Kennisnetwerk over de leefomgeving

Stadsperspectieven. Europese tradities in de stedenbouw Klaske Havik, TU Delft

di 21 jun 2016

In zijn essay over het ‘illustere netwerk’ de Lunar Society beschrijft Kees Doevendans hoe een groep ‘maatschappelijk en wetenschappelijk betrokken individuen’ maandelijks bij volle maan bijeenkwam in Birmingham, en sprak over actuele vraagstukken van die tijd.

De stad, veranderend door de industrialisatie, ten prooi aan vervuiling, armoede en cholera, was een belangrijk gespreksonderwerp. Binnen het netwerk droegen de verschillende visies, achtergronden en vakgebieden van de deelnemers bij aan de ontwikkeling van nieuwe ideeën over bijvoorbeeld het verband tussen stedelijke hygiëne en gezondheid.

Gedeelde passie

Ook het boek Stadsperspectieven is ontstaan uit een gemêleerde groep mensen met een gedeelde passie voor en interesse in de stad. Het boek ademt het gezamenlijk plezier in het ontrafelen van achtergronden, het achterhalen van sleutelfiguren en het zoeken naar achterliggende oorzaken van stedelijke fenomenen. Deze groep, losjes georganiseerd rond de het onderzoeksprogramma Urbanisms in Eindhoven, met Kees Doevendans als sleutelfiguur en met intensieve contacten in Nederland, Vlaanderen en elders in Europa, kijkt inderdaad vanuit uiteenlopende perspectieven naar de stad en stedenbouw. Chronologisch geordend, van de late middeleeuwen via periode van de verlichting en industrialisatie, naar de moderne stedenbouw, en met een laatste deel dat de hedendaagse omgang van de stedenbouw met verleden, heden en toekomst bevraagt, biedt het boek in uiteenlopende teksten telkens een andere blik op de stad.

Geografische invalshoek

Enkele bijdragen kiezen een geografische invalshoek, zo wordt geschreven over het zeventiende-eeuwse Amsterdam en Parijs en over het moderne Rome en Moskou. Ook wordt ingegaan op de verbanden tussen geografisch uiteenliggende plekken, op de manier waarop ideeën over stedenbouw zich rond de wereld verplaats(t)en. Anne Schram bespreekt hoe het Spaanse militaire kamp Santa Fé in Andalusië van eind vijftiende eeuw waarschijnlijk  model heeft gestaan voor het grid van de koloniale steden in Midden- en Zuid-Amerika; Cor Wagenaar en Noor Mens beschrijven de wisselwerking tussen Amerika en Duitsland in het naoorlogs culturele leven – de migratie van Duitse intellectuelen, bijvoorbeeld vanuit de Bauhaus-groep, naar Amerika is van grote invloed geweest op architectuur en stedenbouw in Amerika, terwijl andersom de ideeën over het modernisme via Amerika weer terugkeerden in Europa.

Modernisme en moderniteit

Het modernisme en de moderniteit komen in Stadsperspectieven meermaals aan de orde. Sylvain de Bleeckere spreekt onder meer aan de hand van Nietzsche over de ‘januskop’ van de stad in de belle époque: de modernisering van het stedelijk leven leidt dan tot een tweeledig beeld van de stad: enerzijds is men positief ten opzichte van de moderniteit, vanwege de ongekende mogelijkheden, de ongebreidelde creativiteit en de vooruitgang, tegelijkertijd ontstaat er een uitgesproken negatief beeld: nostalgisch tegenover het verlies van waarden zoals natuur en religie, en angstig voor de gevaren die de moderne stad, met zijn eigenwaan, zijn destructieve capaciteit en neiging tot excessen, zoals prostitutie en verslaving, met zich meebrengt. Een thema als het verlies van religie komt aan de orde in het essay De ontgoddelijkte stad, een van de drie bijdragen van Kees Doevendans.

Filosofisch perspectief

Vanuit een meer filosofisch perspectief haalt Jacob Voorthuis de moraalesthetiek van Pugin aan, die de ‘moderne’ omgang met armen en behoeftigen met lede ogen aanziet, en daartegenover een nostalgisch beeld plaatst van stedelijke gemeenschappen in de veertiende eeuw. Hij doet dit aan de hand van het straatje Vicar’s close in Zuid-Engeland, en test zijn eigen moraalesthetiek vanuit de eenvoudige, maar heldere vraag die iedereen zich stelt bij het bezoeken van andere oorden: ‘Zou ik hier willen wonen?’ De tekst biedt een prettige balans tussen filosofische beschouwing en de ontmoeting met een daadwerkelijke stedelijke ruimte.

Methodologische invalshoek

Naast deze geografische, thematische en filosofische perspectieven kiezen enkele auteurs een methodologische invalshoek. Esther Gramsbergen en Reinder Rutgers gaan beiden in op de morfologie als benadering in stedenbouwkundig onderzoek. Waar Gramsbergen zich richt op de toepasbaarheid van Conzen’s stadsmorfologische begrippen voor de analyse van de Hollandse stad, toont Rutgers hoe de morfologische benadering als een alternatieve onderstroom aanwezig was in het Europese denken over de stedenbouw in de twintigste eeuw.

Herdefinitie vak

De teksten in het laatste deel van het boek bevragen vooral het vakgebied zelf. Jos Smeets beschrijft verschillende tendensen in de stadsvernieuwing, Johan van Zoest speculeert over de manier waarop big data het vakgebied zullen invloeden, terwijl Bernard Colenbrander zich kritisch uitlaat over de manier waarop stedenbouwer, architecten en zelfs monumentenzorgers tegenwoordig historisch erfgoed koesteren, zonder daarbij de werkelijke historische betekenis ervan te kennen. Stadsperspectieven besluit met een voorzichtige herdefinitie van het vak door Michiel Dehaene: moeten we niet spreken over ‘verstedelijkingskunde’, het omgaan met verstedelijking en de steeds veranderende stad, in plaats van nog steeds te denken dat we steden volgens planmatige modellen kunnen bouwen?

Breedte en diepte

Ondanks deze prikkelende vraag is Stadsperspectieven is geen boek met een uitgesproken agenda. Net als bij de Lunar Society, waar verschillende lijnen en interesses op een productieve manier bij elkaar kwamen en zelfs nu nog resoneren in het stedelijk denken, toont Stadsperspectieven waartoe een groep ‘maatschappelijk en wetenschappelijk betrokken individuen’, met een gedeelde passie voor en interesse in de stad in staat is, zonder daarbij een denkwijze op te leggen. In plaats van een visie op de stedenbouw in nauwe zin op te dringen, toont het boek de stedenbouw als een uitwaaierend vakgebied dat vele disciplines en tijden beslaat, als een landschap dat meandert, dat organisch en veranderlijk is, en waarin bepaalde methodes, thema’s en filosofische noties mogelijk houvast bieden. De bijdrages, eerder essays dan puur wetenschappelijke beschouwingen, zijn stukken die je liefst wekelijks in de krant zou lezen: ze bieden kennis en informatie en brengen je naar nieuwe plekken – zowel letterlijk, naar stedelijke ruimtes, als figuurlijk, naar posities in het vakgebied. Stadsperspectieven laat daarmee de breedte en diepte van het denken over de stad in al haar rijkdom zien.

Stadsperspectieven; Europese tradities in de stedenbouw

Anne Schram, Bernard Colenbrander, Kees Doevendans en Bruno de Meulder (red.)

Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2015

Isbn 9789460042249, 320 pp, € 24,95

Reacties

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren