Kennisnetwerk over de leefomgeving

Via Parijs
Een ontwerpverkenning naar een klimaatneutraal Nederland
Miriam Ram

di 11 februari 2020
artikel

Hoe kan Nederland eruit zien als we over 30 jaar de energietransitie hebben doorgemaakt? Met de ontwerpverkenning Via Parijs laat het College van Rijksadviseurs zien hoe we de energietransitie de komende decennia gestalte kunnen geven. Een inspirerend toekomstbeeld dat voortkomt uit ruimtelijke keuzes én de logica van systemen. Deze transitie kan helpen onze leefomgeving te verbeteren, als we durven kiezen voor een integrale en samenhangende aanpak.

Er wordt in Nederland hard gewerkt om ruimte te maken voor de overgang naar een duurzaam energiesysteem. Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijkspartijen werken samen in dertig Regionale Energie Strategieën (RES-en) om tot voorstellen te komen voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en infrastructuur.
Maar wat zijn nu de ruimtelijke gevolgen van de energietransitie? Een inspirerend toekomstbeeld, dat toont wat er mogelijk is en het maatschappelijk debat voedt, kan helpen om deze transitie efficiënt en effectief te laten verlopen. Ook kan zo’n ruimtelijk beeld voor Nederland behulpzaam zijn bij het maken van de RES-en. De opgave van de eigen regio krijgt daarmee een verbinding met het grotere geheel. Het College van Rijksadviseurs (CRa) vindt zo’n toekomstbeeld onmisbaar en heeft daarom samen met Studio Marco Vermeulen een ontwerpverkenning gemaakt van een klimaatneutraal Nederland in 2050.
In Via Parijs wordt verder gekeken dan de afspraken uit het Klimaatakkoord tot 2030, naar het moment waarop Nederland volgens de Parijse afspraken vrijwel CO2 -neutraal zal zijn. Dit levert een groter verhaal over Nederland op dat richting kan geven aan de transitie naar een postfossiele samenleving. In Via Parijs is de totale opgave voor CO2 -reductie in nationaal perspectief geplaatst. Tegelijkertijd is de opgave verbonden met andere opgaven zoals het verduurzamen van de landbouw en de woningbouwopgave, en met de bestaande kwaliteiten van ons land. Vanuit het wenselijke, samenhangende beeld van een klimaatneutraal Nederland in 2050 wordt terug geredeneerd naar de belangrijkste keuzen die het Rijk en zijn partners nu al zouden moeten maken om doeltreffend naar Parijs te koersen. In dit artikel wordt een korte toelichting gegeven op deze keuzes.

"Windturbines op land komen idealiter in een beperkt aantal grootschalige clusters"

Benut potentie ondergrond

Een groot deel van de benodigde maatregelen en infrastructuur kan ondergronds worden gerealiseerd. Denk bijvoorbeeld aan netwerken voor warmte, waterstof en groen gas die ondergronds, veelal met behulp van bestaande infrastructuren of in bestaande ruimtelijke reserveringen een plek kunnen krijgen. De ondergrond kan daarnaast benut worden als bron voor warmte (bijvoorbeeld geothermie en aquathermie), voor de opslag van warmte (WKO) en voor de opslag van waterstof in lege gasvelden of zoutcavernes. De Nederlandse bodem biedt veel kansen om op verschillende dieptes een duurzaam energiesysteem te ondersteunen. Dit vraagt om ruimtelijke planning en samenhangend beleid in drie dimensies zodat systemen elkaar niet gaan verstoren, onze zoetwatervoorziening wordt gewaarborgd en aanwezige potenties optimaal benut kunnen worden.
Door op grotere schaal te opereren ontstaan voordelen. Deze voordelen zijn zowel financieel, ruimtelijk als energetisch van aard. Daarnaast kent alles wat niet ondergronds kan worden opgelost, alsnog bovengronds een verschijningsvorm. Wanneer gemeenten nu vooral voor elektrische warmte kiezen en aanwezige kansen voor collectieve warmte-oplossingen niet worden benut, zullen we uiteindelijk veel meer zichtbare elektriciteitsopwekking op land nodig hebben. Andersom kunnen we de elektriciteitsvraag, en daarmee de zichtbare impact dus beperken door in de daarvoor geschikte gebieden in te zetten op publieke warmtenetten gevoed door restwarmte en geothermie. De relatief hoge dichtheid van Nederland zorgt ervoor dat grote delen van ons land zich heel goed lenen voor dit systeem. In Via Parijs is in 2050 circa 55 procent van de huishoudens aangesloten op een warmtenet dat wordt gevoed door geothermie of restwarmte. Ongeveer twintig procent wordt verwarmd door een kleinere collectieve oplossing zoals aquathermie en voor ongeveer 25 procent van de huishoudens lijkt de warmtepomp de beste oplossing.

"Regio's die meer duurzame energie produceren dan zij nodig hebben, moeten daarvan financieel of maatschappelijk profiteren"

Gebruik passende energiebron

Beperkt beschikbare energiebronnen met een hoge energiedichtheid of energiedragers met grote conversieverliezen vragen om hoogwaardig gebruik. Neem bijvoorbeeld de energiedrager waterstof. Waterstof is onmisbaar in een volledig emissieloos energiesysteem, vooral in de industrie- en de mobiliteitssector. Ook kan het dienen als back-up van het elektriciteitssysteem op momenten dat er weinig duurzame elektriciteit beschikbaar is. Windturbines op de Noordzee kunnen deze waterstof in de toekomst produceren. De hoofdleidingen van het huidige aardgasnetwerk zorgen vervolgens voor het ondergrondse transport van waterstof van en naar onze grote industrieclusters en het buitenland. Maar er kleven ook nadelen aan het gebruik van waterstof. De conversie van elektriciteit naar waterstof en weer terug, levert grote energieverliezen op. Dit is kosten-inefficiënt en vraagt bovendien veel meer ruimte voor extra windturbines. Het is daarom belangrijk dat waterstof hoogwaardig benut wordt door gebruikers die geen goed alternatief hebben. Dus niet voor het verwarmen van woningen, maar juist wel als grondstof in de biobased industrie.
Hetzelfde geldt voor biomassa. In Via Parijs wordt de biomassa uit reststromen van onder andere de landbouw, natuurgebieden en (nieuwe) bossen niet gebruikt om energie mee op te wekken maar alleen hoogwaardig toepast: als organische stof om de vruchtbaarheid van de bodem op peil te houden in de circulaire landbouw en als grondstof voor nieuwe materialen

Toekomstbeeld Via Parijs Bovengrond 2050. Bron Studio Marco Vermeulen

Concentreer opwekking

Nederland is een samenleving waarin economische activiteiten en de bijbehorende lusten en lasten, geografisch verdeeld zijn over het land. Nederland beschikt over steden, (lucht)havens, petrochemische complexen, natuurgebieden en glastuinbouw die als organen van een lichaam een bepaalde functie voor het geheel vervullen. De energievoorziening zou daarop geen uitzondering mogen zijn. Met het huidige beleid dreigen windturbines en zonnepanelen echter als hagelslag over Nederland uitgestrooid te worden. De vraag is of Nederland als geheel daarbij gebaat is. De eerder genoemde schaalvoordelen gelden ook voor de duurzame opwek van energie. Grootschalige concentratie van zon- en windenergie, zowel op zee als op land is kosteneffectief en beperkt tegelijkertijd op nationale schaal de zichtbare ruimtelijke impact.
Op de Noordzee, waar het vaak hard waait, is in potentie veel ruimte beschikbaar en is de visuele impact en overlast in de directe woonomgeving van mensen beperkt. In 2050 kan in potentie ruim 70 procent van onze elektriciteitsbehoefte, ofwel de helft van onze totale energiebehoefte in 2050, van de Noordzee komen (gebaseerd op het scenario IV ‘Samen Duurzaam’ uit de PBL studie “De toekomst van de Noordzee’). Een zorgvuldige afweging met andere belangen zoals scheepvaart, defensie, visserij en natuur is daarbij noodzakelijk.
Windturbines op land worden idealiter geplaatst in een beperkt aantal grootschalige nationale en regionale clusters van dertig turbines of meer. De meest geschikte locaties voor deze clusters zijn de plekken waar de wind het meest en het hardst waait, in grote, open, rationele landschappen die de turbines qua maat en schaal goed kunnen dragen. Zoals de Wieringermeer, de Flevopolders, de Peel en een deel van West-Brabant en Zeeland. Dit voorkomt landschappelijke fragmentatie door kleine windparken van slechts enkele turbines, waarbij bovendien een fijnmazig en dus duur netwerk moet worden aangelegd. Regio’s zullen zelf moeten onderzoeken hoe ver zij daarin willen en kunnen gaan. Want belangrijke voorwaarde voor grootschalige clustering is maatschappelijk draagvlak in de regio, maar daarover verderop in dit artikel meer.
Met betrekking tot zonne-energie is het belangrijk om allereerst zo veel mogelijk decentrale opwek in de bebouwde omgeving te stimuleren via daken en gevels. Daarnaast zijn haven-, bedrijven-, defensieterreinen en vliegvelden zeer geschikt voor grootschalige (multifunctionele) concentraties van zonne-energie. Ook zou gestuurd kunnen worden op een beperkt aantal grote zonne-energiecentrales op water en een enkele iconische zonne-routes: bijvoorbeeld de A37, A15 en A59. In Via Parijs worden dankzij deze keuzes geen nieuwe zonne-energiecentrales op landbouw- of natuurgrond gerealiseerd, terwijl er wel degelijk wordt voorzien in de benodigde elektriciteit. We beschikken over de beste landbouwgronden van de wereld en zullen deze gronden in de toekomst hard nodig hebben voor onze voedselvoorziening en de transformatie naar kringlooplandbouw. De natuur wordt in ons verstedelijkte land voortdurend bedreigd. Maatschappelijke waarden als landschapskwaliteit, biodiversiteit en een gezonde bodem zouden daarom een veel belangrijkere rol spelen bij de afweging van locaties voor zonne-energie.

"De bodem biedt kansen voor een duurzaam energiesysteem op verschillende dieptes"

Landschap als CO2 spons

Nederland zal er niet alleen anders uit gaan zien door de komst van meer windturbines en zonnepanelen. Elk landschapstype heeft daarnaast zijn eigen uitdagingen bij de transformatie naar meer duurzame, circulaire landbouw. De grootste verandering zal gaan plaatsvinden in de veenweidegebieden, waar de oxidatie van veen gepaard gaat met veel CO2 -uitstoot. In Via Parijs wordt in veel van deze veenweidegebieden het waterpeil verhoogd, waardoor de huidige graslandschappen zullen veranderen naar natuur, akkerbouw met natte teelten, extensieve natuurinclusieve veehouderij of broekbossen. De klimaatopgave ligt echter niet alleen op het bordje van de landbouw- en veehouderijsector maar vraagt ook om aanpassing van ons gedrag en eetgewoonten. In een duurzaam eetpatroon passen naar verhouding minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten, bijvoorbeeld eiwitten uit zeewier. De Noordzee is zeer geschikt voor grootschalige zeewierteelt in combinatie met windturbines. Daarnaast kan door het aanplanten van 100.000 hectare bos jaarlijks 1,3 Mton extra CO2 aan de atmosfeer worden onttrokken. Bosaanplant vormt tegelijkertijd een impuls voor delen van Nederland die kampen met een slechte bodemkwaliteit of een tanende agrarische economie.
Als laatste kan het bouwen van nieuwe woningen op fietsafstand van plekken met veel werkgelegenheid, nabij openbaar vervoer en voorzieningen de mobiliteit beperken. Hoe meer aanbod in werk, scholen en recreatie er op korte afstand van onze woning is, hoe minder kilometers we ons dagelijks hoeven te verplaatsen. Dit betekent dat er minder energie nodig is voor mobiliteit en er meer tijd overblijft voor elkaar. Door deze nieuwe woningen ook nog eens te bouwen in massief hout kunnen we CO2 voor een lange periode opslaan. En beperken we de CO2 uitstoot van betonproductie.

Toekomstbeeld Via Parijs Ondergrond 2050. Bron Studio Marco Vermeulen

Zonder draagvlak geen Parijs

Het toekomstbeeldVia Parijsis geen blauwdruk, en zeker geen Rijksplan, maar is bedoeld als een inspirerend voorbeeld hoe Nederland er na de energietransitie uit kan komen te zien. Daarbij is de opgave niet gelijkwaardig over het land verdeeld, maar zijn ingrepen geclusterd. Omdat het ene gebied zich beter leent voor een bepaalde soort energieopwekking dan het andere.
Voor regio’s die aanzienlijk meer produceren dan hun eigen behoefte betekent dit dat zij hiervan redelijkerwijs moeten kunnen profiteren in financieel of ander maatschappelijk opzicht. Dit is rechtvaardig en belangrijk voor het verwerven van maatschappelijk draagvlak. Rijk en regionale partners zouden hiervoor gezamenlijk regionale package deals kunnen sluiten. In deze deals kunnen de energieopgaven worden gecombineerd met andere kwesties die spelen, of dat nu een nationaal vraagstuk is zoals de transformatie van de landbouw of een plaatselijke wens om de muziekschool te behouden. Hierdoor worden zoet en zuur gemengd en kan draagvlak voor de plannen worden gewonnen. Zodat ze daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden en we uiteindelijk ook het grote en abstracte doel ‘Parijs’ halen.
Tegelijkertijd betekent het niet dat ‘minder geschikte’ gebieden achterover kunnen leunen en niets hoeven doen. Deze regio’s zullen op een andere manier hun bijdrage moeten leveren aan een klimaatneutraal Nederland. Denk bijvoorbeeld aan grootschalige opslag in batterijen, het vernatten van veenweidegebieden, de aanplant van nieuwe bossen, of een financiële bijdrage.

Het energie- en grondstoffensysteem in 2050. Bron Studio Marco Vermeulen

Durf te kiezen

Het samenhangende toekomstbeeld dat in Via Parijs wordt geschetst toont dat, wanneer we durven kiezen, de energietransitie tot een contrastrijker Nederlands landschap kan leiden en niet tot meer eenvormigheid. Dat die transitie ons vooruit kan helpen richting een schoner, rijker en hechter Nederland.
Een planmatige aanpak en samenhangende visie voor deze grote transitie is daarbij onmisbaar: om op tijd de doelstellingen te halen, om op de lange termijn draagvlak te krijgen bij de bevolking en om de ruimte in ons land niet te versnipperen of te vermorsen. Verbinding met andere opgaven en respect voor bestaande kwaliteiten zijn daarbij cruciaal. Zo kunnen we de energietransitie ruimtelijk succesvol laten landen, zijn we in staat zijn om efficiënte en betaalbare oplossingen te kiezen, en tegelijkertijd te bouwen aan een betere versie van Nederland. Vliegen we de energietransitie sectoraal aan, dan neemt de maatschappelijke weerstand waarschijnlijk verder toe en zullen de doelstellingen van Parijs uit het zicht raken.

Dit artikel is gebaseerd op de publicatie Via Parijs. Via Parijs bestaat uit twee delen: een advies van het CRa aan het Rijk en zijn partners en het onderliggende ontwerpend onderzoek gemaakt door Studio Marco Vermeulen. Zie www.collegevanrijksadviseurs.n

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Ruimte en Wonen en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2020 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren