Kennisnetwerk over de leefomgeving

De coffeecorner, plaag of plezier?
Matthijs de Boer, matthijs de boer stedenbouw b.v.

vrij 12 februari 2016

Het zal weinig mensen ontgaan dat het aantal horecazaken in de steden toeneemt. Iets drinken of eten in de stad is populair. Dat kan op meer plekken dan voorheen, met meer variatie en meer kwaliteit. Het is een belangrijk aspect van de ambiance van de binnenstad, maar niet iedereen is ermee ingenomen.

‘Stop het horecavirus in onze binnensteden’, riep landschapsarchitect Egbert Schuttert in NRC-handelsblad van 2 januari. De auteur heeft het niet zo op koffiehoekjes, barretjes, terrassen, grand cafés en wat dies meer zij. Hij noemt het een plaag, een virus dat moet worden bestreden. Interessant! Maar waarom dan? Helaas, argumenten noemt hij niet. Schuttert komt niet verder dan het uiten van zijn ongenoegen door een schier eindeloze opsomming van plekken waar horeca in allerlei gedaanten zijn humeur bederft.

Ontmoeting

Maar die horeca voorziet in een behoefte. Samen eten en drinken is één van de meest basale sociale activiteiten van de menselijke soort. De ontmoeting is daarbij wellicht net zo belangrijk als de voeding. In Zuid-Europese landen is het al langer gebruik om veel buitenshuis te consumeren, van de snelle caffe staand aan de bar, langdurige zakelijke lunches met sjieke wijnen, tot en met uitgebreide familiediners met jengelende kinderen in familierestaurants. De soort restaurant waar wij na de vakantie terug in Nederland trots over vertellen: ‘Nee niet zo’n toeristenzaak, maar zo’n echt Italiaans restaurant waar de Italianen zelf eten.’

Sociaal aspect

In Nederland nuttigt men vanouds de maaltijden thuis en vindt men de koffie thuis lekkerder (of goedkoper). Het sociale aspect van samen eten vindt zijn plek in het gezin, en thuis. Overblijven op school en lunchen op het werk (boterhammetjes mee) heeft pas in het laatste kwart van de twintigste eeuw een hoge vlucht genomen, met het toenemende aantal forenzen voor wie het niet mogelijk was tussen de middag naar huis te gaan om te eten. De verplichte kantoorkantine is daarvoor in het leven geroepen, zodat het voor die forenzen niet teveel geld en tijd kost. Daarmee blijft de sociale interactie beperkt tot de collega’s. Ook de recent toegenomen variatie in het aanbod van snelle snacks op de stations voorziet in de behoeften van forenzen – nadat eerst de klassieke stationsrestauraties verdwenen.

Groeiende behoefte

Inmiddels is ‘het gezin’ niet meer de standaard in ons land, met een gestaag groeiend percentage eenpersoonshuishoudens. Ook deze mensen willen graag gezellig eten en drinken. Het is daarom niet verwonderlijk dat ‘de horeca toeneemt’. Simpelweg groeit het aantal mensen dat er behoefte aan heeft buiten de eigen woning of het kantoor iets te eten en te drinken. En dan is er de uit het zuiden oprukkende ‘cappuccinocultuur’. Koffie drinken in een leuke zaak of op een terras is populair – de filterkoffie die al anderhalf uur op een warmhoudplaatje staat te pruttelen wordt niet meer geaccepteerd. We verwachten kwaliteit en sfeer. Meer vraag, dus meer aanbod. Niks mis mee toch?

Horeca vervangt winkels

Daar komt bij dat de tijd van het stadscentrum vol straten met aaneengesloten winkelfronten voorbij is. Internetwinkelen neemt inmiddels een fors aandeel van de detailhandelsomzet voor zijn rekening. Maar omdat de behoefte aan ontmoeting blijft, blijven mensen naar de stad gaan. Ze winkelen wel, in de betekenis van etalages kijken, winkels binnenlopen en spullen bekijken, passen, voelen en proeven. En vooral willen ze in de stad gelegenheid hebben andere mensen te zien, elkaar te ontmoeten. En als het even kan daar iets bij te nuttigen. Niet verwonderlijk dus dat in een periode waarin de ‘fysieke winkels’ in aantal afnemen en er ruimte in de stadscentra vrijkomt, de horeca zich een deel van die ruimte toe-eigent. En dat winkels moeite doen hun klandizie te behouden, door bijvoorbeeld naast hun gewone koopwaar ook iets te drinken en te eten aan te bieden. Heerlijk toch, zo’n boekwinkel waar je ook prima koffie kunt drinken?

Overgangstijd

We leven wat dat betreft in een overgangstijd, omdat veel gemeenten nog niet echt weten hoe ze met hun stadscentra om moeten gaan nu de afname van het winkelbestand blijvend blijkt te zijn. Welke functies, welke programma’s die lege plekken zodanig kunnen opvullen dat de centra aantrekkelijke ontmoetingsplekken blijven is nog niet overal duidelijk. Meer woningen, zodat er ook meer mensen permanent in dat centrum zijn is een voor de hand liggende oplossing. Dat creëert ook weer meer draagvlak voor allerlei stedelijke voorzieningen, zoals horeca. Gemeenten doen terecht hun best om dat te accommoderen, onder meer met ander, minder beperkend beleid en minder stringente bestemmingsplannen.

Lege plekken

Dat niet alle als paddenstoelen uit de grond schietende hippe cafés, eetzaken, coffeecorners en winebars blijvertjes zullen zijn is geen moeilijke voorspelling. Maar het is wel een dankbare en aardige invulling van al die lege plekken. En vooral een prettige voorziening voor mensen, die graag in de stad willen zijn, willen winkelen, en ontmoeten, en dat veraangenamen met iets te eten en te drinken.

Reacties

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren