,,^DMEGA }4 ???-?: - -1Itji^Nft-l 1ihImF^l E,J-->0v--.""**" /j J . y-^CLisrvmHin? ?LU ^1 ^ 69ejaargang,december1988DenkraamConvergerende planvormingbuitengebiedProvincie en bestemmingsplannenbuitengebiedBegrotingVROIVI1989Onderzoel< en beleid volkshulsvestingVolkshuisvestingsbeleid in ChinaBestuurlijk-juridische trendsNIeuwe publikaties^ irV^^^^^^^^^^^^^^^^^^^l 1B: .j^stedebouw/plkshuisve^en>tin1 -g_.. _____ ---?^^^^^J^^MREGIO OVERZICHTALS EXTRA SERVICE GEEFT STEDEBOUWEN VOLKSHUISVESTING U EEN OVERZICHTVAN DE REGIO{S) WAARIN BEDRIJVEN INNEDERLAND, VOORNAMELIJK HUN PRO-DUKTEN/DIENSTEN AANBIEDEN.DE REGIONUMMERING VINDT U TERUG INHUN UITINGEN.REGI0 2MONTERENPlafondbetimmerings-en ScheidingswandenbedrijfDEMONTEREN REPARERENSysteemplafondsaaoaKantoor & WerkplaatsKilkade 553316 BC DordrechtTel. 078 - 510170 ScheidingswandenREGI0 2-3Alsjein een fijneBimo woningwoontdanhebjegeen klagen!Dan woon je wel mooiin een goed, perfekt gebouwd huis.Jaren- en jarenlang geen omkijken naar.Praktiscn geen ondernoud.Wat denkt U hoeveel dat scheelt in de kosten ?En noe denkt U overeen steeds groter aantal tevreden huurders?Lijkt U dat ook een gerust gevoel ?vraag dan maar vrijblijvende dokumentatie aanof maak een afspraak voor persoonlijkeen direkte informatle.Even bellen 03417 - 5 36 44 en vraagt u maarnaar de heer K. BilderBIMO BOUW BVHoofdkantoor:Tolweg 12,3851 SK ErmeloTelefOOn03417-53644Vestigingen:Ommen en zeewoldeBeter bouwen, fijner wonen!REGI0 2CULTUURTECHNISCH EURO ROSENDAALA^unlsg an ondAftxxjd van groenvoorzJeningen?n tfmcxMiaOiacti ondcfhoud van watarpanijen(S!^ Oudhuyzerweo 56364SA0 Wilnislelefoon 02979-83331PARTICULIERE TUINENJ^^AANLEGRENOVATIEONDERHOUDONTWERPOPENBAAR GROENAl^AANLEG EN ONDERHOUDSLOOT , VIJVER EN GRACHTONDERHOUDMAAIEN VAN BERMEN, TALUDS, DIJKENHET MAKEN VAN BESCHOEIINGENCUL TUURTECHNISCHEWERKZAAMHEDENA^GRONDVERBETERING EN ONTWATERINGAANLEG SPORTVELDEN EN PARKENZE ZIET ELKE DAG EEN SPANNENDE FILM, MAARZOU WILLEN DAT lEMAND NAAR HAAR KEEK.Sommige kinderen leiden een spannend bestaan. Maar zijn niet te benijden. Omdal zeverzeild zijn geroakl in een wereld woorin oorlog geen kinderspel is. Maar dagelijksslachtoffers maakt. Kinderen die leven naar hel recht van de sterkste. Moor net ols iederander behoefle hebben aan iemand die near ze omkijkf.De Stichting Europe Kinderhulp trekt zich het lot von deze kinderen aan. Kinderenvon 6fot 13 joor. Uit West-Duitslond, Frankrijk, Nederland, Noord-lerland, Engelond enOostenrijk. Kinderen uit krottenwijken en buurten met weinig speelruimte. Kinderen uitgezinnen die krap behuisd zijn. Waarvon de ouders er onderdoor dreigen le gaan doorbijvoorbeeld ziekte of finonciele problemen. Maar ook kinderen die molerieel gezienniets tekort komen, moor om aandocht en begeieiding vragen.De Stichting Europe Kinderhulp wil ze loten kennismoken met een wereld volwormte en geiegenheid. De wereld woarin wij wonen. Doarvoor zoeken we gosfgezin-nen. Ouders die over voldoende begrip en voorol geduld beschikken om zo'n kindenkele weken in huis te nemen. Er stoat geen vergoeding tegenover. Moor het geluk datu zo'n kind bezorgt, zol onbetaalbaar blijken. STICHTING EUROPA KINDERHULP ^QBEZORG ZO'N KIND DE VAKANTIE VAN HAAR LEVEN.Voor meer informatie: Antwoordnummer 1500, 1200 VK 's-Grovelond.Economische activiteiten/regionaal-economische ontwikkelingRegio en ontwikkelingAspecten van regionaal-economische ontwik-kelingen in Nederland - J. Buursink & E. We-ver, red.160 pag., / 20,00 (NGS 26)Bundel bijdragen over regionaal-economischeontwikkeling in Nederland, de rol van kleinesteden daarin, en regionale verschuivingen inwerkgelegenheid.De kracht van de regioSociaal-economische ontwikkelingsmogelijkhe-den van de regio - J. de Bruin & J. Koetsier,red.100 pag., / 15,00 (NGS 76)Bijdragen van o.a. Van der Knaap, De Smidt,Wever en Voogd over regionale potenties enontwikkelingsmogelijkheden. Toegelicht aan dehand van enkele regie's als het Noorden, Lim-burg, en de Randstad.Kansen voor het noordenEen beleidsstrategisch onderzoek naar nieuwetechnologic - R.C. van der Mark, A.H. Perrels& J.J. Reynders168 pag., / 22,50 (NGS 45)Welke mogelijkheden zijn er in het Noordenvoor het aantrekken of uitbreiden van hightech activiteiten; een regionale invuUing van deaanbevelingen van de cie. Dekker inzake tech-nologiebeleid, in opdracht van EZ.EnergiebeleidHet Nederlandse energiebeleid in ruimtelijkperspectief - R. ter Brugge & E. Wever, red.132 pag., / 18,00 (NGS 35)Resultaten van een studiedag over energieposi-tie en energiebeleid van Nederland in Euro-pees perspectief.Bijdragen vanuit overheid (Van Zeil, EZ), be-drijfsleven en wetenschap. Uitvoerige analysevan Prof. Tamsma over ruimtelijke effectenvan aardgas in Nederland.Bier in Nederland enBelgieEen geografie van de smaak - A.CM. Jansen282 pag., / 37,50 (NGS 39)In dit proefschrift wordt getracht te verklarenwaarom in Belgie wel een biercultuur bestaatmet een brede variatie aan biersoorten, en inNederland niet.Smaak lijkt in de uiteenlopende ontwikkelingin beide landen een belangrijke rol te hebbengespeeld. Naast consumentenvoorkeuren droe-gen ook de (afkeer) van overheidsstimuleringen verschillen in interesse bij ondernemers inproduktievergroting bij tot de gekonstateerdeverschillen, zo blijkt uit deze originele en ver-frissende studie.Bedrijvigheid enstadsvernieuwingDe bedrijvigheidsontwikkeling in enkele stads-vernieuwingsgebieden in Utrecht en Den HaagJ. Verhorst & M.H. Stijnenbosch112 pag., / 15,70 (NGS 53)Ontwikkelingen van bedrijvigheid, bedrijfspan-den en ondernemersgedrag onder invloed vanstadsvernieuwingsactiviteiten in zeven buurten,onderzocht in opdracht van de RPD.New economic activitiesand regional dynamicsM.W. de Jong200 pag., / 29,00 (NGS 38)Welke betekenis hebben nieuwe high tech akti-viteiten voor regionale ontwikkeling? Wat zegtde theorie, wat leren enkele case studies in deVS. Situatie en mogelijkheden in Nederland.Ruimte voorhoogwaardige kantorenOnderzoek naar toplocaties voor de commer-ciele kantorensector gezien vanuit de optiekvan de gebruikers - W. Dwarkasing, D. Hane-maayer, M. de Smidt & P.P. Tordoir112 pag., / 12,50 (NGS 71)Welke eisen stellen hoogwaardige kantorenaan toplocaties? Verslag van een verkenningdoor het Geografisch Instituut Utrecht, Re-search voor Beleid en Inro-TNO in opdrachtvan de RPD.Ruimtelijke en stedelijke planningMacht over deMarkerruimteH.J.M. Goverde480 pag., / 57,50 (NGS 33)In deze dissertatie wordt de beleidsvorming tenaanzien van de Markerruimte geanalyseerd meteen in de ruimtelijke ordening nog weinig ge-bruikte techniek die de machtsverhoudingencentraal stelt.Planologie alskleurbepalingDe rol van toonaangevende instellingen en be-drijven op de ontwikkeling van de Amsterdam-se Museum- en Concertgebouwbuurt -Cebeon164 pag., / 25,00 (NGS 52)In deze studie wordt onderzocht hoe 'ontwik-kelingsplanologie', een veel bediskussieerdmaar nog vaag begrip, er uit kan zien in eenbestaand stedelijk gebied.Urban systems intransitionJ.G. Borchert, L.S. Bourne & R. Sinclair, eds.248 pag., / 24,90 (NGS 16)In 19 bijdragen belichten internationale des- -.kundigen recente veranderingen in stedelijkesystemen. Vijf bijdragen gaan over de rol vande tertiaire sektor.Naast drie theoretische hoofdstukken wordenrecente stedelijke ontwikkelingen in verschil-lende landen beschreven. Aan Nederland zijnvier bijdragen gewijd.Planning in het verledenS. Barends, J.D.H. Harten e.a192 pag., / 26,00 (NGS 68)Is er in Nederland in de Middeleeuwen sprakegeweest van doelbewuste planning van neder-zettingen? Bijdragen aan het lustrumkongresvan de Historisch-Geografische Vereniging.Alkmaar,van streekcentrumnaar groeikernEen onderzoek naar migratie en forensisme tij-dens de transformatie van een stedelijk systeemC. Cortie204 pag., / 25,00 (NGS 47)Empirische en theoretische analyse van de ge-volgen van functieverandering van een neder-zetting op migratie, bevolkingsopbouw en fo-rensisme.StadsstudiesLeisure, recreation andtourism in inner citiesAn explorative study - M. Jansen-Verbeke316 pag., / 32,00 (NGS 58)Aan de hand van enkele case studies van mid-delgrote steden wordt de betekenis van de bin-nenstad voor vrije tijd, recreatie en toerismebelicht. Bovendien aandacht voor de wijzewaarop gemeenten de recreatieve functie vande binnenstad promoten.De binnenstadKader van een sociaal perpetuum mobile -A.G.J. Dietvorst & M. Jansen-Verbeke240 pag., / 30,00 (NGS 61)Een literatuurstudie naar tijdsbesteding en bin-nenstadsgebruik, uitgevoerd in opdracht van deRPD.Bevat uitvoerige geannoteerde bibliografie.Citymarketing engeografieJ.G. Borchert & J. Buursink, red.172 pag., / 20,00 (NGS 43)Welke eisen moeten worden gesteld aan eeneffectieve citymarketing? Theoretische enpraktijkvoorbeelden uit Nederland.NEDERLANDSE GEOGRAFISCHE STUDIESWeteringschans 121017 SG AmsterdamTel. 020-277716NGS is een gezamenlijke publikatiereeks vande geografische en geografisch-planologischeinstituten.Bestellingen: giraal door overmaking op giro225837 t.n.v. NGS Amsterdam, of schriftelijkmet bijvoeging van betaalkaart of -cheque. Uit-sluitend van instellingen worden bestellingenzonder bijgaande betaling geaccepteerd. Ver-zendkosten zijn bij de prijs inbegrepen.NEDERLANDSE GEOGRAFISCHE STUDIES NGSstedebouwenvolkshuisvesting69e jaargang december 1988InhoudOrgaan van hetNederlands InstituutvoorRuimtelijke Ordeningen Volkshuisvesting ISRedactie:Drs. H.J.M. van AlphenDr. H.J.M. GoverdeIr. P.C. GroenMr. ir. A.W. HartmanIr. J. HeelingMw. drs. I.T. KlaasenMw. drs. G.C.P. van der PloegIr. K.R. de PoelProf. J. RothuizenMr. A.M. Schaap-DubbelboerDrs. P.W.A. VeldIr. H. WestraRecensieredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-602775Redactie, administratie enpublikaties ter recensie:Mauritskade212514 HD DenHaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Richtlijnen voor auteurs:Auteurs van artikelen enboekbesprekingen kunnendesgewenst op het redactie-secretariaat een exemplaar van de'Richtlijnen voor auteurs' aanvragen.Uitgave van:Samsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertentie-acquisitie:voorpersoneelsadvertenties envoorprodukt-advertenties:Postbus 2282400 AE Alphen aan den RijnTelefoon 01720-62603Opdrachten en materiaal vooradvertenties worden voor de lOe vande maand, voorafgaande aan demaand van verschijning, ingewacht.Losse nummers f 12,-DenkraamWaar is de tijd gebleven van Rietveld, Van den Broek, Granpre Moliereen Van Eesteren?, ir. P.C. Groen 460ArtikelenConvergerende planvorming, drs. D. Boasson en ir. P.W.F. PetrusTegenoverde sectoralebenaderingbij het ontwerpenvanhetbestemmings-plan buitengebied stellen de auteurs een convergerende benaderingvoor: eensneller,goedkoperen inzichtelijkerontwerp met als effectkwaliteitswinst enmeerdere besluitvormingsmomenten. 461Bestemmingsplannen buitengebied, M. van SchaikEen pleidooi voor een grotere provinciale betrokkenheid bij de totstandko-ming en handhaving van het bestemmingsplan buitengebied. 468Begroting VROM 1989De belangrijkste gegevens van de Begroting VROM 1989, drs. T.K. Hiibneren mw. ing. Z. HUbner-Toth AlADe markt centraal, M.M.J. VergeerDejaarlijkse cijfer- enbeleidsmatige analyse van debegrotingvan het Minis-terie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 479Onderzoek en beleid in de volksliuisvesting, drs. E.H. KlijnIn ditartikel wordt een schets gegevenvan de omvang en aard van hetvolks-huisvestingsonderzoek en geprobeerdzichtte krijgen op de spanningen die erbestaan tussen onderzoek en beleid in de volkshuisvesting. 483Heroverwegingvan hetvolkshuisvestingsbeleid in China,prof. dr. ir. H. PriemusDe volkshuisvesting in China staat aan de vooravond van radicaleverande-ringen. Ookhieris men op weg naareen "commercialisering" van de volks-huisvesting. 491Bestuurlijk-juridischetrends. Verplicliteadvisering rond liet Bestemmingsplandoor een gemeentelijke bril gezien, ir. ing. Th.J. PrangsmaRond detoepassingvan de figuurvan de verplichte adviseringzijn nog nau-welijks gedragregels ontwikkeld. Eenvoorstel voorde ontwikkelingvan eengemeentelijk beleid inzake verplichte advisering.Nieuwe publikatiesMededelingen NIROVOverige mededelingenAankondigingen501505507508509ISSN 0039-0879S en V, december 1988459DenkraamWaar isde tijd gebleven van Rietveld, Van den Broek, Gran-pre Moliere en Van Eesteren?Waar is de tijd gebleven dat Rietveld, Van den Broek,Granpre Moliere enVan Eesteren als vooraanstaande, be-kwame architekten en/of stedebouwkundigen opdrach-ten kregen in veel Nederlandse gemeenten? Na de oorloghebben zij, maar ook stedebouwkundigen als Van Traa,Van Embden, Kuiper en De Ranitz en vooral Verhagenveel goed werk geleverd, dat respekt afdwong van coUe-ga's uit bet buitenland. Nederland was op het gebied vanstedebouw toonaangevend.Is het nu anders? Erzijn nu toch ook architekten als PietBlom, Herman Hertzberg, Rem Koolhaas en Wim Quist.Erzijn nog steeds gerenommeerde stedebouwkundige bu-ro's, maar ook vakbekwame stedebouwkundigen indienst van gemeenten, die goede plannen kunnen leveren.Waarom is er dan nu een tendens te bespeuren bij de ver-schillende gemeentebesturen om architekten en stede-bouwkundigen uit hetbuitenland aante trekken voor gro-te en moeilijke opdrachten.Niet alleen koos Den Haag Richard Meyer voor debouw van het nieuwe stadhuis maar ook Aldo Rossi werdaangetrokken voor de invulling van het Slachthuisterrein.Verder werd de Belg Charles Vandenhove gevraagd vooreen woningbouwplan aan het Zieken.Amsterdam had na haar wat duur uitgevallen Stoperavan Holzbauer een workshop voor het binnenterrein vande Oranje Nassau kazerne, waar zes buitenlandse archi-tekten urban villa's ontwierpen. De villa's contrasterenmet elkaar en ontkennenoverigens heel arrogantde omge-ving van de Singelgracht.Rotterdam trok voor het projekt Spoortunneltrace devolgende architekten/stedebouwkundigen uit hetbuiten-land aan: Joan Busquets (Spanje), Bernard Tschumi(U.S.), Andreas Brandt (WestDuitsland), Peter Wilson enCecil Balmond (Engeland), Henri E.Ciriani en PierluigiNicolin (Italic). Gelukkig mogen hier ook twee Neder-landse buro's meedoen; Wiel Arets met Wim van de Berghen OMA (Rem Koolhaas). Je vraagt je af: Waren er geenanderen?Zo trok Eindhoven de Duitse stedebouwkundige Bruneaan en Groningen liet de Italiaan Bruno Grassi een deelvan het plan voor het Verbindingskanaal invullen. Maarzelfs de Akademie van Bouwkunst in Tilburg benoemdevoor de prijsvraag "Tilburg Kompleet" de Italiaan Alber-to Ferlenga en de Westduitser Hans Kollhoff in de jury.Tenslotte mag niet onvermeld blijven, dat voor de beslo-ten prijsvraag notabene voor Het Nederlands Architek-tuurinstituut ook Luigi Snozzi werd aangezocht.We hebbenkortgeleden de periode gehad, dat de overheidweinig aandacht leekte hebben voorruimtelijke kwaliteit.Welstand was lastig en bij bestemmingsplannen mochtniet over mooi en lelijk worden gepraat. Wat dat betreft ishet verheugend, dat er nu dus gemeentebesturen zijn, diezo zeer op de kwaliteit van de plannen gaan letten, dat zijmenen, datbuitenlandse architekten en stedebouwkundi-gen die het beste kunnen leveren!Er kunnen verschillende verklaringen worden ge-noemd voor dit verschijnsel, dat steeds meerbuitenlandseontwerpers worden aangetrokken:- De Nederlandse architekten en stedebouwkundigenzijn duurder dan hun buitenlandse collega's. Gezien deextra reis- en verblijfkosten van de buitenlanders is datnauwelijks denkbaar.- De Nederlandse ontwerpers zouder erlangeroverdoenom een hoogwaardig produkt te leveren. Die stelling kanik niet bewijzen.- De Nederlandse architekten en stedebouwkundigen le-veren minder kwaliteit en zouden niet innovatiefoforigi-neel zijn. Om met de Haagse wethouder Adri Duivesteynte spreken: "Er is geen zorgvuldigheid, geen aandachtvoor details en een voortdurende bereidheid om compro-missente sluiten, dietennadele van de bewoners werken".Als dit zo is, zou het goed zijn om na te gaan of de Neder-landse opleidingen van hoog niveau zijn, zeker als ze ver-geleken worden met de buitenlandse opleidingen. Mis-schien wordt er in ons landje door de ontwerpers wel teveel op oude patronen voortgeborduurd en ontstaat erdaardoor een saaie middelmaat. De vraag is daarbij danook welke invloed de opdrachtgevers en de subsidieverle-ners hebben op de kostenfactorvan de te realiserengebou-wen ofprojekten. Veel aanvankelijk fraaie ontwerpen zijnin verband met de financiele problemen gemaltraiteerd ofniet doorgegaan.Het zou natuurlijk ook zo kunnen zijn, dat het puur sno-bisme van deze Nederlandse opdrachtgevers is, dat allesdat uit het buitenland komt veel mooier en veel beter is.Wat dat betreft zijn wij niet chauvinistisch.Waar de buro's in Nederland over het algemeen moei-lijk het hoofd boven water kunnen houden zou het aanbe-veling verdienen als gemeentebesturen hun opdrachtenverlenen aan Nederlandse ontwerpers.Maar de Nederlandse architekten en stedebouwkundigenmoeten ook opgewekt worden elke opdracht - hoe geringook -als eenuitdagingte zien om snel een goed ontwerp televeren, dat past binnen de Nederlandse cultuur en tradi-tie!ir. P.C. GroenSenV, december1988460drs. D. Boassonstedebouwkundig adviseurir. P.W.F. Petrusbeleidsmedewerker bij de RijksplanologischeDienstDe auteurs schreven dit artikel op persoonlijketitel.Het opstellen van bestemmingsplannen buitengebied is in veel gevalien kostbaaren tijdro-vend. De auteurs pleiten voor een convergerende benadering van de planvorming. Dezeverloopt via een aantal tussenproducten (Icaarten met toelichting), die bouwstenen van hetuiteindelijke bestemmingsplan vormen. ledere bouwsteen biedt de gemeente, de inspraak-partners en planbeoordelende instanties degelegenheid om zich over hettoekomstig beleiduit te spreken, met name doordat van meet af aan ruimtelijke, functionele en bestuurlijk-juridische aspecten als gelijkwaardige factoren met elkaar in verband gebracht worden.Convergerende planvormingeen efficiente ontwerpwijze voor het bestemmingsplan buitengebied1. InleidingHet bestemmingsplan buitengebied isreeds lang onderwerp van kritiek. Dezekritiek heeft op de meest uiteenlopendeaspecten betrekking, zoals de beperktegebruiksmogelijkheden van het plan alsbeleidsinstrument, de betrekkelijkheidvan de bescherming van zwakkere vor-men van grondgebruik (bijv. de natuur-waarden in het agrarisch cultuurland-schap) en de complexiteit van de voor-schriften in het dagelijks gebruik. Hieron-der staat echter de kritiek centraal die zichricht op het planvormingsproces, de ont-werpfase van het bestemmingsplan bui-tengebied. "Het vervaardigen van het be-stemmingsplan wordt te duur, is te inge-wikkeld, duurt te lang en is door het ge-meentebestuur nauwelijks te controle-ren." Deze kritiek wordt vooral door ge-meenteraadsleden en leden van bestuurs-colleges geuit en heeft niet zelden tot ge-volg dat de ontwikkeling van het bestem-mingsplan wordt uitgesteld of onderbro-ken. Het is duidelijk dat de tendens van dejaren '70 en begin jaren '80, die leidde totsteeds omvangrijker toelichtingen, eentoenemend aantal deelprodukten in deontwerpfase en steeds uitgebreider in-spraakprocedures, moet worden omge-bogen.In een tijd waarin de overheidsbeste-dingen op meerdere terreinen worden be-perkt, dient derhalve de vraag gesteld teworden of bestemmingsplannen buiten-gebied sneller, goedkoper en inzichtelij-ker kunnen worden ontworpen met winstaan kwaliteit en met diverse bijsturings-momenten voor de gemeente, de in-spraakpartners en de planbeoordelendeinstanties.Wij menen dat deze vraag positief be-antwoord kan worden. Daarvoor is weleentoegespitste opzetvan de ontwerpfasenodig, die hieronderzal worden uiteenge-zet.Na een korte typering van de proble-matiek die in het bestemmingsplan aan deorde is (hoofdstuk 2), wordt een meer tra-ditionele werkwijze beschreven, de zoge-naamde sectorale benadering (hoofdstuk3). Tegen de achtergrond van deze bena-dering wordt vervolgens de door ons aan-bevolen werkwijze toegelicht, de "con-vergerende benadering" (zie hoofdstuk4). Zeer belangrijk onderdeel van de con-vergerende benadering vormt de ruimte-lijke structuurvisie, die wordt behandeldin 4.3.2. Typering van het be-stemmingsplan buiten-gebiedIn het bestemmingsplan wordt het doelvastgesteld waartoe onroerende goede-ren (gronden, gebouwen, andere bouw-werken en werken) mogen worden ge-bruikt. Tevens worden bepalingen overde aard van dat gebruik opgenomen.In hetbuitengebied blijvenbestemmin-gen gedurende lange tijd constant. Hetzijn echter de veranderingen die aandachtvragen: daarover zuUen de gemeenteraaden/of het College van Burgemeester enWethouders beslissingen moeten nemen.Verandering van bestemming of gebruikwordt veroorzaakt door (representantenvan) maatschappelijke sectoren, zoals delandbouw, de niet-agrarische bedrijvig-heid, de openluchtrecreatie en het toeris-me, het natuurbeheer, wonen, en de zorgvoor infrastructuur en nutsvoorzienin-gen.De vertegenwoordigers van deze maat-schappelijke sectoren brengen door hunactiviteiten veranderingen teweeg in hetlandschap waardoor het ruimtelijk beeldvan het gemeentelijk buitengebied veran-dert. In deze context wordt het landschapniet - zoals het natuurbehoud - als eenvan de functies van het buitengebied be-schouwd, die inwisselbaar zou zijn tegenandere maatschappelijke functies. Hetlandschap is immers onlosmakelijk ver-bonden met de fysieke omgeving; hetlandschap is het toneel waarop de maat-schappelijke sectoren acteren.Het gemeentebestuur dat een bestem-mingsplan ontwerpt, zal keuzes moetendoen met betrekking tot de mogelijke enwenselijke ontwikkelingen in het land-schap. Het weet zich daarbij gebondenaan dejuridische spelregels van de Wet enhet Besluit op de Ruimtelijke Ordening enaan de wijze waarop deze blijkens deKroonjurisprudentie worden geinterpre-teerd. Maar er zijn ook bestuurlijke rand-voorwaarden: het gemeentebestuur zalernaar streven haar beleidskeuzes te fun-deren op een breed maatschappelijkdraagvlak. Zo zal een overwegend agrari-sche gemeente niet graag beperkingenaan het landbouwkundig grondgebruikSenV, december 1988461convergerende planvorming buitengebiedopleggen om daarmee natuurlijke en cul-tuurhistorische waardentebeschermen.Het inmiddels beruchte "no pay-nocure"-verschijnsel, waarbij slechts beper-kingen in bestemmingsplannen wordenopgenomen indien deze voor financielecompensatie in aanmerking komen, illus-treert de gemeentelijke gevoeligheid voorde economische en politieke verhoudin-genbinnen haargrenzen. Het spreektvan-zelf dat de inhoud van het bestemmings-plan mede bepaald wordt door de politie-ke samenstelling van de gemeenteraad ende verhouding tussen de raad en het Col-lege van Burgemeester en Wethouders.Tenslotte beperken de richtlijnen vande provinciale en rijksoverheid de be-leidsinhoudelijke speelruimte van het ge-meentebestuur. In dit verband mag nietvergeten worden dat het bestemmings-plan dient om een goede afstemming tus-sen ruimte en samenleving ter wille vanlaatstgenoemde te bewerkstelligen! Dezesamenleving beperkt zich niet tot de ge-meentegrens zodat de gemeente ook bo-vengemeentelijke belangen in haar ruim-telijk beleid zal moeten betrekken.Uit het bovenstaande volgt dat in hetbestemmingsplan een beleidsmatige af-weging wordt verricht in het spannings-veld van:- functionele aspecten (maatschappelij-ke activiteiten met betrekking tot hetgrondgebruik);- ruimtelijke aspecten (het toneel) en- bestuurlijk-juridische aspecten (de po-litieke speelruimte, de Wet ruimtelijke or-dening en de Kroonjurisprudentie).Deze afweging vindt in eerste instantieplaats tijdens het planvormingsproces.Dat begint bij de opdrachtverlening aande uitvoerders (de gemeentelijke stede-bouwkundige dienst en/of de stede-bouwkundig adviseur) en eindigt in hetontwerp-bestemmingsplan dat voor hetoverleg ex art. 10 BRO wordt aangebo-den.In het kader van dit overleg vindt uiter-aard nog een belangrijke afweging plaatsdoor de diverse beoordelende instanties.Deze fase valt echterbuiten hetbestekvandit artikel.3. De sectorale bena-deringEen frequent toegepaste aanpak van deplanvorming gaat uit van de problemenper maatschappelijke sector. Achtereen-volgens worden analyses verricht van deontwikkelingsmogelijkheden van delandbouw, de recreatie, de niet-agrari-sche bedrijvigheid, het wonen, de natuurenz. Ookhetlandschap wordt op deze wij-ze bestudeerd, als ware het een aparte sec-tor, die met de overige sectoren om deschaarse ruimte wedijvert! ledervan dezeanalyses mondt uit in ruimtelijke aan-spraken die - al of niet in afzonderlijkedeelrapporten - aan het gemeentebestuurworden voorgelegd. Deze werkwijze isniet uniek voor de totstandkoming vanbestemmingsplannen maar wordt even-eens gevolgd in de voorbereidingsfasevan landinrichtingsprojecten. Sectoralenota's verschijnen dan als tussenproduct:het landbouwstructuuradvies, het advieslandschapsbouw, het advies van de Na-tuurwetenschappelijke Commissie vande Natuurbeschermingsraad en het ad-vies openluchtrecreatie. Wanneer de al-dus geinventariseerde sectorale verlan-gens in ruimtelijke beelden worden ver-taald en deze beelden vervolgens over el-kaar heen worden gelegd, ontstaat er eenonmogelijke situatie. ledere sector pro-duceert immers een ideaal beeld, eenmaximalisering van de eigen belangen.Deze "overvraging" wordt gehanteerdopdat de besluitvormer zich terdege be-wust wordt van de op te lossen proble-men. Tegelijkertijd wordt echter een con-flictsituatie gecreeerd: belangenbeharti-gers betrekken hun stellingen voor destrijd om, gesterkt door de uitkomstenvande sectoranalyse, zoveel mogelijk binnente halen.Een bijkomend probleem is dat dewerkwijze in beginsel geen beperkingenoplegt aan de onderzoeker. Deze kan ein-deloos voortgaan met de onderbouwingvan de waarschijnlijkheid en het belangvan de te verwachten ontwikkelingen. Alsgevolg daarvan raakt men in zijn eigensector verstrikt, worden de afstemmings-problemen niet onderkend en komt nie-mand ertoe naar de noodzakelijke com-promissen te zoeken.Om met de begrippen van hoofdstuk 2te spreken: de sectorale benadering con-centreert zich op de functionele aspectenen houdt onvoldoende rekening met derandvoorwaarden die de fysieke omge-ving en de bestuurlijk-juridische aspectenaanhetplanvormingsproces opleggen.Maximalisering van sectorale verlan-gens....De eigenlijke planvorming volgens dezebenadering vindt plaats in het afwegings-proces datvolgt op de sectoranalyses. Na-dat is aangetoond dat de problemen persector al zeer complex zijn, spreekt hetvanzelf dat het afstemmen van de belan-gen op elkaar eveneens zeer complex is.Om dit besluitvormingsproces te bespoe-digen worden vaak alternatieven opge-steld, waarbij de ene of de andere sectormeer ontwikkelingskansen krijgt. Indiende gemeente streeft naar besluitvormingin zo groot mogelijke openheid, wordendeze alternatieven in een vroeg stadiumvoorgelegd aan bevolking en belangen-groepen.Aan het werken met alternatieven kle-ven in de planvormingsfase belangrijkenadelen. Het serieus uitwerken van alter-natieven is tijdrovend en dus kostbaar.Ernstiger is de beperking van de beleids-ruimte die door de geboden alternatievenwordt veroorzaakt. Immers de indrukwordt gewekt dat de geboden alternatie-SenV, december1988462convergerende planvorming buitengebiedven de meest realistische zijn. In een tevroeg stadium kan de vrije gedachtenvor-ming (ook zonder insprekers) door dezewerkwijze worden gefrusteerd.Hoewel bij deze werkwijze kosten nochmoeite worden gespaard om een zo voile-dig mogelijk inzicht te krijgen in de poten-ties van het gemeentelijk buitengebied,schuilt juist daarin ook het probleem. Dekosten zijn hoog en de moeite om zoveel teweten te komen staat niet in verhoudingtot het bereikte resultaat. Nodig is derhal-ve een benadering die een meer efficientevoorbereiding van het gemeentelijk be-sluitvormingsproces oplevert.4. De convergerendebenadering4.1. Algemene typeringDe convergerende benadering behelsteen interdisciplinair planvormingsproceswaarbij analyse en ontwerp plaatsvindenin het krachtenveld van de in hoofdstuk 2beschreven functionele, ruimtelijke enbestuurlijk-juridische aspecten. De bena-dering is convergerend omdat alle betrok-ken belangen van meet af aan geconfron-teerd worden met de noodzaak de schaar-se ruimte optimaal aan te wenden. Erwordt in principe een oplossing aange-dragen voor de problematiek, namelijknaar de overtuiging van de planmakers ende gemeentelijke overheid de beste. Opvoorhand wordt niet uitgegaan van deontwikkeling van alternatieven.De convergerende benadering is eropgericht zo spoedig mogelijk produkten opte leveren die het gemeentebestuur instaat stellen sturend op te treden. Dit ismogelijk door tussenprodukten te ver-vaardigen die voor discussie vatbaar zijn.De beoogde tussenprodukten zijn:- het ruimtelijk beeld (4.2)- de ruimtelijke structuurvisie (4.3)- het raamplan (4.4)- het ontwerp-bestemmingsplan (4.5).Zij zullen hieronder nader worden toe-gelicht.4.2. Het ruimtelijk beeidIn onze perceptie van de omgeving zijn fy-sieke en functionele elementen nauwe-lijks te scheiden. Hoewel dit in het buiten-gebied wellicht minder stringent lijkt danin de gebouwde omgeving is het goed zichte realiseren dat ook het landelijk gebiedvrijwel volledig door mensenhanden ge-maakt is. De verscheidenheid in het lan-delijk gebied is vooral voortgekomen uitverschillende ontwikkelingen als gevolgvan grondgebruik, bodemgesteldheid,verbindingen voor bindel en verkeer, en-zovoort.Met het ruimtelijk beeld (zie kaart 1)wordt beoogd het specifieke karakter vanhet betrokken gebied te beschrijven.Daartoe wordt in eerste instantie een ana-lyse gemaakt van de ruimtelijke structuur,op basis van- bodem en geomorfologie- occupatiepatronen- grondgebruik- cultuurhistorische elementen- "autonome elementen" welke op hetgemeentelijk schaalniveau een vast gege-ven zijn: spoorwegen, autowegen, hoog-spanningsleidingen, waterwegen etc.1. Ruimtelijk beeldGemeente Slochteren, bestemmingsplan buitengebied. Het ruimtelijk beeld biedt een globaleanalysevan hetplangebied en een eerstewaarderingvan de belangrijkste bouwstenen (constantes)van de ruimtelijke structuur.VERKLARINGgemeentegrenswegenwaterdijkeniKiM beplantingbebouwingin lint en kernen=.?.. = - losse bebouwingt molens[J puttengroepSenV, december 1988463convergerende planvorming buitengebied2. Ruimtelijke structuurvisieRuimtelijke structuurvisie (ruimtelijk koncept),bestemmingsplan buitengebied van de ge -meente Zuidlaren. De structuurvisie illustreertde uitgangspunten van het beleid, waarbij"ruimte voor vera/irfermg"wordtgecreeerdbinnen de gekozen hoofdstructuren.Deze analyse wordt zo objectief moge-lijk gemaakt, zodat zoveel mogelijk alleelementen in kaart worden gebracht. Ver-volgens worden deze gegevens vakkundiggei'nterpreteerd, waarbij de "kunstvan hetweglaten" wordt toegepast. Hieronderverstaan wij het weglaten van al die ele-menten die niet bepalend zijn voor het ka-rakter van het betrokken gebied. Wat danoverblijft is een abstractie van de werke-lijkheid, een beschrijving van het gebied,waarin datgene is vastgelegd dat van es-sentieel belang wordt geacht voor het ka-rakterdaarvan.Ditruimtelijkbeeld wordtvastgelegd in een kaart (schaal 1:50.000 of1:25.000) met toelichting.Omdat het gaat om een interpretatievan objectieve gegevens is het ruimtelijkbeeld voor discussie vatbaar. Wanneerhet is vastgesteld geeft het het toneel aanwaarop de ontwikkelingen zullen plaats-vinden, het kader voor veranderingen. Ofin termen van de Vierde Nota RuimtelijkeOrdening, het "casco" voor de planning.es- en beekdallandschap7 ("lappendeken")o es visuele relatieOver het ruimtelijk beeld kan desgewenstmet de provinciale dienstvoorruimtelijkeordening overleg gevoerd worden, zodatde provincie de gemeentelijke beeldvor-ming van het betrokken buitengebied aande in het streekplan opgenomen ruimtelij-ke uitgangspunten kan toetsen.4.3. De ruimtelijke structuurvisieNadat in het ruimtelijk beeld de te behou-den elementen van de fysieke ruimte zijnvastgelegd komen de ontwikkelingsmo-gelijkheden van het plangebied centraalte staan. ledere maatschappelijke activi-teit die zich in het buitengebied manifes-teert brengt veranderingen teweeg.Deze kunnen op andere activiteitenvan invloed zijn (een nieuwe weg door-snijdt agrarische gebruikseenheden) ofop de ruimtelijke structuur(schaalvergro-ting in de landbouw leidt tot een meeropen landschap),Veel van de functionele veranderingenworden veroorzaakt door processen die''///////^.open gebied(toekomstige)bebouwingsconcentratiesde gemeentegrenzen overschrijden. Deaanleg van rijkswegen, de schaalvergro-ting in de landbouw, de aanpassing van deexterne produktie-omstandigheden (ver-kaveling, ontsluiting, ontwatering) en dewinning van delfstoffen zijn overal in hetlandelijk gebied aan de orde.Wordt het landelijk gebied dan nietsteeds eenvormiger en - aangezien dewettelijke spelregels ook voor iedere ge-meente dezelfde zijn - kan in het bestem-mingsplan buitengebied nog wel speci-fiek gemeentelijk beleid tot uitdrukkingworden gebracht? Duidelijk is dat func-tionele enjuridische aspecten (hoofdstuk2) eenvormigheid in de hand werken. Defysiek-ruimtelijke aspecten daarentegenbieden aangrijpingspunten voor gemeen-telijk maatwerk. Ook de rijksoverheid iszich van deze aangrijpingspunten be-wust: afhankelijk van de fysiek-ruimtelij-ke structuurvan het landelijkgebied en demaatschappelijke waardering, die daar-aan gegeven wordt, geeft de Vierde NotaSenV, december 1988464Ruimtelijke Ordening (Ruimtelijk ont-wikkelingsperspectief 6) drie strategieenaan om functionele ontwikkelingen en deruimtelijke structuurop elkaarafte stem-men: actieve handhaving, aanpassing ofvernieuwing. Deze strategieen werkendoor in het ruimtelijk en inrichtingsbeleidvan provincie en gemeente en bevorderenhet behoud en de ontwikkeling van deruimtelijke diversiteiten van het landelijkgebied.In hoofdstuk 2 werden de ruimtelijkeaspecten vergeleken met een toneel waar-op de vertegenwoordigers van de diversemaatschappelijke sectoren acteren. Deruimtelijke ordening is erop gericht dewenselijk of noodzakelijk geachte veran-deringen van dit toneel beheerst te latenplaatsvinden. Sommige ontwikkelingenworden daarbij gestimuleerd, andere af-geremd of omgebogen. De mate waarindit lukt bepaalt (mede) de ruimtelijkekwaliteit van het buitengebied. In destructuurvisie (zie kaart 2) worden de mo-gelijkheden en beperkingen van het plan-gebied om verwachte functionele ontwik-kelingen op te vangen beschreven en opkaart(schaall :50.000of 1 :25.000)uitge-werkt.De structuurvisie is gebaseerd op eendrietal uitgangspunten:- het ruimtelijk beeld- een verkenning van de functionele ont-wikkeling- beleid van hogere overheden, zoalsvastgelegd in de diverse rijksnota's struc-tuurschema's en streekplannen.In het ruimtelijk beeld is aangegevenwelke elementen bepalend zijn voor dekarakteristiek van het betrokken buiten-gebied. Immers het ruimtelijk beeld waseen keuze vanjuist die elementen die spe-cifiek zijn voor de ruimtelijke verschij-ningsvorm van het plangebied. Een ver-kenning van de functionele ontwikkelinghoudt in dat inzicht wordt verkregen in derichting waarin veranderingen zich zullenvoltrekken, b.v. grootschaliger of meer"alternatieve" landbouw, toename vanhet "buiten" wonen of een trek naar destad, recreatie-ontwikkeling, foot-loosebedrijvigheid, marginale bedrijvigheid.Bij deze verkenning gaat het erom dehoofdlijnen en de belangrijke knelpuntente achterhalen welke aanwezig zijn ofzichnaar verwachting in de toekomst zullenmanifesteren. Daarvan dienen vervol-gens de ruimtelijke consequenties te wor-den doorzien, zodat de mogelijkheid van"voorsorteren" (het tijdig voorwaardenscheppen voor de gewenste ontwikke-ling) wordt geboden.Het beleid van hogere overheden ten-slotte stelt doelen en grenzen die van bo-venaf aan de gemeente worden opgelegd,en geeftvooreen aantal gebieden aan wel-ke strategic (handhaving, aanpassing ofvernieuwing van de ruimtelijke structuur)de meest wenselijke is.Tegen het licht van de verkende ontwik-kelingen kan van elementen uit de ruimte-lijke structuur worden aangegeven in wel-ke mate ze voor verandering vatbaar zijn.In de i'/rac^Mwrvw/ewordt vervolgens aan-gegeven, in hoeverre de gemeente veran-dering ofbehoud van die elementen wen-selijk acht. De uitgangspunten van hetruimtelijk beleid worden dus in de visietot uitdrukking gebracht. Zo kan bijvoor-beeld het behoud van de hoofdrichtingvan de kavelstructuur en het accentuerendaarvan door beplanting het effect vanschaalvergroting compenseren.Nieuwe of bestaande auto-, spoor- ofwaterwegen kunnen als doorsnijding vaneen bestaand landschap of als nieuw ele-ment worden gezien. In het eerste gevalzai vaak de relatie van oudere elementenaan weerskanten van de nieuwe "weg"versterkt moeten worden, terwijl hetdoorsnijdende element zelfzo min moge-lijk geaccentueerd wordt. In het tweedegeval is een specifieke vormgeving nood-zakelijk, waarin het nieuwe element cen-traal staat. Door op dejuiste wijze nieuweelementen toe te voegen kunnen ontwik-kelingen in het gebied worden opgeno-men, bv. recreatiecentra die refereren aanbekende elementen als een buitenplaats,een bos, de rietoever langs het meer.Door het ruimtelijke toneel te gebrui-ken als kader voor de functionele ontwik-kelingen kan de structuurvisie de hoofd-lijnen voor het nieuwe decor schetsen.Daarbinnen kunnen de decorstukkenaangepast en aangevuld worden, wan-neer dat nodig is. Omdat bij het bepalenvan de toekomstmogelijkheden de func-tionele verkenning en de beleidsruimteeen rol hebben gespeeld, geeft de struc-tuurvisie een eerste integratiebeeld vanruimte, functie en beleid zoals die uitein-delijk zijn beslag moet krijgen in het be-convergerende planvorming buitengebiedstemmingsplan. Daarom is de structuur-visie een belangrijke stap in het converge-rende model.De eis die aan de visie gesteld wordt issimpel: hij moet kwaliteit hebben. Dit wilzeggen dat de visie de betrokkenen in bre-de zin overtuigt, dat de visie speelruimtebevat voortoekomstige veranderingen eneen oplossing biedtvoor de nu bekende ofdenkbare problemen.In de ruimtelijke structuurvisie liggenbelangrijke, beleidsrelevante keuzes be-sloten. Beoordeling en sanctioneringdoorhetgemeentebestuur, desgewenst naoverleg met belangenorganisaties en an-dere betrokkenen, is essentieel voor deverdere planvorming.4.4. HetraamplanHet raamplan (zie kaart 3 op biz. 466) kaneenvoudig gedefinieerd worden als eenbestemmingsplan in hoofdlijnen, zondervoorschriften en met een globaal kaart-beeld (bijv. schaal 1:25.000 i.p.v.1:10.000).Bedient de ruimtelijke structuurvisiezich van sterk gestyleerde kaartbeeldenen beschrijvingen, eventueel met behulpvan analogieen, het raamplan houdt zichaan de topografische ondergrond; de be-schrijving richt zich op de bestemmingvan de grond. De gemeentelijke visie metbetrekking tot de diverse belangen wordtin hoofdlijnen uitgezet. Er worden deel-gebieden onderscheiden, waarvoor de ge-wenste ontwikkeling, de daarmee samen-hangende beperkingen en bestuurlijkekeuzemomenten worden beschreven. Deomschrijving van wat per deelgebied magen niet mag is inhoudelijk, met anderewoorden er is nog geen sprake van juridi-sche voorschriften. Naast gebiedsgebon-den ontwikkelingen ("water" is andersdan "agrarisch gebied") zijn er ontwikke-lingen die niet zozeer aan een gebied ge-bonden zijn als wel aan een functie, bij-voorbeeld algemene beleidsvoornemensmet betrekking tot het bouwen, het beleidmet betrekking tot windenergie. De be-langrijkste van deze ontwikkelingen wor-den in het raamplan opgenomen.Het raamplan is bij uitstek geschikt omna beoordeling door B en W en de ge-meenteraad voor inspraak te worden aan-geboden aan bevolking en belangenorga-nisaties en, bijvoorbeeld bij wijze vanambtelijk vooroverleg, aan de provincieS en V, december 1988465convergerende planvorming buitengebied3. Raamplan IRaamplankaartvan het bestemmingsplanbuitengebied van de gemeente Winsum. Het raamplan |toont de beleidsvisie van de gemeente. De beoogde bestemmingen van de gekozen deelgebieden |en elementen krijgen reeds vorm. ;;:: waardevolopen agr. get. met land-schappe lijke natuur- en kultuurhis-torischewaarden1111 agr. geb. met bijzondere natuur'lijke waar denwaardevol open agrarisch gebied___ gemeentegrens=y Reitdiep en andere waterlopen-- hoofdontsluitingsroute-- lokale ontsluitingsroute enpaden--= spoorlijndijk, c.q. dijklichaam met bijzon-dere kul tuurhistorische waardenwierde, verhoogde woonplaatsI veranderingszone;?;?' bosstruktuurlijn(Dienst voor ruimtelijke ordening). Hetraamplan bevat immers hetvoorgenomenbeleid, en biedt derhalve voldoende hou-vast om dat te kunnen beoordelen, zonderin detaillistische discussies verzeild te ra-ken. De wijzigingen die als gevolg van in-spraak wenselijk worden geacht kunnenbovendien gemakkelijk en tegen geringekosten worden aangebracht. De gedetail-leerde plankaart en de voorschriftenmoe-ten immers nog gemaakt worden.4.5. Het ontwerp-bestemmingsplanNadat over het raamplan bestuurlijkeovereenstemming is bereikt en de in-spraakresultaten zijn verwerkt kan hetontwerp-bestemmingsplan worden ge-maakt (zie kaart 4).In deze fase wordt het geformuleerdebeleid, gedetailleerd uitgewerkt op deplankaart (1:10.000) en in de voorschrif-ten. In de toelichting is de planbeschrij-ving een uitermate belangrijk hoofdstuk,omdat daarindekeuzevande bestemmin-gen en de bijbehorende voorschriftenwordt verantwoord.De voorgaande fasen van het planvor-mingsproces vormen even zovele onder-delen van de toelichting. Zij zuUen echtermoeten worden aangevuld met een be-schrijving van de "bijzaken", zoals defunctionele aspecten welke niet beleids-gevoelig waren, maar wel uitmonden ineen bestemming (bijvoorbeeld: een be-staande ontsluitingsweg wordt bestemd("verkeersdoeleinden") en door middelvan dwarsprofielen nader "gedefini-eerd"). Dejurist zal in deze fase eisen stel-len aan de vorm en inhoud van plankaarten voorschriften, die ook doorwerken inde toelichting. Daar de jurist echter deel-genomen heeft aan het gehele planvor-mingsproces, zal met bedoelde eisenreeds in belangrijke mate rekening zijn ge-houden.Ten overvloede wordt nog gewezen opde noodzakelijke inventarisatievan basis-gegevens voor de plankaart. Het inventa-risatieproces dient parallel te lopen metde hiervoor beschreven planfasen om tij-dig gereed te zijn. Dat er bespaard kanworden op de inventarisatie, zeker nu degewijzigde WRO/BRO het opstellen vanmeer globale eindplannen mogelijkmaakt, zal duidelijk zijn.De gewijzigde WRO/BRO voorziet nuook in de mogelijkheid om een "beschrij-ving in hoofdlijnen" op te stellen die on-derdeel uitmaakt van het formele plan.De hierboven genoemde planbeschrij-ving en debeschrijving in hoofdlijnenver-schillen van elkaar doordat de eerste hetaccent legt op de juridische vormgevingen de laatste op de beleidsinhoudelijke af-weging. Materieel bevat het raamplan zo-als in 4.4. behandeld in feite een beschrij-ving in hoofdlijnen (de belangrijkste be-leidsuitgangspunten, de belangrijkste af-wegingscriteria voor toekomstige beslis-singen). Dat deze beschrijving in hoofdlij-nen nu een formele status heeft gekregenbevordert het inzichtelijk formuleren enhandhaven van het gemeentelijk beleid.Of, zoals wel beweerd wordt, hierdoor te-vens de flexibiliteit van het bestemmings-plan toeneemt, kan betwijfeld worden.Immers, materieel was de beschrijvingreeds mogelijk.5. ConclusieDe hierboven voorgestelde methode ombestemmingsplannen voor het buitenge-bied te ontwerpen heeft een aantal eigen-schappen die hetmogelijkmaken om snel,relatiefgoedkoop en inzichtelijk tot plan-vorming te komen. De belangrijkste vanSenV, december 19884664 Plankaart convergerende planvorming buitengebiedFragment van hetbestemmingsplan buitengebied Bedum. De plankaartvormt een "spoorboekje" voordetoepassing van hetwettelijk instrumentari-um, maar biedt in tegenstelling tot het raamplan, geen inzicht in de overwegingen, die er aan ten grondslag liggenAanduidingengrens van het bestemmingsplan-gebiedbestemmingsgrens9(JNSJ)bebouwingsgrensvolgnummer, verwijzing naardetailblad& 1- wegklassificering '200IcJ- 50m 30m- rooilijnafstand in meters 20[& J uit as weg -15beschermd monument ingevolgede Monumentenwetkultuurhistorisch waardevolarcheologisch waardevolhinderzoneaanduiding als bedoeld in art. 4open weidevogelgebied--LKPLAATSEN- Ugpluatsen toegestaanrekreatiefpadwegverkeers -doeleindenBestemmingen//: : :::::;:::::t I--I--ragrarisch gebied I, IIagrarisch gebied met kultuur-historische waardeagrarisch gebied met natuur-lijke waardeboom- en struikbeplantingdeze eigenschappen zijn:- Van meet af aan wordt interdiscipli-nair gewerkt waardoor snel inzicht in deproblematiek ontstaat.- Er wordt in beginsel naar een (de bestdenkbare) oplossing gestreefd. Alterna-tieven worden slechts op grond van be-stuurlijke wenselijkheid uitgewerkt.- Het plan ontstaat via overzichtelijketussenstappen; iedere stap levert eendeelprodukt op dat voor bestuurlijk over-leg en inspraak geschikt is. De deelpro-dukten vormen een onderdeel van het uit-eindelijk plan; er worden dus geen over-bodige tussenprodukten geproduceerd.- De methode maakt het mogelijk nietmeer te detailleren dan noodzakelijkwordt geacht.- Automatisch wordt gewerkt naar eenbeschrijving in hoofdlijnen, die desge-wenst geformaliseerd kan worden (deelkan uitmaken van het eigenlijke plan); ditkomt de inzichtelijkheid van het gemeen-telijk ruimtelijk beleid ten goede.De convergerende benadering bevorderteen hoge kwaliteit van het gemeentelijkruimtelijk beleid, doordat de specifiekeruimtelijke structuur van het betrokkenbuitengebied van meet af aan centraal inhet planvormingsproces staat.De auteurs danken het Bureau Heeling KropBekkering Stedebouwkundigen en Architectente Groningen voor het ter beschikking stellenvan het in dit artikel opgenomen kaartmateriaal.SenV, december 1988467M. van SchaikPPD Noord-HoUand, coordinator actieplanbuitengebiedIn dit artikel wordt ingegaan op de knelpunten met betrekking tot het funktioneren vanbestemmingsplannen buitengebied. Op basis daarvan wordt gepleit voor een grotere pro-vinciate aandacht voor enerzijds de totstandkoming en anderzijds de handhaving van dezeplannen. Vervolgens wordt aan de hand van de NoordHoIlandse situatie beschreven opwelke wijze deze grotere aandacht inhoud kan krijgen.Bestemmingsplannen buitengebiedkunnen provinciale diensten de gemeenten beter helpen?De bescherming van de landelijke gebie-den tegen ongewenste ontwikkelingen isin belangrijke mate een bovengemeente-lijk belang. Zaken als verstedelijking vanhet platteland, bescherming van natuuren landschap, recreatief medegebruik endergelijke stijgen uit boven het lokale ni-veau. Met de uitvoering van inrichtings-en beheerstaken in het landelijk gebiedzijn voornameHjk het rijk en de provinciesbelast. Vanuit de provinciale verantwoor-delijkheid voor de ruimtehjke ontwikke-Hng van het landeHjk gebied gezien, is hetdan ook gerechtvaardigd dat de provin-cies zich intensief bemoeien met de tot-standkoming, de toetsing en het functio-neren van bestemmingsplannen Buiten-gebied.In dit artikel worden eerst knelpuntenaan de orde gesteld met betrekking tot hetfunctioneren van bestemmingsplannenBuitengebied. Vervolgens wordt aan dehand van het plan van aanpak buitenge-bied van de provincie Noord-Holland demogelijke provinciale rol bij het oplossenvan de knelpunten besproken. In de laat-ste paragraaf worden enkele conclusiesgetrokken.KnelpuntenHet bestemmingsplan Buitengebied is -als enige plansoort die de burger recht-streeks bindt-hetbelangrijkstebeleidsin-strument voor het sturen van de ruimtelij-ke ontwikkeling in het landelijk gebied.Het belang van adequate en goed functio-nerende bestemmingsplannen is in deeerste plaats gelegen in het voorkomenvan ongewenste ontwikkelingen. Daarbijkan gedacht worden aan het weren vanfuncties met een stedelijk karakter uit lan-delijke gebieden zoals bijvoorbeeld bur-gerwoningbouw en handels-, transport-en aannemersbedrijven, aan ontwikkelin-gen in de agrarische en recreatieve sectordie natuur en landschap onevenredigaantasten zoals bijvoorbeeld de vestigingvan intensieve veehouderijbedrijven enaan het opruimen van structuurbepalen-de elementen zoals houtwallen.In de tweede plaats is het noodzakelijkdat de ruimtelijke ontwikkelingen die welwenselijk zijn ook planologisch mogelijkworden gemaakt. Indien dit niet het gevalis, zal immers voor een groot aantal activi-teiten een ad hoc-beoordeling moetenplaatsvinden in het kader van artikel19-procedures of particle herzieningen(postzegelplannetjes). Dergelijke proce-dures komen een integrale afweging in hetkadervan de ruimtelijke ordening niettengoede, kosten relatief veel tijd en geld enzijn vaak evenmin inhetbelangvan de ini-tiatiefnemers.De feitelijke invloed van het bestem-mingsplan op de ruimtelijke ontwikkelin-gen in het landelijk gebied hangt afvan devolgende factoren:- de totstandkoming/herziening van be-stemmingsplannen Buitengebied;- de inhoud van de bestemmingsplannenBuitengebied;- de handhaving van deze bestemmings-plannen door de (gemeentelijke) over-heid;- de naleving van deze bestemmings-plannen door de burger (en de overheid).De naleving is voornamelijk een zaakvan de burger en vaak alleen door eenstringente handhaving te beinvloeden. Indit artikel zullen alleen de maatregelenvan de overheid aan de orde komen en zalop de naleving niet nader worden inge-gaan.De totstandkoming en herziening van be-stemmingsplannen Buitengebied is nogsteeds een belangrijk knelpunt. Uit eenonderzoek van Van den Brink en Van derMeulen') bleek dat - meer dan 20 jaar nade invoering van de Wet op de Ruimtelij-ke Ordening - nog altijd 38% van de ge-meenten het zonder een vigerend bestem-mingsplan Buitengebied moet stellen. Invrijwel alle gevallen gelden hiernog de zo-genaamde uitbreidingsplannen-in-hoofdzaak en ontbreken gebruiks- enaanlegvoorschriften, terwijl ook de be-bouwingsregeling ernstigtekort schiet.Veel gemeenten beschikken daarnaastover bestemmingsplannen Buitengebieduit het eind van de jaren '60 of het beginvan dejaren '70 die in veel gevallen en omuiteenlopende redenen vaak niet meeraan de eisen van deze tijd voldoen. Met deherziening van bestemmingsplannenBuitengebied op onderdelen waaraangoedkeuring is onthouden is het eveneensdroevig gesteld. Uit een Leids onderzoekuit 198 P) bleek, dat slechts de helftvan debestemmingsplannen Buitengebied opdeze onderdelen werd herzien.De indruk bestaat niet, dat hierin veelverbetering is gekomen. De situatie is intal van gemeenten zorgwekkend, omdataan zoveel - vaak essentiele - delen goed-keuring is onthouden, dat een nauwelijksbruikbaar plan is overgebleven.Uit het genoemde Leidse onderzoek enmeer recent onderzoek in onder meerGelderland^) en Noord-Holland") kun-nen de belangrijkste oorzaken worden ge-destilleerd van het niet voorspoedig totSenV, december1988468provincie en bestemmingsplannenbuitengebiedstand komen en herzien van bestem-mingsplannen Buitengebied.Een belangrijke oorzaak is de geringeinteresse bij veel gemeentebesturen voorde ruimtelijke ordening van het landelijkgebied. De prioriteit ligt in veel gemeen-ten bij nieuwbouwplannen. Een daarmeesamenhangend probleem is, dat een be-stemmingsplan voor het buitengebiedveel geld kost, waar nauwelijks opbreng-sten tegenover staan. In sommige gebie-den zijn specifieke problemen aan de or-de, die vertraging of uitstel van planvor-ming tot gevolg hebben, zoals landinrich-tingsplannen en onzekerheid over in detoekomst te realiseren woningbouw, ver-keerswegen en dergelijke. Gemeentelijkeherindelingen en grenscorrecties hebbener plaatselijk toe geleid dat de planvor-ming is uitgesteld of dat gebieden buiteneen bestemmingsplan zijn gehouden.Ten slotte speelt ook de lengte van deprocedure een rol: vanaf het verstrekkenvan de opdracht aan de stedebouwkundi-ge tot het Kroon-besluit bedraagt dezeveelal meer dan 10 jaar^). De herzieningvan de Wet op de Ruimtelijke Ordeningbeoogt onder meer om in dit laatste verbe-tering te brengen.De inhoud\a.n bestemmingsplannen Bui-tengebied staat de laatste jaren weer vol-op in de aandacht.Uit de vaak zeer talrijke bezwaarschrif-ten bij de vaststelling van bestemmings-plannen Buitengebied blijkt, dat indivi-duele burgers (veelal agrariers) vaakmoeite hebben met de beperking van demogelijkheden om de grond en gebouwennaar eigen inzicht te gebruiken ten behoe-ve van het algemeen belang. In discussiestussen gemeenten en hogere overhedenspeelt in veel situaties de verhouding vanbovengemeentelijke belangen en lokalebelangen een rol. Ten slotte wordt doordeRijksoverheid in algemene zin gepoogdom de mogelijkheden van het bestem-mingsplan als beleidsinstrument te ver-groten'). Deze aandacht doet wellichtvermoeden dat de inhoud van bestem-mingsplannen Buitengebied nog veel tewensen overlaat. De ervaring van de afge-lopenjaren leert evenwel, dat de meest re-cent vastgestelde bestemmingsplannenBuitengebied in principe geschikt zijn omhet door de gemeenten gewenste beleid inpraktijk te brengen. Er is dan ook weinigaanleiding om in algemene zin erg be-zorgd te zijn over de kwaliteit van bestem-mingsplannen Buitengebied.De handhavingvan bestemmingsplannenBuitengebied voltrekt zich buiten het ge-zichtsveld van de hogere overheden. Erbestaat dan ook geen landelijk beeld vande handhaving. Onderzoek toont echteraan, dat het met de handhaving van be-stemmingsplannen Buitengebied droevigis gesteld.- Actieve voor//cAn'ngover het bestem-mingsplan aan de grondgebruikers vindtnauwelijks plaats (zie onder andere*)).nen gaat de gemeente over tot verwijde-ring.- De verlening van vrijstellingen, wijzi-gingen en aanlegvergunningen geschiedtvaak onzorgvuldig en tamelijk willekeu-rig. In bovenvermeld onderzoek wasslechts bij 28% van de aanvragen sprakevan een duidelijke afwegingvan alle in hetgeding zijnde belangen.- Van het beleiddat is vastgelegd in hetbestemmingsplan Buitengebied wordt intal van gemeenten veelvuldig afgeweken(artikel 19, particle herzieningen). Datleidt in die gemeententot onduidelijkheidover het gemeentebeleid, met nadeligeGrote delen van Noord-Hollandzijn nog aan te merken als gave landelijkegebieden; ade-quate bestemmingsregelingen zijn nodig om dat zo te houden- De controle schiet schromelijk tekorten is in hoofdzaak beperkt tot het bou-wen. In een onderzoek naar de handha-ving in 17 gemeenten bleek gemiddeldslechts 13% van de overtredingen doormiddel van controle te zijn opgemerkt.*).- De sanctionering laat eveneens tewensen over: van de in hiervoren aange-haald onderzoek geconstateerde overtre-dingen werd in slechts 36% van de geval-len de oorspronkelijke toestand geheel ofgedeeltelijk hersteld; veel overtredingen,waaronder enkele zeer emstige, werdendoor de vingers gezien. lUustratief is ookeen Wagenings onderzoek^), waaruitbleek dat 33% van de volkstuinen in Ne-derland in strijd is met het bestemmings-plan. Slechts bij 7% van deze illegale tui-consequenties voor alle betrokken partij-en.De aangehaalde onderzoeken (^),')) ge-ven onder meer'devolgende oorzaken vanhet tekort schieten van de handhaving:- onvoldoende beschikbaarheid vandeskundig personeel bij de gemeenten;- sommige voorschriften zijn moeilijkcontroleerbaar; als een overtreding alwordt opgemerkt is het bovendien somsnauwelijks mogelijk om de oorspronkelij-ke toestand te herstellen;- de sociale en politieke verhoudingen inmet name kleinere plattelandsgemeen-ten;- gemeenteambtenaren en bestuurderszijn het vaakin concrete gevallen ofop be-paalde onderdelen niet eens met hun ei-SenV, december 1988469provincie en bestemmingsplannenbuitengebiedgen bestemmingsplan.De handhaving van bestemmingsplan-nen Buitengebied vormt dan ook een be-langrijkknelpunt. Het tekortschieten ervankan leiden toteen emstig verlies van ruimte-lijke kwaliteit van het landelijk gebied.Geconcludeerd kan worden, dat de effec-tiviteit van het bestemmingsplan Buiten-gebied aanzienlijke verbetering behoeft.Daarbij zal de aandacht vooral gerichtmoeten worden op:- verbetering van de totstandkoming enherziening;- verbetering van de handhaving.Mogelijke provincialerolIn de Wet op de RuimteUjke Ordening zijnmogelijkheden gecreeerd voor een pro-vinciale rol ten aanzien van de totstand-koming en herziening, de inhoud en dehandhaving van bestemmingsplannenBuitengebied.Artikel 40 van de Wet op de RuimtelijkeOrdening geeft de provincie de moge-lijkheid om op kosten van de gemeente totvaststelling ofherziening van een bestem-mingsplan over te gaan. Van deze moge-lijkheid kan gebruik gemaakt worden in-dien gemeenten niet voldoen aan eendoor rijk ofprovincie opgelegde verplich-ting tot planherziening (artikel 37) en in-dien gemeenten niet voldoen aan hun ver-plichting ex artikel 30 van de Wet op deRuimtelijke Ordening tot herziening vanhet bestemmingsplan op onderdelenwaaraan door gedeputeerde staten of deKroon goedkeuring is onthouden.In artikel 28 van de Wet op de Ruimte-lijke Ordening is de toetsingvan de inhoudvan het bestemmingsplan aan het provin-ciaal ruimtelijk beleid geregeld.Mogelijkheden voor een provincialerol bij de handhaving van bestemmings-plannen zijn geschapen in artikel 63 vande Wet op de Ruimtelijke Ordening (op-sporing van strafbare feiten door de doorde Commissaris van de Koningin aange-wezen ambtenaren) en artikel 69 van deWet op de Ruimtelijke Ordening (verle-nen van vrije toegang in verband met uit-voering van de Wet op de Ruimtelijke Or-dening aan de Commissaris van de Ko-ningin en door hem aan te wijzen perso-nen).Er is derhalve een wettelijke basis aan-wezig voor een provinciale inbreng in delokale ruimtelijke ordening. Op deze wet-telijke regelingen kan, in zwaarwegendegevallen, teruggevallen worden indien deprovincie er niet in slaagt om door middelvan overleg en dienstverlening aan ge-meenten voldoende resultatentebehalen.Tot dusver is de provinciale inbreng in deMetis essentieeldatgemeenten zich in hetbestemmingsplan buitengebiedduidelijkuitspre-ken over de aanvaardbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijke gebied,zoals kassenbouwgemeentelijke planologie voor het lande-lijk gebied nagenoeg beperkt geweest tottoetsing van de inhoudvan bestemmings-plannen. Slechts enkele provincies heb-ben op een meer systematische wijze ge-bruik gemaakt van de mogelijkheden omgemeenten te stimuleren bestemmings-plannen Buitengebied op te stellen of teherzien en daarbij in enkele gevallen ge-dreigd met het gebruik van wettelijke be-voegdheden. De indruk bestaat dat dehandhaving van bestemmingsplannenbuitengebied nog in geen enkele provin-cie systematische aandacht heeft gekre-gen. Gelet op de knelpunten die zijngesig-naleerd met betrekking tot het functione-ren van bestemmingsplannen Buitenge-bied lijkt een toenemende aandacht vanprovinciale dienstenvoor enerzijds de tot-standkoming/herziening en anderzijdsde handhaving van bestemmingsplannenBuitengebied dus zeer wel verdedigbaar.In de provincie Noord-Holland is eentoename van de aandacht voor dezeaspecten in gang gezet. In de volgende pa-ragrafen zal hierop worden ingegaan.Totstandkoming en her-ziening van bestem-mingsplannen Buiten-gebiedIn het voorjaar van 1987 is in de provincieNoord-Holland de uitvoering van eenplan van aanpak buitengebied in gang ge-zet, gericht op verbetering van de tot-standkoming en herziening van bestem-mingsplannen Buitengebied. In het kadervan dit actieplan zijn de volgende actiesondernomen:I. In het kadervan een stagebij de Provin-ciale Planologische Dienst heeft onder-zoek plaatsgevonden naar de belangrijk-ste onderdelen die buiten goedkeuringgehouden zijn, de oorzaken die ertoe ge-leid hebben dat plannen nog niet herzienzijn en maatregelen die nodig zijn om tezorgen dat de plannen alsnog herzienworden'*). Het onderzoek omvatte zowelbronstudie als interviews met 6 gemeen-ten.Het onderzoek geeft slechts indrukkenvan de problematiek in 6 gemeenten. In 5van de 6 gemeenten werd het ten dele ont-SenV, december 1988470provincie en bestemmingsplannenbuitengebied^13V^A31SituatieAugustus. 1987Gemeenten met aktuele en adekwate bestem-mingsplannen, vastgesteld voor het gehele lande-lijk gebiedGemeenten met geheel ofgedeeltelijk tekort schie-tende bestemmingsplannen buitengebied, wer-kend aan planherziening/nieuw bestemmings-plan27Gemeenten met geheel ofgedeeltelijk tekort schie-tende bestemmingsplannen buitengebied, vanplan voor 1 januari 1990 te starten met voorberei-ding van een planherziening/nieuw bestemmings-planGemeenten met geheel ofgedeeltelijk tekort schie-tende bestemmingsplannen buitengebied, nietvanplan om voor 1 januari 1990 te starten met de voor-bereiding van een planherziening/nieuw bestem-mingsplanSituatieMei. 1988Figuur 1. Totstandkoming en herziening van bestemmingsplannen Buitengebiedin Noord-Hollandbreken van voorschriften door de ge-meenteambtenaren als problematisch er-varen. De gemeentebesturen bleken ech-ter in deze gemeenten aan planherzieningeen minder hoge prioriteit toe te kennen.II. Aan alle gemeentebesturen in Noord-Holland is een briefgestuurd op 11 augus-tus 1987, waarin gedeputeerde staten hunbezorgdheid uitspreken over de planolo-gische regeling van het buitengebied enaangeven de gemeenten te willen onder-steunen bij de totstandkoming/herzie-ning van bestemmingsplannen Buitenge-bied. Vervolgens heeft ambtelijk overlegplaatsgevonden met 46 gemeenten in ver-band met ontoereikende bestemmings-plannen voor het landelijk gebied en waar-voorzoverde provincie bekend -geen ofonvoldoende activiteiten door de ge-meente werden ondernomen om verbete-ring te brengen in deze situatie. Dit over-leg heeft tot dusvertot resultaat gehad, datcirca 10 gemeenten een hogere prioriteithebben toegekend aan de totstandko-ming ofherziening van hun bestemmings-plannen Buitengebied en hebben toege-zegd op korte termijn met de voorberei-ding van een planherziening c.q. nieuwbestemmingsplante starten. Deze resulta-ten zijn grafisch weergegeven in figuur 1.Aan 14 gemeenten met als onvoldoende tekwalificeren bestemmingsplannen Bui-tengebied die niet bereid bleken naar aan-leiding van het ambtelijk overleg om bin-nen afzienbare termijn hun bestemmings-plannen te herzien, is een brief gestuurddoor gedeputeerde staten, met het drin-gende verzoek om tot herziening over tegaan. Naar aanleiding van de beantwoor-ding van deze brieven zullen eventuelevervolgacties worden gevoerd. Indien hetambtelijk overleg daar aanleiding toegeeft, zal ook aan een aantal andere ge-meenten die voorlopig hun bestemmings-plan Buitengebied niet willen herzien eensoortgelijke brief van gedeputeerde sta-ten worden gestuurd.In het regelmatig ambtelijk overleg tus-sen provincie en gemeenten komen de ge-dane toezeggingen van gemeenten op-nieuw aan de orde en wordt geinformeerdnaar de voortgang van de planvorming ingebieden waar een planherziening of eennieuw bestemmingsplan wordt voorbe-reid. Ten behoeve van dit overleg is eensysteem van voortgangsbewaking opge-zet.III. De zogenaamde "groene circulaire",die richtlijnen geeft voor bestemmingsre-gelingen voor het buitengebied is herzienen zal naar verwachting na een inspraak-procedure in het begin van 1989 door ge-deputeerde staten worden vastgesteld. Deherziene groene circulaire beoogt meerduidelijkheid te verschaffen over het pro-vincial beleid ten aanzien van een grootaantal onderwerpen. De opzet van de her-ziene circulaire is zodanig, dat een duide-lijk onderscheid is gemaakt tussen hetprovinciale beleid (toesingskader) en dewijze waarop dit beleid geregeld zou kun-nen worden (instrumenten: indicatiefbe-doeld.) Daarnaast is gekozen voor een zo-danige vormgeving, dat onderwerpen ge-makkelijk opgezocht kunnen worden.Met deze herziening wordt beoogd hetprovinciaal beleid met betrekking tot hetlandelijk gebied inzichtelijk te maken,hetgeen de totstandkoming van bestem-mingsplannen en de acceptatie van hetprovinciaal beleid doorgemeenten zal be-vorderen.S en V, december 1988471provincie en bestemmingsplannenbuitengebiedFiguur 2. BeelddragerskaartGebruik van reeds bestaande gegevens uit provinciale bestanden kan leiden tot kostenbesparingen kwaliteitsverhoging bij de voorbereiding van bestemmingsplannen buitengebied. Een voorbeeldis hat provinciale landschapsonderzoekIV. Het beter toegankelijk maken vanprovinciale gegevensbestanden ten be-hoeve van bestemmingsplannen Buiten-gebied.De provincie heeft vele gegevens diehettot stand brengen van plannen Buiten-gebied vereenvoudigen indien ze voor ge-meenten goed toegankelijk zijn, zoals mi-lieu-inventarisatie, landschapsonder-zoek, openluchtrecreatieve voorzienin-gen, milieuhygienische gegevens etc..De gegevens zijn beschreven in eenHandleiding Gegevensbestanden. In dezehandleiding wordt onder meer ingegaanop de aard van de gegevens en de bruik-baarheid voor het opstellen en toepassenvan bestemmingsplannen. Er worden bo-vendien contactpersonen genoemd, diede gegevens beschikbaar kunnen stellen.Er is reeds meermalen op basis van deHandleiding Gegevensbestanden aan ge-meenten geadviseerd over het onderzoekdat nodig is voor de voorbereiding vaneen bestemmingsplan Buitengebied en demogelijkheid om daarbij van provincialegegevens gebruik te maken. Gelijktijdigmet de uitgave van de Handleiding Gege-vensbestanden zijn over dit onderwerptwee voorlichtingsmiddagen georgani-seerd.Geconcludeerdkan worden, dat bij de acti-viteitenvan de provincie Noord-Holland,gericht op verbetering van de totstandko-ming en herziening van bestemmings-plannen Buitengebied de nadruk ligt opeen goede serviceverlening aan gemeen-ten. De provincie treedt hierbij nadrukke-lijk niet in de rol van de stedebouwkundi-ge adviesbureaus. Door het beschikbaarstellen van gegevens,verschaffen van dui-delijkheid over het provinciale beleid enhet aandragen van suggesties voor de wij-ze van regelen worden echter voorwaar-den geschapen voor een efficienterewerkwijze en kortere procedures.Daardoorzullen de plankosten ku
Reacties