stedebouwenifolkshuisvestingREGIO OVERZICHTALS EXTRA SERVICE GEEFT STEDEBOUWEN VOLKSHUISVESTING U EEN OVERZICHTVAN DE REGIO(S) WAARIN BEDRIJVEN INNEDERLAND, VOORNAMELIJK HUN PRO-DUKTEN/DIENSTEN AANBIEDEN.DE REGiONUMMERING VINDT U TERUG INHUN UITINGEN.REGIO REGIO 2UNSJSIDFOZUNEN^Lucas Bouw levert u nu reeds het kozijn van detoekomst. Vervaardigd van "Deceuninck" pro-tielen met KOMO-keur. Dit zijn de voordelen: fabricage in eigen fabriek plaatsing door eigen montageploegen warmte- en geluid isolerend lange levensduur en onderhoudsvrij in prijs l(onl(urrerend met bout _^^? zeersnelieievering / \^\ elite maat ieverbaar 10 jaar garantie**"t'*'iLucas BouwNIJVERHEIDSSTRAAT 12 RIJSWIJKTEL. 070-99.30.57 b.g.g. 903.904Lucas Boiiw(t) voor t woningbouw i utiliteitsbouw ? renovatie? restauratie ? vertiouw i onderhoudswerkI raamsystemen in kunststofREGIO 4nstollatie Bedrijf Goes b.v.CENTRALE VERWARMINGLUCHTBEHANDELINGELEKTRO-TECHNIEKBEVEILIGINGSINSTALLATIESSANITAIRE INSTALLATIESDAKBEDEKKINGENTOTALE ADVISERINGONDERHOUD/SERVICEDAKINSPEKTIESNIEUWBOUWRENOVATIEUTILITEITSWERKTelefoon 01100-31630 - Postbus 19 - 4460 AA GoesVerwol is a\ 12V2 jaargespecialiseerd in de levering en installatie vansysteemwanden en systeemplafonds. Bij ontwerp en realisatie van uw af-bouwplannen is het aan te bevelen met Verwol contact op te nemen omproblemen te voorkomen. Bel. 02263-3504.VERWOL. FLEXIBEL IN PROJEKTAFBOUWVerwol Projektafbouw B.V., postbus 50,1715 ZH Sponbroek.Mooi datd'er allesmee kan--Mei zijn brede assortiment biedtHelmitin voor elk probleem eengoede opiossingHetmitin sysfeemverwerkers:m BOUWKONSULT BVSchiedam OW-623205? DEKO BVAmsterdam 020-849855? KLOOSTERMAN BVHeerenveen 05130-21525? KUtPERS BVNunspeet 03412-52944? KURAKO BVWognum02297-3144? STADEFA BVStadskanaal 05990-17045? VANOORTBVHeesch 04125-1482? REUSKEN BOUW BVLoenen05765-2333O Q k U^@p kyDHiffifeff k(o)ri]0=il(i[nlwmmM@\oHelmitin kozijnen zijn speciaal ontwikkeld voorde Nederlandse markt. Helmitin levert naarbinnen en naar buiten draaiende kozijnen endeuren, inclusief voortreffelijk hierbij passendhang- en sluitwerk. De afgeschuinde profielengeven de kunststoframen een slank uiterlijk, incombinatie met een grote stabiliteit. Helmitinkozijnen zijn fraai en elegant van vormgeving.De Helmitin kozijnen kunnen worden gele-verd in sotijn-wit en bruin. Ook kunnen zijworden geleverd voorzien van een hout-decor.Helmitin: voor elk probleem een passendeopiossing.Een van de specialismen van Helmitin is hetextruderen van kunststof profielen voor debouw. Helmitin is reeds meer dan 25 jaaraktief op de kunststof markt.E^SHnm^^elmitin bvT^elex 35061 ^-^^^S/1S8STe/efax 04165-1408IIstedebouwenvolkshuisvesting69ejaargang juni1988Orgaan van hetNederlands InstituutvoorRuimtelijke Ordeningen Volkshuisvesting M^Redactie:Drs. H.J.M. van AlphenDr. H.J.M. GoverdeIr. P.C. GroenMr. ir. A.W. HartmanIr. J. HeelingMw. drs. I.T. KlaasenMw. G.C.P. van der PloegIr. K.R. de PoelProf. J. RothuizenMr. A.M. Schaap-DubbelboerDrs. P.W.A. VeldIr. H. WestraRecensieredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-602775Redactie, administratie enpublikaties ter recensie:Mauritskade212514 HD DenHaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Richtlijnen voor auteurs:Auteurs van artikelen enboekbesprekingen kunnendesgewenst op het redactie-secretariaat een exemplaar van de'Richtlijnen voor auteurs' aanvragen.Uitgave van:Samsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertentie-acquisitie:voorpersoneelsadvertenties envoorprodukt-advertenties:Postbus 2282400 AE Alphen aan den RijnTelefoon 01720-62603Opdrachten en materiaal vooradvertenties worden voor de lOe vande maand, voorafgaande aan demaand van verschijning, ingewacht.Losse nummersf 12-ISSN 0039 - 0879InhoudDenkraamRuimtelijke implikaties van het broeikas-effect,Ph.A. van RijenArtikelenRuimtelijke ordening kost geld,A^. Bosch, D. Hanemaayer enM.H.B. Pen-SoetemeerOndanks dat financiele aspecten consequenties hebben voor de realiseringvan het lokale ruimtelijk belaid, blijven ze onderbelicht. Een pleidooi vooreen ruimtelijk begrotingsinstrumentarium.Inspirerende experimenten in Barcelona, ir. H. MeyerDROS-Rotterdamhaaltinspiratiebijcollega'suit Barcelona. Een verslagvande stedebouwkundige opvattingen achter de "projectes urbanes" in Barcelo-na en wat Nederland daarvan kan leren.Grootschalig spoorzoeken in het Europa na 1992, ir. W. WissingDe Europese eenwording is bijna realiteit. Een overzichtvan de (inter) nati-onaal noodzakelijke infrastructurele voorzieningen ter integratie van het(spoor)wegennet.Meet dan een besparing? ir. H.M. Koolman en J.J.H. ValkKan planmatig onderhoud een basis zijn voorde beleidskeuzen ten aanzienvan de aanzienlijke kwaliteitsachterstanden in de Nederlandse woningvoor-raad? Een antwoord.Tijdelijke vrijstelling ex art. 17 W.R.O., drs. H.E. WinkelmanEen evaluatie van de verschillende opvattingen over de "verruimde" moge-lijkheden van de vrijstellingsregeling ex art. 17 W.R.O.Bestuurlijk-juridische trends. Beschrijving in hoofdlijnen en fasering,drs. J. van der VeldeVoorschriften in een bestemmingsplan waarin eenbebouwingsmogelijkheidwordt opgeschort zijn onverbindend verklaard. Enkele kanttekeningen.204205Nieuwe publikatiesNieuws van de RAVOMededelingen NIROVOverige mededelingenAankondigingen210219226233237238242243244245SenV, juni 1988203DenkraamRuimtelijke implikaties van het broelkas-effect,Het is in de politiek gebruikelijk om pas tot aktie over tegaan als er een opvailende concrete aanleiding is. Langza-me, graduele veranderingen nopen zelden tot ingrijpendemaatregelen. Waarom zou men? Het is toch altijd goedgegaan? De watersnood van 1953 was nodig om de Delta-wet erdoor te krijgen. Had het in die februari-nacht niet zohard gewaaid, dan zouden de Zeeuwse en Zuidhollandsezeegaten wellicht nog steeds open zijn. Vergelijkbare ak-ties kwamen op gang na de gifvondsten in Lekkerkerk ende ramp bij Tsjernobyl. Het gaat hier om ongewenste ont-wikkelingen die -zij het met veel kosten en moeite - door-gaans nog terug te dringen zijn.Geheel anders van aard is de dreiging die samenhangtmet het broeikaseffect. Het broeikaseffect is de opwar-ming van de atmosfeer die wordt veroorzaakt door eentoeneming van koolzuur en sporegassen die door de In-dustrie, huishoudens en landbouw in de lucht worden ge-bracht. Deze gassen onderscheppen de warmteuitstralingvan de aarde. Het evenwicht tussen het op de aarde stra-lende zonlicht en de uitstralende warmte van de aardewordt hierdoor verstoord en de temperatuur stijgt.Temperatuurstijging brengt tweeerlei gevolg met zichmee: ten eerste kunnen de klimaatzones verschuiven enten tweede kan door afsmelting van de poolkappen de zee-spiegel stijgen.Verschuiving van klimaatzones betekentvoor Zuid-Eu-ropa een Sahel-klimaat. In Midden-Europa mag men letsvergelijkbaars verwachten, zij het minder extreem. Dedroogte in Nederland zal waarschijnlijk wel meevallendoor de invloed van de Atlantische oceaan. Wel komt dewaterhuishouding in gevaar door de lage afvoer van deRijn. Smeltwater van gletsjers is er niet's zomers, omdat ergeen gletsjers meer zijn.AUeen Noord-Europa zal er wel bij varen. De land-bouw stelt in Scandinavie thans weinig voor, maar bij tem-peratuurverhoging kan dit veranderen. Ook zullen devaarroutes in de Oostzee en de Noordelijke IJszee langeropen blijven.Aldus de voorspelling van een tachtigtal deskundigenuit de EG die eind 1987 aanwezig waren op een bijeen-komst in Noordwijkerhout.Waarom is de dreiging van het broeikaseffect zo geheelanders van aard dan alle voorgaande dreigingen? Voorna-melijk doordat het broeikaseffect een mondiaaherschiin-sel is, waarbij sommige gebieden voordeel zullen hebbendoor klimaatverbetering terwijl in andere verslechteringoptreedt. Zal dat over een eeuw een grote migratie metzich brengen? En wat zijn daarvan de politieke conse-quenties?Het broeikaseffect is politiek vooral zo onhandelbaardoordat de veranderingen zich zo langzaam voltrekken.Ook tegenmaatregelen werken op dezelfde tijdschaal. Be-perking van de kooldioxyde-uitstoot of een verbod op deproduktie van de weinig afbreekbare chloorfluorkoolwa-terstoffen (CFK's) zullen pas op zeer lange termijn effecthebben. Deze gassen bevinden zich nu eenmaal in de at-mosfeer en zijn daaruit voorlopig niet verdwenen.Voorstanders van kernenergie wrijven zich bij geluidenover het broeikaseffect in hun handen. Kernenergie vormtgeen kooldioxyde en draagt hierdoor niet bij aan hetbroeikaseffect. Maar de milieubeweging vindt dit alterna-tiefhet uitdrijven van de duivel met Beelzebub. Bovendienis kernenergie vooralsnog geen autobrandstof.Broeikaseffect en zeespiegelstijging zijn nog niet zolang tot het bewustzijn van politici en ambtenaren doorge-drongen. Pas in 1985 werd een eerste belangrijke confe-rentie hierover gehouden in Villach (Oostenrijk). Een ver-volg erop vond in 1986 plaats in Delft. Hier werd beslotende zeespiegelstijging nauwkeurigerte bepalen, een modelte ontwikkelen waarmee de economische gevolgen beoor-deeld kunnen worden en te trachten regeringen meer be-wust te maken van het probleem.In 1987 werd een conferentie in Noordwijkerhout ge-houden. Daar werd door de bijeengekomen wetenschap-pers verwacht dat de opwarming steeds sneller zal gaan.Ze waarschuwen voor de ernst van de situatie en bevelends ovevheden aan nu al rekening te houden met de komendeklimaatwijzigingen. Zij dringen aan op energiebesparingen de toepassing van schone energiebronnen en op eenverbod van produktie van CFK's, om schadelijke gevol-gen zoveel mogelijk te beperken.Ook de ruimtelijke consequenties van het broeikasef-fect voor Nederland kwamen in Noordwijkerhout aan deorde. Gesteld werd dat de kans bestaat dat de laaggelegendelen van Nederland over plus minus 40 jaar onder waterzijn verdwenen als gevolg van een meters hoge stijging vande zeespiegel. Alleen aanzienlijke dijkversterkingen zou-den een dergelijke catastrofe kunnen voorkomen. De ge-middelde temperatuur zal dan met 1,5 tot 4,5 graden Cel-sius zijn opgelopen.Nederland wordt met het oog op eventuele overstro-mingen geadviseerd woningbouw en strategische indus-trieen zoveel mogelijk landinwaarts te situeren. Ook deopslag van afval moet zover mogelijk uit de kust blijven.De Vierde nota heeft als planhorizon 2015. Het is devraag ofhet niet nu al tijd is deze horizon te vedeggen!Ph.A. van Rijenlid NIROV-werkgwep Europa, gast-docentmilieuplanning post-HBOSenV, juni 1988204N. BoschStichting Research voor Belaid, LeidenD. HanemaayerStichting Research voor Beleid, LeidenM.H.B. Pen-SoetemeerRijks Planologische Dienst, Den HaagIn de ruimtelijke ordening blijven financiele aspecten vaak onderbelicht. Aan de financie-ring van werken en projecten wordt in plannen lang niet altijd een belangrijke rol toege-kend. De indruk wordt gewekt, dat de ruimtelijke ordening geen geld kost. In de concretebesluitvorming ligt dit aanzienlijk genuanceerder. Onduidelijk is echter op welke wijzefinanciele ovenvegingen doonverken in de ontwikkeling van ruimtelijke plannen en in wel-ke besluitvormingssituaties financiele ovenvegingen een rol spelen. In een vooronderzoekin opdracht van de Rijksplanologische Dienst heeft de Stichting Research voor Beleid eeneerste poging gedaan de kluwen te ontwarren.Ruimtelijke ordening l(ost geldInleidingBij verscheidene gelegenheden is de afge-lopen jaren aangedrongen op uitvoeringvan onderzoek naar het financiele spoorbij voorbereiding en uitvoering van (loca-le) ruimtelijke plannen. Inspiratiebron-nen hiervoor waren de gedachtenvormingbinnen de Raad van Advies voor deRuimtelijke Ordening over de operatio-nele gebiedsaanwijzing, alsmede het zo-genaamde Afstemmingsonderzoek (DeKoningh e.a. 1985). In deze lijn paste deopdracht van de RijksplanologischeDienst naar een vooronderzoek naar hetfinanciele spoor. Deze term verwijst naareen min of meer zelfstandige besluitvor-mingslijn over financiele aspecten van deruimtelijke ordening binnen de twee rela-tief zelfstandige sporen van facet- en sec-torbesluitvorming. Het relatief zelfstan-dig karakter en de betrekkelijke onzicht-baarheid riepen vraagtekens op. Immersrationaliteit van besluitvorming en alge-mene beginselen van behoorlijk bestuurveronderstellen een zorgvuldige afwe-ging tussen doelen en middelen en een re-delijke mate van politieke en sociale con-troleerbaarheid van die afwegingen. Hetin dit artikel gepresenteerde vooronder-zoek laat echter een ander beeld zien.Het onderzoek spitste zich toe op tweepunten. In de eerste plaats staat het ge-meentelijk ruimtelijk beleid centraal en inde tweede plaats gaat het in het vooron-derzoek om het vaststellen van de onder-zoekbaarheid van de problematiek. Hetonderzoek is met de volgende vraagstel-linguitgevoerd:"Welke typen financiele aspecten spe-len een rol bij voorbereiding en uitvoeringvan gemeentelijk ruimtelijk beleid, in wel-ke besluitvormingssituaties en met welkegevolgen voor de ruimtelijke ordening?".Uitgaande van deze probleemstellingdiende het onderzoek ertoe het financielespoorbinnen het gemeentelijke ruimtelijkbeleid in kaart te brengen en na te gaanvoor welke aspecten binnen en rond hetfinanciele spoor nader onderzoek ge-wenst is.De uitvoering van het onderzoek om-vatte drie fasen: een literatuurstudie, eenaantal interviews met deskundigen op uit-eenlopende posities binnen de drie over-heidsniveaus en drie gevalstudies. Hetonderzoek heeft plaatsgevonden in de pe-riode december 1986 -juli 1987.Om greep te kunnen krijgen op het com-plexe onderzoekonderwerp is in de eerstefase van het onderzoek door middel vanliteratuurstudie en interviews het finan-ciele spoor binnen het gemeentelijk ruim-telijk beleid verkend. Hiertoe is de aan-dacht gericht op de voor het gemeentelijkruimtelijk beleid relevante geldstromen.Dit zijn die geldstromen die betrekkinghebben op de financiering van bouw- enaanlegactiviteiten (grondwerken en op-stallen), alsmede op beheeren onderhoudvan hetgeen gebouwd of aangelegd is. Erzijn in principe viergeldstromen te onder-scheiden:1. RijksuitkeringenDe geldstromen van rijk naar gemeentenverlopen in hoofdlijnen langs twee we-gen: de algemene uitkering uit het Ge-meentefonds en de departementale "spe-cifieke uitkeringen" (de zogenaamdedoeluitkeringen). De algemene uitkeringuit het gemeentefonds is gebaseerd op deFinanciele Verhoudingenwet; de ge-meente heeft in beginsel bestedingsvrij-heid ten aanzien van de langs deze wegontvangengelden. Vrijwel alle ministerieskennen specifieke uitkeringen aan ge-meenten, provincies of derden, die uit-sluitend aan bepaalde doelen besteedkunnen worden. Het motief voor het inhet leven roepen van een specifieke uitke-ring is doorgaans gelegen in het tijdelijkekaraktervan de regeling, dan wel in de on-gelijkmatige spreiding van de bestedin-gen in tijd en/of geografisch. Een grootaantal van deze doeluitkeringen is rele-vant voor het gemeentelijk ruimtelijk be-leid.2. Povinciale bestedingenInvolume zijn de provinciale bestedingenvrij onbelangrijk. Het gaat vooral om si-tuaties waarin de verdeling van rijksdoel-uitkeringen aan gemeenten gedecentrali-seerd is naar de provincies, zoals dat hetgeval is bij de provinciale stadsvernieu-wingsfondsen en bij de budgetten ten be-hoeve van bodemsaneringsprojecten.Over eigen bestedingsruimte beschikkende provincies vooral op de terreinen ver-keer en waterstaat, openluchtrecreatie eneconomische zaken, op grond van daar-toe strekkende rijksdoeluitkeringen.3. Gemeentelijke bestedingenOp het gemeentelijk niveau worden on-derscheiden: bestedingen met het oog opgrondexploitatie en bestedingen met hetoog op bouw-, aanleg- en onderhouds-werkzaamheden (voorzover niet vallendonder grondexploitatie). De grondex-ploitatie is in theorie kostendekkend,maar in binnenstadsplannen, en in situa-ties waarin de afzet stagneert (bijvoor-beeld overtollige bedrijfsterreinen) die-nen tekorten opgevangen te worden bin-SenV, juni 1988205ruimtelijke ordening kost geldnen de gemeentelijke financiele huishou-ding, vanuit bijvoorbeeld de algemenedienst van de gemeentebegroting ofde re-serves van het grondbedrijf. Vooral instadsvernieuwingsgebieden en in groei-steden en groeikernen subsidieert het rijkin de grondkosten. Grondexploitatie kanechter ook voor gemeenten winstgevendzijn, en aangewend worden voor investe-ringen in bijvoorbeeld collectieve voor-zieningen.4. Particuliere bestedingenBestedingen ten behoeve van bouw-, aan-leg- en onderhoudswerkzaamheden doorparticuliere personen, bedrijven en instel-lingen, al dan niet met overheidssubsi-dies, bepalen in hoge mate de ruimtelijkeontwikkeling. Vanuit de optiekvan dit on-derzoek dienen deze bestedingen echteropgevatte worden als randvoorwaarde enals marktfactor voor gemeentelijk beleid.Om het brede onderzoekonderwerp tothanteerbare properties terug te brengenwordt het financiele spoor beperkt tot definanciele besluitvorming binnen het ka-der van besluitvorming over WRO-plan-vormen die een gemeente ter beschikkingstaan: het bestemmingsplan en het struc-tuurplan.Artikel 9, lid 2 van het Bro bepaalt dathet voorbereidend onderzoek ten behoe-ve van een bestemmingsplan "van stondeaf aan" mede betrekking heeft op de uit-voerbaarheid van het plan. In de NotavanToelichting wordt aangegeven dat hetgaat om de uitvoerbaarheid in financieel,in sociaal-economisch en in maatschap-pelijk opzicht. Het verslag van het onder-zoek naar de financiele uitvoerbaarheiddient in de toelichting op het bestem-mingsplan opgenomen te worden, het-geen inhoudt dat de uitkomsten van ditonderzoek (de exploitatieopzet) inprinci-pe geen zelfstandige status hebben (alsuitvoerend bestuursinstrument). Datneemt niet weg dat het ontbreken van hetverslag van een dergelijk onderzoek in deplantoelichting naar het oordeel van deKroon fataal is (provincie Noord-Bra-bant, 1986).De WRO en het Bro bevatten geen be-palingen rond het financiele spoor in hetstructuurplan. Dat neemt niet weg datzich in de praktijk gevallen voordoenwaarin het structuurplan de resultante isNieuwe uitleg:planbijstellingen tijdens de uitvoering (foto N. Bosch)van, dan wel het startpunt vormt voorruimtelijke afwegingen waarin een be-langrijke plaats is ingeruimd voor het fi-nanciele spoor. Een verkenning is uitge-voerd van varianten van het financielespoor in het structuurplan. In deze plan-vorm is een drietal typen onderwerpenaangetroffen in verband met financielebesluitvorming: afweging van nieuwebouwlocaties, globale grondexploitatie-berekeningen en financiering van uitvoe-ringsmaatregelen.Uit de hierboven weergegeven verken-ning komt naar voren dat het financielespoor meervoudig van samenstelling is.Om hetbegrip hanteerbaarte maken is hetfinanciele spoor gedefinieerd vanuit:a. De WRO-planvormen;- bestemmingsplan;- structuurplan.b. Het object van financiering:- grondexploitatie;- bouw-, aanleg- en onderhoudswerk-zaamheden.Een en ander leidt tot de identificatievan drie objecten voor onderzoek binnenhet financiele spoor:- bestemmingsplanexploitatie: degrondexploitatie in het bestemmings-plan;- realisatie van bestemmingen: bouw-,aanleg- en onderhoudswerkzaamheden,voortvloeiend uit in hetbestemmingsplanaangegeven bestemmingen;- financiele afweging en planning in hetstructuurplan: grondexploitatie enbouw-, aanleg- en onderhoudswerkzaam-heden.Deze drie objecten van onderzoek zijnonderwerp van de gevalstudies die zijnuitgevoerd om de bevindingen uit deliteratuurstudie en de interviews te con-cretiseren en te toetsen.Bestemmingsplan uit-leggebiedDrie gevalstudies zijn uitgevoerd om debevindingen uit de literatuurstudies en deinterviews te concretiseren en te toetsen.De eerste gevalstudie had betrekking opeen bestemmingsplan uitleggebied. Ob-ject van onderzoek is een globaal bestem-mingsplan ten behoeve van een nieuwewoonwijk van circa 2.000 woningen. Deplanuitvoering is tegen het einde van dejaren zeventig gestart en thans vrijwel af-gerond.Gezien de beperkte omvang van het ge-meentelijk apparaat, en de beperkte be-schikbaarheid van financieringsmidde-len bij de gemeente, is het bestemmings-plan in samenwerking met een pro-jectontwikkelaar gerealiseerd. Tussen degemeente en de projectontwikkelaar iseen overeenkomst opgesteld waarin desamenwerking geregeld wordt naar de or-ganisatievorm, de verantwoordelijkhe-den, de woningdifferentiatie en de hoofd-lijnen van de planexploitatie. Met als glo-baal uitgangspunt een in overleg met deSenV, juni 1988206Stel: u moet 14 raadsleden, 2 wethouders,1 welstandscommissie, 3 milieu-organisaties en1 voorzitter van de agrarische bondWie De Brink Groep alleen kent als belang-rijke bouwkostenadviseur, moeten we toch evenuit de droom helpen Projektmanagementneemt in ons dienstenpakket bijvoorbeeld eensteeds belangrijker plaats iaDe Brink Groep heeft daarvoor intelligenteprogrammatuur ontwikkeld. Zo kunnen weComputer Aided Design (CAD) probleemlooskoppelen aan verschillende kalkuiatieprogram-ma's en administratieve systemenOnderhoudsplanning is een van onzeandere specialismea De Brink Groep adviseertin de beheersing van elk aspela van bet onder-houdsproces. En helpt zo kapitaalvemletigingvoorkomeaDe BrinkGroep is volkomen onafhankelijkVoert o.a. werl
Reacties