Log in
inloggen bij Ruimte en Wonen
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Content / Artikelen

De opmerkelijke terugkeer van ruimtelijk beleid

Met kandidaten in gesprek over verkiezingsprogramma's Rob van Hilten - 11 maart 2021

Nog nooit waren er zoveel verkiezingsdebatten te zien en te horen als in de aanloop tot de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart. Veel debatten met lijsttrekkers over belangrijke politieke kwesties draaiden vooral uit op een gevecht om de gevatheidsprijs. Politiek als amusement, alles voor de kijk- en luistercijfers.

Als je daar als kijker of luisteraar geen zin in had en je wist ook niet op wie je zou stemmen kon je terugvallen op een groeiende hoeveelheid stemwijzers en kieskompassen, zoals het woonkieskompas. Maar hoewel die meestal leunen op een pretentie van wetenschappelijkheid bestaat elke stemwijzer uit een zeer subjectief gekozen lijst van vragen en antwoorden waardoor je vaak uitkomt bij een heel andere partij dan je zelf eerst dacht. Als je daar blind op vaart bepaalt het algoritme dus jouw stem. Je verdiepen in verkiezingsprogramma’s en volgen van inhoudelijke debatten is dan een beter idee.
In de schaduw van alle lijsttrekkersdebatten was er gelukkig af en toe ook wat aandacht voor inhoudelijke thema’s, zoals over ruimte en wonen. Platform31, studenten van de HU (MUAD) en Ruimte en Wonen organiseerden hierover samen een verkiezingsdebat op 26 februari, o.l.v. Paul Gerretsen (Deltametropool). In dit debat, maar ook bij het RUG-verkiezingsdebat in Pakhuis de Zwijger en het debat van Aedes en de Woonbond kwamen juist meer inhoudelijke ideeën en perspectieven bovendrijven. In dit artikel kijken we hierop terug op en kijken we alvast vooruit welke grote beleidswijzigingen een serieuze kans maken om te worden besproken bij de kabinetsformatie.

Ruimtelijk beleid

Van Vierde Nota tot de NOVI
De laatste grote nationale ruimtelijke visies zijn de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (1988), de aansluitende Vinex (1991) en in mindere mate de Nota Ruimte (2004). Sinds die tijd hebben alle opeenvolgende kabinetten het integrale ruimtelijke denken in de ijskast gezet. Maar door de klimaatverandering en de achteruitgang van onze natuurgebieden is de laatste jaren een nieuw gevoel van urgentie gegroeid. Uitmondend in de  vaststelling van de NOVI (Nationale Omgevingsvisie) afgelopen najaar waarmee sinds lange tijd weer een stap is gezet naar recentralisatie. De verkiezingsprogramma’s sluiten hierop aan, want vrijwel alle partijen pleiten voor meer rijksregie. Maar het grote probleem met de NOVI is dat al die ambities (nog) niet ruimtelijk zijn doorvertaald, dan kan je als partij makkelijk de kool en de geit sparen. Interessant dus om met de partijen door te praten over het belang van zo’n visie.

Stelling 1

Er is op korte termijn een lange termijnvisie op hoofdlijnen nodig waarin ruimtelijke hoofdkeuzes worden gemaakt.
De stelling werd ingeleid door Co Verdaas (hoogleraar gebiedsontwikkeling): ‘15 jaar terug was de sfeer in de Haagse politiek breed: het land is af, we decentraliseren. Maar een aantal opgaven heeft ons ingehaald: woningmarkt, klimaat, energie, verduurzaming, biodiversiteit, bereikbaarheid.’ Daarover moet het rijk weer ruimtelijke regie gaan voeren. Het alternatief is het blijven inzetten op een lappendeken van deals, impulsen en projectsubsidies, maar dan valt alles stil, zijn sectorale doelen evenmin gediend en raakt het paradijs in verval.
De VVD (Daniel Koerhuis) zet vooral in op ‘bouwen, bouwen, bouwen van woningen’. Daarvoor zijn vooral plannen nodig voor de komende 15 jaar. Hij ziet weinig in de stelling, ‘met een lange termijnvisie los je de woningnood niet op’. De PvdA (Matthijs van Neerbos) en GL (Paul Smeulders) pleiten juist wel voor een samenhangende ruimtelijke visie waarbij ook de klimaatopgave en de ruimte voor natuur, energieopwekking en landbouw worden betrokken. Zij wijzen de VVD op hun verantwoordelijkheid voor het ontstane woningtekort: De VVD zat in al die kabinetten zonder dit effectief aan te pakken.
D66 (Faissal Boulakjar) benadrukt het belang van het oplossen van de stikstofcrisis, ook omdat daardoor woningbouwplannen vertragen. Dat betekent dus ook dat we belangrijke keuzes moeten maken over landbouwtransitie. Om ervoor te zorgen dat ruimtelijke visies voor gemeenten ook betaalbaar worden zodat ze ook kunnen worden gerealiseerd bepleiten PvdA en GL een heel andere grondpolitiek, waarbij grondspeculatie wordt aangepakt. Nu strijken grondspeculanten de winst op bij bestemmingswijzigingen door gemeenten. Als die waardevermeerdering weer bij gemeenten terechtkomt versterkt dit de regierol van gemeenten, maakt dit plannen betaalbaarder en kan de uitvoering sneller. De stelling werd door een ruime meerderheid (>90%) van het meekijkende publiek ondersteund.

15 jaar terug was de sfeer in de Haagse politiek:het land is af, wedecentraliseren

Woonbeleid

Alle partijen willen 1 miljoen woningen bouwen om het woningtekort op te lossen, daarover is reeds in veel debatten gesproken. Over betaalbaar wonen verschillen de politieke plannen sterk. De afgelopen 25 jaar is de sociale huurvoorraad gekrompen van 40% naar 30%. In de particuliere huursector zijn de prijzen het sterkst gestegen van allemaal. Nu ook de VVD betaalbaar wonen voor iedereen in haar programma heeft opgenomen namen we dit als gezamenlijk uitgangspunt voor het debat. Om de kloof tussen kopen en huren te verkleinen zijn er simpel gezegd drie knoppen om aan te draaien: kopen en eigen woningbezit duurder maken, huren goedkoper maken of allebei. Wat willen de partijen?

Stelling 2

Om de kloof tussen huren en kopen te verkleinen, zijn hervormingen van de woningmarkt nodig die leiden tot meer betaalbare huurwoningen en lagere huren in de particuliere sector.
De stelling werd ingeleid door Hugo Priemus (emeritus hoogleraar volkshuisvesting en ruimtelijke ontwikkeling): ‘Vroeger onderzocht ik vooral het falen van de woningmarkt. Sinds een jaar of tien wordt marktfalen royaal overtroffen door beleidsfalen. Ook is een krachtige Ruimtelijke Ordening nodig, alsmede een serieuze woningbouwprogrammering, die geen ruimte biedt voor NIMBY- beleid. De residuele grondwaarde dient consequent te worden toegepast, zodat grond voor sociale woningbouw per definitie betaalbaar wonen faciliteert. De gijzeling van de woningbouw door de stikstof- en PFAS- problematiek dient te worden opgeheven. Dit vergt een structurele hervorming van de agrarische sector (landbouwextensivering) en het mobiliteitsbeleid. De huurtoeslag moet worden  gebaseerd op het huishouden-inkomen van een jaar eerder. Daardoor is geen terugvorderingscircus nodig. Het ministerie van VROM was tot 2006 verantwoordelijk voor de uitvoering van de huurtoeslag (die toen huursubsidie heette). Dat liep voortreffelijk. Overweeg de herintroductie van huurmatiging: huurders betalen huur minus subsidie aan de woningcorporatie; het Rijk betaalt de huurtoeslag rechtstreeks aan de corporatie. Door jaren van eigendomsneutraal woonbeleid is de kloof tussen huren en kopen steeds verder gegroeid. Door het geleidelijk afbouwen van alle bouw- en woonsubsidies en fiscale steun en door de opbrengsten uit de verhuurderheffing is Nederland het enige land in Europa dat verdient aan sociale woningbouw.’
De SP (Sandra Beckerman) is het helemaal eens met Priemus, ze roept op om meer naar de wetenschap te luisteren in plaats van telkens weer nieuw beleid te verzinnen. ‘De helft van de huurders kampt inmiddels met betalingsproblemen. Het huuraanbod wordt steeds schaarser, inmiddels gaat 40% van de aankopen naar grote en kleine beleggers. De gemiddelde koopprijs is inmiddels 4 ton, jonge woningzoekenden komen er zo niet meer tussen’. De SP wijst erop dat deze situatie is ontstaan in een kabinet met het CDA. Het CDA (Julius Terpstra) bevestigt dat de vrije markt te veel is doorgeslagen, als je 30 bent is het bijna onmogelijk om aan een huis te komen zo ervoer hijzelf. Het CDA wil corporaties weer meer de ruimte geven en daarom ook de verhuurderheffing afschaffen. Het CDA wil ook de aankoop van tweede huizen aanpakken. De PvdA wil ook meer regulering in de vrije huursector. Door de uitbreiding van het puntenstelsel voor sociale huur naar deze sector kunnen zowel bestaande huren als nieuwe huren worden gereguleerd. De PvdA pleit ook voor een groter aandeel sociale huur in de nieuwbouw. Het CDA is hier niet voor, zij is bang dat hierdoor juist meer dure villawijken worden gebouwd. De CU (Pieter Grinwis) ziet de corporaties niet als probleem maar als onderdeel van de oplossing. ‘Beleggers moeten we de pas afsnijden, zij moeten ook gaan investeren in betaalbare nieuwbouw’. De VVD wijst erop dat ze afgelopen maand hebben gestemd voor huurbevriezing, ‘dus ook de VVD doet haar best voor de huurders’. Het CDA werd hierdoor verrast, ‘de gemiste huurinkomsten van corporaties moeten nu worden verhaald op het BIK-budget’. De PvdA noemt deze draai van de VVD ongeloofwaardig omdat tegelijkertijd wordt voorgesteld om de huurtoeslag te verlagen. Behalve de VVD zijn alle partijen voor afschaffing van de verhuurdersheffing. Ook met deze stelling werd door het publiek en masse ingestemd (93%).

Bestuurlijke organisatie en uitvoering

Hoe kan het dat we al 20 jaar landelijk laten onderzoeken wat de woningbehoefte is en hoe groot het woningtekort is, maar dat er al lang geen regie meer is om dit tekort daadwerkelijk op te lossen? Hoe kan het dat we in het klimaatakkoord harde afspraken maken over het terugdringen van CO2 uitstoot, maar dat we bij de realisatie hiervan onderaan de Europese lijstjes staan? In onze bestuurscultuur zijn beleid en uitvoering steeds verder uit elkaar komen te liggen. Ons land blinkt blijkbaar uit in verheven doelstellingspolitiek, maar vergeet, al dan niet bewust, daarna telkens om ervoor te zorgen dat die doelen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Het is daarom extra interessant hoe partijen deze bestuurscultuur willen doorbreken.

Sinds een jaar of tien wordt marktfalen ruimschoots overtroffen doorbeleidsfalen

Stelling 3

Er is een integrale en gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie nodig, gericht op het behalen van concrete resultaten, waarvoor ook de financiering is gewaarborgd.
Hans Leeflang (ex. ministerie Vrom) leidde de stelling in: ‘De stelling vraagt om een integrale gebiedsgerichte aanpak. Zonder samenhangende benadering lossen we de grote pijndossiers (stikstof, energietransitie, woningbouw) niet op. Aan de grote opgaven klimaat, natuur en verstedelijking voeg ik de transitie van de landbouw toe. We kunnen veel leren van de ervaringen in de Ruimtelijke Ordening in de vorige eeuw. Zo kon de Vierde Nota RO tot uitvoering komen door de Vierde Nota Extra (VINEX). Daarin werden juridische, financiële, bestuurlijke middelen gekoppeld aan de mooie doelstellingen van de Vierde Nota. En er werden succesvolle investeringsprogramma’s gestart, met intelligente spelregels, denk bijvoorbeeld aan de dubbele doelstelling bij Ruimte voor de Rivier, Schiphol en de Stationsomgevingen. Al die programma’s hebben NL mooier gemaakt. Nu moet er een NOVEX komen, de Nationale Omgevingsvisie EXTRA. Je geeft uit Den Haag wel voldoende middelen mee (financieel, juridisch) en slimme spelregels, zoals de dubbele doelstelling: de projecten moeten niet alleen bijdragen aan het sectordoel (meer duurzame energie, meer woningen), maar de leefomgeving moet er ook door vooruit gaan. Zo simpel als dat. Daarvoor is wel een versterking van het vak R.O. nodig, niet alleen landelijk (nieuw ministerie Vrom) maar ook in provincies en gemeenten.’
De CU vindt Ruimte voor de rivier een prima voorbeeld hoe het beter kan. Met zo’n integraal plan verdien je die die investeringen weer terug, respect voor het landschap maakt nieuwe publiekstrekkers. Twee derde van ons land is van boeren. De helft van die boeren heeft geen opvolger. Met een nationale of provinciale grondbank zouden we stoppende boeren moeten opkopen, deels voor natuurherstel, deels woningbouw. GL is het eens met de stelling, ze vindt dat het rijk te lang afwezig is geweest in gesprekken over R.O. De NOVI belooft wel een kentering, waarbij nieuwe ambities worden benoemd, maar grote ruimtelijke keuzes worden nog uit de weg gegaan. In de uitvoering kiest de NOVI vooral voor een decentrale aanpak, met een uitvraag aan regio’s om evt. NOVI-gebied te worden. Het is nog niet duidelijk wat regio’s hieraan kunnen hebben. De aanstaande Omgevingswet is volgens GL vooral een grote decentralisatieoperatie waarbij ontwikkelaars meer vrij spel krijgen, leidend tot juist minder rijksregie in de R.O. D66 deelt de stelling en vindt ook dat meer rijksregie nodig is, maar ‘de vraag  hoe is een puzzel voor gevorderden. De VINEX-opgave was meer dan een gebied aanwijzen om te bouwen, er zat een heel idee achter.’

Het CDA deelt de stelling, een gebiedsgerichte benadering kan leiden tot scherpere keuzes over waar binnenstedelijk of erbuiten moet worden gebouwd. Wel goed om aan de regio te vragen om dit uit te werken, met een aanwijzing van het rijk als laatste stok achter de deur. Het CDA wil daarom een nieuwe minister van volkshuisvesting, een ‘macher’ die weer de leiding neemt. De SP ziet veel mannen testosteronpolitiek bedrijven waarbij de R.O.-discussie wordt verengd tot één polder In Utrecht. Ze herinnert eraan dat Groningen altijd voor ons gas heeft gezorgd en dat Groningen nu opnieuw doelwit is voor grote zon- en windparken en zelfs een nieuwe kerncentrale. We moeten het ruimtelijk debat juist verplaatsen naar de opgave voor het hele land. Op maar 5% van onze daken liggen zonnepanelen en isolatie van gebouwen wordt niet serieus aangepakt. Ook in het landschap zien we gruwelijke dingen verschijnen stelt de SP.

GL vraag zich af of Den Haag nog wel in staat is om al die ambities integraal uit te voeren, het laatste decennium was de beweging immers omgekeerd. D66 denkt van wel, ‘we hebben daarvoor een nieuw ministerie van VROM nodig en een sterke Planologische dienst om de uitvoering te bewaken.’

Ook met deze stelling stemde een grote meerderheid van het publiek (> 90%) in.

Een nieuwe minister die alles oplost?

Alle partijen in dit debat zijn het erover eens dat er meer centrale regie vanuit het rijk nodig is, maar niet over de vraag waarom en hoe. We zien wel dat een aantal partijen vinden dat dit gesprek een vervolg moet krijgen dat verder gaat dan de vraag tot welke nieuwe combinatie van ministeries dit moet leiden. Als er alleen wordt gekozen voor de terugkeer van een ministerie van VROM blijven de andere beleidsvelden bij andere grote ministeries met veel invloed op het ruimtelijk beleid (EZK, LNV en I&W) buiten schot. Maar de beste combinatie van ministeries is niet de belangrijkste vraag. Om deze organisatorische puzzel op te lossen zouden partijen het vervolggesprek het beste kunnen beginnen met de vraag wat de kern van het probleem is en pas daarna te kijken welke verbeteringen nodig zijn om alle ruimtelijke ambities meer integraal en effectiever en aan te pakken.
Alle drie de stellingen worden ruimschoots ondersteund, zowel door de experts, de politici als het publiek. Als we de realisatie van al die ambities daadwerkelijk willen versnellen zou het mooi zijn als die conclusies een belangrijke hoeksteen gaan vormen van een nieuw regeerakkoord. De NOVI is inmiddels uitgemond in een uitvoeringsagenda 2021-2024, waarin vooral beschreven staat hoe regio’s kunnen worden betrokken en waarin zij worden uitgenodigd om zelf plannen in te dienen. Wat zij daar zelf aan hebben blijft vooralsnog onduidelijk. Als we terugkijken naar het succes van de Vinex-aanpak hebben we juist nu weer een nieuwe uitvoeringsstrategie nodig waarin de landelijke ambities worden uitgewerkt in integrale gebiedsgerichte plannen, een nieuwe Novex dus. Het nieuwe kabinet zou hier meteen een goede start mee kunnen maken.

Nu moet er een NOVEX komen:Nationale Omgevingsvisie EXTRA

Praten burgers mee in burgerfora?

Meer centrale overheidsregie brengt altijd het risico mee van een grotere kloof met de burgers. Met de nieuwe Omgevingswet dreigt inspraak te verworden tot lobbyacties van krachtige groepen met diepe zakken op locatieniveau, daar zullen gewone burgers snel bij afhaken. Om burgers meer te betrekken bij de politieke besluitvorming pleiten CDA, D66 en GroenLinks in hun verkiezingsprogramma’s voor de invoering van z.g. burgerberaden. Volgens de uitvinder van dit idee, David van Reybrouck, vormen burgerberaden of burgerfora een representatieve doorsnee van de bevolking die door loting tot stand komt. Zij brengen onafhankelijk advies uit over grote maatschappelijke kwesties. Het zou mooi zijn als het nieuwe kabinet direct vanaf de aftrap een begin maakt het organiseren van een landelijk burgerberaad over ruimte en wonen.

Reacties

Bouwstenen voor Sociaal 12 maart 2021 11:43

Wellicht een mooie aanvulling. Slim investeren in lokale voorzieningen. https://bouwstenen.nl/investeren_maatschappelijk_vastgoed_met_impact

Rob Schoonman - Geen 11 maart 2021 15:52

Ruimte&Klimaat: meer regie en samenhang in het nieuwe kabinet Het KNMI is bezorgd over het tempo waarin de klimaatmaatregelen worden uitgevoerd. Een nieuw kabinet zal een stap extra moeten zetten om de opwarming tegen te gaan. De Europese Commissie heeft haar op aanpassing aan de klimaatverandering gerichte strategie vernieuwd. Vergeleken met de eerste EU Adaptatie Strategie (2013) is de aandacht verschoven van het doorgronden van het probleem naar het zo snel mogelijk aanpakken daarvan. De nood is hoog want het economisch verlies door alleen al aan klimaatverandering gerelateerde extreme weersomstandigheden in Europa is schrikbarend toegenomen tot meer dan ? 12 miljard per jaar. Klimaatverandering beïnvloedt niet alleen de economie maar tevens de natuur en de volksgezondheid bijvoorbeeld door hittegolven. De hittegolf in 2019 eiste in Europa 2500 mensenlevens. En verschuivende klimaatzones brengen spreiding van vectorgebonden ziekten met zich mee. De binnen de klimaatwetenschappen in ontwikkeling zijnde kennis hierover is ook zeer ten nutte voor het beteugelen van de huidige pandemie. Op de inspirerende door Nederland op 25 en 26 januari jl. georganiseerde internationale Climate Adaptation Summit (CAS) is van veel kanten benadrukt dat het economisch en maatschappelijk herstel uit de pandemie moet worden aangegrepen voor duurzame vernieuwing en innovatie in het licht van de klimaatdoelstellingen. De budgetten voor bestrijden bij de bron en aanpassing aan de verandering die reeds plaatsvindt, moeten evenwichtig worden verdeeld. Aanpassing vergt voor 80% ruimtelijke oplossingen. Maar ook de energietransitie heeft enorme ruimtelijke implicaties. Ruimte en klimaat vragen om een stevige centrale regie van het komende nieuwe kabinet. De portefeuilleverdeling binnen het huidige kabinet is verkokerd. Ruimte, Wonen, Landbouw en Natuur, Infrastructuur, Water en Klimaat zijn verdeeld over liefst 4 ministers. Deze verkokering en de decentralisatie belemmeren een integrale aanpak. Met de stikstof-, CO2- en fijn stof crisis ondervinden we inmiddels waartoe dit leidt. De verantwoordelijkheid en de regisserende rol voor ruimtelijke ontwikkeling en klimaat moet in het komende kabinet worden belegd bij een aparte minister van Ruimte en Klimaat. Met het koppelen van Ruimte en Klimaat komen tevens financiële en andere instrumenten beschikbaar, waardoor de centrale regie extra uitvoeringskracht krijgt. Door deze bundeling van facetbeleid kan optimale afstemming van belangrijke sectoren plaatsvinden, zoals voor wonen, energie, landbouw, natuur en energietransitie. De noodzakelijke impulsen zoals voor woningbouw vereisen een integrale aanpak. Het nieuwe kabinet moet kunnen starten met een nationaal Uitvoeringsprogramma Ruimte&Klimaat 2021 ? 2030. Een steeds groeiende maatschappelijke coalitie staat te popelen om de toekomstige minister bij te staan in de weg naar een mooier en duurzamer Nederland. Zo heeft Urgenda een idee om landbouwgrond budgetneutraal te benutten voor woningbouw in combinatie met natuur en natuur-inclusieve agrarische activiteit. Voor de groeiende problematiek van goederenstromen over de weg als gevolg van de overal aan de rand van stedelijk gebied verrijzende gigantische distributiecentra biedt de Green Deal van de Europese Commissie een handvat voor innovatie in zowel binnenlands als grensoverschrijdend transport. De boodschap is: centrale regie voor het verwezenlijken van ruimtelijke- en klimaatdoelstellingen in samenhang, zowel binnen- als buitenlands! Rob Schoonman oud secretaris Rijksplanologische Commissie en projectcoördinator Kennis voor Klimaat Vincent van den Bergen oud hoofd mondiaal milieubeleid ministerie VROM en internationaal klimaatbeleid ministerie IenM

v.l.n.r. Pieter Grinwis, Sandra Beckerman, Daniel Koerhuis, Paul Gerretsen, Julius Terpstra, Matthijs van Neerbos. Foto Frank Wassenberg
bekijk ook
x Met het invullen van dit formulier geef je Ruimte en Wonen en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2021. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren