Log in
inloggen bij Ruimte en Wonen
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Content / Artikelen

Maatschappelijke voorzieningen in de stad van de toekomst

Jutta Hinterleitner - 11 januari 2022

In deze tijden van grote transities, zijn ook de maatschappelijke voorzieningen in onze steden en dorpen buurten en wijken aan verandering onderhevig. Nieuwe concepten zijn nodig. Maar hoe ziet de maatschappelijke voorziening van de toekomst eruit? Om welke voorzieningen of combinatie van voorzieningen gaat het? En hoe worden deze geprogrammeerd nu planologische kengetallen niet meer bestaan? In een interview met Peter van Schie (senior stedenbouwkundige) en Marcel Hermans (programmamanager Verbeter Breda) van de gemeente Breda en met Pauline Tiecken (senior projectmanager) en Harro Wieringa (projectleider Stadscampus De Kien voor Deventer economisch perspectief) die voor de gemeente Deventer werken, en met CĂ©line Janssen (promovenda Leerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft op het thema sociale duurzaamheid in gebiedsontwikkeling) bespreken we aan de hand van concrete opgaven in de twee gemeenten de rol van maatschappelijke voorzieningen in de stad van de toekomst.

Het vertrekpunt voor het gesprek zijn ruimtelijke concepten voor sociaal inclusieve gebieden, die begin 2021 in workshops met de titel ‘De stad van de toekomst hier en nu’ zijn ontwikkeld. In deze workshops onder leiding van BNA Onderzoek en Vereniging Deltametropool is door ontwerpers en de bij dit interview betrokken ambtenaren gewerkt aan visies op stadscampus De Kien in Deventer, een kantoren- en onderwijslocatie tussen station en historische binnenstad, en aan Breda Noord, waar naoorlogse wijken aan weerszijden van de noordelijke rondweg vragen om gebiedstransformatie.

De eerste vraag gaat over de huidige ontwikkelingen ten aanzien van voorzieningen in buurten. Welke trends zien jullie in je stad ontstaan?
Harro Wieringa: “In Deventer gaan we van monofunctionele gebieden voor bijvoorbeeld wonen of kantoren in de toekomst steeds meer toe naar gemengde milieus. Daardoor ontstaat meer levendigheid door de dag heen, en mogelijkheden voor flexibel en meervoudig gebruik. Wat betreft de spreiding van voorzieningen, geloof ik in een verdeling op loopafstand.”
Pauline Tiecken vervolgt: “Wij werken breder in Deventer aan gemixte profielen van stedelijke plekken die bereikbaar zijn per fiets. Deventer is in 10 minuten per fiets te doorkruisen en heeft een prettige compactheid, waardoor je voorzieningen kunt spreiden en het nog steeds behapbaar blijft. In de stadscampus willen we naast de functies rondom mobiliteit die bij een stationsgebied horen, zoals overstapfaciliteiten ook het ontmoeten faciliteren. Ik merk dat wij hier nog te weinig aandacht voor hebben. Kan een mobiliteitshub ook een sociale functie vervullen voor een lokale community?”
Céline Janssen: “In mijn onderzoek ben ik erachter gekomen dat sociale duurzaamheid zich via verschillende voorzieningen en functies in de stad manifesteert. In fysieke voorzieningen zoals betaalbare woningen, winkelaanbod, parken. Maar ook in sociale functies, zoals ontmoeten, en in participatieve functies, zoals de mate van invloed en je gerepresenteerd voelen. Hier zijn combinaties uit te maken met de functies zoals mobiliteit. Maar dat is niet altijd even makkelijk, en lukt ook niet altijd even goed. Een ontmoetingsplek bij een mobiliteitshub is voor de gebruikers van de deelmobiliteit, dus niet per se voor iedereen. Als je niet aan het overstappen bent, is het niet heel waarschijnlijk dat je de hub als ontmoetingsplek gaat beschouwen. Soms zit iets als ontmoeten het ook in simpele basisvoorzieningen in de bestaande omgeving die we al kennen, zoals goede openbare ruimte, een lokale winkel of sportschool, vergeet die niet.”
Peter van Schie: “In Breda hebben we te maken met andere problemen. Hier zijn de kleine winkelstrips op buurtniveau al jaren geleden opgeheven in verband met leegstand. Het gevolg is een concentratie in het wijkwinkelcentrum, dat heel sterk is en goed functioneert. Maar voor de buurt loopt het kleinschalige elkaar ontmoeten daardoor achteruit. Ontmoeting speelt zich nu af in de openbare ruimte, buurtparken, maar ook rond de basisscholen en de zorg, en leunt dus nu op de sociale, en niet op de commerciële voorzieningen. Het is een kwetsbaar evenwicht. Wij geven hernieuwde aandacht aan het werken in de buurt, en zetten de rem op het opheffen van werkplaatsen. Kleinschalige werkgelegenheid is een belangrijke voorziening in de buurt. Naast sociaaleconomische kansen kan hier ook ruimte worden gecreëerd voor circulariteit, bijvoorbeeld reparatiewinkels.”

Wat zou de rol van bewoners, winkeliers en het bedrijfsleven en andere instellingen kunnen zijn in het 'runnen' van voorzieningen? Zijn er goede voorbeelden?
Céline Janssen: “Als je het hebt over een voorziening, denken we vaak aan een fysieke plek, terwijl het ook vaak een organisatorische voorziening is, een netwerk, een budget of een proces.”
Peter van Schie: “In Breda zijn inmiddels 500 wijkdeals gesloten, dit zijn afspraken met buurten over het mede onderhouden van het groen. Ook is er een buurtpunt[1] ingericht, waar gemeente, corporatie, politie en zorgpartijen spreekuur houden. Dit is een laagdrempelige en kleinschalige plek in de buurt, waar je even binnen kunt lopen. Het wijkpunt helpt de instellingen die er gebruik van maken ook hun netwerken in de buurt te vergroten.”
Pauline Tiecken: “Wat betreft de financiering, moeten we het hebben van samenwerking tussen partijen. Bewoners alleen redden dat vaak niet, er is backup vanuit de gemeente, corporatie of commerciële partij nodig.”
Harro Wieringa: “De kinderboerderij in Rotsoord[2], Utrecht is een voorbeeld waarbij de gemeente minimaal geld bijlegt, maar de bewoners het project openhouden. Er zijn voorzieningen aan gekoppeld zoals een boerderijwinkel, dierenpension en een horecavoorziening. Een ander voorbeeld is de buurtwinkel in Wilp[3], waar de boeren hun producten in een keet aanbieden en daarmee de buurt helpen met een winkel, maar ook hogere winstmarges voor zichzelf kunnen genereren.”
Peter van Schie: “In Hoge Vucht heeft coöperatie ‘Ons’[4]een sociaal initiatief opgezet waar onder andere een restaurant, een paramedisch centrum, een naaiatelier, en een schoonmaakbedrijf voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt deel van uitmaken. Mensen kunnen hier leren, werken en ontmoeten. Het gebouw is in bezit van de woningcorporatie, de gemeente draagt bij via subsidies. ‘Ons’ heeft een weg gevonden de mogelijkheden die zich voordoen ten volste te benutten, en weet commerciële en publieke geldstromen goed te verbinden en daarmee bij te dragen aan maatschappelijke brede doelen.”

Burgers en overheden ontwikkelen nieuwe manieren om elkaar te vinden

Hoe kun je vanuit de gemeente de ontwikkeling van voorzieningen anno nu aanjagen? Wat kan de omgevingsvisie betekenen?
Peter van Schie: “Ik pleit vooral voor iets meer planologie in het proces. Vroeger werd gewerkt met planologische kengetallen, waarmee de toegang tot voorzieningen voor alle groepen geborgd werd. Nu doen we dat niet meer, en weten we ook niet meer precies welke voorzieningen nodig zijn. We werken meer vraaggericht, maar wie doet dan de uitvraag? En wie vraagt? Voor mijn gevoel zouden we weer iets meer planologie moeten bedrijven, om vanuit de publieke kant een goede verdeling in het sociaal domein te borgen. Er ligt tegenwoordig een enorme focus op wonen. Maar om goed te kunnen wonen moet je een goede gemeenschap hebben, en daarvoor zijn goede voorzieningen voorwaardelijk. Je moet de integraliteit van het sociale en het fysieke domein scherp op je netvlies hebben. Dus stel in de bestemmingsplannen de maatschappelijke functie vast! Dan blijft de prijs laag en kunnen de maatschappelijke voorzieningen eerder tot stand komen. Je ziet nu een tendens dat maatschappelijk vastgoed wordt ingevuld door wonen.”
Marcel Hermans: “We werken ook op een nieuwe manier. Waar de omgevingsvisie ophoudt, begint het programma Verbeter Breda, dat de toenemende tweedeling in de samenleving een halt wil toeroepen. In het kader van dit programma zijn gespreksarena’s georganiseerd, en praten we vanuit het programma nu door met ondernemers, onderwijs en bewoners om te kunnen besluiten op welke manier de voorzieningen in de buurt het beste ontwikkeld kunnen worden. Het ouderwetse buurthuis beantwoord niet langer de vraag, maar initiatieven zoals ‘Ons’ laten multi-level oplossingen zien die kansrijk en eigentijds zijn.”
Harro Wieringa: “Ik denk dat beleid uitrollen alleen niet de oplossing is. Burgers en overheden ontwikkelen nieuwe manieren om elkaar te vinden, niet alleen fysiek, maar ook door digitalisering en tech. Gemeentes acteren hier ook op. In Schiedam hebben ze een content creator[5]voor de social media aangetrokken, een studente die in de buurt beweegt. Zij maakt ‘klimaatvlogs’ over lokale initiatieven die bijdragen aan een beter klimaat, en treedt op die manier op als een linking pin tussen gemeente en burgers.”

Hoe kun je ervoor zorgen dat de voorzieningen aansluiten op de vraag van bewoners? En is dit de opstap naar maatschappelijke voorzieningen 2.0?
Harro Wieringa: “De gemeenten maken al grote stappen. Er is in veel gemeenten al een ‘ondernemende ambtenarij’, die dicht op de burgers en bedrijven zit. Voor burgers is het soms moeilijker, zij weten niet altijd waar ze de deurbel moeten vinden. Wie aanspreken, waar kunnen ze met hun vraag terecht? Gemeentehuizen worden door hen nog te veel als ambtenaarsbolwerken gezien. Wat we nodig hebben zijn laagdrempelige buurtaanspreekpunten die de weg weten en van advies kunnen dienen. Het menselijk contact blijft hierin essentieel. Ik zie verbindingspersonen die zijn gelieerd aan de buurt én aan de gemeentes als een nuttige rol daarin.”
Pauline Tiecken: “De ondernemende ambtenaar vind ik een mooi beeld. De ambtenaar die de wijken intrekt, ik denk dat dat al steeds vaker gebeurt. Maar het gemeentelijke apparaat inclusief hoe het functioneert met een college en een raad, kan daar nog niet altijd voldoende op in spelen. De ondernemende ambtenaar kan de werelden van de besluitvorming en van de uitvoeringspraktijk in de wijken nog niet altijd snel en goed verbinden. Beleid en praktijk zijn vaak nog te verschillende beleef- en werkwerelden.”
Marcel Hermans: “Wij komen er bij het uitwerken van de gespreksarena’s die wij begeleiden achter dat verschillende partijen verschillende abstractieniveaus hebben als ze met elkaar in gesprek gaan. Wat bestuursvoorzitters van woningcorporaties zeggen, is van een andere orde dan wat bewoners zeggen. Daardoor verloopt een gesprek tussen beide niet automatisch succesvol. De bewoner zit met concrete vraagstukken op een concrete plek, de bestuurder denkt meer in grote lijnen.”
Céline Janssen: “In mijn onderzoek zie ik dat er eigenlijk geen enkele professionele partij, en trouwens ook geen enkele bewoner is, die alles overziet van wat er in een wijk gebeurt. De verschillende leefwerelden zijn er gewoon. Waar zit dan de grens van hoe goed je de behoeften van bewoners in beeld kan krijgen, en daarin kan faciliteren? Waar heb je als professional invloed op en hoe kun je als stedenbouwkundige of als lokale buurtcommissie overzicht krijgen?”
Marcel Hermans: “Mijn advies is: Ga in vredesnaam naar buiten! Als je nooit buitenkomt, zul je het nooit weten.”
Peter van Schie: “Wij proberen in onze omgevingsvisie de systeemwereld en de leefwereld bij elkaar te brengen. Bijvoorbeeld interpreteren wij op systeemniveau groen als plek voor biodiversiteit en waterberging, maar op niveau van de leefwereld als ruimte die bijdraagt aan gezondheid en sociale ontmoeting. Het systeem/de lange termijn en het leven/vandaag de dag verenigen we op die manier. En wij voeren hier gesprekken over met de collega’s van sociaal domein, met als doel aan een betere gemeenschap te werken.”

Wij proberen in onze omgevingsvisie de systeemwereld en de leefwereld bij elkaar te brengen

Tot slot
Celine Janssen: “Dit gesprek ging vooral over hoe we dichter bij de leefwereld kunnen komen van de mensen die de plekken gebruiken die we aan het ontwerpen zijn. En wat zijn de manieren om dichter bij de leefwereld te komen? Zijn dat linking pin personen? Of zijn dat social media platforms? Of is dat de inrichting van een buurthuis in een wijk? Of is het de verandering van de talen die we spreken? Het meer leren kennen van elkaars werkvelden? Het is mooi om te zien dat er zoveel motivatie is om hier antwoorden op te zoeken!”

Voetnoten
[1] https://www.alwel.nl/Nieuws/2380/nieuwbuurtpunt-in-fellenoord--schorsmolen
[2] https://nieuwrotsoord.nl
[3] https://www.trouw.nl/economie/desupermarkt-2-0-slaat-aan-in-wilp-bij-onsbepaalt-de-boer-de-prijs~b325960a/
[4] http://www.onsingeeren-zuid.nl
[5] https://www.youtube.com/watch?v= nm4BsrYe0HI

Reacties

Deventer als een grote samenhangende 'stadscampus'
x Met het invullen van dit formulier geef je Ruimte en Wonen en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2022. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren