Kennisnetwerk over de leefomgeving

Nieuwe perspectieven voor een verstedelijkte delta Erik Opdam, NC Advies

za 6 jun 2015

In 2011 honoreerde NWO een onderzoeksvoorstel naar integrale planning en ontwerp in de delta. Onderzoekers van TU Delft, Wageningen Universiteit en Erasmus Universiteit Rotterdam werkten drie jaar samen met onderzoeksinstellingen PBL, Deltares, TNO en Geodan en adviesbureaus MUST Stedenbouw, H+N+S Landschapsarchitecten, RoyalHaskoningDHV en HKV-Lijn-in-water.

Het consortium heeft de historie geschetst, de actualiteit en de mogelijke toekomst van het gebied tussen Rotterdam en Antwerpen, tussen Noordzee en Bergen op Zoom: de Zuidwestelijke delta. De blik was gericht op analyse, ontwerp, planning en besluitvorming. Een omvangrijke opgave, zelfs als je ‘de Delta’ beperkt tot ‘de monding’ en het gebied vanaf Kortrijk, Roermond, en Lobith gemakshalve niet meerekent. Overigens honoreerde NWO gelijktijdig het project ‘Delta Oost’, gericht op stedelijke en rivier gebonden ontwikkeling van Rijn en Waal waaraan ik zelf heb meegewerkt. De onderzoekers van de Zuidwestelijke delta wisten zich ondersteund door medewerkers van overheden, bedrijven en instellingen; achttien van hen zijn medeauteur. Han Meyer (TU Delft), Arnold Bregt (WUR), Ed Dammers (PBL) en Jurian Edelenbos (Erasmus) voerden redactie en schreven mee.

Veel auteurs aan zo’n omvangrijke opgave laten werken, leidt vaak tot de valkuil waarin ieder de eigen mappen met modellen en citaten leegt en – als je pech hebt – die eerst nog een paar keer laat lazeren. Gelukkig gebeurt dat hier niet. In tien bondig geschreven hoofdstukken komen veel theorieën en analysemethoden langs, maar altijd helder gerelateerd aan de Zuidwestelijke delta. De laatste drie hoofdstukken beschrijven kort hoe zij actueel toepasbaar en toetsbaar zijn in de regio, vergelijken het met andere delta’s in de wereld en geven conclusies en reflectie. Gelukkig bevatten de eerste zeven hoofdstukken veel voorbeelden, voorstellingen en verhalen. Die maken de analyse goed te volgen. Toch vraagt deze aanloop in zeven flinke theoretische en methodische stappen naar de korte hoofdstukken met regionale en internationale toepassing en conclusies veel geduld van de lezer. Daar staat tegenover dat de indeling en de vele illustraties uitnodigen tot selectief lezen en zo vind je een eigen weg in dit stroomgebied van toegepaste deltawetenschap.

De hoofdstukken zijn thematisch geordend van analyse van het complexe en dynamische systeemkarakter van de delta, de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis, toekomstverkenning, actorenanalyse, ruimtelijke plananalyse tot de toepassing van een geo-informatiesysteem voor visie en besluitvorming. Daarna volgen de regionale toepassing, internationale vergelijking en conclusies. Steeds staat het concept ‘complex adaptief systeem (CAS)’ centraal: ontwikkelingen in een verstedelijkte delta beïnvloeden elkaar in sterke mate, zij geven dynamiek en de bewoners moeten anticiperen op een onzekere toekomst. In het verleden is het aanpassend vermogen van het systeem verminderd door het fixeren van de subsystemen waterveiligheid, natuur, bedrijvigheid. Te verwachten toekomstige veranderingen (klimaat, wereldeconomie) eisen juist méér aanpasbaarheid en dat gaat de huidige planning en besluitvorming te boven. De actoren in het gebied hebben zich ook nog vastgelegd in ‘configuraties’ zoals ecologie, waterwerken, recreatie, havens. Die reageren in wisselende coalities of opposities op de ontwikkelingen. Dat vraagt veel van de planning en besluitvorming, maar biedt ook kansen. Verschillende toepassingen van ruimtelijk ontwerp en analyse tonen zowel dreigende conflicten, als potenties voor gebiedsontwikkeling, met name aan de randen van de eilanden. We hebben dus een complex systeem met steeds hogere eisen voor aanpassing dan de historisch gegroeide situatie aankan, die de maatschappelijke groepen uitdagen om vertrouwde stellingen te verlaten en die kansen en bedreigingen biedt. Een digitaal systeem voor geo-informatie wordt te hulp geroepen om hiervan kaartbeelden en beslissingsreeksen te maken.

Dat is aardig, maar is denkelijk een buitenbeentje in het onderzoek: het maakt het probleem nogmaals duidelijk en levert niet de beloofde visie of 'decision support’. We mogen meer verwachten van de plan- en besluitvorming om complexe adaptieve systemen aan te sturen. Hiervoor presenteren de stedenbouwkundigen in het gezelschap hun Robuuste Adaptieve Raamwerk en de bestuurskundigen hun Adaptieve Delta Governance. Dat sluit aan bij de ‘casco-planning’ in de ruimtelijke ordening en bij de gedachten van ‘Ruimte voor de Rivier’ meer stroomopwaarts in de delta. Die bieden voldoende zekerheden voor veiligheid, zonder het gebied keihard vast te leggen. Het robuuste ontwerp met een zekere overmaat en inzet van binnendijks gebied voor veiligheid, maakt het mogelijk om daarbinnen of daar bovenop kansen te beiden voor actuele ontwikkelingen. Er is ruimte om toekomstige veranderingen (bijvoorbeeld klimaateffecten) op te vangen door dijkverhoging, compartimentering, waterbergingsgebieden, natuurbuffers.

Dat moet ook voor de Zuidwestelijke delta kunnen. De sturingsfilosofie die daarbij past is een mix van hiërarchie, netwerk en zelfsturing. Deze governance wordt voor de Zuidwestelijke delta vooral op ruimtelijk schaal uitgelegd: vastleggen van alleen de hoofdlijnen (‘de basiswaarden in deltasystemen’) op nationaal niveau, waarbinnen de regionale en lokale actoren over invulling beslissen of particulieren zelf verantwoordelijkheid nemen. Deze samenhang van overheidsorganisatie en zelfsturing verdient meer uitwerking dan deze ‘van grof naar fijn’ aanpak. Bedrijven en burgers zetten zich ook in voor het realiseren van regionale en nationale doelen. Dat zagen wij in ‘Delta Oost’ in de samenwerking tussen overheden en vastgoedeigenaren bij herstructurering van stedelijke agglomeraties. En bij het beheer van complete uiterwaarden langs de rivier door collectieven van eigenaren die zowel de nationale waterveiligheidsnormen als de Europese Natura2000 realiseren.

De voorbeelden uit delta’s in de wereld vormen – net als het hoofdstuk over digitale geo-informatie – een intermezzo in het boek. Duidelijk is dat men daar ook experimenteert met het complexe adaptieve systeem en governance. Dat wekt vertrouwen in de voorgestelde aanpak, maar wat doen we ermee in de Zuidwestelijke delta? Die vraag blijft ook wat hangen na het zeer beknopte hoofdstuk met conclusies en reflectie. We moeten niet streven naar totale integratie in één systeem, maar de verschillende subsystemen slim op elkaar afstemmen. Daar is tegenwoordig iedereen het wel mee eens. De studie levert volgens de auteurs ‘geen nieuwe methode, die als ‘kookboek’ kan worden toegepast’. De relevantie zat duidelijk in het experimenteren met de verschillende methoden in de Zuidwestelijke delta. Daar heeft men een eerste adaptieve aanpak gekregen. Andere regio’s kunnen hun eigen menu samenstellen uit deze inspirerende beschrijving van de gerechten.

Nieuwe perspectieven voor een verstedelijkte delta

Han Meyer, Arnold Bregt, Ed Dammers, Jurian Edelenbos, Amsterdam 2014

Isbn 9789081445504, 236 pp, € 29,95

Reacties

Nieuwe perspectieven voor een verstedelijkte delta
bekijk ook

Recensies

Copyright 2018 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren