Kennisnetwerk over de leefomgeving

Nederland als een levend laboratorium
David van Zelm van Eldik, Hanna Lára Pálsdóttir

ma 9 maart 2020

Nederland staat aan de vooravond van grote transities. We zoeken antwoorden op klimaatverandering, uitputting van grondstoffen en vervuiling van ons milieu. Dit leidt tot grote vragen over de ruimtelijke inrichting van Nederland. Maken de koeien plaats voor zonnepanelen? Ruilen we onze privéauto in voor collectieve vervoertuigen? Fundamentele vragen, die alle inwoners van Nederland aangaan. Hoe kunnen Rijk en regio samen aan de basis staan van antwoorden? Bieden vormen zoals regiodeals, verstedelijkingsakkoorden en de instrumenten uit de nieuwe Omgevingswet voldoende houvast of is er meer nodig? Naast nieuwe structuren hebben we behoefte aan een nieuwe cultuur van samen zoeken en samen leren.

De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om als overheid te kunnen sturen op samenhang en kwaliteit. Door omgevingsvisies voor de toekomst van onze leefomgeving te maken, op lokaal, regionaal en nationaal niveau, kunnen er integrale keuzes worden gemaakt. Daarbij zoeken overheden samen met burgers, bedrijven en maatschappelijke partijen naar nieuwe samenwerkingsvormen. Een cultuur van netwerkend werken en lerend ontwikkelen betekent belangstelling voor elkaar en structurele uitwisseling van kennis, ervaringen en reflectie.
In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) - deze zomer in ontwerp verschenen - worden vier clusters van prioritaire opgaven voor Nederland beschreven: klimaat en energie; duurzame economie; stad en regio en het landelijk gebied. Het kabinet stelt de NOVI komend voorjaar vast inclusief een uitvoeringsagenda. In de ontwerp-NOVI zijn vier uitgangspunten voor de cultuur van samenwerken genoemd: we werken als één overheid, samen met de samenleving; we stellen de opgave(n) centraal; wewerken gebiedsgericht en we werken permanent en adaptief aan de opgaven.
Samenhang tussen de visies van Rijk, provincie en gemeente is cruciaal. Daartoe kunnen de gebiedsgerichte omgevingsagenda´s behulpzaam zijn. Komende jaren nodigt het Rijk regionale en lokale partners uit om vergezichten, ambities en uitvoering te bundelen in gezamenlijke agenda´s voor prioritaire opgave(n). Hoe koppel je de grote transities aan de regionale- en lokale niveau waar de oplossingen gevonden worden? Voor de noodzakelijke verbinding tussen Rijk en regio denken we dat ´soft space´ een onmisbaar ingrediënt is.
Deze term is ontstaan binnen het innovatieprogramma Nederland van Morgen. Een initiatief van het ministerie van BZK dat sinds 2016 parallel loopt aan het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie. Het programma heeft in 2018 de tentoonstelling Places of Hope georganiseerd tijdens Leeuwarden Europese Culturele Hoofdstad. De tentoonstelling fungeerde als podium voor landmakers die nu al bouwen aan de toekomst van Nederland. Maarten Hajer introduceerde als curator van Places of Hope de term soft space: een zachte ruimte met tijd en veiligheid, naast harde en snelle politieke ruimte. Initiatieven vanuit de samenleving, bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid kunnen in deze soft space rustig rijpen, zonder platgeslagen te worden door de waan van de dag. Voor lastige politieke thema´s, zoals de toekomst van de veenweidegebieden in het Lage midden van Friesland, zijn met alle betrokken partijen in een luwe en veilige plek oplossingsrichtingen gezocht en gevonden. Vanuit de daar gevoelde landschapspijn ontstonden nieuwe strategieën en financieringsmogelijkheden waarvan boeren zeiden: “Als het zo kan, wil ik het ook wel.”
Het programma Nederland van Morgen ondersteunt nu het opstellen van de Omgevingsagenda´s door Nederland als een levend laboratorium te beschouwen. Om de paar jaar toont Nederland van Morgen een update van het werken in de soft space aan een breed publiek.
Een integrale visie voor onze toekomstige leefomgeving gaat samen met leren en experimenteren. In een soft space kunnen nieuwe ideeën overal in Nederland ontstaan over een betere toekomst. De transities van deze tijd zijn simpelweg te groot en te complex om als overheid alleen aan te kunnen. Samenwerken is de norm. Horizontaal tussen thema´s en verticaal tussen de schalen. Via thematische deals of via instrumenten zoals de Omgevingsagenda. Steeds zal echter de bereidheid samen te zoeken en te leren een cruciale randvoorwaarde zijn voor succes. Laten we als Rijk en regio elkaar deze ruimte gunnen om vanuit samen nog niet weten en wel willen, te komen tot samen vinden en samen werken.

Hanna Lára Pálsdottir, Nederland van Morgen, Ministerie van BZK

Reacties

Copyright 2020 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren