Kennisnetwerk over de leefomgeving

Van maatschappelijk gat naar maatschappelijk speelveld
Marja Elsinga

di 31 juli 2018

De nieuwe Woningwet is helder over de rol van woningcorporaties, zo concludeert de huidige minister van Wonen Ollongren elders in dit nummer. Terug naar de kern, huisvesting voor lage inkomensgroepen, verder geen franje en niet zeuren over de verhuurderheffing. Woningcorporaties zijn er voor betaalbaar residentieel vastgoed voor de minderbedeelden. De ruimte voor uitgaven voor leefbaarheid van dit residentieel vastgoed is beperkt tot 174 Euro per woning per jaar. De taak voor woningcorporaties is daarmee helder geworden!

De Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties onderbouwt de noodzaak tot helderheid. Woningcorporaties zijn te ver gegaan: de tunnel in Deventer en het stoomschip in Rotterdam zouden met de kennis van nu niet meer worden goedgekeurd als investeringen voor leefbaarheid. Een interessant gegeven is wel dat wethouders en het ministerie verantwoordelijk voor woningcorporaties, destijds blij waren met deze brede interpretatie van wonen. De vraag is hoe het anno 2018 staat met de verwachtingen van met name lokale partners ten aanzien van woningcorporaties?

Het is helder dat de tunnel en het stoomschip niet meer tot het domein van woningcorporaties behoren. Maar hoe zit het met allerhande leefbaarheidsactiviteiten gericht op kwetsbare groepen en kwetsbare wijken. Wie pakt al die zaken op die woningcorporaties niet meer doen sinds de nieuwe Woningwet. Zijn gemeenten in staat om dit “maatschappelijk gat” te dichten zoals minister Ollongren voorstaat?

Als het gaat om de zorgtransitie en het streven naar “langer zelfstandig wonen” van ouderen en bijzondere doelgroepen, wordt er vaak een voorbeeldrol verwacht van woningcorporaties! Ook als  het gaat om de energietransitie, dan wordt er een “startmotorfunctie” van woningcorporaties verwacht. Het klimaatakkoord vraagt grote “startmotor investeringen”. Het gaat hier om rollen die niet omschreven staat in de Woningwet. De (impliciete) verwachtingen over zorg en energie ten aanzien van woningcorporaties staan op gespannen voet met de nieuwe helderheid die de Woningwet uitstraalt.

De vraag is hoe dit maatschappelijk gat al dan niet gevuld wordt in de lokale prestatieafspraken. In hoeverre blijven woningcorporaties binnen het landelijk kader van de Woningwet en voldoen ze aan de verwachtingen van alle nieuwe controleurs die in stelling zijn gezet. In hoeverre komen ze tegemoet aan de (impliciete) verwachtingen van gemeenten en bewoners in de lokale prestatie afspraken?

De energie- en zorgtransitie staan voor de deur en betekenen een grote opgave voor lokale overheden. Ook van burgers wordt het nodige verwacht in de participatiesamenleving anno 2018. Wat is in deze context de verwachte maatschappelijke meerwaarde (public value genoemd door Jos Koffijberg in dit nummer) van woningcorporaties? Als het gaat over de goede dingen doen gaat het dus niet alleen over wonen, maar vooral ook over zorg en energie. De organisatie van wonen is cruciaal voor het realiseren van zorg- en energieambities en dus niet alleen een zorg voor minister Ollongren, maar ook voor de ministers De Jong en Wiebes!

Er zijn twee oplossingen voor het dichten van het maatschappelijke gat: zorgen dat lokale verwachtingen zich aanpassen aan de wet of zorgen dat de toepassing van de wet zich aanpast aan de lokale verwachtingen. Ik ben voorstander van de laatste optie omdat lokaal maatwerk de kern is van de maatschappelijke meerwaarde van woningcorporaties. De experimenten met het visitatiestel voor woningcorporaties waarin de opinie van lokale stakeholders centraal staat, bieden mogelijkheden om de lokale opgave meer deel uit te laten maken van het verantwoordingssysteem.

Benoem het maatschappelijk gat: de zaken die corporaties niet meer doen sinds de Woningwet 2015 en hoe belangrijk die zijn voor de kwaliteit van de stad of het dorp. Maak vervolgens afspraken over wie ze oppakt; gemeente, bewoners, woningcorporaties of concludeer dat andere lokale partners zoals zorginstellingen en investeerders in het middensegment hiervoor nodig zijn. De focus dient te liggen op wat er lokaal nodig is: opdat het maatschappelijk gat een maatschappelijk speelveld mag worden!

 

Marja Elsinga is Hoogleraar Housing Institutions & Governance aan de Faculteit Bouwkunde, TU Delft. Tevens is ze vicevoorzitter van het College van Deskundigen van de Stichting Visitatie Woningcorporatie Nederland (SVWN) en vicevoorzitter Nederlandse Woonbond

Reacties

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren