stedebouwen volkshuisvestingIsamsom nirovVerschillende manierenom met de zon afte rekenen.SunmasterNederland BY.Gezellenstraat 9, 3861 RD NijkerkTelefoon03494-54024Wei degelijk. Zonwering is immers een specialisme.Hoog gekwalificeerde technici ontwikkelen nieuwesystemen. Maken doordachte berekeningen over licht-en warmtewering, energiebesparing en bezonnings-tijdenschema's.Praten met u over mogelijkheden v\/aar u wellicht nogniet aan gedacht had.Praten nnet u over installatie en last but not least...de Sunnnaster rekenmeesters stellen messcherpe,verantwoorde begrotingen op.Ja, als u met de Sunmaster-mensen praat merkt u dat umet professionals te doen hebt. En da's een vertrouwdidee. Bel nu.SUNMASTER De Zon de BaasSUNMAmRH56Fr ^*yLAKHANQdND6 BINNBN'dN ^ireNZONmRINQ*UITVALSCH5KM6N *KHIKfiRMSCHERtlSN*FPUUIK6N *RUITdN'dALOUZIBBN *HORIZONZ^Ce\ eN vmiKfiiBdALOUZIBEN *HANP'OF titKJRpNISCHB\ KDieNINQSSYSTetlbN 6N KpHPUTe 6t6KTRpNISCHB6STUUK06 INSTAUATieS. )Een uitgebreide zonweringdokumentatie(156 pag.) ligt voor u klaar. Belt u even ?STAATUOPKWALITEIT?DE comJNVLOEREN ZIJN ER OPBEREKEND.Conijn heeftsinds 1840z'n specialisme: een kompleetprogramma kwaliteitsvloeren.Conijn is op vioerengebied eenbegrip. Kenmerkend is de hogekwaliteit en het vakmanschapin het leggen en aanbrengenvan de vioeren en konstrukties.Conijn, als goedevioeren een vereiste zijn,In talloze situatieszijnConijn vioerkonstrukties demeest duurzame en meestmooie opiossing. Jaar in jaaruit heeft U zonderveelonderhoud een prachtigenatuurlijke vioer.Conijn, keus in vioeren.Klassiek parket, coparblocks,strokenvioeren, lamelparket,kops-houtenbedrijfsvloeren, kops-houten dekoratievevioeren, sportvloeren, objectenparket.y 0i-"^^ ^H;: A A ]0ft'7// 1m V%\^liiW14\ 1\;/? H \ \iCaNDN?isigiKeircfjConijn vioeren zijn ideaalbij nieuwbouw, verbouw enrenovatie. Het uitgebreideprogramma stelt U in staatprecies die vIoer te kiezen, diehet best voor U geschikt is.Conijn geeft U daarbijgraag advies.Een topper van Conijn: sportvloerenOp dat gebied zijn Conijn vioerenoverbekend. Met name de schok-absorberende vlakverende - en punt-elastische vioersystemen. In het geheleland liggen ze. Tot voile tevredenheid vantienduizenden enthousiaste gebruikers in derecreatieve sektor zow/el als in de topsport.Vraag Conijn om advies.Precies afgestemd op uw wensen eneisen. Met daarbij natuurlijk een begroting.Een begroting die u best wel eens mee zoukunnen vallen.Postbus 156,1800 AD Alkmaar,Telefoon (072) 157114, Telex 57793.VakaturesDE^DIENSTENSTRUCTUUR RUIMTELIJKEORDENING EN STADSYERNIEUWINCfDROS)VAN DE GEMEENTE ROHERDAMYRAAGTEENDePROS: De DROS bestaat uit de sectorenBouw- en Woningtoezicht, Stadsontwikkeling,Verkeersdienst, Volkshuisvesting en Woonruimte-zaken en de Projectorganisatie Stadsvernieuwing.Deze eenheden werken zoveel mogelijk samen,met name op hetgebied van beleidsvoorbereiding,planning en directe dienstverlening. Bij de DROSwerken circa 1000 mensen; bet geheel wordtgeleid door een Directorium onder verantwoorde-lijkheid van een algemeendirecteur.Stadsontwikkeling:Stadsontwikkeling Rot-terdam is belast met betmaken van structuur- enbestemmingsplannen, ste-debouwkundige plannen, omgevingsplanning,stedebouwkundige begeleiding en toetsing vanbouwplannen en bet verricbten van stedebouw-kundig onderzoek.Erwerken circa160 mensen. DeorganisatievanStadsontwikkeling is opgebouwd uit 4 districtenop basis van een verdelingvan betgrondgebied vanRotterdam, 3 vakafdelingen en een stafbureau terondersteuning van de directeur. Het gebeel wordtgecoordineerd door een Beleidsoverleg onderleiding van de directeur waarin de cbefs districten/afdelingen zitting bebben. Veel aandacbt wordtbesteed aan degezamenlijke verantwoordelijkbeidvoor de stad als gebeel en de planning op stedeUjkniveau. Belangrijke opgave is om op integralewijzede kwaliteit van Rotterdam als stad en woon/werkgebied staande te bouden en verderteontwik-kelen.Functie-eisen: Degezocbte directeur Stadsont-wikkeling dient te bescbikken over:? sociaal-communicatieve bekwaambeden en eeninspirerende wijze van leiding geven ? sterke, be-wezen vakinboudeliDIREGEUR iSTADSONTWIKKELINGkeeenbekwaambeden dooraansluitende oplei-ding en ervaring ? een,,bestuurli]'ke antenne"? het vermogen impul-sen te geven c.q. te ver-werken om een rol alsstimulator en organisatorte kunnen vervuUen.DegemeenteRotterdam voerteen beleidwaar-in aan vrouwen die aan de gestelde (opleidings)-eisen voldoen de voorkeur wordt gegeven.Salaris: Het aan de functie verbonden maxi-mumbonoreringsniveau bedraagt f 9.911,- permaand, exclusiefvakantie-uitkering.Procedure: Ter verzekering van bet vertrouwe-Hjke karakter is de recrutering opgedragen aanEurosurvey B.V,Jacob Obrechtstraat 2,1071 KLAmsterdam. Geinteresseerden wordt verzochtcontact op te nemen (bij voorkeur scbriftelijk) metDrs. J.D. de Leeuw, die als adviseur bij betwervings- en selectieproces zal optreden.SPECIALISTEN OP HET GEBIED VAN BOUW EN VOEGENAFDICHTINGadviesapplicatierenovatieComm. van Voorst tot Voorstlaan 1 75224 CN 's-HertogenboschTelefoon: 073-211757^hh PLASTIC CENTRALElllewililkantp B.V.kunststofleidingsystemenEen begrip als het gaat omkunststofleidingsystemen ofkunststofdal??'.^^^^'s^g^Z^sVi^,(oe,o^,s>r-^o4S' %etfEAANNEMERSBEDRIJFKAPELWEG 26aPOSTBUS 2681640100 HEERLENTEL 045-722283*VIIIenkele-en dubbeleprefab berginsenhebben alle voordelen van Mavo's prefabbouw.? degelijk betonnen uitvoering;? diverse afmetingen;? snel te plaatsen, ook in serie;? Indeling en afwerking in overleg;? veelal geen fundatie nodig.. Postbus 1, 7383 ZG Voorst, Tel. 05758 - 1468 .bouwenmetHeraklith is een natuurlijk pro-dukt. Samengesteld uit hout enmagnesiet, zonder chemisch scha-delijke bestanddelen, zonder stati-sche elektrische uitstralingen enideaal voor het instandhouden vaneen gezond mikroklimaat.Maar ook met een sterk isole-rende werking, vochtwerend enmet genoeg 'ademend' vermogenom het juiste leefklimaat te schep-pen.Efficient en voordeligHeraklith wordt geleverd instandaard platen van 50 cm breedmet voor ieder doel aangepastediktes. In diverse uitvoeringen envanzelfsprekend met alle materia-len om ze snel en efficient aan tekunnen brengen. Met een onder-grond die zich uitstekend leentvoor hetzij stuckwerk, hetzij schil-derwerk. En dat betekent voorde-lig en efficient bouwen.iddithcouponIngevuld met uw naam en adres sturennaar onderstaand adres.Vlietstra b.v.Postbus740 1200 AS HilversumTel.: 035-6 24 44-cA)Alle gegevens over maten, dik-tes, isolatiewaarden, verwerkings-materialen en een uittreksel uit hetbiologisch verantwoord bouwon-derzoek sturen wij u graag toe.Heiaklithllsolatie EllOsterreichische Heraklith A.G.A-9545 Radenthein - Austriadealers:Amsterdam Van den Hoek ^bouwmaterialen b.v., tel.: 020-36 08 11Eindhoven Braat Bouwstoffen N. V.,tel.: 040-1162 75Groningen J. Timmer Bouwstoffen-industrie b.a. tel.: 050-26 91 00Heerien Van de Venne- Van der Sluis N. V.,tel.: 045-7180 08Nijmegen Van de Venne - Van derSluis N.v., tel: 080-22 8013Oldenzaal Oldenzaalse Bouwmaterialen-handelb.v., tel: 05410-138 41Rotterdam van Wijngaarden & Co b. Vjtel.: 010-28 14 44IXmineraalplofondtegels:dekorotiefbrandwerendakoestisch.Geschikt voor zichtbareen onzichtbareophangsystemen.B.V. AannemingsbedryfCultuurwegKoperweg 11, Postbus 2732400 AG Alphen a/d RijnTel. 01720-22755 Telex 29864CULTUURWEGAktiefin:?Grondwerken? Vertikale drainage? Wegenbouw? Leidingen? Advies? Industriele-activiteitenUitbreidingsplannen ,IndustrieterreinenT.b.v. versnelling van dezetting van de ondergrondZanddrainsKunststofdrainsSteenfunderingenAsfaltverhardingenRapidasfaltPenetratie- en slijtlagenBetonverhardingenBestratingenFrezen van asfalt en betonRioleringenPersleidingenOnderheide rioleringReconstructiesFunderings-, en ver-hardingsconstructiesNieuwbouw en vervanging vanondergrondse leidingsystemenGrond- en verhardingswerkenOnderhoudswerkzaamhedenVerhuur en transportNederlands testrapport ter inzage.Vandaag gebeld, morgen door ons besteld.Levering via de eritende plafondmontagebedrijven.Bel 020 -825305voor informatie.Danzigerkadeie 1013 AP AmsterdamTelex 16699op verzoek zenden wij u gaame onze brochures.BOOMKWEKERIJde limietenNaarderstraat 298a,1272NTHuizenN.H.,Tel.: 021 59-44 6 63Kwekerij 'de Limieten' speciallseert zich vooral in de teelt vanChamaecyparis, Ilex, Picea, Pinus, Taxus en Thuja, in valesoorten en in alle maten. Van kleine haagsoorten tot en metgrote solitairen.Op de (overigens schitterend gelegen) kwekerij, die een groteoppervlakte bestrijkt, zijn de gekweekte bomen over het alge-meen in grote getalen voorradig. Bovendien heeft 'de Limie-ten' sinds 1 983 ook de bomenopstand van de voormaligekwekerij 'Sikking en Zn' overgenomen, die door 'kenners' alsautoriteit op 't gebied van grote solitairen werd gezien.Juist hierom is op kwekerij 'de Limieten' voor zowel nieuw-bouwprojekten van gemeentes, als voor oudere renovatiewij-ken de geschikte beplanting te vinden. Natuurlijk hebben wijook een zeer grote sortering heesters, bodembedekkers eneen uitgebreide container-teelt.Dus als u van plan bent aankopen te gaan doen, of als uzich wilt orienteren over wat de eventuele mogelijkheden zijn,nodigen wij u van harte uit bij ons een kijkje te komennemen. Het zai u niet teleurstellen!Graag tot ziens.DE&VERWERKINGBRUYNZEEL MONTAPLEXDat Bruynzeel Montaplex een uit-stekend bouwmateriaal is behoeftgeen betoog; jarenlange research enhet meedenken met de verwerkerhebben eraan meegewerkt datMontaplex in de bouwwereld uiter-aard geheel bekend is.het kan verwerkt worden metnormaal gereedschap.is veel lichter (soms de helft) dan demeeste kunststofplatenen daardoor gemakkelijk tebevestigen, ook onzichtbaar(!) doormiddel van de meest bekende beves-Een pagina is eigenlijk niettoereikend om alle pluspunten vanMontaplex op te noemen maar mochtUtochmeerwillenweten; door middelvan onderstaande bon in te vullenwillen wij U graag uitgebreiddocumenteren over onze produkten.U kent natuurlijk de vele voordelen:* een fraai, strak uiterlijk* 11 (buiten!) standaard kleuren' milieu vriendelijk* water- en weerbestendig* kras- en stootvast* diverse diktes* een laag uitzettingscoefficient* leverbaar als sandwichpaneel? niet breukgevoeligMaar de uitvoerder is speciaalgeinteresseerd hoe het materiaal zichtijdens hetverwerken houdt.Montaplex heeft de unieke voor-delen van hout en de technischepluspunten van andere panelen in zichverenigd, waardoor verwerking op debouwplaats zonder problemenmogelijk is.tigingssystemen.* het is volkomen ongevoelig voorbreuk.Onnodig te vertellen dat dekwaliteit/kostenverhouding goed ligt.Handling kost geld; met BruynzeelMontaplex wordt deze tot een mini-mum teruggebracht.Moet er dan nog verder overkwaliteit worden gesproken?Bruynzeel geeft niet voor niets 10 jaargarantie op Montaplex, inclusief op derandafwerking.U kunt Bruynzeel Montaplex toe-passen op iedere plaats waarvoor Ueerst ander materiaal wilde gebruiken,ook voor binnentoepassingen.Over deze mogelijkheden zullen wij Ugaarne verder informeren.U kunt mij vrijblijvend Uw uitvoerigedokumentatie toezenden overNaam:Funktie:Naam bedrijf:Telefoon:Straat;Postkode;Plaats:DE PLAAT WAAR EEN REPUTATIE ACHTER STAATBruynzeel Muitipanel BV, telefoon: 075-542103-542259-542286-542334-542589.Stuur de coupon in een gesloten enveloppe zonder postzegel naar Bruynzeel Muitipanel BV, antwoordnummer 208,1500 VC Zaandam.XIme \me t"g I a sg I a sI i e r b.K- Glas- in lood restauratieen nieuw.- Gebrandschilderd glas inlood.- Glas appliqu&- Gestraalde ruiten.noorders^raat 4 a9671 gw winschofen 05970-16453boerenctanserdj/k 35 a8024 ae zwo! letel: 038-531809IsolatieISOLERENDE BEGLAZINGWAT IS ARVAPLUSARVAPLUS is een isolerende beglazing,bestaande uit twee platen floatglas,gescheiden door een volkomen vochtvrije luchtgangen aaneengevoegd met een dubbele elastische verbinding.WAAROM DUBBELGLAS* voor verbetering van de warmteisolatie* voor verbetering van de geluidsisolatie* uit economische overweglngen* twee ruiten zijn veiliger dan eenARVAPLUS kan behalve met blank spiegelglas eveneensworden geleverd met:* gekleurd doorzichtig glas* reflecterend glas* gefigureerd glas* gelaagd glas* hard glas voor meer informatie / \J U M 1/ ^ | IHervensebaan 29, Postbus 3210, 5203 DE 's-Hertogenboschtelefoon 073-417745, Telex 50039IsolatieisoCatiBbedtil^den HanenbergUitgevoerde werken, o.a.: Anthonius Zlekenhuis Nieuwegein,Centr. werkpl. PIT Den Haag, "De Reeshof" Tiiburg etc.Akkerpad 1, 5251 BA Vlijmen. Tel. 04108-9125.Orgaan van hetNederlands InstituutvoorRuinitelijke Ordeningen VolkshuisvestingIsj stedebouw en volkshuisvesting66e jaargang mei 1985Redacfie:Ir. R.M.Th. AdriaansensDrs. H.J.M. van AlphenMr. R. BekkerDrs. A.J. van der BurgDr. H. van der CammenDrs. L.G. GerrichhauzenMr. ir. A.W. HartmanIf. J. HeelingIr. K.R. de PoelProf. J. RothuizenMr. A.M. Schaap-DubbelboerRecensieredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-602775Redacfie. adniinistratie enpublikaties ter recensie:Van Speykstraat 252518 EV Den HaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Richtlijnen voor auteurs:Auteurs van artikelen enboekbesprekingen kunnendesgewenst op het redactie-secretariaat een exemplaar van de'Richtlijnen voor auteurs'aanvragen.Uitgave van:Samsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertentie-acquisitie:voor personeelsadvertenties:Postbus 42400 MA Alphen aan den Rijntelefoon 01720-62191voor produkt-advertenties:Postbus 4642400 AL Alphen aan den Rijntelefoon 01720-75257Opdrachten en materiaal wordenvoor de lOe van de maand,voorafgaande aan de maand vanverschijning, ingewacht.Losse nummers f 12,--ISSN 0039-0879InhoudDenkraani190 De schone schijn van het toerisme, H.C. Kromhout191196200210217225ArtikelenOmgaan met de toekomst, prof. dr. G.A. WissinkProjectprocedures, Tj. de KoninghGroeikernen- en groeistedenbeleid: Spijkenisse in de hoogsteversnelling; enige stedebouwkundige praktijkervaringen,ir. D. Dekker b.i. BNA BNS en ir. Tj. Ruimschotel b.i. BNSDe bereikbaarheid van voorzieningen voor voortgezet onderwijs,drs. R.P. van BrouwershavenSpreiding van Mediterranen, C.S van PraagIn Planologenland, H. van der Cammen227 Nieuwe Publikaties231 Nieuws van de Raad van Advies voor de Ruinitelijke Ordening232 Mededelingen NIROV232 .Aankondigingen233 Overige mededelingenDit nummervangt aan met een beschouwing over e.xploratie van de toe-komst: overwegingen en vingerwijzingen met betrekking totde behandeling van de toekomstdimensie. die te/.amen eengenuanceerde aanpak voorstellen.In het tweede artikel enkele bevindingen uit het .,afslem-mingsonderzoek", door de vakgroep Bestuursrecht van deRU Groningen verricht naar de coordinatie van besiuitenmet ruimtelijke consequenties met de besluitvorming in hetkader van de WRO.Het derde artikel doet verslag van de stedebouwkundigeaanpak in de jaren 1976-1980 van de uitbouw van groeikernSpijkenisse. Met name het planvormingsproces komt aan deorde.De planning van voorzieningen voor voortgezet onderwijs,aan de hand van de te verwachten dahng van de toekomstigeaantallen leerlingen en daarnaast de nieuwe normen voorhet leerlingenaantal per school, is onderwerp van de vierdebijdrage.Tenslotte een beschouwing over de spreiding van migrantenvan mediterrane herkomst in de vier grote steden. Nagegaanwordt of het model van de Chicagoschool ook voor Neder-land van toepassing is.Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1985 189DenkraamDe schone schijn van het toerismeHet voldoen aan de ruimtebehoefte voor openluchtre-creatie, het inspelen op ontwikkelingen in het toerisme enhet bewaken van mimtelijke kwahteiten lijken intoenemende mate op gespannen voet met elkaar te komenstaan. Het Structuurschema Openluchtrecreatie (SOR),deel d, geeft voor slechts eenderde de financiele invulUngvan de onderkende behoefte. Budgettaire beperkingenworden hiervoor als motief genoemd. De bezuinigingenop openluchtrecreatie lijken overgeheveld te zijn naar hetministerie van Economische Zaken voor het toeristischbeleid.Toerisme kan zich in een groeiende belangstelhng ver-heugen. Alle provincies en Flevoland en Rijnmond be-schikken nu of eerstdaags over een TROP. De "NolaToeristisch Beleid 1985-1989" is verschenen en het minis-terie van Economische Zaken beschikt over de nodigemiddelen ter stimulering van het toeristisch beleid.Toerisme en recreatie zijn sterk aan elkaar verwant enin diverse situaties nauwelijks van elkaar te onder-scheiden. Alleen als het toerisme zich op industriele wijzemanifesteert, grootschalig en kapitaalsintensief, dan is derelatie met openluchtrecreatie zoek. En juist in die ver-schijnmgsvorm ervaart toerisme de toetsing door de ruim-telijke ordening als een blok aan het been. In de VasteKamercommissie, die de Nota Toeristisch Beleid besprak,kwamen de "knellende banden van de ruimtelijke orde-ning" herhaaldelijk ter sprake.In de kleinschalige situatie stimuleren toerisme enopenluchtrecreatie elkaar; er kan zelfs sprake zijn van eentoeristisch recreatieve infrastructuur, waarin natuur,voorzieningen te algemenen nutte en particulier initiatiefsamengaan. Een goede onderlinge afstemming kan tot eenzekere meerwaarde leiden.Waar toerisme zich echter voordoet als industrielebedrijfstak ligt de nadruk op werkgelegenheid en inko-mensvorming. Het ministerie van Economische Zakensteunt deze vorm van toerisme uitdrukkelijk in de NTB enin de TROP's. De sterke nadruk op stimulering van werk-gelegenheid en inkomensvorming in toerisme kan gemak-kelijk ten koste gaan van aandacht voor kwalitatieveaspecten die voor recreatie en toerisme van wezenlijkebetekenis zijn.De praktijk leert dat als een investeerder zich voor eentoeristisch projekt aandient, de vastgelegde ruimtelijkekwaliteiten, zoals een bestemming natuurgebied, snel terdiscussie kunnen komen om de investeerders gunstig testemmen. Dit gebeurde bijvoorbeeld in Arnhem voor eenbuitenlandse investeerder die een lokatie zocht voor eenprojekt a la Disney World, in Noordwijk voor het CosmoCenter, in Heumen voor Sporthuis Centrum en de situatiein Ter Worm mag als algemeen bekend worden be-schouwd. De respectievelijke gemeentebesturen waren opvoorhand bereid tot aanpassing van de vigerende bestem-ming van een natuurgebied ten gunste van de potentieleinvesteerder.Het betrof in alle gevallen projekten van ettelijke hec-taren met een ruimtebeslag voor de hoofdactiviteit, ne-venvoorzieningen, parkeren, ontsluitingsproblemen enknelpunten ten aanzien van de zonering en uitstralings-effecten. Kortom, het betreft een forse functiewijzigingvoor het betreffende gebied.Toerisme ademt een vriendelijke sfeer van vakantie,zonnige situaties, plezierige mensen in hun vrije tijd, ont-spanning en genot. Uit een oogpunt van ruimtelijk beleidzuUen echter andere kriteria een rol moeten spelen omgewenste ontwikkelingen te stimuleren en ongewensteontwikkelingen tegen te gaan. Dit geldt vooral bij groot-schalige ontwikkelingen met een bovenlocale functie,waar doorgaans meer bezoekers en/of verblijfseenhedenzijn dan menig dorp aan inwoners of woningen heeft.Bij het bepalen van de locatie-mogelijkheden, hetgeenprimair op streekplanniveau dient te gebeuren, zuUenaspecten aan de orde moeten komen zoals de voorzienin-genstructuur, inpassing in de omgeving, uitstrahngseffec-ten, aansluiting op de (recreatieve) infrastructuur, uitbrei-dingsmogelijkheden.De ruimtelijke ordening en het milieubeleid hebben eenbelangrijke taak voor de kwaUteitsbewaking van het lan-delijk gebied voor recreatie en toerisme: bijvoorbeeld vei-ligstellen van waardevolle gebieden voor natuur en recre-atief medegebruik, stiltegebieden ten behoeve van toeris-me en recreatie.Recreatie en toerisme zijn lang als restpost beschouwdin menig streekplan. Eerst werden alle andere functiesvastgelegd, daarna kwam de recreatie pas aan de orde;worden recreatie en toerisme echter beschouwd als invals-hoek voor het ruimtelijk beleid dan is bijvoorbeeld niet deinpassing van een rijksweg in het landelijk gebied aan deorde, maar de vraag of die weg er op die plaats moetkomen ja of nee; dan gaat het ook om veiligstelhng vanstiltegebieden met alle consequenties van dien en bijvoor-beeld waterkwahteitseisen voor recreatief gebruik meteisen ten aanzien van lozingsbeperkingen.De reeds genoemde TROP's zijn sectorale studienota's.Zij hebben geen duidelijke plaats in de planningsstructuurvoor openluchtrecreatie en toerisme. De TROP's zijn ech-ter wel van belang voor de subsidiering, alhoewel de cri-teria voor de prioriteitsstelHng niet exphciet gemaakt zijn.Door het ontbreken van een wettelijke basis moet Econo-mische Zaken gebruik maken van net P.P.O.-instrumentdat door Landbouw en Visserij wordt beheerd. Dit levertspanning op met de verdeling van recreatiesubsidies.Zolang toerisme eenzijdig economisch belicht wordt benik van mening dat er uit anderen hoofde kwalitatieverandvoorwaarden nodig zijn.De ruimtelijke ordening biedt hiervoor goede mogelijk-heden. Streekplannen en gemeentelijke structuurplannenzouden moeten anticiperen op gewenste ontwikkelingen:ontwikkelingszones aangeven, locatiekriteria vermeldenen ruimtelijk relevante kwaliteitseisen aangeven, waaron-der miUeu-eisen. Bij de anticipatie behoort ook een tijdigeherziening van de plannen om op veranderende omstan-digheden in te spelen.Met de TROP's is er een lawine aan ontwikkelingsmo-gelijkheden aangegeven. Spontane ontwikkelingen kun-nen tot een warwinkel van voorzieningen leiden. De scho-ne schijn die aan toerisme verbonden is kan gemakkelijkfont uitpakken.Toerisme ontpopt zich als een Industrie met vele ver-schijningsvormen. Evenals bij andere industriele ontwik-kelingen moet de werkgelegenheid als een belangrijk eve-nement onderkend worden.Voor de ruimtelijke ordening is dit echter slechts eenaspect, dat in de totale afweging voor een gewenst ruim-telijk beleid meegewogen dient te worden.H.C. KromhoutBeleidsmedewerker Algemene Recreatie Vraagstukken,ANWB190 Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1985Omgaan met de toekomstG.A. Wissink*We beseffen dat we in wezen heel weinigvan de toekomst afweten. Het zou daar-om gemakkelijker en minder riskant zijnals een plan of programma uitsluitend opde korte termijn gericht kon worden.Toch ontlenen we doorgaans ons rich-tingsgevoel aan datgene wat over eenreeks van jaren mogelijk tot stand zoukunnen komen. Bovendien heeft het con-crete handelen van nu "sowieso" gevolgenvoor de verdere toekomst. Planning enbeleid moeten dus onvermijdelijk reke-ning houden met de middellange en langetermijn en er is daarom een zekere nood-zaak om over de toekomst na te denken.Maar dan is er een reeel gevaar dat we onseen toekomst voorstellen die er nooit zalzijn. En zo'n irreeel toekomstbeeld is eengebrekkige gids voor het handelen in hetheden.Ik zal enkele aspecten van dit dilemmanagaan en er een aantal practische tipsaan ontlenen voor een zo verantwoordmogelijk vooruitlopen op de toekomst.Dit zal gebeuren in de vorm van een reeksnotities. Ik begin met enkele opmerkingenover scenario's, aangezien naar mijn ge-* Hoogleraar in de planologie KatholiekeUniversiteit Nijmegen.Exploratie van de toekomst is altijd riskant maar blijft ons bezig houden. Het is echtervan minstens even groot belang de fundamentele onzekerheid over de toekomst in onzewijze van handelen en in onze instrumenten te verdisconteren. Het wordt hoog tijd dat wijvanuit die gedachtengang komen tot nadere systematisering en uitwerking.Met deze beschouwingen wordt een stap in die richting gezet.voel in die scenario's het speuren naar detoekomst recentelijk een climax heeft be-reikt. Van daaruit kunnen we ons mis-schien terugtrekken op een wat beschei-dener positie (waarin scenario's nietnoodzakelijk uitgesloten hoeven te zijn).Het gebruik van scenario'sScenario's zijn het eindprodukt - meestalin de vorm van mogelijke beleidspro-gramma's - van studies naar wenselijkeen/of mogelijke toekomstige situaties openig terrein. Ze zijn op uiteenlopendewijze gedefinieerd, maar ik maak gebruikvan de gezaghebbende definitie van Kahnen Wiener: "Scenario's zijn hypothetischereeksen van gebeurtenissen gecon-strueerd met het doel de aandacht te rich-ten op oorzakelijke processen en op be-slispunten"').Toen scenario's enkele jaren geledenbovenaan de top-hit lijst stonden, haddensommige scenario-ontwerpers het opti-mistische gevoel dat de toekomst spoedigop z'n minst enkele van haar geheimenzou prijsgeven. Meer en betere gegevensen een verbeterde methodologie zoudenuiteindelijk een lokkend perspectiefopenbaren en de noodzakelijke besluitenen maatregelen suggereren om de samen-leving daarheen te stuwen.Dat optimisme is er nu niet meer. Sce-nario's zijn terug op de plaats waar zijthuishoren: bij de gereedschappen die terbeschikking staan voor het verbeteren vanbeleidsbeslissingen. Ze kunnen de com-plexiteit wat doorzichtiger maken en eenraamwerk voor de discussies leveren. Nietmeer, niet minder.Verbaan heeft onlangs gesuggereerddat ze ook gebruikt zouden kunnen wor-den voor innovatie en creatief ontwerp^).Nu ben ik helemaal voor gedisciphneerdeverbeelding in dienst van het wetenschap-pelijk onderzoek, maar ik vrees dat alsinnovatie en creatief ontwerp te veel be-nadrukt worden, er een ongelukkige men-ging ontstaat van twee verschillende gen-res, namelijk van wetenschap en science-fiction. Scenario's behoren een stevigegegevensbasis te hebben en ze moetenbreed maar consistent zijn. Innoverendeontwerpoplossingen zijn meestal partieelen gebaseerd op een paar uitgesprokenideeen. Natuurlijk zijn zulke ideeen on-ontbeerlijk en moet er ruim plaats voorzijn in het proces van beleidsvorming.Maar indien zij in scenario's worden aan-gewend, moeten zij bij voorkeur wordentoegepast om bepaalde punten nader uitte werken binnen een reeds vastgesteldtotaalbeeld. Ik ontken overigens niet dateen ruimtelijk ontwerp ook op analysegebaseerd moet zijn en dat dit een zekereverwantschap met scenario's kan geven.Ik spreek alleen een vrees voor onnodigeen ongewenste vermenging uit.Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1985 191omgaan met de toekomstSpeuren naar wat blijftIn scenario's staan komende veranderin-gen nogal centraal. Het is echter evenzeervan belang - en in zekere zin gemakkelij-ker - te zoeken naar wat mogelijkerwijs ofzelfs zeer waarschijnlijk ongeveer gelijkzal blijven. Dat kan op z'n minst ondertwee verschillende noemers, te weten 1.die van waarden en behoeften en 2. dievan middelen (incl. de technische). Dik-wijls worden deze waarden, behoeften enmiddelen vertaald in instituties die alszodanig enige duurzaamheid (traagheid)hebben.Onder de waarden en behoeften zijn erzeker die betrekkelijk constant zijn. Dezezijn te onderkennen als karakteristiekemotiveringen en als betekenissen die minof meer permanent worden toegekend enals kwaliteiten die verwacht worden. Hetopsporen daarvan is meestal een kwestievan gefundeerde interpretatie, die in eenaantal gevallen tot vertrouwenwekkenderesultaten kan leiden.Zo kan men er bijvoorbeeld achterko-men dat al lange tijd een combinatie vanvier kwaliteiten wezenlijk en uniek ge-zocht wordt in stadscentra: 1. een rijke endiverse inhoud aan informatie; 2. eendicht interactie-patroon; 3. gevarieerdeen stimulerende belevingen en 4. een aan-genaam verblijf. Andere functies mogenzich sterk aan ons opdringen, maar ze zijnallereerst een onontbeerlijk zaadbed voorde vier genoemde, en/of ze zijn noodza-kelijkerwijs gebonden aan dit dichte enrijk geschakeerde milieu dat gemakkelijkis te bereiken voor alle stadsbewoners.Het kan tenslotte ook zijn dat ze er niethoeven te zitten (en misschien liever el-ders gelocaliseerd moeten zijn).De stabiliteit van de middelen kan somsook aanzienlijk zijn. Zo hebben we deauto nu al lange tijd onder ons gehad enlijkt deze niet op het punt van verdwijnen.Er zijn enkele zeer kenmerkende verban-den tussen ruimtelijke ontwikkeling enbeschikbare middelen, zodat bijvoor-beeld een wijd gespreide suburbanisatievrijwel altijd samengaat met een hogelevensstandaard en een grote automobili-teit. Maar een en ander gaat alleen min ofmeer op voor vrij simpele combina-ties3).Dit soort interpretaties heeft meestal een his-torische basis. Men kan a.h.w. ook in de tijdvooruitgrijpen door te kijken naar reeds plaals-vindende ontwikkelingen in landen die in som-mige opzichten verder zijn. Het betreft danechter doorgaans geen zaken met al aangetoon-de continuiteit, doch zich nieuw voordoendegegevens die zich ook bij ons zouden kunnenaandienen. Of het betreft de gevolgen en impli-caties bij verdere ontplooiing van datgene watbij ons nog pas begint te komen. De VerenigdeStaten zijn in deze opzichten lang een studiewaard geweest en het lijkt erop dat Japan zichdaarbij heeft gevoegd.Vaak gaan waarden/behoeften en midde-len uiteraard ook samen in karakteris-tieke combinaties. Zo heeft de behoefteaan vrijheid en bewegelijkheid in de autoeen welkome vervuUing gevonden. Ditsamengaan geldt ook voor die zaken dieweliswaar niet zeer langdurig continuezijn maar toch elke wat kortere periodekenmerken. Elk zo'n periode heeft haareigen stijl of menging van stijlen, mis-schien nog het best te vatten onder determ mode(s). Zo lijkt de mode wat betreftde vakantiebesteding een tijd constant tezijn, om dan in de loop van een paar jaaraanzienlijk te veranderen. Hetzelfde geldtvoor dag- en weekendrecreatie, waar bij-voorbeeld volkstuinen op de achtergrondzijn geraakt door de opkomst van cara-van-kamperen en waar de surfsport eenbliksemachtige opmars is begonnen. Defundamentele woonstijlen lijken mindersnel te slijten, mogelijk omdat het aan ditveld inherent is dat er minder variatievoorkomt en minder keuzevrijheid be-staat.Al met al blijft het vooral met dit laatstesoort "constanten" een probleem dat mennooit weet hoelang zij onveranderd zullenblijven. Toch lijkt het me de moeite waarder critisch naar te zoeken.Is er een gulden middenweg?Soms is het vrij gemakkelijk om een een-voudig kwantitatief kader op betrouwba-re wijze te verkrijgen. Dat geldt bijvoor-beeld voor de toekomstige schoolbevol-king of voor het aantal bejaarden. Als deprognoseperiode niet te lang is, kunnendegenen die op een bepaald tijdstip debetreffende categoric zullen vormen, ge-makkelijk in het heden worden geidenti-ficeerd. De meest critieke variabele is hunoverlevingskans en deze kan vrij nauw-keurig worden geschat. Maar wanneer hetmenselijke wezens betreft die nog nietgeboren zijn, is elke schatting riskant.Gedurende de laatste twintig jaar zijner in ons land zeer ambitieuze beleids-voornemens gebaseerd op schattingenvan de nationale bevolking die spoedigdaarna drastisch herzien moesten wor-den, met een radicale verandering vanbeleidslijnen als gevolg. Zo werden in1965 (Tweede Nota R.O.), bij de vooruit-berekende 20 miljoen inwoners van Ne-derland in het jaar 2000, voor het Noor-den bijvoorbeeld 3 miljoen inwoners zeergewenst geacht, terwijl daar volgens eentrendberekening (incl. een klein vesti-gingsoverschot) op een toeneming tot 2'/4miljoen bij de eeuwwisseling gerekendmocht worden. In 1976 (Derde Nota R.O.- Verstedelijkingsnota) kwam een trend-berekening voor het Noorden (incl. eenlets groter vestigingsoverschot) tot P/tmiljoen in het jaar 2000, bij een totaleNederlandse bevolking van 15,6 miljoen.Dit werd toen wel bijna voldoende geacht.In het Westen van het land moesten, vol-gens de beleidslijnen van 1965, in 2000veel minder mensen wonen dan er ver-wacht werden (moeilijk te berekenen,maar misschien wel PA miljoen minder),terwijl in 1976 werd gesproken over eenna te streven vermeerdering van bevol-king door vermindering van de trek uitNoord- en Zuid-HoUand (Utrecht zoutoch al een vestigingsoverschot hebben).Gelukkig was er intussen feitelijk wei-nig gebeurd (ook al omdat dit soort be-192 Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1985omgaan met de toekomstleidslijnen op het nationale niveau geenstrikt imperatief karakter had). Andersgezegd: de planners werden er meer doorgefrustreerd dan de feitelijke ontwikke-ling. Er lijkt veel voor te zeggen om indergelijke gevallen aanvankelijk maar eenmiddenkoers aan te houden en slechtsgeleidelijk een radicalere oplossing na testreven als de zaken werkelijk doorgaanzich in de veronderstelde richting te ont-wikkelen.Een probleem is echter dat het in voor-komende gevallen lang niet altijd duide-lijk zal zijn waar het midden ligt. In devijftiger en begin zestiger jaren werden ervooruitberekeningen van het aantalauto's gepubliceerd die later veel te laagbleken uit te komen, ondanks het feit datnogal wat critici ze bij verschijnen veel tehoog vonden. Echter in elk geval voerdeeen lage vooruitberekening in deze situa-tie niet tot overijlde actie. Ik heb namelijkneiging om te zeggen dat het bij onzeker-heid ook hier beter is kalm aan te doen,omdat een latere inhaalmanoeuvre aan-vaardbaar lijkt.Waar gaat het dan om: het vinden vaneen gematigde middenkoers of het vermij-den van overijlde actie? Beide zullen nog-al eens op hetzelfde neerkomen, maar inweer andere gevallen is een doortastendeen onmiddellijke aanpak juist geboden.Denk aan de dreigende verdere verontrei-niging van bodem en drinkwater metmeststoffen. Een en ander betekent datmen in elk type situatie goed zal moetennadenken over aard en betekenis van eenvooruitberekening, de ernst van de gevol-gen bij juistheid van de voorspelling en demogelijkheid en effectiviteit van ingrijpenthans en op een later tijdstip.Kennis van de eigen beperkingenEr moet niet te veel worden gerekend ophet sturingsvermogen van de overheid alsde verwezenlijking van het geformuleerdebeleid in hoge mate afhangt van het opof-feren van het eigenbelang door mensen enorganisaties ten gunste van het officieelverkondigde algemene belang.In het algemeen handelen we als indi-vidu of organisatie in de wetenschap datde toekomst voor een groot deel doorandere krachten wordt bepaald. Ook eenoverheid zou dat moeten weten. Als indi-vidu of organisatie geven we vorm aan detoekomst op basis van verwachtingen.Die verwachtingen zijn gebaseerd op watwe weten over het verleden, gekleurd dooronze positie en middelen in het heden ensterk beinvloed door wat we denken overen verlangen van de toekomst. Verderworden ze dan nog beinvloed door onzebonding ten opzichte van het nemen vanrisico's. Bovendien houden we meestalrekening met wat we verwachten dat an-deren zullen doen. In wezen heeft het han-delen van overheden dezelfde gronden.Maar waar individuen dikwijls binnen deeigen gezagskring handelen, zeer goedwetend dat zij geen gezag hebben overanderen, meten overheden zich in hunmaatregelen vaak een gezag aan dat zijniet hebben.Wanneer we even tijden van echte crisisbuiten beschouwing laten, doet een over-heid die de ruimtelijke ontwikkeling wilgeleiden, er het beste aan krachtige ten-denzen in de samenleving niet te willenstuiten, maar waar nodig te reguleren. Ditsluit gewoonlijk de uitvoering in van en-kele standaard-taken die door de samen-leving noodzakelijk worden geacht enwaarvan uitvoering door de overheid alsvanzelfsprekend wordt geaccepteerd.Veel (ontwikkelings)taken worden even-wel verricht door individuen, groeperin-gen en organisaties, en als regel heeft deoverheid nauwelijks het vermogen zichdaar vergaand mee te bemoeien. Tenzijdaarvoor een aantoonbare dringende re-den aanwezig is.Sommige maatregelen van de overheiddienen zich als het ware op natuurlijkewijze aan, bijvoorbeeld de voorzieningmet sociale woningbouw waar deze nodigis in relatie tot arbeidsplaatsen. Bij anderemaatregelen ligt dat vaak moeilijker. Danis zorgvuldige afweging gewenst. Het be-reikte afwegingsresultaat kan echter spoe-dig worden verstoord door veranderingenin een of meer van de samenstellende ele-menten. En in zulke complexe zaken kanblijken dat onvoldoende rekening is ge-houden met de hardnekkigheid van enke-le algemene patronen van ruimtelijk ge-drag of met de doeleinden van enkelebelangrijke actoren. En dat kan dan eeneffectieve beleidsvoering in de wegstaan.Het verwijt dat meer toekomstonder-zoek gedaan had moeten worden, valt inzulke gevallen te gemakkelijk. Ik hebalthans de indruk dat men daarbij zo nuen dan het verkeerde toekomstonderzoekop het oog heeft. De betrekkelijkheid vanhet gebruikelijke toekomstonderzoek is algereleveerd en daarom lijkt het genoemdeverwijt gemakkelijk overdreven te kunnenworden. Zulk onderzoek is nuttig alshulpmiddel om mogelijke toekomstige sa-menhangen en gevolgen te onderkennenen om vermijdbare risico's uit de weg tekunnen gaan. Maar een voortdurend ge-roep om meer kan ook de illusie voedendat we op een later tijdstip veel beter toe-gerust zullen zijn om actie te ondernemenen dat kan tot inactiviteit leiden.De betekenis van innovatieve conceptiesSoms komt er een innovatieve conceptiete voorschijn die zo creatief is en zo'novertuigingskracht heeft dat haar kwali-teit de samenleving inspireert. Dat kanzowel een technische conceptie als eeninstrumenteel/organisatorische of ruim-telijk/organisatorische vondst zijn. Maarin ruimtelijke planning en beleid, metname op regionaal en nationaal niveau,zijn dergelijke concepties tamelijk zeld-zaam. Ik suggereer dan ook allerminst datde inspiratie voor die concepties zonderveel transpiratie denkbaar is. Zij moetenin elk geval op sterke argumenten zijngebaseerd en een duidelijke functionali-teit hebben.Een innovatieve conceptie kan leidentot een zekere mate van continuiteit inplanning en beleid. Daarom moeten be-leidmakers niet te gauw een sterke con-Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1985 193omgaan met de toekomstceptie weer van de hand doen als zij zogelukkig zijn er een te hebben. Een goedvoorbeeld is het Greater London Plan vanAbercrombie uit 1944, met Green Belt enNew Towns. Gedurende een vrij langeperiode heeft dit plan enige helderheidgebracht in de planning en ontwikkelingvan Groot-Londen. Tot op zekere hoogtegeldt dit ook voor onze Randstad-con-ceptie uit het eind van de jaren vijftig.Planning en feitelijke ontwikkelingEen belangrijk punt van aandacht moetzijn de bestudering van wat de feitelijkeontwikkeling doet afwijken van plannen(op diverse schaalniveaus). Zo'n studiekan factoren blootleggen die afwijkingenveroorzaken en met die factoren moetrekening worden gehouden bij de voorbe-reiding van verdere plannen. Soms kan ditbetekenen dat elementen uit het plan wor-den gelaten omdat ze niet door overheids-maatregelen kunnen worden bewerkstel-ligd of beinvloed. In markteconomieenkan dit bijvoorbeeld gelden voor bepaal-de zaken die verband houden met werk-gelegenheidsgroei, vestigingsplaats vanondernemingen, woonvoorkeuren en be-volkingsmobiliteit. In andere gevallenkan het zinloos blijken te zijn plannen aldirect te detailleren. Dat zou dus achter-wege moeten blijven tot op het momentdat ontwikkeling feitelijk lijkt te gaanoptreden.Bij dit alles mogen we best voor ogenhouden dat, als de werkelijkheid blijkt tebeantwoorden aan het plan, dit nog nietaltijd een gelukkige ontwikkeling hoeft tezijn. Er zijn plannen gerealiseerd die lie-ver nooit tot stand hadden moeten ko-men, terwijl er omgekeerd indirecte entoevallige effecten van menselijke onder-nemingen zijn die geen kwaad woord ver-dienen. Onder vele minder succesvoUevernieuwings- of uitbreidingsprojecten ishet Pruitt Igoe project in de sociale wo-ningbouw in St. Louis een fameus voor-beeld. Het werd achttien jaar later ge-deeltelijk opgeblazen. In eigen land is deBijlmermeer natuurlijk ook niet mis. Eenvoorbeeld van een gelukkig neveneffectlevert het natuurreservaat van de Oost-vaardersplassen, waar 6.000 ha moeras -in de loop van de drooglegging ontstaan-aanvankelijk als tijdelijk werd be-schouwd, maar nu dankbaar als blijvendwordt aanvaard.Elen zo open mogelijke planningWe hebben een kwantitatief kader nodigen enkele kwalitatieve ideeen over watmogelijk en wenselijk lijkt en over watvermeden zou moeten worden. Er schuiltdus niets verkeerds in het voorbereiden enkiezen van zo'n kader en van zulke ideeen,noch in het gebruik ervan. Maar dat moetdus gebeuren met veel begrip voor de gro-te onzekerheden. Daarom moeten we, nade doeleinden zorgvuldig gekozen te heb-ben: 1. niettemin bereid zijn deze op elkmoment te laten vallen of ze te wijzigen.En we moeten plannen en programma'sopstellen die, in een mate die varieert metde aard van de planning-opgave, 2. hetminst al zaken vastleggen voorbij de kortetermijn en 3. het geringste aantal toekom-stige keuzemogelijkheden blokkeren.Uit deze vereisten laat zich een aantalconsequenties afleiden. Ik geef een paarvoorbeelden. Zo vraagt het gevaar datrichtpunten hun bruikbaarheid verhezenom het nauwlettend volgen van feitelijkeontwikkelingen en van de samenlevings-processen die daarachter zitten. Het ver-eiste dat men zich niet onnodig vast moetleggen, voert tot voorzichtigheid ten aan-zien van grote projecten en stimuleertonderzoek naar de mogelijkheid om dezeop te breken in min of meer autonomedelen. De richtlijn zo min mogelijk toe-komstige keuzen te blokkeren leidt tot hetnagaan van de gevolgen van voorgesteldeactie vooral in zoverre deze andersoortigeactie in de toekomst uitsluit. Deze richt-lijn vraagt ook om overweging van deduurzaamheid (mate van blijvendheid)van voorgestelde grondgebruiksvormenI en het nut daarvan onder veranderdeomstandigheden.Menig project in hedendaagse stedenen daarbuiten is gevaarlijk groot. Ik wildaarmee niet zeggen dat elk dergelijk pro-ject vermeden had moeten worden, maarik betwijfel of vooraf voldoende aandachtwordt besteed aan hun blokkerende wer-king in relatie tot de toekomstige ontwik-keling.Voorzichtig met grote projectenOok in ons land hebben we inmiddelsvoldoende leergeld betaald voor het poli-tick doordrukken van grote projecten.Voorbeelden zijn de pijlerdam in de Oos-terschelde, de Bijlmermeer en in zekerezin het RSV-steunproject. Wat kleiner,maar nog steeds van grote omvang, is dedreigende misgreep van het onverkortvasthouden aan de voorgestelde groei-kern Duiven-Westervoort (Structuur-schets Stedelijke Gebieden, deel d, rege-ringsbeslissing 1984). Ik ben daar in anderverband op ingegaan (Hoorzitting VasteKamercie RO en Volkshuisvesting,26november 1984).Mijn eerste vuistregel in dit soort situa-ties is: kijk of het project kan wordenvermeden of in stukken kan worden ver-deeld die op zichzelf kunnen staan als opeen later tijdstip de voltooiing van hetgeheel onverstandig zou blijken. PeterHall heeft onder de titel "Great PlanningDisasters" (Londen, 1980) een heel boekgewijd aan de bedoelde projecten, vooreen deel waarvan sprake is van nieuwetechnologic en onzekere kosten (even-tueel ook opbrengsten). Hij komt dan totde volgende (additionele) vuistregels (pp.7, 8, 105):1. Maak bij voorkeur gebruik van aan-passingen van bestaande technologic lie-ver dan van geheel nieuwe technieken.2. Analyseer systematisch de escalatievan de kosten van reeds ondernomen pro-jecten.3. Vermijd politieke gebondenheid opbasis van voorlopige schattingen.4. Voltooi alle uitvoerbare onderzoekin-194 Stedebouw en Volkshuisvesting, mei 1985Betonschade?SYNCOFLEX BVKunststoffenapplikatieBetonreparatie VoegafdichtingBetonbescherming OndersabelingBetoninjektie VerankeringVIoerafwerking WandafwerkingMeer informatie: SYNCOFLEX BVElektronweg 183542 AC UtrechtTel. 030-443828Watdemeestebouwspecialistenalweten hoeftvooranderengeengeheim te zijn."NDe Britse onderneming Imperial ChemicalIndustries PLC maakt wereldwijd zo'n 12.000produkten, veelal grondstoffen en halffabrikatenvoor vrijwel elke tak van Industrie.Ook voor de bouwnijverheid levert ICI een aantalprodukten met vaak zeer interessante toepas-singsmogelijkheden.ALKATHENE, grondstofvoor kabel- enleidingisolatie. DPC2000 vochtwerende bouw-folie. HALOFLEX, grondstofvoor verfopwaterbasis. ALLOPRENE, grondstofvoorchloorrubberverven. Hard PVC buismateriaalvoor afvoer en riolering. MELINEX,gemetal-liseerde polyesterfolie voor isolatie. PERSPEX,acrylplaat voor een veelheid van creatieve toepas-singen in de bouw. POLYURETHANEN,grondstoffen voor blijvend isolerend hardschuimo.a. dakplaten, pijp- en spouwmuurisolatie,ICI Holland BV LandbouwWijnhaven 107, 3011 WN RotterdamTelefoon(010)171911ICI Holland BV is een 100% dochteronderneming van Imperial Chemical Industries PLC, Londen.sandwich-panelen voor gevelisolatie.SILICONEN, grondstofvoor bouwkitten.TERRAMjWaterdoorlatend doek voor weg- enwaterbouw. TRANSPEX, acrylaat voorzetramenvoor utiliteits- en woningbouw.Alle commerciele activiteiten van ICI in Neder-land worden gecoordineerd door het verkoop-kantoor van ICI Holland BV in Rotterdam.Hier kunt u terechi voor informatie, promptelevering en snelle service.XlllPROJECT11=^: =(iVERZORGINGDEKVLOEREN ENVLOERBEDEKKINGEN: cement-dekvloeren, parket, kunststof- enkurklinoleum sportvloeren,naaldvilt en tapijt in banen entegels.OVERGORDIJNEN ENVITRAGES uit eigen atelier, incl.fournituren.ZONWERINGEN,LICHTAFSLUITINGEN,VERDUISTERING, ROLLUIKENEN SCHEIDINGSWANDEN.Leveren en aanbrengen.INTERBASE BV.Postbus 25 Kerkstraat 6a5740 AA Beek en DonkTelefoon 04929-1633-1634/[IT \Ms \ van hout ismakenwehetMet zo'n 50 vakmensen en een flexibele organisatie, al50 jaar, voor;Kozijnen, deuren, trappen, exclusief- en restauratietimmer-werk. Gevelvullende elementen, dakpanelen, dakpanelen enh.s.b.-elementen. Onder KOMO-keur en met 10 jaar garan-tie.Ook: Bouwen in HOUTSKELET- of traditioneelsysteem. Uit-voering van isolatie- en renovatie-werken.Aangesloten bij de stichting G.I.W.Technisch en commercieel optimaal, al vanaf de ontwerp-fase.Vraag vrijblijvend 'n konkurrerende offerte!TIMIVIERFABRIEK BOUW- EN AANN.MIJ.VAN VLIET B.V. VAN VLIET B.V.specialisten in houtbewerkingPostbus 2, 4233 ZG AmeideTelefoon 01836- 1544*BouwmaterialenS.XJ^'jjTTEBSH^^yDEURDRANGER^^QHPa RAMVERPOSTBUS 1394700 AC ROOSENDAAL TELEX 78162TELEFOON 01650-45450 FAX: 01650-55293XIVomgaan met de loekomstgen, desnoods in meerdere fasen, alvorens(steeds bindender) besluiten te nemen.5. Erken overigens dat een project ookonverwachte voordelen kan hebben.Zijn vierde regel heeft een vrij algemenestrekking. Zijn laatste vuistregel over mo-gelijke onverwachte voordelen is in zekerezin bemoedigend. Waarom zouden wealtijd wegvluchten voor de sprong in hetonbekende en waarom de zin voor hetgrote avontuur wantrouwen? Zij zijn ookmenseUjk en zij hebben dikwijls vooruit-gang gebracht. Jawel, maar sta er daneven bij stil dat de inzet hoog is en neemgeen onnodige risico's. Terzijde kan nogworden opgemerkt dat Hall er terecht opwijst dat de stemming voor het "granddesign" gunstiger is in tijden van voor-spoed dan in tijden van recessie. Hij zouer aan toe kunnen voegen dat ook rampentot grootschalige (en dan preventieve)maatregelen kunnen leiden.Het planning- en regelingstelselHet ligt voor de hand dat een optimaalgebruik van van toepassing zijnde regelswordt bevorderd of belemmerd door hetsoort planningbenadering, het soort plan,de besluitvormingsstructuur en de aardvan de uitvoeringsmaatregelen. Dit voertnaar belangrijke vraagpunten, waarop ikhier maar summier inga.Zo is er aan de ene kant behoefte aan zoveel mogelijk consistentie en continuiteit,terwijl anderzijds de toekomst zo openmogelijk moet worden gelaten. Tot watvoor planningbenadering dat precies leidtis moeilijk een twee drie te zeggen, maar erzal in elk geval geen sprake kunnen zijnvan een gefixeerd en tegelijk gedetailleerdkader voor de middellange en lange ter-mijn.Daarbij sluit aan dat plannen periodiekherzien moeten worden. En ze moetenzelfs veelvuldig geevalueerd worden. Hetis wel degelijk zo dat het planning-sys-teem en het juridisch stelsel in het eneland meer ruimte voor flexibele aanpas-sing laat dan in het andere. Nederlandsebestemmingsplanningen blinken bijvoor-beeld niet uit door soepelheid^). De prak-tijk heeft wegen gevonden om ze te omzei-len (bijv. anticipatie via art. 19 WetRO).Gelukkig, en tenslotte, is er niet onmid-dellijk reden tot bezorgdheid als blijkt datde keurige lijntjes in onze prachtplannenworden doorbroken. Zulke voorvallenkunnen onze ervaring vermeerderen, totbezinning en zo nodig herziening leiden(peil-systemen kunnen ons helpen de vin-ger aan de pols te houden). De situatieloopt alleen uit de hand als we alsmaarbezig zijn plannen aan de werkelijkheidaan te passen. Dan zit er lets helemaalfout en kunnen we beter ophouden metplannen maken. Hoewel, het achter dewerkelijkheid aanhollen is dan altijd nogeen middel om die werkelijkheid nauwlet-tend te volgen.EpiloogHet voorgaande wijst hier en daar naareen enigszins alternatieve wijze van om-gaan met de toekomst, een wijze die ove-rigens geheel past binnen de bestaandekaders van het vak. Verdere overdenkingen uitwerking lijken mij wenselijk. Wijkunnen ten aanzien van de toekomstslechts met enkele waarschijnlijkhedenrekenen, maar wij moeten daarnaast onzeonzekerheid zo goed mogelijk in plan-ning, besluitvorming en uitvoering incor-poreren.NotenKahn, H. en A. Wiener, The Year 2000. NewYork, Mac Millan, 1967, p. 6.2Verbaan, A.A., De loekomst als speelruimte.Planning; Methodiek en Toepassing, 20(1983), pp. 2-15.3Leiden - Oxford; A Comparative Study ofLocalPlanning in the Netherlands and England. 5vols. Oxford Polytechnic, University of Delft,1974-78.Stedebouw en Volkshuisvesting, met 1985 195ProjectproceduresTj. de Koningh* De coordinatie van besluitvorming tussen overheidsniveaus over de tracering van wegen,de lokatie van stortplaatsen voor chemisch afval, de lokatie van militaire oefenterreinen,enz. verloopt niet zonder problemen.Over de wijze waarop daarin verbetering kan worden gebracht is al jarenlang discussiegaande. Enerzijds wordt gedacht aan verbetering van de ruimtelijke planvoorbereiding,anderzijds wordt gedacht aan sluitende projectprocedures.In dit artikel worden op grond van een in opdracht van de RPD uitgevoerd onderzoekenkele bevindingen weergegeven die van belang zijn voor deze discussie en daaropaansluitend de derde fase van de wijziging WRO.1. InleidingMintzberg vertelde onlangs naar aanlei-ding van zijn boek "The nature of man-agerial work" hoe hij managers van eentrauma verloste'). Volgens "het boekje"moesten zij zich bezighouden met "posd-corb" (planning, organizing, staffing, di-recting, coordinating, reporting and bud-geting). In feite waren zij druk met vele,vaak onvoorziene kortstondige activitei-ten waaronder vele directe contacten dieweinig uitstaande hadden met de hier-voorgenoemde categorieen die juist eenzekere distantie van het dagelijks ge-beuren suggereren. leder afzonderlijkdacht dat alleen hij van de norm (hetboekje) afweek: het was een opluchting tehoren dat andere managers precies dezelf-de ervaring hadden. De theorie sloot hierniet aan bij de praktijk en bood ook geenaanknopingspunten om daarin verbete-_ring te brengen.Geldt voor de besluitvorming over de* Bureau Bleker en De Koningh te Groningen;tevens verbonden aan de vakgroep Bestuurs-recht en Bestuurskunde van de Rijksuniversi-teit Groningen.ruimtelijke ordening lets dergelijks?Deze vraag zal in het hiernavolgendeworden toegespitst op de coordinatie vanbesluiten met ruimtelijke consequentieszoals de coordinatie van besluiten overbijvoorbeeld een vuilstortplaats of eenruilverkaveling met de besluitvorming inhet kader van de Wet op de RuimtelijkeOrdening (WRO).Deze bijdrage is gebaseerd op een on-derzoek dat door de Vakgroep Bestuurs-recht en Bestuurskunde van de Rijksuni-versiteit Groningen is uitgevoerd in op-dracht van de RijksplanologischeDienst2). In het onderzoek is de coordina-tieproblematiek met betrekking tot eenvijftal concrete gevallen onderzocht:- een wegtrace: rijksweg A28 gedeelteZeist;- een ruilverkaveling: Havelte;- een ontgronding: 't Grasbroek, AmbtDelden;- een volkshuisvesting-Zstadsvernieu-wingsproject: Centrumplan Bussum;- een vuilstortplaats: Nistelrode.Coordinatie is een lastig begrip. Coordi-natie kan worden gezien als het comple-ment van wat is uitgelegd of gefragmen-teerd. Waar een taak bijvoorbeeld is opge-splitst in meerdere gespeciahseerde takenmoet door coordinatie een samenhangen-de activiteit worden georganiseerd. Hierzal coordinatie in verband worden ge-bracht met de verdeling van - samenhan-gende - taken en bevoegdheden over ver-schillende actoren (met name overhe-den). De rijksoverheid heeft - bijvoor-beeld - de medewerking nodig van eenaantal gemeenten (in verband met debestemmingsplanbevoegdheid) om eenvoorgenomen trace te kunnen realiseren:de bevoegdheden die van belang zijn inverband met de bouw van een rijkswegzijn dus verdeeld over overheden van ver-schillende niveaus.Dat samenhangende taken en bevoegd-heden zijn verdeeld over verschillendeoverheden is de consequentie van enkelewelbewuste keuzes. De commissie-Vanden Bergh heeft gepleit voor regeling vande besluitvorming over de ruimtelijke or-dening in een afzonderlijke wet; voor hettotstandkomen van de WRO was de be-sluitvorming over de ruimtelijke ordeninggebaseerd op de woningwet. De commis-sie motiveerde dit als volgt:196 Stedebouw en Volkshuisvesting, niei 1985projectprocedures"De ruimtekundige orde
Reacties