Log in
inloggen bij Ruimte en Wonen
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Content / Blogs

Kansenagenda's voor het platteland?

Verkiezingen, rapporten: het platteland roert zich. Gaat het beleid om? En krijgen bewonersinitiatieven dan erkenning?

De provinciale verkiezingen van 15 maart waren een oorverdovend signaal van het platteland aan Den Haag. Ongeveer een week later, werd dat signaal wetenschappelijk verklaart door drie adviesraden van de regering. Op 27 maart presenteerden zij in Veenhuizen het rapport ‘Elke regio telt!’. Daarin trekken de RLI, ROB en RVS de scherpe conclusie dat het rendement-denken in het nationaal beleid heeft geleid tot een ‘schrikbarende toename van onwenselijke verschillen in brede welvaart tussen regio’s in Nederland’. ‘Deze ongelijkheid is schadelijk voor het vertrouwen van mensen in de overheid en in onze democratie. En dit vormt een bedreiging voor Nederland als geheel. Daarbij bemoeilijken de verschillen tussen regio’s ook een effectieve aanpak van grote nationale vraagstukken zoals de energietransitie, de woningbouwopgave, of de hervorming van de landbouw’. De raden adviseren onder andere om de regio’s Kansenagenda’s op te laten stellen, waar het rijk dan langjarig geld aan moet koppelen. 
De zwakke positie van het platteland wordt ook weerspiegelt in het ontbreken van samenhangend plattelandsbeleid. Europa heeft de Long Term Vision for the Rural Areas (juli 202). Wij kennen in ons land  deelvisies zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied (stikstof) en Nationaal Strategisch plan (GLB). De meeste recente integrale nota - Agenda voor een Vitaal Platteland - dateert van 2004!! Er is geen visie en ook geen samenhangend netwerk rondom plattelandsontwikkeling. De verantwoordelijkheid voor het platteland is verdeeld over een lange reeks van organisaties en overheden, die nergens echt samen komen.
Bijna tegelijk met het advies van de drie raden verscheen het WUR-rapport ‘Leefbaarheid op het platteland: uiteenlopen van idylles en werkelijkheden’. Volgens die studie kan een basisniveau van leefbaarheid gezien worden als het fundament waarop inwoners - al of niet in samenwerking met de overheid - tot eigen initiatieven komen om de leefbaarheid te versterken. De overheid moet ervoor waken dat dat basisniveau in stand blijft. Want: “er is een drempelwaarde waaronder inwoners niet meer in actie komen want er is niets meer om trots op te zijn en trots is een belangrijke motivatie.”
De rapporten onderstrepen wat wij op het platteland al wisten. Maar er is ook een ander verhaal. Naast de landschappelijke kwaliteit, de woonkwaliteit, de rust en ruimte is er ‘naoberschap’. Natuurlijk verandert ook op het platteland de sociale samenhang, maar het gevoel van betrokkenheid op elkaar is er nog steeds veel sterker dan in de stad. Bovenop en naast de ‘oude’ sociale verbanden zoals verenigingen, is er sprake van nieuwe inwonersinitiatieven. Juist op het platteland zijn er duizenden voorbeelden te vinden van bewoners die verantwoordelijkheid nemen voor de leefbaarheid van hun buurt of dorp. Zij realiseren een Zorghuus voor dementerende ouderen die anders uit het dorp weg moeten, bouwen een gemeenschapshuis, regelen een vrijwillige vervoersvoorziening of richten een coöperatie op om zelf glasvezel aan te leggen. Dat is gemeenschapskracht; de positieve energie die vrij komt als mensen elkaar helpen om hun doelen te bereiken door hun middelen te delen. De Landelijke Vereniging Kleine Kernen levert met haar 10 provinciale verenigingen ondersteuning aan 4000 lokale initiatieven. In dorpen als Esbeek, Beringe, Kloosterburen of Zalk groeide de optelsom van initiatieven uit tot een sterk collectief. De LVKK schreef er een brochure over: Goed voor Elkaar dorpen.
Het is nog de vraag of er Kansenagenda’s komen én of de landelijke overheid daar langjarig geld voor beschikbaar stelt. Als er Kansenagenda's komen, moet recht gedaan worden aan de uitspraak van Tjeenk Willink: “Geen van de grote uitdagingen van onze tijd kan worden opgelost zonder de actieve deelname van burgers!” Bewoners moeten dus mee aan tafel bij het opstellen van regionale agenda’s. De LVKK heeft de minister van BZK al aangeboden om daarbij te helpen. Bewonersinitiatieven zijn een belangrijk deel van de oplossing van de vraagstukken van het platteland. Dat vereist wel dat bewonersinitiatieven respect en ruimte krijgen en de ondersteuning die nodig is.

Ben van Essen
Adviseur LVKK / Bestuurslid European Rural Community Alliance /Bestuurslid NLZVE

Reacties

Renda ©2024. All rights reserved.