Kennisnetwerk over de leefomgeving

Wonen, werken en liefde
Terugblik op het congres De Veranderende Stad in Nijmegen
Martine van Harten

vrij 29 juni 2018

Burgemeester Bruls opende het congres op 14 juni met de historische stad Nijmegen, die altijd al aan verandering onderhevig was. Nijmegen claimt de oudste stad van Nederland te zijn. Begonnen als nederzetting aan de zuidkant van de Waal is het een snelgroeiende stad dat redelijk op zichzelf staat in het oosten van het land. Begonnen als stad aan de zuidkant van de Waal is met de groei van woonwijken een sprong gemaakt naar de noordkant van de rivier. Hier is de nieuwe nevengeul De Spiegelwaal kenmerkend, met lichte krommende lijnen in de architectuur van bruggen, promenade. Het ontwerp creƫert ruimte en tevens een oplossing voor het waterprobleem; het ontwerp beweegt mee met de natuur. Deze kant van de stad heeft een aantrekkingskracht. Een heel ander verhaal speelt bij de zuidkant van Nijmegen, Dukenburg. Gebouwd in de jaren 70 en 80 staan honinggraadgebouwen met grote appartementen die in aantrekkingskracht afnemen. Mensen trekken weg uit deze wijken. Is Nijmegen een stad voor iedereen? Of worden de pechvogels eruit gedrukt door de high professionals?

De nieuwe directeur van Nijmegen, Marjolein van den Zandschulp is positief gestemd. Ze ziet kansen, want Nijmegen heeft een hoog percentage aan sociale capaciteit. Een fijne leefomgeving zit niet alleen in stenen, maar ook de betrokkenheid en hoe mensen zich willen inzetten bepaalt een woonomgeving. Dat geeft hoop om de kwestie ‘duurzaamheid’ aan te gaan. Want Van den Zandschulp drukt op de urgentieknop; de klimaatverandering schreeuwt om een energietransitie. “Je kunt snelfietspaden aanleggen, maar als je dan trappend achter een brommertje fietst, dan voel je ‘m ineens.”

Jan Latten, bijzonder hoogleraar demografie (UvA) zet de bevolkingscijfers en trends uiteen. De tendens van de Grote IK heerst. “We kunnen er niks aan doen, we zitten in de marinade van het hedonisme.” Steeds meer is genieten ons hoofddoel. Dat is misschien ook nodig, omdat zoveel mensen meer en langer alleen zijn. Het normale van op je 20e trouwen en een gezin starten is doorbroken. Hoogopgeleiden kiezen voor eerst persoonlijke ontwikkeling, en kampen met meer onzekerheden. Vaste banen zijn schaarser, de veiligheid van het gezin vroeg in het leven is niet vanzelfsprekend, een koopwoning is te duur. In Nijmegen zijn veel jonge ‘streefkoppels’, hoogopgeleide stellen. De vergrijzing zorgt voor een langer leven alleen. Het scheidingspercentage gaat omhoog, ook onder ouderen. Al met al zullen er veel meer mensen alleen wonen. Latten voorspelt dat de alleenstaande man het moeilijk gaat krijgen. “Hij wordt de onzichtbare pechvogel die eenzaam met de katten op de bank eindigt.”

Hier komt de liefde om de hoek. Mensen die alleen leven willen meer aandacht, meer liefde, zo stelt Latten. Samen zijn, samen delen. Het delen van de auto, van gemeenschappelijke ruimtes, werkplekken en banen. Ze willen zich veilig voelen in kleine enclaves. Mensen willen oprecht contact en zijn massaal de zoektocht naar duurzame verbinding begonnen. Liefde, dat is het. Eengezinswoningen bouwen, het is de vraag of deze in de toekomst nog zoveel nodig zijn, blijft dat wel haalbaar? Latten geeft een duidelijke boodschap mee, ontwikkel meer op aandacht, op kleiner wonen met gezamenlijke ruimte, op een deelcultuur. “Een holistische benadering, dat is wat er komen moet”.

De Rijksbouwmeester Floris Alkemade benoemd een van de eerste pechvogels: De vrachtwagenchauffeur, de man die fysiek de afstand van platteland naar stad overbrugt, die heeft het risico te vereenzamen. Alkemade stelt dat de scheiding tussen de stad en het platteland een artificiële is, tenminste in Nederland. Vergelijk het zuidelijk deel van Nederland als een bruisend economisch centrum, vergelijkbaar in omtrek en economische betekenis met de grote van Parijs of Londen. Zie hoeveel open ‘groene’ ruimte er is in Nederland. De periferie zou moeten emanciperen. We hebben het teveel over steden, over de G4, alsof we zonder het platteland kunnen, alsof Eindhoven/Helmond en het tussenliggende gebied niet mee doet. Een reden hiervoor is te vinden in oa de oorsprong van ons eten. Het voedsel, dat ook veelal geïmporteerd wordt, is vanzelfsprekend beschikbaar geworden. Terwijl we begin vorige eeuw nog 70% van ons inkomen besteedden aan voedsel, is dat tegenwoordig 11%. De stad zou het platteland kunnen adopteren, zich er mede voor verantwoordelijk voor stellen. Open gebied is erg belangrijk voor het geluksgevoel dat de gemiddelde Nederlander zo typeert. Het is de open structuur, van steden afgewisseld met platteland, dorp, groen. Bouwen in het groen is dus voor de kwaliteit van leven in Nederland geen beste optie. Het verdichten van de stad, op een creatieve wijze, met aandacht groen en duurzaamheid, daar liggen opties. Het antwoord van Alkemade is ‘ontwerpkracht’. Wijk af van de standaard, zet partijen bij elkaar om de goede vragen aan elkaar te stellen, maar gebruik van de creatieve ontwerp kracht.

Peter Pelzer (Urban Futures Studio) blikt vooruit naar de toekomst. Pelzer pleit voor een hernieuwd planologisch elan. De branche is in een crisis van de verbeelding terecht gekomen. Waar is het anticiperen op wat komen gaat gebleven? Ja, maar niemand weet wat de toekomst brengt, zul je in jezelf denken. Pelzer is je voor: “Maak richtinggevende beelden door de vraag ‘Hoe willen wij samenleven?’ te beantwoorden”. Definieer niet aan de hand van wat je niet wil (van gas-af, files beperken, CO2 reductie), maar wat wil je wel? Toekomstbeelden drijven onze keuzes. Konden we maar een kikkersprong maken en nu al ontwikkelen wat in de toekomst wenselijk is.

Reacties

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren