Kennisnetwerk over de leefomgeving

"Het Rijk moet nu zijn verantwoordelijkheid pakken"
Robert Dingemans, Paul Gerretsen

ma 1 mei 2017
artikel

Nederland kan zich op ruimtelijk gebied, na jaren van crisis en gebrek aan investeringen, weer richten op de grote maatschappelijke opgaven met een impact op het land. Toenemende segregatie, klimaatadaptatie en de verduurzaming van de energieproductie: allemaal thema's die de komende regeerperiode moeten worden aangepakt. Eén keer in de twee weken vergadert in Den Haag het College van Rijksadviseurs (CRa), onderandere over deze thema's. De rol van de Rijksoverheid houden zij daarbij tegen het licht.

(vlnr) Floris Alkemade, Daan Zandbelt en Berno Strootman in overleg, Foto: Wilmar Dik Photograpy

Floris Alkemade, Berno Strootman en Daan Zandbelt vormen samen het college van Rijksadviseurs, een onafhankelijk adviescollege dat de regering gevraagd
en ongevraagd adviseert over negen actuele ruimtelijke thema’s (zie kader speerpunten). Alkemade: “In de wederopbouwtijd en daarna heeft de Rijksoverheid veel taken naar zich toegetrokken vanuit het ideaal van een maakbare maatschappij. Het afgelopen decennium heeft de Rijksoverheid weer veel van deze taken gedelegeerd. Juist omdat op het gebied van ruimtelijke ordening zaken spelen die wel degelijk van nationaal belang zijn, blijft de Rijksoverheid verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van andere overheden. Wat je ziet is dat de grote steden hun agenda wel kunnen organiseren. Het grote veld van kleine steden en landelijke gemeenten heeft echter geen stedenbouwkundige diensten meer die de nu noodzakelijke omgevingsvisie op de juiste manier kunnen gaan opbouwen. Juist in een tijd waar met de leegstaande winkelstraten veel binnensteden eroderen en ontwikkelaars samen met het grondbedrijf het bouwen buiten de stad aantrekkelijker vinden. De omgevingsvisie moet daar dringend richting aan gaan geven. Anders loop je het risico dat veel kansen en kwaliteiten verloren gaan, want als je als overheid de markt de juiste kansen wil bieden, vereist dan dat je ook heel helder bent in je ruimtelijke doelstellingen. Alleen dan kan de markt gericht voorsorteren en meedoen.”

Speerpunten

Het CRa heeft 9 verschillende speerpunten. De transitie naar een duurzame maatschappij met energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Betere koppeling tussen verstedelijking en mobiliteit, ruimte voor de fiets en de toekomst van de weg. En de transitie van het cultuurlandschap die gaat over bodemdaling, over landschappen van nationaal belang en de verduurzaming van de landbouw.

Stimuleren

Door de afstoting van verantwoordelijkheden van het Rijk en de herschikking van departementen is veel kennis uit het apparaat zelf verdwenen. Daan Zandbelt plaatst daar een kanttekening bij. “Veel van de nieuwe opgaven waar we nu voor staan, als de verduurzaming van energie- en voedselproductie, maar ook de sociale tweedeling, zijn nieuw. Daarover moet dus sowieso expertise over worden opgebouwd. Ik merk dat er steeds meer behoefte komt aan samenwerking tussen de departementen en met andere maatschappelijke partners. Dat zie je bijvoorbeeld goed bij DG Bereikbaarheid. Traditioneel een club waarbij je of over het openbaar vervoer ging of over de weg. Die spreken nu veel meer over mobiliteit als geheel, waarbij bereikbaarheid niet een doel op zich is, maar een middel om andere rijksdoelen te bereiken, zoals verstedelijkingsopgaven of economische ontwikkeling.   Als Rijksadviseurs is het onze taak om de rijksoverheid te stimuleren op grotere ruimtelijke schaal en op de lange termijn naar hun vraagstukken te laten kijken.”

De ontwikkelingen vanuit de overheid hebben veel invloed op het landschap

Floris Alkemade

Waarom zit je in het CRa?

“Als ontwerper bij OMA merkten we dat je als architect te vaak te laat in het proces betrokken werd. Je gaf antwoord op een vraag, terwijl die vraag door allerlei ontwikkelingen al weer achterhaald was. Dat merkten we bijvoorbeeld toen we een project deden voor Universal Studios in Los Angeles. Op het allerlaatste moment viel dat project uit elkaar, omdat Universal werd overgenomen door het Franse Vivendi en er geen behoefte meer was aan een hoofdkwartier buiten Frankrijk. De echt sturende krachten speelden zich buiten ons gezichtsveld af wat een heel frustrerend gevoel van onmacht gaf. Daar merkte ik hoe belangrijk het is meer inzicht te krijgen in het achterliggende krachtenspel. Het CRA biedt die kans waarbij we de ruimte hebben om na te denken over de vragen in plaats van alleen de antwoorden.”

Waar lig je wakker van?
“Ik lig niet zo zeer wakker van wat we doen, maar van wat we niet doen. Zien we iets over het hoofd of zijn we te bescheiden?”

Berno Strootman

Waarom zit je in het CRa?

“Het zijn spannende tijden. Er spelen veel opgaven die Nederland ingrijpend gaan veranderen. Ik vind het erg interessant en voel ook een verantwoordelijkheid om als Rijksadviseur, vanuit een ontwerpende invalshoek, eraan te kunnen bijdragen dat deze grote veranderingen nieuwe kwaliteiten gaan opleveren. Als landschapsarchitect met een eigen bureau kan dat natuurlijk ook, maar als Rijksadviseur zit je er veel dichter bovenop, en kun je meedraaien in de machinekamer van het Rijk, terwijl je toch een buitenstaander blijft. Een fascinerende rol. Ik trek in mijn dagelijkse werk veel samen op met stedenbouwkundigen en architecten, en ervaar de meerwaarde van die multidisciplinaire samenwerking, die we ook in het CRa hebben.

Waar lig je wakker van?
“Mijn ambitie is om nieuwe ontwikkelingen ten goede te laten komen aan de landschappelijke kwaliteit en dat is bij de energietransitie lastig. Vooral als het gaat om windmolens en zonne-panelen. Die hebben een enorme impact op het landschap.” 

Daan Zandbelt

Waarom zit je in het CRa?

Ik was een sporter in mijn jeugd. Ik deed veel aan wielrennen in de regio Twente, dus de regio was voor mij een gebruikelijke schaal. Ik vind het een hele eer om me hier mee te mogen bemoeien. Het is een interessant moment, omdat we na jaren crisis weer een grote opgave zien ontspruiten. Ik denk dat wij een mooie rol zouden kunnen spelen in het opnieuw definieren van wat de rol van de Rijksoverheid zou moeten zijn.

Waar lig je wakker van?

“Samenwerking met de markt is toch spannend. Niet iedereen marktpartij zit daar op dezelfde manier in. Bijvoorbeeld bij binnenstedelijk bouwen. Daar onderzoeken marktpartijen hoe groot de potentie is om binnen de stad te bouwen. Je ziet dat gebruikt om het positief te benutten; kijk eens hoeveel er kan. De andere helft zegt; geef ons die weilanden, want we hebben de ruimte nodig. Dat is wel een precair evenwicht. Toch ben ik blij dat we de samenwerking opzoeken. Dat is beter dan aan de zijlijn proberen het eigen gelijk proberen te halen.”

Effect op landschap

De ontwikkelingen die Nederland op ruimtelijk gebied doormaakt, hebben ontegenzeggelijk ook hun invloed op het landschap. Berno Strootman: “Onze ambitie is die ontwikkelingen zodanig sturing te geven dat ze een positief effect hebben op de kwaliteit van het landschap. De programma’s in het kader van de klimaatadaptatie zijn daar een mooi voorbeeld van, zoals Ruimte voor de Rivier en het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Het klimaat verandert, er moet worden gewerkt aan opvang van extra water en om de veiligheid te waarborgen moet het landschap worden aangepast. Daarmee kun je tegelijkertijd allerlei andere ambities waarmaken, zoals een aantrekkelijker leefomgeving. Ik ben als Rijksadviseur betrokken bij allerlei kwaliteitsteams die er mede voor zorgen dat die projecten niet alleen leiden tot klimaatadaptatie, maar ook tot een aantrekkelijk landschap.” Zandbelt: “Daar vang je ook meteen mooi onze rol als CRa en van ontwerpers in algemene zin. Zaken in een grotere context met elkaar verbinden, zodat je net weer wat meer kansen voor verrijking ziet dan de ploeg die zich er dagelijks mee bezighoudt. Je kunt naar dat landschap heel erg vanuit de boer, vanuit de waterhuishouding of vanuit natuurbeleving kijken, maar een blik van een ontwerper als relatieve buitenstaander kan er dan bijvoorbeeld ook de economische betekenis voor een stedeling aan koppelen.”

Mensen maken zich zorgen wanneer er ineens grote elementen, zoals windmolens, in het landschap staan

Kwaliteit van het landschap

De bemoeienis van de politiek met het landschap lijkt toe te nemen. Strootman: “Er komen meer Kamervragen over landschap. Waar je de afgelopen jaren zag dat de politieke opvatting was: het Rijk gaat niet meer over landschap, zie je nu in Kamervragen en politieke programma’s zorgen over het landschap terugkomen. Er zijn moties aangenomen over de herijking en modernisering van het instrument Nationale Parken, over de samenwerking tussen overheid en maatschappelijke organisaties bij de zorg voor het landschap en over de wenselijkheid van een monitoringsysteem voor het landschap. Inmiddels is de handschoen ambtelijk en bestuurlijk opgepakt. Zo moeten de Nationale Parken Nieuwe Stijl uitgroeien tot een sterk ‘merk’ met een internationale uitstraling en regionaal-economische betekenis. Als Rijksadviseur ben ik betrokken bij dat programma om er mede voor te zorgen dat kansen voor het vergroten van de landschappelijke kwaliteit worden benut. Opgaven als vergroening en verduurzaming van landbouw zijn ook heel actueel. Veel Nederlanders maken zicht, gelukkig,  zorgen over de kwaliteit van het landschap.  De transformatie van het Nederlandse cultuurlandschap neemt grote vormen aan, onder andere door grote (Rijks)programma’s zoals de energietransitie, de investeringen in bereikbaarheid en in het Deltaprogramma, de vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het afschaffen van de melkquota. Hoe zorg je enerzijds dat Nederland de duurzame transities begeleidt en implementeert en anderzijds dat het landschap zich in positieve zin ontwikkelt? Dat is - ook voor het CRA - een ingewikkeld vraagstuk.”

Rol ontwerper verandert

Alkemade: “De achterliggende mechanismen achter de grote opgaven in stad en platteland zijn ontzettend interessant, ze beïnvloeden elkaar en kunnen ook binnen enkele jaren helemaal omslaan. Denk eens aan ontwikkelingen als de zelfrijdende auto. Als die straks gemeengoed is, kan het zomaar zijn dat iedereen een langere reistijd voor lief neemt, omdat je toch in de auto kunt werken. Dan kan een grens van waar het interessant wonen is, ineens weer een stuk opschuiven. Ook dit soort mechanismen die je niet voorziet, blijken vaak heel bepalend te zijn. Dynamiek en golfbewegingen kunnen alle kanten op bewegen. Dat betekent dat de rol van een ontwerper ook verandert. Je moet zowel kunnen inspelen op technische en maatschappelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld de alsmaar toenemende maatschappelijke tweedeling: er zit zeven tot acht jaar verschil in levensverwachting tussen woonwijken die soms vlak naast elkaar liggen. Daarnaast hebben we te maken met de verstrekkende gevolgen van de op ons afkomende vergrijzingsgolf. Die kun je als ontwerper niet negeren. Ontwerpers kunnen verschillende disciplines bij elkaar brengen. In de vergrijzing zit een heel interessante ontwerpopgave die veel verder reikt dan alleen het aanpassen van een woning; de echte omwentelijk zal plaats moeten vinden op maatschappelijk en op stedenbouwkundig vlak. De noodzakelijke samenwerking tussen verschillende disciplines is iets waar ontwerpers in excelleren. Het bij elkaar brengen van verschillend, soms ook conflicterend gedachtegoed.

In deze voortdurende transformatie van ons land hebben ruimtelijke ontwerpers een belangrijke taak. Zij zijn in staat om integraal te denken en om samenhangende ruimtelijke concepten te creëren, die de bestaande ongeving als uitgangspunt nemen en nieuwe omgevingskwaliteit genereren. Wij zijn als Rijksadviseurs de verbindende factor tussen de rijksoverheid, de ontwerppraktijk en de samenleving.”

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Ruimte en Wonen en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren