het bijzonderrichtte zich dit op de toekomstige stads-vorm en op het scheppen van nieuwewoonmilieus.De hoge kwaliteit van het vakman-schap naar wetenschappelijkheid en crea-tiviteit was onbetwist en werd algemeengedeeld. Dit was ook bepalend voor deverhouding tot de bestuurders. Niet onbe-langrijk hierbij was dat zowel bestuurdersals vakmensen meenden de signalen uit desamenleving duidelijk te kunnen opvan-gen en te kunnen vertalen. Voor beidegold de noodzakelijkheid om te strevennaar verbetering van de woon- en leefom-standigheden in Amsterdam. Het overwe-gend socialistische Gemeentebestuur gafhierbij de toon aan, de vakmensen gavenvorm aan de toekomstige-stad.Voor de stedelijke functies werden nor-men ontwikkeld, waarin als het ware debestuurlijke doelstellingen en de vakken-"nis werden verenigd. De volgende passa-ges uit een van de laatste hoofdstukken(XIII) van het A.U.P. geven hiervan blijk.Over de tot hetjaar 2000 gedachte vergro-ting van de oppervlakte voor het wonenwordt gezegd dat deze o.a. voortkomt "uitden ruimeren aanleg van de nieuwe woon-kwartieren, als gevolg van de hoogereeischen, aan volkshuisvesting en stede-bouw gesteld". Over de toeneming vanhet "groen" wordt gezegd dat hier zichW.G. Witteveen over Het Algemeen Uitbrei-dingsplan Amsterdam, in Tijdschrift voorVolkshuisvesting en Stedebouw, mei 1935:Hel gemeentebestuur van Amsterdam stelt ver-trouwen in de toekomst. Dit wordt bevestigd doorhetfeit dat het in dezen kommervollen tijdstudiesheeft doen maken, die van onschatbare beteeke-nis zullen blijken te zijn voor de harmonischeontwikkeling van Amsterdam. Een woord vanwaardeering is hier zeker op zijn plaats. Het opde juiste wijze aanvoelen der belangen, welkeverbonden zijn aan een algemeen plan van uitlegzal voor onze hoofdstad dit zegenrijk gevolg kun-nen hebben, dat het oogenblikkelijk profijt trek-ken kan van de mogelijkheden, die een lichteverbetering van de conjunctuur biedt. De opoffe-ringen, die voor dezen arbeidzijn gehracht, zullennaar mijn meening veelvoudig rente opbrengen.TVS mei 1935:De toekomstige stadsgrootte berust dus op eenzoo ver mogelijk doorgevoerd wetenschappelijkonderzoek, hetgeen bij mijn weten hier te landenog niet eer is geschied. Het uitbreidingsplan datop deze solide basis steunt, beslaat een oppervlak-te welke bijna geheel binnen de huidige gemeen-tegrenzen valt.Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1984 409Kaart II I i.I I iI I^\l//i 11 11 fi1 i s iI n] I I/,,xVT*^410 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1984f%';Kaart 2s2
Reacties