74cJAARGANG1993 THEMANUMMERStedebouwVolkshuisvestingVOORBEELDPLANNEN VIERDE NOTAKRINGLOPEN ONTWORPENBewoners bepalen eigen huisindelingDoor het opkomen van andere samenlevingsvor-men, emancipatie en individualisering is een be-hoefte ontstaan naar nieuwe woonvormen. In hetboek Vormgeven aan flexibele woonwensenwordt op illustratieve wijze uitgelegd hoe aan dezenieuwe vraag kan worden voldaan.De traditionele gezinswoning voldoet steeds min-der en vandaag de dag wil de consument de moge-lijkheid hebben zelf zijn huis in te delen. Dat wil zeg-gen kunnen kiezen uit verschillende vormen van in-deling, zelf bepalen wat er in huis komt en waar hetkomt.Het boek behandelt het Espritconcept. Dit concepthoudt in dat de toekomstige bewoner van een wo-ning kan kiezen uit een voUedig pakket van inbouw-produkten waarmee deze een indeling naar eigenwens kan realiseren. Deze inbouwprodukten zijnstekkerklaar, dus wijziging in de indeling is eenvou-dig te realiseren. Zelfs geldt dit voor het sanitair ende keuken. Om dit mogelijk te maken zijn produk-ten ontwikkeld als demontabele wandsystemen,verplaatsbare noppenvloeren en inplugproduktenvoor elektra en water.Vormgeven aan flexibele woonwensenArthur 0. Eger, Rene van Riggelen, Harm van Triest.100 pagina's. Geheel in kleur. Hard Cover.Groot formaat (24x32 cm). Prijs /60,10 incl. BTWISBN 90 6155 459 4.mmDELWELUITGEVERIJBestellingen en nadere informatie:DELWEL Uitgeverij B.Y Postbus 19110, 2500 CC 's-Gravenhage. Tel. 070 - 362 48 GO, Fax 070 - 360 54 36Ook in de boekhandel verkrijgbaar.DELWEL: VAN HUIS UIT INFORMATIEFInhoud VOORBEELDPLANNENKRINGLOPENDENKRAAM15 SchoonwaterplanM.C. van den.3 Kringlopen ruimtelijk vormgevenS.P. TjallingiiARTIKELENDe schaal van schakelsT.M. dejongKringlopen bestaan uit ketens, ketens uitschakels. Na een zichtbare schakel vervolgt dekringstroom zijn loop vaak op een anderschaalniveau. Hierdoor zijn complete kringlo-pen in ruimtelijke plannen zelden herkenbaar.10 Kringlopen op de keten beschouwdP. luihaye, L. Runia en B. OttenHet thema Kringlopen Ruimtelijk Vormgevenheeft een scala aan ideeen en plannen metvernieuwende elementen voor het grensge-bied van milieu en ruimtelijke ordening opge-leverd. Lahaye, Runia en Otten hebben dereacties geevalueerd.18 Reactie op SchoonwaterplanS.P. Tjallingii21 Drinkwaterproduktie NADORSTM. van Buuren, L. Scalpers en P. van Bolhuis26 Reactie op NADORSTH. Vaessen28 City FruitfulH.G. Hekkema30 City Fruitful; hoe nu verder?H.W.StrubenenR.Weeda32 Wijkbeheer RomolenpolderM. E. E. Janssens35 Reactie op ervaringen in RomolenpolderL. A. van Rij3 7 Integraal afvalstoffenplan MaastrichtE.H.M. vanSchijndel41 Reactie op afvalstoffenplan MaastrichtB. Peelers en H. Huisman43 Het overzicht compleetJ.F.Jonkhof44 Informatie overProject VoorbeeldplannenDit nummer werd voorbereid door eenredactiecommissie waarin zitting haddenir. j.F. Jonkhof (Secretariaat Voorbeeld-plannen), drs. R. te Grotenhuis, mr. ir.A.W. Hartman en mw. mr. Y. de Vries.Het is tot stand gekomen met eenfinanciele bijdrage van het SecretariaatVoorbeeldplannen van de RPD.Stedebouw enVolkshuisvesting74ejaargang 1993ThemanummerOrgaan van het NederlandsInstituut voor RuimtelijkeOrdening en VolkshuisvestingEen uitgave vanDELWEL Uitgeveri] B.V. insamenwerking met het NIROVVerschijnt zes maal per jaarRedactie:Ir. J. BrouwerIr. H. DekkerMr. A.Ch. FortgensDr. H.J.M. GoverdeIr. P.C. GreenDrs. R. te GrotenhuisMr.ir. A.W. HartmanMw.drs. I.T. KlaasenIr. W. RehDrs. P.W.A. VeldMw.mr. Y. de VriesIr. H. WestraRedactiesecretariaat:Drs. R. te GrotenhuisI. Steenhoff-BoogersMauritskade 21,2514HDDenHaagteIefoon070-346 96 52Richtlijnen voor auteurs:Auteurs van artikelcn en boek-besprekingen kunnen op hetredactiesecretariaat "Richtlij-nen voor auteurs aanvragen."Advertentie-exploitatie:DELWEL Uitgeverij B.v.Alexanderstraat 26Postbus 191102500 CC 's-Gravenhagetelefoon 070 - 362 48 00telefax 070 - 360 54 36Advertentieverkoop:Eric Noordamtelefoon 070 - 362 48 00Vormgeving: Ariej. LandmanUitgever Drs. A.F. WesterhofAan dcze uitgave is de uiterste zorgbesteed; voor onvoUedige/onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s),redactie en uitgever geen aansprake-lijkheid. Voor verbetering vanonjuistheden houden zij zich aanbe-volen.aangesloten bijNOTU-groep vak-[ vAKTiiPscHRiFTEN [ tijdschriftenAfbeelding omslagZaI het water in de Utrechtse stads-grachten voor 2050 schoon zijn?(foto Rob Poelenjee, RPD).Stedebou^v en Volkshuisvesting 1993 themanummerBOUWKOSTENMANAGEMENTDe garantie voor een efficiente beheersing van bouwkostenBouwkostenmanagement houdt in dat investeringen wordenafgewogen tegen de levenscyclus en de exploitatiekosten vaneen gebouw.De bouwkostenmanager richt zich in zijn werkzaamheden ophet geldaspect: het realiseren van het project binnen het ge-stelde budget. Door in iedere fase van iiet project de conse-quenties van wensen en eisen inzichtelijk te maken, kan een ef-ficiente beheersing van bouwkosten worden bereikt.De specialist, of deze nou architect, aannemer of adviseur is,vindt in het eerste deel van het boek de principes van bouw-kostenmanagement behandeld. Aan de hand van praktischevoorbeeldcases wordt per fase van het bouwproces duidelijkwelke maatregelen moet worden getroffen. Het tweede deelwerkt tot in detail de belangrijkste onderwerpen uit in een serievan dossiers.De samenstelling van Bouwkostenmanagement is in handenvan Berenschot Osborne, Management Consultants voor huis-vesting, bouw- en industrieprojecten. Adviseurs met jarenlan-ge ervaring beschrijven uitvoerig wat de rol van de bouwkos-tenmanager in het bouwproces is.Beknopte InhoudsopgaveDeel I Bouwkosten in het bouwprocesFasering bouwproces, Orientatie, Projectdefinitie, Ontwerp, Bestek en aanbesteding, Uitvoering, IngebruiknameGebruik.Deel II DossiersHuisvestingsvraagstukken en het ondernemingsbeleid, Investeringskosten van gebouwen, Exploitatiekosten vangebouwen, Terminologie vloeroppervlakte van gebouwen, Kengetallen, Financieringsvormen, Beleggen in onroe-rend goed, Grondprijs, De elementenmethode, Reserves, Contracting plan, Waarde-analyse, Bestekken, Aanbeste-dingsvormen, De hoeveelhedenstaat, Procedure meer/minderwerk, Indexering, Termijnbetalingsregelingen, Kos-tenanalyse.BOUWKOSTENMANAGEMENTISBN 90 6155 411 X, 208 pag., ing. prijs/62,00 incl. BTWVoor bestellingen en nadere informatie:DELWELUitgeverijB.V,Postbus 19110, 2500 CC 's-Gravenhage.Tel.: 070-362 48 00, Fax 070-360 56 06.ffiifmDELWELUITGEVERIOok verkrijgbaar via de boekhandelDELWEL: VAN HUlS UIT INFORMATIEFKringlopenruimtelijk vormgevenIn het ruimtelijk vormgeven speelt de cirkel wear een groterol, maar kringlopen? Dat lijkt toch meer iets voor het mi-lieubeleid. Wat kan een ruimtelijk ontwerper doen aan uit dehand en uit de kring gelopen afvalproblemen?Een jaarlijkse afvalberg ter grootte van de Utrechtse binnen-stad en 15 meter hoog. Het is niet verwonderlijk dat afvalpro-blemen ook ervaren worden als ruimtelijke problemen. Maarvoor zover ruimtelijk vormgevers zich erop gestort hebben,kwamen ze terecht op de stortplaatsen die "landschappelijk"afgewerkt en ingepast moeten worden. Dit vraagstuk blijft,maar de relatie tussen ruimtelijk ontwerpen en milieubeheerwordt de laatste jaren fundamenteler aan de orde gesteld. In debrochure van het Secretariaat Voorbeeldplannen van de RPDworden ontwerpers uitgenodigd "om de ruimtelijke gevolgenvan energie-extensivering en het sluitend maken van stof-kringlopen in beeld te brengen". Deze uitno-diging heeft, na een aarzelend begin, eenstroom van creatieve ideeen losgemaakt.In dit themanummer wordt getracht dezeoogst te overzien. Het resultaat bestaat nietalleen uit nieuwe beelden maar ook uitnieuwe inzichten in de samenhang tussenruimtelijk ontwerpen en milieubeleid.Waar gaat het om?Wat zijn "kringlopen" in de praktijk van planning en ont-werp ? In de onlangs verschenen studie Ecologisch Ver-antwoorde Stedelijke Ontwikkeling wordt het milieubeleidbeschouwd als "stromenbeheer" en het ruimtelijk beleid als"gebiedenbeheer". Bij "stromen" kunnen we denken aangrondstoffen en afvalstoffen, maar ook aan energie en water enzelfs aan verkeer. Een ruimtelijk ontwerper richt zich op de ge-bruikswaarde en belevingswaarde van gebieden. Als we alleenop de ruimtelijke kwaliteit letten, kunnen we die regelen metaan- en afvoerstromen. Het beheer van de waterstroom maaktdit duidelijk: Als het te droog is voeren we water aan, bij zwareregenval voeren we zo snel mogelijk af en als het water te vuilis spoelen we de grachten door. Wanneer we ook letten op dekwaliteit van het stromenbeheer, dan realiseren we ons dat weop deze manier bezig zijn de problemen te verplaatsen. Een opzichzelf goed gebiedsbeheer gaat samen met een slecht stro-menbeheer.Er is ook een andere keuze mogelijk: als we een gebied opvat-ten als (eco)systeem dan kunnen gebruikswaarde en bele-vingswaarde ook gerealiseerd worden door te letten op het ver-mogen van een systeem om stromen "vast te houden en tegente houden". Energie vasthouden door isolatie van gebouwenbetekent minder aardgastoevoer. Regenwater vasthoudendoor infiltratie in de grond of door retentie in waterpartijen.Denkraambetekent minder afvoer via het riool. Afvalstoffen recyclen be-tekent minder grondstoffen aanvoer en minder afvoer vanafval. Hier liggen vele mogelijkheden voor preventie, voor debrongerichte benadering die in het milieubeleid nog maar zomoeizaam van de grond komt. Ontwerpen is het stadium vande preventie, voor ontwerpers liggen hier kansen en de voor-beeldplannen illustreren hoe deze kansen benut kunnen wor-den. Het woord kringloop is in dit verband te simpel. In demeeste gebieden kan de kring niet gesloten worden, wel kangetracht worden zinvoUe schakels te ontwerpen in eenmilieuvriendelijk ketenbeheer.Nu gaat het niet alleen om zinvoUe maar ook om zichtbareschakels. Het bewust vormgeven is in twee opzichten vanbelang, voor de ontwerpers zelf en voor bewoners en gebrui-kers. Zoals ontwerpers zich bij de construc-tieve vormgeving van nieuwe stations lateninspireren door de mechanica, zo wordt ookhet inzicht in ecologische processen doorsommige vormgevers opgepakt als bron voorruimtelijke inspiratie. Voor bewoners en ge-bruikers zijn er in de dagelijkse leefomgeving_ vele mogelijkheden om problemen bij debron aan te pakken. Bewust vormgegeven plannen maken diemogelijkheden ook voor het publiek duidelijk zichtbaar. En debetrokkenheid van bewoners en bedrijven is de basis voor eengoed, brongericht milieubeleid.Het interessante van de voorbeeldplannen is dat er nieuweruimtelijke voorstellen ontstaan zijn, die de discussie overecologie en ruimtelijk ontwerpen kunnen bevrijden van en-kele traditionele vooroordelen:Ecologisch bouwen is niet alleen mogelijk ver van de stad, ofinspeciale "ecologische wijkjes" in de vormgeving van de jarenzeventig. Ecologische inzichten zijn in de voorbeeldplannenook toegepast met moderne architectuur, zowel in woonwij-ken als op bedrijventerreinen als bij nieuwe perspectievenvoor de combinatie van glastuinbouw met wonen.In het landelijk gebied is ecologie niet alleen verbonden metnatuurgebieden. De voorbeeldplannen gaan onder meer overdrinkwaterwinning in samenhang met recreatie en natuur enover veeteeltbedrijven met mineralenterugwinning uit sloot-bagger in combinatie met natuurontwikkeling langs de sloot-oevers.Natuur is niet langer verbannen naar speciale reservaten maarwordt weer onderdeel van het gewone leven.Drs. S.P. TjallingiInstituut voor Bos en Natuuronderzoek DLO, Wageningen.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 themanummerDe schaal van schakelsKringlopen bestaan uit ketens, ketens uitschakels.Complete kringlopen ziJTi in ruimtelijke plannenzelden herkenhaar. Na een zichtbare schakel ver-volgt de kringstroom ziJTi loop immers vaak op eenander schaalniveau. In een ruimtelijk situeerhareschakel komen altijd verschillende ketens samen.In elke schakel spelen ketenheheer, energie-exten-sivering, kwaliteitsverhetering en ruimtelijke(de)concentratie in onderlinge samenhang een rol.Prof.dr.ir. T.M. deJongHoogleraar milieuplanningen ecologie, Faculteit bouw-kunde, Technische Univer-siteit Delft.1Tjallingii & Dubbeling,Water en milieu in Nieuw-Oost, Monografieen Milieu-planning/soM, TU Delft,1989.Tjallingii, S.P., Ecologischverantwoorde stedelijke ont-wikkeling, Instituut voorbos- en natuuronderzoek,Wageningen, 1992.2l.T. Klaasen, T.M. de Jong,CM. Steenbergen, j.A.Westrik en M. Witberg,Plananalyse "Stromendstadsgewest", FaculteitBouwkunde TUD in opdrachtvan de Eo Weijersstichting,te verschijnen eind 1993.Herkenbaar als nieuwe elementen in ruim-telijke plannen zijn vooral ontbrekendeschakels uit mogelijke retourketens zoalshelofytenfliters, recyclingcentra of retourglascon-tainers. Zij zijn als puntvormige legenda-eenhe-den gespreid over de regionale of stedebouwkun-dige kaart zichtbaar, en voor ruimtelijke ordeningvatbaar. In deze punten komen stromen samen ofvanuit deze punten verspreiden zij zich weer,daarna niet langer be'invloedbaar door ruimtelijkevormgeving op het gegeven schaalniveau.In dergelijke schakels vinden altijd verschillendekringlopen of ketens een punt van samenkomst:een schakel in een stofkringloop is altijd tegelij-kertijd deel van een energieketen, een informatie-keten (denk bijvoorbeeld aan de kringloop vanhet geld!), een kwaliteitsketen en vaak anderestofketens. Hun optimale spreidingstoestand kandan ook zelden uit lineaire optimalisering van eenfunctie worden afgeleid. Een enkele keer kan opgrond van technische, logistieke en economischeanalyse een "keten" of "lus" ruimtelijk wordenvormgegeven. In dat veld worden waarschijnlijkkansen gemist. Dit artikel poogt ten behoeve vaneen dergelijke analyse aan enige begripsvormingbij te dragen.lijdsaspectMeestal is wat wij "kringloop" noemen geen kring-loop maar een keten tussen (schijnbaar) oneindigereservoirs aan de input- en outputzijde of een ver-tragende "lus" in de grote natuurlijke kringloop.Zo is de "energiekringloop" geen kringloop, maareen aardse keten met (afgezien van de energiegiftbij het ontstaan van de aarde) straling vanuit(korte golf) en naar (lange golf) het heelal aan deinput- en de outputzijde. De fotosynthese (en op delange termijn opslag in fossiele brandstoffen) isdaarbij een vertragende lus in de keten van degra-derende zonnestraling.Een van de zeldzame kringlopen waarvan ketensruimtelijk en op hetzelfde schaalniveau herken-baar zijn, is de waterkringloop.Tjallingii' heeft baanbrekend werk verricht doorvertragende lussen met retourketens en reservoirsin de waterkringloop te ontwerpen, waardoor pertijdseenheid minder gebiedsvreemd water hoeft teworden ingelaten en minder wateroverschot hoeftte worden geloosd. Een voUedige (gesloten) wa-terkringloop is daarbij niet aan de orde, omdatmen nooit aan verdamping, inzijging en plekbe-lasting of tijdelijk tekort ontkomt.Het bureau Hamhuis+Van Nieuwenhuijze+Sij-mons maakte verscheidende regionale plannenvoor lokale waterrecycling. Dergelijke plannenvergen echter inzicht in het tijdsverloop van na-tuurlijke processen die ruimtelijk invloed hebben.Het gaat daarbij niet alleen om inzicht in seizoen-ritmes. Uit inzendingen van de Eo Wijersprijs-vraag "Het stromend stadsgewest"' blijkt hoezeermen zich kan vergissen wanneer men de lange ter-mijn vergeet. Tal van inzendingen stelden bij-voorbeeld voor, de inzijggebieden van eutrofie-rende landbouw te vrijwaren om de circa 40 kmverderopgelegen kwelgebieden als natuurgebiedte kunnen bestemmen. Dat het water tussen inzij-ging en kwel ter plaatse naar schatting 1000 jaaronderweg kan zijn, zodat de ontwerp-ingreep pasver voorbij de planhorizon effect heeft, werd ner-gens vermeld.Vertraging ontlast in veel gevallen bij een gegevenkringloopsnelheid de totale kringloopcapaciteit totperioden van voldoende capaciteit en maakt in-tussen kwaliteitsherstel mogelijk. In een vertra-gende, hergebruikende lus kan kwaliteitsverlies (de-gradatie, verval) gecompenseerd worden doorkivaliteitswinst (upending, regeneratie, recuperatie,reparatie, herstel). Met "kwaliteit" wordt hier de"bruikbaarheid" in enig natuurlijk of cultuurlijkproces bedoeld.Als kwaliteitswinst en -verlies elkaar in even-Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 themanummerEen stadsvijver die tevens eenfunctie heeft als waterberging(en zuivering), Morra ParkDrachten (foto S. Tjallingii).wicht houden, kan men van een autonome kring-loop spreken. Er hoeft dan niet meer te worden ge-wonnen uit of geloosd in de omgevende kringlo-pen ofreservoirs. Al kan dit over langere periodenhet geval zijn, over kortere perioden lopen zijbijna altijd uit de pas. Dit faseverschil kan somsworden opgevangen met reservoirs die een be-langrijke ruimteclaim kunnen opleveren die doorfunctiecombinatie kan worden opgelost. Een wa-terreservoir kan bijvoorbeeld voor de recreatiebenut worden als daarmee niet een te grote water-kwaliteitsvermindering optreedt. Pleitbezorgersvan de autonome kringkiop op kleine schaal zijnDuijvestein' en Tjallingii. Behalve grote verdien-sten heeft deze visie ook beperkingen, nader aande orde gesteld door De Jong en Frieling.''Energie en kwaliteitZoals elke kringloop onlosmakelijk verbonden ismet kwaliteitsverlies en -winst, is er ook geenkringloop denkbaar zonder energie-opname en-afgifte. Elke stofkringloop, -keten, -lus of-schakelis noodzakelijk met een energieketen verbonden.De regenererende retourketen van een stofkring-loop of 'keten is meestal energie-intensief. VoUe-dig hergebruik in de toekomst zal veel energie kos-ten en ook hier kan een intelligente ruimtelijkeordening iets bijdragen.Het waterrijke groente-, tuin- en fruit (GFT)-afvalvergt extra energie bij afvalverbranding. Schei-ding aan de bron kan dus behalve directe kwali-teitswinst in de vorm van "zuiverheid" ook eenbijdrage aan energiebesparing leveren. De ener-giebehoefte van bedrijven kan worden onder-scheiden in warmtebehoefte en krachtbehoefte(elektriciteit). Als een bedrijf beide nodig heeft,kan het beter zijn eigen energie opwekken in eenwarmtekrachtcentrale. Men kan ook door bedrijfs-specifieke ruimtelijke ordening bedrijven met beidebehoeften bijeenbrengen. Zo dreigde een staalfa-briek in het westen des lands te vluchten voor dehoge Nederlandse elektriciteitsprijzen. Tegelij-kertijd werd een locatie voor kassen gezocht. Alsmen beide belangen ruimtelijk met elkaar zouhebben gecombineerd, dan zou door warmte-kracht-koppeling een belangrijk verlies aan werk-gelegenheid voorkomen zijn.De warmtebehoefte van bedrijven kan uiteenlo-pen in temperatuur. De afvalwarmte van het enebedrijf kan worden benut in een bedrijfsproces datlagere temperaturen vraagt. Ruimteverwarmingvergt over het algemeen de laagste temperatuur.Een dergelijke serieschakeling van warmtebehoe-vende bedrijven {energiecascade) stuit echter opproblemen van levering en afname. Weinig be-drijven zijn bereid voor langer dan enkele jaren le-vering of afname te garanderen. Schaalvergrotingspreidt dit risico over een groter aantal leveran-ciers en afnemers, en de overheid zou hier initia-tief kunnen nemen. Warmtetransport over groteafstanden is echter kapitaalsintensief. Er zijn danook weinig voorbeelden van energiecascades tus-sen bedrijven onderling. Toch is het jammer datbijvoorbeeld de afval- en restwarmte van Rijn-kringloop isdoorgaansgeen kring-loop maareen ketenC.A.j. Duijvestein, Denkenin systemen, Ontwerpen invarianten, Technische Uni-versiteit Delft, FaculteitBouwkunde, intreerede1993.4T.M. de Jong en D.H. Frie-ling, Indicative spatial pic-ture, te verschijnen novem-ber 1993 in "The environ-ment: towards a sustainablefuture", de nieuwe publikatievan de Commissie LangeTermijn Milieubeleid(CLTM).Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 themanummerDe schaal van schakelsWarmte-krachtkoppeling bijeenflatgebouw in Gonda(foto S. Tjallingii).vervuiling isprobleemvan ver-spreiding enmengingOok de natuurlijke kring-loop van het water heeft duseen energie-extensieve "de-genererende" fase en eenenergie-intensieve "regene-rerende" fase.mond op deze gronden niet in het Westland wordtgehruikt. Dergelijke opties worden waarschijnlijkweer actueel bij substantiele energieprijsstijgin-gen. Het gebruik van restwarmte van energiecen-trales voor huisverwarming is vooral door deenergieprijsdaling onrendabel geworden.Milieuproblemen bestaan voornamelijk uit de on-gewenste uitwisseling tussen door de mens geini-tieerde ketens en natuurlijke kringlopen met eenbeperkte capaciteit. End-of-pipe milieu-maatre-gelen bestaan dan bijvoorbeeld uit verplaatsing(bijvoorbeeld door riolering) van de lozing naarschakels in de natuurlijke kringloop die daarvoorwel de capaciteit hebben. Een dergelijke verplaat-sing van de lozing "verplaatst het probleem" welis-waar, maar is op zich alweer een stap in de richtingvan hergebruik, vertragende lussen en autonomekringlopen die de natuurlijke kringlopen kunnenontlasten. Riolering heeft ook het ontstaan vancentrale rioolwaterzuivering vereenvoudigd.Naast de kwaliteitsverandering en het daarmeenauw verbonden energieverbruik is de ruimtelijkespreiding van elke schakel een belangrijk ken-merk van elke kringloop. Het is een vergissing tedenken dat elke schakel in een kringloop op het-zelfde schaalniveau zichtbaar gemaakt en ont-werpmatig gemanipuleerd kan worden.De potentiele samenhang van kringlopen metenergie- en kwaliteitsverandering en veranderingvan ruimtelijke spreiding kan aan de hand van demondiale waterkringloop worden geillustreerd.WaterkringloopDe mondiale kringloop van het water wordt doorzonne- en windenergie op gang gehouden. De fasevan verdamping en verplaatsing door de luchtvergt energie van buiten, de fase van neerslag enafstroming niet. In deze laatste fase verliest hetwater zelfs de daarin verzamelde kinetische en po-tentiele energie door condensatie en hoogtever-lies. Een dergelijke verplaatsing van warmte viahet water heeft een matigend effect op de klimato-logische temperatuurverschillen en -veranderin-gen. Een soortgelijke kringloop van andere vloei-stoffen wordt overigens op zijn energetischemerites in onze koelkast of warmtepomp benut.Daarbij onttrekt de fase van mechanisch gedwon-gen verdamping warmte uit de omgeving (koe-ling), de condensatie geeft deze warmte eldersweer af (verwarming).Het stadium van verdamping betekent echter nietalleen dat het water energetisch wordt "opgela-den", het wordt ook ten koste van veel energiedoor destillatie gezuiverd. In de fase van neerslagen afstroming wordt het immers weer gemengd("vervuild") met mineralen die uiteindelijk in dezoute zee achterblijven.^In deze volgorde daalt de energie-intensiteit (ka-pitaalfactor) van elke schakel, terwijl de informa-tie-intensiteit (arbeidsfactor) stijgt. Dat wil zeg-gen, dat de spreiding van elke volgende schakelmeer inwonervolgend is. De spreidingstoestandvan assemblagebedrijven is bijvoorbeeld meer aanStedebouw en Volkshuisvesting 1993 themanummerhet arbeidspotentieel van woongebieden gebon-den, hoogovens meer aan de beschikbaarheid vangrondstoffen en energie(dragers).De mate waarin stedelijke gebieden op nationaal,regionaal en lokaal niveau geconcentreerd zijnvormt dan ook een belangrijke randvoorwaardevoor industrieel-commerciele ketens en de sprei-ding van ontbrekende schakels in de nog te ont-wikkelen retourketens. Omgekeerd zou een con-sistent beeld van een toekomstige kring-kiop-economie invloed kunnen hebben op deconcentratie en deconcentratie van nieuwe stede-lijke gebieden/'Hoe krijgt men een beeld van de spreidingstoe-stand van schakels in een keten? In figuur 1 zijn bijwijze van voorbeeld enkele alternatieve sprei-dingsvarianten van schakels in de broodfabricagegegeven. Dit voorbeeld zonder veel werkelijk-heidswaarde is genomen omdat deze bedrijfstakzowel winning- als produktgeorienteerd geclassifi-ceerd is. In tegenstelling tot meer samengesteldeprodukten is de kringloop van het graan mindermet andere stofkringlopen tot een netwerk ver-knoopt.Bij deze menging komt eveneens energie vrij.Wanneer in Nederland de energie uit deze men-ging van het zoete rivierwater met het zoute zee-water (door omgekeerde osmose') met 100% ren-dement zou kunnen worden gewonnen, zou deenergieopbrengst ongeveer overeenkomen methet elektriciteitsgebruik in ons land/Het is een oude ingenieursdroom in de NieuweMaas een dam te bouwen die het opdringendezoute water uit de zee weert, zodat meer zoet waterin de hogere delen van ons land kan worden vast-gehouden. Dat water is thans nodig om de verzil-ting in het westen tegen te gaan. De locatie van dedam of drempel zou ook een omgekeerde osmose-installatie kunnen huisvesten.Behalve deze aspecten van energetische en che-mische degradatie en upgrading toont de mon-diale waterkringloop ons nog een ander, voor deruimtelijke orde belangrijk aspect van kringlopen:dat van concentratie en deconcentratie. Condensatieis immers een vorm van concentratie, verdampingvan deconcentratie. Op het schaalniveau van deruimtelijke ordening concentreert het water zichvan nature in enkele stromen op zandgrond, ter-wijl het zich in meer stromen spreidt in veengron-den en moerasgebieden.Hoe kan men deze fundamentele kringloop-eigen-schappen van energiestatus, kwaliteit (zuiverheid,graad van ontmenging) en spreidingstoestand her-kennen en traceren in andere kringlopen met eenmeer industrieel-commercieel karakter? Wat ismet name de rol van ruimtelijke spreiding daarin?StraalRayonkm 1000 -300 - ?J^ationale import100 - ^^?_Qroterneelfabriek30 - ^egionale import ""^^^ ? Broodfabriek10 - i^B _KMne meelfabriek ^^3 -/ Centrale bakkerij \ \^m 1000 - / \. ?Wijkwinkel300 - / ?prA Molen 1 Buurtvvinkel100 - /^,^^^^ Dorsvloer ^"^^^ AJkkkerij U30 - Akkerbouw ^"^^^A ConsumentWbSvTgCl GTechnologisch-logistieke schakels volgens tabel 1Spreiding van schakelsVervuiiing is vrijwel uitsluitend een probleem vanverspreiding en menging. Als wij alle vervuilendestoffen in de grond hadden laten zitten, was hungeconcentreerde aanwezigheid geen probleem ge-weest {dooi van Pandora). Het is gemakkelijkereen suikerklontje in de koffie op te loss'en, dan heter weer uit te krijgen. Hetzelfde geldt voor de ver-rijking (eutrofiering) van voedselarme (oliogotrofe)natuurgebieden. Een schepje kunstmest kan ineen seconde een uitzonderlijk biotoop vernieti-gen, het kost echter eeuwen om deze mineralenzonder volkomen verstoring van de bodem er weeruit te krijgen. De bescherming van het boven-stroomse gebied of het omleiden van gebieds-vreemd water is voor een natuurgebied dan ookdikwijls belangrijker dan de bescherming van hetgebied zelf.Geconcentreerde bronnen van vervuiling zijn mi-lieutechnisch gemakkelijker aan te pakken dangespreide bronnen (zoals consumenten, kleinbe-drijf of vormen van landbouw). Concentratie vanstedelijk gebied (consumenten en kleinbedrijf) isuit milieuplanologisch oogpunt op vrijwel elkschaalniveau gunstig'', concentratie van landbouwwaarschijnlijk ook.In het industrieel-commerciele proces kan men detechnologisch-logistieke schakels van winning(W), selectie (S), transformatie (T), combinatie(C) en gebruik (G) onderscheiden met daartusseneen specifieke vorm van transport"' (zie tabel 1 opbiz. 8).Figuur 1. Technologisch'logistieke ketens broodfabri-cage.Osmotische Energie Con-versie (OEC). Het ECN heeftenkele jaren geleden naardeze mogelijkheid van ener-giewinning onderzoek ge-daan.7Het omgekeerde proces, ont-zilting, kost dan ook veelenergie.8Zie Matton, T., Milieu-ef-fecten van geconcentreerdbouwen, Monografieen Mi-lieuplanning/soM 12, TuDelft, 1992.9Deze benadering is ontwik-keld in het RociN-onderzoekals onderdeel van RUVEINvoor de Rpn door De Jong enLouwe.10In eerdergenoemde rappor-tage van de CLTM wordenenkele spreidingsvariantenvoor Nederland 2050 in eenindicatief ruimtelijk beelduitgewerkt.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 tlacmantimmerDe schaal van schakelsTabel 1. Technische en logis-tieke schakels in de keten. Technische schakel Logistieke schakel VoorheeldFiguur 2. Fundamenteletechnologisch'logistieke ketens.1 Winning (W)2 Selectie (S)3 Transformatie (T)^4- Comhinatie (C)5 Gebruik{G)bulktransport (b)'verplaatsing (v)?groupage(g)levering (1)ErtswinningHoogovensWaLserijenAssemblage(GebruikOp de horizontale as is de technologisch-logis-tieke schakel volgens tabel 1 gegeven, op de verti-cale as het rayon van de schakel in (kilo)metersstraal en daarmee de spreidingstoestand van elkeschakel. Een beweging van beneden naar boven isconcentrerend transport {contributief), van bovennaar beneden distributief.Er zijn vier fundamenteel verschillende technolo-gisch-logistieke ketens te onderscheiden, waarbijvier verschillende vormen van ideale (contribu-tieve en distributieve) infrastructuur kunnen wor-den getekend {zie figuur 2).Doorvoer- en lokale ketens kunnen als extreem"platte" gevallen van beide parabolen gezien wor-den.Onze economie van energiedragers (petrochemi-sche import en export) heeft bijvoorbeeld in be-langrijke mate een doorvoerkarakter.In elke schakel ontstaat afval dat zich kan ver-spreiden, zich kan mengen met bodem, water enlucht en door uitwisseling andere ketens kan ver-storen (soms ook stimuleren). In tal van schakelsis hergebruik mogelijk: in de eigen schakel, deeigen keten of in een andere keten. Hoe dichter bijhuis, hoe groter de kans dat degradatie kan wordenvoorkomen. Voorwaarde voor hergebruik is vrij-wel altijd een scheiding en concentratie op hetExport lokale Import, decentrale Import, lokaleproduktie verwerking export consumptieGespreide winning,geconcentreerdeproduktie, gespreideconsumptieContrihutic Geconcentreerde Distributieaan- en afvoerBijbehorende ideale vormen van infrastructuur.Geconcentreerdedoorvoerniveau van de stof. De daardoor gestegen her-gebruikskwaliteit maakt dan een rendabel her-gebruik mogelijk. Indien men bedrijven met eengelijksoortige afval op het niveau van een bedrijfs-terrein concentreert, zou men kunnen denken aangemeenschappelijke gespecialiseerde afvalver-werking ter plaatse. Dit vergt echter een bedrijfs-specifieke ruimtelijke ordening.De eigen milieuproblemen (betreffende energieen kwaliteit) van elke schakel afzonderlijk kun-nen op bovenstaande wijze worden gerelateerdaan de ruimtelijke spreiding van schakels. Op de-zelfde manier kunnen wij nu ook de samenhangvan de te creeren retourketens ruimtelijk afstem-men. In de vergelijking van de commercieel-in-dustrieel gegroeide ketens en de nog te ontwikke-len retourketens dringt de analogic van dedegenererende en regenererende fasen van de wa-terkringloop zich op.Ontbrekende schakelsRiolering, zuivering van afvalwater, gemeentereini-ging en afvalverwerkingsinstallaties zijn voorlopersvan een contributieplanologische ontwikkelingwaarbij nieuwe schakels worden toegevoegd aan oftussen bestaande ketens. Een riolering op zichzelfverplaatst het probleem slechts naar een schakel inde natuurlijke keten waar de lozing geacht wordtminder problemen op te leveren. Een rioolwater-zuiveringsinstallatie voegt een nieuwe scheikun-dige kwaliteitsverhogende schakel toe. Het ge-scheiden rioleringsstelsel is een voorbeeld vanscheiding aan de bron waardoor zuiveringscapaci-teit kan worden bespaard.Het scheiden van een GFX-fractie in het huishoude-lijk afval levert op dezelfde wijze een grote bespa-ring op de capaciteit van afvalverbrandingsovens.Verdergaande scheiding maakt deze zelfs overbodig.Het verbranden of storten van het overig afval isnog steeds een verspilling van grondstoffen, ter-wijl het tegelijkertijd een belasting voor het mi-lieu vormt. Het scheiden van bijvoorbeeld papieren verschillende soorten glas maakt behalve ener-giebesparing bovendien hoogwaardiger herge-bruik mogelijk. Meestal is scheiden aan de bronhet meest efficient, soms is centrale scheiding (hetmagnetisch verwijderen van ijzer bijvoorbeeld)geen bezwaar.Hergebruik met degradatie (een lus) kan vaak inde bestaande bedrijven worden gerealiseerd, her-gebruik met regeneratie vergt een nieuwe, meestalenergie-intensieve keten, een nieuwe bedrijfstakdie de afvalberg of het liefst verschillende speci-fiek gescheiden afvalbergen als plaats van winningkiest.Stedebouw en Volkshviisvesting 1993 themanummerScheiden aan de bron door-gaans het meest efficient(foto S. Tjallingii).Wezenlijk nieuwe ketens ontstaan wanneer zichnaast de commerciele distributie een planmatigeinzameling {contributieplanologie) ontwikkelt diezich in een latere fase kan commercialiseren.Juist bij de ontwikkeling van deze nieuwe retourke-tens is in de economisch-ruimtelijk'Ordening deoptimale schaal van elke schakel van het grootstebelang. Ook retourketens kunnen technologisch-logistiek worden geanalyseerd. De mestproblema-tiek geeft een voorbeeld van enkele technolo-gisch'logistieke alternatieven {zie figuur 3).ConclusiesKringlopen hangen ahijd samen met energieke-tens en kwaliteitswinst of -verval en de spreidings-toestand van de schakels. Kringk^pen kunnen zel-den of nooit in bun gebeel ruimteUjk herkenbaarworden vormgegeven. Lokaal autonome watercy-cH benaderen dit ideaal het best. Ketens kunnenlokaal ruimtelijk herkenbaar zijn in energie- ofmateriaal-cascades. Hun verwezenlijking stuitvooralsnog op economische bezwaren die meestalslechts door de overheid kunnen worden wegge-nomen.Het meest duidelijk kan de ruimtelijke ordeningeen bijdrage leveren aan een duurzame kringloop-economie door een intelligente locatie-keuze vanschakels in verschillende kringlopen. Vooral deontbrekende schakels in deze kringlopen vindenin de ruimtelijke ordening een belangrijke voor-waarde voor verwezenlijking.De energie-intensieve retourketens laten zich opdezelfde wijze in hun spreidingsgedrag beschrijvenals de industrieel-commerciele ketens in de be-staande "onvoUedige economic". Zij moeten doortechnologisch-logistieke analyse van elke kring-loop afzonderlijk en in verband met andere kring-lopen hun optimale schaal vinden, waarna de be-nodigde spreiding, locaties en infrastructuur kanworden geconcludeerd.Men kan kapitaalsintensieve en arbeidsintensieveschakels onderscheiden die respectievelijk niet enwel inwonervolgend zijn. Waar vervoer van mate-riaal of energie kapitaalsintensief is, dienen de lo-caties te worden gecombineerd. Dit vergt een be-drijfsspecifieke ruimtelijke ordening die met hethuidige wettelijke kader nog niet goed mogelijk is.Als de economic van de retourketens dat vergt,zou men ook in omgekeerde zin bij de locatiekeuzemet de optimale locatie van arbeidsintensieveschakels rekening kunnen houden.StraalRayonkringlopenzelden inhun geheelruimtelijkherkenbaarFiguur 3. Technologisch-lo-gistieke ketens mestverwerking.km 1000300 -I1003010 -I3m 1000300 A10030Visweek Veevoert ExportWbSvTgCl GTechnologisch-logistieke schakels volgens tabel 1Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 themanummcrKringlopen op deketen beschouwdeen evaluatieKritiek op details en positieve geluiden over het to-taal: zo kunnen de reacties op het thema Kringlo-pen Ruimtelijk Vormgeven van het project Voor-beeldplannen worden sannengevat. Het resultaatvan het thema bestaat uit een scala aan ideeen enplannen met vernieuwende elementen voor hetgrensgehied van milieu en ruimtelijke ordening, er-varingen met nieuwe samenwerkingsvormen enideeen voor een nieuwe aanpak van planvorming.Ir. P. Lahaye,Dr.ir. L. RuniaDrs. B. OttenDe eerste twee auteurs zijnadviseurs ruimtelijke plan-ning en milieu bij Inge-nieursbureau "Oranjewoud"B.V. te Oosterhout.Laatstgenoemde auteur isadviseur van het NederlandsEconomisch Instituut teRotterdam.Jonkhof, J.F., Kringlopen invorm. In Ruimtelijke Ver-kenningen, jaarboek RPD,1993, Den Haag.2Oranjewoud/wEi, 1992.In 1989 is het project Voorbeeldplannen VierdeNota van start gegaan. Doel van het project wasom ideeen te werven voor de verbetering vande dageUjkse leefomgeving, aan deze ideeen lan-deUjke bekendheid te geven en een selectie daar-uit tot Voorbeeldplan Vierde Nota uit te werken.De Rijksplanologische Dienst (RPD) riep op tothet inzenden van ideeen, met brochures waarindoel en thema's van de voorbeeldplannen werdentoegelicht. Een van de thema's in de jaren '89, '90en '91 was "Kringlopen Ruimtelijk Vormgeven".Op dit thema, dat in het eerste jaar onder de naam"Zorgvuldig omgaan met grondstoffen en afval"was gestart, kwainen in totaal 66 inzendingen bin-nen (RPD 1989, 1990, 1991). Daarvan werden, opgrond van de criteria die in de brochures stonden,negen ideeen geselecteerd om te worden uitge-werkt tot voorbeeldplan.'Na het verschijnen van een groot deel van devoorbeeldplannen van dit thema was de tijd rijpvoor een evaluatie.De doelstellingen van de thema-evaluatie warenmeerledig':- wat is het resultaat ("de oogst") en wat is er ge-beurd met de (geselecteerde en niet-geselec-teerde) ideeen?- wat is de specifieke bijdrage van de binnenhet thema uitgewerkte plannen aan het ont-wikkelingsperspectief van VINO-VINEX, metname in relatie tot de verbetering van de ruim-telijke kwaliteit van de dagelijkse leefomge-ving?- wat is de bijdrage aan de vernieuwing van hetvakgebied en hoe verhouden de ideeen zich totbredere ontwikkelingen binnen het thema?Vanwege de meerledige doelstelling wordt onder-scheid gemaakt tussen de 57 niet-geselecteerde ende negen tot voorbeeldplan uitgewerkte ideeen.Voor de evaluatie was het noodzakelijk een evalu-atiekader van het thema Kringlopen RuimtelijkVormgeven uit te werken. Het thema legt de rela-tie tussen de ruimtelijke kwaliteit en de milieu-kwaliteit, zodat dit evaluatiekader voortkomt uitde beleidsvelden ruimtelijke ordening en milieu-beheer, en uit de relaties daartussen. In het schemaop blz- 11 is het evaluatiekader in relatie met deonderzoeksdoelstellingensamengevat.Milieubeheer en ruimtelijke ordening zijn aan el-kaar gekoppeld door het begrip afwentelingsme-chanisme, dat zowel een tijdsdimensie als eenruimtelijke dimensie heeft.Als operationele doelstelling voor getoetst geldtin hoeverre de voorbeeldplannen maatregelen tezien geven gericht op de bron en/of het effect.InzendersDe inzenders van de 66 ideeen zijn te vindenonder overheden (gemeenten, provincies) uni-versiteiten, particulieren en bedrijven, waarondermet name adviesbureaus {figuur I). Ook komencombinaties van inzenders (bijvoorbeeld van ad-Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 themanummerviesbureaus en gemeenten) voor. De grootste in-zenderscategorieen zijn gemeenten en adviesbu-reaus, die samen voor de helft van de inzendingenverantwoordelijk zijn.Opvallend is dat een aantal overheden en instan-ties met bevoegdheden en taken op bet gebied vanruimteUjke ordening, mibeu, energie en water,zoals provincies, water- en zuiveringscbappen,nutsbedrijven nauwelijks bebben bijgedragen aanbet thema. Juist deze potentiele inzenders zijn inde door de RPD uitgebracbte brocbures opgeroe-pen tot bet inzenden van ideeen. Deze overhedenen instanties zijn in een aantal gevallen wel be-trokken bij de uitwerking van ideeen tot uitvoer-bare plannen.Clusters van ideeenDe 66 ideeen vormen een gemengd gezelscbap vanrijpe en onrijpe, traditionele en niet-traditionele,inspirerende en lauwe ideeen. In deze verzamelingzijn enkele clusters van ideeen aan te wijzen. Denegen geselecteerde ideeen blijken gespreid te zijnover vijf clusters.Duurzaam en milieuvriendelijkHet eerste cluster is duurzaam en milieuvriende-lijk wonen en werken. Ideeen daarvoor bebbeneen verschillend niveau van detaillering en uit-voering. In verbouding tot andere aspectenbebben deze ideeen een duidelijke relatie metruimtelijke planvorming en WRo/ero. De kring-loopaspecten in dit cluster bebben vaak betrek-king op water, energie en afvalstoffen. Kern-tbema's voor deze plannen zijn verspilling en inmindere mate verstoring. De vernieuwende aspec-ten liggen vooral in de geintegreerde aanpak opwijkniveau: de afzonderlijke elementen zijn niet(meet) nieuw, de gecombineerde toepassing opwijkniveau kan echter een belangrijke bijdrage le-veren aan de verbetering van de ruimtelijke kwa-liteit van de dagelijkse leefomgeving. De realisa-tiemogelijkbeden voor ideeen op dit schaalniveauzijn goed, omdat idee- en planvorming zicb dicbt-bij de bewoners endicbthij (ofdoor) de betrokkenoverheid afspeelt.De voorbeeldwerking van ideeen in dit cluster isgroot door bet vaak tastbare resultaat. De belang-stelling voor bet geselecteerde en inmiddels gere-aliseerde voorbeeldplan Morra Park toont dit aan.Minder duidelijk aan te geven is de "milieubalans"voor dergelijke woonwijken: door integratie vanfuncties en vergroten van de "autarkiegraad" kanbij voorbeeld bet ruimtebeslag relatief sterk toene-men, terwijl er ook andere (negatieve) milieuge-volgen kunnen zijn. Dat naast ontwerp en inricb-ting bet milieubewust beberen belangrijk is, komtBeleidsveld Milieubeheer Relatie ruimteen milieuRuimtelijk beleidBeleidsthema's NMP plus: VINEX:- ketenbeheer ~ bevorderen ruimte-- besparing van energie lijke kwaliteit:- kwaliteitsbevordering - gebruikswaardeAfwenteling in - toekomstwaarderuimte en tijd - belevingswaardeOperationele doel- Tegengaan van: -doorwerking instellingen - klimaatsverandering ruimtelijk planingezonden ideeen - verzuring - relatie met WRo/sro- vermesting - schaalniveau (van- verspreiding woning tot regio)- verwijdering- verstoring-verspilling Aanpak van bron- verdroging of effect?Operationele doel- Als boven plus:stellingen voorbeeld- - projectmanagementplannen - voorbeeldwerkingtot uiting in bet geselecteerde voorbeeldplan Ro-molenpolder (zieblz- 32).Waterbeheer en andere functiesEen aantal ideeen is geclusterd rond bet combine-ren van waterbeheer met andere functies. Het gaatbierbij om de mogelijkbeden van en de knelpun-ten die kunnen optreden bij het combineren vande functies waterbeheer en/of drinkwaterwinningmet andere (ruimtelijke) functies, zoals recreatie,natuur en landbouw. Geselecteerde ideeen in ditcluster zijn Kromme Rijn (?ie blz- 15) en NADORSTizie blz- 21). Bij de ideeen in dit cluster is sprakevan een aanpak van watersystemen en van eenlandscbapsecologische benadering, die momen-teel volop in de belangstelling staat. Waterconser-AantalSchema. Het evaluadekader:de relatie tussen de beleidsvel-den ruimtelijke ordening en mi-lieubeheer in samenhang metde onderzoeksdoelstellingen.Figuur 1. De verdeling van de66 ingezonden ideeen over decategorieen inzenders in dejarenl989, 1990 en 1991.1989 1990jaar van inzending1991gemeenten kWWWN overige overheden Ir v I particulierenuniversiteit/instituten SiliiHl adviesbureaus I I combinatiesStedebouw en Volkshuisvesting 1993 th^emanummcrKringlopen op de keten beschouwdprovmcies ennutsbedrij-ven hebbenvrijwel geenideeen inge-zondenvering en het gebruik van gebiedseigen waterstaan hierbij in veel gevallen centraal. Het karak-ter van deze ideeen, die op regionale schaal spelen,maakt de relatie met ruimtelijke planvorming(streekplan, bestemmingsplan) moeizaam, hoe-wel de ideeen een duidelijke ruimtelijke, drie-di-mensionale component hebben. Ook de dimensietijd speelt een rol. De ideeen met aandacht voordrinkwaterwinning gaan in feite over de beper-king van effecten aan de vraagkant. De hydrologi-sche kringloop wordt wel in beeld gebracht, deeconomische/gebruikskringloop met. Een bronge-richte aanpak van de problematiek ontbreekt dus.Met duurzaamheid als uitgangspunt moet de opti-malisering van de waterbalans in een regio als po-sitief worden aangeduid. Het is de vraag of symp-toombestrijding, hoe belangrijk ook voor de kortetermijn, voor de langere termijn voldoende is. Derealisatie van plannen met dit onderwerp enschaalniveau verloopt relatief moeizaam vanwegede afstand tussen de idee- en planvormers en departijen die de plannen zouden kunnen realiseren.Daarnaast zijn er vaak grote financieel-economi-sche belangen in het spel, zoals die van de land-bouw.Biezenvelden/helofytenfiltersOpvallend is dat een aantal ideeen biezenvel-den/helofytenfilters worden gebruikt voor de ver-betering van de kwaliteit van oppervlaktewater.Het gaat ook hierbij om effectgerichte maatrege-len: bronnen van verontreiniging en eutrofieringvan oppervlaktewater, zoals landbouw en rioolo-verstorten, worden niet weggenomen. Ook hetgeselecteerde voorbeeldplan Regenwater opbedrijfsterreinen (SenV'6, 1991) maakt gebruikvan een helofytenfilter.GlastuinbouwVier van de ingezonden ideeen hebben relatiesmet glastuinbouw in een vorm waarbij glastuin-bouw gecombineerd wordt met andere ruimtege-bruiksvormen. Ruimte, energie en grondstoffenworden zodoende efficienter benut. De glastuin-bouw als zodanig wordt in deze ideeen niet terdiscussie gesteld: een analyse van de keten-beheer/kringloopaspecten van glastuinbouw,waarbij onderzocht wordt of het kweken van ge-wassen buiten het normale seizoen en buiten hetvoor het produkt normale klimaat wenselijk is, isniet opgenomen. Het visionaire voorbeeldplanCity Fruitful {zis blz- 28) poogt een ruimtelijkhoogwaardige invuUing te geven aan de verwe-ving van wonen en glastuinbouw.LandbouwEen aantal ideeen heeft betrekking op kringloop-aspecten van de landbouw. De landbouw is medeverantwoordelijk voor de milieuproblemen ver-mesting, verzuring en verdroging. Als gebruikervan een groot deel van het landelijk gebied is delandbouw van groot belang bij de instandhoudingen verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.De ideeen voor de landbouw hebben betrekkingop het onderzoeken van stofkringlopen binnenlandbouwbedrijven en de mogelijkheden om dezekringlopen te beinvloeden, en zodoende verspil-ling en daardoor vermesting en verzuring tegen tegaan.Het voorbeeldplan Friese Polders Rond bestudeertde kringlopen van nutrienten op de niveaus vande slootkant tot polder en boezem.MilieubeleidNagenoeg alle ideeen en voorbeeldplannen mis-sen een expliciet verwoorde relatie met milieube-leidsdoelstellingen op lokaal, regionaal en lande-lijk niveau. Deze zijn echter wel kaderscheppendvoor de ideeen en de daaruit voortkomende plan-nen. Impliciet wordt dit in sommige ideeen onder-kend, zoals in de ideeen met betrekking tot afval-stoffen, die passen binnen de preventie- enhergebruiksdoelstellingen van de rijksoverheid.Het onderkennen van de milieuhygienische ka-ders van de ideeen is van belang als succesfactor.Dit wordt geillustreerd met het geselecteerde ideeRegenwater op bedrijfsterreinen. Bij de uitwer-king van dit idee ontstond een knelpunt vanwegede twijfels over de milieuhygienische kwaliteitvan het te infiltreren regenwater.Vervolg57 Ideeen van het thema zijn niet geselecteerd.Toch is een deel van deze ideeen verder uitgewerkttot plan en uitgevoerd. Ook hiervan gaat eenvoorbeeldwerking uit.Ideeen, al of niet uitgewerkt tot voorbeeldplan,met een (te) hoog ambitieniveau en ideeen die opeen hoger schaalniveau spelen, zijn minder haal-baar gebleken dan ideeen met een traditioneleaanpak of een lager schaalniveau. Indieners enuitwerkers staan dan voor de keuze water bij dewijn te doen of door te zetten. In dit verband is deprojectstructuur, een brede betrokkenheid bij hetproject en gedrevenheid van het projectteam eenbelangrijke succesfactor.Dus: hoe dichter de plannen bij de dagelijkse leef-omgeving staan, hoe groter de haalbaarheid.Ruim de helft van de niet geselecteerde ideeenkent vervolgactiviteiten. Het betreft voorname-lijk ideeen op wijkniveau of andere door gemeen-ten ingezonden ideeen. Van de zes inmiddels uit-Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 themanummergevoerde ideeen hebben er drie betrekking opwoonwijken (duurzaam wonen) en drie op aspec-ten van de waterhuishouding. Er blijkt een grotebelangstelling voorde gerealiseerde ideeen te zijn.Brochures en ideeenIn de brochures van de RPD is de bedoeling van bettbema bescbreven en is een kader aangegevenwaarbinnen de ideeen zouden moeten passen. Be-langrijke elementen uit dit kader zijn de aandacbtvoor ruimteUjke kwaliteit, bet schaalniveau vande ideeen, de voorbeeklwerking, en de doorwer-king in ruimteUjke planvorming.Het scbaahiiveau van de ideeen die in de drie jaarzijn ingediend laat een verscbuiving naar regio-nale scbaal zien (figuur 2). Deze verscbuivingvalt samen met een verscbuiving in de inzenders(figuur 1).Een vraag in de oproepbrocbure was, dat de ideeenzicbt op doorwerking in ruimteUjke plannen moe-ten bieden en cventueel op cle nieuwe mogeUjkbe-den van de WRo/Bro. Slecbts bij een minderbeidvan de ideeen is deze doorwerking in de ruimte-Ujke planvorming een feit: eigenUjk bUjken alleenideeen waar gemeenten bij betrokken zijn, dezevervolgstap te krijgen. Gemeenten bUjken dusgoed in staat te zijn de ingezonden ideeen in ruim-teUjke plannen om te zetten en de ideeen reali-seerbaar te maken.De ideeen verscbaffen over bet algemeen weiniginzicbt in - mogelijke conflicterende - effectenvan de ideeen op de ruimteUjke kwaliteit. Bij uit-werking van de ideeen blijkt dat niet-explicietomschreven milieudoelstellingen tot problemenkunnen leiden.OntwikkelingsperspectiefDe ideeen en plannen bebben een voorbeeldwer-king op verscbillende abstractie- en planvor-mingsniveaus. Ideeen en plannen met een vrij di-recte relatie met bestemmingsplannen, bebbeneen voorbeeklwerking voor een anclere doelgroepdan de meer abstracte en conceptuele ideeen enplannen. De spin-off in de eerste genoemde doel-groep is relatief makkelijk traceerbaar en duidelijkaanwezig. De voorbeeldwerking in de tweededoelgroep, die actief is in vroege stadia van plan-voorbereiding, is per definitie slecbter traceerbaar,maar niet minder essentieel voor de vooruitgangvan het vakgebied.De ruimteUjke kwaliteit in relatie met de dage-lijkse leefomgeving is voor alle geselecteerdeideeen wel een belangrijk aandacbtsveld. Hetvoorbeeldplan City Fruitful speelt daarbij nadruk-Aantal1989 1990Jaar van inzending1991Figuur 2. De inzendingenvoor de latere jaren hehbenbetrekking op hogere schaal-Lokaal iMD Reglonaal I I Meerdere niveaus.Woning Kantoor/bedrljf CIZl Wllkkelijk in op de belevingswaarde van de vormgege-ven kringlopen, in ruimte en tijd.SuccesfactorenDe ideeen kunnen worden gerelateerd aan noodza-kelijke succesfactoren voor bet welslagen van bettbema Kringlopen Ruimtelijk Vormgeven.Bij de geselecteerde ideeen bleek dat door de fi-nanciele participatie van derden voor vervolgon-derzoek en realisering er sprake is van financieel-economiscbe spin-off.In bet algemeen kan worden gesteld dat een goedeprojectorganisatie en begeleiding essentieel zijnvoc^r het welslagen van een project. Gelet op devernieuwende ambities van de geselecteerdeideeen is een niet-traditionele aanpak niet per de-finitie strijdig met een goed en trefzeker project-management. Juist bij dit tbema met een relatietussen milieu en ruimteUjke kwaliteit en op regio-naal niveau veel betrokken partijen, is bezinningop de baalbaarbeidsaspecten in een vroeg stadiumeen "must".Informatie over het planningsproces en de manierwaarop met knelpunten is omgegaan bij de uitwer-king tot voorbeeldplan, is door de opstellers vande voorbeeldplannen niet structureel verzamelden gerapporteerd. Dat is jammer, omdat juist dezeinformatie, naast de tecbnische informatie, vangroot belang kan zijn bij de opzet van nieuwe pro-jecten.Het voorbeeldplan Morra Park laat zien op welkevernieuwende manier een project kan wordenaangepakt: de voorbeeldwerking gaat bier dan ookdeels uit van de metbode om per milieuthema am-bitieniveaus te onderscbeiden en met de betrok-ken partijen te overleggen over bet baalbaar ge-achte ambitieniveau. De valkuil van een te boogsommigeniet-geselec'teerde ideeentoch uitge'voerdStedebouwen Volkshuisvesting 1993 th(emanummerKringlopen op de keten beschouwdmobiliteits-probleemonderbelichtgeblevenEO Wijersstichting, 1992.4Zie in dit verband ook ROM,9, 1993. Dit nummer is ge-wijd aan enkele thema's vande Ruimtelijke Verkennin-gen.Literatuur-Eo Wijersstichting 1992,Het stromend stadsgewest;vormgeven aan de ecore-gio Breda, Uitgeverij 010,Rotterdam.-Jonkhof,], 1993, Kring-lopen in vorm. In Ruimte-lijke Verkenningen, jaar-boek RijksplanologischeDienst, Den Haag.-Oranjewoud/NEi, 1992,Rapport Evaluatie themaKringlopen RuimtelijkVormgeven, Ingenieursbu-reau "Oranjewoud" B.V.en Nederlands Econo-misch Instituut, Ooster-hout/Rotterdam.-RPD, 1989, Voorbeeldplan-nen Vierde Nota, Ideeen-boek 1989, Rijksplano-logische Dienst, Sdu,'s-Gravenhage.-RPD, 1990, Voorbeeldplan-nen Vierde Nota, Ideeen-boek 1990, Rijksplano-logische Dienst, Sdu,'s-Gravenhage.-RPD, 1991, Voorheeldplan-nen Vierde Nota, Ideeen-boek 1991, Rijksplano-logische Dienst, Sdu,'s-Gravenhage.ambitieniveau en een daardoor niet haalbaar planwordt aldus omzeild.VernieuwingEen allesomvattend begrippenkader voor de rela-tie tussen "ruimtebeheer" en "milieubeheer" is(nog) niet beschikbaar. Ondanks het ontbrekenvan dit begrippenkader heeft het thema op dewerkvkier geleid tot samenwerking tussen de sec-toren milieu en ruimtelijke ordening. Het op gangkomen van deze samenwerking is een winstpuntvan de voorbeeldplannen. Een ander vernieu-wend aspect is de gebleken noodzaak voor eennieuwe aanpak: de geintegreerde milieu- en ruim-telijke-ordeningsdoelstellingen maken een cre-atief planvormingsproces noodzakelijk.De voorwaarde dat een voorbeeldplan moet voor-zien in andere dan traditionele oplossingen, en incomplexe situaties zelfs zicht moet bieden op gein-tegreerde aanpak, lijkt voor het thema een para-dox. Immers, hoewel al veel inspirerende ideeenen plannen zijn ontwikkeld is mede door de com-plexiteit van de opgave veel inspiratie, creativi-teit, kennis en moed nodig om meet grip te kun-nen krijgen op het complexe systeem van elkaarbeinvloedende kringlopen en de daarmee samen-hangende ruimtelijke kwaliteit. De gestelde voor-waarde is daarom, gelet op de stand van zaken vande vakgebieden, zowel noodzakelijk als ambitieus.De voorbeeldplannen hebben het vergroten vanhet inzicht in het complexe systeem van kringlo-pen niet als doel gehad en hiertoe dan ook weinigbijgedragen.ConclusiesHet thema heeft veel creatieve ideeen opgeleverd,maar laat ook plekken oningevuld. De voorbeeld-werking is gediend met het naar buiten brengenvan de ideeenstaalkaart, waarbij ook de haalbaar-heidsfactoren zouden moeten worden belicht.Aan aspecten die in meerdere ideeen voorkomenzou door middel van gericht onderzoek meer aan-dacht kunnen worden geschonken. Daarbij isnader onderzoek naar de knelpunten in het trajectvan idee- en planvorming tot realisatie gewenst.Kennis van beinvloedbare factoren (ruimtelijk,juridisch, organisatorisch, sociaal-economisch,bedrijfseconomisch, politick et cetera) en de ban-tering voor een juiste mix is een belangrijke suc-cesfactor voor het welslagen van beleidsvoorbe-reiding op het gebied van Kringlopen RuimtelijkVormgeven. Evenzo verdienen witte plekken,zoals het mobiliteitsprobleem, meer aandacht.De na te streven verbetering van de ruimtelijkeMILIEU ALS AMBITIEmiileubewust bouwen, wonen en werkenin het Morra Park in DrachtenEen (dee van Oe gcmeentR Smallingeriand en de provimcieFnesl^nd. uitgewworkt tot^^kwaliteit wordt voor een belangrijk deel be'ln-vloed door de milieu-effecten van de verschil-lende ruimtegebruiksvormen. Het begrip ruimte-lijke kwaliteit biedt daarbij ruimte voorverschillende interpretaties. Daarnaast is het zo,dat de belevingswaarde van de ruimte door bewo-ners en gebruikers vaak wordt ontleend aan an-dere elementen in de dagelijkse leefomgeving dandoor ontwerpers is voorzien.Kennis van de milieukwaliteitseisen en kennisvan de effecten van ruimtegebruiksvormen op deomgeving zijn vereist om inzicht te krijgen inkringlopen in verband met de verbetering van demilieukwaliteit. Bij de integratie van ruimtelijke-en milieukwaliteit is deze kennis enerzijds nodigvoor de planvorming, en anderzijds een dreigendevalkuil, omdat het immers vooralsnog onmogelijkis gebleken een allesomvattend concept vankringlopen en ketens van afval, energie en grond-stoffen in ruimte en tijd te formuleren. De opgavevan de laatste Eo Wijersprijsvraag daagde impli-ciet uit tot het zoeken naar dat allesomvattendconcept.'De inzendingen op het "Stromend Stadsgewest"laten zien dat bepaalde kringlopen - met name dievan grond- en oppervlaktewater - op regionaal ni-veau goed in beeld gebracht kunnen worden, maardat op de complexe interacties van energie, men-sen en materie, die bij andere kringlopen betrok-ken zijn, nog onvoldoende greep bestaat. De uit-daging om hieraan vorm te geven blijft vooralsnogbestaan.''Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 themanummerVOORBEELDPLANNEN VIERDE NOTA KRINGLOPENSchoonwaterplanwater tussen Heuvelrug en stadsgrachtHet voorbeeldplan "Schoon water voor de stad Utrecht ende Kromme Rijn" (swp) raakt aan een zeer complexe pro-blematiek. Deze strekt zich uit van de drinkwaterwinning op deHeuvelrug tot het waterpeil in het Amsterdam'Rijnkanaal. Hetstudiegebied {figuur 1) is enkele tienduizenden hectaren groot,en meet dan 300.000 mensen hebben belang bij een goede wa-tervoorziening. De tijdhorizon van het plan gaat tot 2050.Het realiseren van de doelstelling - schoon water in de stadUtrecht en in het Kromme Rijngebied - stijgt ver uit boven dereikwijdte van een voorbeeldplan. Het plan kan echter gezienworden als een impuls voor de promotie van het idee tot ge-meenschappelijk ideaal.Figuur 1. Het studiegebied van hetSchoonwaterplan ligt tussen de UtrechtseHeuvelrugen het Amsterdam-Rijnkanaal.Bron: R. During en P. Specken, 1992.Idee en resultaatHet voorbeeldplan is gebaseerd op een aansprekend idee. Zor-gen voor schoon water in de stad Utrecht en het Kromme Rijn-gebied met behulp van kwelwater uit de Utrechtse Heuvelrug.Zo schoon dat de waterlelies weer in de stadsgracht bloeien, enje kijkend over de rand van een brug over de Oude Gracht devissen kunt zien zwemmen.De weg om dit idee te realiseren blijkt echter lang en vol hin-dernissen. Toch blijkt het perspectief de moeite waard om opdeze weg door te gaan. Voorlopig zuUen de activiteiten vooraluit overleg, onderzoek en voorlichting bestaan. De analyses vanIr. M.C. van den BergHoofd afdeling Landschap en Grondgebruik LandinrichtingsdienstUtrecht.*(was door de RPD betrokken als begeleider hij het voorbeeldplan)de waterhuishouding in de stad en het Kromme Rijngebiedlaten nog vele vragen open.De belangrijkste betekenis van het voorbeeldplan is dat het isopgesteld en dat de problematiek met de vele ruimtelijke enfunctionele samenhangen zichtbaar is gemaakt. Drie studiesheeft het voorbeeldplan opgeleverd: een analyse van de stads-wateren (De Jong et al., 1992), een analyse van het KrommeRijngebied (During et al., 1992), en een plan van aanpak (inprep.). De analyses zijn door twee verschillende bureaus uitge-voerd. Buro BOOM nam de analyse van de stadswateren voor zijnrekening en TNO de analyse van het Kromme Rijngebied. Hetplan van aanpak is door TNO opgesteld. De provincie Utrechtwas opdrachtgever en had de leiding van een stuurgroep en eenprojectgroep.Door de complexe problematiek is de meeste energie in de ana-lyse gaan zitten en in de verkenning van oplossingsrichtingen.Het heeft er ook even naar uitgezien dat de studie daarin zoublijven steken. Ook verschillen van inzicht over het streefbeelden over de haalbaarheid en effectiviteit van oplossingsrichtin-gen speelden daarbij een rol. Met het plan van aanpak is uitein-delijk toch een kader voor de realisering geschetst. Ook al laatdit kader vooral zien dat nog veel studies en verkenningennodig zijn.Complexe problematiekWaarom is de problematiek zo moeilijk? Drie onderwerpen zul-len kort de revue passeren.1. AUereerst is dat de ingewikkelde waterhuishouding {zie fi-guur 2, op blz- J 6). Bij een poging om een waterbalans voor destad Utrecht op te maken, bleek deze niet kloppend te krijgen.Ruim 500.000 m'/dag was spoorloos. Vermoedelijk door wegzij-ging (onder andere invloed van het lager gelegen Amsterdam-Rijnkanaal) en door de vele kleine uitwegen uit de stad.Tijdens de studie was dit aanleiding voor een niet eerder onder-nomen proef. AUe kleine uitwegen zijn in 1992 een keer dicht-gezet en aan de hoofdstromen is gemeten. Op basis hiervan konde wegzijging geschat worden: circa 150.000 m'/dag. Ongeveer* De auteur is ing. I. de Boer, plv. hoofd van de afd. Ontwikkeling en Evalu-atie van de Landinrichtingsdienst in Utrecht, erkentelijk voor zijn stimule-rende commentaar.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 thcmanummcrVOORBEELDPLANNEN VIERDE NOTA KRINGLOPENINLAAT GEBEDSVREEMD WATERSCHALKWIJK'>slecht doorlatende laaggrondwaterstromingsrichtingwaterinlaatscheiding grondwatersystemengeologische breakAFNAME GRONDWATERVOORRAADtweederde van het water komt de stad via de Kromme Rijn bin-nen. De rest via het Merwedekanaal (29%) en door neerslag(6%). Het water van de Kromme Rijn is afkomstig van de Rijnen van de Heuvelrug en het Langbroeker Weteringgebied.Het aandeel Rijnwater is in de loop van de tijd aanzienUjk toe-genomen {zie figuur 3). Het water van Kromme Rijn en Lang-broeker Wetering staat in verbinding met het Amsterdam-Rijn-kanaal. Hierop wordt overtolUg water geloosd - onder andereom te voorkomen dat de stad teveel water krijgt - maar ook kanwater vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal worden ingelaten.De opstellers van de studie over de stadswateren concluderendat het waterbeheer in de stad vooral peilbeheer is. Om de doel-stelUng van schoon water te bereiken, is omschakeling naarvoorraadbeheer nodig. Het vasthouden van gebiedseigen waterin de stad en in het Kromme Rijngebied maakt daar deel van uit.De kwel van de Utrechtse Heuvelrug blijkt heel gering te zijn.Vooral door de drinkwaterwinning is de kwel verminderd. De71 K1892gebiedseigenwaterrijnwaterFiguur 3. Aandeel Rijnwater in het Kromme Rijngehied; veranderingin lOOjaar.Bron: R. During (in prep).Figuur 2. Oorzaken en gevolgen van een afname van de grondwatervoorraad inhet Kromme Rijngebied (gewijzigd naar: Provincie Utrecht, 1991)Bron: R. During en B. Specken, 1992.sprengen en beken aan de rand van de Heuvelrug bevatten te-genwoordig weinig ofgeen water meer. Vroeger werden hiermeede waterpartijen van de landgoederen van water voorzien.De kwaliteit van het Kromme Rijnwater is slecht. Dit komtvooral door de lozingen van de waterzuiveringen in dit gebieden door de landbouw.2. In de stad stuitten de opstellers van het voorbeeldplan op deproblematiek van zo'n 100 overstorten. Bij hevige regenvallopen de riolen over en is doorspoeling noodzakelijk. De stad isdaarvoor mede afhankelijk van Rijnwater. Dit water moet danook snel en in voldoende mate beschikbaar zijn. Oplossing vande overstortproblematiek is moeizaam en vergt veel tijd. Stads-grachten met puur kwelwater lijken vanuit dit gezichtspunt danook een verre droom.3. Tal van actoren spelen een rol bij de waterhuishouding enhebben zo bun eigen belangen. De scheepvaart heeft belang bijeen onbelemmerde doorvaart in het Amsterdam-Rijnkanaal.De drinkwaterwinning moet zorgdragen voor kwalitatief goedwater. Landbouw en natuur vinden elkaar bij het tegengaan vanverdroging, maar hebben tegenstrijdige belangen ten aanzienvan de watervoorziening.Deze verschillende belangen bemoeilijken een gemeenschap-pelijke strategic. Verder uitwerken van de marges van de ver-schillende belangen en zoeken naar optimalisering gaat ditvoorbeeldplan ver te boven.OplossingsrichtingenNiet alleen aan de analysekant, ook aan de oplossingskant ligtde zaak moeilijk. Vermindering van de drinkwatervoorzieningop de Heuvelrug vraagt om nader onderzoek naar alternatieven.Bovendien is er twijfel over het effect voor de stad, omdat de bij-drage aan de waterbalans maar miniem is. Wei kan dit de water-stand in het hele gebied gunstig bemvloeden.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 themanummerOplossingen voor de overstortproblematiek zijn eveneens las-tig. Afkoppeling van het regenwater zal veel voeten in de aardehebben. Dit vraagt nogal wat voorzieningen op wijkniveau enaan afzonderlijke bebouwing. Verder is afkoppeling op aanzien-lijke schaal nodig om voldoende berging te realiseren. Het Pro-vinciehuis in Utrecht is trouwens een mooi voorbeeld van af-koppeling op kleinere schaal. Over een "verbeterd gescheidenrioolstelsel", zoals in de Utrechtse wijk Lunetten, bestaat dis-cussie. Dit zou de zuivering nog te veel belasten.Peilverhoging in het Amsterdams-Rijnkanaal is ook geen sine-cure. In het plan van aanpak is een studie hiernaar opgenomenvoor de tweede he1ft van de jaren negentig. AanvuUen van hetwegzijgingsverlies in het zuidwestelijk deel van de stad, metwater uit het Amsterdam-Rijnkanaal, lijkt minder problema-tisch. Wei is hiervoor volgens de planopstellers een passeerbarewaterscheiding in de Vaartse Rijn nodig.Verschil in aanpakIn het voorgaande is een verschil in aanpak aangeduid tussen deplanopstellers. De vertegenwoordigers van Buro BOOM gaan uitvan doelstellingen. Zij zien vooral heil in:- het verminderen van de wegzijging uit de stad richting Am-sterdam-Rijnkanaal;- het vasthouden van schoon gebiedseigen water, en- het beperken van vervuiling bij de bron, zowel in de stad alsin het Kromme Rijngebied.Het ideaal is een voUedig door kwelwater gevoed stadssysteem.Een duidelijke en principiele stellingname. Nog afgezien van dehaalbaarheden.De vertegenwoordigers van TNO zijn het hier niet mee eens. Inhun benadering klinkt echter meer pragmatisme door. Zij heb-ben een streefbeeld van schoon water in de stad en in deKromme Rijn. De weg waarlangs dit bereikt kan worden, isdaarvan afgeleid. Het herstel van ecologische waarden kandeels ook met Rijnwater bereikt worden, mits dit van voldoendekwaliteit is. Stroomde niet al sinds mensenheugenis Rijnwaterdoor de stad?Kleine en grote stappenOver het ideaal, schoon water in de stad en in de Kromme Rijn,zijn de betrokkenen het eens. Hoe kan dit ideaal dichterbij wor-den gebracht? Naast grote stappen, zoals het stoppen van dedrinkwaterwinning op de Heuvelrug en het verhogen van hetpeil in het Amsterdam-Rijnkanaal, zijn er kleinere stappen on-derscheiden.Zuivering van het in te laten Rijnwater bij Wijk bij Duurstede,en verbetering van de kwaliteit van het landbouwwater zijn bij-voorbeeld zaken die al aangepakt kunnen worden. Voor hetvasthoud
Reacties