Kennisnetwerk over de leefomgeving

De waarde van het alledaagse Tineke Lupi, Platform31

ma 15 aug 2016

De participatiesamenleving en alle aannames, verwachtingen en idealen die aan dit best vage begrip kleven, zijn een geliefd onderwerp van discussie geworden onder wetenschappers en publicisten in Nederland.

In tijdschriften en op platforms rondom het sociale domein, worden met regelmaat hevige debatten gevoerd waarbij de kampen elkaar soms om de oren smijten met empirische feiten. Met het boek De waarde van het alledaagse stappen onderzoekers van het Brabantse opleidingsinstituut NHTV in deze discussie. Ondersteund door de provincie Noord-Brabant, gingen ze op zoek naar de betekenis van leefbaarheid, met nadruk op wat zij noemen ‘gewone wijken’. Daarbij wilden ze zo open en onbevooroordeeld mogelijk te werk gaan, simpelweg door met bewoners te praten en hun dagelijks leven in drie wijken in kaart te brengen. Dit om weg te blijven van beleidsaannames en sturende opzet in veel ander onderzoek naar burgers en buurten. Niettemin kiezen Beijer en zijn collega’s zo direct een positie in het debat. Ze keren zich, zonder dat verder te preciseren, tegen het vooringenomen beleid op gebied van leefbaarheid, participatie en zelfredzaamheid. Overheidsjargon vertelt volgens hen niet het verhaal van ‘de werkelijkheid’.

Grote ambities

Voor een relatief beperkte studie hebben de onderzoekers grote ambities. Ten eerste gaat het hen om inzicht in het alledaagse leven in gewone wijken. Daarnaast is er een methodologisch doel, het breken van een lans voor zogenaamd naturalistisch onderzoek. En ten slotte willen ze beleidsmakers en professionals een spiegel voorhouden, waardoor ze hun praktijken zullen veranderen. Het eerste aspect komt in het boek het beste uit de verf. Uit de beschrijving van de wijken Theresia in Tilburg, Brabantpark in Breda en Kortendijk in Roosendaal, krijg je echt een gevoel van het sociale leven. De onderzoekers komen met mooie anekdotes over het contact tussen buren waarin, door goed gebruik van citaten, verschillende kanten van het verhaal aan bod komt. De kaarten en foto’s maken de verhalen compleet. Voor wie bekend is met het vele onderzoek naar wijken en bewoners, levert deze studie niet veel nieuws op. Het bevestigt in feite wat we al weten, zoals dat vooral op het niveau van de straat en sub-buurt sociale contacten bestaan, deze vaak licht en deels functioneel zijn, kinderen ‘binden’ en maatschappelijke scheidslijnen zich in het leven binnen wijken manifesteren. Het onderzoek voegt hier meer inzicht in de omgang van bewoners met door het beleid gedefinieerde leefbaarheidsproblemen, aan toe. Dit komt vooral neer op aanpassingsvermogen, het tonen van begrip en elkaar zo nodig aanspreken, waarvoor het onderhouden van burencontact weer nuttig is. 

Waarde van goed onderzoek

De waarde van goed onderzoek is dat het inzicht geeft in een bepaalde thematiek en hiervan ook de nuance laat zien. De kwalitatieve methode biedt daartoe veel meer mogelijkheden dan de populaire enquêtes en monitoren die alles reduceren tot rapportcijfers en gemiddelden. Juist in een toenemend pluriforme samenleving als de onze, zijn studies als deze daarom van belang. Maar goed onderzoek durft ook scherpe conclusies te trekken door boven de directe gegevens uit te stijgen en patronen te zien. Met alleen te willen beschrijven help je de praktijk uiteindelijk weinig verder, want het is nooit mogelijk om alle aspecten van de complexe werkelijkheid in ogenschouw te nemen. Zelf laten de onderzoekers ook zien dat bewoners verschillende en dikwijls zelfs wisselende perspectieven hebben op het leven in hun wijk.

Weerbarstige diversiteit

Hoe ga je met deze weerbarstige diversiteit om? In het slothoofdstuk doen de onderzoekers een poging daartoe, door weer op te stijgen naar het startpunt van de betekenis van leefbaarheid tegen de achtergrond van de participatiesamenleving. Ze stellen dat het niet hun doel is de bekende kloof tussen de systeem- en leefwereld te overbruggen door instituties als ‘het kwaad’ aan te wijzen en bewoners heroïsche trekken toe te schrijven. Beiden werelden hebben hun waarde. Wat volgt is niettemin een zeer kritisch betoog over sociaal beleid na de oude verzorgingsstaat en de rol van het maatschappelijk middenveld daarin. Dit mondt uit in een oproep voor herwaardering van het vakmanschap van mensen ‘in het veld’. Professionals zouden moeten handelen op basis van hun beroepsmatige en praktijkkennis, opdat de sociale praktijken van bewoners niet worden vernietigd.

Aan het denken zetten

Een dergelijk pleidooi klinkt al jaren binnen het domein van het sociale werk, dat geteisterd wordt door bezuinigingen, aanbestedingen en beleidsmodes. Jammer alleen is, dat de onderzoekers van de NHTV zo weinig precies zijn in hun kritiek. Met slechts minimale verwijzing naar enkele begrippen, wordt de oude wijkaanpak op een hoop gegooid met de huidige decentralisatie van het sociale domein, waarvoor zowel het Rijk als gemeenten beleid maken. Omdat dit beleid zelf niet geanalyseerd is, lijkt het beeld daarvan als bevooroordeeld, vooral op vooronderstellingen van de onderzoekers gebaseerd. In het al hoog gepolitiseerde debat over de participatiesamenleving, schiet de studie daarom deels zijn doel voorbij. Dat laat niet verlet dat De waarde van het alledaagse een rijk en interessant boek is, dat veel lezers aan het denken zal zetten. En hopelijk inspireert het een nieuwe generatie studenten, onderzoekers en opdrachtgevers om aan de slag te gaan met de naturalistische methode. Weten is niet alleen maar meten, maar vooral goed kijken en luisteren.

De waarde van het alledaagse. Van beleidsdrang naar bewonersperspectief in de stadswijk.

Pieter Beijer, Ellen de Groot, Jolanda Hoeflak en Vincent Platenkamp, Trancity/Valiz, Haarlem, 2016

Isbn 9789492095169, 160 pp, € 19,50

Reacties

Copyright 2017 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren