Log in
inloggen bij Ruimte en Wonen
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Content / Artikelen

Woonprotest: ‘Samen werken aan een nieuw verhaal’

Rob van Hilten - 7 oktober 2021

Op 12 september vond er voor het eerst sinds ruim 40 jaar weer een grote demonstratie plaats tegen ons nationale woonbeleid. Ruim 15.000 mensen uit het hele land reisden af naar de hoofdstad om uiting te geven aan hun frustratie dat zij, en velen met hen, geen betaalbaar huis meer kunnen vinden op onze geliberaliseerde woningmarkt. Ruimte + Wonen sprak met de initiatiefnemers en deelnemende organisaties over hun motieven en vervolgacties. We kijken ook naar de samenhang en de haalbaarheid van de actiepunten.

Een van de initiatiefnemers is Melissa Koutouzis uit Amsterdam. Zij legde een verbinding met de twee initiatiefnemers uit Rotterdam, Sander van der Kraats, en Mieke Megawati Vlasblom die al eerder begonnen met ‘woonopstand.nl’. Deze zomer lukt het hen om samen snel een nieuwe organisatie rond Woonprotest op te bouwen. Melissa is zelf al meer dan 3 jaar bezig met wonen via haar werk bij het Transnational Institute dat onderzoek doet en campagnes voert over de hele wereld. “Wij gaan uit van de ‘Theory of change’, waarbij wonen een cruciale rol vervult als voorwaarde om jezelf te kunnen ontwikkelen, dat werkt ook zo in Nederland.” Ze is ook al jaren actief met wonen in Amsterdam zoals met acties als ‘Fair city’ en ‘Niet te koop’, tegen de massale uitverkoop van woningen aan beleggers. Haar eigen woonsituatie is nog steeds precair: Melissa: “Ik ben de laatste jaren al vele malen verhuisd, via flexcontracten en onderhuur, in soms juridisch dubieuze omstandigheden. Maar je moet toch ergens wonen?” Ze hadden zelf gerekend op 10.000 demonstranten, toen het er meer leken te worden zijn ze, in overleg met de politie, uitgeweken naar het Westerpark. Inclusief de aansluitende mars naar de Dam waren het er uiteindelijk 15.000 tot 20.000.

Centrale actiepunten

De centrale actiepunten voor de demonstratie waren: ‘garandeer voldoende en betaalbare huisvesting, herpak de grip op de escalerende huur- en huizenprijzen, stop racistisch en klassistisch woon- en sloopbeleid en pak parasitaire beleggers aan’. De meeste eisen richten zich vooral op een falend nationaal woonbeleid. Met racistisch woonbeleid wordt bedoeld dat bij de woningtoewijzing veel discriminatie plaatsvindt. In de vrije sector staat het verhuurders vrij om huurders van hun voorkeur te selecteren, liefst met een net (lees: wit) profiel en een hoog inkomen. Met ‘klassistisch’ woon- en sloopbeleid wordt gerefereerd aan het versterken van klassentegenstellingen op de woningmarkt tussen bewoners in de klassieke arbeiderswijken en bestaande villawijken. Een bekend voorbeeld is de sloop van sociale huurwoningen in de Tweebosbuurt in Rotterdam. Melissa: “Dit beleid wordt verdedigd met het mooi bedoelde streven naar een meer evenwichtige verdeling van sociale huur over de hele stad, maar in praktijk betekent dit vooral een afname van sociale huur in de hele stad, zonder dat er 1 sociale huurwoning wordt bijgebouwd in villawijken. En ook zonder te voorzien in vervangende betaalbare huisvesting voor de mensen die door sloop gedwongen moeten verhuizen! De gevolgen hiervan zijn gentrificatie, lagere inkomens worden zo de stad uit gedreven ten gunste van de beter betaalden. De kwaliteit van de bestaande voorraad sociale huurwoningen gaat ook achteruit. Het is toch te gek is dat mensen moeten wonen in sociale woningen vol schimmel?”

Garandeer voldoende en betaalbare huisvesting

Ontwikkeling sociale huurvoorraad in cijfers:

Klopt deze analyse wel? Feit is dat landelijk gezien de totale sociale huurvoorraad in absolute zin al jaren krimpt, terwijl de wachtlijsten voor sociale huur blijven oplopen (afname voorraad tussen 2017 en 2019: 11.000 woningen, stijging aandeel particuliere huur in totale woningvoorraad tussen 2006 en 2018: van 6,5 naar 14 procent; bron: FTH/ CBS). Dat maakt van het hele beleid om sociale huurwoningen beter te spreiden over stad en regio een lege huls. De Rotterdamwet die o.a. vanuit dat doel werd ingevoerd kan daardoor als mislukt worden beschouwd, een conclusie die overigens reeds in 2015 werd getrokken in een onderzoek van de UVA i.o.v. BZK. Alleen wanneer corporaties ook financieel in staat worden gesteld om hun sociale huurvoorraden ook uit te breiden, kunnen plannen voor een evenwichtiger spreiding ook worden gerealiseerd. Ook de onderhoudssituatie van corporatiewoningen staat onder druk. Zeker 80.000 sociale huurwoningen in Nederland vertonen flinke gebreken. Hun onderhoudsconditie is matig tot zeer slecht blijkt uit recente cijfers van de Autoriteit woningcorporaties. Ernstige gebreken, onomkeerbare veroudering of zelfs technisch rijp voor de sloop. RTL Nieuws analyseerde gegevens van de Autoriteit woningcorporaties, aangeleverd door corporaties zelf, waaruit blijkt dat 1 op de 25 sociale huurwoningen in matige tot zeer slechte conditie is.

Overige acties

Melissa: “Omdat we inmiddels een brede beweging zijn bestaande uit meerdere geledingen is het aan henzelf om zelfstandig aanvullende acties te ondernemen. Zoals bijvoorbeeld met kraakacties tegen langdurige leegstand of met bezettingsacties zoals onlangs de studenten in Groningen die met slaapzakken gingen slapen in hun Hogeschool.” Ama Boahene, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) over de reden om zich aan te sluiten bij Woonprotest: “Het landelijke tekort aan kamers is in 3 jaar opgelopen van 20.000 naar 50.000 kamers (bron: Kences). Hierdoor komen in het bijzonder buitenlandse studenten in de knel.” In Groningen is deze actie gericht op extra noodhuisvesting op korte termijn. In een gezamenlijke brief vragen PvdA, GroenLinks en de LSVb aan minister Ollongren dat zij nog dit najaar komt met een plan om het enorme tekort aan studentenwoningen aan te pakken en bij de behandeling van de woonbegroting te komen met een fonds waaruit versneld extra studentenwoningen kunnen worden neergezet. Maar ook hier moeten we goed kijken naar de dieper liggende systeemoorzaken van dit tekort. In ons huidige bestel is er geen organisatie die werving en huisvesting van (o.a. buitenlandse) studenten in onderlinge samenhang aanpakt. Het verdienmodel van ons hoger onderwijs is gebaseerd op de inschrijving en toelating van zoveel mogelijk studenten, maar hun huisvesting wordt vooral gezien als hun eigen verantwoordelijkheid. Om hier iets aan te doen is het wellicht een goed idee om de werving en huisvesting van studenten voortaan in onderlinge samenhang te realiseren. Met als mogelijke consequentie dat onderwijsinstellingen medeverantwoordelijk worden voor hun huisvesting zoals ook in veel andere landen gebeurt.  

Manifest Woonprotest

Melissa: “We zijn nu samen bezig met het opstellen van een manifest dat zich richt op een breed toegankelijke volkshuisvesting.” Dat moet gaan over voldoende betaalbare en ook duurzame woningen. Het moet ook gaan over invoering van huurbescherming voor de vrije sector en stoppen met de koppeling van de WOZ-waarde aan het puntenstelsel. Het moet ook gaan over het recht op vaste huurcontracten en het belasten van huurinkomsten uit speculatieve woningbeleggingen. Op 20 september, een dag voor Prinsjesdag, ging hun manifest online:
“Een samenwerking van tientallen actiegroepen en maatschappelijke organisaties die het Woonprotest en de Woonopstand organiseren en steunen roepen de Tweede Kamer en formerende partijen op om nu werk te maken van oplossingen voor de wooncrisis. Vandaag presenteren zij opwoonmanifest.nl een tienpuntenplan met concrete maatregelen die de beschikbaarheid, betaalbaarheid en woonzekerheid garanderen. De gelekte plannen om op Prinsjesdag eenmalig 1 miljard euro uit te trekken voor de bouw van woningen zijn volstrekt onvoldoende volgens de organisaties. “Wonen is een grondrecht, en dat moet nu ook uit het woonbeleid gaan blijken” aldus Melissa Koutouzis. “Dat betekent concreet bijvoorbeeld dat het woonbeleid moet zorgen voor voldoende, betaalbare en goede woningen. Dakloosheid en huisuitzettingen moeten koste wat kost worden voorkomen” aldus Koutouzis. “Kortom, een woning voor iedereen.”

Vervolgacties Woonprotest

Melissa: “We hebben ook gekeken naar het document van VVD en D66 met uitgangspunten voor een nieuw kabinet. We kunnen nu al zeggen dat dit document in veel opzichten tekort schiet. We gaan ook scherp kijken naar de voorstellen die het demissionaire kabinet gaat presenteren op Prinsjesdag. Rond die tijd gaan we ook ons manifest presenteren zodat dit een prominente plek krijgt bij de volgende gesprekken.” Daarnaast vinden op 17 oktober in Rotterdam en op 13 november in Den Haag nieuwe landelijke demonstraties plaats. Melissa: “In november willen we ook een wooncongres gaan organiseren, zowel voor beleidsmakers als voor actievoerders. Daarin kunnen we verder praten over landelijke wet- en regelgeving en over de beleidsmogelijkheden van gemeenten, als opmaat voor de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart.”

Op zoek naar een nieuw verhaal

Als er een ding duidelijk is in volkshuisvestingsland is dat we een systeem hebben opgetuigd dat we zouden kunnen kenschetsen als een veelkoppig monster dat zich niet zomaar laat temmen met een paar losse maatregelen. Met het opstellen van een manifest kiest woonprotest er bewust voor om in een volgende stap te zoeken naar een samenhangend pakket maatregelen dat nodig is om de wooncrisis aan te pakken. In de Uitzending van Buitenhof van 12 september kregen onderzoeker Cody Hochstenbach en journalist Hans de Geus eens wat langer de tijd om hun verhaal te vertellen over wat nodig is om te komen tot een totaal ander woonbeleid. De Geus zag als kern hiervan samengevat om alle noodzakelijke wijzigingen liefst allemaal tegelijkertijd in te voeren. “Omdat ons woonbeleid nauw samenhangt met ons ruimtelijk-economisch beleid, gaat het nooit lukken om de woonlasten omlaag te krijgen zonder tegelijk ook het huidige speculatieve verdienmodel met grond en woningen uit ons systeem te halen.”

Belangrijkste componenten voor een systeemtransitie

De grootste valkuil voor woonprotest is de suggestie dat het hele woonprobleem kan worden opgelost met een serie van 10 losse maatregelen die zich beperken tot de sector volkshuisvesting. Om de steeds verder groeiende kloof tussen kopen en huren, tussen vermogenden en niet vermogenden te dichten en om van betaalbaar wonen weer een grondrecht te maken, zijn tenminste 3 grote transities noodzakelijk die in nauwe samenhang dienen te worden uitgewerkt en doorgevoerd. De belangrijkste componenten hiervan zijn:
1. Een eerlijker financieel stelsel
Ons belastingstelsel belast vooral alle inkomens, terwijl winst uit beleggen en grote vermogens nauwelijks worden belast zodat die exponentieel kunnen doorgroeien. Ons erfrecht creëert grote verschillen tussen kinderen van rijke ouders en starters zonder jubelton. De hypotheekrenteaftrek bevoordeelt slechts huizenbezitters en zorgt voor extra vermogensopbouw terwijl de vermogenskloof met huurders verder groeit. Inkomsten uit verhuur in de vrije sector zijn geheel onbelast, aankopen voor verhuur worden zelfs extra gestut met hypotheekrenteaftrek. Inkomsten van corporaties uit sociale huur worden echter belast met een jaarlijkse verhuurderheffing. Als het daadwerkelijk de bedoeling is van de politiek om genoemde inkomensen vermogenskloven te dichten, is een ingrijpende aanpassing richting een eerlijker financieel stelsel noodzakelijk. Steeds meer experts in de financiële sector zien nu in dat dit niet langer zo door kan gaan en bepleiten nu ook een stelselwijziging.
2. Grondbeheer terug in publieke handen
Een van de belangrijkste factoren die de prijs van nieuwe, en daarmee indirect ook de prijs van bestaande, woningen bepaalt is de grondprijs. In ons huidige systeem is de speculatieve belegger die vroegtijdig grond weet te bemachtigen op basis van voorkennis over een verwachte bestemmingswijziging, spekkoper. Hij kan die kosten daarna immers doorberekenen in de woningprijzen, ten laste van de burger, van huurders en kopers dus. Gemeenten beschikken over een belangrijk instrumentarium: zij kunnen op basis van democratische besluitvorming bestemmingen van locaties wijzigen. In het huidige speculatieve systeem onttrekken grondprijzen zich aan democratische besluitvorming. Om deze lacune te dichten zou de waardestijging na bestemmingswijziging weer terecht moeten komen bij de enige partij die hiertoe bevoegd is, bij de gemeente dus. Precies hierover hebben verschillende partijen nu wetsvoorstellen in voorbereiding. Omdat grondbeleid onmisbaar is voor een integraal ruimtelijk-economisch beleid, pleiten veel experts ervoor om de regie hierover weer onder te brengen in een nieuw ministerie van Vrom, zodat volkshuisvestingbeleid weer verbonden wordt met ruimtelijk beleid.
3. Volkshuisvesting weer voor het volk
De tien voorstellen in het Woonmanifest geven geen antwoord op de vraag wie straks, na het aan banden leggen van de vrije huursector, de nieuwe dominante speler op de woningmarkt moet worden. Begin vorige eeuw en bij de wederopbouw hadden waren het onze woningcorporaties die de kar trokken bij de oplossing van de woningnood in ons land. Met de verzelfstandiging van woningcorporaties in de negentiger jaren en het vrijgeven van de woningmarkt aan de particuliere sector, zijn we huisvesting steeds minder gaan zien als grondrecht voor burgers en steeds meer als verdienmodel voor vermogensopbouw door derden. De woningbouwcrisis van ca. 10 jaar geleden leverde woningcorporaties veel imagoschade op, waarbij financiële excessen met foute beleggingen (Vestia) en prinsjesgedrag van enkele corporatiedirecteuren werden neergezet als symptomatisch voor de hele sector. Nadat de hele corporatiesector in 2013 werd gestraft met een jaarlijkse verhuurderheffing en nadat minister Blok vervolgens in 2015 het einde van de woningnood in ons land proclameerde werden vervolgens beleggers actief geworven als nieuwe grootinvesteerder in onze woningmarkt. De voorstellen van woonprotest richten zich voor een belangrijk deel tegen de gevolgen van deze ontwikkeling en tegen de rol van beleggers in het bijzonder. Als we van wonen i.p.v. speculatieobject weer een grondrecht willen maken zullen we tegelijkertijd goed moeten nadenken hoe we onze woningcorporaties weer terug in positie kunnen brengen als bewakers van dit grondrecht als niet winstgevende instelling ‘Tot Nut van ’t Algemeen’.

Een veelkoppig monster laat zich niet zomaar temmen met een paar losse maatregelen

Politiek aan zet

Opmerkelijk aan de actie van Woonprotest was dat hij breed werd ondersteund door maar liefst 7 oppositiepartijen en hun lokale afdelingen. Terwijl de versplintering van ons parlement verder doorgaat met inmiddels 20 fracties, zien we in de samenleving nu ook een omgekeerde beweging. De maatschappelijke problemen op de woningmarkt zijn blijkbaar zo groot geworden dat burgers elkaar gaan opzoeken om hun problemen met elkaar te delen en krachten te bundelen. De problemen op de woningmarkt hebben blijkbaar recent een kantelpunt bereikt met als resultaat dat er nu een nieuwe generatie opstaat die luidt roept: ‘Genoeg is genoeg!’ De vraag is nu of het deze politieke partijen gaat lukken om zich ook op de uitwerking van de inhoud politiek aan elkaar te verbinden. En of zij daarna ook bereid zijn tot de volgende stap: ontwikkelen van gezamenlijke voorstellen voor noodzakelijke systeemveranderingen. En uiteindelijk ook tot de belangrijke laatste stap: huidige regeringspartijen over de streep krijgen voor bereiken van politieke meerderheden voor deze voorstellen. Als een heel andere bestuurscultuur daadwerkelijk de bedoeling is van onze Kamer, is het oplossen van de wooncrisis door de hiervoor noodzakelijke systeemwijzigingen door te voeren wellicht ‘the proof of the pudding’.

Reacties

x Met het invullen van dit formulier geef je Ruimte en Wonen en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2021. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren