Kennisnetwerk over de leefomgeving

Waar, wat en voor wie?
Martijn Eskinasi

do 10 augustus 2017

Het aantal huishoudens in Nederland neemt tot 2025 met ruim een half miljoen toe. Volgens de CBS/PBL prognose uit 2016 is er in alle COROP-regio's tot 2025 sprake van huishoudenstoename. Regio's die we veelal met krimp associëren, zoals Oost-Groningen, Delfzijl en omgeving, Zuid-Limburg, de Achterhoek en Zeeuws-Vlaanderen kennen wel bevolkingsdaling, maar door huishoudensverdunning neemt het aantal huishoudens zelfs daar (zeer) licht toe. 

Pas na 2025 is er hier en daar huishoudenskrimp te zien (#1). De komende jaren moet er dan ook fors gebouwd worden. Voor de huishoudenstoename, maar ook voor het inlopen van het bestaande tekort en het vervangen van verouderde woningen.

Prognoses zijn echter geen puntschattingen maar kennen onzekerheidsmarges en bandbreedtes. Aan de bovenkant van de marge groeit het aantal huishoudens tot 2025 met maar liefst 800 duizend (#2).  Maar zelfs bij lage groei (aan de onderkant van de onzekerheidsmarge) komt er nog een kwart miljoen huishoudens bij. Ook zien we dan een beperkte mate van huishoudenskrimp in de bekende anticipeer- en krimpregio’s: daar neemt het aantal huishoudens dan met ongeveer anderhalf procent af. Doordat het aantal leden per huishouden afneemt (huishoudensverdunning) krijgen bepaalde regio’s wel met bevolkingsdaling te maken (in aantallen personen) maar nog niet met huishoudenskrimp.
 

Op de termijn tot 2025 neemt de huishoudenskrimp op regionaal niveau nog geen problematische vormen aan, hoewel  gemeenten als Bronckhorst en Delfzijl wel met minder huishoudens te maken zullen krijgen. De meeste stedelijke regio’s in de Randstad en Brabant groeien echter gewoon door. Op korte termijn is het verhogen van de bouwproductie in deze regio’s dan ook een van de aandachtspunten.

Omdat woningen lang mee gaan, is het ook verstandig ook naar de lange termijn te kijken. Volgens de CBS/PBL prognose kent Nederland in 2040 ongeveer 8,5 miljoen huishoudens, een groei van 900 duizend. Wel wordt de onzekerheid dan erg groot: er is er tweederde kans dat er tussen de 330 duizend en 1,4 miljoen huishoudens bijkomen. Huishoudenkrimp blijft ook op de lange termijn beperkt tot zes regio’s, waar de afname 3% van het aantal huishoudens bedraagt. Bij zeer lage groei gaat het om 13 regio’s (met in totaal 1,6 miljoen huishoudens)  waar de daling dan ongeveer 5% bedraagt.

Vanuit de demografie bezien moet er in grote delen van het land flink gebouwd gaan worden. De vraag waar, wat en voor wie moet dan nog wel beantwoord worden. Echte huishoudenskrimp is waarschijnlijk pas na 2025 aan de orde in enkele regio’s en van beperkte omvang. En zelfs dan kan nieuwbouw nu en onttrekking later mogelijk bijdragen aan de kwaliteit en verduurzaming van de voorraad.

Meer lezen?

#1 PBL, CBS (2016) Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2016-2040: sterke regionale verschillen, Den Haag: PBL en CBS; https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2016/37/pbl-cbs-regionale-prognose-2016-2040. Zie ook http://www.pbl.nl/themasites/regionale-bevolkingsprognose

#2 De onder- en bovenkant van de onzekerheidsmarge verwijzen naar de onder- en bovengrens van het 67%-onzekerheids-interval. Dit interval weerspiegelt het effect van hogere dan wel lagere veronderstellingen ten aanzien van bijvoorbeeld sterfte, migratie en het uit huis gaan van kinderen. Naar verwachting ligt de huishoudensgroei in de meeste gevallen tussen de onder- en bovengrens van het 67%-onzekerheids-interval.


Deze blog is een bewerking van een eerdere ingezonden brief  van Carola de Groot en Martijn Eskinasi in Cobouw, 19 april 2017 https://www.cobouw.nl/woningbouw/blog/2017/4/pbl-gas-geven-met-de-woningbouw-van-huishoudenskrimp-is-vooralsnog-geen-sprake-101247935

Reacties

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren